30-06-10

DE HOON Henry - Drielandenmoord

 
dhhd

De eerste alinea
Hij staarde naar de bosrand en had het gevoel dat iets of iemand daar op hem wachtte. De zon stond laag, hij hield zijn hand boven zijn ogen. Achter hem rammelden koffiekopjes.


De korte inhoud
In het labyrint bij het Drielandenpunt in Vaals wordt het ontzielde lichaam van een bejaarde man gevonden, een moord die drie nationaliteiten politie op de been brengt. Inspecteur Tom Vriens van de recherche Vaals krijgt opdracht uit te zoeken wat er is gebeurd. Het spoor leidt naar een hotel in België, Hotel Wazige Verten. Daar krijgt hij te maken met een verzuurde uitbaatster die haar klanten wegjaagt, een dronken kelner en Wout Dijkstra, een gast uit Groningen die probeert een wandelgids te schrijven. Al snel blijkt dat de grensstreek nogal wat geheimen heeft, zoals een Duitste nudistenvereniging die nachtelijke wandelingen maakt in het Drielandenlabyrint, een spirituele kunstenares die vreemde workshops geeft aan huis en een tuinman die meer doet dan alleen de heg knippen.


Het volledige rapport

Gediplomeerd pianist Henry De Hoon is geboren en getogen in Heerlen waar hij naast een parttime betrekking aan het Arcuscollege ook nog pianolessen geeft. Naast schilderen en fotografie houdt hij zich sinds de eeuwwisseling ook ledig met het schrijven van columns, kortverhalen en romans.

In 2008 waagde hij zich met Dood vermogen aan een spannend boek en recent verscheen met Drielandenmoord zijn tweede wapenfeit in dit genre. Hierin wordt de uit Groningen afkomstige auteur van wandelgidsjes Wout Dijksta ongewild getuige en zelfs lijdend voorwerp van de nasleep van een moord nabij het drielandenpunt in het Limburgse Vaals. Daar wordt immers het levenloze lichaam gevonden van een demente man die uit een nabijgelegen bejaardentehuis ontsnapte. Inspecteur Tom Vriens volgt het spoor tot bij Hotel Wazige Verten en opent zo onbewust een doos van Pandora die menig personage te gronde zal richten. Of hoe het vredige Limburgse platteland ook zijn geheimen te verbergen heeft.

“Roman” staat er op de omslag gedrukt. En dat is precies hoe Drielandenmoord in de aanvangsfase aanvoelt: een werk waarin meer dan voldoende aandacht besteed wordt aan de landelijke pracht van de natuur. Maar geleidelijk aan slaat de sfeer om en haast ongemerkt wint het verhaal aan vaart en evolueert het boekje tot een compacte sympathieke policier waarin zowat iedereen wel een of andere misstap op te biechten heeft.

De personages mochten iets beter uitgewerkt worden, want een aantal ervan komt wat karikaturaal over: een hoteluitbaatster die haar klanten liever ziet gaan dan komen; de immer drinkende ober en de symphatieke sekteleider die niet wil dat je zijn sekte een sekte noemt, zijn daar de meest uitgesproken voobeelden van. Voeg daar nog een dader zonder plan aan toe, en de geloofwaardigheid krijgt een knauwtje.

Hoewel Henry De Hoon zich een goed plotter toont, herbergt de locatie van het grensgebied van drie landen toch meer potentiële verwikkelingen dan diegene die de auteur aanhaalt. De compactheid van het op zichzelf staande werk dat slechts 176 bladzijden telt zal hier wel in meegespeeld hebben.


De algemene waarden dat eerlijkheid het langst duurt en het verleden je wel inhaalt, worden mooi verwoord in dit sympathieke spannende boekje.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB

24-06-10

BEYENS Danny - Het spoor van de jakhals

 

bdhsvdj

De eerste alinea
Weergoden hebben een voorliefde voor morbide humor. Tot die vaststelling kwam Eddy De Smet toen hij de asgrauwe lucht bekeek. Om de hemel zo onheilspellend grijs te laten kleuren, hadden ze vast een pact met de duivel moeten sluiten. En dat uitgerekend op dit moment, nu het lot – of was het zijn eigen stompzinnigheid? – hem weer een protagonisntenrol in deze danse macabre had toebedeeld.


De korte inhoud
Commissaris Coppens en hoofdinspecteur Degraaf van de Federale Gerechtelijke Politie in Turnhout worden opgeroepen voor een vreemde zaak. Tijdens de ontruiming van een kerkhof in Mol wordt een mummie opgegraven. Omdat het parket kwaad opzet vermoedt, wordt de FGP ingeschakeld. Het slachtoffer blijkt een man te zijn, maar verder ontbreekt elk spoor naar zijn identiteit. De enige aanwijzing is een afbeelding van een jakhals die op het lichaam wordt aangetroffen. Wanneer de FGP later een anonieme tip krijgt van een jonge vrouw lijkt er eindelijk schot in de zaak te komen, maar al snel wordt duidelijk dat deze tip het mysterie alleen maar groter maakt. De anonieme tipgeefster blijkt Laura De Win te zijn, een psychiatrische patiënte die net uit het Zorgcentrum is ontsnapt. Daar heeft ze verklaard dat de jakhals haar achtervolgt en wil vermoorden…
Na enig zoekwerk ontdekken Coppens en Degraaf dat Laura De Win kort daarvoor op vakantie geweest is in Egypte. Vijf mannen en twee vrouwen die elkaar van haar noch pluim kenden, hadden zich ingeschreven voor deze avontuurlijke rondreis. Maar wat de reis van hun leven had moeten worden, ontaardde in een ware nachtmerrie. Met zeven vertrokken ze, maar ze keerden niet allemaal levend terug…


Het volledige rapport

Kempenzoon Danny Beyens combineert een job in het onderwijs met journalistieke bijdragen aan de krant Gazet van Antwerpen. Hij woont in Westerlo, waar recent zijn nieuwste werk in het prachtige gemeentehuis werd voorgesteld.

Het spoor van de jakhals is al het derde boek met commissaris Ward Coppens en hoofdinspecteur Axel Degraaf in de hoofdrol. Eerder verschenen Quatre-mains en Date met de dood.

Deze keer begint het verhaal als er bij ruimingswerken op het kerkhof van Mol Donk een mummie wordt blootgelegd. Op het lichaam van deze recent begraven man wordt enkel een afbeelding gevonden van een jakhals. Via een tip van een jonge vrouw leidt de zoektocht naar zeven wildvreemden die enkele maanden eerder samen een avontuurlijke reis door Egypte boekten. Een reis die niet geheel verliep zoals verwacht.

Danny Beyens vertrouwt zijn verhaal in een vloeiende, vlot lezende stijl toe aan het papier, kruidt het met een snuifje humor en besprenkelt het vooral op de eerste bladzijden overvloedig met bijvoeglijke naamwoorden.

Het klassieke gegeven van de vloek van de farao is een veelvuldig gebruikt onderwerp in de wereld van film en boeken, maar de auteur steekt het deze keer in een ander, modieuzer jasje. Het basisidee achter Het spoor van de jakhals is goed gevonden en origineel te noemen, maar aan de uitwerking van plot naar boek kan nog gesleuteld worden. Zo heeft het eindresultaat, door de ellenlange uitweidingen over alle door de reizigers bezochte bezienswaardigheden, meer bestaansrecht als reisgids voor Egypte dan als spannend boek. Net zoals sommige figuren in de groep, vraagt de lezer zich ook wel eens af of er een einde komt aan de gidsbeurten die de auteur in de mond van een paar van zijn personages legt: feiten, data, namen en merkwaardigheden: het passeert allemaal de revue en leidt niet alleen de aandacht af van de spannende verhaallijn, maar haalt ook telkens weer de vaart uit het verhaal.


Het sterkste punt van het verhaal is de herkenbaarheid. Het is bijna een streekroman te noemen waarin bewoners van de Antwerpse Kempen zich niet alleen zullen thuis voelen wat betreft de gebruikte locaties, maar ook door de personages, wiens nuchterheid zeer doeltreffend beschreven wordt door Danny Beyens, die zich een adequaat observator toont.

De Egyptenaren geloofden in een leven na de dood en Jezus zou verrezen zijn, maar de truuk die Danny Beyens uithaalt met zijn dader is te klasseren onder het boerenbedrog. Hoewel het gegeven op zich niet slecht gevonden is, maakt het de lezer onmogelijk mee te speuren naar de mogelijke dader en voelt hij zich gepasseerd aan het einde van het boek.

Liefhebbers van Egypte en streekgenoten van de auteur zullen wellicht kunnen genieten van Het spoor van de jakhals, dat als spannend verhaal beschouwd toch licht ontgoochelt, omdat de auteur wilde pronken met zijn door research opgedane kennis van het land van de farao’s.


Het definitieve verdict: 4/10


EOB

 

17-06-10

JACKSON Lisa - Venijn

 

jlv

De eerste alinea
‘Dus je komt vanavond niet thuis? Bedoel je dat?’ Jennifer Bentz zat op de rand van het bed, de telefoonhoorn tegen haar oor gedrukt, en ze probeert die al te vertrouwde strop van monogamie, rafelig en wurgend, te negeren.


De korte inhoud
De geur is onmiskenbaar: gardenia’s, hetzelfde parfum dat zijn beeldschone vrouw Jennifer altijd droeg. Als hij zijn ogen opent in de ziekenhuiskamer waar hij herstelt van een ongeluk, ziet rechercheur Rick Bentz haar staan. Jennifer werpt hem een kushandje toe en verdwijnt. Maar het kan Jennifer niet geweest zijn. Zij is twaalf jaar geleden overleden…
Wanneer een kopie van de overlijdensakte met de post arriveert, waarop een groot rood vraagteken is gekalkt, volgt Bentz het spoor tot Los Angeles. Dan beginnen de moorden. Elk slachtoffer maakt deel uit van Jennifers verleden en elk weerzinwekkend lijk wijst naar Bentz als hoofdverdachte. Iemand wacht geduldig af – en anticipeert op elke stap van Bentz. Spoedig zal hij aan de beurt zijn om te boeten voor zijn zonden…



Het volledige rapport
De in 1952 geboren Amerikaanse auteur Lisa Jackson heeft een tijdje in de banksector gewerkt. Ze woont in het noordwesten van de USA.

Zowat dertig jaar geleden, toen ze jonge moeders waren, stelde haar zus Nancy haar voor om, als de kinderen in bed lagen, samen een romantisch boek te schrijven. Hun pennenvrucht werd nooit gepubliceerd en de samenwerking werd stopgezet.
Maar ze bleven wel schrijven: Nancy Bush legde zich toe op jeugdboeken en Lisa Jackson bouwde een succesvolle carrière uit als auteur van zowel vrouwenthrillers als in de middeleeuwen gesitueerde verhalen. Recent zijn ze ook weer samen aan het schrijven gegaan, en ditmaal raakte het resultaat van hun coöperatie wel tot in de boekhandel.
Lisa Jackson is zeer productief, want ze heeft al meer dan tachtig titels achter haar naam staan. Daarvan is slechts een zeer klein aantal in het Nederlands te verkrijgen.

Hoewel Venijn zich hoofdzakelijk in de buitenwijken van Los Angeles afspeelt is het toch het zevende boek in de zogenaamde New Orleans-serie waarvan slechts de laatste vier episodes naar het Nederlandse vertaald werden.

Nog voor men het boek openslaat, wordt een deel van de spanning al de grond ingeboord door het zinnetje “Het was alsof ze nog echt leefde” op zowel de voor- als achterzijde van het werk. Als dan de proloog uitermate warrig verteld wordt waardoor de lezer al van bij het begin niet meer weet wie wie is, staat al zeer vroeg bijna vast dat Venijn geen hoge toppen zal scheren. Toch weet de auteur op professionele wijze een groot deel van de meubelen te redden, want na grofweg honderd bladzijden wordt het verhaal opeens interessant en slaagt ze erin de lezer te intrigeren. Vanaf dat punt tot aan de epiloog bewijst Lisa Jackson haar kunnen als auteur van spannende boeken en neemt ze haar publiek mee op de waanzinnige zoektocht van de gelukkig hertrouwde rechercheur Rick Bentz naar de oorzaak van, en de redenen achter, de recente verschijningen van zijn twaalf jaar eerder overleden vrouw Jennifer.
Een zoektocht die flirt met de grenzen van de geloofwaardigheid, maar deze zelden of nooit overschrijdt. Tot aan de epiloog dus. Want daarin volgt wederom een opdoffer: een weliswaar ondergeschikte maar toch interessante verhaallijn met veel potentieel wordt met weinig woorden en nog minder gevoel voor drama botweg afgehaspeld. Een koude douche en niet genoeg bladzijden meer in het verschiet om hiervan te herstellen waardoor de lezer, op zijn honger blijft zitten. Het venijn zit dus in de staart.

Lisa Jackson is niet alleen een vrouw, ze heeft haar schrijfsels ook toegespitst op een vrouwelijk lezerspubliek: Venijn staat vol van typische thema’s als relaties, overspel, kinderwens, scheidingen en jaloersheid. Gelukkig maken de spannende verhaallijnen en een degelijk plot het boek ook nog best genietbaar voor het andere geslacht.

Venijn laat de lezer achter met gemengde gevoelens: een professioneel middenstuk gesandwicht tussen een begin en een einde van mindere kwaliteit. Al bij al is het eindresultaat een werk dat de toets der kritiek net kan weerstaan.

Het definitieve verdict:
5/10


EOB

12-06-10

BERKHOF Aster - Dodelijk papier

 
badp

De eerste alinea
Ze hielden allen van Babette. Hun Babette, zeiden ze. Die gewoonte was zeker ontstaan omdat zoveel in hun dorp van haar was. Bijna alles, zeiden ze soms, de grote herberg, met afspanning en logement, zo stond het op de gevel, de zagerij, de houthandel, een aantal huizen, opslagplaatsen, de eikenbossen overal om het dorp heen, tot in de heuvels.


De korte inhoud
In een mooi, rustig dorpje in de Ardennen staat een ruïne van een middeleeuws kasteel. Daarnaast bevindt zich een groot houtbedrijf met zagerij. Het bedrijf is eigendom van de sympatieke en sportieve Babette, die door iedereen geliefd wordt en voor wie de huwelijkskandidaten in de rij staan. Maar de rijke erfgename wijst hen allemaal af.
Op een dag ontmoet ze Niels Sommer, een grote aantrekkelijke man, een zwerver. Ooit was hij universiteitsdocent, maar het academische leven verveelde hem.
Babette valt als een blok voor de charmante levensgenieter. Ze huwen in het stelsel van algehele gemeenschap van goederen. ‘Niets is meer van mij alleen,’ zegt Babette, ‘het is nu allemaal van ons.’ Niels protesteert eerst, maar aanvaardt dan toch dit gulle aanbod. Hij maakt gauw deel uit van het plaatselijke verenigingsleven en organisseert het jaarlijkse dorpsfeest. De hoofdattractie van dit feest is een klank- en lichtspel waarbij een pop aan een strop hangt. Ook dit jaar is hij van de partij. Maar deze keer is het geen pop die aan de kantelen van de ruïne bengelt, maar Niels Sommer.
Dan komen de geruchten. Niels zou gegokt hebben, hij zou schulden gehad hebben, en hij nam het niet nauw met de huwelijkse trouw.



Het volledige rapport
Lode van den Bergh werd op 18 juni 1920 geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Kempen. Na zijn studies Germaanse filologie ging hij aan de slag als redacteur bij de krant De Standaard en werkte hij aan zijn doctoraat in de wijsbegeerte dat hem in 1946 verleend werd. Later verzeilde hij in het onderwijs wat hem in staat stelde een groot deel van de wereld te bereizen.

Zijn eerste werken dateren al van tijdens zijn studies. Om te voorkomen dat zijn boeken in de lichtere genres een negatieve invloed zouden hebben op zijn meer serieuze werk, opteerde hij ervoor om zijn romans uit te geven onder het pseudoniem Aster Berkhof. Ongeveer een maand voor hij negentig kaarsjes mag uitblazen en na een loopbaan die bijna zes decennia overspant, verschijnt met Dodelijk papier zijn honderdeneerste boek. Maar omdat hij werken publiceerde in uiteenlopende genres is het “slechts” zijn drieëntwintigste roman die als misdaadliteratuur gecatalogeerd staat.


Hierin maken we kennis met Babette Sanson, een symphatieke pretentieloze maar steenrijke jongedame die haar dagen vult met het besturen van het florerende houtbedrijf dat ze van haar vader erfde. Als ze kennis maakt met de dromer Niels Sommer is het liefde op het eerste zicht en wat later stappen ze in het huwelijksbootje. Niels is een aanwinst voor het sociale leven in het dorp en de twee lijken een goed huwelijk te hebben. Tot op een dag het levenloze lichaam van Niels in een strop hangt aan de muren van de plaatselijke burchtruïne. Gevallen? Gesprongen? Geduwd? Met zijn dood komen ook de roddels op gang: was hij een gokverslaafde? Een speculant? Een vrouwengek?

Op crime.nl staat bij deze auteur volgend citaat: “Het schrijven van een detectiveroman is een buitengewoon plezierig spelletje: je begint met het einde; je bent de enige die weet hoe het afloopt en het hele boek door doe je niets anders dan je lezers misleiden en op het verkeerde spoor zetten.” Zo beschouwd lijkt het componeren van een misdaadverhaal wel een fluitje van een cent. En deze blauwdruk hanteerde de auteur blijkbaar ook bij het schrijven van Dodelijk papier, want ondanks alle mogelijke sporen die onderzocht worden, blijkt de dader toch weer diegene te zijn die het meest op de achtergrond gehouden wordt.

Toch is de auteur een belangrijk aspect van het schrijven van een spannend boek uit het oog verloren: het moet de lezer boeien. Een hier wringt het schoentje een beetje, want hoewel de lezer massa’s zand in de ogen gestrooid wordt op weg naar de ontknoping, nodigt de gebezigde schrijfstijl niet uit om in het verhaal op te gaan. Wollig taalgebruik en de keuze om het verhaal grotendeels door middel van conversaties te vertellen, leiden tot langdradigheid en geven de indruk dat er heel het boek door vijwel niets gebeurt. En als er dan tegen het eind aan eindelijk eens een beetje actie plaatsvindt, loopt het nog fout af. Als Aster Berkhof daarenboven zijn publiek en personages regelmatig behandelt als onwetende kinderen, die de dingen op eenvoudige wijze belerend moeten uitgespeld en voorgekauwd krijgen, voelt de lezer zich toch wel beledigd. Alsof de auteur het lang achterhaalde standpunt - dat hoger opgeleiden zich beperken tot literatuur en het spannende boek voorbehouden is voor het plebs – immer aanhangt.

Dodelijk papier is dus niet meteen Aster Berkhofs beste werk. Maar mag men dat nog wel verwachten van een man op een leeftijd die de meesten onder ons niet zullen bereiken?

Het definitieve verdict: 4/10

EOB

08-06-10

DE LOOF Mieke - Labyrint van de waan

 
dlmlvdw

De eerste alinea:
De helling was volledig verijsd. Hard, groen ijs overdekt met een dikke laag los, geschilferd ijs. Nergens houvast en tot overmaat van ramp stak er een glaciale wind op.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, jezuïet en geheim agent, is opgenomen in Steinhof, het meest luxueuze sanatorium van Europa, en weet niet waarom. Beetje bij beetje herinnert hij zich zijn missie. Hij moet de katholieke fundamentalisten de fatale slag toebrengen door in Steinhof documenten van hun geheime genootschap, de Sodalitium Pianum, te stelen. Maar niets is wat het lijkt in Steinhof. Welke experimenten voert dokter Kozlowski in het holst van de nacht uit? Wat drijft dokter Epstein, die zo gepassioneerd is door het anarchisme? En waarom komt Fürstin Elisabeth von Thurn zo vaak de Steinhof Kirche bewonderen?
Hoe dieper Ignatz in het Steinhof-labyrint doordringt, hoe meer hij lijkt te verdwalen.


Het volledige rapport
:
De in Aalst geboren en getogen, maar naar Antwerpen uitgeweken, Mieke De Loof gaf haar professioneel leven in 2000 een andere wending. Ze gaf haar functie als docente filosofie en sociologie op om haar droom te verwezenlijken: schrijfster worden.

In 2004 werd haar spannend debuut Duivels offer meteen bekroond met de Hercule Poirot-prijs. Daarna was het twee jaar wachten op het vervolg, dat de titel Labyrint van de waan meekreeg en waarin hoofdpersonages en setting van het eerste boek werden overgenomen: een nieuwe reeks was geboren met de jezuïet, psychiater en geheim agent Ksaveri Ignatz die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zijn avonturen beleeft in Wenen, een van twee hoofdsteden van de toenmalige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarijë. Recent verscheen het derde deel in de reeks onder de titel Wrede schoonheid.

In zijn rol als geheim agent voor de Jezuïeten, krijgt Ksaveri de opdracht om een eerste stap te zetten die de ondergang van de fundamentalistische tak van de rooms-katholieke kerk moet inluiden. In het luxueuze sanatorium en kuuroord Steinhof moet Ksaveri proberen bezwarende documenten te ontfutselen aan een Belgisch advocaat die behoort tot de fundamentalisten. Maar tijdens zijn verblijf merkt Ignatz op dat een aantal medewerkers, gasten en bezoekers zich vreemd gedragen, wat het uitvoeren van zijn taak er niet makkelijker op maakt.

Dat voor Mieke De Loof taal en stijl primeren op inhoud en spanning is met haar meest recente uitgave Wrede Schoonheid ondertussen iedereen opgevallen. Maar ook voor haar eerder werk gaat deze stelling op. Maar de sterkte van Labyrint van de waan is toch te vinden in een heel ander gegeven: haar keuze om het verhaal grotendeels te beperken in plaats en tijd. De compactheid van de setting die meteen ook het aantal opgevoerde personages limiteert, zorgt voor een degelijke, geconcentreerde basis waarop het verhaal kan geschilderd worden.

Zo geeft ze de lezer een mooie inkijk in het Weense Steinhof: een instelling die zijn primaire reden van bestaan - de behandeling van psychiatrische patiënten – financiert met de royale inkomsten van poepsjieke gezondheidskuren die gericht zijn op de financiële elite van Europa. Maar de auteur beperkt zich niet tot het beschrijven van de luxueueze vakanties waarvan deze rijken daar genieten, maar ze licht eveneens een tipje van de sluier op omtrent het uitproberen van nieuwe behandelingen, en de zucht naar erkenning van het personeel, dat in de voetsporen van hun beroemde land- en tijdgenoot Sigmund Freud wil treden.

Men zou bijna vergeten dat er tussen al deze beschrijvingen door ook nog een spannend verhaal verteld wordt in Labyrint van de waan. Dit vertrekt vanuit een eenvoudig opgezette plot, steekt af en toe de kop op, maar glijdt grotendeels bijna onopgemerkt tot aan een ontknoping die nogal uit de lucht komt te vallen en daarom een beetje beter gemotiveerd had mogen worden, dan nu het geval is.

Al bij al heeft Mieke De Loof het tijdloze thema van de strijd om macht in een originele formule gegoten, gegarneerd met wat grandeur van weleer en er een mooi verteld verhaal van gemaakt.

Het definitieve verdict:6/10


EOB

 

06-06-10

DE LOOF Mieke - Wrede schoonheid

 

dlmws

De eerste alinea
Ksaveri Ignatz stormde de monumentale trap van de universiteitshal af en stopte. Zijn ex-professor, die hij zo lang niet meer had gezien, stond in gedachten verzonken tussen de arcaden rond de binnenplaats. Een verdwaald dier, dat de kudde niet meer kan vinden, flitste het door Ignatz’ hoofd.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, psychiater, jezuïet en geheim agent, ontmoet bij toeval zijn ex-professor Von Graff. Ze lunchen samen. De volgende dag wordt de professor vermoord aangetroffen. De laatste die hem levend heeft gezien, is de omstreden schilder Egon Schiele. Dan wordt bekend dat er een serie gruwelijke moorden op jonge meisjes heeft plaatsgevonden. Ook hier is een verband met Schiele, maar Ignatz en zijn goede vriendin Elisabeth hebben sterke aanwijzingen dan Schiele de perverse moordenaar niet is. Ze openen de jacht.


Het volledige rapport
:
De uit het Oost-vlaamse Aalst afkomstige, maar al jaren in Antwerpen wonende, Mieke De Loof besloot dat de recentste eeuwwisseling de gelegenheid was om haar leven om te gooien. Ze ruilde haar job als docente filosofie en sociologie in voor het in Vlaanderen onzekere bestaan van voltijds schrijfster.

In 2004 maakte ze een opgemerkte entree in de wereld van het spannende boek: Duivels offer kaapte meteen de Hercule Poirot-prijs van dat jaar weg. Nog eens twee jaar later volgde Labyrint van de waan en recent verscheen haar derde boek in de serie rond jezuïet, psycholoog en geheim agent Ksaveri Ignatz die opereert in het Wenen van net voor de Eerste Wereldoorlog.

In dit laatste boek loopt Ksaveri toevallig professor Von Graff, een van zijn favoriete vroegere docenten, tegen het lijf om ’s anderendaags te moeten vernemen dat de man vermoord werd. Zich verschansend achter melancholische motieven, geeft de onderzoeksrechter de zaak aan Elisabeth, een Habsburgse geheim agente, die in de wijze waarop de moord in scène gezet werd veel verwijzingen ziet naar het werk van de controversiële schilder Egon Schiele. Elizabeth betrekt Ksaveri bij haar onderzoek en het duo slaat de handen in elkaar in hun zoektocht naar de moordenaar die de schuld blijkbaar wil afschuiven op hun beider lievelingskunstenaar.

Na een eerste oogopslag vreesde ik, door het grote lettertype waarin Wrede schoonheid op papier gezet werd, dat mij de editie voor slechtzienden of beginnende lezers was toegestuurd. Maar algauw bleek mijn voorbehoud ongegrond. Deze keuze werd wellicht ingegeven om het verhaal toch de kaap van de tweehonderd bladzijden te kunnen laten ronden.

Al van bij de eerste bladzijden valt op hoeveel aandacht er is besteed aan het taalgebruik. De vertelstijl overstijgt het geschreven woord en vraagt erom gedeclameerd te worden; de kracht die uitgaat van het boek schreeuwt om een bewerking tot een performance of theatervoorstelling. Wie durft deze handschoen op te nemen? Maar de ander kant van de medaille van al dat werk is dat de taal alle aandacht voor zich opeist en het verhaal een zekere steriliteit bezorgt: er zit geen hoekje of rafeltje aan.

Wrede schoonheid is het eerste boek dat verschijnt na de overstap van de auteur van uitgeverij The house of books naar De geus. Maar ook inhoudelijk is er een stijlbreuk tussen de eerste twee boeken en dit werk. Voor het eerst is het hoofdpersonage niet aan het werk als religieus spion, maar wordt hij als detective geprofileerd, die een moordenaar moet ontmaskeren en, als het even kan, stoppen. Ook heeft de relatie tussen Ksaveri en Elisabeth von Thurn een enorme wijziging ondergaan: de twee flirten met hun wederzijdse aantrekking; misschien zelfs verliefdheid en staan op zo’n vertrouwelijke voet die aan het eind van Labyrint van de waan absoluut niet voor de hand lag.

Hoewel Mieke De Loof wat betreft de opbouw van haar verhaal een grote stap voorwaarts heeft gezet en een aantrekkelijke plot uit haar mouw schudde, schenkt ze te weinig aandacht aan het opbouwen en handhaven van de spanning in het verhaal. Getuige daarvan zijn eveneens de bijna terloopse ontknoping en het einde dat de deur wagenwijd opent voor een vervolg. “Schone wreedheid” misschien?

Historische misdaadroman staat er op de omslag, en die vlag dekt perfect de lading. Er had zelfs nog “literair” toegevoegd kunnen worden. Wrede schoonheid is zonder twijfel een zeer mooi klassevol boekje geworden dat perfect past in de fondslijst van Mieke De Loofs nieuwe uitgever. De vraag is alleen of het geen parel voor de zwijnen is. Of anders gesteld: is er wel een groot publiek voor? Want menig traditioneel liefhebber van het spannende boek, die eerder op zoek is naar spanning dan naar schoonheid – ook al is ze wreed van aard – zal zich toch wel overdonderd voelen bij de overvloedige referenties aan historische figuren die slechts bij ingewijden een belletje doen rinkelen en die een enorme belemmering vormen voor het manifesteren van de spanning. Referenties die een geïnteresseerde lezer al meteen voor een hele tijd aan het lezen kunnen zetten in een poging zich bij te scholen op het vlak van literatuur, psychologie, schilderkunst, filosofie en glasblaaskunst van eind achttiende en begin negentiende eeuw. Maar Mieke De Loof timmert gedreven voort aan haar kunnen als misdaadauteur en maakt boek na boek vorderingen, wat belooft voor de toekomst…

Het definitieve verdict:8/10 als roman – 6/10 als thriller

EOB

Alle berichten