02-03-11

SMITH Tom Rob - Kind 44


strk44.jpg

De eerste zin:
Toen Maria had besloten om dood te gaan, moest haar kat verder maar voor zichzelf zorgen..

De korte inhoud

Het is 1953. al jaren houdt dictator Jozef Stalin de Sovjet-Unie in een ijzeren greep. In Stalins arbeidersparadijs is een seriemoordenaar actief die kinderen vermoordt. Maar in de Sovjet-Unie zijn zulke misdaden onmogelijk. Er bestaan alleen politieke misdaden. Wie al denkt dat een Sovjetburger tot die moorden in staat is, pleegt een misdaad en kan de kogel krijgen, of sterft een tergend langzame dood in een van de goelags. Voor de dood van de kinderen is altijd een logische verklaring: een ongeluk, buitenlandse spionnen – dossier gesloten.
Hoe los je een onmogelijke misdaad op?
Leo Demidov is een jonge, ambitieuze en toegewijde officier van de meedogenloze geheime dienst. Hij kent geen twijfels over het beleid van de communistische partij.
Maar de seriemoordenaar blijft actief en de kindermoorden gaan door. Het lijkt er zelfs op dat de moorden Demidov volgen, dat ze op de een of andere manier met hem te maken hebben. Leo beseft al snel dat hij de moordenaar van al die kinderen, wie het ook is, moet stoppen voordat hij zelf wordt vermoord.
Bij Demidov slaat de twijfel toe. Zijn vijanden binnen de muren van de Loebjanka, het hoofdkwartier van de geheime dienst, ruiken bloed en chanteren hem. Leo moet zijn loyaliteit aan de partij bewijzen, maar dat kan alleen als hij zijn vrouw Raisa verraadt.


Het volledige rapport.
Tob Rob Smith groeide op in Zuid-Londen waar zijn ouders een antiekwinkel uitbaatten. Hij begon al met het schrijven van verhalen in zijn jeugd, maar toen op de middelbare school een leraar hem aanraadde om toneelstukken te gaan schrijven maakte dat indruk op de jonge Tom. Na zijn studies werkte hij eerst als werknemer en later als zelfstandige vooral voor televisieproductiehuizen en –omroepen. Tijdens een minder drukke periode begon hij met het schrijven van zijn spannend debuut Kind 44, dat hij baseerde op de echte Russische seriemoordenaar Andrei Chikatoli, die in de jaren tachtig van vorige eeuw actief was.

Veiligheidsagent en perfecte Sovjetburger Leo Demidov komt per toeval op het spoor van een kindermoordenaar, maar volgens de communistische doctrine bestaan er geen seriemoordenaars. Deze contradictie brengt Leo aan het twijfelen inzake het officiële beleid; een gegeven dat zijn tegenstanders binnen de geheime dienst meteen uitbuiten om hem op een zijspoor te dirigeren. Maar Leo wil koste wat kost deze maniak opsporen en uitschakelen. Zelfs als dat betekent dat hij zijn naaste familie en zichzelf in grote problemen brengt. Enkel het met succes afronden van zijn zoektocht kan zijn geloofwaardigheid en re-integratie in de maatschappij weer bewerkstelligen.

Voor Kind 44 nam de auteur zich de vrijheid om het verhaal te verplaatsen naar de jaren vijftig toen Stalins schrikbewind zijn hoogtepunt beleefde. En deze kunstgreep blijkt een gouden idee te zijn, want veruit het sterkste punt van het boek is de grimmige sfeer die de auteur tot in de perfectie weet te hercreëren. Door zijn sobere beschrijvingen van het leven in Stalinistisch Rusland weet hij veel gruwelijker uit de hoek te komen dan al die boeken waarin bloed en lichaamsdelen in het rond vliegen. De eerste tweehonderd bladzijden van Kind 44 behoren tot het beste wat er ooit op papier gezet werd. De uiterst geloofwaardige wijze waarop alles verteld wordt grijpt de lezer bij het nekvel, kruipt onder de huid en dwingt hem de confrontatie aan te gaan met deze situatie van wantrouwen waarin een normaal leven geen optie is. Want het wantrouwen regeert met ijzeren hand en de angst voor arrestatie, marteling en de goelag hangt als een zwaard van Damocles boven eenieder; ook boven de hoofden van de protagonisten. Meesterlijke sublimatie toont Tom Rob Smith hier tentoon.

Toch mist Kind 44 net de perfecte score, want de contradictie tussen de Sovjetburgers die zich in het begin van het verhaal afsluiten van alles wat hen niet aangaat en de massale hulp die hij later in het boek krijgt is te groot om geloofwaardig te zijn. Hierdoor valt die onmenselijke sfeer die met veel moeite gecreëerd werd bijna als een mislukte soufflé in elkaar, waardoor de auteur er dan ook niet in slaagt die neerslachtige sluier die zowel over cover als verhaal hangt tot het eind vol te houden.

Ook zorgt het kaartje aan het begin van het boek bij aanvang voor heel wat afleiding, want de lezer is geneigd het te raadplegen telkens er een plaats die vernoemd wordt. En die zijn er aanvankelijk niet op terug te vinden. Het was beter geweest het kaartje pas af te drukken op de plaats waar het relevant wordt.

Toch leverde Tom rob Smith met Kind 44 een meesterwerk af dat verplichte literatuur moet zijn voor elke rechtgeaarde liefhebber van het genre. En voor elke (potentiële) auteur, want het is niet alleen een schoolvoorbeeld, maar zelfs de nieuwe maatstaf voor wat betreft sfeervorming.

Het definitieve verdict: 9/10

EOB.JPG

 

01-03-11

VAN DER HEDEN Jeroen - Uw wil geschiede


vdhjuwg.jpg


De eerste zin:
Drie dagen lang brandde het licht van de slaapkamer.

De korte inhoud

Op 21 december, de kortste dag van het jaar, wordt rechercheur Fred Fontein bij een gruwelijk moord geroepen. Een ex-rechercheur is in zijn woonkamer gemarteld en vermoord. Een bebloed papiertje met tekst dat op zijn voorhoofd werd geprikt, lijkt het enige waardevolle aanknopingspunt.
De verschillende sporen die Fontein en zijn team onderzoeken, leiden niet naar de dader. Als er sprake blijkt van een seriemoordenaar, wordt het nog belangrijker snel de waarheid te achterhalen. Maar de talentvolle rechercheur komt er maar niet achter met welke motieven de moorden gepleegd zijn.
Het onderzoek voert naar het verre verleden. Gebeurtenissen uit het midden van de negentiende eeuw blijken een grote rol te spelen. Maar kan Fred Fontein de dader vinden voor die nog meer slachtoffers maakt?


Het volledige rapport.
Volgens de achterflap heeft de debuterende Jeroen van der Heden een verleden als muzikant, verbleef hij als freelance pianoleraar veel in het buitenland en is hij momenteel woonachtig in Spanje. Maar omdat dit verhaal niet geconfirmeerd kan worden – want online is deze man blijkbaar onbestaande – zou het niemand verbazen dat deze naam slechts een nom de plume is

Dit vermoeden wordt mede onderschreven doordat de volwassen, onderhoudende en gemoedelijke stijl waarmee Uw wil geschiede op papier werd gezet, niet meteen aan een nieuwkomer in het vak doet denken, maar veeleer aan een iemand die zijn sporen als auteur al verdiend heeft. Wel is het zeer markant dat de auteur meermaals zeer lang wacht om een naam te plakken op een nieuw geïntroduceerd personage, alsof hun identiteit slechts bijzaak is.

De wrede moord op Erik Drent, een Amsterdams rechercheur op rust die niet zo rechtschapen bleek als van een wetsdienaar verwacht wordt, betekent voor Fred Fontein het begin van de jacht op een moordenaar, die zich al snel ontpopt als seriemoordenaar. Net als bij Zilte Deerne van Mariëtte Ciggaar blijkt de sleutel ook in het verleden te liggen, maar Jeroen van der Heden weet zijn variatie op dit thema veel geloofwaardiger te presenteren, waarbij enkel moet vastgesteld worden dat het motief voor de moorden wel erg vergezocht is.

Desondanks behoort Uw wil geschiede tot de betere politieverhalen die jaarlijks verschijnen. Dit is ook deels toe te schrijven aan het feit dat de personages niet alleen beschreven worden als mensen van vlees en bloed maar ze ook mooi gestoffeerd worden met een eigen privéleven.

Niet alleen de cover van Uw wil geschiede werd stijlvol uitgevoerd, ook de inhoud straalt goede smaak uit. Debutant of niet, Jeroen van der Heden levert een aanrader voor elke liefhebber van de Nederlandstalige policier.


Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


17-02-11

GEERAERTS Jef - Zand

 

gjz.jpg

De openingszin:
Uit de intercom ergens in het plafond kwam het duidelijk gearticuleerde gefluister van een vrouwenstem, die ‘Drie is wakker, dokter,’ zei, gevolgd door een klik.

De korte inhoud

Op 10 mei 1988 wordt de secretaresse van een bekende Antwerpse tandarts in de consultatiekamer gewurgd aangetroffen. De kast met medische dossiers werd doorzocht en enkele röntgenfoto’s ontbreken. Vincke en Verstuyft volgen aanvankelijk een vals spoor. Dankzij een tip uit Texas gaat het onderzoek een andere richting uit en vertrekken ze met rogatoire opdracht naar de Verenigde Staten. Daar komt het speurdersduo in het vaarwater van gewetenloze makelars in onroerende goederen, beleggingsadviseurs en ‘landdevelopers’.



Het volledige rapport
De in 1930 te Antwerpen geboren en getogen Jef Geeraerts begon zijn loopbaan als assistent gewestbeheerder in de toenmalige Belgische kolonie Kongo. Na de onafhankelijkheid in 1960 keerde hij terug naar zijn thuisland en ondervond grote moeilijkheden om de cultuurschok verwerken.

Om de moeilijkheden te verwerken die hij ondervond om zich aan te passen aan het jachtige leven, begon hij aan een literaire carrière, waarvan Gangreen 1: Black venus, mede door de controverse die het veroorzaakte, zijn bekendste werk is. Met Kodiak .58, dat in 1979 verscheen, verlegde hij het zwaartepunt in zijn werk van het literaire naar het spannende boek. En met De zaak Alzheimer, dat bekroond werd met de Gouden Strop, introduceerde hij de rechercheurs Vincke en Verstuyft. Zand is het vierde boek in deze negendelige serie.

Hierin vormt de moord op een tandartsassistente de aanleiding tot een verhaal over verzekeringsfraude en oplichting, die de twee hoofdfiguren zelfs tot in Texas en Florida brengt. En richt de auteur zijn kritische blik voor de verandering eens niet op de Belgische politiek en politie, maar bevindt de Amerikaanse maatschappij het zich in het oog van de storm.

Tweeëntwintig jaar nadat het boek voor het eerst op de markt kwam, voelt het nog altijd niet oubollig aan. In tegendeel zelfs: het verhaal doet nog steeds eigentijds aan - waarmee de warde van Jef Geeraerts voor het Vlaamse spannende boek meteen bewezen is – en staat compositorisch nog altijd als een huis. Het begint met een op het eerste zicht zinloze moord waardoor het onderzoek al vast komt te zitten voor het goed en wel begonnen is en neemt een onverwachte wending als quasi bij toeval een link gevonden wordt met een mogelijke verdachte, zodat de jacht eindelijk kan beginnen. En dat alles wordt nog eens overgoten met een laagje scherpe maatschappijkritiek. Kortom zelfs heden ten dage, komen vele misdaadromans amper tot aan de enkels van Jef Geeraerts’ politieverhalen, die dankzij de recente verfilmingen van De Zaak Alzheimer en Dossier K. ook nog bij de nieuwe generatie lezers gekend zijn.

Alleen al de hoofdpersonages maken het de reeks al de moeite waard: het contrast tussen de gedistingeerde levensgenieter Eric Vincke en de macho man van de straat Freddie Verstuyft kan bijna niet groter zijn, maar ze vullen elkaar perfect aan. Deze keer worden ze bijgestaan door twee Amerikanen die aan de lopende band oneliners spuien: de Texaanse te laat geboren cowboy Richard Cobb en de godvrezende rechercheur Theodore Stover.

Zand is een aangename degelijke geconstrueerde politieroman die het zandmannetje met zekerheid op afstand houdt en een mooi voorbeeld is van het spannende werk van Jef Geeraerts.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


14-02-11

FINDER Joseph - Bedrog

 

fjb.jpg

 


De openingszin:
Als een gevangenis is als dit, dacht Alexa Marcus, zou ik daar best wel willen zitten.

De korte inhoud

De zeventienjarige Alexa krijgt in een café een drankje aangeboden. Een paar uur later wordt ze wakker, levend begraven met een webcam die al haar wanhoop en angst registreert en op internet openbaar maakt.
Alexa’s vader, een machtige zakenman, ziet zijn hedge fund in elkaar zakken. Hij wordt ervan verdacht een Ponzi-fraude (piramidespel) te hebben opgezet en zijn leven is in gevaar. Hij heeft nog maar één vriend die hem kan helpen zijn dochter te redden en zijn onschuld te bewijzen. Die vriend is Nick Heller.


Het volledige rapport:
Het curriculum vitae van de Amerikaanse auteur Joseph Finder zou dat van een hoofdfiguur uit een spannend boek kunnen komen: als kind vertoefde hij op diverse plaatsen in Azië. Eenmaal terug in de USA opteerde hij voor aan Rusland gerelateerde studies, waarna hij gerekruteerd werd door de CIA. Maar Finder koos als snel voor een carrière als auteur en op zijn vierentwintigste debuteerde hij met een non-fictie boek over de Russisch-Amerikaanse zakelijke belangen, waaruit ook zijn spannend debuut voortvloeide. De Moskou club, was het eerste van vier rasechte spionagethrillers. Hierna veranderde de auteur het geweer van schouder en stortte zich op de bedrijfsthrillers, om weer vier boeken later, met Fraude, aan een vierdelige reeks te beginnen over de privédetective en fixer Nick Heller.

Eind februari 2011 verschijnt Bedrog, het tweede boek uit deze serie, in onze winkelrekken, terwijl de Engelstalige wereld nog tot aan het begin van deze zomer moet wachten op dit boek.

In Bedrog wordt Nick door een steenrijke kennis gevraagd om zijn verdwenen dochter Alexa op te sporen. Deze blijkt ontvoerd te zijn en werd levend begraven met een webcam, zodat haar vader al de angsten die zij uitstaat op het wereldwijde web kan volgen.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: met Bedrog levert Joseph Finder een rasechte pageturner volgens beproefd klassiek recept af die bol staat met verrassende wendingen die op het lijf geschreven is van de Amerikaanse filmindustrie: Russische boeven belagen Amerikaanse belangen en Nick Heller is de held die met zijn doortastende optreden, de FBI de loef afstekend, een happy end moet forceren.
Liefhebbers van deze pretentieloze actieverhalen moeten dan ook geen moment twijfelen om Bedrog ter hand te nemen, want het leesplezier is gegarandeerd met deze in de eerste persoon enkelvoud geschreven rollercoaster.

De meerwaardezoeker mag al iets langer twijfelen, want ondanks de vlotte pen van de auteur, verwart deze het uitdiepen van personages met het gedetailleerd beschrijven van de kledij die ze dragen. Gelukkig geldt dit niet voor de ik-figuur en zijn entourage, want Nick Heller krijgt wel een degelijke achtergrond, die ook wel noodzakelijk is om zijn uitgebreide kennissenkring te verantwoorden. Want het motto van de protagonist blijkt te zijn: “Niet wat je kent is belangrijk, maar wel wie je kent”. Veel van zijn problemen en obstakels ruimt hij op door met een vingerknip een kennis op te trommelen met de juiste vaardigheden.

En natuurlijk worden – trouw aan dit subgenre – de grenzen van de geloofwaardigheid meermaals zonder blozen of verpinken overschreden.

Hoe dan ook; met Bedrog zet Joseph Finder op weergaloze wijze de Russen weer op de troon der slechteriken. Een rol die ze sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie nog amper toebedeeld kregen.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG

 

01-02-11

GERRITSEN Tess - Het aandenken

 

gtha.jpg

De korte inhoud
Al jarenlang ligt een perfect geconserveerde mummie in een kelder van het Crispin museum in Boston. De ontdekking ervan door de museumstaf is een geweldige vondst. Maar patholoog-anatoom Maura Isles vindt een macabere boodschap in het lichaam, een bewijs dat dit ‘eeuwenoude’ reliek eigenlijk een modern moordslachtoffer is.
Voor Maura en rechercheur Jane Rizolli is het forensische bewijs onmiskenbaar. En als de resten van een andere vrouw in de verborgen nissen van het museum worden gevonden, wordt het duidelijk dat er een psychopaat rondwaart. Jane en Maura beginnen aan een race om dit gestoorde roofdier te stoppen voordat hij nóg een aandenken kan toevoegen aan zijn gruwelijke verzameling…
.


Het volledige rapport
De Amerikaanse Tess Gerritsen ruilde jaren haar medische carrière voor het onzekere schrijversvak. Zoveel jaar later behoort ze tot de leading ladies van de wereld van het spannende boek. Recent belande haar meest recente werk Sneeuwval in de Nederlandstalige boekhandels. Maar ik waag me aan het boek dat hieraan vooraf ging: Het aandenken, dat al zevende boek is met rechercheur Jane Rizolli en patholoog-anatoom Maura Isles, twee dames die het ondertussen ook al tot op het kleine scherm geschopt hebben, in de hoofdrollen.

In Het aandenken weten de archeologen van het Crispin museum en de medische technici niet wat ze zien als blijkt dat een eeuwenoud gewaande mummie een hedendaags slachtoffer van moord blijkt te zijn. Als er in het museum een tweede moderne mummie wordt ontdekt, groeit het vermoeden dat er wel eens een psychopaat aan het werk geweest kan zijn. Of misschien zelfs nog actief is en dat hij volop werkt aan de uitbreiding van zijn collectie…

Het eerste wat opvalt aan Het aandenken is dat het eerste hoofdstuk, een soort van proloog, in de ik-vorm verteld wordt, terwijl daarna alles in de derde persoon op papier staat. Maar welke de vertelvorm ook moge zijn, Tess Gerritsen kan een verhaal vertellen, grijpt de lezer bij het nekvel en dreigt hem te laten verdrinken in haar fantasieën, waarbij ze op perfect getimede momenten de levensnoodzakelijke minieme adempauzes inlast. Kortom de auteur is een professional, die alle knepen van het vak beheerst.

Zelfs als ze de lezer voedt met valse informatie – iets wat ik door de band genomen niet goed verteer en altijd heb beschouwd als vals spelen – doet ze dat op zo een professionele wijze dat men geneigd is een en ander met de mantel der liefde te bedekken. Vooral omdat het de aanloop vormt naar een geweldige ontknoping in twee bedrijven die even moeilijk te voorspellen lijkt dan de winnende combinatie bij de lottotrekking.

Ook voelt het vreemd aan dat de relatie tussen Maura en Daniël Brody, waaraan in de vorige twee delen van de serie nauwelijks aandacht werd besteed, in Het aandenken weer prominent aanwezig is. En al even bizar is de verschijning van Anthony Sansone, de bezieler van de Mefistoclub. Een wederoptreden dat weinig toevoegt aan het verhaal en dat enkel ruikt naar bladvulling

Grappig is ook dat Tess Gerritsen de GPS beschrijft als een fonkelnieuwe uitvinding, waar ze maar geen genoeg kan van krijgen. Een gadget dat zelfs ten tijde dat Het aandenken, in 2008, geschreven werd, toch al massaal aanwezig was in de Westerse maatschappij en behoorde tot het gemeengoed. Zouden schrijvers dan toch een beetje wereldvreemd zijn?

Los van dit alles is en blijft Het aandenken een sterke thriller die garant staat voor enkele uren onvervalst leesplezier.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


16-01-11

KEPLER Lars - Contract


klc.jpg


De eerste alinea:
Het is windstil als het grote plezierjacht in de lichte nacht drijvend wordt aangetroffen op de Jungfrufjärden in de zuidelijke scherenkust van Stockholm. Het water heeft een lome, blauwgrijze kleur en beweegt zich traag als nevel.

De korte inhoud
.
Op een zomernacht wordt op een verlaten plezierjacht dat ronddobbert in de Stockholm-archipel het lichaam van een vrouw gevonden. Ze lijkt verdronken te zijn, maar haar longen zijn gevuld met brak water dat niet afkomstig blijkt te zijn van de archipel. De volgende dag wordt er een man gevonden in zijn appartement in Stockholm. Hij hangt aan een plafondhaak, in een verder lege kamer. Inspecteur Joona Linna is ervan overtuigd dat de man zelfmoord heeft gepleegd. Hij krijgt gelijk, maar daarmee is de zaak niet gesloten. De twee doden vormen de opmaat tot een reeks duizelingwekkende en gevaarlijke gebeurtenissen die Joona Linna meesleuren in een nietsontziende jacht op de moordenaar.



Het volledige rapport
In de hoop het succes van Stieg Larssons Millennium trilogie te kunnen evenaren, werden er de laatste twee jaar een groot aantal nieuwe misdaadauteurs uit de Scandinavische landen gelanceerd en hun werken naar het Nederlands vertaald. Een ervan was Lars Keplers positief onthaalde politieroman Hypnose.

Lars Kepler is een pseudoniem waarachter Alexander Ahndoril en zijn vrouw Alexandra Coelho schuil gaan. Deze Zweden publiceerden elk eerder al onder eigen naam een aantal romans. Met Contract, dat op 27 januari aanstaande verschijnt, leverden ze hun tweede spannende boek af, waarin de hoofdrol weer werd toebedeeld aan Joona Linna, een inspecteur van de landelijke recherche.

Dit keer wordt de inspecteur opgezadeld met twee bizarre doden: een functionaris die een hoge post bekleedt in het Zweeds bestuur heeft zich verhangen t in een lege kamer van zijn woning en een jonge vrouw stierf op een verlaten zeiljacht: hoewel ze kompleet droog is, blijkt ze toch de verdrinkingsdood gestorven te zijn. Deze twee zaken blijken het topje van een ijsberg vol zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.

Hoewel het boek zeer vlot wegleest worden sommige gebeurtenissen meermaals kort na elkaar met andere woorden dubbel of zelfs driedubbel beschreven. Het eindresultaat had dus net iets dunner gekund dan de vijfhonderdtwintig bladzijden die de drukproef welke ik mocht lezen dik was. Het is dus best mogelijk dat in de definitieve versie dit minpuntje (deels) weggewerkt wordt.
Maar het staat buiten kijf dat het verhaal staat als een huis. Inclusief een paar briljante wendingen die aangeven dat de auteurs echt wel hun best gedaan hebben om origineel uit de hoek te komen. Ook ontplooit het verhaal zich naar Scandinavische normen met een ongekende vaart.

Alleen is het jammer dat de entourage van en het hoofdpersonage zelf totaal niet tot leven komen. Joona Linna blijft steken als een grijze schim die blijkbaar een opmerkingsgeest heeft die aan helderziendheid grenst. Meermaals is een blik op een plaats delict voldoende voor hem om zich de feiten die zich er voordeden te kunnen voorstellen, wat toch wel ongeloofwaardig overkomt. Ik kan enkel maar veronderstellen dat deze figuren uitgebreider voorgesteld werden in Hypnose. Aan de eenmalige personages werd gelukkig heel wat meer aandacht besteed om ze te voorzien van een degelijke achtergrond om er realistische figuren van te maken.

Trouw aan de Scandinavische traditie bevat Contract heel wat onderhuidse kritiek op de maatschappij, waarbij deze keer het feit centraal staat dat door de onverzadigbare honger naar rijkdom en welstand van de mens zowat alles te koop is.

Contract is een onvervalste pageturner die het niet slecht zou doen in Hollywood, en die de lezer ook meteen nieuwsgierig maakt naar meer spannend werk van de handen van Lars Kepler.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


11-01-11

BECKETT Simon - Het sanatorium

 

bshs.jpg

 

De eerste alinea:
De huid.

De korte inhoud

De Britse arts David Hunter maakt een studiereis naar de beroemde Body Farm in Knoxville (VS), de plaats waar hij gestudeerd heeft. Hij is nog herstellende van een aanslag op zijn leven en hoopt dat het uitstapje hem goed zal doen. Directeur Tom Lieberman, een vriend van vroeger, vraagt hem mee te gaan naar een lijkschouwing in een berghut. Hunter is echter niet voorbereid op het gruwelijke tafereel dat hij daar aantreft: een vastgebonden en gefolterd lichaam in verregaande staat van ontbinding, met – vreemd genoeg – roze tanden.
Dan wordt er een tweede lichaam gevonden. Wat volgt is een huiveringwekkende zoektocht waarin niets is wat het lijkt. David Hunter krijgt te maken met iemand die een duivels genoegen beleeft aan moorden en die bizarre sporen achterlaat op iedereen op het verkeerde been te zetten.



Het volledige rapport
De uit Sheffield afkomstige Brit Simon Beckett oefende een aantal jobs uit die allen gemeen hadden dat ze hem een grote mate van vrijheid bezorgen. Het schrijverschap was dus gewoon een logische volgende stap en na een journalistiek bezoek aan de body farm had hij meteen ook zijn inspiratie gevonden: David Hunter was geboren.

In het derde boek uit de reeks, Het sanatorium, keert het hoofdpersonage terug naar de body farm en raakt hij op voorspraak van de directeur ervan betrokken bij het onderzoek van een gruwelijke moord en de jacht op een gewiekste seriemoordenaar.

Simon Beckett hanteert een uiterst aangename schrijfstijl waarin de lezer zich quasi vanaf de eerste bladzijde een gezellig in kan nestelen zodat meteen de juiste sfeer gecreëerd wordt voor meer dan driehonderd bladzijden leesplezier.

Of toch bijna, want vooral in het begin van Het Sanatorium maakt de auteur te veel toespelingen op de bijna doodervaring van het hoofdpersonage op het eind van Het laatste zwijgen, het vorige boek uit de reeks. Vooral het feit dat de opmerkingen eigenlijk niet ter zake doen in dit verhaal maakt het ergerlijk.

Maar gelukkig weet de schrijver er nog net op tijd mee op te houden, om vol te gaan voor verhaal nummer drie dat plotmatig veruit het beste is uit de reeks: verrassende wendingen en een originele en perfect gemaskeerde ontknoping maken van Het Sanatorium een rasechte pageturner die de lezer verbaasd en zelfs verbluft achterlaat nadat deze de laatste bladzijde achter zich gelaten heeft.

Met dit boek breit Simon Beckett een ijzersterk derde deel aan zijn serie, waarvan alle delen met hun mix van forensische antropologie en het ontmaskeren van moordenaars een meer dan behoorlijk niveau halen. En net nu is bekend geworden dat in april 2011 het vierde deel van de persen zal rollen. Ik kan haast niet wachten, want deze werken zouden verplichte lectuur moeten zijn voor elke rechtgeaarde liefhebber van spannende boeken.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG

 

 

 

11-12-10

HERMANS Daniëlle - Het tulpenvirus

 

 

hdht.jpg

 

 

De eerste alinea:
Ze sloeg de vlieg weg en keek met gefronste wenkbrouwen naar de lege plank. Het brood dat ze gisteren gebakken had, was verdwenen, en ze wist precies waar het terecht was gekomen; in de magen van die dronkenlappen die hun schamele loon hier kwamen opzuipen.

De korte inhoud
Alkmaar, 1636. De gerespecteerde herbergier en tulpenhandelaar Woutere Winckel wordt gevonden in de gelagkamer van zijn taveerne De Oude Schuttersdoelen. Vermoord. Waarom moest hij dood?
Londen, 2007. Frank Schoeller wordt door zijn neef Alec dodelijk gewond aangetroffen. Uit de laatste woorden van Frank en het boek dat hij omklemt, begrijpt Alec dat de moord iets met tulpen te maken moest hebben. Samen met zijn beste vriend Damian volgt Alec een spoor vat niet alleen terugleidt naar de zeventiende-eeuwse tulpenhandel en de moord op Winckel, maar ook naar een groep rijke investeerders waarvan Frank deel uitmaakte. Dan duikt de ambitieuze wetenschapster Tara Quispel op. Zij blijkt Frank goed gekend te hebben. Maar om andere redenen dan Alec denkt… Als blijkt wat er achter Franks plannen zat en hoeveel er op het spel staat, is niemand van de betrokkenen zijn leven meer zeker.


Het volledige rapport
Daniellë Hermans werd in 1963 in Nederland geboren en studeerde, na een deel van haar jeugd op het zwarte continent te hebben doorgebracht, Kunstbeleid en Maangement aan de universiteit van Utrecht. Momenteel werkt ze als freelance communicatieadviseur.

In Het tulpenvirus, waarmee ze in 2008 debuteerde, kwamen haar liefdes voor spannende boeken en Nederlandse geschiedenis voor het eerst samen. Een jaar later deed ze dat huwelijk nog eens over in De watermeesters.

In het tulpenvirus draait alles– zoals de titel al doet vermoeden – rond Nederlands populairste bloem, die het middelpunt vormt van een verhaal over liefde, vriendschap, schoonheid, hebzucht, en (godsdienst)vrijheid. In een eerste verhaallijn die zich afspeelt zich af in het Alkmaar van de zeventiende eeuw.volgen we de lotgevallen van de oudste zoon van de vermoorde herbergier en tulpenhandelaar Wouter Winckel. De andere verhaallijn is gesitueerd in 2007 waarin Londenaar Alec Schoeller zijn oom vindt in een plas bloed, net voor die zijn laatste adem uitblaast, met een zeventiende-eeuws boek over tulpen in zijn handen. Samen met zijn Amsterdamse vriend Damian probeert hij de moordenaar van Frank Schoeller op te sporen. Deze zoektocht laat Alec zien dat hij Frank lang niet zo goed kende als verhoopt…

Daniëlle Hermans heeft het schrijven op dezelfde wijze aangepakt als de projecten die ze als projectmanager in haar professionele leven voorgeschoteld krijgt: eerst een gedetailleerd plan uitwerken en dat rigoreus volgen tijdens het uitschrijven. En dat voel je als lezer nog, want hoewel er genoeg actie en wendingen in het verhaal zitten voelt het nogal kil en klinisch aan: de emoties die de personages overspoelen slagen er niet in het boek te ontspringen en de lezer aan te steken.

Maar dat is dan ook het enige minpunt, want Het tulpenvirus is vooral een mooi gecomponeerd, origineel verhaal waarin feiten en fictie naadloos in elkaar overvloeien en waarvoor de auteur heel wat research deed. De geloofwaardigheid groeit naarmate het verhaal zich verder ontplooit.

Met Het tulpenvirus maakte Daniëlle Harmans een opgemerkte en geslaagde entree in de wereld van het spannende boek, waarin ze met haar historisch getinte roman een eigen plaatsje gevonden heeft.

Het definitieve verdict:
7/10

EOB.JPG


 

 

 

03-12-10

ASPE Pieter - Erewoord


ape.jpg


De eerste alinea:
Céline was dood. Dat had dokter Verwilgen vijfendertig minuten geleden vastgesteld. Daarna had hij de politie gebeld met de mededeling dat het wellicht een verdacht overlijden betrof. Een meisje van zevenentwintig ging immers niet zomaar dood. Hij was bovendien haar huisarts. Hij wist dat ze in blakende gezondheid verkeerde. Van In bekeek het dode meisje dat voor hem op de bank lag met een treurige blik. Zij lag op haar zij met alleen een badjas aan, alsof ze voor de televisie in slaap was gevallen.

De korte inhoud
Céline Dubois, een jonge vrouw, wordt dood aangetroffen bij haar thuis op de sofa. Hoewel er geen sporen zijn van een misdaad, heeft de huisarts die het overlijden vaststelt zijn twijfels. Wanneer het vermoeden rijst dat de doodsoorzaak vergiftiging is met het extract van de bessen van de Taxus baccata, ligt de conclusie dat het om zelfmoord gaat voor de hand.
Van In en Versavel vernemen dat Célines vriend het niet zo lang geleden heeft uitgemaakt. Werner Candries is zaakvoerder van een groothandel in bloemen en planten. Wijst de doodsoorzaak niet in zijn richting? Een passionele moord? Vergiftiging is in dat geval niet het middel bij uitstek. Had hij dan een reden om zijn ex te doden?
De zaak neemt een onverwachte wending als ‘de man op de motorfiets’ opduikt. Hij dringt bij Candries binnen en gaat genadeloos te werk. Gaat het om een ordinaire afrekening of bestaat er een verband tussen de man op de motorfiets en de andere gebeurtenissen waarbij steeds meer mensen betrokken raken?


Het volledige rapport
De uit Brugge afkomstige, naar Blankenberge uitgeweken, Pieter Aspe is veruit Vlaanderens best verkopende auteur van spannende boeken. Zijn politieverhalen met onderzoeksrechter Hannelore Martens, commissaris Pieter Van In en sidekick Guido Versavel behoort ondertussen, mede door de televisieserie Aspe die op de boeken gebaseerd is, tot het Vlaams cultureel erfgoed. Jaarlijks publiceert de auteur klokvast twee avonturen: eentje in het voorjaar en een ander in het najaar. Erewoord is al het zevenentwintigste boek met deze hoofdpersonages.

Hierin bijt Van In zich vast in het verdachte overlijden van een jonge vrouw, Céline Dubois. Het enige bruikbare spoor leidt naar haar ex-vriend die een plantencentrum uitbaat. Maar als getuigen in het onderzoek bedreigd en mishandeld worden door een mysterieuze boom van een kerel op een motorfiets, zo het wel eens kunnen dat er meer aan de hand is dan een passioneel drama.

Pieter Aspes verhalen blinken meestal uit door de ongelooflijke vlotheid waarmee de tekst voor de ogen van de lezer passeert, maar deze keer zit er wat te weinig glijmiddel op de zinnen. Het leest van minder vlot weg dan we van de West-Vlaming gewoon zijn. Trouwens hapert niet alleen zijn schrijfstijl wat in Erewoord, ook het plot voelt rommeliger en geforceerder aan dan in zijn vorige verhalen: een aantal van de wendingen zijn vrij ongeloofwaardig en lijken uit het niets te komen, zoals een illusionist van alles en nog wat uit zijn hoge hoed tovert. Hierdoor springt het verhaal bij wijlen van de hak op de tak, alsof de auteur zelf niet goed wist welke kant hij op moest en met een gebrek aan inspiratie kampte. Zelfs de cover lijdt aan deze ziekte, want hoewel de aanvallende slang een intrigerend en sprekend beeld is, heeft het geen enkel raakpunt met het verhaal.

Buiten de gimmick dat Van In zonder het te beseffen aan de zwier gaat met een van de daders, zit er weinig origineels in Erewoord, dat op routine lijkt te zijn geschreven.

Erewoord is lang niet zijn beste boek en stelt teleur. Maar met de frequentie waarmee de boeken van Pieter Aspe op de markt komen, hoeven de fans niet te lang ontgoocheld zijn. En samen met hen zeg ik dan ook: “Volgende keer beter.”

Het definitieve verdict:
5/10

EOB.JPG

26-11-10

ASPE Pieter - Kat en muis


apkem.jpg


De eerste alinea:
Elke trok het raam open en dwong zichzelf om naar benden te kijken. De gapende diepte onder haar werkte als een magneet. Haar benen werden slap en ze kreeg het gevoel dat ze haar evenwicht zou verliezen. Het zweet brak haar uit. Nee, dacht ze. Er moet een andere manier zijn om er een einde aan te maken…

De korte inhoud
Lidewij Franco – alias de generalísimo – is hoofdredactrice van het blad Climax. Ze is een harde tante en niet geliefd bij haar medewerkers. Vrienden heeft zij niet. De enige van wie ze houdt is haar hat Machiavelli, een Egyptische mau.
Bij Climax gaat het om primeurs en daarvoor heeft Lidewij Franco een netwerk opgebouwd. Haar onvolprezen instrument hiervoor is Roddelton, een weblog waar haar tipgevers berichten posten. Daar komt een grandioze tip binnen waar zij zeker wil mee uitpakken. De Belgische topwielrenner Eddy Van Looy, die op dat ogenblik deelneemt aan de Ronde van Frankrijk, zou in zijn jeugd het slachtoffer zijn geweest van een pedofiele priester. De reportage moet weer eens het verschil maken tussen haar blad en de mindere bladen, want: zeg nooit roddelblad tegen Climax.
Het artikel slaat in las een bom. De redactie van het blad wordt bestookt met mails, van lovend tot ronduit vijandig. Lidewij Franco wordt zelfs met de dood bedreigd. Daar trekt ze zich niets van aan. Maar dan gebeurt er iets wat deze gehaaide vrouw in een bang muisje verandert. Wat maakt haar opeens zo kwetsbaar?


Het volledige rapport
Voor veelschrijver Pieter Aspe is het moordende tempo van twee boeken per jaar blijkbaar nog niet voldoende, want deze bij de novembereditie van het maandblad Goedele zit als extraatje Kat en Muis. Na Grof Wild en De Japanse tuin een derde kortverhaal van zijn hand.

Kortverhalen zijn blijkbaar de manier van Pieter Aspe om even te ontsnappen aan de vaste personages uit zijn boeken. Ook deze keer dus geen Van In of Versavel, maar Lidewij Franco, een kreng van een vrouw die als hoofdredactrice van Climax een even streng beleid voert over haar redactie als haar Spaanse naamgenoot destijds over zijn land. Om week na week met een primeur te kunnen uitpakken gaat ze over lijken en worden de grenzen van de beroepsethiek als eens aan de laars gelapt. Als ze, na de publicatie van een pedofiliezaak met een bekend renner als slachtoffer, op een avond thuis komt, blijkt haar enige liefde, de kat Machiavelli, spoorloos.

Door Kat en muis aan te bieden bij een tijdschrift zou een win-win situatie moeten ontstaan: Enerzijds verwacht Sanoma Magazines dat de grote schare fans van de auteur zich massaal naar de krantenwinkel haasten om zich dit verzamelobject aan te schaffen en zo het tijdschrift meer bekendheid te geven. En anderzijds hoopt Pieter Aspe wellicht zijn publiek nog te kunnen uitbreiden, en zijn status van best verkopende Vlaamse misdaadauteur te versterken.

Bij dit laatste zet ik wat vraagtekens, want hoewel Kat en muis geschreven is met de typerende flair van de bekendste Bruggeling van deze eeuw, had het verhaal wat meer stoffering kunnen gebruiken. Wraak is natuurlijk een dankbaar thema om van een lineaire plot gebruik te maken, maar vijfentachtig bladzijden kunnen nooit volstaan om naast het introduceren van de personages en het uiteenzetten van de setting ook nog eens een rits aan opeenvolgende gebeurtenissen te bevatten, waardoor het verhaal wat diepte en sfeer tekort komt.

Gelukkig worden quasi alle personages perfect neergezet als herkenbare mensen. Met als kers op de taart Lidewij Franco, die in een paar zinnen een drie-eenheid kan vormen met Miranda Priestly (The devil wears Prada) en Cruella De Vil (101 dalmatiërs). De keuze om het meest onsympathieke karakter in de slachtofferrol te duwen is dan weer moeilijker te begrijpen, want niemand zal een traan laten als boontje om zijn loontje komt bij haar. Tenzij misschien voor de kat…


Kortverhalen schrijven is een kunst en Jac. Toes bewees, door in 1998 met Fotofinish de Gouden Strop weg te kapen, dat de perfectie te benaderen is. Kat en muis daarentegen haalt net niet het niveau dat we van Pieter Aspe verwachten, en dus blijft Grof wild tot nader order zijn beste novelle. Toch is het aardig meegenomen als tussendoortje. En er zit nog een Goedele bij met honderdvijftig bladzijden vol true crime artikels.

Het definitieve verdict:
4/10

EOB.JPG

24-11-10

UYTTENDAELE Ivo - Arteria Vertebralis

 

uiav.jpg

De eerste alinea:
Een vroege vogel is Jan Berkel nooit geweest en van in zijn studententijd had hij acht uur slapen nodig om met veerkracht op te staan. De laatste maanden lukt dit niet meer en dikwijls denkt hij dat de veren van zijn bed hem geen kracht meer geven. Als na tien uur slapen zijn wekker afloopt is hij een wrak en keer op keer drukt hij de sluimerknop in. Het aftelversje waarmee zijn grootmoeder hem gedurende de vakanties bij haar wekte, schiet hem regelmatig door het hoofd: zesuur slapen is genoeg, een luiaard mag er zeven tellen, op acht voorwaar heeft niemand recht. Vakantie was voor haar geen adempauze na een vermoeiend schooljaar, het was de voorbereiding op het nieuwe…


De korte inhoud
Een wereldvreemde psychiater wordt ervan verdacht de voorzitter van de Raad van Bestuur van zijn ziekenhuis op een ingenieuze wijze te hebben vermoord en slaagt er niet in zijn onschuld te bewijzen. Met de hulp van een Franse juriste en een Nederlands verpleegkundige die in de prostitutie heeft gewerkt, komt er schot in zijn zaak en vaart in zijn leven.


Het volledige rapport
.
Mechelaar Ivo Uyttendaele werkte als psychiater. Daarnaast was hij een tijd lang woordvoerder, ondervoorzitter en hoofdredacteur van het ledenblad van de Orde van Geneesheren. Functies waarin hij heel wat inkt liet vloeien in de vorm van verslagen en artikels en begon te dromen om wat fantasievollere teksten op papier te zetten.

Het eerste resultaat daarvan kreeg de titel Arteria Vertebralis mee en ligt nu in de boekhandel. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit debuut zich afspeelt in de medische wereld. Het hoofdpersonage, de wat eigenzinnige, tegendraadse en zelfs neurotische psychiater Jan Borkel, wordt verdacht van de moord op zijn beste vriend. Terwijl het officiële onderzoek op een laag pitje staat, wil Jan, met de hulp van vrienden, zijn onschuld bewijzen.

Ivo Uyttendaele een grote voeling heeft met de Nederlandse taal is een van de eerste dingen die men kan vaststellen tijdens het lezen van Arteria Vertebralis dat bol staat van de woordspelingen. Jammer genoeg overheerst het “creatief met taal”-gevoel het spannende element van het boek en krijgt men door de overdaad aan spitsvondigheden soms het idee getuige te zijn van een gesprek tussen tooghangers. Het had dus best wat selectiever gemogen, wat een positieve invloed zou hebben op de langdradigheid die het boek in zijn huidige vorm heeft

Door een bizarre, bijna wereldvreemde man als hoofdpersonage te kiezen vraagt de auteur ook veel inlevingsvermogen van de lezer, want niet alleen is het een bijna onbegonnen taak om Jan Borkel te zien als een realistisch figuur, tevens mist een aantal van zijn daden geloofwaardigheid. En wat te denken van de liftster die in het hoofdpersonage haar donorvader meent te herkennen. De auteur zal in zijn carrière wellicht veel markante persoonlijkheden hebben ontmoet, maar in Arteria Vertebralis ligt de concentratie ervan wat aan de hoge kant.

Ivo Uyttendaele heeft mogen ervaren dat er een hemelsbreed verschil ligt tussen het schrijven van zakelijke pennenvruchten en romans en heeft wat deze laatste categorie betreft nog een hele weg af te leggen.

Het definitieve verdict:
4/10


EOB.JPG

20-11-10

DEFLO Luc - Prooi

 

dlp.jpg

 

De eerste alinea
Inge Gerets dook het metrostation van Sint-Guido in. Het was er verrassend netjes maar leeg. In de hal heerste op het gekletter van haar hakken na een bijna sacrale stilte.

De korte inhoud
Vijf over elf. Inge Gerets komt van een personeelsfeestje in Brussel. Ze haast zich om de laatste trein richting Mechelen niet te missen. In Sint-Guido, de dichtstbijzijnde metrohalt, ligt het perron er verlaten bij. Als Inge overweegt om een taxi te nemen en rechtsomkeer wil maken, merkt ze tot haar verbazing dat ze niet alleen is. De jonge allochtoon, zelfverzekerd en arrogant, staart haar aan alsof hij naar iets smerigs kijkt.
Blijven of weglopen? Kiezen. De essentievan het leven. Maar wat als er geen keuze is? Inge beseft dat ze als een rat in de val zit. Ze raakt in paniek. Waarom ik? Probeert zichzelf te sussen. Die jongen wacht gewoon op een vrined. Haar gemoed schiet vol en ze haast zich naar het eind van het perron. Ben ik een racist? De jonge allochtoon komt haar niet achterna. Inge haalt opgelucht adem. Als haar ogen langs de muur glijden, ziet ze een vuilniszak. Het ding hangt over een bewakingscamera. Is dat toeval? Of het begin van een verschrikkelijke nachtmerrie waaruit Inge nooit meer zal ontwaken?


Het volledige rapport
Luc Deflo werd tweeënvijftig jaar geleden in Mechelen geboren. Daarna trok hij beetje bij beetje zuidwaarts om uiteindelijk in Brussel terecht te komen, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw die de hoofdstad van Venezuela omruilde voor die van België. Omdat hij als voltijdse schrijverschap een eenzame bezigheid vond, is hij al enkele jaren deeltijds adviseur bij de Belgische Bank KBC.

In het begin van zijn carrière schreef hij vooral toneel, maar in 1999 zette Luc Deflo met Naakte zielen zijn eerste stappen als misdaadauteur. Het boek was meteen ook het eerste deel van een serie rond de Mechelse speurder Dirk Deleu. Pitbull werd in 2008 bekroond met de Hercule Poirot prijs. Prooi is al het zeventiende boek van zijn hand en kan, ondanks het solo optreden van het vast personage schele Pierre Vindevogel, beschouwd worden als een verhaal dat buiten de reeks valt.

Deflo heeft de laatste jaren in huwelijks ontrouw een dankbaar onderwerp gevonden, want na Hoeren en Lust heeft hij het in Prooi weer tot hoofdthema uitgekozen. Het verhaal begint als Inge Gerets zich ’s avonds laat bedreigd voelt door twee allochtonen in een bijna verlaten metrostation. Als de late pendelaar en beursmakelaar Alex Dens haar uit de ongemakkelijke situatie redt, bedankt ze hem met een portie stomende sex. Maar in plaats van het einde betekent deze daad het begin van een nachtmerrie...

Door het veelvuldig gebruik van extreem korte zinnen; onvolledige zinnen dikwijls, slaagt de auteur er als geen ander in snelheid in zijn verhaal te krijgen en spanning op te wekken. Bij zulke passages voelt zelfs de lezer zijn hartslag stijgen. Maar het ruwe, bij wijlen ronduit grove taalgebruik resulteert ook in een koud, kil, bot, soms macho, onaangenaam op het vijandige af sfeertje waar niet iedereen zit op te wachten, maar dat perfect past bij zowel de hoofdstedelijke wijken vol vergane glorie waar het grootste deel van het verhaal zich afspeelt en als de meedogenloze personages die erin figureren.

Vooral het eerste deel van het boek wordt zeer geloofwaardig gebracht, waarbij de lezer zich gemakkelijk kan inleven in het hoofdpersonage. Later overheerst de actie, wat de spanningsboog ten goede komt, ondanks het feit dat sommige van de veelvuldige wendingen voor de liefhebber probleemloos kunnen voorspeld worden.

Prooi is een typische Deflo. Wie zich in zijn vorige boeken kon verliezen, kan met garantie op hetzelfde resultaat aan Prooi beginnen: veel vaart en harde actie, zoals er in Vlaanderen door niemand anders geschreven worden.

Het definitieve verdict:
6/10

EOB.JPG

 

 

 

09-10-10

NESBO Jo - De roodborst

 

njdr.jpg

De eerste alinea
Een grijze vogel fladderde in en uit Harry’s blikveld. Hij trommelde op het stuur. Langzame tijd. Iemand had het gisteren op tv over langzame tijd. Dit was langzame tijd. Zoals de tijd op kerstavond voordat de kerstman kwam. Of in de elektrische stoel voor dat de stroom wordt ingeschakeld.


De korte inhoud
Tijdens een belangrijk vredesoverleg in Oslo over het Midden-Oosten maakt commissaris Harry Hole deel uit van een team dat de veiligheid van de deelnemende staatshoofden moet garanderen. Hij ontdekt dat er een aanslag beraamd wordt en komt daarbij op het spoor van Sverre Olsen, een neonazi. Hole belandt in een wespennest van leugens en intriges, liefde en verraad, dat terug te voeren is op een moord die plaatsvond in Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog.



Het volledige rapport
De Noor Jo Nesbo hoeft wellicht niet meer voorgesteld te worden. Zijn debuut Vleermuisman sloeg in als een bom en was meteen goed voor De Glazen Sleutel. Meer recent is hij met De sneeuwman en het buiten de reeks gesitueerde Headhunters toegetreden tot de absolute top van Scandinavische misdaadauteurs. Eerder dit jaar werden de vertalingen van drie van zijn oudere boeken geherintroduceerd op de Nederlandse markt. De roodborst – dat eerder verscheen onder de titel Wraakuur – is het eerste deel van deze zogenaamde Oslo-trilogie.

Hierin komt Harry Hole, het vaste hoofdpersonage in Nesbo’s boeken, toevallig op het spoor van een illegale wapendeal die hem, ondanks het gebrek aan enthouiasme van zijn meerdere, niet meer loslaat. Pas als het eerste slachtoffer valt, roept de politie van Oslo alle hens aan dek. De beweegredenen lijken hun oorsprong te vinden bij een paar ouderen die in Wereldoorlog II aan Duitse zijde meevochten tijdens de belegering van Leningrad.

Zelfs tien jaar geleden al toonde Jo Nesbo zich een begenadigd verteller, die als een ervaren kantklosser een aantal losse verhaallijnen met elkaar verbindt tot een degelijk plot, wat resulteert in een meer dan aardig boekwerk. Daarnaast besteedt de auteur ruim voldoende aandacht aan het stofferen van zijn personages. Enkel moet hij erop letten om zijn hoofdpersonage niet met te veel problemen tegelijk op te zadelen, want dan loopt hij het risico dat de lezer gaat afhaken. Ook voert hij zeer veel personages op. Misschien wel te veel, want een paar van hen spelen maar een verwaarloosbare bijrol bijrol en hadden makkelijk onvernoemd kunnen gebleven zijn.

Een ander sterk punt is dat de auteur er niet voor terug deinst om door middel van impopulaire wendingen de lezer probeert te chockeren en bij de les te houden. Maar dat laatste is absoluut geen probleem want de auteurs verstaat de kunst van het vertellen dusdanig dat men eenmaal begonnen het boek liever niet meer wil neerleggen.

De roodborst is zeer geloofwaardig verhaal met slechts één minpunt: de lezer wordt op een bepaald moment bewust voorzien van verkeerde informatie. Gelukkig krijgt de politie diezelfde info ook toegespeeld waar door beiden het onderzoek op gelijke voet beleven.

Ondanks het feit dat Nesbo sinds hij De roodborst schreef alleen maar gegroeid is als schrijver blijft dit verhaal, een decennium na verschijning de moeite van het lezen waard. Ik kan dan ook alleen maar blij zijn dat uitgeverij Cargo De roodborst voor een vierde druk van onder het stof gehaald heeft.

Het definitieve verdict: 7/10
EOB.JPG

30-07-10

LEON Donna - Een kwestie van vertrouwen

 

ldekvv.jpg

De eerste alinea
Toen ispettore Vianello zijn kamer binnen kwam, had Brunetti de wilskracht die hem achter zijn bureau hield zo goed als opgebruikt. Hij had een rapport over wapensmokkel in de Veneto gelezen, een rapport waarin met geen woord gerept werd over Venetië; hij had een ander rapport gelezen waarin werd voorgesteld om twee nieuwe recruten over te plaatsen naar de Squadra Mobile, om er vervolgens achter te komen dat hij niet tot de mensen behoorde die dit moesten lezen, en nu had hij de helft gelezen van een ministrieel schrijven over veranderingen in de bestaande regelingen omtrent vervroegde uittreding. Althans, hij had de helft gelezen, als die omschrijving van toepassing was op de mate van aandacht waarmee Brunetti het hele document had gelezen. De papieren lagen op zijn bureau, en hij staarde door het raam naar buiten in de hoop dat er iemand binnen zou komen om een emmer koud water over zijn hoofd leeg te gieten, of dat het zou gaan regenen, of dat hij deel zou hebben aan de eerste opstanding en op die manier zou kunnen ontkomen aan de hitte in zijn kamer en de algehele ellende van Venitië in augustus.

De korte inhoud

Venetië gaat gebukt onder een zinderende hittegolf. Terwijl de stad overspoeld wordt met toeristen, proberen de Venetianen zelf het hoofd koel te houden. Ispettore Vianello heeft echter wel wat anders om zich druk over te maken. Zijn tante onttrekt om onverklaarbare redenen grote sommen geld aan het familiebedrijf. Vianello komt bij zijn onderzoek op het spoor van een waarzegger die zijn tante adviseert. Ondertussen ontvangt Guido Brunetti informatie over verdachte vertragingen bij het lokale gerechtshof. Maar pas als een suppoost van de rechtbank vermoord wordt, worden de vermoedens van een groter corruptieschandaal binnen de rechtbank bevestigd.


Het volledige rapport
Donna Leon werd geboren in de Verenigde Staten van Amerika, waar ze haar jeugd doorbracht. Na haar studies Engelse Literatuur reisde ze de wereld rond en emigreerde weer naar het continent waar haar overgrootouders vandaan kwamen om zich te vestigen in de Italiaanse stad Venetië: Ze ruilde dus een land waar verspilling tot een kunst verheven was voor een staat waar hetzelfde gebeurt met corruptie, wat haar blijkbaar beter bevalt want ze resideert er nog altijd. Ze is een groot liefhebber van opera en een kenner van het werk van Händel.

Het was trouwens in de opera dat het idee ontstond om een spannend boek te schrijven en het resultaat was Dood van een maestro, dat in 1992 verscheen. Het is meteen het eerste deel in de serie met de Venetiaanse politiecommissaris Guido Brunetti, waarvan Een kwestie van vertrouwen al het negentiende deel is. Ondertussen loopt er in Duitsland ook een televisieserie die gebaseerd is op Donna Leons creaties.

In de ondraaglijke hitte van de Venetiaanse zomer ligt het leven zowat stil. Bij gebrek aan echte misdaden om te onderzoeken, houdt commissaris Guido Brunetti zich ledig met het onderzoeken van geruchten: Zo zijn de kinderen van de tante van zijn collega Lorenzo Vianello benieuwd naar wat hun moeder uitspookt met de grote bedragen die ze uit haar zaak trekt. En het hoofd van de stedelijke personeelsdienst stelt zich vragen bij veelvuldige en lange vertragingen bij een bepaalde rechter. Als een betrokken parketwachter vermoord wordt, kan de commissaris de zaak officialiseren.

Niet alleen in het verhaal is het heet. Ook tijdens het schrijven van het boek was het blijkbaar zeer warm want het verhaal kabbelt wel zeer rustig voort: zo is de kaap van de honderd bladzijden al ruim gerond vooraleer de eerste echte tekenen van politionele activiteit waargenomen kunnen worden. Ook vertelt Donna Leon haar verhaal zeer traag en sec en laat ze de toch wel typisch Italiaanse felle emoties volledig achterwege, zodat een uitgebluste indruk ontstaat.

Dit neemt echter niet weg dat Een kwestie van vertrouwen met zorg opgebouwd is en op professionele wijze uitgeschreven werd tot een geloofwaardig geheel. Enkel het occasionele gebruik van Italiaanse woorden, die weliswaar zorgen voor wat authenticiteit, kunnen het leesplezier lichtjes aantasten van hen die die taal niet beheersen.

Donna Leon boetseert haar personages met veel gevoel voor realisme, maar vergeet hetzelfde te doen met haar locaties. Misschien dat na achttien episodes alle markante plaatsen van deze toeristische topper, die Venetië toch is, al aan bod gekomen zijn, maar buiten het feit dat de taxi’s en het openbaar vervoer zich over het water verplaatsen zou het verhaal zich eender waar kunnen afspelen hebben. En dat is toch wel een gemis.

Een kwestie van vertrouwen is een degelijke policier, maar ook niets meer.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

21:04 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: leon_donna, vertaald, usa, 6, policier, familiedrama, whodunit, serie |  Facebook |

17-07-10

LARSSON Stieg - De vrouw die met vuur speelde

lsdvdmvs.jpg
 

De eerste alinea
Ze lag met leren riemen vastgegespt op een smalle brits met een gehard stalen frame. Het tuig spande over haar borstkas. Ze lag op haar rug. Haar handen waren aan beide kanten van haar heupen aan het bed vastgebonden.


De korte inhoud
Twee tegenpolen, Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander. Hij is een charmante man en een kritische journalist van middelbare leeftijd, uitgever van het beroemde en beruchte tijdschrift Millennium. Zij is een jonge, gecompliceerde, uiterst intelligente vrouw met zwartgeverfd haar, piercings en tattoos en ze is een computerhacker van wereldklasse.
Drie moorden, één avond. De slachtoffers zijn twee journalisten die voor Millennium werkten aan een publicatie over vrouwenhandel, en Nils Bjurman, de voogd van Lisbeth Salander. Op het moordwapen worden vingerafdrukken aangetroffen van Lisbeth. Het hele politieapparaat komt in beweging, maar Lisbeth is onvindbaar. Blomkvist, overtuigd van Lisbeths onschuld, gaat langzamerhand een verband zien tussen de drievoudige moord en het artikel in wording over vrouwenhandel.
Dan wordt een vriendin van Lisbeth ontvoerd door een motorbende. Salander laat het aankomen op een bloedige confrontatie met die onzichtbare bendeleider, Zala, een bekende uit haar verleden…


Het volledige rapport
De Zweedse journalist Stieg Larsson heeft zelf zijn succes niet meer kunnen meemaken, want mede door zijn ongezonde levensstijl werd een hartaanval hem in 2004, amper een paar maanden naar zijn vijftigste verjaardag, fataal. Op dat moment was er echter al een uitgever bereid gevonden zijn werk te publiceren. Het jaar volgend op zijn overlijden debuteerde hij dan ook postuum met Mannen die vrouwen haten, dat prompt bekroond werd met de Glazen Sleutel, de prijs voor het beste Scandinavische boek van het jaar. Een waardering die een paar jaar later ook Gerechtigheid, het derde deel van de reeks met journalist Mikael Blomkvist en hacker Lisbeth Salander in de hoofdrollen, te beurt viel. Een reeks die door de dood van de auteur bekend werd als de Millennium-trilogie, hoewel er nog een aantal boeken op stapel stonden. De boeken werden al verfilmd in Zweden en een Amerikaanse remake is in volle voorbereiding.

In het tweede deel uit de serie, het uit 2006 daterende De vrouw die met vuur speelde, werkt freelance journalist Dag Svensson voor het volgende nummer van het tijdschrift Millennium aan een onthullende reportage over vrouwenhandel. Als basis gebruikt hij de doctoraatsverhandeling van zijn vriendin Mia Bergman. Net voor het tijdschrift naar de drukker moet, worden Dag en Mia thuis vermoord terugevonden. Op het moordwapen staan de vingerafdrukken van Lisbeth Salander.Als ook de eigenaar van het wapen, Lisbeths voogd, levenloos teruggevonden wordt, is het voor de politie een uitgemaakte zaak: Lisbeth is de dader en moet zo snel mogelijk opgepakt worden omdat psychiatrische rapporten haar als onberekenbaar en gevaarlijk diagnosticeren. Mikael is echter overtuigd van haar onschuld en start een eigen onderzoek waar hij ervan uitgaat dat de dader in het milieu van de vrouwenhandel moet gezocht worden.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen en verklaren dat dit boek niet hetzelfde niveau haalt als zijn voorganger: Stieg Larsson snijdt in dit verhaal drie thema’s aan, maar slechts één ervan werkt hij deugdelijk uit. Zo is het eerste deel, dat toch meer dan vijftig bladzijden beslaat een volledig op zichzelf staand kortverhaal waarnaar later amper of niet wordt terugverwezen. Natuurlijk is de vlotte pen van de auteur nog altijd herkenbaar, maar als hij in deel twee de lezer op sleeptouw neemt door Lisbeths koopwoede van naadje tot draadje uit de doeken te doen, en daar zowat de volledige catalogus van Ikea de revue laat passeren, vraagt hij toch wel veel van zijn publiek. De termen langdradigheid en bladvulling doorkruisen meer dan eens mijn gedachten.

Gelukkig wordt in dat tweede deel ook de basis gelegd voor het meest interessante thema van het boek: trafficking, oftewel de vrouwenhandel tussen de Baltische staten en Scandinavië. Maar na de moord op de twee journalisten die van Salander volksvijand nummer één maken, verschuift de focus eens te meer naar een typisch geval van één tegen allen. Ditmaal komt het verleden van Lisbeth Salander centraal te staan. Om een lang verhaal kort te maken: De vrouw die met vuur speelde had makkelijk een groot stuk ingekort kunnen worden, en was in een geconcentreerdere vorm wellicht een beter boek geworden. Niet dat je het boek nu links moet laten liggen hoor, want het verhaal intrigeert nog altijd voldoende om zijn bestaan te verantwoorden. Zo vertelt de auteur de belevenissen van de hoofdpersonages wel met verve, heeft enkele obligate onverwachte wendingen in petto en voorziet hij het geheel van de nodige grootsheid en maatschappelijke relevantie. Maar tevens overschrijdt hij een paar keer de grens van het geloofwaardige in zijn pogingen om van Lisbeth Salander een heldin te maken waaraan zelfs de bionische vrouw niet kan tippen.

Op enkele verwijzingen naar Mannen die vrouwen haten na, is dit tweede deel best leesbaar zonder zijn voorganger achter de kiezen te hebben, maar ziet men zich wellicht wel genoodzaakt om Gerechtigheid nadien wel ter hand te nemen, want na het abrupte einde van deze episode blijft de lezer achter met het gevoel dat het boek niet helemaal af is.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG

 

09-07-10

Rose Karen - Moord voor mij

 
rkmvm


De eerste alinea
Monica Cassidy had vlinders in haar buik. Vandaag was het zover. Ze had er zestien lange jaren op gewacht, maar vandaag zou er een einde komen aan dat wachten. Vandaag werd ze vrouw. Eindelijk. En werd het zo langzamerhand niet eens tijd?

De korte inhoud
Er zijn vijf meisjes vermoord. Eén meisje weet te ontsnappen en kan als enige getuigen tegen de daders. Maar iemand doet er alles aan om haar het zwijgen op te leggen…
Ook Susannah Vartanian is in het verleden slachtoffer geweest van een geweldsdelict. Samen met rechercheur Luke Papadopoulos probeert ze de daders op te sporen voordat nog meer meisjes aan hun gruwelpraktijken ten prooi vallen.

De zaak leidt hen naar schimmige internetchatrooms en naar een duistere wereld vol geweld, chantage en prostitutie. Ze komen een gigantisch netwerk van vrouwenhandelaars op het spoor, dat zo complex in elkaar steekt dat het onmogelijk is nog te weten wie er te vertrouwen valt en wie niet. En de gewetenloze moordenaars ontzien niets of niemand om te zorgen dat het spoor niet naar hen leidt…


Het volledige rapport
Karen Rose werd geboren in de verstedelijkte rand van Washington DC. Nadat ze afstudeerde als chemisch ingenieur verhuisde ze naar cincinnati, waar ze werkte bij een groot bedrijf in verbruiksgoederen. Ook doceerde ze een tijdje chemie en fysica in het middelbaar onderwijs. Momenteel is ze voltijds schrijfster en woont ze met haar man en twee dochters in Florida.

Al vroeg in haar loopbaan ontsproten er verhalen aan haar fantasie, die ze na een tijdje begon toe te vertrouwen aan het papier. Op aangeven van haar man begon ze haar verhalen naar uitgevers te sturen en in 2003 verscheen haar debuut. Momenteel heeft ze elf titels op haar palmares staan, die allen via een aantal wisselende personages met elkaar verbonden zijn, maar ook los van elkaar kunnen gelezen worden. Slechts drie van haar boeken zijn momenteel naar het Nederlands vertaald: Sterf voor mij, Schreeuw voor mij en zeer recent Moord voor mij.

Hierin vormt de koelbloedige moord op vijf jonge vrouwen het begin van een zoektocht tegen de klok naar een bende vrouwenhandelaars die niet terugdeinzen voor ontvoering, mishandeling, prostitutie en moord. Luke Papadopoulos, agent van het Georgia Bureau of Investigation, wil echter ook kost wat kost de onzichtbare bendeleider te pakken krijgen wat weer tot gevolg heeft dat het persoonlijk wordt voor Susannah Vartanian, de zus van zijn collega, die nog altijd een geheim uit haar verleden met zich meedraagt. Een geheim dat een steeds grotere last wordt op haar frêle schouders. Maar de bende blijkt een goed georganiseerde en meedogenloze tegenstander te zijn, die er niet voor terugdeinst een spoor van lijken achter zich te laten in een poging de dans te ontspringen.

Moord voor mij vangt subliem aan: in een schitterende proloog, die slechts vier bladzijden telt, maar gemakkelijk als kortverhaal een eigen leven kan gaan leiden, steekt de auteur al meer spanning en plotwendingen dat in menig volledig boek kunnen gevonden worden.

Daarna volgen, door de omvang in te tijd – het boek omvat een periode van dertien jaar – en het grote aantal personages, enkele verwarrende hoofdstukken waarin Karen Rose zo snel mogelijk de beginsituatie wil geschetst hebben, zodat het eigenlijke verhaal kan beginnen.

En dan vallen er in een korte tijdspanne meer doden dan iemand op zijn vingers kan tellen. Meestal wordt een dergelijke uitbarsting van geweld als negatief ervaren, maar omdat de auteur de lezer laat meegenieten vanuit verschillende gezichtspunten waaronder die van zowel de politie als die van de mensenhandelaars, worden de doden bijna aanvaardbaar. Tegelijk treedt er bij de lezer een gewenning op waardoor het extreme geweld verder in het verhaal niet meer het beoogde schokeffect bereikt.

Moord voor mij zit vol met zwart-wit contrasten, wat het boek een meerwaarde geeft: zo wordt onder andere het bijna onmenselijke verhaal gesitueerd in het, weliswaar fictieve, lieflijke plattelandsdorpje Dutton waar iedereen iedereen kent. Een ander voorbeeld betreft Susannahs onverwachte sexuele voorkeur: een lieve vrouw die zowel geestelijk al lichamelijk mishandeld werd, maar toch zweert bij SM en bondage. Het zijn zulke kleinigheden die de lezer bij de les houden als hij of zij afgestompt door de gruwel het boek even willen neerleggen. Kortom Karen Rose weet perfect hoe ze met de gevoelens van een mens moet spelen.

Als men het werk van Stieg Larsson zou samen brengen met dat van Cody Mcfadyen resulteert dat wellicht in Moord voor mij: een groots opgezet verhaal overvloedig overgoten met rauw geweld. Liefhebbers van eerdergenoemde auteurs, alsook deze van Karin Slaugher en soortgelijken mogen blij zijn dat Karen Rose een zekere baan als chemisch analiste opgaf om de verhalen die uit haar fantasie onsproten met ons te delen.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB

 

30-06-10

DE HOON Henry - Drielandenmoord

 
dhhd

De eerste alinea
Hij staarde naar de bosrand en had het gevoel dat iets of iemand daar op hem wachtte. De zon stond laag, hij hield zijn hand boven zijn ogen. Achter hem rammelden koffiekopjes.


De korte inhoud
In het labyrint bij het Drielandenpunt in Vaals wordt het ontzielde lichaam van een bejaarde man gevonden, een moord die drie nationaliteiten politie op de been brengt. Inspecteur Tom Vriens van de recherche Vaals krijgt opdracht uit te zoeken wat er is gebeurd. Het spoor leidt naar een hotel in België, Hotel Wazige Verten. Daar krijgt hij te maken met een verzuurde uitbaatster die haar klanten wegjaagt, een dronken kelner en Wout Dijkstra, een gast uit Groningen die probeert een wandelgids te schrijven. Al snel blijkt dat de grensstreek nogal wat geheimen heeft, zoals een Duitste nudistenvereniging die nachtelijke wandelingen maakt in het Drielandenlabyrint, een spirituele kunstenares die vreemde workshops geeft aan huis en een tuinman die meer doet dan alleen de heg knippen.


Het volledige rapport

Gediplomeerd pianist Henry De Hoon is geboren en getogen in Heerlen waar hij naast een parttime betrekking aan het Arcuscollege ook nog pianolessen geeft. Naast schilderen en fotografie houdt hij zich sinds de eeuwwisseling ook ledig met het schrijven van columns, kortverhalen en romans.

In 2008 waagde hij zich met Dood vermogen aan een spannend boek en recent verscheen met Drielandenmoord zijn tweede wapenfeit in dit genre. Hierin wordt de uit Groningen afkomstige auteur van wandelgidsjes Wout Dijksta ongewild getuige en zelfs lijdend voorwerp van de nasleep van een moord nabij het drielandenpunt in het Limburgse Vaals. Daar wordt immers het levenloze lichaam gevonden van een demente man die uit een nabijgelegen bejaardentehuis ontsnapte. Inspecteur Tom Vriens volgt het spoor tot bij Hotel Wazige Verten en opent zo onbewust een doos van Pandora die menig personage te gronde zal richten. Of hoe het vredige Limburgse platteland ook zijn geheimen te verbergen heeft.

“Roman” staat er op de omslag gedrukt. En dat is precies hoe Drielandenmoord in de aanvangsfase aanvoelt: een werk waarin meer dan voldoende aandacht besteed wordt aan de landelijke pracht van de natuur. Maar geleidelijk aan slaat de sfeer om en haast ongemerkt wint het verhaal aan vaart en evolueert het boekje tot een compacte sympathieke policier waarin zowat iedereen wel een of andere misstap op te biechten heeft.

De personages mochten iets beter uitgewerkt worden, want een aantal ervan komt wat karikaturaal over: een hoteluitbaatster die haar klanten liever ziet gaan dan komen; de immer drinkende ober en de symphatieke sekteleider die niet wil dat je zijn sekte een sekte noemt, zijn daar de meest uitgesproken voobeelden van. Voeg daar nog een dader zonder plan aan toe, en de geloofwaardigheid krijgt een knauwtje.

Hoewel Henry De Hoon zich een goed plotter toont, herbergt de locatie van het grensgebied van drie landen toch meer potentiële verwikkelingen dan diegene die de auteur aanhaalt. De compactheid van het op zichzelf staande werk dat slechts 176 bladzijden telt zal hier wel in meegespeeld hebben.


De algemene waarden dat eerlijkheid het langst duurt en het verleden je wel inhaalt, worden mooi verwoord in dit sympathieke spannende boekje.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB

24-06-10

BEYENS Danny - Het spoor van de jakhals

 

bdhsvdj

De eerste alinea
Weergoden hebben een voorliefde voor morbide humor. Tot die vaststelling kwam Eddy De Smet toen hij de asgrauwe lucht bekeek. Om de hemel zo onheilspellend grijs te laten kleuren, hadden ze vast een pact met de duivel moeten sluiten. En dat uitgerekend op dit moment, nu het lot – of was het zijn eigen stompzinnigheid? – hem weer een protagonisntenrol in deze danse macabre had toebedeeld.


De korte inhoud
Commissaris Coppens en hoofdinspecteur Degraaf van de Federale Gerechtelijke Politie in Turnhout worden opgeroepen voor een vreemde zaak. Tijdens de ontruiming van een kerkhof in Mol wordt een mummie opgegraven. Omdat het parket kwaad opzet vermoedt, wordt de FGP ingeschakeld. Het slachtoffer blijkt een man te zijn, maar verder ontbreekt elk spoor naar zijn identiteit. De enige aanwijzing is een afbeelding van een jakhals die op het lichaam wordt aangetroffen. Wanneer de FGP later een anonieme tip krijgt van een jonge vrouw lijkt er eindelijk schot in de zaak te komen, maar al snel wordt duidelijk dat deze tip het mysterie alleen maar groter maakt. De anonieme tipgeefster blijkt Laura De Win te zijn, een psychiatrische patiënte die net uit het Zorgcentrum is ontsnapt. Daar heeft ze verklaard dat de jakhals haar achtervolgt en wil vermoorden…
Na enig zoekwerk ontdekken Coppens en Degraaf dat Laura De Win kort daarvoor op vakantie geweest is in Egypte. Vijf mannen en twee vrouwen die elkaar van haar noch pluim kenden, hadden zich ingeschreven voor deze avontuurlijke rondreis. Maar wat de reis van hun leven had moeten worden, ontaardde in een ware nachtmerrie. Met zeven vertrokken ze, maar ze keerden niet allemaal levend terug…


Het volledige rapport

Kempenzoon Danny Beyens combineert een job in het onderwijs met journalistieke bijdragen aan de krant Gazet van Antwerpen. Hij woont in Westerlo, waar recent zijn nieuwste werk in het prachtige gemeentehuis werd voorgesteld.

Het spoor van de jakhals is al het derde boek met commissaris Ward Coppens en hoofdinspecteur Axel Degraaf in de hoofdrol. Eerder verschenen Quatre-mains en Date met de dood.

Deze keer begint het verhaal als er bij ruimingswerken op het kerkhof van Mol Donk een mummie wordt blootgelegd. Op het lichaam van deze recent begraven man wordt enkel een afbeelding gevonden van een jakhals. Via een tip van een jonge vrouw leidt de zoektocht naar zeven wildvreemden die enkele maanden eerder samen een avontuurlijke reis door Egypte boekten. Een reis die niet geheel verliep zoals verwacht.

Danny Beyens vertrouwt zijn verhaal in een vloeiende, vlot lezende stijl toe aan het papier, kruidt het met een snuifje humor en besprenkelt het vooral op de eerste bladzijden overvloedig met bijvoeglijke naamwoorden.

Het klassieke gegeven van de vloek van de farao is een veelvuldig gebruikt onderwerp in de wereld van film en boeken, maar de auteur steekt het deze keer in een ander, modieuzer jasje. Het basisidee achter Het spoor van de jakhals is goed gevonden en origineel te noemen, maar aan de uitwerking van plot naar boek kan nog gesleuteld worden. Zo heeft het eindresultaat, door de ellenlange uitweidingen over alle door de reizigers bezochte bezienswaardigheden, meer bestaansrecht als reisgids voor Egypte dan als spannend boek. Net zoals sommige figuren in de groep, vraagt de lezer zich ook wel eens af of er een einde komt aan de gidsbeurten die de auteur in de mond van een paar van zijn personages legt: feiten, data, namen en merkwaardigheden: het passeert allemaal de revue en leidt niet alleen de aandacht af van de spannende verhaallijn, maar haalt ook telkens weer de vaart uit het verhaal.


Het sterkste punt van het verhaal is de herkenbaarheid. Het is bijna een streekroman te noemen waarin bewoners van de Antwerpse Kempen zich niet alleen zullen thuis voelen wat betreft de gebruikte locaties, maar ook door de personages, wiens nuchterheid zeer doeltreffend beschreven wordt door Danny Beyens, die zich een adequaat observator toont.

De Egyptenaren geloofden in een leven na de dood en Jezus zou verrezen zijn, maar de truuk die Danny Beyens uithaalt met zijn dader is te klasseren onder het boerenbedrog. Hoewel het gegeven op zich niet slecht gevonden is, maakt het de lezer onmogelijk mee te speuren naar de mogelijke dader en voelt hij zich gepasseerd aan het einde van het boek.

Liefhebbers van Egypte en streekgenoten van de auteur zullen wellicht kunnen genieten van Het spoor van de jakhals, dat als spannend verhaal beschouwd toch licht ontgoochelt, omdat de auteur wilde pronken met zijn door research opgedane kennis van het land van de farao’s.


Het definitieve verdict: 4/10


EOB

 

17-06-10

JACKSON Lisa - Venijn

 

jlv

De eerste alinea
‘Dus je komt vanavond niet thuis? Bedoel je dat?’ Jennifer Bentz zat op de rand van het bed, de telefoonhoorn tegen haar oor gedrukt, en ze probeert die al te vertrouwde strop van monogamie, rafelig en wurgend, te negeren.


De korte inhoud
De geur is onmiskenbaar: gardenia’s, hetzelfde parfum dat zijn beeldschone vrouw Jennifer altijd droeg. Als hij zijn ogen opent in de ziekenhuiskamer waar hij herstelt van een ongeluk, ziet rechercheur Rick Bentz haar staan. Jennifer werpt hem een kushandje toe en verdwijnt. Maar het kan Jennifer niet geweest zijn. Zij is twaalf jaar geleden overleden…
Wanneer een kopie van de overlijdensakte met de post arriveert, waarop een groot rood vraagteken is gekalkt, volgt Bentz het spoor tot Los Angeles. Dan beginnen de moorden. Elk slachtoffer maakt deel uit van Jennifers verleden en elk weerzinwekkend lijk wijst naar Bentz als hoofdverdachte. Iemand wacht geduldig af – en anticipeert op elke stap van Bentz. Spoedig zal hij aan de beurt zijn om te boeten voor zijn zonden…



Het volledige rapport
De in 1952 geboren Amerikaanse auteur Lisa Jackson heeft een tijdje in de banksector gewerkt. Ze woont in het noordwesten van de USA.

Zowat dertig jaar geleden, toen ze jonge moeders waren, stelde haar zus Nancy haar voor om, als de kinderen in bed lagen, samen een romantisch boek te schrijven. Hun pennenvrucht werd nooit gepubliceerd en de samenwerking werd stopgezet.
Maar ze bleven wel schrijven: Nancy Bush legde zich toe op jeugdboeken en Lisa Jackson bouwde een succesvolle carrière uit als auteur van zowel vrouwenthrillers als in de middeleeuwen gesitueerde verhalen. Recent zijn ze ook weer samen aan het schrijven gegaan, en ditmaal raakte het resultaat van hun coöperatie wel tot in de boekhandel.
Lisa Jackson is zeer productief, want ze heeft al meer dan tachtig titels achter haar naam staan. Daarvan is slechts een zeer klein aantal in het Nederlands te verkrijgen.

Hoewel Venijn zich hoofdzakelijk in de buitenwijken van Los Angeles afspeelt is het toch het zevende boek in de zogenaamde New Orleans-serie waarvan slechts de laatste vier episodes naar het Nederlandse vertaald werden.

Nog voor men het boek openslaat, wordt een deel van de spanning al de grond ingeboord door het zinnetje “Het was alsof ze nog echt leefde” op zowel de voor- als achterzijde van het werk. Als dan de proloog uitermate warrig verteld wordt waardoor de lezer al van bij het begin niet meer weet wie wie is, staat al zeer vroeg bijna vast dat Venijn geen hoge toppen zal scheren. Toch weet de auteur op professionele wijze een groot deel van de meubelen te redden, want na grofweg honderd bladzijden wordt het verhaal opeens interessant en slaagt ze erin de lezer te intrigeren. Vanaf dat punt tot aan de epiloog bewijst Lisa Jackson haar kunnen als auteur van spannende boeken en neemt ze haar publiek mee op de waanzinnige zoektocht van de gelukkig hertrouwde rechercheur Rick Bentz naar de oorzaak van, en de redenen achter, de recente verschijningen van zijn twaalf jaar eerder overleden vrouw Jennifer.
Een zoektocht die flirt met de grenzen van de geloofwaardigheid, maar deze zelden of nooit overschrijdt. Tot aan de epiloog dus. Want daarin volgt wederom een opdoffer: een weliswaar ondergeschikte maar toch interessante verhaallijn met veel potentieel wordt met weinig woorden en nog minder gevoel voor drama botweg afgehaspeld. Een koude douche en niet genoeg bladzijden meer in het verschiet om hiervan te herstellen waardoor de lezer, op zijn honger blijft zitten. Het venijn zit dus in de staart.

Lisa Jackson is niet alleen een vrouw, ze heeft haar schrijfsels ook toegespitst op een vrouwelijk lezerspubliek: Venijn staat vol van typische thema’s als relaties, overspel, kinderwens, scheidingen en jaloersheid. Gelukkig maken de spannende verhaallijnen en een degelijk plot het boek ook nog best genietbaar voor het andere geslacht.

Venijn laat de lezer achter met gemengde gevoelens: een professioneel middenstuk gesandwicht tussen een begin en een einde van mindere kwaliteit. Al bij al is het eindresultaat een werk dat de toets der kritiek net kan weerstaan.

Het definitieve verdict:
5/10


EOB

12-06-10

BERKHOF Aster - Dodelijk papier

 
badp

De eerste alinea
Ze hielden allen van Babette. Hun Babette, zeiden ze. Die gewoonte was zeker ontstaan omdat zoveel in hun dorp van haar was. Bijna alles, zeiden ze soms, de grote herberg, met afspanning en logement, zo stond het op de gevel, de zagerij, de houthandel, een aantal huizen, opslagplaatsen, de eikenbossen overal om het dorp heen, tot in de heuvels.


De korte inhoud
In een mooi, rustig dorpje in de Ardennen staat een ruïne van een middeleeuws kasteel. Daarnaast bevindt zich een groot houtbedrijf met zagerij. Het bedrijf is eigendom van de sympatieke en sportieve Babette, die door iedereen geliefd wordt en voor wie de huwelijkskandidaten in de rij staan. Maar de rijke erfgename wijst hen allemaal af.
Op een dag ontmoet ze Niels Sommer, een grote aantrekkelijke man, een zwerver. Ooit was hij universiteitsdocent, maar het academische leven verveelde hem.
Babette valt als een blok voor de charmante levensgenieter. Ze huwen in het stelsel van algehele gemeenschap van goederen. ‘Niets is meer van mij alleen,’ zegt Babette, ‘het is nu allemaal van ons.’ Niels protesteert eerst, maar aanvaardt dan toch dit gulle aanbod. Hij maakt gauw deel uit van het plaatselijke verenigingsleven en organisseert het jaarlijkse dorpsfeest. De hoofdattractie van dit feest is een klank- en lichtspel waarbij een pop aan een strop hangt. Ook dit jaar is hij van de partij. Maar deze keer is het geen pop die aan de kantelen van de ruïne bengelt, maar Niels Sommer.
Dan komen de geruchten. Niels zou gegokt hebben, hij zou schulden gehad hebben, en hij nam het niet nauw met de huwelijkse trouw.



Het volledige rapport
Lode van den Bergh werd op 18 juni 1920 geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Kempen. Na zijn studies Germaanse filologie ging hij aan de slag als redacteur bij de krant De Standaard en werkte hij aan zijn doctoraat in de wijsbegeerte dat hem in 1946 verleend werd. Later verzeilde hij in het onderwijs wat hem in staat stelde een groot deel van de wereld te bereizen.

Zijn eerste werken dateren al van tijdens zijn studies. Om te voorkomen dat zijn boeken in de lichtere genres een negatieve invloed zouden hebben op zijn meer serieuze werk, opteerde hij ervoor om zijn romans uit te geven onder het pseudoniem Aster Berkhof. Ongeveer een maand voor hij negentig kaarsjes mag uitblazen en na een loopbaan die bijna zes decennia overspant, verschijnt met Dodelijk papier zijn honderdeneerste boek. Maar omdat hij werken publiceerde in uiteenlopende genres is het “slechts” zijn drieëntwintigste roman die als misdaadliteratuur gecatalogeerd staat.


Hierin maken we kennis met Babette Sanson, een symphatieke pretentieloze maar steenrijke jongedame die haar dagen vult met het besturen van het florerende houtbedrijf dat ze van haar vader erfde. Als ze kennis maakt met de dromer Niels Sommer is het liefde op het eerste zicht en wat later stappen ze in het huwelijksbootje. Niels is een aanwinst voor het sociale leven in het dorp en de twee lijken een goed huwelijk te hebben. Tot op een dag het levenloze lichaam van Niels in een strop hangt aan de muren van de plaatselijke burchtruïne. Gevallen? Gesprongen? Geduwd? Met zijn dood komen ook de roddels op gang: was hij een gokverslaafde? Een speculant? Een vrouwengek?

Op crime.nl staat bij deze auteur volgend citaat: “Het schrijven van een detectiveroman is een buitengewoon plezierig spelletje: je begint met het einde; je bent de enige die weet hoe het afloopt en het hele boek door doe je niets anders dan je lezers misleiden en op het verkeerde spoor zetten.” Zo beschouwd lijkt het componeren van een misdaadverhaal wel een fluitje van een cent. En deze blauwdruk hanteerde de auteur blijkbaar ook bij het schrijven van Dodelijk papier, want ondanks alle mogelijke sporen die onderzocht worden, blijkt de dader toch weer diegene te zijn die het meest op de achtergrond gehouden wordt.

Toch is de auteur een belangrijk aspect van het schrijven van een spannend boek uit het oog verloren: het moet de lezer boeien. Een hier wringt het schoentje een beetje, want hoewel de lezer massa’s zand in de ogen gestrooid wordt op weg naar de ontknoping, nodigt de gebezigde schrijfstijl niet uit om in het verhaal op te gaan. Wollig taalgebruik en de keuze om het verhaal grotendeels door middel van conversaties te vertellen, leiden tot langdradigheid en geven de indruk dat er heel het boek door vijwel niets gebeurt. En als er dan tegen het eind aan eindelijk eens een beetje actie plaatsvindt, loopt het nog fout af. Als Aster Berkhof daarenboven zijn publiek en personages regelmatig behandelt als onwetende kinderen, die de dingen op eenvoudige wijze belerend moeten uitgespeld en voorgekauwd krijgen, voelt de lezer zich toch wel beledigd. Alsof de auteur het lang achterhaalde standpunt - dat hoger opgeleiden zich beperken tot literatuur en het spannende boek voorbehouden is voor het plebs – immer aanhangt.

Dodelijk papier is dus niet meteen Aster Berkhofs beste werk. Maar mag men dat nog wel verwachten van een man op een leeftijd die de meesten onder ons niet zullen bereiken?

Het definitieve verdict: 4/10

EOB

06-06-10

DE LOOF Mieke - Wrede schoonheid

 

dlmws

De eerste alinea
Ksaveri Ignatz stormde de monumentale trap van de universiteitshal af en stopte. Zijn ex-professor, die hij zo lang niet meer had gezien, stond in gedachten verzonken tussen de arcaden rond de binnenplaats. Een verdwaald dier, dat de kudde niet meer kan vinden, flitste het door Ignatz’ hoofd.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, psychiater, jezuïet en geheim agent, ontmoet bij toeval zijn ex-professor Von Graff. Ze lunchen samen. De volgende dag wordt de professor vermoord aangetroffen. De laatste die hem levend heeft gezien, is de omstreden schilder Egon Schiele. Dan wordt bekend dat er een serie gruwelijke moorden op jonge meisjes heeft plaatsgevonden. Ook hier is een verband met Schiele, maar Ignatz en zijn goede vriendin Elisabeth hebben sterke aanwijzingen dan Schiele de perverse moordenaar niet is. Ze openen de jacht.


Het volledige rapport
:
De uit het Oost-vlaamse Aalst afkomstige, maar al jaren in Antwerpen wonende, Mieke De Loof besloot dat de recentste eeuwwisseling de gelegenheid was om haar leven om te gooien. Ze ruilde haar job als docente filosofie en sociologie in voor het in Vlaanderen onzekere bestaan van voltijds schrijfster.

In 2004 maakte ze een opgemerkte entree in de wereld van het spannende boek: Duivels offer kaapte meteen de Hercule Poirot-prijs van dat jaar weg. Nog eens twee jaar later volgde Labyrint van de waan en recent verscheen haar derde boek in de serie rond jezuïet, psycholoog en geheim agent Ksaveri Ignatz die opereert in het Wenen van net voor de Eerste Wereldoorlog.

In dit laatste boek loopt Ksaveri toevallig professor Von Graff, een van zijn favoriete vroegere docenten, tegen het lijf om ’s anderendaags te moeten vernemen dat de man vermoord werd. Zich verschansend achter melancholische motieven, geeft de onderzoeksrechter de zaak aan Elisabeth, een Habsburgse geheim agente, die in de wijze waarop de moord in scène gezet werd veel verwijzingen ziet naar het werk van de controversiële schilder Egon Schiele. Elizabeth betrekt Ksaveri bij haar onderzoek en het duo slaat de handen in elkaar in hun zoektocht naar de moordenaar die de schuld blijkbaar wil afschuiven op hun beider lievelingskunstenaar.

Na een eerste oogopslag vreesde ik, door het grote lettertype waarin Wrede schoonheid op papier gezet werd, dat mij de editie voor slechtzienden of beginnende lezers was toegestuurd. Maar algauw bleek mijn voorbehoud ongegrond. Deze keuze werd wellicht ingegeven om het verhaal toch de kaap van de tweehonderd bladzijden te kunnen laten ronden.

Al van bij de eerste bladzijden valt op hoeveel aandacht er is besteed aan het taalgebruik. De vertelstijl overstijgt het geschreven woord en vraagt erom gedeclameerd te worden; de kracht die uitgaat van het boek schreeuwt om een bewerking tot een performance of theatervoorstelling. Wie durft deze handschoen op te nemen? Maar de ander kant van de medaille van al dat werk is dat de taal alle aandacht voor zich opeist en het verhaal een zekere steriliteit bezorgt: er zit geen hoekje of rafeltje aan.

Wrede schoonheid is het eerste boek dat verschijnt na de overstap van de auteur van uitgeverij The house of books naar De geus. Maar ook inhoudelijk is er een stijlbreuk tussen de eerste twee boeken en dit werk. Voor het eerst is het hoofdpersonage niet aan het werk als religieus spion, maar wordt hij als detective geprofileerd, die een moordenaar moet ontmaskeren en, als het even kan, stoppen. Ook heeft de relatie tussen Ksaveri en Elisabeth von Thurn een enorme wijziging ondergaan: de twee flirten met hun wederzijdse aantrekking; misschien zelfs verliefdheid en staan op zo’n vertrouwelijke voet die aan het eind van Labyrint van de waan absoluut niet voor de hand lag.

Hoewel Mieke De Loof wat betreft de opbouw van haar verhaal een grote stap voorwaarts heeft gezet en een aantrekkelijke plot uit haar mouw schudde, schenkt ze te weinig aandacht aan het opbouwen en handhaven van de spanning in het verhaal. Getuige daarvan zijn eveneens de bijna terloopse ontknoping en het einde dat de deur wagenwijd opent voor een vervolg. “Schone wreedheid” misschien?

Historische misdaadroman staat er op de omslag, en die vlag dekt perfect de lading. Er had zelfs nog “literair” toegevoegd kunnen worden. Wrede schoonheid is zonder twijfel een zeer mooi klassevol boekje geworden dat perfect past in de fondslijst van Mieke De Loofs nieuwe uitgever. De vraag is alleen of het geen parel voor de zwijnen is. Of anders gesteld: is er wel een groot publiek voor? Want menig traditioneel liefhebber van het spannende boek, die eerder op zoek is naar spanning dan naar schoonheid – ook al is ze wreed van aard – zal zich toch wel overdonderd voelen bij de overvloedige referenties aan historische figuren die slechts bij ingewijden een belletje doen rinkelen en die een enorme belemmering vormen voor het manifesteren van de spanning. Referenties die een geïnteresseerde lezer al meteen voor een hele tijd aan het lezen kunnen zetten in een poging zich bij te scholen op het vlak van literatuur, psychologie, schilderkunst, filosofie en glasblaaskunst van eind achttiende en begin negentiende eeuw. Maar Mieke De Loof timmert gedreven voort aan haar kunnen als misdaadauteur en maakt boek na boek vorderingen, wat belooft voor de toekomst…

Het definitieve verdict:8/10 als roman – 6/10 als thriller

EOB

16-05-10

CLAES Jo - Dood in december

 

cjdid

De eerste alinea:
Geeuwend, met de handen gevouwen in de nek, rekte Joke Bielen zich uit. Ze voelde zich geradbraakt. Haar schouders deden pijn, haar benen tintelden alsof ze urenlang gewinkeld had en haar schoenen leken twee maten te klein geworden. Eigenlijk was ze veel te moe om vanavond nog uit te gaan, maar ze had Ingrid beloofd om te komen en haar vriendin zou het haar beslist kwalijk nemen als ze niet opdaagde.


De korte inhoud:
Op een ijskoude ochtend in december spoelt het naakte lijk van een jonge vrouw aan op de oever van de Dijle. Zodra Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de politie van Leuven, ter plaatse komt, stelt hij tot zijn schrik vast dat hij het slachtoffer de avond voordien heeft ontmoet op de receptie van een tentoonstelling.
Samen met zijn team probeert Berg te achterhalen wie de brutale moord op zijn geweten heeft en wat de betekenis is van het vreemde voorwerp dat in het lichaam van het slachtoffer wordt aangetroffen. Gaat het om een seksuele moord? Of heeft de dood van de jonge vrouw iets te maken met een mysterieuze, 15de-eeuwse incunabel die al wekenlang de gemoederen in Leuven verhit?
Berg raakt ongewild verstrikt in een web van intriges die het uiterste vergen van zijn beoordelingsvermogen. Tot overmaat van ramp gebeurt er tijdens oudejaarsnacht iets wat het hele voorafgaande onderzoek op losse schroeven zet.


Het volledige rapport
:
De bijna vijfenvijftig jaar geleden in Hasselt geboren Jo Claes bleef na zijn studies Germaanse filologie hangen in de Vlaams-Brabantse universiteitsstad Leuven. Hij woont er nog steeds en vult zijn dagen met lesgeven, genieten van het leven, het verzamelen van objecten in de religieuze sfeer en schrijven.

Zijn eerste boek, De stenen toren hield hij dertig jaar geleden boven de doopvont. Na een aantal romans en non-fictie, waarin ook het christelijke geloof centraal staat, resulteerde een weddenschap in 2008 in De zaak Torfs, het spannende debuut van deze aimabele Bijbelkenner. Verleden jaar volgde De blinde vlek en nu is met Dood in december het derde deel in de reeks van de Leuvense speurder Thomas Berg in de winkels aanbeland.

De verkoop van een zeldzame wiegendruk uit de vijftiende eeuw zorgt voor heel wat animo in het wereldje van bibliothecarissen, verzamelaars, antiquairs en historici. Als de huidige eigenaresse ervan op een winterse ochtend volledig ontkleed dood wordt teruggevonden aan de oever van de Dijle, heeft hoofdinspecteur Thomas Berg meteen een mogelijk spoor. De onderzoeksrechter is echter niet overtuigd en denkt eerder in de richting van een zedenmisdrijf. Het Leuvense rechercheteam staat voor de moeilijke zoektocht naar motief en dader. En net als ze denken alles op een rij te hebben, zorgt oudejaarsnacht ervoor dat de gedurende het onderzoek opgestelde hypothesen onderuit gehaald worden.

Als we spannende boeken zouden vergelijken met drankjes, zijn het gros van deze werken pilsjes, die vlotjes geconsumeerd kunnen worden, maar waarvan de smaak niet lang blijft hangen. Een aantal zijn speciaalbieren die met smaak gedegusteerd worden en een eigen karakter hebben. Enkele zijn topwijnen: zeldzame pareltjes die voor altijd in het geheugen blijven hangen. Dood in december is een longdrinkof cocktail: het straalt een zekere klasse uit en is vooral bedoeld om rustig van te genieten.

De keuze van de auteur om zijn misdaadverhalen te situeren in de wetenschappelijk-historische wereld van de restauratie, archeologie of ditmaal de incunabelen, geeft er automatisch een zeker cachet aan. Zijn rustige vertelstijl, die het verhaal aan de lezer ontplooit op het tempo van een kabbelend beekje, staat ook deze keer weer garant voor enkele uren leesgenot.

Het is eigen aan de longdrink dat het beduidend meer glasvulsel, in de vorm van frisdrank of fruitsap, bevat dan alcoholhoudende vloeistoffen. En dat je goed moet schudden of roeren om een evenwichtig drankje te verkrijgen. Ook dit is terug te voeren op Jo Claes’ meest recente pennenvrucht: tijdens de zeer uitgebreide inleidende fase van het boek, lijkt het verhaal zich te ontspinnen tot een licht erotische novelle, maar net als de lezer zich begint af te vragen wanneer het eindelijk spannend wordt, wordt de alcohol onderaan het glas bereikt en gaat het verhaal echt van start. De ingrediënten mochten een beetje beter door elkaar geroerd zijn.

De opgevoerde personages worden – op uitzondering van onderzoeksrechter Hove na, die een echt karikatuur is van de dwarsliggende ambtenaar – wondermooi getekend en komen zeer levensecht over: het zijn geen actiehelden, maar figuren als u en ik met hun (on)hebbelijkheden en zorgen. Toch moet Jo Claes erover waken de focus niet te zeer te verplaatsen van de plot naar de personages, want de lezer zit niet echt te wachten op de tot in de kleinste details beschreven werkwijze waarop de protagonist zijn oudejaarsmaaltijd bereidt.
Wat betreft de locaties, of het nu cafés, eetgelegenheden of historisch erfgoed betreft, slaagt de auteur er telkens weer in de lezer te verrassen met bijzonder mooie plekjes in het Leuven dat hij kent als zijn broekzak. En het oud gemeenteraadslid kan het niet nalaten het huidige stadsbestuur af een toe een veeg uit de pan te geven door het hoofdpersonage wat kritiek te laten spuien op het huidige beleid. Dit alles resulteert erin dat er een zeer realistisch kader geschetst wordt, wat de geloofwaardigheid van het geheel ten goede komt.

De combinatie van onderwerp, stijl en locaties hult Dood in december – en bij uitbreiding de hele reeks – in een zeer aparte sfeer die de lezer het unieke gevoel geeft een historische roman in handen te hebben die zich wonderwel niet in lang vervlogen tijden, maar in het heden, afspeelt. En daarmee verzekert de auteur zich terecht van een eigen plaatsje in de Vlaamse wereld van het spannende boek.

Een paar kleine, verwaarloosbare, details niet te na gesproken, is Dood in december een pareltje van een misdaadroman, waar mee Jo Claes zijn kunnen bevestigt.Het boek is dan ook een aanrader voor elke lezer – fans van spannende literatuur en anderen – en verplichte lectuur voor zij die de interesse voor kunst en geschiedenis, gecombineerd met een misdadig plot, hoog in het vaandel dragen.


Het definitieve verdict: 8/10


EOB

01-05-10

AGTEN Eric - Headlines

 

aeh_tn


De eerste alinea
‘Brand?’


De korte inhoud:
Een telefoontje op een maandagochtend geeft een dramatische wending aan het leven van Pierre Lodewijks, bediende bij de krant Het Belang van Limburg. Deze doodbrave man wordt een speelbal in de handen van een seriemoordenaar en afperser. Aan de orde zijn een onmogelijk dilemma, de loyaliteit ten opzichte van een werkgever, falend speurwerk van de politie, de sensatiezucht van de media en de dagelijkse strijd om de krantenlezer.



Het volledige rapport
:
De in het Belgisch Limburgse dorp Heusden-Zolder geboren Eric Agten droomde van de journalistiek, maar studeerde boekhouden. Toch kwam hij terug bij een krant. Tijdens zijn loopbaan bij Het belang van Limburg – Concentra bij uitbreiding - die zeventien jaar duurde oefende hij verschillende functies uit en leverde hij journalistieke bijdragen over de wereld van de atletiek. In 2000 wisselde hij het concern in voor een management functie bij de afdeling public relations en marketing van het het Nederlandse themapark Mondo Verde en later stapte hij in de wereld van het copywriten en het organiseren van evenementen.

Zijn ervaringen bij de krantenuitgeverij inspireerden hem tot het schrijven van een misdaadverhaal. In 2004 verscheen Headlines bij uitgeverij Houtekiet en tot op heden staat dit werk geboekstaafd als zijn enige wapenfeit in de wereld van het spannende boek.

In tijden van teruglopende krantenverkoop wordt een beroep gedaan op de creativiteit van het personeel. Misschien moet ik maar een moord plegen oppert de trouwe bediende Pierre Lodewijks. En zijn wens wordt verhoord, want ’s anderendaags heeft de krant een primeur over een mogelijke seriemoordenaar die in Limburg opereert. Maar de moordenaar kiest Pierre uit als zijn instrument om de krant enkele miljoenen af te persen. En Pierre kan geen kant uit want de moordenaar lijkt al zijn bewegingen te kunnen volgen en ook op de politie geeft niet de indruk de arme man te willen helpen.

Dat men een journalist de knepen van het schrijven niet meer hoeft aan te leren blijkt ook deze keer weer. Met een vlotte pen zet Eric Agten zijn verhaal uiteen voor de ogen van de lezer en leidt deze rond op een krantenredactie waarbij zowat alle dagelijkse problemen de revue passeren. Hij dicht Het belang van Limburg zo’n grote rol toe dat men zich begint af te vragen of dit boek niet gesponsord werd door de krantenuitgeverij in kwestie. Maar het is nu eenmaal een publiek geheim dat de auteur het bedrijf tot in de kleinste hoekjes kent als zijn eigen broekzak; en schrijven over wat men kent maakt het auteursleven wellicht wat makkelijker.

Hoewel deze vakkennis garant staat om een degelijke achtergrond te bieden voor het verhaal, is het scenario van Headlines, net iets te mager en veel te snel doorprikbaar om te resulteren in een goed spannend boek. Voor de liefhebbers van het genre wordt al wel zeer snel – te snel - duidelijk wie de dader is, en daarmee gaat meteen een deel van het leesplezier in lucht op, en belandt dit boek in de categorie vakantielectuur.

Het definitieve verdict: 4/10 

 

EOB

 

26-04-10

GOODWIN Jason - De brand van Istanbul

 

gjdbvi

De eerste alinea:
Yashim tikte een stofje van zijn manchet.

De korte inhoud:
1836. Een reeks moorden bedreigt het machtsevenwicht aan het hof van de sultan. Een mooie courtisane wordt gewurgd in haar bed gevonden en enkele soldaten van de sultan worden vreselijk verminkt aangetroffen. De sultan stelt Yashim Togalu aan om in een geheime missie te achterhalen wie er achter deze gruweldaden schuilt. Als eunuch heeft hij toegang tot de afgeschermde haremverblijven van het paleis, maar uiteindelijk leidt zijn zoektocht hem naar de schimmige onderwereld van Istanbul.



Het volledige rapport
:
De Britse historicus en auteur Jason Goodwin raakte tijdens zijn studies Byzantijnse geschiedenis aan de universiteit van Cambridge gefascineerd door Istanbul. Met zijn vrouw Kate en hun vier kinderen geniet hij van het landelijke leven in het Engelse graafschap Sussex

Na in de jaren negentig van vorige eeuw een aantal non-fictie boeken gepubliceerd te hebben over de Ottomanen, schreef hij als journalist talloze artikels voor onder andere de krant New York Times. In 2006 waagde hij zich met De brand van Istanbul voor het eerst aan spannende fictie, en het leverde hem meteen een Edgar Alan Poe award op voor het beste boek van dat jaar volgens de Mystery Writers of America, de Amerikaanse tegenhanger van het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs. Het boek was meteen ook het begin van een reeks, waarvan het vierde deel volgend jaar van de persen zal rollen, met als protagonist de sympathieke eunuch en hobbykok Yashim Togalu, die zich als een vis in het water thuisvoelt in het Istanbul van de eerste helft van de negentiende eeuw.

In de brand van Istanbul wordt Yashims hulp zowat tegelijkertijd ingeroepen bij het oplossen van twee onregelmatigheden: de bevelhebber van de elitetroepen van de sultan vraagt hem de verdwijning van vier van zijn officieren te onderzoeken en de moeder van de sultan spreekt hem aan in verband met de moord op een van de haremvrouwen van haar zoon. Als de vermiste officieren een voor een vermoord en verminkt teruggevonden worden, vermoedt Yashim een samenzwering tegen de vernieuwende sultan. Maar tussen vermoeden en bewijzen ligt een hemelsbreed verschil. Zijn onderzoek laat hem, met gevaar voor eigen leven, kriskras de grootstad doorkruisen in de hoop de ontbrekende puzzelstukjes te vinden.

Het is vanaf de eerste bladzijden aangenaam vertoeven in De brand van Istanbul. De gezapigheid waarmee de auteur zijn verhaal verwoordt en de sfeervol beschreven faits divers maken dat het boek aanvoelt als een op maat gemaakt pak. Jason Goodwin schotelt de lezer een mooie dwarsdoorsneede voor van het leven in de voormalige hoofdstad van het Ottomaanse riijk, waarbij de historicus in hem hem behoedt voor het te romantisch afschilderen van het leven, waardoor een een zeer geloofwaardig aandoend decor ontstaat waartegen het spannende verhaal geschetst wordt dat eigenlijk maar een onderwerp heeft: macht. En de strijd om meer macht die op verschillende vlakken uitgevochten wordt.

Al bij al beschouwd besteedt de auteur – in tegenstelling tot de meeste misdaadauteurs – weinig aandacht aan de spannende verhaallijnen. De lezer wordt niet bij het handje genomen en stap voor stap begeleid door het onderzoek van het hoofdpersonage, maar wordt verplicht mee te denken, want soms worden er grote stappen genomen buiten het zicht van de lezer. Deze intelligente, soms zelfs terloopse aanpak overschrijdt echter nooit grenzen van het ongeloofwaardige en draagt er zelfs toe bij dat het boek naar een hoger niveau getild wordt. Een logische gevolg van deze aanpak is dat de verrassende ontknoping zowat uit de lucht komt te vallen en dat de lezer zich voor het hoofd slaat omdat hij het niet zag aankomen.

Kortom De brand van Istanbul is een prachtig werkstuk dat de lezer niet alleen zin geeft om direct een retourtje Istanbul te boeken, maar ook garant staat voor enkele uren lekker wegdromen bij een atypische, boeiende en vooral heerlijk frisse detective vol markante personages.

Het definitieve verdict: 8/10 

EOB


 

09-04-10

DEFLO Luc - Jaloezie

 

dlj

De eerste alinea
De vrouw was ordinair, met opzichtig aangebrachte eyeliner en centimeterlange valse wimpers, maar net dat maakte haar aantrekkelijk. De flashy, roodgelakte beha paste mooi bij de laarzen. Een soort van kaplaarzen, zoals visserslaarzen maar dan eleganter, van zwart leer en met stilettohakken.

De korte inhoud:
Een woonwijk in Heffen bij Mechelen wordt opgeschrikt door een moord. Irene Vandesompel werd op gruwelijke wijze vermoord. Met vierendertig messteken. De overbuurvrouw is de laatste die de vrouw in leven heeft gezien, toen de ex-man van Irene, met wie ze in een vechtscheiding was verwikkeld, die middag de kinderen kwam ophalen. Maar de ex heeft een ijzersterk alibi, en andere getuigen zijn er niet, hoewel de feiten plaatsvonden in een rustige buurt met sociale controle.

Uit de autopsie blijkt dat de dader ‘slechts’ zeventien keer wild heeft toegestoken, met een heggenschaar van het merk Fiskars. Aan die strohalm klampen rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck zich vast. Gaandeweg wordt duidelijk dat ook gezellige buren een duister kantje kunnen hebben. Mendonck en Deleu, die van de ene verbazing in de andere vallen, raken compleet verstrikt in een web van sociale intriges en ontketenen ongewild een kettingreactie van geweld die niemand voor mogelijk hield.

 

Het volledige rapport:
De uit Mechelen afkomstige auteur Luc Deflo combineert het schrijverschap met een deeltijdse baan bij de Belgische bank KBC. Een aantal jaar geleden verruilde hij dit Antwerpse provinciestadje via een aantal tussenstops voor de Belgische hoofdstad, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw van Zuid-Amerikaanse origine en hun zoontje.

Die verandering van omgeving werd ook weerspiegeld in zijn boeken, want drie jaar lang ruilde hij de reeks rond de Mechelse speurders Bosmans en Deleu in voor de avonturen van de leden van Cel 5 die zich in het Brusselse situeerden. Maar momenteel hebben maneblusser Deleu en zijn companen hun tweede adem gevonden - getuige daarvan is de bekroning van Pitbull met de Hercule Poirotprijs 2008 - en worden hun belevenissen afgewisseld met op zichzelf staande boeken als Angst en Lust.

Zijn meest recente pennenvrucht die de titel Jaloezie meekreeg, is al het zestiende spannende boek van zijn hand en de elfde met Jos Bosmans en Dirk Deleu als voornaamste protagonisten. Hierin worden de speurders geconfronteerd met een niet alledaagse moord: in een doodlopend straatje in het rustige forensendorpje Leest wordt in haar huis het verminkte lichaam gevonden van de alleenstaande moeder Irene Vandesompel. Het buurtonderzoek levert op wat sappige roddels na, weinig op. Maar hoe langer het onderzoek doorgaat hoe meer intriges tussen de bewoners van dat rustige straatje er boven water komen: burenruzies, omkoping, buitenechtelijke relaties, stalking,... Er lijkt maar geen eind aan het lijstje te komen en steeds meer raken de speurders ervan overtuigd dat het antwoord op de vragen wie Irene vermoordde en het waarom besloten liggen in die verbanden tussen al die buurtbewoners.

Luc Deflo is met voorsprong de Vlaamse auteur met de meest directe schrijfstijl. Door het bij wijlen ongepolijst taalgebruik dat hij zijn personages in de mond legt, de soms uitzichtloze situaties waarin hij zijn slachtoffers manouvreert en zijn manier van verhalen die zonder veel tierlantijntjes recht op doel afgaat, onpopt hij zich tot de Stuart MacBride van het Nederlandse taalgebied. Enkel hetzelfde gevoel voor humor ontbreekt in zijn boeken. Ook in dit verhaal blijft de auteur trouw aan deze voor hem typische manier van vertellen.

Deze stijl impliceert dat er weinig inkt besteed wordt aan het intekenen van de locaties. Veel meer dan hier een daar een straat- of plaatsnaam zal de lezer niet terugvinden in Jaloezie, zelfs niet als de auteur hem meeneemt langs toch wel kenmerkende locaties uit de streek rond Mechelen. De auteur vindt zijn personages veel belangrijker dan het decor waarin zij zich bewegen en zij worden dan ook zeer menselijk, maar niet altijd fraai, getypeerd. De levensechtheid van deze figuren, en hun emoties kleuren het verhaal en zijn er voor een groot deel verantwoordelijk voor dat de lezer er zich onwaarschijnlijk snel in thuis voelt. Door de schaal van het oude gezegde dat ieder huisje zijn kruisje heeft een beetje uit te vergroten naar het niveau van een straat, zorgt hij voor herkenbaarheid, want net zoals ieder dorp zijn gek heeft, heeft iedere straat ook zijn markante figuur.
Wel is het even schrikken als de auteur meermaals hints rondstrooit dat het einde van de loopbaan van Jos Bosmans stilaan in zicht lijkt te komen, maar de lezer moet zich maar vasthouden aan de spreekwoordelijke strohalm dat in de wereld van het boek tijd een rekbaar begrip kan zijn.

Zowel het plot als de ontknoping van Jaloezie zijn beide onwaarschijnlijk vergezocht maar zo magistraal in mekaar gepuzzeld dat de auteur er zonder enig probleem mee weg kan komen en het boek zich bij de betere uit de reeks schaart. Als een volleerd zandmannetje strooit Luc Deflo bij het uitschrijven kilo’s zand in de ogen van zijn publiek, door het team van rechercheurs het ene na de andere scenario te laten ventileren in reactie op elke vooruitgang, tegenslag of dood spoor in het onderzoek. Dit laatste genereert zoveel vaart dat het soms lijkt alsof er wel tig moorden gepleegd worden door bijna evenveel verschillende daders. Maar aan het eind van de rit komt toch de meest voor de hand liggende dader bovendrijven. En net dat is misschien de achilleshiel van dit werk.

Met Jaloezie levert Luc Deflo het bewijs dat, ondanks dat uitgeverij Manteau veel energie besteedt om hun zogenaamde Next Generation - bestaande uit Piet Baete, Toni Coppers en Bavo Dhooge – te promoten, de oude garde nog lang niet klaar is om afgeschreven te worden. Het is dan ook een pageturner van formaat geworden met een verloop de naam labyrint waardig.

Het definitieve verdict:
7/10

EOB
 

26-03-10

ZIVKOVIC Zoran - Het laatste boek

 

zzhlb

 

De verpakking:
Het eerste wat in het oog springt in deze stijlvolle retrocover is niet het kunstige stilleven in de stijl van de schilderijen van Gerd Renshof, maar wel dat alle tekst niet mooi in het midden gecentreerd werd.Er zit wellicht een of ander concept achter, maar de eerste indruk is die van onzorgvuldigheid. De compositie van het oude boek en de donkerrode roos wordt op de achterflap herhaald en wordt daar vergezeld van zowat alle informatie die een potentiële koper kan verlangen. Enkel een fotootje van de auteur had er nog bij gemogen.
Als mooi extraatje zit er nog een bladwijzer bij het boek die dezelfde sfeer uitstraalt en die tegelijkertijd ook als kortingsbon gebruikt kan worden bij de aankoop van een bepaald merk koffie en thee.

De inhoud:
Na een verdacht sterfgeval bezoekt literatuurliefhebber en inspecteur Dejan Lukic de Papyrus Boekhandel. Hij ontmoet de aantrekkelijke eigenaresse, Vera Gavrilovic, en ontdekt na een tweede verdachte dood wat de slachtoffers gemeen hadden: allen lazen vlak voor hun dood een ongrijpbaar werk, Het laatste boek.
Hanteert een literaire moordenaar de methode uit De naam van de roos? In een race tegen de klok moet Lukic het geheim van Het laatste boek ontdekken en achterhalen waarom hij steeds sterker het gevoel krijgt dat hij dit alles al eens gelezen heeft.


Het rapport:
Zoran Zivkovic werd drie jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog geboren in de Belgrado, de hoofdstad van het toenmalige Joegoslavië en het huidige Servië en woont er nog steeds. Hij sturdeerde af en doctoreerde aan het departement literatuur van de universiteit van Belgrado, waar hij ondertussen ook al een paar jaar cursussen creatief schrijven doceert aan de faculteit talen.


Met drieëntwintig boeken op zijn naam, waarvan er achttien thuishoren bij de fictie, mag hij als een ervaren rot in het schrijversvak gezien worden. In de meeste werken speelt hij met de grenzen van het bovennatuurlijke en het onverklaarbare en heeft nauwe banden met het fantasy genre. Het laatste boek – zijn zestiende roman – is het eerste dat in het Nederlands verschijnt.

Hierin brengt een sterfgeval literatuurliefhebber en inspecteur Dejan Lukic naar een boekenwinkel. Autopsie wijst uit dat het enige verdachte aan de dood is dat er geen enkele oorzaak kan gevonden worden. De volgende dag blaast er weer iemand zijn laatste adem uit in diezelfde boekhandel. Terwijl Dejan constant het gevoel heeft dat hij wat hem overkomt als eens ergens gelezen heeft, komt hij tot de onthutsende conclusie dat het openslaan van het zogenaamde laatste boek, de dood tot gevolg heeft. Als Dejan tijdens zijn zoektocht ook nog eens valt voor de charmes van Vera, de uitbaatster van de boekenwinkel, wordt de druk op zijn schouder om deze zaak zo snel mogelijk op te helderen alsmaar groter.

Meteen vanaf de eerste paragraaf pakt dit boek de lezer bij de keel. Niet vanwege de gruwel of de spanning, maar enkel en alleen door schoonheid. Nog voor men de eerste bladzijde heeft omgeslagen, staat het als een paal boven water dat dit een een pareltje van schrijfkunst is, dat door de rust die het uitstraalt meteen opvalt in de zee van boeken vol geweld waarin we ons ze graag wagen. De aangename gezapigheid waarmee het verhaal voortkabbelt roept herinneringen op aan de symphatieke boeken die onder andere Stilleven van de Canadese Louise Penny en recenter Het pigment van Ludo Schildermans zijn. Enkel de laatste twee hoofdstukjes komen nogal vreemd over, want hierin houdt Zoran Zivkovic vast aan zijn gewoonte om het onverklaarbare in zijn verhalen te verwerken. Verwacht dus geen alledaagse ontknoping

Niet alleen bevat Het laatste boek een intrigerend mysterie, maar er is ook ruim plaats gemaakt voor een prachtig verwoorde romantische liefdeshistorie en steekt het op subtiele wijze de draak met het kunstmatig in stand gehouden standenverschil tussen literatuur en lectuur. Als men daar bovenop ook nog eens mag genieten van intense hoogwaardige conversaties, die al even gratieus voor de ogen van de lezer voorbij trekken als de in slow motion vertoonde beelden van het delicate spel tussen twee duellerende schermers in volle actie, is genieten de enige optie.

Het laatste boek is een intimistisch boekje geworden, zonder specifieke plaats- of tijdsbepaling, maar met markante locaties die bevolkt worden door al even bijzondere mysterieuze figuren, waarin men als lezer kan verdrinken. Ook scherpen de veelvuldige referenties naar Umberto Ecos De naam van de roos de zin aan om dit andere meesterwerk eens te gaan lezen of herlezen.

Het laatste boek is een werkje van buitengewone schoonheid geworden, maar blijft toch een atypisch spannend boek. Maar als dit verhaal een staalkaart is van Zoran Zivkovic oeuvre, is het onbegrijpelijk dat we nog niet eerder iets van zijn hand in onze eigen taal mochten lezen. Waarmee ik ook meteen wil aangeven dat de vertaalster met dienst, Reina Dokter, een prachtjob heeft afgeleverd. Waarvoor dank.

Het verdict: 9/10

EOB


21-03-10

LARSSON Stieg - Mannen die vrouwen haten

 

lsmdvh


De verpakking:
Over deze weinig opspraakmakende covers die bij alle drie de boeken van deze auteur op de kleur na niet van elkaar verschillen, is niet veel te vertellen. Het moge duidelijk zijn dat in dit geval de naam van de auteur, die in grote letters de cover doormidden klieft belangrijker geacht wordt dan een in het oog springend grafisch ontwerp. De vrouw achter de lichtblauwe band waarin ook het volgnummer van het boek binnen de Millennium trilogie discreet verwerkt zit, mag dan wel de potentiële koper verstoord aankijken, een echte aandachttrekker is het niet.
De achterzijde bevat alle informatie die verwacht mag worden, maar door de grote hoeveelheid aan citaten geeft het wel een overvolle indruk. Maar dat contrasteert mooi met de extreem sobere en stijlvolle rug van deze uitgave.

De inhoud:
Twee tegenpolen, Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander. Hij is een charmante man en een kritische journalist van middelbare leeftijd, en uitgever van het tijdschrift Millennium. Zij is een jonge, gecompliceerde vrouw met zwartgeverfd haar, piercings en tatoeages, én een uitermate goede hacker. Samen vormen ze een ongewoon, maar sterk team. Mikael wordt benaderd door oud-zakenman Henrik Vanger. Veertig jaar geleden is de zestienjarige Harriët Vanger op mysterieuze wijze verdwenen en vermoedelijk vermoord. De zaak is echter nooit opgelost en inmiddels verjaard. Toch wil Henrik Vanger graag dat Mikael zich hier nog eens op stort. Aanvankelijk lijkt het onderzoek nergens op uit te lopen. Totdat Mikael met hulp van Lisbeth op een spoor stuit dat rechtstreeks naar een zeer duister en bloedig familiegeheim voert ...


Het rapport
:
Stieg Larsson hoeft wellicht niet meer voorgesteld te worden. Deze Zweedse journalist wiens boeken na zijn dood, zorgden voor dé nieuwe hype in de wereld van het spannende boek, na deze van Dan Brown, zal zelfs een zekere bekendheid genieten bij het niet lezend publiek: als het niet is door perikelen omtrent de toekenning van zijn erfenis, dan misschien wel door massa aan biografieën die over hem op de markt gegooid worden. Of door de verfilmingen van zijn zogenoemde Millennium-trilogie.

Oorspronkelijk was het de bedoeling om de reeks te laten lopen over een tiental boeken, maar toen de auteur eind 2004 op vijftigjarige leeftijd bezweek aan een hartaanval betekende dit ook dat Gerechtigheid, het derde boek in de serie meteen ook het laatste was. Zowel het eerste verhaal, Mannen die vrouwen haten, als het net vermelde derde boek werden bekroond met De Glazen Sleutel, de prijs voor het beste Schandinavische boek van respectievelijk 2006 en 2008.

In Mannen die vrouwen haten, komen de hoofdpersonages elkaar voor het eerst tegen. De net voor smaad veroordeelde journalist en uitgever Carl Mikael Blomkvist neemt even afstand van zijn job en begint op vraag van pater familias Henrik Vanger, aan de opdracht om, onder het mom van het schrijven van een kroniek over de deze belangrijke Zweedse familie van industriëlen, de tot op heden onopgeloste verdwijning van Harriët Vanger in 1966 nog eens tot in de details te onderzoeken. Als het project te groot wordt voor een man alleen, schakelt Mikael de hulp in van een competent onderzoeker in de persoon van Lisbeth Salander: een jonge, door het leven getekende, eigenzinnige, communicatief gestoorde anarchiste, die echter ook zeer bedreven is in het kraken van computers. Naarmate ze erin slagen meer feiten te reconstrueren en de familiegeheimen dichter aan de oppervlakte te brengen, worden ze als maar onvriendelijker bejegend door de clan van de Vangers, tot er zelfs sprake is van echte vijandigheid.


Vanaf de eerste bladzijde bewijst Stieg Larsson dat hij kan schrijven. Niet alleen heeft hij een klare, vloeiende schrijfstijl die aangenaam wegleest, maar ook zorgt hij ervoor dat hij de aandacht van de lezer meteen opeist, zodat deze zich gewillig laat verleiden om mee op te gaan in het vertelde. Het wordt geen ronde op de roetsjbaan, maar een voor de Schandinavische auteurs typische rustige rondrit langs voldoende adembenemende punten, om de lezer bij de les te houden. Menig schrijver mag jaloers zijn op het gemak waarmee men in het boek kan verdrinken.

Voor Mannen die vrouwen haten koos de auteur dezelfde opzet als Iain Pears een tijdje geleden deed voor zijn De val van Stone: een journalist wordt gevraagd een duistere zaak op te lossen, en om zich makkelijk toegang te kunnen verschaffen tot allerhande bronnen van informatie, kan hij bogen op een officiële opdracht als biograaf of kroniekschrijver. Twee verhalen voor de prijs van een, als het ware. Maar Stieg Larsson doet er nog een schepje bovenop door deze thematiek nog eens te verpakken in een derde verhaal waarin het hoofdpersonage zint op journalistieke wraak voor zijn veroordeling. Deze grootse opzet resulteert in een pil van 560 bladzijden en het hadden er eigenlijk nog wat meer mogen zijn, want het ontrafelen van deze derde verhaallijn wordt tegen een on-Zweeds tempo in een recordtijd afgewerkt – zeg maar afgehaspeld. Dit is meteen mijn voornaamste punt van kritiek op dit voor de rest praktisch foutloos en degelijk geconstrueerd boek.

Natuurlijk brengt zo’n lang verhaal een paar eigenaardigheden met zich mee: zo wordt de lezer toch wel gevraagd enige aandacht aan de dag te leggen als hij doorheen het boek kennis mag maken met meer dan honderd personages die met naam of toenaam voorgesteld worden. Het feit dat aanzienlijk deel daarvan ook nog eens dezelfde familienaam met elkaar delen, en geconcentreerd zitten op een half geïsoleerd eilandje dat enkel met een brug verbonden is met het op het vasteland gelegen fictieve stadje Hedestad maakt het er niet makkelijker op. Gelukkig heeft ook de auteur daar notie van genomen en heeft hij (op blz 171) een eenvoudige stamboom in zijn boek opgenomen en zijn de belangrijkste figuren voorzien van uiteenlopende karaktertrekken. Zo is Mikael de verpersoonlijking van een grijs personage, terwijl Lisbeth enkel maar uit wit en zwart bestaat. Twee tegenpolen die elkaar ook pas voor het eerst over halfweg in het boek ontmoeten en samen met de lezer moeten wennen aan elkaar.
Een andere eigenaardigheid is dat Mannen die vrouwen haten een ongelooflijk lange inleding heeft. Pas in de buurt van pagina tweehonderd is de lezer van alle benodigde informatie voorzien en kan het spannende verhaal eindelijk aanvangen. Dit kan tot gevolg hebben dat een aantal lezers al afhaakt vooraleer het echt leesplezier begint. Aan hen hem ik slechts een raad: “niet doen; even doorzetten.”

Een mens vraagt zich af wat een kijk op de wereld Stieg Larsson had om met zo een ongelooflijk uitgebreid, complex, maar duidelijk opgezet plot - dat ook nog eens gestoffeerd werd met meer dan genoeg varrassingen - voor de dag te komen. Dat alleen al maakt nieuwsgierig naar meer. Dat het dan ook nog eens met prachtig bewoordingen uitgeschreven is tot dit interessante, intrigerende en boeiende verhaal met een hoog realiteitsgehalte resulteert in een bijzonder geloofwaardig boek.

Hoewel Mannen die vrouwen haten niet het meesterwerk is dat een bekroning met de Glazen Sleutel laat uitschijnen, is het toch een goed boek geworden, dat zelfs komt aankloppen bij de zeer goede boeken. Maar het is zeker een verhaal dat de zin om de andere delen uit de serie te gaan lezen zeker aanscherpt.

Het verdict: 7/10

EOB

17-03-10

FRANKE Tess - De bezieling

 

ftdb

 
De verpakking:
Het opvallenste aan de cover is het typische zwarte balkje, waarin alle tekst gegroepeerd werd. Zonder ook nog maar een leter gelezen te hebben, weet je al dat het hier een verhaal betreft dat vaart onder de vlag van de literaire thriller. Tegen een achtergrond van ouderwets aandoend bloemetjesbehang staat de verpersoonlijking van het hoofdpersonage: een stijlvol geklede halfbloed dame, die een toga over de arm draagt. Mede door het kleurgebruik resulteert dit in een zeer onopvallend voorblad, dat zeker niet meteen de aandacht trekt van liefhebbers van spannende boeken.
De achterflap, die over de volledige oppervlakte de linkerhelft van het gelaat van de auteur afbeeldt is des te kleuriger. Daar auteursinformatie en korte inhoud naar de binnenflappen verwezen werden, is er weinig tekst op terug te vinden wat een aangename, evenwichtige achterkant tot gevolg heeft.

De inhoud:
De ambitieuze advocate Femke Wolzak – partner bij advocatenkantoor Wolzak, Spreeuwenberg en Spreeuwenberg – neemt een van haar collega’s waar bij de behandeling van een moordzaak. Het lijkt een simpele kwestie: er is geen lichaam, er zijn geen getuigen, en de verdachte – de Marokkaanse halal slager Moustafa D. – is brandschoon.
De zaak dreigt op een nachtmerrie uit te lopen wanneer dé nationale misdaadjournalist Bas E. Verhoef via zijn tv-show de publieke opinie weet te alarmeren. Femkes onschuldige cliënt wordt staatsvijand nummer één. Zo raken zij verstrikt in een trial by media en ziet Femke zich genoodzaakt niet alleen haar cliënt te verdedigen, maar ook zichzelf – tegenover iedereen, zelfs tegenover haar familie en goede vriendinnen.


Het rapport
:
Tess Franke is het pseudoniem van een Nederlandse juriste die enkele jaren geleden, samen met haar man en twee dochters is geëmigreerd naar de Amerikaanse staat Florida. Omdat ze in de nieuwe wereld niet meteen een aantrekkelijke job vond, begon ze te schrijven en om weerwoord te bieden aan haar heimwee, besloot ze haar boeken in de Amsterdamse advocatuur te situeren. Daarmee is ze, na de Vlaamse Marthe Maeren, de tweede auteur die zich in het Nederlandse taalgebied toelegt op het schrijven van legal thrillers.

In 2006 debuteerde Tess Franke met De inwijding waarin Femke Wolzak het mooie weer maakt. Deze jonge advocate is ondertussen uitgegroeid tot een seriepersonage want ze kreeg ook de hoofdrol toebedeeld in haar volgende boeken: De beproeving en De bezieling.


Een paar jaar geleden werd in Nederland het rechtsprincipe “Ne bis in idem”, beter bekend onder de term Double geopardy, oftewel de regel dat men geen twee keer mag of kan terechtstaan voor dezelfde feiten, door de politiek in vraag gesteld. De auteur gebruikt deze discussie als kapstok om het verhaal in De bezieling aan op te hangen. Hierin komt de op alle fronten van moord vrijgesproken slager
Moustafa Dahri in nauwe schoentjes te staan als zijn zaak onderwerp wordt van een op de nationale televisie uitgezonden aflevering van de show van een bekend misdaadjournalist. Het publiek smult van Bas E. Verhoefs stemmingmakerij en Moustafa ziet zich genoodzaakt onder te duiken om aan een lynchpartij te ontsnappen. Femke Wolzak laat de voormalige cliënt van haar kantoor niet vallen en gaat de strijd aan tegen de publieke opinie, die zelfs de mening van haar kennissenkring kleurt, waarmee meteen ook de gevaren die samen gaan met de machtspositie van de media tegenover hun publiek worden aangekaart.

Hoewel dit boek uitgebracht werd onder de noemer literaire thriller, past het niet volledig in dat hokje. Het meest typerende kenmerk - het vrouwelijke hoofdpersonage dat van aanpakken weet maar op zowel persoonlijk als professioneel gebied onder druk staat - is wel nadrukkelijk aanwezig, maar daarnaast bevat De bezieling ook meer uitgesproken emoties, hardere actie en neemt het duidelijkere standpunten in dan de meeste van zijn subgenregenoten. Misschien is het wel de eerste literaire thriller die beide geslachten kan aanspreken.

Ondanks het feit dat de personages vrij oppervlakkig geschetst worden, is het meer dan duidelijk dat Nederlands bekendste misdaadjournalist Peter R. Devries, tot de middelste initiaal toe, model gestaan heeft voor het personage van Bas E. Verhoef.

Het plot van De bezieling is best goed uitgedacht en is tot op de voorlaatste bladzijde uitgeschreven tot aangenaam leesvoer. Maar de laatste bladzijde, die het hele boek degradeert tot een parodie in de lijn van Scream, is er echt teveel aan en hoort er helemaal niet thuis. Dit en het net iets teveel uitvergroten van de emoties en acties halen de geloofwaardigheid serieus onderuit.

Tess Franke kan bogen op een vlotte schrijfstijl, die resulteert in een voor de lezer zeer aangename leessnelheid. Mede door het feit dat de hoeveelheid achtergrondinformatie over de rechtsgang en de juridische terminologie tot een absoluut minimum beperkt werd, blijft het verhaal lekker vaart houden en mag De bezieling beschouwd worden als uitermate geschikte vakantielectuur.

Het verdict:
6/10

EOB