28-02-12

EEKHAUT Guido - Wolven: Jalena

 

egwj.jpg


De eerste zin:
Moskou en regen: een combinatie die in oktober voor bewoners en regelmatige bezoekers van deze stad vanzelfsprekend was.

De korte inhoud:
Jalena Giorgadze is jong, aantrekkelijk en als huurmoordenaar in dienst van de Russische petro-oligarch Dimitri Vasilikov. Wanneer ze een bom in de flat van een dissidente journaliste doet ontploffen, en zo ook de twee dochtertjes van de vrouw om het leven komen, wil Jalena niets meer met haar opdrachtgever te maken hebben. Hij van zijn kant wil haar niet laten gaan omdat ze al zijn geheimen kent.
Jalena ontkomt zelf aan een aanslag en vlucht naar Antwerpen. Plots hebben een heleboel mensen interesse voor haar: de Russische veiligheidsdiensten FSB en de handlangers van Vasilikov.
In Antwerpen wordt Ecofin gealarmeerd, nadat Jalena uit wraak de lokale medewerkers van Vasilikov ombrengt. Perseyn en zijn team krijgen hulp van twee ongewone FSB-agenten en gaan achter Jalena aan. Het begin van een vreselijk spel van wraak en verraad waarbij ook de leden van het Ecofin-team persoonlijk raken. Uiteindelijk wordt de rekening vereffend in een bevroren bos in de buurt van Moskou.


Het volledige rapport
:
De uit het Leuvense afkomstige, en in de bankwereld werkzame, Guido Eekhaut ontpopte zich de laatste jaren tot een veelschrijver. Zo verschenen er in 2011 niet minder dan vijf titels van zijn hand, waaronder de spannende boeken Vulkaan, de stationsroman Demon in Leuven, het onder het pseudoniem Nellie Mandel verschenen Blauwe sneeuw en het derde en laatste deel in de Wolven-reeks: Jalena.

Deze reeks is een multimediaal samenwerkingsproject tussen de Vlaamse televisieomroep één , uitgeverij Manteau en filmproducent Prime Time, waarin de Antwerpse cel van politiedienst economische en financiële criminaliteit, afgekort Ecofin, centraal staat.

In dit derde boek, dat in een felgroen jasje gestoken werd, krijgt Antwerpen af te rekenen met Jalena Giorgadze, een Russische huurmoordenares op de vlucht, die haar zus en enige familielid bezoekt. Als die zus door trawanten van haar vroegere baas, de meedogenloze zakenman en oliebaron Dimitri Vasilikov, op straat wordt neergeschoten, kent Jalena maar een antwoord: wraak. Systematisch begint ze de medewerkers van de Antwerpse afdeling van Vasilikovs economische imperium om te brengen. Maar haar acties wekken de interesse van verschillende slapende honden: Dimitri Vasilikov, die haar het zwijgen wil opleggen omdat haar kennis zijn ondergang kan betekenen; de Russische geheime dienst FSB, die hoopt via haar diezelfde Vasilikov ten gronde te kunnen richten en Ecofin, dat van rechtswege reageer. Een jacht begint waarbij alle deelnemende partijen afwisselend jager en prooi worden.

Dit verhaal begint onder een slecht gesternte, want de twee kinderen, die ongepland slachtoffer werden van Jalenas aanslag en waarvan ze de schuld bij haar opdrachtgever wil leggen, zijn eigenlijk slechts het gevolg van haar eigen falen, want ze verliet haar observatiepost even en miste zo hun thuiskomst. Zo wordt Jalena meteen een boek dat er niet had moeten zijn.

Los daarvan is dit werk geschreven op een routine die voortkomt uit jaren ervaring. En dat is jammer want het is algemeen geweten dat auteur beter kan. Getuige daarvan is vooral zijn kwalitatief hoogstaande Nellie Mandel reeks. De typerende elementen, zoals gedegen manier van schrijven en het ontbreken van elke vorm van humor, maken het dan weer herkenbaar als een echt verhaal van Guido Eekhaut.

Een teveel aan dodelijke slachtoffers kan een zwakke verhaalstructuur niet verhullen en de explosieve, maar totaal van de pot gerukte ontknoping laat alle denkbare alarmen die de grenzen van de geloofwaardigheid bewaken, in werking treden. Het enige lichtpunt in deze plot is dat de auteur afstapt van het veelvuldig gehanteerde “eind goed, al goed” principe. Zo spaart hij zijn publiek niet en laat hij al eens een slachtoffer vallen dat zijn lezers nauw aan het hart ligt. Het is trouwens niet voor het eerst dat hij zo’n plotwending inplant.

Hoewel de auteur het in alle toonaarden ontkent, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat te veel publiceren ergens toch een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het geleverde werk. Het boek Jalena lijkt hier dan ook een schoolvoorbeeld van te zijn.

Het definitieve verdict: 4/10

 

EOB.JPG


12-02-12

DEFLO Luc - Phobia



dlp.jpg

 

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.

De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?


Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.

Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.

De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.

Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.

Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.

Het definitieve verdict: 7/10

 

EOB.JPG


10-02-12

ADLER-OLSEN Jussi - Het Washingtondecreet

 

aojhw.jpg

 

De eerste alinea:
De kleine Pete Bukowski had minstens een uur onder het bord op hoofdweg 460 in het centrum van Wakefield staand turen naar de weg in de richting van Jarratt.

De korte inhoud
Bij een brute moordaanslag op de avond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen komt de vrouw van de Democratische kandidaat en uiteindelijke winnaar Bruce Jansen om het leven. De verbitterde nieuwe president vaardigt onmiddellijk een decreet uit om de rust en orde in de Verenigde Staten te herstellen. Doggie Rogers, medewerkster van Jansen, is getuige van de maatschappelijke woede die ontstaat als de Amerikanen beseffen wat er aan de hand is: de grenzen worden gesloten, de avondklok wordt ingevoerd, en het land staat binnen de kortste keren op de rand van een burgeroorlog. Bovendien wordt Doggies vader ter dood veroordeeld, omdat iedereen hem ziet als de moordenaar van de presidentsvrouw.
Doggie voelt zich machteloos, maar besluit toch om zich met een kleine groep geestverwanten in te zetten voor de democratie, en om het complot te ontsluieren waaraan de Amerikaanse samenleving is blootgesteld.


Het volledige rapport
Op enkele jaren tijd heeft de Deense auteur Jussi Adler-Olsen zich van nobele onbekende opgewerkt tot the hottest kid in thrillertown. Volkomen terecht overigens, want de vier boeken die zijn Serie Q ondertussen telt, zijn stuk voor stuk degelijke thrillers die getuigen van vakwerk met maatschappelijke relevantie. Net zoals gebeurde bij Dan Brown en ook volop aan de gang is met onder andere Harlan Coben, worden, surfend op deze golf van succes, de oudere boeken nu ook gretig op de markt gegooid. Nadat eerder al Het alfabethuis en De bedrijfsterrorist als duoboek in de boekenwinkels verschenen, is het nu de beurt aan het uit 2006 stammende Het Washingtondecreet.

In dit meer dan zeshondervijftig bladzijden tellend werk stelt de auteur zichzelf de vraag wat er kan gebeuren als een president de wetten misbruikt die in uitzonderlijke situaties het congres buitenspel kunnen zetten en die ingevoerd werden na de aanslagen van 11 september 2001. Of anders geformuleerd: wat als de USA gaat slapen als een democratie en wakker wordt als een dictatuur? Jussi Adler-Olsen vertelt dit verhaal vanuit het gezichtspunt van een aantal mensen uit de entourage van de kersvers verkozen president.
Als de tweede vrouw van Bruce Jansen, de kersverse president, vermoord wordt bij aanvang van het grote feest ter ere van zijn verkiezing, trekt de man zich terug, om pas boven water te komen als het moment is aangebroken om zich te installeren in het Witte Huis. Vrijwel meteen maakt hij werk van zijn enige beleidspunt: het land zo snel als mogelijk veilig te maken. Wapens en munitie moeten worden ingeleverd; de doodstraffen worden aan de lopende band zo snel mogelijk uitgevoerd en betogingen en rebelerende acties worden bloedig onderdrukt. Terwijl de Verenigde Staten van Amerika meer en meer begint te lijken op het Rusland van vijftig jaar geleden, vraagt iedereen zich af of de president nog wel bij zijn volle bestand is. Maar het klimaat van angst weerhoudt iedereen om te reageren. Bijna iedereen, want Doggie Rogers wiens vader, als opdrachtgever voor de moord op de vrouw van Bruce Jansen, veroordeeld werd tot de doodstraf, wil er alles aan doen om zijn executie die met rasse schreden dichterbij komt, te voorkomen, door de onschuld van haar vader te bewijzen. Samen met een aantal oude kennissen stapt ze in naam van de democratie op naar haar vroegere werkgever Bruce Jansen, de vierenveertigste president van de USA.

Michael Moore nagelde in 2004 met de documentaire Fahrenheit 911 de zogenaamde Patriot Act al publiek aan de schandpaal. Maar het is toch wel opmerkelijk dat de eerste misdaadauteur die dit gegeven gebruikt als ruggengraat van een boek uit Denemarken komt. En Jussi Adler-Olsen heeft er werkt van gemaakt, want de oplijsting van de markantste punten uit de presidentiële besluiten, de literatuurlijst en de verantwoording die het verhaal volgen beslaan nog eens een tiental paginas extra.

Het Washingtondecreet begint als een rasechte politieke thriller, maar deint, naarmate de persoonlijke belangen groter worden, uit tot een verhaal vol actie dat eindigt waar Brendan Dubois apocalyptische thriller De laatste dagen van Amerika zowat begint. De vraag hoe realistisch het beschrevene nu echt is, is mijn inziens niet te beantwoorden, maar de auteur slaagt erin gevoelens van verontwaardiging, machteloosheid en afschuw op te roepen bij de lezer, wat op zich al een verdienste is. Dezelfde gevoelens die ook bij Kind 44 van Tom Rob Smith naar boven gehaald werden.

Jussi Adler-Olsen tekent over het algemeen genomen een zeer aannemelijk scenario uit, maar sommige aspecten ervan liggen er zo dik op dat de ervaren thrillerlezer al een en ander kan voorzien. Gelukkig zijn er ook genoeg andere wendingen; de ene al wat geloofwaardiger dan de andere, waarbij de epiloog, na een explosieve ontknoping, in al zijn vredigheid inslaat als een bom.

Ook slaagt de auteur er perfect in zijn verhaal mooi de cirkel rond te laten maken, door een klein groepje mensen in het begin van het boek te introduceren en deze te laten evolueren tot sleutelpersonages, wat getuigt van een mooi stukje plotwerk. Natuurlijk had alles wat compacter gekund. Zo is onder andere het bladzijden lange discours om rechtbank aan te duiden die het proces van de moord op de tweede vrouw van Bruce Jansen mag voeren te uitgesponnen en zelfs overbodig.

Maar de eindconclusie is overwegend positief voor deze “what if”-thriller die zich vooral afspeelt in en om het Witte Huis in Washington D.C. en in Virginia, de thuisbasis zowel de president als Doggie Rogers. Het Washingtondecreet is een totaal ander boek dan de veelvuldig geroemde Serie Q, maar kwalitatief zo goed als van hetzelfde niveau.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


02-02-12

DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

 

dbimjk.jpg

 

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.

De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..


Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.

Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?

Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.

En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.

Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.

Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.

Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


Alle berichten