03-12-10

ASPE Pieter - Erewoord


ape.jpg


De eerste alinea:
Céline was dood. Dat had dokter Verwilgen vijfendertig minuten geleden vastgesteld. Daarna had hij de politie gebeld met de mededeling dat het wellicht een verdacht overlijden betrof. Een meisje van zevenentwintig ging immers niet zomaar dood. Hij was bovendien haar huisarts. Hij wist dat ze in blakende gezondheid verkeerde. Van In bekeek het dode meisje dat voor hem op de bank lag met een treurige blik. Zij lag op haar zij met alleen een badjas aan, alsof ze voor de televisie in slaap was gevallen.

De korte inhoud
Céline Dubois, een jonge vrouw, wordt dood aangetroffen bij haar thuis op de sofa. Hoewel er geen sporen zijn van een misdaad, heeft de huisarts die het overlijden vaststelt zijn twijfels. Wanneer het vermoeden rijst dat de doodsoorzaak vergiftiging is met het extract van de bessen van de Taxus baccata, ligt de conclusie dat het om zelfmoord gaat voor de hand.
Van In en Versavel vernemen dat Célines vriend het niet zo lang geleden heeft uitgemaakt. Werner Candries is zaakvoerder van een groothandel in bloemen en planten. Wijst de doodsoorzaak niet in zijn richting? Een passionele moord? Vergiftiging is in dat geval niet het middel bij uitstek. Had hij dan een reden om zijn ex te doden?
De zaak neemt een onverwachte wending als ‘de man op de motorfiets’ opduikt. Hij dringt bij Candries binnen en gaat genadeloos te werk. Gaat het om een ordinaire afrekening of bestaat er een verband tussen de man op de motorfiets en de andere gebeurtenissen waarbij steeds meer mensen betrokken raken?


Het volledige rapport
De uit Brugge afkomstige, naar Blankenberge uitgeweken, Pieter Aspe is veruit Vlaanderens best verkopende auteur van spannende boeken. Zijn politieverhalen met onderzoeksrechter Hannelore Martens, commissaris Pieter Van In en sidekick Guido Versavel behoort ondertussen, mede door de televisieserie Aspe die op de boeken gebaseerd is, tot het Vlaams cultureel erfgoed. Jaarlijks publiceert de auteur klokvast twee avonturen: eentje in het voorjaar en een ander in het najaar. Erewoord is al het zevenentwintigste boek met deze hoofdpersonages.

Hierin bijt Van In zich vast in het verdachte overlijden van een jonge vrouw, Céline Dubois. Het enige bruikbare spoor leidt naar haar ex-vriend die een plantencentrum uitbaat. Maar als getuigen in het onderzoek bedreigd en mishandeld worden door een mysterieuze boom van een kerel op een motorfiets, zo het wel eens kunnen dat er meer aan de hand is dan een passioneel drama.

Pieter Aspes verhalen blinken meestal uit door de ongelooflijke vlotheid waarmee de tekst voor de ogen van de lezer passeert, maar deze keer zit er wat te weinig glijmiddel op de zinnen. Het leest van minder vlot weg dan we van de West-Vlaming gewoon zijn. Trouwens hapert niet alleen zijn schrijfstijl wat in Erewoord, ook het plot voelt rommeliger en geforceerder aan dan in zijn vorige verhalen: een aantal van de wendingen zijn vrij ongeloofwaardig en lijken uit het niets te komen, zoals een illusionist van alles en nog wat uit zijn hoge hoed tovert. Hierdoor springt het verhaal bij wijlen van de hak op de tak, alsof de auteur zelf niet goed wist welke kant hij op moest en met een gebrek aan inspiratie kampte. Zelfs de cover lijdt aan deze ziekte, want hoewel de aanvallende slang een intrigerend en sprekend beeld is, heeft het geen enkel raakpunt met het verhaal.

Buiten de gimmick dat Van In zonder het te beseffen aan de zwier gaat met een van de daders, zit er weinig origineels in Erewoord, dat op routine lijkt te zijn geschreven.

Erewoord is lang niet zijn beste boek en stelt teleur. Maar met de frequentie waarmee de boeken van Pieter Aspe op de markt komen, hoeven de fans niet te lang ontgoocheld zijn. En samen met hen zeg ik dan ook: “Volgende keer beter.”

Het definitieve verdict:
5/10

EOB.JPG

26-11-10

ASPE Pieter - Kat en muis


apkem.jpg


De eerste alinea:
Elke trok het raam open en dwong zichzelf om naar benden te kijken. De gapende diepte onder haar werkte als een magneet. Haar benen werden slap en ze kreeg het gevoel dat ze haar evenwicht zou verliezen. Het zweet brak haar uit. Nee, dacht ze. Er moet een andere manier zijn om er een einde aan te maken…

De korte inhoud
Lidewij Franco – alias de generalísimo – is hoofdredactrice van het blad Climax. Ze is een harde tante en niet geliefd bij haar medewerkers. Vrienden heeft zij niet. De enige van wie ze houdt is haar hat Machiavelli, een Egyptische mau.
Bij Climax gaat het om primeurs en daarvoor heeft Lidewij Franco een netwerk opgebouwd. Haar onvolprezen instrument hiervoor is Roddelton, een weblog waar haar tipgevers berichten posten. Daar komt een grandioze tip binnen waar zij zeker wil mee uitpakken. De Belgische topwielrenner Eddy Van Looy, die op dat ogenblik deelneemt aan de Ronde van Frankrijk, zou in zijn jeugd het slachtoffer zijn geweest van een pedofiele priester. De reportage moet weer eens het verschil maken tussen haar blad en de mindere bladen, want: zeg nooit roddelblad tegen Climax.
Het artikel slaat in las een bom. De redactie van het blad wordt bestookt met mails, van lovend tot ronduit vijandig. Lidewij Franco wordt zelfs met de dood bedreigd. Daar trekt ze zich niets van aan. Maar dan gebeurt er iets wat deze gehaaide vrouw in een bang muisje verandert. Wat maakt haar opeens zo kwetsbaar?


Het volledige rapport
Voor veelschrijver Pieter Aspe is het moordende tempo van twee boeken per jaar blijkbaar nog niet voldoende, want deze bij de novembereditie van het maandblad Goedele zit als extraatje Kat en Muis. Na Grof Wild en De Japanse tuin een derde kortverhaal van zijn hand.

Kortverhalen zijn blijkbaar de manier van Pieter Aspe om even te ontsnappen aan de vaste personages uit zijn boeken. Ook deze keer dus geen Van In of Versavel, maar Lidewij Franco, een kreng van een vrouw die als hoofdredactrice van Climax een even streng beleid voert over haar redactie als haar Spaanse naamgenoot destijds over zijn land. Om week na week met een primeur te kunnen uitpakken gaat ze over lijken en worden de grenzen van de beroepsethiek als eens aan de laars gelapt. Als ze, na de publicatie van een pedofiliezaak met een bekend renner als slachtoffer, op een avond thuis komt, blijkt haar enige liefde, de kat Machiavelli, spoorloos.

Door Kat en muis aan te bieden bij een tijdschrift zou een win-win situatie moeten ontstaan: Enerzijds verwacht Sanoma Magazines dat de grote schare fans van de auteur zich massaal naar de krantenwinkel haasten om zich dit verzamelobject aan te schaffen en zo het tijdschrift meer bekendheid te geven. En anderzijds hoopt Pieter Aspe wellicht zijn publiek nog te kunnen uitbreiden, en zijn status van best verkopende Vlaamse misdaadauteur te versterken.

Bij dit laatste zet ik wat vraagtekens, want hoewel Kat en muis geschreven is met de typerende flair van de bekendste Bruggeling van deze eeuw, had het verhaal wat meer stoffering kunnen gebruiken. Wraak is natuurlijk een dankbaar thema om van een lineaire plot gebruik te maken, maar vijfentachtig bladzijden kunnen nooit volstaan om naast het introduceren van de personages en het uiteenzetten van de setting ook nog eens een rits aan opeenvolgende gebeurtenissen te bevatten, waardoor het verhaal wat diepte en sfeer tekort komt.

Gelukkig worden quasi alle personages perfect neergezet als herkenbare mensen. Met als kers op de taart Lidewij Franco, die in een paar zinnen een drie-eenheid kan vormen met Miranda Priestly (The devil wears Prada) en Cruella De Vil (101 dalmatiërs). De keuze om het meest onsympathieke karakter in de slachtofferrol te duwen is dan weer moeilijker te begrijpen, want niemand zal een traan laten als boontje om zijn loontje komt bij haar. Tenzij misschien voor de kat…


Kortverhalen schrijven is een kunst en Jac. Toes bewees, door in 1998 met Fotofinish de Gouden Strop weg te kapen, dat de perfectie te benaderen is. Kat en muis daarentegen haalt net niet het niveau dat we van Pieter Aspe verwachten, en dus blijft Grof wild tot nader order zijn beste novelle. Toch is het aardig meegenomen als tussendoortje. En er zit nog een Goedele bij met honderdvijftig bladzijden vol true crime artikels.

Het definitieve verdict:
4/10

EOB.JPG

24-11-10

UYTTENDAELE Ivo - Arteria Vertebralis

 

uiav.jpg

De eerste alinea:
Een vroege vogel is Jan Berkel nooit geweest en van in zijn studententijd had hij acht uur slapen nodig om met veerkracht op te staan. De laatste maanden lukt dit niet meer en dikwijls denkt hij dat de veren van zijn bed hem geen kracht meer geven. Als na tien uur slapen zijn wekker afloopt is hij een wrak en keer op keer drukt hij de sluimerknop in. Het aftelversje waarmee zijn grootmoeder hem gedurende de vakanties bij haar wekte, schiet hem regelmatig door het hoofd: zesuur slapen is genoeg, een luiaard mag er zeven tellen, op acht voorwaar heeft niemand recht. Vakantie was voor haar geen adempauze na een vermoeiend schooljaar, het was de voorbereiding op het nieuwe…


De korte inhoud
Een wereldvreemde psychiater wordt ervan verdacht de voorzitter van de Raad van Bestuur van zijn ziekenhuis op een ingenieuze wijze te hebben vermoord en slaagt er niet in zijn onschuld te bewijzen. Met de hulp van een Franse juriste en een Nederlands verpleegkundige die in de prostitutie heeft gewerkt, komt er schot in zijn zaak en vaart in zijn leven.


Het volledige rapport
.
Mechelaar Ivo Uyttendaele werkte als psychiater. Daarnaast was hij een tijd lang woordvoerder, ondervoorzitter en hoofdredacteur van het ledenblad van de Orde van Geneesheren. Functies waarin hij heel wat inkt liet vloeien in de vorm van verslagen en artikels en begon te dromen om wat fantasievollere teksten op papier te zetten.

Het eerste resultaat daarvan kreeg de titel Arteria Vertebralis mee en ligt nu in de boekhandel. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit debuut zich afspeelt in de medische wereld. Het hoofdpersonage, de wat eigenzinnige, tegendraadse en zelfs neurotische psychiater Jan Borkel, wordt verdacht van de moord op zijn beste vriend. Terwijl het officiële onderzoek op een laag pitje staat, wil Jan, met de hulp van vrienden, zijn onschuld bewijzen.

Ivo Uyttendaele een grote voeling heeft met de Nederlandse taal is een van de eerste dingen die men kan vaststellen tijdens het lezen van Arteria Vertebralis dat bol staat van de woordspelingen. Jammer genoeg overheerst het “creatief met taal”-gevoel het spannende element van het boek en krijgt men door de overdaad aan spitsvondigheden soms het idee getuige te zijn van een gesprek tussen tooghangers. Het had dus best wat selectiever gemogen, wat een positieve invloed zou hebben op de langdradigheid die het boek in zijn huidige vorm heeft

Door een bizarre, bijna wereldvreemde man als hoofdpersonage te kiezen vraagt de auteur ook veel inlevingsvermogen van de lezer, want niet alleen is het een bijna onbegonnen taak om Jan Borkel te zien als een realistisch figuur, tevens mist een aantal van zijn daden geloofwaardigheid. En wat te denken van de liftster die in het hoofdpersonage haar donorvader meent te herkennen. De auteur zal in zijn carrière wellicht veel markante persoonlijkheden hebben ontmoet, maar in Arteria Vertebralis ligt de concentratie ervan wat aan de hoge kant.

Ivo Uyttendaele heeft mogen ervaren dat er een hemelsbreed verschil ligt tussen het schrijven van zakelijke pennenvruchten en romans en heeft wat deze laatste categorie betreft nog een hele weg af te leggen.

Het definitieve verdict:
4/10


EOB.JPG

20-11-10

DEFLO Luc - Prooi

 

dlp.jpg

 

De eerste alinea
Inge Gerets dook het metrostation van Sint-Guido in. Het was er verrassend netjes maar leeg. In de hal heerste op het gekletter van haar hakken na een bijna sacrale stilte.

De korte inhoud
Vijf over elf. Inge Gerets komt van een personeelsfeestje in Brussel. Ze haast zich om de laatste trein richting Mechelen niet te missen. In Sint-Guido, de dichtstbijzijnde metrohalt, ligt het perron er verlaten bij. Als Inge overweegt om een taxi te nemen en rechtsomkeer wil maken, merkt ze tot haar verbazing dat ze niet alleen is. De jonge allochtoon, zelfverzekerd en arrogant, staart haar aan alsof hij naar iets smerigs kijkt.
Blijven of weglopen? Kiezen. De essentievan het leven. Maar wat als er geen keuze is? Inge beseft dat ze als een rat in de val zit. Ze raakt in paniek. Waarom ik? Probeert zichzelf te sussen. Die jongen wacht gewoon op een vrined. Haar gemoed schiet vol en ze haast zich naar het eind van het perron. Ben ik een racist? De jonge allochtoon komt haar niet achterna. Inge haalt opgelucht adem. Als haar ogen langs de muur glijden, ziet ze een vuilniszak. Het ding hangt over een bewakingscamera. Is dat toeval? Of het begin van een verschrikkelijke nachtmerrie waaruit Inge nooit meer zal ontwaken?


Het volledige rapport
Luc Deflo werd tweeënvijftig jaar geleden in Mechelen geboren. Daarna trok hij beetje bij beetje zuidwaarts om uiteindelijk in Brussel terecht te komen, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw die de hoofdstad van Venezuela omruilde voor die van België. Omdat hij als voltijdse schrijverschap een eenzame bezigheid vond, is hij al enkele jaren deeltijds adviseur bij de Belgische Bank KBC.

In het begin van zijn carrière schreef hij vooral toneel, maar in 1999 zette Luc Deflo met Naakte zielen zijn eerste stappen als misdaadauteur. Het boek was meteen ook het eerste deel van een serie rond de Mechelse speurder Dirk Deleu. Pitbull werd in 2008 bekroond met de Hercule Poirot prijs. Prooi is al het zeventiende boek van zijn hand en kan, ondanks het solo optreden van het vast personage schele Pierre Vindevogel, beschouwd worden als een verhaal dat buiten de reeks valt.

Deflo heeft de laatste jaren in huwelijks ontrouw een dankbaar onderwerp gevonden, want na Hoeren en Lust heeft hij het in Prooi weer tot hoofdthema uitgekozen. Het verhaal begint als Inge Gerets zich ’s avonds laat bedreigd voelt door twee allochtonen in een bijna verlaten metrostation. Als de late pendelaar en beursmakelaar Alex Dens haar uit de ongemakkelijke situatie redt, bedankt ze hem met een portie stomende sex. Maar in plaats van het einde betekent deze daad het begin van een nachtmerrie...

Door het veelvuldig gebruik van extreem korte zinnen; onvolledige zinnen dikwijls, slaagt de auteur er als geen ander in snelheid in zijn verhaal te krijgen en spanning op te wekken. Bij zulke passages voelt zelfs de lezer zijn hartslag stijgen. Maar het ruwe, bij wijlen ronduit grove taalgebruik resulteert ook in een koud, kil, bot, soms macho, onaangenaam op het vijandige af sfeertje waar niet iedereen zit op te wachten, maar dat perfect past bij zowel de hoofdstedelijke wijken vol vergane glorie waar het grootste deel van het verhaal zich afspeelt en als de meedogenloze personages die erin figureren.

Vooral het eerste deel van het boek wordt zeer geloofwaardig gebracht, waarbij de lezer zich gemakkelijk kan inleven in het hoofdpersonage. Later overheerst de actie, wat de spanningsboog ten goede komt, ondanks het feit dat sommige van de veelvuldige wendingen voor de liefhebber probleemloos kunnen voorspeld worden.

Prooi is een typische Deflo. Wie zich in zijn vorige boeken kon verliezen, kan met garantie op hetzelfde resultaat aan Prooi beginnen: veel vaart en harde actie, zoals er in Vlaanderen door niemand anders geschreven worden.

Het definitieve verdict:
6/10

EOB.JPG

 

 

 

11-11-10

CONRAD Patrick - Perdida's droom

 

cppd.jpg

De eerste alinea:
’Godverdomme, Maurice, hoe vaak moet ik het nog herhalen: we zitten hier niet in een Vlaamse thriller.’

De korte inhoud
Privédetective John Van Dyck ontmoet een jonge dakloze vrouw die zich niets meer van haar verleden herinnert en zelfs haar eigen naam niet meer kent. Gefascineerd door dit geheimzinnige wezen verwaarloost Van Dyck de lopende zaken en neemt hij Perdida, zoals hij haar noemt, in bescherming. Maar zijn protegee weet hem steeds opnieuw te ontglippen en naarmate zijn bezeten zoektocht naar haar identiteit vordert, verliest John Van dyck gaandeweg zijn eigen identiteit. Tijdens deze onverbiddelijke afdaling naar de hel komt hij de waarheid op het spoor en raakt hij verstrikt in een aantal onvermijdelijke gebeurtenissen die zijn eigen ondergang zullen betekenen.


Het volledige rapport

De uit Antwerpen afkomstige Patrick Conrad is een veelzijdig man, want naast romanschrijver, is hij ook poëet, cineast en tekenaar. Voor Starr mocht hij in 2007 de Diamanten Kogel in ontvangst nemen. Enkele maanden nadat hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft, rolt de fraai uitgevoerde roman noir Perdida’s droom van de persen.

Hierin krijgt privédetective John Van Dyck de tip dat de vermiste vrouw waarnaar hij op zoek is, werd gezien in Antwerpen. Als hij haar lokaliseert in de cel van het politiebureau blijkt al snel dat het een andere vrouw betreft. Maar haar totale geheugenverlies intrigeert hem. Hij doopt haar Perdida en ontfermt zich over haar, waarmee hij onbewust een speelbal wordt in een spel dat op verschillende niveaus gespeeld wordt. Maar John is niet bereid om zonder slag of stoot over zich heen te laten lopen.

De openingszin schreeuwt het al uit: dit is geen typische thriller. Hoewel het hoofdpersonage een detective is en zijn zoektocht enkele stinkende potjes opent is de plot niet sterk genoeg om het verhaal geloofwaardig tot bij de lezer te brengen. Niet alleen moeten een paar dei ex machina uit de mouw geschud worden, maar vooral het ontbreken van een gefundeerde reden waarom John zo gefascineerd wordt door de vrouw die hij Perdida noemt, vraagt veel toegeeflijkheid van het publiek.

Perdida’s droom moet het hebben van een andere troef. Namelijk de taalvaardigheid van de auteur, die er niet alleen in slaagt pareltjes van zinnen op papier te zetten, maar op sublieme wijze sfeer geeft aan het verhaal. Want hoewel het verhaal gedateerd is in de laatste jaren van vorige eeuw roept het boek op elke bladzijde herinneringen op aan de Amerikaanse zwart-wit films uit de jaren veertig en vijftig. De autotypes en de mobiele telefonie even buiten beschouwing gelaten, verwacht je zo Philip Marlowe of Sam Spade tegen het lijf te lopen.

De tegenstelling tussen de koele relatie die het hoofdpersonage in het echte leven heeft met zijn secretaresse en zijn erotische fantasieën over haar is in het begin een leuke gimmick, maar blijkt, door te veelvuldig gebruik, enkel een simpel mechanisme om wat bloot in het boek te kunnen verwerken.

Perdida’s droom heeft net zoals zowat alle personages in het boek twee verschillende identiteiten. Deze dualiteit maakt het er de recensent niet makkelijker op een eenduidige waardering uit te spreken, want Perdida’s droom scoort veel hoger als roman dan als spannend verhaal.

Het definitieve verdict:
5/10 (Thrillerscore: 3/10 - Romanscore: 7/10)


EOB.JPG

 

28-10-10

MENDES Bob - Scherprechter


mbs.jpg

De eerste alinea
De eerste keer dat ik Danny Stein in levende lijve te zien kreeg, lag hij naakt op zijn rug en in diepe slaap op een bed, met naast zich een al even naakte, slapende Perzische schone. Ze lag op haar zij naar hem gekeerd, met haar arm liefdevol over zijn borst. Het was een wellustig beeld dat nog een tijd op mijn netvlies bleef hangen. De scène vond plaats op de eerste verdieping van een afgelegen huis op de Kalmthoutse Heide dicht bij de Nederlandse grens. Toen ik Danny vond, was hij al een paar dagen vermist…

De korte inhoud
Een controversieel Antwerps strafrechter wordt herhaaldelijk met de dood bedreigd. Uit angst voor perslekken vraagt hij Sam Keizer de dader op te sporen. Sinds de moord op een vrederechter en haar griffier in Brussel is de veiligheid in de gerechtsgebouwen een belangrijk thema geworden. Wordt de rechter bedreigd door een gestoorde die zich wil wreken voor een onrechtvaardig vonnis of is hij verwikkeld in een guerre des juges die sinds meer dan een jaar uitgevochten wordt in de ivoren toren van Justitia? Bij haar onderzoek zal Sam ook het privé- en het beroepsleven van de rechter onder de loep moeten nemen en daarbij komt ze tot onthutsende vaststellingen. Niet alleen over wantoestanden bij de Belgische justitie, maar ook over de goede en slechte tot levensgevaarlijke eigenschappen van de mensen die in deze omgeving voor recht en rechtvaardigheid zorg moeten dragen.
Maar Scherprechter is ook – en vooral – het tragische verhaal van Quinten, de minnaar van Sams boezemvriendin Marion. Quinten is een vergane sportglorie en vrouwenversierder die in de naweeën van een herseninfarct in de greep is van een depressieve persoonlijkheidsstoornis.


Het volledige rapport

De in Antwerpen geboren en getogen Bob Mendes werkte jarenlang als accountant en geniet nu van zijn pensioen in het landelijke Schoten waar hij zijn dagen vult met onder andere schrijven en golfen.

Literair mag de auteur beschouwd worden als een laatbloeier, want toen hij pas op zijn zesenvijftigste begon te publiceren, twijfelde hij nog tussen poëzie en spannende boeken, maar na een paar jaar beide specialiteiten gecombineerd te hebben, koos hij resoluut voor het misdaadgenre waarin hij naam maakte als factionschrijver. Twee bekroningen met de Gouden Strop en een keer de Diamanten Kogel mogen een maatstaf zijn voor de kwaliteit van zijn werk.

Met Scherprechter ligt het negentiende spannende boek van zijn hand in de winkel. In tegenstelling tot wat titel en cover laten vermoeder heeft het boek niets te maken met het Wilde Westen, maar heeft het werk een opzet waarmee de auteur deels in de voetsporen treedt van zijn generatiegenoot Jef Geeraerts, door het verhaal te doorweven met kritiek op het systeem. Bob Mendes viseert de rechterlijke macht, die toevallig net op dit moment door de controversiële uitspraak in de zogenaamde parachutemoord in Vlaanderen fel onder vuur ligt, en de politiek die er maar niet in slaagt passende hervormingen door te voeren.

In het boek neemt de Antwerpse privédetective Samuela ‘Sam’ Keizer, die ook al haar opwachting maakte in Bloedrecht, de opdracht aan om de persoon op te sporen die rechter Willem Smits met de dood bedreigt. Tijdens haar onderzoek stuit ze op een aantal feiten die het onkreukbare imago van de magistraat doen wankelen. Omdat de zaak haar boven het hoofd groeit, roept ze de assistentie in van haar vriendin Marion, die het moeilijk heeft nu haar minnaar na een beroerte een heel ander, hardvochtiger, mens geworden is die rondloopt met zelfmoordgedachten.

Scherprechter wordt vanuit het standpunt van het hoofdpersonage en heeft een vakkundig gecomponeerde plot waardoor op het eind van het verhaal de cirkel mooi rond is. Tenzij het natuurlijk de bedoeling is om met deze personages, en Samuela, een echte serie uit te bouwen, moet ik toch vraagtekens plaatsen bij de aanwezigheid van Harry en Danny want op het zorgen voor wat erotische spanning na, staan ze het verhaal een beetje in de weg. Maar dat is dan ook het enige minpunt dat er aangestreept kan worden.

Een wellicht onbedoelde tragikomische noot wordt gevormd doordat de vader van Samuela en zijn vriendin zich af een toe uitdrukken in het Jiddisch, een taal die nauw blijkt aan te leunen bij het Duits, wat toevallig ook de taal is van het volk dat meer dan een halve eeuw geleden probeerde de Joden uit te roeien. Maar dat doet natuurlijk niets af aan het feit dat het Scherpschutter gewoon een goed spannend boek is.

Het definitieve verdict:
6/10


EOB.JPG

 

15-10-10

FELIERS Anja - Verleid me

 

favm.jpg


De eerste alinea
Haar stem was vlijmscherp en doorkliefde de lucht.


De korte inhoud
Ze was nooit van plan geweest iets met hem te beginnen. Ze had een prachtige man, twee schatten van kinderen, een veelbelovende carrière als schrijfster. Ze nam een risico. Een berekend risico. Een affaire van veertien dagen in het zuiden van Frankrijk was immeers makkelijk toe te dekken. Vol overgave geniet ze. Is het peilloze verdriet om de dood van haar dochtertje een mogelijke verklaring?
Hij houdt van haar. Ontegensprekelijk. De tragedie die zij samen hebben doorstaan heeft hun relatie alleen maar sterker gemaakt. Maar als zijn ex-vriendin na jaren opnieuw opduikt, komt alles op losse schroeven te staan. Hij voelt hoe beïnvloedbaar hij is, hoe kwetsbaar.
Als ze terugkeren van vakantie blijkt dat meerdere mensen op de hoogte zijn van haar affaire. Haar zorgvuldig bewarde geheim dreigt uit te komen. Zij zet alles op alles om haar relatie en haar gezin te redden. Maar een onbekende vijand heeft het op haar gemunt. Hij weet alles van haar en zij niets van hem. Het begin van een ongelijke strijd.


Het volledige rapport
De Limburgse Anja Feliers, die in 2011 de kaap van veertig jaar zal ronden, werd geboren in Bilzen en groeide op in het Belgisch-Limburgse Maasdorpje Rekem. Na haar huwelijk trok ze terug naar haar geboorteplaats waar ze nog altijd woont. Ze studeerde af als leerkracht Nederlands en staat nog altijd in het onderwijs.

In 2004 debuteerde ze als jeugdauteur met Donkere kamers. Vier andere titels volgden en in 2010 waagt ze zich met Verleid me voor het eerst aan een roman voor volwassenen. Hiermee krijgt de geschiedenis van de literaire thriller, die in 1997 begon met Het geheugenspel van Nicci French, nu ook een Vlaams hoofdstuk.

In Verleid me maken we kennis met Nanou, een vrouw met een gelukkig gezinnetje, met als enige smet het alom tegenwoordige verdriet om een overleden dochter. Maar op vakantie in het buitenland valt ze voor de charmes van Maxim en stort ze zich in een hartstochtelijke affaire. Terug in België pakt ze haar oude leven probleemloos op. Maar als haar geheime relatie toch aan het licht komt gaat ze de strijd aan met als inzet haar man en kinderen.

Anja Feliers levert een meer dan acceptabel spannend debuut af. Zo weet ze haar verleden als jeugdauteur volledig uit haar schrijfstijl te bannen en schetst ze een zeer geloofwaardige leefwereld, waarvan ze vermoedelijk veel scènes onttrok uit haar eigen ervaringen als vrouw, echtgenote, moeder, schrijfster en onderwijzeres. Ook zijn de personages – op de antagoniste na – best geloofwaardig op papier gezet

Haar keuze om de lezer, door middel van een dubbele ik-vorm, delen van het verhaal te laten beleven vanuit het perspectief van zowel Nanou als haar man Thomas zorgt enerzijds voor voldoende variatie om aan het lezen te blijven, maar is er tevens verantwoordelijk voor dat sommige aspecten van de plot voor de ervaren thrillerlezer te vlug aan de oppervlakte komen. Ook vertoont het eerste deel van Verleid me sterke parallellen met het verhaal dat Esther Verhoef in Rendez-vous vertelt.

Hoewel de plot overwegend goed in elkaar steekt is er op dit vlak nog enige ruimte voor verbetering. Zo stelt de lezer zich wellicht vragen bij de bedscene waarin Nanou half bewusteloos en herstellend van een lichte hersenschudding de liefde bedrijft – ondergaat is een beter woord - en er later nog met een positief gevoel op terug kijkt. En helemaal aan het eind laat Anja Feliers de kans liggen om te eruit te gaan met een knaller van formaat en de lezer perplex achter te laten. Het leek mij sterker als de voor waarheid aangenomen, en niet onomstootbaar bewezen, band tussen twee van de personages formeel zou ontkracht worden door Isabel.

De talrijke liefhebbers van de literaire thriller kunnen Verleid me blindelings aanschaffen. Anja Feliers zal hen met dit verhaal over liefde, relaties en wraak zeker niet teleurstellen.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

25-07-10

AEBI Belinda - Dubbelspel

 

abd.jpg


De eerste alinea
Hij zei dat mijn haar mooi was wanneer ik het met wat glanzende gel strak naar achteren kamde.

De korte inhoud

De jonge sommelier Thomas Vandamme wordt badend in het bloed aangetroffen op de stoep van een appartementsgebouw in Gent. Hij is naakt en zijn penis werd weggesneden. Alles wijst erop dat hij van de tweede verdieping is gevallen. Wat is de rol van Heleen Steyaert, culinair journaliste en bewoonster van de flat? Zij herinnert zich niets, maar haar genetisch materiaal is overal op het slachtoffer terug te vinden. Bovendien komt aan het licht dat ze een stel waren aan de universiteit voor gastronomie in Piemonte.
Onderzoeksrechter Maud Gelderman en haar rechercheurs Max Dobbelaere en Gijs De Baets zitten met de handen in het haar. Het onderzoek leidt hen naar Italië, waar ze in contact komen met Abruzzo, een steenrijke wijnboer, kopstuk van de maffia en een manipulator van formaat.


Het volledige rapport
Belinda Aebi werd bijna tweeënvijftig jaar geleden geboren uit een Belgische moeder en een Zwitserse vader, die samen het horlogemerk Rodania op de wereldkaart hebben gezet. Zij ruilde haar job als kinesitherapeute al snel in om een kwart eeuw lang leiding te geven aan de juwelenafdeling van het familiebedrijf. In 2008 verliet ze de firma om zich op het schrijven toe te leggen. Momenteel woont ze met haar gezin in Vlaams-Brabant.

In 2006 schreef ze teksten die de foto’s van Zeger Garré begeleiden in Hello Mister, een fotoboek dat de VZW Zebra Kids foundation in staat stelde een aantal scholen op te richten in de door een tsunami getroffen Indonesische provincie Aceh. Twee jaar later leverde ze onder de titel Swiss made een totaal ander werk af: de biografie van haar vader Manfred Aebi. En in 2010 zet ze, met Dubbelspel haar eerste stappen als misdaadauteur.

Het verhaal begint als de politie arriveert bij een lijk op de stoep. Door het ontbreken van zijn penis lijkt een ongeluk uitgesloten. Rechercheurs Max Dobbelaere en Gijs De Baets staan voor en moeilijke opdracht, want de bewoonster van de flat waaruit Thomas Vandamme naar beneden stortte, beweert zich niets te herinneren en het slachtoffer zelfs niet te kennen. De rechercheurs grijpen zich vast aan een strohalm van een spoor in de culinaire sector dat naar een regio van Italië wijst, waar de maffia een stevige voet aan de grond heeft…

De eerste indruk is dat Dubbelspel een aangenaam verhaal is, met een originele aanpak wat betreft de hoofdverhaallijn: in plaats van alles zo lang mogelijk verborgen te houden voor de lezer, geeft de auteur zo overvloedig veel hints omtrent de toestand van de hoofdverdachte dat je als lezer niet anders kan dan je voortijdige conclusies trekken. Maar op dat moment haalt Belinda Aebi die theorie meedogenloos onderuit, waarmee ze alvast het dwaalspoor van het jaar heeft opgezet in de Nederlandstalige misdaadliteratuur.

Sex verkoopt – dat weet iedereen - en dus offert Belinda Aebi een niet onaardig percentage van haar bladzijden op aan sex: van passionele liefde over prestatiegerichte, obsessionele sex tot misbruik. Het komt allemaal aan bod.

De hoofdpersonages worden mooi uitgewerkt tot aangename levensechte figuren en ondanks dat het werk de kaap van de tweehonderdvijftig pagina’s niet rondt, legt de auteur een mooie basis voor een eventuele serie met de twee rechercheurs en hun onderzoeksrechter.

Maar achter die positieve indruk ontwaart de meer kritische lezer toch een aantal punten die het niveau van het boek wat naar omlaag halen. Zo is zowat het hele Italiaanse gedeelte ronduit ongeloofwaardig: de speurders die letterlijk een paar keer overvliegen, en meteen genoeg informatie verzamelen om een plaatselijke don te ontmaskeren. Nu is het volgens misdaadauteur en woordvoerder van Politie Brussel Christian De Coninck, aan wie ik deze situatie voorlegde, theoretisch mogelijk om agenten zelfstandig in het buitenland te laten opereren, maar hij noemt het, door taalbarrières en gebrek aan kennis van de lokale wetgeving, toch onrealistisch. De gebruikelijke wijze waarop Belgische speurders in het buitenland opereren is door middel van een Internationle Rogatoire Commissie, waarbij de speurders aanwezig zijn, maar alle onderzoeksdaden uitgevoerd worden door de lokale politie ter plaatse.

In een benijdenswaardige poging om Dubbelspel mooi af te ronden ziet de auteur zich naar het einde toe genoodzaakt om alle eindjes met grove steken weg te werken wat een ietwat slordige indruk maakt.

Tot slot kan de muggenzifter zich afvragen hoe iemand met een werkend elektrisch keukenapparaat door huis kan lopen. Want de gemiddelde lengte van het snoer van zulke toestellen komt wellicht in de buurt van de volle honderdvijftig centimeter; oftewel twee stappen. En een verlengkabel vindt vrijwel nooit zijn natuurlijke habitat in een keuken.

Maar al bij al is Dubbelspel een leuk debuut dat zich perfect leent om mee te nemen op vakantie om het met verstand op nul gelezen te worden. Wie hiernaar op zoek is, mag best een extra puntje toevoegen aan deze score, maar de meerwaardezoeker wacht beter nog even vooraleer zich aan een werk van Belinda Aebi te wagen. Want Dubbelspel toont zeker potentie er is nog volop ruimte voor evolutie. Hopelijk krijgt ze ook de tijd.

Het definitieve verdict: 5/10


EOB.JPG

21-07-10

BERNAUW Patrick - Het bloed van het lam

 

bphbvhl.jpg

De eerste alinea
In de nacht van 2 op 3 januari wordt Maarten bruusk gewekt door Bruce Springsteen & The E Street Band. Of beter, door de ringtoneversie van ‘The Rising’, geproduceerd door zijn mobieltje. Het schurende stemgeluid van The Boss moet hij er zelf bij bedenken:

De korte inhoud
In het holst van de nacht wordt Maarten Dejonckheere opgebeld door Lena Christiaenssens. Maarten maakt een tv-documentaire over De Rechtvaardige Rechters, het paneel van het Lam Gods dat in 1934 werd gestolen uit de Sint-Baafskathedraal in Gent. De diefstal bleef onopgelost, maar Lena zegt er meer over te weten. Ook beweert ze op de vlucht te zijn voor haar familie, die al eeuwenlang een geheim genootschap zou leiden rond het Heilig Bloed van Brugge. Is Lena een fantaste? Of is er meer aan de hand?
Geen enkele stad pronkt er zo openlijk mee de enige echte Heilige Graal te bezitten als Brugge. Vlaanderen was dan ook de bakermat van de Orde der Tempeliers, die de behoeders van de Heilige Graal zouden zijn. Precies die Heilige Graal staat centraal in het Lam Gods, waarop ook de Tempeliers een prominente plaats innemen.
Maarten verliest zijn hoofd en hart aan Lena, die hem inwijdt in de geheime leer van haar familie en de waarheid achter de beruchte diefstal. Waarom werd het paneel van de gebroeders Van Eyck gestolen? Waarom wilden de nazi’s het terugvinden? Verbergt het paneel een geheim? Welke rol spelen de Tempeliers? En voor wie of wat is Lena wérkelijk op de vlucht?


Het volledige rapport
De in de Oost-Vlaamse caranavalstad Aalst geboren en nu in Erembodegem wonende Patrick Bernauw is al heel zijn professionele leven bezig met taal en fictie, zowel in geschreven als in gesproken vorm. Sinds 1985 leeft hij van zijn pen, waaruit al romans, toneelstukken scenario’s, hoorspelen, jeugdboeken en thrillers vloeiden.
Momenteel is hij vooral actief als bedenker en organisator van moord- en stadsspelen voor groepen en werkt hij met fotograaf Marc Borms aan een reeks boeken over mysterieus België.

Na een paar op zichzelf staande boeken voor volwassenen verschenen er drie historisch geïnspireerde verhalen met in de hoofdrol Maarten Dejonckheere, die voor een televisiereeks research doet naar mysteries uit de recente geschiedenis. In het eerste deel, Het bloed van het lam, spelen de graallegende en de uit 1934 daterende en nog altijd onopgeloste diefstal van het paneel De Rechtvaardige Rechters dat deel uitmaakt van Het Lam Gods, het meesterwerk van de schilderende broers Van Eyck, een belangrijke rol.

Maarten komt op onorthodoxe wijze in contact met Lena Christiaenssens, die beweert meer informatie te hebben over de beroemdste kunstroof van België. Maar omdat ze het verhaal van bij het begin wil vertellen, neemt ze Maarten mee terug naar de tijd van de kruistochten, Godfried van Bouillon en de Tempeliers, die van Brugge een Jeruzalem van het Westen wilden maken. Ook beweert Lena dat haar familie, die op uitzondering van zichzelf enkel uit mannen bestaan, een eeuwenoud geheim genootschap leiden. Maar Maarten is niet de enige die achter Lena’s informatie aanzit…

Patrick Bernauw is zeer vertrouwd met de geschiedenis van de diefstal van het paneel De Rechtvaardige Rechters: in 1991 publiceerde hij al Mysteries van het Lam Gods, een werk dat hij zelf omschrijft als een non-fictieroman. Het bloed van het lam is een herwerking van dat boek tot spannend verhaal en daarin ligt zowel de kracht als het achilleshiel van dit verhaal: in een poging een coherent verband te leggen tussen Christus, de Tempeliers, satanisme, de graal, de vrijmetselaars, de nazi’s, het Lam gods en het gestolen paneel voorziet hij zijn publiek van een grote hoeveelheid feiten, wetenswaardigheden en al dan niet bekende historische figuren. Veel te veel theorie zo blijkt achteraf, want even over halfweg wordt het de lezer allemaal te veel. Als een domme rekenfout op pagina 210 dan ook nog een deel van de complexe samenzweringstheorieën die de auteur wil uiteenzetten gewoonweg onderuit haalt, is voor de gemiddelde lezer de maat vol. Zelfs de fictieve spannende verhaallijn in het heden, die deze alles overheersende zware les geschiedenis zou moeten verluchten wordt er door versmacht. Enkel de echte fanatiekelingen zullen de egotripperij van deze graal- en Heilig Bloedfanaat tot aan het finale punt weten te appreciëren.

Ergens in het boek laat Patrick Bernauw een personage het volgende declameren over Umberto Eco’s De slinger van Foucault: “Als roman tamelijk mislukt maar voor het overige razend interessant”. Als men het woordje “razend” schrapt is deze oneliner meteen ook van toepassing om Het bloed van het lam, dat veel te zwaar op de maag ligt van de doorsnee liefhebber van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 3/10

EOB.JPG

24-06-10

BEYENS Danny - Het spoor van de jakhals

 

bdhsvdj

De eerste alinea
Weergoden hebben een voorliefde voor morbide humor. Tot die vaststelling kwam Eddy De Smet toen hij de asgrauwe lucht bekeek. Om de hemel zo onheilspellend grijs te laten kleuren, hadden ze vast een pact met de duivel moeten sluiten. En dat uitgerekend op dit moment, nu het lot – of was het zijn eigen stompzinnigheid? – hem weer een protagonisntenrol in deze danse macabre had toebedeeld.


De korte inhoud
Commissaris Coppens en hoofdinspecteur Degraaf van de Federale Gerechtelijke Politie in Turnhout worden opgeroepen voor een vreemde zaak. Tijdens de ontruiming van een kerkhof in Mol wordt een mummie opgegraven. Omdat het parket kwaad opzet vermoedt, wordt de FGP ingeschakeld. Het slachtoffer blijkt een man te zijn, maar verder ontbreekt elk spoor naar zijn identiteit. De enige aanwijzing is een afbeelding van een jakhals die op het lichaam wordt aangetroffen. Wanneer de FGP later een anonieme tip krijgt van een jonge vrouw lijkt er eindelijk schot in de zaak te komen, maar al snel wordt duidelijk dat deze tip het mysterie alleen maar groter maakt. De anonieme tipgeefster blijkt Laura De Win te zijn, een psychiatrische patiënte die net uit het Zorgcentrum is ontsnapt. Daar heeft ze verklaard dat de jakhals haar achtervolgt en wil vermoorden…
Na enig zoekwerk ontdekken Coppens en Degraaf dat Laura De Win kort daarvoor op vakantie geweest is in Egypte. Vijf mannen en twee vrouwen die elkaar van haar noch pluim kenden, hadden zich ingeschreven voor deze avontuurlijke rondreis. Maar wat de reis van hun leven had moeten worden, ontaardde in een ware nachtmerrie. Met zeven vertrokken ze, maar ze keerden niet allemaal levend terug…


Het volledige rapport

Kempenzoon Danny Beyens combineert een job in het onderwijs met journalistieke bijdragen aan de krant Gazet van Antwerpen. Hij woont in Westerlo, waar recent zijn nieuwste werk in het prachtige gemeentehuis werd voorgesteld.

Het spoor van de jakhals is al het derde boek met commissaris Ward Coppens en hoofdinspecteur Axel Degraaf in de hoofdrol. Eerder verschenen Quatre-mains en Date met de dood.

Deze keer begint het verhaal als er bij ruimingswerken op het kerkhof van Mol Donk een mummie wordt blootgelegd. Op het lichaam van deze recent begraven man wordt enkel een afbeelding gevonden van een jakhals. Via een tip van een jonge vrouw leidt de zoektocht naar zeven wildvreemden die enkele maanden eerder samen een avontuurlijke reis door Egypte boekten. Een reis die niet geheel verliep zoals verwacht.

Danny Beyens vertrouwt zijn verhaal in een vloeiende, vlot lezende stijl toe aan het papier, kruidt het met een snuifje humor en besprenkelt het vooral op de eerste bladzijden overvloedig met bijvoeglijke naamwoorden.

Het klassieke gegeven van de vloek van de farao is een veelvuldig gebruikt onderwerp in de wereld van film en boeken, maar de auteur steekt het deze keer in een ander, modieuzer jasje. Het basisidee achter Het spoor van de jakhals is goed gevonden en origineel te noemen, maar aan de uitwerking van plot naar boek kan nog gesleuteld worden. Zo heeft het eindresultaat, door de ellenlange uitweidingen over alle door de reizigers bezochte bezienswaardigheden, meer bestaansrecht als reisgids voor Egypte dan als spannend boek. Net zoals sommige figuren in de groep, vraagt de lezer zich ook wel eens af of er een einde komt aan de gidsbeurten die de auteur in de mond van een paar van zijn personages legt: feiten, data, namen en merkwaardigheden: het passeert allemaal de revue en leidt niet alleen de aandacht af van de spannende verhaallijn, maar haalt ook telkens weer de vaart uit het verhaal.


Het sterkste punt van het verhaal is de herkenbaarheid. Het is bijna een streekroman te noemen waarin bewoners van de Antwerpse Kempen zich niet alleen zullen thuis voelen wat betreft de gebruikte locaties, maar ook door de personages, wiens nuchterheid zeer doeltreffend beschreven wordt door Danny Beyens, die zich een adequaat observator toont.

De Egyptenaren geloofden in een leven na de dood en Jezus zou verrezen zijn, maar de truuk die Danny Beyens uithaalt met zijn dader is te klasseren onder het boerenbedrog. Hoewel het gegeven op zich niet slecht gevonden is, maakt het de lezer onmogelijk mee te speuren naar de mogelijke dader en voelt hij zich gepasseerd aan het einde van het boek.

Liefhebbers van Egypte en streekgenoten van de auteur zullen wellicht kunnen genieten van Het spoor van de jakhals, dat als spannend verhaal beschouwd toch licht ontgoochelt, omdat de auteur wilde pronken met zijn door research opgedane kennis van het land van de farao’s.


Het definitieve verdict: 4/10


EOB

 

12-06-10

BERKHOF Aster - Dodelijk papier

 
badp

De eerste alinea
Ze hielden allen van Babette. Hun Babette, zeiden ze. Die gewoonte was zeker ontstaan omdat zoveel in hun dorp van haar was. Bijna alles, zeiden ze soms, de grote herberg, met afspanning en logement, zo stond het op de gevel, de zagerij, de houthandel, een aantal huizen, opslagplaatsen, de eikenbossen overal om het dorp heen, tot in de heuvels.


De korte inhoud
In een mooi, rustig dorpje in de Ardennen staat een ruïne van een middeleeuws kasteel. Daarnaast bevindt zich een groot houtbedrijf met zagerij. Het bedrijf is eigendom van de sympatieke en sportieve Babette, die door iedereen geliefd wordt en voor wie de huwelijkskandidaten in de rij staan. Maar de rijke erfgename wijst hen allemaal af.
Op een dag ontmoet ze Niels Sommer, een grote aantrekkelijke man, een zwerver. Ooit was hij universiteitsdocent, maar het academische leven verveelde hem.
Babette valt als een blok voor de charmante levensgenieter. Ze huwen in het stelsel van algehele gemeenschap van goederen. ‘Niets is meer van mij alleen,’ zegt Babette, ‘het is nu allemaal van ons.’ Niels protesteert eerst, maar aanvaardt dan toch dit gulle aanbod. Hij maakt gauw deel uit van het plaatselijke verenigingsleven en organisseert het jaarlijkse dorpsfeest. De hoofdattractie van dit feest is een klank- en lichtspel waarbij een pop aan een strop hangt. Ook dit jaar is hij van de partij. Maar deze keer is het geen pop die aan de kantelen van de ruïne bengelt, maar Niels Sommer.
Dan komen de geruchten. Niels zou gegokt hebben, hij zou schulden gehad hebben, en hij nam het niet nauw met de huwelijkse trouw.



Het volledige rapport
Lode van den Bergh werd op 18 juni 1920 geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Kempen. Na zijn studies Germaanse filologie ging hij aan de slag als redacteur bij de krant De Standaard en werkte hij aan zijn doctoraat in de wijsbegeerte dat hem in 1946 verleend werd. Later verzeilde hij in het onderwijs wat hem in staat stelde een groot deel van de wereld te bereizen.

Zijn eerste werken dateren al van tijdens zijn studies. Om te voorkomen dat zijn boeken in de lichtere genres een negatieve invloed zouden hebben op zijn meer serieuze werk, opteerde hij ervoor om zijn romans uit te geven onder het pseudoniem Aster Berkhof. Ongeveer een maand voor hij negentig kaarsjes mag uitblazen en na een loopbaan die bijna zes decennia overspant, verschijnt met Dodelijk papier zijn honderdeneerste boek. Maar omdat hij werken publiceerde in uiteenlopende genres is het “slechts” zijn drieëntwintigste roman die als misdaadliteratuur gecatalogeerd staat.


Hierin maken we kennis met Babette Sanson, een symphatieke pretentieloze maar steenrijke jongedame die haar dagen vult met het besturen van het florerende houtbedrijf dat ze van haar vader erfde. Als ze kennis maakt met de dromer Niels Sommer is het liefde op het eerste zicht en wat later stappen ze in het huwelijksbootje. Niels is een aanwinst voor het sociale leven in het dorp en de twee lijken een goed huwelijk te hebben. Tot op een dag het levenloze lichaam van Niels in een strop hangt aan de muren van de plaatselijke burchtruïne. Gevallen? Gesprongen? Geduwd? Met zijn dood komen ook de roddels op gang: was hij een gokverslaafde? Een speculant? Een vrouwengek?

Op crime.nl staat bij deze auteur volgend citaat: “Het schrijven van een detectiveroman is een buitengewoon plezierig spelletje: je begint met het einde; je bent de enige die weet hoe het afloopt en het hele boek door doe je niets anders dan je lezers misleiden en op het verkeerde spoor zetten.” Zo beschouwd lijkt het componeren van een misdaadverhaal wel een fluitje van een cent. En deze blauwdruk hanteerde de auteur blijkbaar ook bij het schrijven van Dodelijk papier, want ondanks alle mogelijke sporen die onderzocht worden, blijkt de dader toch weer diegene te zijn die het meest op de achtergrond gehouden wordt.

Toch is de auteur een belangrijk aspect van het schrijven van een spannend boek uit het oog verloren: het moet de lezer boeien. Een hier wringt het schoentje een beetje, want hoewel de lezer massa’s zand in de ogen gestrooid wordt op weg naar de ontknoping, nodigt de gebezigde schrijfstijl niet uit om in het verhaal op te gaan. Wollig taalgebruik en de keuze om het verhaal grotendeels door middel van conversaties te vertellen, leiden tot langdradigheid en geven de indruk dat er heel het boek door vijwel niets gebeurt. En als er dan tegen het eind aan eindelijk eens een beetje actie plaatsvindt, loopt het nog fout af. Als Aster Berkhof daarenboven zijn publiek en personages regelmatig behandelt als onwetende kinderen, die de dingen op eenvoudige wijze belerend moeten uitgespeld en voorgekauwd krijgen, voelt de lezer zich toch wel beledigd. Alsof de auteur het lang achterhaalde standpunt - dat hoger opgeleiden zich beperken tot literatuur en het spannende boek voorbehouden is voor het plebs – immer aanhangt.

Dodelijk papier is dus niet meteen Aster Berkhofs beste werk. Maar mag men dat nog wel verwachten van een man op een leeftijd die de meesten onder ons niet zullen bereiken?

Het definitieve verdict: 4/10

EOB

08-06-10

DE LOOF Mieke - Labyrint van de waan

 
dlmlvdw

De eerste alinea:
De helling was volledig verijsd. Hard, groen ijs overdekt met een dikke laag los, geschilferd ijs. Nergens houvast en tot overmaat van ramp stak er een glaciale wind op.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, jezuïet en geheim agent, is opgenomen in Steinhof, het meest luxueuze sanatorium van Europa, en weet niet waarom. Beetje bij beetje herinnert hij zich zijn missie. Hij moet de katholieke fundamentalisten de fatale slag toebrengen door in Steinhof documenten van hun geheime genootschap, de Sodalitium Pianum, te stelen. Maar niets is wat het lijkt in Steinhof. Welke experimenten voert dokter Kozlowski in het holst van de nacht uit? Wat drijft dokter Epstein, die zo gepassioneerd is door het anarchisme? En waarom komt Fürstin Elisabeth von Thurn zo vaak de Steinhof Kirche bewonderen?
Hoe dieper Ignatz in het Steinhof-labyrint doordringt, hoe meer hij lijkt te verdwalen.


Het volledige rapport
:
De in Aalst geboren en getogen, maar naar Antwerpen uitgeweken, Mieke De Loof gaf haar professioneel leven in 2000 een andere wending. Ze gaf haar functie als docente filosofie en sociologie op om haar droom te verwezenlijken: schrijfster worden.

In 2004 werd haar spannend debuut Duivels offer meteen bekroond met de Hercule Poirot-prijs. Daarna was het twee jaar wachten op het vervolg, dat de titel Labyrint van de waan meekreeg en waarin hoofdpersonages en setting van het eerste boek werden overgenomen: een nieuwe reeks was geboren met de jezuïet, psychiater en geheim agent Ksaveri Ignatz die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zijn avonturen beleeft in Wenen, een van twee hoofdsteden van de toenmalige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarijë. Recent verscheen het derde deel in de reeks onder de titel Wrede schoonheid.

In zijn rol als geheim agent voor de Jezuïeten, krijgt Ksaveri de opdracht om een eerste stap te zetten die de ondergang van de fundamentalistische tak van de rooms-katholieke kerk moet inluiden. In het luxueuze sanatorium en kuuroord Steinhof moet Ksaveri proberen bezwarende documenten te ontfutselen aan een Belgisch advocaat die behoort tot de fundamentalisten. Maar tijdens zijn verblijf merkt Ignatz op dat een aantal medewerkers, gasten en bezoekers zich vreemd gedragen, wat het uitvoeren van zijn taak er niet makkelijker op maakt.

Dat voor Mieke De Loof taal en stijl primeren op inhoud en spanning is met haar meest recente uitgave Wrede Schoonheid ondertussen iedereen opgevallen. Maar ook voor haar eerder werk gaat deze stelling op. Maar de sterkte van Labyrint van de waan is toch te vinden in een heel ander gegeven: haar keuze om het verhaal grotendeels te beperken in plaats en tijd. De compactheid van de setting die meteen ook het aantal opgevoerde personages limiteert, zorgt voor een degelijke, geconcentreerde basis waarop het verhaal kan geschilderd worden.

Zo geeft ze de lezer een mooie inkijk in het Weense Steinhof: een instelling die zijn primaire reden van bestaan - de behandeling van psychiatrische patiënten – financiert met de royale inkomsten van poepsjieke gezondheidskuren die gericht zijn op de financiële elite van Europa. Maar de auteur beperkt zich niet tot het beschrijven van de luxueueze vakanties waarvan deze rijken daar genieten, maar ze licht eveneens een tipje van de sluier op omtrent het uitproberen van nieuwe behandelingen, en de zucht naar erkenning van het personeel, dat in de voetsporen van hun beroemde land- en tijdgenoot Sigmund Freud wil treden.

Men zou bijna vergeten dat er tussen al deze beschrijvingen door ook nog een spannend verhaal verteld wordt in Labyrint van de waan. Dit vertrekt vanuit een eenvoudig opgezette plot, steekt af en toe de kop op, maar glijdt grotendeels bijna onopgemerkt tot aan een ontknoping die nogal uit de lucht komt te vallen en daarom een beetje beter gemotiveerd had mogen worden, dan nu het geval is.

Al bij al heeft Mieke De Loof het tijdloze thema van de strijd om macht in een originele formule gegoten, gegarneerd met wat grandeur van weleer en er een mooi verteld verhaal van gemaakt.

Het definitieve verdict:6/10


EOB

 

06-06-10

DE LOOF Mieke - Wrede schoonheid

 

dlmws

De eerste alinea
Ksaveri Ignatz stormde de monumentale trap van de universiteitshal af en stopte. Zijn ex-professor, die hij zo lang niet meer had gezien, stond in gedachten verzonken tussen de arcaden rond de binnenplaats. Een verdwaald dier, dat de kudde niet meer kan vinden, flitste het door Ignatz’ hoofd.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, psychiater, jezuïet en geheim agent, ontmoet bij toeval zijn ex-professor Von Graff. Ze lunchen samen. De volgende dag wordt de professor vermoord aangetroffen. De laatste die hem levend heeft gezien, is de omstreden schilder Egon Schiele. Dan wordt bekend dat er een serie gruwelijke moorden op jonge meisjes heeft plaatsgevonden. Ook hier is een verband met Schiele, maar Ignatz en zijn goede vriendin Elisabeth hebben sterke aanwijzingen dan Schiele de perverse moordenaar niet is. Ze openen de jacht.


Het volledige rapport
:
De uit het Oost-vlaamse Aalst afkomstige, maar al jaren in Antwerpen wonende, Mieke De Loof besloot dat de recentste eeuwwisseling de gelegenheid was om haar leven om te gooien. Ze ruilde haar job als docente filosofie en sociologie in voor het in Vlaanderen onzekere bestaan van voltijds schrijfster.

In 2004 maakte ze een opgemerkte entree in de wereld van het spannende boek: Duivels offer kaapte meteen de Hercule Poirot-prijs van dat jaar weg. Nog eens twee jaar later volgde Labyrint van de waan en recent verscheen haar derde boek in de serie rond jezuïet, psycholoog en geheim agent Ksaveri Ignatz die opereert in het Wenen van net voor de Eerste Wereldoorlog.

In dit laatste boek loopt Ksaveri toevallig professor Von Graff, een van zijn favoriete vroegere docenten, tegen het lijf om ’s anderendaags te moeten vernemen dat de man vermoord werd. Zich verschansend achter melancholische motieven, geeft de onderzoeksrechter de zaak aan Elisabeth, een Habsburgse geheim agente, die in de wijze waarop de moord in scène gezet werd veel verwijzingen ziet naar het werk van de controversiële schilder Egon Schiele. Elizabeth betrekt Ksaveri bij haar onderzoek en het duo slaat de handen in elkaar in hun zoektocht naar de moordenaar die de schuld blijkbaar wil afschuiven op hun beider lievelingskunstenaar.

Na een eerste oogopslag vreesde ik, door het grote lettertype waarin Wrede schoonheid op papier gezet werd, dat mij de editie voor slechtzienden of beginnende lezers was toegestuurd. Maar algauw bleek mijn voorbehoud ongegrond. Deze keuze werd wellicht ingegeven om het verhaal toch de kaap van de tweehonderd bladzijden te kunnen laten ronden.

Al van bij de eerste bladzijden valt op hoeveel aandacht er is besteed aan het taalgebruik. De vertelstijl overstijgt het geschreven woord en vraagt erom gedeclameerd te worden; de kracht die uitgaat van het boek schreeuwt om een bewerking tot een performance of theatervoorstelling. Wie durft deze handschoen op te nemen? Maar de ander kant van de medaille van al dat werk is dat de taal alle aandacht voor zich opeist en het verhaal een zekere steriliteit bezorgt: er zit geen hoekje of rafeltje aan.

Wrede schoonheid is het eerste boek dat verschijnt na de overstap van de auteur van uitgeverij The house of books naar De geus. Maar ook inhoudelijk is er een stijlbreuk tussen de eerste twee boeken en dit werk. Voor het eerst is het hoofdpersonage niet aan het werk als religieus spion, maar wordt hij als detective geprofileerd, die een moordenaar moet ontmaskeren en, als het even kan, stoppen. Ook heeft de relatie tussen Ksaveri en Elisabeth von Thurn een enorme wijziging ondergaan: de twee flirten met hun wederzijdse aantrekking; misschien zelfs verliefdheid en staan op zo’n vertrouwelijke voet die aan het eind van Labyrint van de waan absoluut niet voor de hand lag.

Hoewel Mieke De Loof wat betreft de opbouw van haar verhaal een grote stap voorwaarts heeft gezet en een aantrekkelijke plot uit haar mouw schudde, schenkt ze te weinig aandacht aan het opbouwen en handhaven van de spanning in het verhaal. Getuige daarvan zijn eveneens de bijna terloopse ontknoping en het einde dat de deur wagenwijd opent voor een vervolg. “Schone wreedheid” misschien?

Historische misdaadroman staat er op de omslag, en die vlag dekt perfect de lading. Er had zelfs nog “literair” toegevoegd kunnen worden. Wrede schoonheid is zonder twijfel een zeer mooi klassevol boekje geworden dat perfect past in de fondslijst van Mieke De Loofs nieuwe uitgever. De vraag is alleen of het geen parel voor de zwijnen is. Of anders gesteld: is er wel een groot publiek voor? Want menig traditioneel liefhebber van het spannende boek, die eerder op zoek is naar spanning dan naar schoonheid – ook al is ze wreed van aard – zal zich toch wel overdonderd voelen bij de overvloedige referenties aan historische figuren die slechts bij ingewijden een belletje doen rinkelen en die een enorme belemmering vormen voor het manifesteren van de spanning. Referenties die een geïnteresseerde lezer al meteen voor een hele tijd aan het lezen kunnen zetten in een poging zich bij te scholen op het vlak van literatuur, psychologie, schilderkunst, filosofie en glasblaaskunst van eind achttiende en begin negentiende eeuw. Maar Mieke De Loof timmert gedreven voort aan haar kunnen als misdaadauteur en maakt boek na boek vorderingen, wat belooft voor de toekomst…

Het definitieve verdict:8/10 als roman – 6/10 als thriller

EOB

23-05-10

VERSTRAETEN Koen - Het Ibrahim comité

  

vkhic

De eerste alinea
De sluisdeuren van Vancouver Airport schoven open en Harry Witters stapte met zijn gele plastic reiskoffer Canada binnen. In de aankomsthal stond een handvol opgewonden mannen op wacht om een gemeenschappelijke kennis in de armen te sluiten. Twee van hen hielden een bord omhoog met daarop in morsige letters ‘Welcome home honey. We all love ya’. Harry zag haar staan tussen die houthakkershemden. Zij was blond en droeg een grijs colbert boven op een spijkerbroek. Zij was de vrouw van zijn vader.


De korte inhoud:
Achter de vergrendelde deuren van de Sankt Michaelabdij in Siegburg ontmoeten kopstukken van alle religies van de christelijke traditie elkaar. Ze vormen het Ibrahim comité dat twee keer per jaar beraadslaagt over de dreigende beschavingsoorlog tussen de islam en het christendom. Alle aanwezigen hebben trouw gezworen aan de regels van het genootschap. Verraad wordt onverbiddelijk gestraft.
Ondanks de strenge veiligheidsmaatregelen slaagt journalist Harry Witters er in om de abdij binnen te dringen. Harry Witters was tot voor enkele maanden een onbetekenende redacteur bij een advertentieblad. Nu gaat een wereld van intriges, moord en hypocrisie voor hem open. Wat wil de Vaticaanse geheime dienst van hem? Welke rol speelt de vriendin van zijn overleden vader? Harry Witters twijfelt om de waarheid te publiceren. Als de Westerse wereld verneemt wat hij weet, dreigt de ondergang.


Het volledige rapport
:
De Vlaming Koen Verstraeten werkt al jaren als journalist voor de krant Gazet van Antwerpen en woont al drie decennia in Nederland. Met Het Ibrahim comité maakt hij zijn intrede in de wereld van het spannende boek.

Nadat autojournalist
Harry Witters door de Vaticaanse geheime dienst wordt gerecruteerd klimt hij, met de ene na de andere primeur, snel hoger op de ladder van invloedrijke nieuwsjagers. Als de Ufficia Informazione hem de opdracht geeft het Ibrahim comité in diskrediet te brengen, trekt hij naar Siegburg waar de afgevaardigden van alle splintergroepen van het christendom achter gesloten deuren proberen terug te keren naar een eengemaakte godsdienst, om zo sterker te kunnen ageren tegen de opkomst van de islam in de westerse wereld. Maar ook andere invloedrijke groeperingen trekken aan zijn mouw, waardoor Harry begint te twijfelen of het publiceren van zijn artikel wel een verantwoorde beslissing is. Want de gevolgen van deze primeur zouden wel eens ver strekkende gevolgen kunnen hebben.

Het gebeurt niet vaak dat men een auteur ziet groeien naarmate een boek vordert, maar dat is exact waar we hier getuige van zijn: daar waar Het Ibrahim comité nogal aarzelend van start gaat met een sfeertje dat doet denken aan de films True Lies en Mr.& Mrs. Smith groeit het uit tot een echte spionageroman die staat als eens huis en die in Vlaanderen zijn weerga niet kent en die daarenboven origineel uit de hoek komt door niet weer eens Amerikaanse, Britse, Russissche of Israëlische agenten ten tonele te voeren, maar te opteren voor kleinschalige godsdienstige geheime groeperingen, die elk hun steentje willen bijdragen om visie op het christendom proberen te realiseren.

Het gegeven en de uitwerking doet zeer onvlaams aan en de internationale uitstraling wordt versterkt door scenes te situeren in Canada, Siegburg, Vaticaanstad, Peru, Dubai, zonder Brussel en Antwerpen uit het oog te verliezen natuurlijk. Door een groot aantal feiten in het verhaal te verweven, en een paar uiterst verrassende alternatieve waarheden te verkondigen, zorgt Koen Verstraeten voor een hoge mate van herkenbaarheid.

Enkel het feit dat zowat elk personage in het boek geheim agentje speelt en de vriendelijke wijze waarop deze geestelijke varianten van James Bond met elkaar omgaan zorgen voor een opstootje van ongeloofwaardigeid in deze voor het overige fascinerend geschreven machtsstrijd tussen progressieven, conservatieven en anders denkenden: Of hoe tien jaar na Dominique De Rudderes Iedereen beroemd het nu de beurt is aan Koen Verstraetens iedereen spion.

Met Het Ibrahim comité levert Koen Verstraeten een meer dan verdienstelijk debuut af en zadelt hij zichzelf op met een levensgroot probleem: hoe kunnen zijn journalistieke stukken ooit nog vertrouwen wekken bij het lezend publiek, nu er zwart op wit gedrukt staat hoe goed deze man is in het verzinnen van verhalen?


Het definitieve verdict: 7/10

EOB

 

16-05-10

CLAES Jo - Dood in december

 

cjdid

De eerste alinea:
Geeuwend, met de handen gevouwen in de nek, rekte Joke Bielen zich uit. Ze voelde zich geradbraakt. Haar schouders deden pijn, haar benen tintelden alsof ze urenlang gewinkeld had en haar schoenen leken twee maten te klein geworden. Eigenlijk was ze veel te moe om vanavond nog uit te gaan, maar ze had Ingrid beloofd om te komen en haar vriendin zou het haar beslist kwalijk nemen als ze niet opdaagde.


De korte inhoud:
Op een ijskoude ochtend in december spoelt het naakte lijk van een jonge vrouw aan op de oever van de Dijle. Zodra Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de politie van Leuven, ter plaatse komt, stelt hij tot zijn schrik vast dat hij het slachtoffer de avond voordien heeft ontmoet op de receptie van een tentoonstelling.
Samen met zijn team probeert Berg te achterhalen wie de brutale moord op zijn geweten heeft en wat de betekenis is van het vreemde voorwerp dat in het lichaam van het slachtoffer wordt aangetroffen. Gaat het om een seksuele moord? Of heeft de dood van de jonge vrouw iets te maken met een mysterieuze, 15de-eeuwse incunabel die al wekenlang de gemoederen in Leuven verhit?
Berg raakt ongewild verstrikt in een web van intriges die het uiterste vergen van zijn beoordelingsvermogen. Tot overmaat van ramp gebeurt er tijdens oudejaarsnacht iets wat het hele voorafgaande onderzoek op losse schroeven zet.


Het volledige rapport
:
De bijna vijfenvijftig jaar geleden in Hasselt geboren Jo Claes bleef na zijn studies Germaanse filologie hangen in de Vlaams-Brabantse universiteitsstad Leuven. Hij woont er nog steeds en vult zijn dagen met lesgeven, genieten van het leven, het verzamelen van objecten in de religieuze sfeer en schrijven.

Zijn eerste boek, De stenen toren hield hij dertig jaar geleden boven de doopvont. Na een aantal romans en non-fictie, waarin ook het christelijke geloof centraal staat, resulteerde een weddenschap in 2008 in De zaak Torfs, het spannende debuut van deze aimabele Bijbelkenner. Verleden jaar volgde De blinde vlek en nu is met Dood in december het derde deel in de reeks van de Leuvense speurder Thomas Berg in de winkels aanbeland.

De verkoop van een zeldzame wiegendruk uit de vijftiende eeuw zorgt voor heel wat animo in het wereldje van bibliothecarissen, verzamelaars, antiquairs en historici. Als de huidige eigenaresse ervan op een winterse ochtend volledig ontkleed dood wordt teruggevonden aan de oever van de Dijle, heeft hoofdinspecteur Thomas Berg meteen een mogelijk spoor. De onderzoeksrechter is echter niet overtuigd en denkt eerder in de richting van een zedenmisdrijf. Het Leuvense rechercheteam staat voor de moeilijke zoektocht naar motief en dader. En net als ze denken alles op een rij te hebben, zorgt oudejaarsnacht ervoor dat de gedurende het onderzoek opgestelde hypothesen onderuit gehaald worden.

Als we spannende boeken zouden vergelijken met drankjes, zijn het gros van deze werken pilsjes, die vlotjes geconsumeerd kunnen worden, maar waarvan de smaak niet lang blijft hangen. Een aantal zijn speciaalbieren die met smaak gedegusteerd worden en een eigen karakter hebben. Enkele zijn topwijnen: zeldzame pareltjes die voor altijd in het geheugen blijven hangen. Dood in december is een longdrinkof cocktail: het straalt een zekere klasse uit en is vooral bedoeld om rustig van te genieten.

De keuze van de auteur om zijn misdaadverhalen te situeren in de wetenschappelijk-historische wereld van de restauratie, archeologie of ditmaal de incunabelen, geeft er automatisch een zeker cachet aan. Zijn rustige vertelstijl, die het verhaal aan de lezer ontplooit op het tempo van een kabbelend beekje, staat ook deze keer weer garant voor enkele uren leesgenot.

Het is eigen aan de longdrink dat het beduidend meer glasvulsel, in de vorm van frisdrank of fruitsap, bevat dan alcoholhoudende vloeistoffen. En dat je goed moet schudden of roeren om een evenwichtig drankje te verkrijgen. Ook dit is terug te voeren op Jo Claes’ meest recente pennenvrucht: tijdens de zeer uitgebreide inleidende fase van het boek, lijkt het verhaal zich te ontspinnen tot een licht erotische novelle, maar net als de lezer zich begint af te vragen wanneer het eindelijk spannend wordt, wordt de alcohol onderaan het glas bereikt en gaat het verhaal echt van start. De ingrediënten mochten een beetje beter door elkaar geroerd zijn.

De opgevoerde personages worden – op uitzondering van onderzoeksrechter Hove na, die een echt karikatuur is van de dwarsliggende ambtenaar – wondermooi getekend en komen zeer levensecht over: het zijn geen actiehelden, maar figuren als u en ik met hun (on)hebbelijkheden en zorgen. Toch moet Jo Claes erover waken de focus niet te zeer te verplaatsen van de plot naar de personages, want de lezer zit niet echt te wachten op de tot in de kleinste details beschreven werkwijze waarop de protagonist zijn oudejaarsmaaltijd bereidt.
Wat betreft de locaties, of het nu cafés, eetgelegenheden of historisch erfgoed betreft, slaagt de auteur er telkens weer in de lezer te verrassen met bijzonder mooie plekjes in het Leuven dat hij kent als zijn broekzak. En het oud gemeenteraadslid kan het niet nalaten het huidige stadsbestuur af een toe een veeg uit de pan te geven door het hoofdpersonage wat kritiek te laten spuien op het huidige beleid. Dit alles resulteert erin dat er een zeer realistisch kader geschetst wordt, wat de geloofwaardigheid van het geheel ten goede komt.

De combinatie van onderwerp, stijl en locaties hult Dood in december – en bij uitbreiding de hele reeks – in een zeer aparte sfeer die de lezer het unieke gevoel geeft een historische roman in handen te hebben die zich wonderwel niet in lang vervlogen tijden, maar in het heden, afspeelt. En daarmee verzekert de auteur zich terecht van een eigen plaatsje in de Vlaamse wereld van het spannende boek.

Een paar kleine, verwaarloosbare, details niet te na gesproken, is Dood in december een pareltje van een misdaadroman, waar mee Jo Claes zijn kunnen bevestigt.Het boek is dan ook een aanrader voor elke lezer – fans van spannende literatuur en anderen – en verplichte lectuur voor zij die de interesse voor kunst en geschiedenis, gecombineerd met een misdadig plot, hoog in het vaandel dragen.


Het definitieve verdict: 8/10


EOB

08-05-10

EEKHAUT Guido - Loutering


 

egl

De eerste alinea:
De mist die over de laaggelegen delen van het landschap hing zou niet direct optrekken, maar waarschijnlijk tot de middag blijven hangen. Het was per slot van rekening januari, hartje winter en intens koud. Kouder dan het in deze streken had mogen zijn. De dagen ervoor had het wat gesneeuwd. Niet veel, maar genoeg om alle objecten die aan de elementen waren blootgesteld – bomen, struiken, rotsen – te bedekken met een onregelmatig laagje krakend wit poeder, dat alleen in de verbeelding van optimistische wintersporters voor sneeuw kon doorgaan. Er liepen nog geen sporen over de bodem en er waren in de hele omgeving geen dieren te bekennen. Zelfs de vogels durfden zich niet te vertonen. Omdat het windstil was, bewoog er in het landschap niets. Het was net een immens schilderij van een naargeestige kunstenaar die alleen nog maar zwart, wit, grijs en een beetje bruin op zijn palet had.


De korte inhoud:
Hoofdcommissaris Alexandra Dewaal en inspecteur Walter Eekhaut verlaten na een mysterieus bericht van een informant de achterafstraatjes van Amsterdam en reizen af naar de besneeuwde Ardennen. Daar doen ze op een open plek tussen de bomen een macabere vondst. In een circel staan zeven lange staken waarop zwartgeblakerde lijken zijn vastgeketend. Op de muur van een vervallen hutje aan de rand van de cirkel prijken met bloed geschreven zinnen:

De wereld lijkt eeuwig te duren
Maar het is slechts
De droom van een slaper

Voordat ze kunnen achterhalen wie de daders zijn, volgen er meer moorden van een minstens even huiveringwekkende wreedheid. Aan het tweetal de bijna onmogelijke taak dit buitensporige geweld een halt toe te roepen.


Het volledige rapport
:
De in Leuven geboren en nog steeds an de rand van die stad wonende Guido Eekhaut is heden ten dage professioneel werkzaam bij de Belgische tak van de bank BNP Paribas-Fortis bank.

Na grofweg 25 jaar lang de meest uiteenlopende schrijfsels – van journalistieke stukken, over hoorspelen en fantasyverhalen tot filosofische essays - uit zijn pen vloeiden, hield hij in 2009 met Absint zijn eerste spannende boek boven de doopvont en won er de Hercule Poirot prijs mee. Zowat een jaar later is het tweede boek, Loutering, in de boekhandel verkrijgbaar. Ook deze keer is de plaats van handeling weer Amsterdam en worden de hoofdrollen opgeeist door hoofdcommissaris Alexandra Dewaal en hoofdinspecteur Walter Eekhaut.
Naast deze reeks, heeft de auteur nog twee projecten lopen in het misdaadgenre. Onder het pseudoniem Nellie Mandel publiceert hij policiers die in het verre Canada gesitueerd worden en onder zijn eigen naam verschijnen de boeken van het multimediaal project Wolven, dat verder bestaat uit een speelfilm en een televisieserie.

In Loutering vinden Dewaal en Eekhaut, na een anonieme tip, diep in de Ardennen een verzameling van zeven in een cirkel opgestelde brandstapels, compleet met verkoolde lijken. Voor het onderzoek goed en wel opgestart is, sterven er in Amsterdam ook een aantal mensen door verbranding. Alles wijst op rituele moorden. Maar wie doet zoiets en waarom? Onder steeds toenemende druk probeert het team van Alexandra Dewaal de daders te identificeren en op te pakken.

Met de ingrediënten van Loutering heeft een auteur een ruwe diamant in handen: een internationale connectie; godsdienstige sektes; gruwelijke moorden; echt gebeurde, door iedereen gekende rampen die geïntegreerd kunnen worden ... Schrijvers als Benny Baudewyns zouden staan te springen om een gegeven van dit formaat te mogen bewerken tot een fonkelende steen. Guido Eekhaut heeft ervoor gekozen dit plot uit te werken tot een compact verhaal dat amper zeven dagen overspant en veel bladzijden te vullen met mijmerende personages en breedsprakerigheid. Zo blijft hij vasthouden aan het meermaals, anders geformuleerd, herhalen van dezelfde bedenkingen; feiten en vaststellingen, dat ook zijn vorig boek ontsierde. Hierdoor ontstaat enerzijds een gevoel van oppervlakkigheid en wordt anderzijds ruimte ingepikt die gebruikt kon worden om het verhaal van wat meer diepgang en grootsheid te voorzien.

Veel van de troeven die het plot bevat worden niet uitgespeeld: de internationale connectie loopt er verloren bij; de sekte, het Genootschap van het vuur, wordt nooit geloofwaardig en de connectie met de geschiedenis wordt amper uitgediept. Kortom, de lezer blijft op zijn honger zitten. Zelfs de wijze waarop het boek eindigt, zorgt niet voor de klapper die het had kunnen zijn, omdat de auteur al te vroeg in het verhaal in zijn kaarten laat kijken en een tip van de sluier hieromtrent oplicht. Gelukkig bevat de aanloop tot die ontknoping toch nog een kleine plotwending die de lezer kan verrassen.

Oppervlakkigheid vinden we ook terug in de uittekening van de personages, waarvan de meesten zonder familie door het leven gaan: ofwel zijn alle verwanten dood; ofwel hebben ze gebroken met hun familie. Het spreekt vanzelf dat dit het voor de auteur makkelijker maakt de figuren op papier te zetten, maar de toevallige lezer mist, door deze minimale invulling toch een deel van de achtergrond van de protagonisten. Alle persoonlijke geschiedenissen kwamen natuurlijk wel aan bod in het eerste boek van de reeks, dat dan ook best gelezen wordt vooraleer aan Loutering te beginnen. De vier maanden in Amsterdam hebben van het hoofdpersonage blijkbaar ook een ander mens gemaakt. Niet alleen lijkt hij wel een lammetje geworden, want zijn constante neiging om zich af te zetten tegen alles wat nog maar naar gezag lijkt beperkt zich nu tot zijn gedachten. In tegendeel, het is Alexandra die nu zijn drift heeft overgenomen. Ook is hij stilaan op weg om Pieter Aspes Van In achterna te gaan, want Walter heeft nu ook op tijd een stond wat alcohol nodig om te kunnen functioneren.

Loutering stelt als opvolger van Absint teleur: oeverloze mijmeringen van de personages overheersen wat een degelijk spannend verhaal had kunnen worden, maar het het merendeel van de tijd niet is.

Het definitieve verdict: 4/10


EOB

 

01-05-10

AGTEN Eric - Headlines

 

aeh_tn


De eerste alinea
‘Brand?’


De korte inhoud:
Een telefoontje op een maandagochtend geeft een dramatische wending aan het leven van Pierre Lodewijks, bediende bij de krant Het Belang van Limburg. Deze doodbrave man wordt een speelbal in de handen van een seriemoordenaar en afperser. Aan de orde zijn een onmogelijk dilemma, de loyaliteit ten opzichte van een werkgever, falend speurwerk van de politie, de sensatiezucht van de media en de dagelijkse strijd om de krantenlezer.



Het volledige rapport
:
De in het Belgisch Limburgse dorp Heusden-Zolder geboren Eric Agten droomde van de journalistiek, maar studeerde boekhouden. Toch kwam hij terug bij een krant. Tijdens zijn loopbaan bij Het belang van Limburg – Concentra bij uitbreiding - die zeventien jaar duurde oefende hij verschillende functies uit en leverde hij journalistieke bijdragen over de wereld van de atletiek. In 2000 wisselde hij het concern in voor een management functie bij de afdeling public relations en marketing van het het Nederlandse themapark Mondo Verde en later stapte hij in de wereld van het copywriten en het organiseren van evenementen.

Zijn ervaringen bij de krantenuitgeverij inspireerden hem tot het schrijven van een misdaadverhaal. In 2004 verscheen Headlines bij uitgeverij Houtekiet en tot op heden staat dit werk geboekstaafd als zijn enige wapenfeit in de wereld van het spannende boek.

In tijden van teruglopende krantenverkoop wordt een beroep gedaan op de creativiteit van het personeel. Misschien moet ik maar een moord plegen oppert de trouwe bediende Pierre Lodewijks. En zijn wens wordt verhoord, want ’s anderendaags heeft de krant een primeur over een mogelijke seriemoordenaar die in Limburg opereert. Maar de moordenaar kiest Pierre uit als zijn instrument om de krant enkele miljoenen af te persen. En Pierre kan geen kant uit want de moordenaar lijkt al zijn bewegingen te kunnen volgen en ook op de politie geeft niet de indruk de arme man te willen helpen.

Dat men een journalist de knepen van het schrijven niet meer hoeft aan te leren blijkt ook deze keer weer. Met een vlotte pen zet Eric Agten zijn verhaal uiteen voor de ogen van de lezer en leidt deze rond op een krantenredactie waarbij zowat alle dagelijkse problemen de revue passeren. Hij dicht Het belang van Limburg zo’n grote rol toe dat men zich begint af te vragen of dit boek niet gesponsord werd door de krantenuitgeverij in kwestie. Maar het is nu eenmaal een publiek geheim dat de auteur het bedrijf tot in de kleinste hoekjes kent als zijn eigen broekzak; en schrijven over wat men kent maakt het auteursleven wellicht wat makkelijker.

Hoewel deze vakkennis garant staat om een degelijke achtergrond te bieden voor het verhaal, is het scenario van Headlines, net iets te mager en veel te snel doorprikbaar om te resulteren in een goed spannend boek. Voor de liefhebbers van het genre wordt al wel zeer snel – te snel - duidelijk wie de dader is, en daarmee gaat meteen een deel van het leesplezier in lucht op, en belandt dit boek in de categorie vakantielectuur.

Het definitieve verdict: 4/10 

 

EOB

 

09-04-10

DEFLO Luc - Jaloezie

 

dlj

De eerste alinea
De vrouw was ordinair, met opzichtig aangebrachte eyeliner en centimeterlange valse wimpers, maar net dat maakte haar aantrekkelijk. De flashy, roodgelakte beha paste mooi bij de laarzen. Een soort van kaplaarzen, zoals visserslaarzen maar dan eleganter, van zwart leer en met stilettohakken.

De korte inhoud:
Een woonwijk in Heffen bij Mechelen wordt opgeschrikt door een moord. Irene Vandesompel werd op gruwelijke wijze vermoord. Met vierendertig messteken. De overbuurvrouw is de laatste die de vrouw in leven heeft gezien, toen de ex-man van Irene, met wie ze in een vechtscheiding was verwikkeld, die middag de kinderen kwam ophalen. Maar de ex heeft een ijzersterk alibi, en andere getuigen zijn er niet, hoewel de feiten plaatsvonden in een rustige buurt met sociale controle.

Uit de autopsie blijkt dat de dader ‘slechts’ zeventien keer wild heeft toegestoken, met een heggenschaar van het merk Fiskars. Aan die strohalm klampen rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck zich vast. Gaandeweg wordt duidelijk dat ook gezellige buren een duister kantje kunnen hebben. Mendonck en Deleu, die van de ene verbazing in de andere vallen, raken compleet verstrikt in een web van sociale intriges en ontketenen ongewild een kettingreactie van geweld die niemand voor mogelijk hield.

 

Het volledige rapport:
De uit Mechelen afkomstige auteur Luc Deflo combineert het schrijverschap met een deeltijdse baan bij de Belgische bank KBC. Een aantal jaar geleden verruilde hij dit Antwerpse provinciestadje via een aantal tussenstops voor de Belgische hoofdstad, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw van Zuid-Amerikaanse origine en hun zoontje.

Die verandering van omgeving werd ook weerspiegeld in zijn boeken, want drie jaar lang ruilde hij de reeks rond de Mechelse speurders Bosmans en Deleu in voor de avonturen van de leden van Cel 5 die zich in het Brusselse situeerden. Maar momenteel hebben maneblusser Deleu en zijn companen hun tweede adem gevonden - getuige daarvan is de bekroning van Pitbull met de Hercule Poirotprijs 2008 - en worden hun belevenissen afgewisseld met op zichzelf staande boeken als Angst en Lust.

Zijn meest recente pennenvrucht die de titel Jaloezie meekreeg, is al het zestiende spannende boek van zijn hand en de elfde met Jos Bosmans en Dirk Deleu als voornaamste protagonisten. Hierin worden de speurders geconfronteerd met een niet alledaagse moord: in een doodlopend straatje in het rustige forensendorpje Leest wordt in haar huis het verminkte lichaam gevonden van de alleenstaande moeder Irene Vandesompel. Het buurtonderzoek levert op wat sappige roddels na, weinig op. Maar hoe langer het onderzoek doorgaat hoe meer intriges tussen de bewoners van dat rustige straatje er boven water komen: burenruzies, omkoping, buitenechtelijke relaties, stalking,... Er lijkt maar geen eind aan het lijstje te komen en steeds meer raken de speurders ervan overtuigd dat het antwoord op de vragen wie Irene vermoordde en het waarom besloten liggen in die verbanden tussen al die buurtbewoners.

Luc Deflo is met voorsprong de Vlaamse auteur met de meest directe schrijfstijl. Door het bij wijlen ongepolijst taalgebruik dat hij zijn personages in de mond legt, de soms uitzichtloze situaties waarin hij zijn slachtoffers manouvreert en zijn manier van verhalen die zonder veel tierlantijntjes recht op doel afgaat, onpopt hij zich tot de Stuart MacBride van het Nederlandse taalgebied. Enkel hetzelfde gevoel voor humor ontbreekt in zijn boeken. Ook in dit verhaal blijft de auteur trouw aan deze voor hem typische manier van vertellen.

Deze stijl impliceert dat er weinig inkt besteed wordt aan het intekenen van de locaties. Veel meer dan hier een daar een straat- of plaatsnaam zal de lezer niet terugvinden in Jaloezie, zelfs niet als de auteur hem meeneemt langs toch wel kenmerkende locaties uit de streek rond Mechelen. De auteur vindt zijn personages veel belangrijker dan het decor waarin zij zich bewegen en zij worden dan ook zeer menselijk, maar niet altijd fraai, getypeerd. De levensechtheid van deze figuren, en hun emoties kleuren het verhaal en zijn er voor een groot deel verantwoordelijk voor dat de lezer er zich onwaarschijnlijk snel in thuis voelt. Door de schaal van het oude gezegde dat ieder huisje zijn kruisje heeft een beetje uit te vergroten naar het niveau van een straat, zorgt hij voor herkenbaarheid, want net zoals ieder dorp zijn gek heeft, heeft iedere straat ook zijn markante figuur.
Wel is het even schrikken als de auteur meermaals hints rondstrooit dat het einde van de loopbaan van Jos Bosmans stilaan in zicht lijkt te komen, maar de lezer moet zich maar vasthouden aan de spreekwoordelijke strohalm dat in de wereld van het boek tijd een rekbaar begrip kan zijn.

Zowel het plot als de ontknoping van Jaloezie zijn beide onwaarschijnlijk vergezocht maar zo magistraal in mekaar gepuzzeld dat de auteur er zonder enig probleem mee weg kan komen en het boek zich bij de betere uit de reeks schaart. Als een volleerd zandmannetje strooit Luc Deflo bij het uitschrijven kilo’s zand in de ogen van zijn publiek, door het team van rechercheurs het ene na de andere scenario te laten ventileren in reactie op elke vooruitgang, tegenslag of dood spoor in het onderzoek. Dit laatste genereert zoveel vaart dat het soms lijkt alsof er wel tig moorden gepleegd worden door bijna evenveel verschillende daders. Maar aan het eind van de rit komt toch de meest voor de hand liggende dader bovendrijven. En net dat is misschien de achilleshiel van dit werk.

Met Jaloezie levert Luc Deflo het bewijs dat, ondanks dat uitgeverij Manteau veel energie besteedt om hun zogenaamde Next Generation - bestaande uit Piet Baete, Toni Coppers en Bavo Dhooge – te promoten, de oude garde nog lang niet klaar is om afgeschreven te worden. Het is dan ook een pageturner van formaat geworden met een verloop de naam labyrint waardig.

Het definitieve verdict:
7/10

EOB
 

09-03-10

VAN LAERHOVEN Bob - De wraak van Baudelaire

 

vlbdwvb_tn

De verpakking:
Een voorzijde die in al zijn facetten stijlvol is: de keuze voor een grijs-blauwe achtergrond waartegen in goudkleurig handschrift de titel geschilderd werd en een grafisch werkstuk dat genoeg mysterie uitstraalt om op te vallen; zelfs zonder gebruik te maken van opvallende kleuren. Kortom een mooie cover.
De achterflap is al even sober uitgevoerd, maar de citaten uit de pers doen weinig terzake omdat ze betrekking hebben op een ander werk van de schrijver.

De inhoud:
Parijs, september 1870. De eerste Pruisische obussen treffen de stad. De arbeiders creperen van de honger. De adel zoekt zijn toevlucht in orgieën en séances. Artiesten klagen de dreigende burgeroorlog in Frankrijk aan en roepen op om verenigd tegen de Pruisen op te trekken. De Parijzenaars zitten als ratten in de val, maar worden gefascineerd door een reeks gruwelijke misdaden die hen de oorlogsrealiteit doet vergeten.
Commissaris Lefèvre, een oudgediende van de Frans-Algerijnse oorlog, moet de bizarre moorden oplossen. Op elk lijk worden versregels uit de omstreden bundel De bloemen van het Kwaad van de pas gestorven dichter Charles Baudelaire gevonden.
Lefèvre komt op het spoor van een duivels complot dat zich vertakt tot in het hof van keizer Napoleon III zelf. Dat houdt commissaris Lefèvre niet tegen. Tot zijn onderzoek hem leert dat kwaad overal is. Ook in hemzelf.


Het rapport
:
Literaire duizendpoot en journalist Bob Van Laerhoven verruilde de Kempische zandgrond van zijn jeugd voor de kalkhoudende zandsteen van het Oost-Vlaamse Balegem waar hij momenteel woont. Zijn eerste stappen als auteur zette hij in de jaren zeventig van vorige eeuw met een aantal sciencefictionverhalen. Midden jaren tachtig maakte hij de overstap naar de literaire roman en weer een paar jaar later verscheen met Dubbelspoor zijn eerste spannende boek. Tot op de dag van vandaag blijft hij niet alleen actief in deze twee laatst vernoemde genres, maar plaatst hij zijn naam ook onder non-fictie, opiniestukken, biografieën, poëzie, theaterstukken, kinderboeken, reisverhalen, columns en journalistieke artikels.

Met de op zichzelf staande historische misdaadroman De wraak van Baudelaire won de auteur in 2007 de Hercule-Poirotprijs voor het beste Vlaamse spannende boek van het jaar. In dit boek, worden de inwoners van het Parijs van 1870 niet enkel opgeschrikt door de granaten van het Pruisische leger dat aan de stadspoorten staat, maar ook door een aantal gruwelijke moorden die binnen de muren van de Franse hoofdstad gepleegd werden. Commissaris Lefèvre, die het onderzoek voert, vindt op elk van de verminkte lijken stukjes poëzie van de hand van de dichter Charles Baudelaire, die echter al een paar jaar geleden het tijdelijke omwisselde voor het eeuwige. Als de commissaris en zijn rechterhand Bernard Bouveroux ook persoonlijk betrokken raken, bijt hij zich als een pitbull vast in deze vreemde zaak.

De ervaring heeft mij ondertussen al geleerd dat jury’s die spannende prijzen moeten uitreiken dikwijls gecharmeerd worden door boeken die eruit springen; atypische thrillers dus, waar de lezende man met de pet zich meestal moeilijk in kan vinden. Diezelfde ervaring laat mij ook cloncluderen dat een groot aantal van die bekroonde boeken het spel aangaan met de grens tussen het spannende en het literaire. De wraak van Baudelaire past perfect in dit rijtje.

Bob Van Laerhoven schetst een ongelooflijk mooi historisch tijdsbeeld waarvoor de term achtergrond tekort schiet. De belegering van Franse hoofdstad door de Pruisen en de als gevolg daarvan door ontberingen getekende en tegen de hongerdood vechtende Parijzenaars, is een personage op zich, dat de rode draad vormt waarrond de auteur zijn fictief verhaal geweven heeft. Wel loopt de lijst der opgevoerde personages hoog op omdat de auteur grote aantallen historische figuren ten tonele voert met als enige bedoeling de geschiedkundige geloofwaardigheid te verhogen.

Spijtig genoeg is het fictieve spannende verhaal niet van dezelfde hoge kwaliteit. Hoewel het plot zeer origineel gevonden is en quasi perfect op de geschiedenis geënt wordt, resulteert een teveel aan toevalligheden in een ongeloofwaardig geheel, waardoor de zorgvuldig opgebouwde degelijkheid ook een flinke knauw te incasseren krijgt. Zo declameert het hoofdpersonage tot tweemaal toe een aantal dichtregels uit het werk van Baudelaire en wordt er telkens quasi op de volgende bladzijde, bij het volgende slachtoffer een verwijzing gevonden naar net die stukjes poëzie. Een ander markant voorbeeld valt te noteren als de protagonist, op zoek naar zijn verdwenen vriend en collega, diens woonst, waarvan de deur open stond, bezoekt, en droogjes vaststelt dat er enkel een belangrijk document ontbreekt. En daarna wordt er bizar genoeg met geen woord meer gerept over de van het toneel verdwenen speurder. Gelukkig verguldt de – naar de normen van de wereld van het spannende boek – originele ontknoping de bittere nasmaak nog iets of wat.

Toch is teleurstelling omtrent deze gemiste kans het overheersende gevoel: De wraak van Baudelaire had alles in zich om een memorabel stuk spannende proza te worden, maar nonchalance veroordeelt dit werk tot de vergeetput, ware het niet dat het voor eeuwig en altijd op de lijst der bekroonde thrillers zal staan.

Het verdict: 3/10

EOB


18-02-10

RYSERHOVE Katrien - De forummoorden

 

rkdf


De verpakking:
Met een cover die vooral uit fletse kleuren bestaan is dit geen boek dat meteen zal opvallen tussen alle anderen in de rekken van een boekenwinkel. Als men het dan toch ter hand neemt wordt het oog meteen getrokken naar de buitenproportionele strop die een stratenplan omkadert, dat enkel door de lokale bevolking zal kunnen gesitueerd worden. Maar die locatie maakt dan wel weer integraal deel uit van het verhaal.
Op de achterflap wordt dezelfde soberheid aan kleuren gehandhaafd, maar hier resulteert het wel in een stijlvol geheel. Een referentie naar de webstek en wat meer informatie omtrent te auteur hadden er nog bij gemogen, desnoods door de korte inhoud wat beperker te houden..

De inhoud:
Omdat de bouw van het Gentse Muziekforum, een idee van Gerard Mortier niet doorgaat, wil een onbekende man het stadsbestuur onder druk zetten om alsnog over te gaan tot de goedkeuring van het project. Hij schrijft een aantal brieven onder het pseudoniem ‘De Meester’ en bedreigt daarin de Gentse bevolking. Het bestuur denkt dat het een misselijke grap is en gaat niet op het ultimatum in. Ook de politie krijgt pas argwaan wanneer plots een aantal mensen verdwijnen vlak voor de Gentse Feesten van start gaan.
In een brief aan de journalist, Tony Blat, kondigt de Meester al zijn moorddadige plannen met zijn slachtoffers aan. Tussen politie en pers wordt nu ‘gevochten’ om de informatie. Tony Blat gaat zelf op onderzoek uit, maar komt telkens een stap te laat.
Ook de rechercheurs van Jan Hoffer kampen met een probleem. Ze moeten het oorspronkelijk zonder hun baas doen, want die is met vakantie, tot grote ergernis van Tina Van Tacq.
Tien dagen lang loopt Gent gebukt onder de dreiging van de Meester. Niemand is nog veilig. De strop wordt steeds meer aangetrokken en hangt uiteindelijk om Tina’s hals!


Het rapport
:
Regente Nederlands-geschiedenis Katrien Ryserhove stond twintig jaar voor de klas toen de schrijfmicrobe haar te pakken kreeg. In eerste instantie goot ze het levenswerk van haar vader omtrent de zogenaamde moorden van Beernem in boekvorm. Omdat de gevestigde uitgevers niet meteen warm liepen voor het werk, besloot deze Oost-Vlaamse dan maar om het niet alleen in eigen beheer uit te geven, maar ook haar eigen uitgeverij, Het moment, te beginnen. Naast schrijven en uitgeven doorkruist deze gedreven dame het land met voordrachten en monologen gebaseerd op haar boeken en ervaringen als auteur.

Na De moorden van Beernem maakte Katrien Ryserhove in 2005 haar spannend fictiedeuut met Regie mortis, waarin de wereld kennis maakt met hoofdinspecteur Jan Hoffer en rechercheur Tine Van Tacq, die ondertussen tot de vaste hoofdpersonages in haar werk verworden zijn. Het in 2007 verschenen De forummoorden is haar derde politiethriller, die ook weer in Gent gestitueerd werd.


Hierin worden de Gentse Feesten overschaduwd door interventies van de Meester, een geheimzinnige man, die op deze wijze het stadsbestuur wil dwingen om terug te komen op hun beslissing om het Muziekforum niet te bouwen, om zo de eerste stap te zetten om van Gent een kunststad te maken naar het voorbeeld van het vijftiende eeuwse Firenze. Samen met journalist Tony Blat, die fungeert als spreekbuis van de Meester, proberen Tina en Jan deze man, wiens acties als maar driester worden, een halt toe te roepen, maar die lijkt hen altijd een stap voor te zijn.

Het komt niet vaak voor, maar in De forummoorden zien we de schrijfstijl van de auteur meegroeien met het verhaal. In het begin is het overwegend een opeenvolging van zeer korte zinnen, die zorgen voor een staccato leesgevoel dat weliswaar past bij spannende situaties, maar dat onaangenaam aanvoelt bij het lezen van beschrijvingen. De lezer wordt opgezadeld met een jachtig gevoel, zonder dat daar eigenlijk een andere aanleiding is dan de gebezigde stijl. Maar naarmate het verhaal vordert, worden de zinnen langer, wat voor een zekere vloeiendheid zorgt, waardoor het leesplezier ook toeneemt. Het lijkt bijna alsof het boek door twee personen geschreven werd. Of alsof het boek een tijdje onafgewerkt heeft liggen rondslingeren waardoor de eerste hoofdstukken ouder zijn dan de laatste. Maar wellicht is Katrien Ryserhove gewoon zelfzekerder geworden naarmate het verhaal vorderde en ze zich beter kon inleven.

Dat Gent een mooie stad is met prachtige locaties, hebben Bavo Dhooge en Marthe Maeren ons gelukkig al geleerd, want op een paar uitzonderingen na, wordt het gebruik van de locatie overwegend beperkt tot een opsomming van straatnamen, wat enorm contrasteert met de obsessie van het hoofdpersonage om van de Oost-Vlaamse hoofdstad ook een kunst- en cultuurstad te maken met wereldfaam. Maar daar staat dan weer tegenover dat het politieteam, met Tina en haar familie op kop, kleurrijke figuren zijn met een zeer hoge graad van herkenbaarheid.

Het idee achter De forummoorden is goed gevonden en origineel bedacht, maar aan de uitwerking ervan kon nog wel wat geschaafd worden. Doordat de eerste acties van de Meester het kattenkwaad maar met een graadje overstijgen, en met moeite zullen opgenomen worden in de statistieken van de kleine criminaliteit, sleept het verhaal bij momenten lang waardoor de spanningsboog veel gelijkenissen vertoont met een sinusoïde. Maar naar de ontknoping toe bewijst de auteur dat ze wel degelijk over de nodige capaciteiten bezit om spanning doelgericht onder woorden te brengen.

Het boek mist ook de hand van een goede corrector of redacteur, die wellicht had kunnen voorkomen dat een aantal onzorgvuldigheden nog vervat zijn in het eindproduct, zoals onder andere mails die plots een ander onderwerp krijgen.

Hoewel De forummoorden best een onderhoudend verhaal vertelt, staat een teveel aan kleine minpuntjes in de weg om er een echt goed spannend boek van te maken. Maar Katrien Ryserhove bewijst dat ze nog voldoende potentieel in zich heeft om te groeien als auteur van spannende boeken.

Het verdict: 5/10

EOB


20:21 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 5, nederlandstalig, policier, ryserhove_katrien |  Facebook |

25-01-10

TEIGELER Piet - Een dode op Sint-Anneke


tpedosa_tn


De verpakking:
Hoewel het geen cover is die meteen in het oog springt, wekt hij, eens opgemerkt, wel de nodige nieuwsgierigheid op door het mysterieuze sfeertje dat uitgestraald wordt. De donkere kleuren van de geheimzinnige schaduw aan de rand van het water in de nabijheid van een al even donker bootje maken een kandidaat koper meteen benieuwd naar de inhoud. Door het gebruik van niet al te grote letters voor auteursnaam en titel verstoren deze, in toch wel felle kleuren afgedrukte woorden het hele concept zelfs niet.

De achterflap is zeer sober uitgevoerd, met enkel maar witte letters op een zwarte achtergrond. Buiten de korte inhoud en een paar citaten uit de pers is er weinig extra informatie op te vinden, wat wel jammer is.

De inhoud:
Op het strand van Sint-Anneke wordt op een mooie zomerdag een dode vrouw in bikini aangetroffen. Ze ligt op haar rug onder een vrolijk gestreepte parasol. Een kogelgaatje in één van haar jukbeenderen wijst op moord. Een professionele moord. De politie staat voor een raadsel. Niemand weet wie de vrouw is, hoe ze op het strand gekomen is, laat staan waarom ze is geliquideerd.

 

Het rapport
De in Spanje verblijvende auteur Piet Teigeler werd in 1936 in Antwerpen geboren uit een Duitse vader en een Vlaamse.moeder. Door zijn afkomst beleefde hij tijdens de oorlogsjaren een woelige jeugd. Na een aantal uiteenlopende jobs achter de rug te hebben belandde hij in de journalistiek waar hij in een carriere die drie decennia overspande, opklom op de hiërarchische ladder. Na zijn pensioen dreven aan onze streken eigen kwaaltjes de man naar het zonnige zuiden, waar hij zich, van zijn pensioen genietend, toelegde op het schrijven van misdaadromans. Tevens was hij van 2004 tot 2008 voorzitter van de International Association of Crime Writers, een wereldwijd verspreide organisatie die de misdaadauteurs verenigt en hun belangen verdedigt.


Na in de jaren zeventig van vorige eeuw, samen met Eddy van Hee onder het pseudoniem Woody Dubois, al twee spannende boeken gepubliceerd te hebben, begon hij in 1995 met Een dode op Sint-Anneke solo en onder zijn eigen naam, aan een tiendelige reeks over de Antwerpse commissaris John Carpentier en zijn partner hoofdinspecteur Leo Dewit, waarvan in 2007 het laatste deel Dood verscheen.

Een dode op Sint-Anneke begint met ... een dode op Sint-Anneke: commissaris Carpentier en zijn collega Dewit worden opgeroepen als op het Antwerpse Scheldestrand het ontzielde lichaam van een jonge vrouw gevonden wordt, die met slechts één schot professioneel uit de weg geruimd lijkt te zijn. De zoektocht naar de dader brengt het duo in contact met bodybuilders, de weduwenaar, Italianen en ex-bajesklanten. Kandidaat moordenaars genoeg, maar wie heeft er een valabel motief?

Met zijn kabbelend, gezapige verloop is dit verhaal een rustpunt in de wereld van het spannende boek: met een bijna antiek aandoende gezapigheid verhaalt de auteur met een zekere nonchalance de avonturen van dit duo, die een personificatie lijken te zijn van de oude en de jonge stieren uit het bekende mopje: John, die met zicht op zijn pensionering alles al gezien en meegemaakt heeft, is tactvol maar amper in de luren te leggen, terwijl Leo, die nog met een overvloed aan enthousiasme en geestdrift op elke zaak en verdachte aanvalt, altijd overtuigd is van zijn gelijk en dat met alle middelen wil bevestigd zien.

De auteur draagt zijn geboortestad Antwerpen in zijn hart, en deelt haar dan ook een niet onbelangrijke rol toe in Een dode op Sint-Anneke: van de verloederde wijk Dam tot het daarmee enorm contrasterende milieu van de nouveaux riches die enkel resideren in panden met zicht op het water. En natuurlijk de favoeriete badplaats van de Signoren: het op wandelafstand van de stad gelegen strand van Sint-Anneke, op de linker Scheldeoever. Het is eigenlijk ongewoon te moeten vaststellen dat, in een eerste boek van een serie, de locatie beter beschreven wordt dan de levensloop van de hoofdpersonages. Van deze laatsten krijgen we weliswaar net iets meer mee dan noodzakelijk is voor het verhaal, maar vooral Dewit blijft een nobele onbekende. Het feit dat het boek ver onder de tweehonderd bladzijden blijft steken, zal hier ook wel iets mee te maken hebben, want er moet natuurlijk ook nog een verhaal verteld worden.

En die plot, die er best mag wezen, wordt, als een bootje op de Schelde, rustig voortkabbelend verteld met een hoog realiteitsgehalte waarin Carpentier een leven leidt met momenten van genot en momenten van hard werken en leidt tot een onverwachte ontknoping die geserveerd wordt voor een nog meer verrassend dessert, waar het verhaal even en zonder waarschuwing in ruw water terecht komt. Het lijkt wel alsof Piet Teigeler zijn publiek pakweg hondervijftig bladzijden in slaap probeert te wiegen om het dan te dood te laten schrikken. Zo groot is het contrast tussen het einde en de rest van het boek.

Een dode op Sint-Anneke is een prima geschreven policier die, ver van de flitsende actie, zeer dicht bij de realiteit aanleunt en daardoor een zeer geloofwaardige indruk maakt, en die de lezer zelfs vijftien jaar later nog altijd nieuwgierig maakt naar meer leesvoer van de hand van Piet Teigeler.

Het verdict: 7/10

EOB

 

20:33 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 7, nederlandstalig, maffia, teigeler_piet, policier |  Facebook |

31-12-09

SOETEWEY Rudy - Moord

 

srm

De voorkant:
Op vraag van de auteur zal ik met geen woord reppen over de kwalitatieve uitvoering van de cover, want daar is volgens hem al genoeg inkt over gevloeid.
Maar het beeld van de cover past bij het verhaal: op de achtergrond een typische voorstedelijke bel-étagestraat en op de voorgrond een viervingerige hand van een jong kind en in wit de vermelding van titel en auteur.Op de acherzijde wordt het straatbeeld herhaald, waarover alle noodzakelijke informatie gedrukt werd in kleine witte letters. Door die kleurijke achtergrond, doet de acherflap nogal druk aan, en moet het voor slechtzienden een nachtmerrie zijn om de info tot zich te nemen.

De achterflap:.
In een doordeweekse buitenwijk van een provinciestad wordt het lijkje gevonden van een baby. Bernard, gehuwd en vader van een zoon, reageert ontzet, zoals de andere wijkbewoners. Wanneer een onmiddellijke oplossing uitblijft, begint hij net als de buren zelf naar verdachten te zoeken. Die zijn er overigens genoeg: een ingeweken Nederlander met een veel jongere vrouw, de depressieve moeder van het slachtoffertje, bohémiens met een voorliefde voor digitale fotografie, een oude stokebrand die net nu halsoverkop een nieuwe pc koopt... Wanneer Bernard toevallig een spoor ontdekt, kantelt het leven van deze goedmenende man haast onmerkbaar, het verandert in een nachtmerrie die hem confronteert met zichzelf en zijn gekoesterde principes.


De binnenkant:
De in Edegem verblijvende Rudy Soetewey, die om den brode in het onderwijs staat, schrijft in zijn vrije tijd toneelstukken, liedjesteksten voor zijn gelegenheidgroepje en goed onthaalde spannende boeken. Getuige daarvan zijn de nominaties, waarin de auteur grossiert.

Eerder dit jaar verscheen Vrienden, de opvolger van deze Moord dat in 2007 het daglicht mocht aanschouwen. In laatstvernoemde wordt een voorstedelijke wijk op zijn kop gezet als een levenloos kinderlichaam in de omgeving wordt gevonden. Als de politie er maar niet in slaagt een verdachte aan te wijzen, trekken sommige bewoners, met de nodige vooroordelen, hun eigen onderzoek op gang. Zo ook Bernard Vercammen, een gelukkig getrouwde handelsreiziger en vader van een puperende zoon. Maar hoe verder zijn zoektocht vordert, hoe minder gelukkig hij wordt door zijn bevindingen, want hij kan alleen maar vaststellen dat al zijn principes op losse schroeven komen te staan.

Rudy Soetewey toont zich een briljant observator door het gedetailleerde en herkenbare beeld dat hij schetst van het leven in een wijk. Hij tekent perfect de relaties tussen de verschillende bewoners, met de immer aanwezige jaloezie, en de onvermijdelijke roddels, verdachtmakingen en vooroordelen. Ook vertaalt hij zijn soms eigenzinnige kijk op de samenleving naar zinsconstructies die besprenkeld werden met een vleugje humor.

Dit alles brengt hij met een vlotte pen en op zulk een wijze dat het verhaal meer in je vel kruipt naarmate het verder verloopt. In het begin is het nogal vrijblijvend, maar tegen de tijd dat de ontknoping eraan komt, zit de lezer wel op het puntje van zijn stoel, ondanks het feit dat hij wat te kwistig rondstrooit met kleine hints naar wat nog komen moet. Ook staan er net iets teveel foutjes in de tekst, waarvan een wisselende familienaam en wijn dat in bier verandert de meest markante zijn.

Net zoals bij de werken van Patrick De Bruyn bedient Rudy Soetewey zich van gewone, herkenbare, levensechte mensen als u en ik, die door omstandigheden buiten hun wil om, en een paar op het eerste zicht onschuldige verkeerde beslissingen hun grip op het leven verliezen. Vrienden kan dan ook beschouwd worden als een waarschuwing dat al ons huiselijk geluk en zorgeloze bestaan als het ware met een vingerknip van ons afgenomen kan worden. En ook legt de auteur zijn vinger op de wonde die het opvoeden van kinderen kan zijn: hoe zeer we ook ons best doen om ze naar het beste inzicht voor te bereiden op zelfstandheid en volwassenheid, er ook externe factoren waarop ouders weinig of geen grip grip hebben, zijn die hun stempel drukken op het karakter en gedrag van onze kroost. Hierdoor worden we, met een knipoog weliswaar, nog eens met onze neus op de zinloosheid van het bestaan gedrukt.

De grootste minpunten zijn echter niet aan te rekenen aan Moord, dat eerst verscheen, maar het had Vrienden wel wat punten kunnen kosten als ik ze in chronologische volgorde zou gelezen hebben. Want beide boeken zijn, hoewel totaal andere verhalen, gebouwd op hetzelfde stramien en hebben tevens een gelijkaardig einde. En als dat einde nog een gemakkelijksoplossing lijkt te zijn, is dat als ontknoping nogal een afknapper. Hopelijk komt de auteur bij zijn volgende boek wat dit betreft wat inventiever en origineler uit de hoek.

Toch blijft moord omwille van het verhaal en de rake typeringen zeker de moeite van het lezen waard en zorgt het ondanks dat de kaap van de 200 pagina’s maar net gehaald wordt, voor een paar uurtjes leesplezier. En zeker zij die nog niets van deze Vlaming lazen moeten er zich eens aan wagen.

De score: 6/10

EOB

 

 

 

17:18 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 6, nederlandstalig, soetewey_rudy |  Facebook |

03-12-09

VAN LIER Hubert - Antwerpen Groenplaats

 

vlhag

 

De buitenkant:
Getekende covers lopen meestal het gevaar om goedkoop over te komen. Maar deze omslag is een uitzondering op die regel: het sobere, in grijstinten uitgevoerde silhouet van de Antwerpse Groenplaats, met een klein accent rood is zonder meer een stijlvolle compositie, waar titel en auteursnaam perfect in gepositioneerd werden. Ook de achterflap, waar dezelfde kleuren in andere verhoudingen weerkeren oogt stylistisch even goed.


De achterflap:
Op een verlaten landweg wordt een auto beschoten. Walter Grigorius treft een gewonde vrouw aan en alarmeert de hulpdiensten. Nauwelijks thuis krijgt hij bezoek van Mira die hem nipt uit de handen van twee Oostblokkers redt. Later op de avond komt hij op een vreemde fuif in contact met Fernando, een Antwerp-Russische onderwereldfiguur. Als ook zijn Oekraïense vriendin Tamara plots onvindbaar is, gaat hij samen met Mira op zoek. Ongewild raakt hij verstrikt in de Oekraïense politiek, met uitlopers tot in Antwerpen en moet hij vechten tegen afpersing, ontvoering, drugsmokkel en moord.


De binnenkant:
De uit Merksem afkomstige en tegenwoordig op Antwerpen-Linkeroever verblijvende Hubert Van Lier was jarenlang docent aan de Antwerpse Hogeschool. Hij stond ook mee aan de wieg van De schrijversacademie, een instituut dat zijn studenten voorbereid op het auteurschap. Zijn literair debuut Proloog voor een tijdrit dateert al van 1989, en in 2000 verscheen zijn eerste policier Voltaire en de zaal Chemalo. Nu ligt zijn vijfde misdaadroman Antwerpen Groenplaats in de winkels. Het is het eerste verhaal zonder het vaste hoofdpersonage
onderzoeksrechter Petra Van Geninden, alias Voltaire.

De Antwerpse geschiedenisleraar Walter Grigorius is getuige van een schietpartij. Op de plaats delict vindt hij een als man verklede vrouw. Hij verwittigt de hulpdiensten en neemt haar handtas mee naar huis.Nauwlijks heeft hij de eigenaresse hiervan op de hoogte gesteld, of er belt een andere, hem onbekende vrouw bij hem aan, die achtervolgd wordt door twee Oost-Europeanen. Walter slaagt er nauwlijks in aan hen te ontsnappen. Ook blijkt zijn Oekraïense vriendin en journaliste Tamara Litvenko opeens onbereikbaar te zijn. Al deze vreemde feiten en gebeurtenissen overtuigen Walter ervan dat hij onbewust in een wespennest terecht gekomen is van maffieuse zaakjes die het daglicht niet kunnen verdragen. Hoe harder hij zijn onschuld uitschreeuwt en zijn tegenstanders probeert te overtuigen van hun vergissing, hoe drastischer hun aanpak wordt.

Antwerpen Groenplaats is het best te vergelijken met een zakje instantsoep dat geserveerd wordt zonder water: omdat de auteur ervoor koos om zijn verhaal extreem gebald te vertellen, wordt de lezer zo overvallen met feiten, verdachtmakingen en vermoedens dat deze bijna in dezelfde staat van verwarring gebracht wordt als het hoofdpersonage. Salvo na salvo van gebeurtenissen, veronderstellingen acties en tegenzetten en denkpistes worden als mitrailleurvuur op de lezer afgevuurd, zonder ook maar het minste rustpunt in te bouwen waardoor die lezer in shellshock achterblijft. En hoewel dat eveneens als positief kan ervaren worden, is het toch een zeer ongemakkelijke positie waarin Hubert Van Lier zijn publiek manoeuvreert. “Schrijven is schrappen” en “Kill your darlings” zijn populaire one-liners in het literaire milieu, maar Hubert Van Lier lijkt deze credo’s ditmaal net iets te ver te hebben doorgedreven. Het toevoegen van de voorschreven hoeveelheid water, had de soep veel verteerbaarder, wat smakelijker en vooral genietbaarder kunnen maken.

Deze compacte vertelstijl impliceert per definitie dat er weinig ruimte en inkt gereserveerd kan worden aan beschrijvingen, locaties en het tot leven brengen van de personages. Op de eerste bladzijden na wordt alles beperkt tot het absolute minimum. Er is enkel plaats gemaakt voor dat wat noodzakelijk is voor het verloop van het verhaal.

Toch heeft Antwerpen Groenplaats zeker potentie, want hoewel tijdens het lezen de samenhang niet altijd doordringt, heeft de auteur een mooi, degelijk, redelijk geloofwaardig en sluitend plot gecomponeerd waarin hij ons een blik gunt op hoe het er in een deel van de Antwerpse onderwereld aan toe zou kunnen gaan. Hoe hebzucht een mens kan veranderen en hoe paranoïa iemands denkwijze beïnvloeden kan.

Met pakweg twintig pagina’s extra had Antwerpen Groenplaats wellicht een groter publiek kunnen aanspreken. Nu kan ik het boek enkel aanraden aan lezers die zich graag laten overdonderen door een verhaal.

De score: 5/10

EOB


22:16 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 5, nederlandstalig, van_lier_hubert |  Facebook |

15-11-09

ASPE Pieter - De cel

apdc

 

De buitenkant:
Hoewel de cover volledig in het rijtje van de rest van de reeks past, is het kleurenpalet deze keer wat somberder – lees donkerder – uitgevallen dan ik gewend ben. Wel past hij volledig bij de inhoud. Op de achterzijde staat gewoontegetrouw een niet zo korte inhoud die wat verlucht wordt door het kleurenspel van de goudkleurige, rode en witte tekst.

De achterflap:

Het gure weer houdt de mensen binnen. De wind snijdt als een scheermes en de regen slaat ijzig koud in het gezicht. Carla, een oudere vrouw, laat zich daardoor niet afschrikken. Iedere zondag gaat ze op bezoek bij haar vriendin, een weduwe die op een woonboot leeft. Tegen de aanlegsteiger, niet ver van de boot, ontdekt ze in het water een lijk van een vrouw. Het blijkt om een stewardess te gaan die in Brugge woont en op de Dominicaanse Republiek vloog. Commissaris Van In komt erachter dat ze onderdak heeft verleend aan een drugskoerier die in het vliegtuig werd betrapt. De drugskoerier is de zoon van een bekend politicus die niet onbesproken is. Bij de huiszoeking in het appartement van de stewardess wordt in haar computer een lijst met namen van twaalf mannen gevonden. Een van hen is voor Van In geen onbekende... Heeft de vrouw zelfmoord gepleegd of werd ze vermoord? Het lijkt voor de hand te liggen dat er een verband is met de drugskoerier en hij wordt opgepakt.
Het kost de speurders de grootste moeite om de waarheid te achterhalen, die onthutsend is. Van In wordt het slachtoffer van zijn tomeloze inzet, onder andere in het goede gezelschap van de rondborstige levensgenieter en politiearts Zlotkrychbrto, waardoor ook zijn privélevel hevige turbulenties kent.


De binnenkant:
Pieter Aspe is heden ten dage wellicht de meest bekende persoon van Brugge, hoewel hij al een tijdje geleden naar Blankenberge is uitgeweken. Ook zijn personages zijn alom bekend. Zo beperkt Van Ins bestaan zich niet tot de boeken, maar leeft hij ook al voort in een televisieserie en in een stripreeks.
Amper twee en een half jaar na de twintigste, prijkt er nu al een fiere “De 25ste Van In” opdruk op de cover van De cel, het meest recente avontuur van Brugges eigenzinnige speurder.

In De cel construeert de auteur een vrij compliceerd, maar logisch en degelijk opgebouwd verhaal over chantage, drugshandel, liefde en hoop dat begint met de ontdekking van het lijk van een jonge stewardess die ooit een drugdealer onder haar hoede nam, nadat hij betrapt werd. Naarmate het onderzoek vordert lijken steeds meer sporen te wijzen op een connectie met de Dominicaanse Republiek. En Van In ziet zijn leven in de loop van het onderzoek op verschillende manieren onder druk komen te staan.

Als men een Aspe openslaat weet men wat men mag verwachten. Dat is ook nu weer het geval, want alle vertrouwde ingrediënten zijn weer aanwezig. Deze keer nemen Van Ins moeilijkheden met vrouw, drank en tabak zelfs een extra groot deel in van het verhaal. Maar het feit dat dit boek beetje bij beetje evolueert naar een egotrip van de commissaris wordt meer dan goed gemaakt door Aspes recente keuze om de verhalen een meer internationaal karakter te geven. Nadat Bankroet al deels gesitueerd werd in Venetië, mag deze keer de zonovergoten Dominicaanse Republiek zich opmaken voor het bezoek van de Brugse speurneus. En het lijkt dat deze wijziging in de strategie zorgt voor een frisse wind, die de verhalen een tweede adem geven.

Op veertien jaar tijd vijfentwintig boeken van minimun aanvaardbare kwaliteit uit je pen laten vloeien, waaraan menigeen plezier beleeft. Je moet het maar doen. Aspe deed het dus en daar kunnen we alleen maar respect voor hebben. En De cel behoort zonder twijfel tot de betere uit de serie.


De score:
7/10

EOB


20:39 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 7, nederlandstalig, aspe_pieter |  Facebook |

01-10-09

SOETEWEY Rudy - Vrienden

srv

 

De achterflap:.
Wie zou jij liquideren als je de absolute zekerheid had dat men jou nooit op het spoor zou komen? En hoe?
Een onschuldige vraag, zeker wanneer ze als grap gesteld wordt in een groepje vrienden. Zeker als dat gebeurt op een rijkelijk met bier opvergoten bijeenkomst, na een gemeenschappelijke, succesvolle ervaring. Zeker als de antwoorden alleen maar de slappe lach veroorzaken.
Tot wanneer een van de genoemde kandidaat-slachtoffers enkele dagen later dood wordt teruggevonden, vermoord op de eerdere gesuggereerde wijze...
Wie van ons kent zijn vrienden? Echt?


De binnenkant:
De in het Antwerpse Edegem wonende onderwijzer Rudy Soetewey is een erg veelzijdig auteur. Buiten het schrijven van boeken laat hij eveneens toneelstukken uit zijn pen vloeien. Daarnaast componeert hij ook blues-, folk- en jazznummers die hij voorziet van grappige teksten in het typische Antwerps dialect, die hij af en toe met zijn groep Hoedoedet ten gehore brengt. Sinds zijn literair debuut in 1992 leverde de auteur een verhalenbundel, een historische roman en vier spannende boeken af. Zijn recentste kreeg de titel Vrienden mee.

In dit werk spelen de bestuursleden en vrienden van een amateurtoneelgezelschap een onschuldig “what if” spelletje: het beantwoorden van de vraag wie je zou vermoorden – en hoe – als je de zekerheid hebt dat je er niet voor vervolgd zal worden?
Maar een paar dagen later blijkt dat een van de genoemde personen op aangehaalde sadistische wijze een handje geholpen werd om het tijdelijke met het eeuwige te verruilen. Kan de jarenlange vriendschap de achterdocht die hierdoor ontstaat overleven?

Dat Rudy Soetewey kan bogen op een jarenlange ervaring van spelen met taal, komt mooit tot uiting, want hij schetst het verhaal op luchtige en aangenaam weglezende wijze, en werkt het af door regelmating gebruik te maken van subtiele woordspelingen.

Vrienden straalt zowat dezelfde sfeer uit als die van een toneelstuk: een quasi lineaire verhaallijn, met een absoluut minimum aan personages, waarin vrijwel geen enkele scene wordt opgevoerd zonder de spilfiguur en waarbij de conversaties tussen de stereotiepe karakters bij momenten zorgen voor overdreven hoog oplaaiende emoties. Dit hoeft niet noodzakelijk beschouwd te worden als een negatief punt, want de auteur weet met een geraffineerd geconstrueerd plot de lezer zonder probleem in die mate te intrigeren, dat deze laatste wil verder lezen, hopend dat meer geheimpjes van .het groepje acteurs aan het licht komen. Want het mag duidelijk zijn dat iedereen er een verborgen agenda op na houdt.

Vrienden laat zich profileren als de mannelijke tegenhanger van Saskia Noorts De eetclub en staat garant voor enkele uren pretentieloos leesplezier, ondanks het feit dat de, weliswaar verrassende, ontknoping toch enige teleurstelling veroorzaakt bij de lezer, die zich op dat moment afvraagt waartoe alles wat vooraf ging eigenlijk diende.

De score: 6/10

 

EOB

 

21:05 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 6, nederlandstalig, soeytewey_rudy |  Facebook |

11-06-09

COPPERS Toni - Engel

 

cte

 

De buitenkant:
Dit is wel een zeer rare cover. Niet alleen de vreemde kleurkeuze – een teint ergens tussen rose en oranje in – maar ook het beeld. Elke liefhebber van het genre linkt zo’n omslag met de boeken van Nicki French, die toch, met hun literaire thrillers, een ander publiek aanspreken dan het doelpubliek van dit boek.

De achterzijde is een typische creatie van de Manteau-stal: teveel tekst in te kleine letters. Door de kleurencombinatie komt daar nog bovenop dat het wellicht niet voor iedereen even duidelijk leesbaar is.

De achterflap:
Op zijn ronde door het Museum voor Schone Kunsten in Brussel ontdekt nachtwaker Alain Richaux tot zijn afgrijzen dat er onder een schilderij een beeldje van een engel ligt, badend in een plas bloed.
Inspecteur Liese Meerhout van de afdeling Kunstcriminaliteit ontvangt in de dagen na dit merkwaardige voorval verscheidene raadselachtige boodschappen. Zijn ze afkomstig van een grappenmaker die haar op stang wil jagen of bevatten de briefjes aanwijzingen en tips?
Dan valt er een dode. Een man is op de Zavel vermoord zoals de revolutionair Marat op het beroemde schilderij van David: doodgestoken in zijn bad. En de klok voor het tweede slachtoffer begint te tikken...
Zal Liese er samen met haar steun en toeverlaat Simon de Vere uiteindelijk in slagen deze complexe kunsthistorische legpuzzel op te lossen?


De binnenkant:
De uit Sint-Truiden afkomstige Tony Coppers woont momenteel in de regio van de Brabantse provinciestad Tienen. Naast het schrijven van boeken heeft hij nog een voltijdse job als p
rojectleider Strategie bij de Vlaamse Radio en Televisie (VRT), waar onder zijn verantwoordelijkheid onder andere de multimediale projecten opgestart worden.

Zijn literaire loopbaan begon hij met het schrijven van reislectuur. Daarna legde hij zich even toe op het komische genre, vooraleer zich op het spannende boek te concentreren. Na zijn debuut in dat genre, Niets is ooit, ligt nu, met Engel, het tweede boek in de winkel dat zich situeert in de wereld van de Brusselse kunsthandel met de vaste personages Liese Meerhout en Simon de Vere.

In Engel wordt inspecteur van de afdeling kunstcriminaliteit Liese Meerhout op de hoogte gesteld van een raar feit: in het Brusselse Museum voor Schone Kunsten ligt een plas bloed, met daarin een beeldje van een engel. Weinig later krijgt Liese anoniem raadselachtige berichtjes toegestuurd. Samen met haar vriend en kunstkenner slaagt ze erin de boodschappen te ontcijferen en vinden ze een lijk, op een plaats delict die een exacte replica is van een bekend schilderij. Liese opent in nauwe samenwerking met de moordbrigade de jacht op de geheimzinnige boodschapper en moordenaar.

Engel is de logische voorzetting van Niets is ooit. Zowat alles wat in de bespreking van het eerste boek uit deze serie genoteerd stond, kan ook op dit boek slaan. Kortom de boeken zijn onderling inwisselbaar en de auteur vertoont slechts weinig of geen evolutie. Maar hoewel stilstaan gelijk staat aan achteruit gaan, scoort dit boek net even veel als de vorige.

Dat onder andere te danken aan de gemoedelijke schrijfstijl van Toni Coppers en aan de aandacht die besteed aan het opduikelen van mooie adresjes in de Belgische hoofdstad. Engel is net zo’n mooie café-gids voor Brussel als bijvoorbeeld Voltaire en de Chinese connectie van Hubert Van Lier is voor Antwerpen.

Ook mag opgemerkt worden dat de auteur het plot mooi heeft uitgedacht, met een verrassende, goed gevonden en evengoed gemaskeerde ontknoping. Maar het uitschrijven van de aanloop naar de pointe van het boek kon dan weer veel beter. Door de lezer een eenvoudig stramien voor te schotelen van: een tip; de politie die geen idee heeft, maar dan deze dan toch ontrafelt en natuurlijk te laat komt; de volgende tip; ... en dit meermaals te herhalen, onstaat tijdens het lezen een gevoel van “Dit hebben we allemaal al wel eens gehad”. Maar gelukkig weet de auteur op het einde de zwarte piet toe te schuiven aan een verrassende en onverwachte dader.

Het is wel jammer dat de schrijver de lezer niet meer laat meegenieten van zijn kunstkennis. Een boek zoals dit leent zich uitermate om wat achtergrondinformatie over de bezochte musea en vernoemde kunstwerken door het verhaal te weven. Daarmee zou ook de oppervlakkigheid van dit verhaal voor een deel weggewerkt worden.

De twee hoofdpersonages blijven aangename figuren om bij te vertoeven. Zij kunnen misschien er voor zorgen dat deze reeks zich ooit uit de schaduw van stal- en genregenoot Pieter Aspe kan werken. Maar tot nu toe is dat nog niet het geval.

Toni Coppers heeft met Engel een leuke onderhoudende detective afgeleverd, maar is jammer genoeg ter plaatse blijven trappelen ten overstaan van zijn vorige boek. Aan hem om in de toekomst te bewijzen dat hij de top van zijn kunnen nog niet bereikt heeft in zijn nog prille loopbaan als schrijver van spannende boeken.

De score: 6/10

 

EOB

 

17:25 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 6, nederlandstalig, coppers_toni |  Facebook |

07-06-09

MENDES Bob - Vuil geld

 

mbvg

 

De buitenkant:
Eindelijk nog eens een intrigerende cover: de donkere omtrekken van een rechtop staande man in pak, het hoofd niet afgebeeld, met op de achtergrond een beeld van New York. Op tafel ligt een stapel dollarbiljetten en een pistool. Zelfs de kleurkeuze versterkt de dreigende sfeer die de cover uitstraalt. Zeer mooie voorzijde.
De achterflap haalt diezelfde norm niet: te veel tekst in te kleine letters geven een onoverzichtelijke indruk. Gelukkis is wel alle noodzakelijke info aanwezig.

De achterflap:
Jelle Lievens krijgt via een vriend een baan als accountant aangeboden bij KPMG. Hij treedt in de voetsporen van een collega die door een tragisch ongeval om het leven gekomen is en wordt belast met het onderzoek naar de financiële structuur van Lernout & Hauspie en zijn buitenlandse filialen. Hij wordt ook auditor van United Fundraising, dat via zijn bestuurder nauwe banden onderhoudt met L&H. Al spoedig blijkt dat de verongelukte voorganger van Jelle zeer explosief materiaal op het spoor was gekomen. Jelle verliest zijn onschuld, en zijn gevoel voor rechtvaardigheid brengt hem aan de rand van de afgrond.


De binnenkant:
Bob Mendes, die samen met zijn onafscheidelijke vrouw Jenny in Schoten resideert, was door zijn job als accountant jaren lang een man van de cijfers. Maar na een succesvolle carriere verruilde hij op zijn vijfenvijftigste de geruite cahiers voor een blok gelinieerd papier en begon hij aan een tweede loopbaan als schrijver. En ook weer met succes, want hij werd al twee maal laureaat van de Gouden Strop met Vergelding en De kracht van het vuur en won met Medeschuldig de Diamanten Kogel.Daarnaast is hij regelmatig te vinden op de golfbaan.

Na met Overspel, zijn vorige boek, een zijsprongetje te hebben gemaakt, keert de auteur een paar dagen na zijn eenentachtigste verjaardag met Vuil geld terug naar het subgenre dat hem groot heeft gemaakt: de faction-thriller. Boeken waar feiten en fictie naadloos in elkaar overgaan. Deze keer wordt de fictie geïntegreerd in de affaire Lernout & Hauspie (L&H). Ik zal de achtergrond even schetsen: eind jaren negentig was het Ieperse bedrijfje L&H de rijzende ster aan het Vlaams economische firnament waar ze op een mum van tijd met hun spraaktechnologie uitgroeiden tot een multinational: samenwerkingsverbanden met Microsoft, verkozen tot managers van het jaar en massa’s internationale acquisities. De mogelijkheden leken eindeloos voor het duo dat zich vasthield aan hun slogan: “It’s no crime to be smart.” Investeerders smeekten om aandelen te mogen kopen... Tot The Wall Street Journal het bedrijf in opspraak bracht door de onthulling van het bestaan van spookbedrijven en de vaststelling van boekhoudkundige onregelmatigheden. De rijzende ster, werd in geen tijd een meteoriet die in 2001 insloeg en in vereffening ging. In 2007 verschenen de bewindvoerders voor de rechtbank voor het grootste Belgische fraudeproces ooit. Het is trouwens nog altijd wachten op een uitspraak.

Dat de zaak nog altijd gevoelig ligt in Vlaanderen mag ook blijken uit het uitgebreide voorwoord van de auteur waarin hij zich zeer expliciet distancieert van elke overeenkomst tussen de echte zaak en het boek.

Bob Mendes doet wat van hem verwacht wordt en waar hij goed in is: hij weeft op briljante wijze door de realiteit een eigen interpreatie van de oorzaken die aan de oorsprong – zouden kunnen - liggen van het faillisement van L&H en de belangen die er speelden en vertrouwt het gebeurde op een zeer vlot lezende wijze aan het papier toe.

Maar de complexiteit van het dossier L&H en de kwelling van de auteur om toch maar niet teveel bladzijden te moeten besteden aan het uitleggen ervan aan de lezer, resulteren bij momenten in bijna saaie opsommingen van feiten en gebeurtenissen. Hierdoor lopen de personages er regelmatig regelmatig wat verloren bij, waardoor de kracht die van hen uitgaat aan intensiteit verliest en zij niet altijd goed uit de verf komen.

Met de gebruikte locaties is het nog erger gesteld: zij spelen een totaal ondergeschikte rol en soms lijken ze ook niet goed gekozen. Zo wonen de hoofdfiguren allen in en rond Antwerpen, maar ligt L&H, zowat honderzestig kilometer verder, in het West-Vlaamse Ieper.

De geloofwaardigheid van Vuil geld is ook onderwerp van een tweestrijd: enerzijds is er het zeer realisch voorgestelde waargebeurde L&H avontuur, maar aan de andere kant, in het fictieve deel, spelen er blijkbaar zoveel tegenstrijdige belangen bij de bestuurders van het spraakbedrijfje dat het voor de lezer een beetje te veel van het goede wordt, en deze de auteur niet zal willen volgen. Ik vrees dat Bob Mendes deze keer een stap te ver gezet heeft, in zijn poging om er een gevarieerd spannend verhaal van te maken.

Vuil geld is niet het beste boek van Bob Mendes, maar blijft desondanks zeker het lezen waard. En niet alleen als kennismaking of heropfrissing van een van Vlaanderens grootste economische luchtkastelen.


De score: 5/10

 

EOB

 

20:14 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 5, nederlandstalig, mendes_bob |  Facebook |

14-05-09

PORTOCARERO Herman - New Yorkse nachten

 

phnyn

 

De buitenkant:
New Yorkse nachten heeft een zeer aangename cover. Zowel de voorzijde als de achterflap getuigen van een stijlvol ontwerp: overwegend donker met accenten van felle kleuren en een opvallende keuze van lettertype en –kleuren. De achterzijde munt uit in soberheid. Dit gaat wel ten koste van informatie over de schrijver, want die onbreekt volledig. Maar dat wordt dan weer deels goed gemaakt door de zeer originele integratie van de foto van de auteur op die achterflap, die een grondig afwijkt van het standaard netjes afgebakend fotootje.

De achterflap:
Rivaliserende ambities, eigenzinnige personages en onvermoede intriges kruisen elkaar in deze spannende detective waarin de nachtelijke stad New York zelf de hoofdrol speelt. Portocarero’s lange band met New York laat hem toe de stad en haar bewoners van binnenuit te verkennen, van de penthouses van Manhattan tot de donkerste kade van Brooklyn.


De binnenkant:
De Vlaming Herman Portocarero is van opleiding advocaat, maar vervoegde in 1979 het Belgische diplomatieke korps. Zestien jaar later wordt hij benoemd tot ambassadeur. Momenteel is hij in die functie gestationeerd in Kingston, de hoofdstad van Jamaïca.

Maar hij leidt een dubbelleven. Want parallel met zijn diplomatieke carriere bouwde hij ook een schrijversloopbaan uit. Hij debuteerde in 1978 in het Frans met La combine de Karachi. In 1984 kwam zijn eerste Nederlandstalige roman Het anagram van de wereld uit. Vele boeken en jaren later schreef hij in 2006 zijn spannend debuut New Yorkse nachten waarin hij zijn ervaringen en indrukken verwerkte die hij opdeed tijdens zijn stationering in de stad die nooit slaapt. Met dit eerste deel van de nachten-trilogie sleepte hij meteen de Hercule Poirot-prijs in de wacht: de beste Vlaamse misdaadroman van dat jaar.


In New Yorkse nachten volgen we de wonderjongen van de reclamesector op rust, die als Nightman op alle belangrijke feestjes aan wezig is en zijn ogen open en oren houdt. Zo houdt hij voeling met wat er gaande in is The big apple. En er beweegt veel: zakentycoons die het ultieme project proberen te verwezenlijken; drugbaronnen die hun territorium willen uitbreiden; politici die stemmen verzamelen; vakbondsleiders die hun macht misbruiken;...Maar als al deze al deze gebeurtenissen onderling verbonden lijken te zijn, weet Nightman dat hij iets groots op het spoor is...

De bruggen over de East River weven draden van licht. Op het duistere water passeren sleepboten, olievlekken als gevallen en besmeurde regenbogen, patrouillerende politieboten, en zielen van verdronken junkies als bevende vlammetjes diep onder de fatale bruggen. De wolkenkrabbers worden lichtbakens.” Dit stukje prachtig proza kan men terugvinden op de eerste bladzijde van New Yorkse nachten. En hiermee zet de auteur meteen de toon voor een verhaal dat – als één van de weinige in het genre – alle potentie in huis heeft om een geloofwaardige poging te doen om de schijnbaar onoverbrugbare kloof tussen spannende boeken en de Literatuur te laten vergeten. Herman Portocarero is een oplettend observator en weet dat wat hij ziet op een zeer naturelle, vlot lezende, maar toch zeer lyrische wijze op papier te zetten. Het is bij momenten bijna poëzie.

Op deze manier beschrijft de auteur het leven in The city that never sleeps. De stad die overdag toebehoort aan de zaken- en werklui, en die ’s nachts wordt overgenomen door feestvierders, criminelen van allerlei slag en diezelfde zakenmensen, die nu hun zaakjes die geen daglicht verdragen, afhandelen. En tussen al die accurate beschrijvingen door weeft Herman Portocarero een origineel opgezet, en geloofwaardig verteld, misdaadverhaal over geld en macht.

New Yorkse nachten is lang op weg naar de status van meesterwerk, maar naar het einde toe zakt het boek, zowel qua spanningsboog als qua literair gehalte, toch wat in elkaar, alsof de auteur, zoals een alteet die zonder suikers valt, de energie niet meer kon opbrengen om zijn inspanning vol te houden tot aan de eindmeet. Wellicht heeft de gewenning aan de schrijfstijl hier ook deel aan, want na verloop van tijd verdwijnt het euforische gevoel bij de lezer naar de achtergrond . Ook de keuze van de auteur om te opteren voor een suggestief, bijna open, einde doet wat spijtig genoeg afbreuk aan het thrillergehalte van dit boek.

Toch is New Yorkse nachten, over het geheel beschouwd, een goed boek geworden dat zijn plaats in de wereld van het spannende boek verdient. Maar door de literaire ambitie die het verhaal uitstraalt, zal waarschijnlijk niet elke liefhebber van het typische misdaadverhaal kunnen genieten van dit toch wel aparte boek. Maar lezers die openstaan voor de buitenbeentjes van het genre kunnen hier veel plezier aan beleven.

De score: 6/10

 

EOB

 

22-04-09

DHOOGE Bavo - Stiletto Libretto

 

dbsl

 

De buitenkant:
De cover, de gewapende crimineel die rondhangt in de donkere steegjes, zou best een scene uit het boek kunnen zijn en geeft de sfeer van het verhaal mooi weer. Wel vind ik de keuze van de plaatsing de de kleur van de tekst – de auteursnaam uitgezonderd – een beetje verbazend.

De achterflap:
Jimmy Hendricks is niet Jimmy Hendrix. Jimmy is wel een kleine crimineel die een nieuw leven wil beginnen. Waarom niet als schrijver? Al met al zal Wally, zijn celgenoot die in de California State Prison in Corcoran bruutweg werd vermoord, niet veel meer hebben aan de memoires die hij heeft geschreven. Maar wanneer Jimmy het boek onder het pseudoniem John C. Hickels laat verschijnen, beginnen de problemen pas. In het werk wordt immers een boekje opengedaan over een paar personages die helaas echt bestaan. Zoals ene meedogenloze wapenhandelaar, een ex-flik die op eigen houtje verder opereert en een vent die graag signeert met een... stiletto. Tot overmaat van ramp blijkt het boek een succes te zijn, onder meer door toedoen van Sonja, die voor de krant werkt. Jimmy leert al snel de leuze: geen woorden, maar daden. Zeker wanneer Roland Knox, de tweederangsoplichter voor wie hij vroeger werkte, zich ook in het verhaal mengt en de spookschrijver dreigt te ontmaskeren...


De binnenkant:

Geboren en getogen Gentenaar Bavo Dhooge was op weg om de Vlaamse Federer of Nadal te worden. Maar hij besloot zijn tennisracket te ruilen voor een pen en zich op het schrijven toe te leggen. Na zijn studies aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten werkte hij als copywriter, journalist en recensent.

In die tijd begon hij ook aan zijn eerste boek Spaghetti en zijn eerste spannende boek, met de ondertussen legendarische detective Pat Somers, volgde al snel. Als het pakje van Superman nog nog niet bestond, had het moeten uitgevonden worden voor Bavo Dhooge, want deze S-man, publuceerde in zijn nog niet zo lange loopbaan al meer dan dertig boeken waarvan de titels telkens weer met diezelfde letter S beginnen.
Ondertussen is deze auteur voltijds schrijver en leeft hij van zijn pen. Hiervoor publiceert hij werken in verschillende genres, van kinderboeken en spannende boeken, over science fiction en documentaires tot scenario’s voor films en televisieseries toe. Hij woont, samen met zijn vrouw en hun zoon, nog altijd in de Gentse rand.

In zijn nieuwste creatie Stiletto libretto maken we kennis met Jimmy Hendricks, een kleine crimineel, die na een verblijf in de gevangenis, een boek publiceert waarvan het manuscript zowat uit de hemel kwam vallen. Maar als blijkt dat het verhaal geen fictie is, maar het levensverhaal van een wapenhandelaar, begint Jimmy voor zijn leven te vrezen en wordt hij zelf hoofdpersonage in de thriller waarin zijn bestaan snel getransformeerd wordt.

Als je aan eender welke liefhebber van het spannende vraagt zonder na te denken iets te associëren met de naam Bavo Dhooge, is de kans groot dat het antwoord Pat Somers zal luiden. Deze figuur, de Ludovic Cruchot van Vlaanderen, die met zijn bijna doldwaze avonturen de naam van de auteur groot maakte, is helaas niet meer. Maar zijn fans mogen ophouden zich in medelijden te hullen en moeten meteen weer naar de boekhandel hollen om zich Stiletto Libretto aan te schaffen. Met dit boek, dat zich afspeelt in Los Angeles, onttrekt de auteur zijn komische spannende boeken aan de schaduw van het Gentse belfort, waarin Somers gevangen zat en opent hij de deur naar mogelijk internationale erkenning voor zijn talent als verteller-humorist – of is het humorist-verteller?

In zijn typische, zeer luchtige stijl van schrijven vermengt hij allerlei soorten humor. Gaande van de kleine knipoog – die hij creëert door gewone situaties een beetje uit te vergroten in he absude, over satire tot aan de pure slapstick, terwijl hij er dan ook nog eens in slaagt een degelijk uitgewerkt spannend verhaal te vertellen. En door veelvuldig gebruik te maken van referenties naar andere boeken en films toont de auteur zijn belezenheid.

Natuurlijk speelt geloofwaardigheid in dit subgenre een ondergeschikte rol, maar Bavo Dhooge is er weer in geslaagd een aantal fantastische figuren uit zijn mouw te schudden, die zo zijn weggelopen uit tekenfilms. Wat te denken van de ecologische wapenhandelaar of de harde crimineel die wegsmelt bij zijn zoontje.

Stiletto libretto, dat is opgehangen aan een persiflage op de wereld van schrijvers en uitgevers is een vreemde eend in de bijt. Daar waar het gros van de misdaadboeken de lezer zover willen krijgen dat ze op het puntje van hun stoel komen te zitten, heeft dit boek net de omgekeerde uitwerking: de lezer zal met een glimlach, genietend achteroverhangen in zijn zetel. Met dit ontspannende spannende boek levert Bavo Dhooge een fraai staaltje proza af dat ik iedereen wil aanraden.

De score: 7/10

 

EOB

 

19:13 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 7, nederlandstalig, dhooge_bavo |  Facebook |

04-04-09

VERBEECK Lydia - Verzegeld

 

vlv

 

De buitenkant:
Hoewel de cover is uitgevoerd in opvallend rood, trekt de compositie, die bestaat uit een detail van een oud (aandoend) schilderij wellicht niet direct de aandacht van het doelpubliek: de liefhebber van het spannende boek. Gelukkig staat er expliciet bij vermeld dat het hier een historische thriller betreft, waardoor alle misverstanden meteen uit de wereld geholpen worden. Ook moet er volgens de auteur geen symboliek achter deze prent gezocht worden.
De cover geeft, met diezelfde oude look, wel goed de tijdsgeest aan waarin het verhaal zicht afspeelt en ligt in de lijn van de vorige boeken in de reeks.

De achterzijde bevat mijns inziens een overdaad aan tekst in een lettertype waarvoor veel mensen hun bril zullen moeten te voorschijn halen, maar bevat wel alle informatie die noodzakelijk is voor de potentiële koper.

De achterflap:
Najaar 1597, Begijnhof van Lier.
Na een vermoeiende tocht naar het klooster van Terbank, net ten zuiden van Leuven, keren juffrouw Catharina en juffrouw Barbara terug naar het begijnhof van Lier. Onderweg helpen ze Marga, die beweert op de vlucht te zijn voor een aanrander, om aan haar achtervolger te ontsnappen.
Barbara is argwanend, maar Catherina stelt Marga voor met hen mee te reizen naar het begijnhof. Ze biedt haar kost en inwoon aan, een jaar lang, met op het einde van die periode zelfs een aanzienlijke financiële vergoeding. In ruil daarvoor hoeft Marga slechts één leugen te vertellen. Die leugen moet Catherina in staat stellen op het begijnhof te blijven.
De leugen wordt zonder problemen gelanceerd, maar ze keert als een boemerang terug en treft Catherina in haar kostbaarste bezit. Ook grootjuffrouw Amandine komt erdoor in moeilijkheden en het hele begijnhof wankelt op zijn grondvesten.
Het wordt steeds duidelijker dat juffrouw Barbara gelijk had om Marga te wantrouwen. De vrouw heeft een voorwerp ontvreemd waarnaar zowel de Spanjaarden als de Staatsen uit de Noordelijke Nederlanden koortsachtig op zoek zijn. De aanwezigheid van Marga op het begijnhof trekt daardoor enkele gevaarlijke individuen aan die er alles voor over hebben om het ontvreemde voorwerp weer in handen te krijgen.


De binnenkant:
De Vlaamse, in Boechout verblijvende, Lydia Verbeeck stond jarenlang in het onderwijs en ze schrijft al sinds haar tienerjaren. Toen beide bezigheden niet meer te combineren waren, koos ze resoluut voor de pen. Zo schreef en schrijft ze onder andere luisterspelen, kinderboeken en scenario’s voor theater en televiereeksen, waar De kotmadam en Twee straten verder – beide uitgezonden op de Vlaamse commerciële zender VTM - de meest klinkende namen zijn. Daarnaast is ze ook nog actief als gids in het gezellige Antwerpse provinciestadje Lier

Toen in 2007 het idee begon te rijpen om ook boeken voor volwassenen te gaan schrijven, was de samenvoeging van haar interesse voor geschiedenis en historiek, en haar favoriet genre – het spannende boek – een eenvoudige keuze. Het resultaat was Toevluchtsoord waarin twee begijntjes hun avonturen beleven in het Lier van het einde van de zestiende eeuw. Verzegeld is het derde boek in die reeks met grootjuffrouw Amandine en juffrouw Catharina in de hoofdrol.

Op de terugweg naar het Lierse begijnhof helpen de begijnen Catharina en Barbara de onfortuinlijke Marga te ontsnappen aan een mannelijke achtervolger. Catharina gaat – tot ontsteltenis van haar reisgezellin – zelfs zover dat ze Marga een baan aanbiedt, in ruil voor een leugen waardoor Catharina op het begijnhof zal kunnen blijven wonen. Maar dit plan richt na verloop van tijd zowel Catharina als Amandine, het hoofd van het begijnhof, en het hof zelf bijna ten gronde. Want Marga is helemaal niet zo onschuldig als ze eruit ziet.

Dat Lydia Verbeeck al jaren ervaring heeft als auteur blijkt uit de zeer gestructureerde opbouw van Verzegeld: de korte hoofdstukjes zijn mooi afgelijnd en bij tijd en wijlen eindigen ze met rasechte cliffhangers die resulteren in onverwachte plotwendingen. Voeg daar nog aan toe dat het verhaal aardig wegleest en het staat meteen vast dat dit boek garant staat voor enkele uren ontspannend leesgenot.

Zoals we wel meer kunnen vaststellen bij reeksen met vaste personages wordt ook nu weer erg weinig inkt besteed aan de beschrijving van de personages; enkel van Catharina wordt een deel van haar verleden blootgegeven. Wel zorgt deze beknoptheid in combinatie met een paar sumiere hints ervoor dat het boek erg te genieten is voor lezers die nu pas kennismaken met deze serie. Zij hebben het voordeel op de trouwe lezer dat hun nieuwsgierigheid aangewakkerd wordt naar wat vooraf ging. Mogelijk beleeft de nieuwe lezer er zelfs meer plezier aan dan de trouwe fan, die al volledig op de hoogte is van de voorgeschiedenis.

Het feit dat Lydia Verbeeck ook deel uitmaakt van het contingent Lierse stadsgidsen, laat haar toe met kennis van zaken die stad gedetailleerd te beschrijven zoals het er op het eind van de jaren vijftienhonderd zou kunnen aan toe gegaan hebben. Maar toch wordt die historische setting nooit een extra personage omdat die er niet in slaagt de functie van decor te ontgroeien.

Technisch beschouwd construeert de schrijfster een mooi vlechtwerk van haar verhaallijnen, maar moeten we vaststellen dat de belangrijkheid van de verschillende lijnen doorheen het verhaal verschuift, alsof de auteur zelf niet altijd even goed wist welke richting ze uit wilde met dit boek. En aan het het eind blijven er ook een aantal onafgesloten lijntjes over. Of dit al dan niet de bedoeling is zal moeten blijken wanneer het vierde boek uit de reeks verschijnt, maar het geeft een onzorgvuldige indruk. Ook zijn de hoofdlijnen waarrond het verhaal gebouwd werd, net iets te doorzichtig om de auteur op dit gebeid tot de top te kunnen rekenen.

Toch kan na deze kritische blik geconcludeerd worden dat Verzegeld een leuke en onderhoudende, misschien iets te vrijblijvende, historische thriller is. Goed, maar ook niet meer dan dat.

De score: 7/10

 

 

EOB

 

21:08 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 7, nederlandstalig, verbeeck_lydia |  Facebook |