02-02-12

DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

 

dbimjk.jpg

 

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.

De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..


Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.

Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?

Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.

En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.

Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.

Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.

Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


31-01-12

ASPE Pieter - Solo

 

aps.jpg


De eerste alinea:

Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?

De korte inhoud

Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.



Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.


In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.

Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris

Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.

Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.

Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.

Het definitieve verdict:
6/10


EOB.JPG


30-01-12

ASPE Pieter - Postscriptum

 


app.jpg


De eerste alinea: 
‘Zeg die madam dat ik geen tijd heb.’

De korte inhoud
Jean-Pierre Vandamme, een pelgrim die te voet onderweg is naar Santiago de Compostella, wordt in Frankrijk vermoord. Twee dagen later ontsnapt Mad Max, een notoire misdadiger, met de hulp van twee kompanen uit de gevangenis van Brugge. Livia Beernaert, de vriendin van Jean-Pierrre Vandamme, beweert dat er in de kluis van Jean-Pierre, een enorme goudschat ligt. Het goud zou afkomstig zijn van de oom van Jean-Pierre, een huurlingenleider die zich in de jaren zestig aansloot bij de Katangese gendarmes van Tshombe. Livia waarschuwt Van In eveneens voor de hebzucht van de familie Vandamme. De dag daarna komt ze in zeer bizarre omstandigheden om het leven.

Het onderzoek verloopt moeizaam en stuit op veel weerstand van de stafhouder van de Brugse balie. Tot Van In het verband ontdekt tussen de moorden en een onfrisse zaak uit het koloniale verleden van België.


Het volledige rapport
Pieter Aspe behoeft geen voorstelling meer in Vlaanderen. De familienaam van dit pseudoniem is een herkenbare merknaam op zich geworden, door de vele boeken en de serie op de commerciële televisie, bereikt hij een enorm groot publiek. Met Postscriptum leverde de auteur al het achtentwintigste deel af in de serie met de Brugse speurders Van In en Versavel.

In dit werk wordt Compostella-pelgrim Jean-Pierre Vandamme in het noordwesten van Frankrijk vermoord. Het onderzoek spitst zich toe op de geruchten dat Jean-Pierre in het bezit is van een goudschat, die hij in zijn bezit kreeg via zijn oom Jacques, een ondertussen overleden koloniaal die na de Congolese onafhankelijkheid nog tegen het regime aldaar ten strijde trok. En Van In denkt dat hij de sleutel tot de ontknoping van dit mysterie ook in die woelige jaren zestig van de vorige eeuw kan vinden.

Na vijftien jaar lang zowat elke zes maanden een nieuwe titel af te leveren wordt het steeds moeilijker om steeds weer met een origineel verhaal op de proppen te komen. Het lijkt erop dat er twee ideeën die aan de basis van Postscriptum liggen: het Man bijt hond item Weg naar Compostella, waarin reporter Arnaut Hauben Vlaanderen op de hoogte hield van zijn tocht naar het Spaanse bedevaartsoord en het lezen van het uit 1972 daterende boek De gesloten kamer van het Zweedse koppel Sjöwall en Walhöö.

Om die twee zaken met elkaar te verbinden, heeft Pieter Aspe een voor zijn doen zeer uitgebreide plot uit zijn mouw geschud, zonder zijn stokpaardjes te verloochenen. Het geheel laat de lezer met een dubbel gevoel achter. Enerzijds zijn alle vertrouwde ingrediënten die aan de basis liggen van Aspes populariteit aanwezig. Maar anderzijds begint de routine opvallend aan de oppervlakte valt het routineuze op: sommige aspecten van de plot zijn voorspelbaar en Van In stoomt door het boek op een dieet van sigaretten en Duvel. Ook ligt Joinville, de plaats waar de wandeling van Jean-Pierre Vandamme vroegtijdig afgebroken werd, in noordoost Frankrijk, wat een heel stuk uit de richting is voor een Compostella-pelgrim die vanuit Brugge of omgeving vertrekt.

Aspe is Aspe, en dat blijkt ook nu weer. De trouwe volgelingen krijgen wat ze verwachten en de criticasters kunnen hun zelfde pijlen van kritiek weer afschieten. Postscriptum past volledig in dit straatje en zal zich - met trouwens een leuke rol voor Bart De Wever, die zich even premier mag wanen – zonder probleem tussen de eerder verschenen avonturen van de Brugse speurders kunnen handhaven, zonder een topper te zijn.

Het definitieve verdict: 6/10

 

EOB.JPG


16:24 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, whodunit, serie |  Facebook |

19-11-11

THIJSSEN Roel - Broederbloed

 

trb.jpg


De openingszin
De korporaal maakte met zijn ka-bar-mes aan de bovenkant van de zak een opening en liet er wat rijst uitlopen.

De korte inhoud

Graham Marquand heeft het best goed voor elkaar in Vietnam. Van de hete oorlog in de jungle, de rijstvelden en de hooglanden krijgt hij niet zo veel mee. Zijn koude oorlog speelt zich af in de straten van Saigon. Hij leeft zijn relaxte leventje in de schaduw van de vuile oorlog en dankzij illegale handeltjes groeit de stapel bankbiljetten in zijn safe van de Bank of America. Maar dan arriveert zijn jongere broer Paul onverwacht in Vietnam. En Graham komt voor een aantal grote dilemma’s te staan.


Het volledige rapport
De Nederlandse historicus Jeroen Kuypers publiceerde begin deze eeuw al een aantal spannende boeken onder het pseudoniem Max Moragie. Midden vorig jaar zag, onder de pennaam Roel Thijssen, Broederbloed het levenslicht. Dit is het eerste deel van een trilogie die zich situeert tegen de achtergrond van de oorlog in Vietnam. Ook het tweede deel, dat de titel Operatie Freeborn meekreeg, is ondertussen al in de winkelrekken te vinden.

In Broederbloed maken we kennis met de Amerikaanse sergeant Graham Marquand, die met zijn logistieke eenheid ver van het front gelegerd is. Samen met een paar collega’s drijft hij een winstgevend handeltje in softdrugs. Zijn bijna luilekker te noemen leventje verandert echter plots in een tijd vol zorgen door twee bijna simultane gebeurtenissen: hij komt tot de ontnuchterende ontdekking dat zijn jongere broer Paul zich eveneens in het land bevindt, maar dan als frontsoldaat en hij wordt gepolst om actief deel te nemen aan een groots opgezette kunstsmokkel.

Roel Thijssen recreëert een mooi tijdsbeeld van het Vietnam in de jaren zestig, waarbij hij een aantal facetten van de clash der culturen gevat weet te belichten. Het samenleven van deze smeltkroes van nationaliteiten vormt – meer nog dan de oorlog zelf – de basis voor het verhaal van Broederbloed. Daarom kunnen zelfs zij die een grondige afkeer hebben aan oorlogsverhalen zich best wagen aan dit werkstuk, want de auteur gebruikt het oorlogsgeweld zo goed als alleen maar om zich te ontdoen van overbodig geworden personages. Het echte verhaal draait meer rond de persoonlijke verrijking van individuen en instanties allerhande.

Ondanks een aangename schrijfstijl, slaagt de auteur er niet in zijn publiek in het verhaal te zuigen en blijft er een onoverbrugbare afstand tussen lezers en personages. De vinger leggen op de oorzaak, blijkt echter een moeilijke opgave. Ligt het aan de randpersonages die voor de auteur, net als voor de generaals destijds, niet de moeite waard zijn om degelijk uitgetekend te worden. Het is toch maar kanonnenvoer. Ligt het aan de rechtlijnige plot die bij het dichtslaan van het boek toch wat magertjes blijkt uit te vallen? Of ligt het aan de sfeer die dichter aanleunt bij een documentaire dan bij een spannend verhaal? Of eerder, en meer waarschijnlijk, aan de combinatie van bovenstaande.

De eigenzinnige kijk van Roel Thijssen op dit stukje Vietnamese, en Amerikaanse geschiedenis van bijna een halve eeuw geleden, is het sterkste punt van Broederbloed. En dat alleen al maakt dit boek het lezen meer dan waard. Louter beschouwd als een spannend boek, zakt het echter terug in de middelmaat.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


15-11-11

TEIGELER Piet - Drie dode meesters

 

tpddm.jpg

 

De openingszin:
‘Niet doen, John!’ zei Dewit.

De korte inhoud
Een man wordt op wrede wijze geliquideerd: hij is met handen en hoofd ondergedompeld in ziedend frituurvet op het Falconplein in Antwerpen. De persheeft het in geuren en kleuren over de gruwelijke Frituurmoord. Door die misdaad stoten de speurders Carpentier en Dewit op een smokkelroute tussen Rusland en Europa. Er worden onder meer al dan niet vervalste doeken van Rubens verhandeld. Via Svetan een bloedmooie Georgische, komen ze in aanraking me de Russische maffia. Het Falconplein wordt niet voor niets ook het Rode Plein genoemd.
Ondanks alle tegenwerking en intimidaties, ook uit de meest onverwachte hoek, slagen de speurders erin de frituurmoord op te lossen.


Het volledige rapport
De sinjoor Piet Teigeler, ruilde een aantal jaar geleden om gezondheidsredenen de wereldstad Antwerpen in voor een huisje onder de Spaanse zon. Al tijdens zijn journalistieke loopbaan publiceerde hij samen met Eddy Van Hee, onder het pseudoniem Woody Dubois twee spannende boeken. Maar pas toen hij van zijn pensioen kon genieten, begon hij aan een tiendelige reeks met rechercheurs Carpentier en Dewit in de hoofdrollen, die in 2007 afgesloten werd met Dood.

Drie dode meesters, uit 1997, is het vierde boek uit de serie. Hierin worden de Antwerpse protagonisten op kerstavond opgeroepen voor een bizarre moord: een kunstschilder werd met zijn hoofd ondergedompeld in het hete bakvet van een frituur op het Falconplein. Het begin van een zoektocht naar de daders, die Carpentier en Dewit leidt langs de werelden van de Russische maffia, kunsthandel, -smokkel en –oplichting. En ondertussen worden ze constant in de vingers gekeken en tegengewerkt door de Bijzondere Opsporingsbrigade, die kost wat kost deze zaak naar zich toe willen trekken.

Thematisch leunt Drie dode meesters nauw aan bij het recent verschenen De bloedakker van Andrea Camilleri: een moord die ogenblikkelijk gelieerd lijkt aan de maffia, maar waarvan het later twijfelachtiger wordt of de daders wel moeten gezocht worden bij de Dons, consiglieri of hun voetvolk. Maar het Vlaamse verhaal is voorzien van een veel complexer plot en werd degelijker uitgewerkt en verteld dan zijn Italiaanse tegenhanger.

Piet Teigeler waakt er zorgvuldig over dat zijn personages geloofwaardig blijven en mensen van vlees en bloed dicht benaderen. Hierdoor is het aangenaam vertoeven in het verhaal, en wordt het lezen een samenzijn met aimabele maar gedreven figuren. Carpentier is het best te vergelijken met een kat met jongen: een zeer aaibaar beestje dat zonder waarschuwing venijnig uit de hoek zal komen als de jongen – lees het onderzoek – in gevaar komt.

Hoewel het algemeen geweten is dat 99 percent van alle spannende boeken een goede afloop heeft, is het toch ontgoochelend op de achterflap te mogen lezen dat het moord opgelost wordt. Toch slaagt de auteur erin de weg naar de oplossing te plaveien met voldoende plotwendingen om van Drie dode meesters een meer dan onderhoudend werkje te maken.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

21:19 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: teigeler_piet, nederlandstalig, belgie, 6, policier, kunst, maffia, serie |  Facebook |

10-07-11

JACOBS Marc & VREEKER Marike - Ondergronds kwaad

 

jmvmok.jpg

 

De eerste zin:
Pauline Hermelijn legde haar papieren op volgorde.

De korte inhoud
.
In een ontruimingspand ligt een zwaar mishandelde jonge vrouw, dood. Het rechercheteam Van Houten den De Wilde ontdekt dat ze slachtoffer is van vrouwenhandel. Zit een meedogenloze oud-Mossad-man achter deze zaak? Of zijn Bulgaarse mensenhandelaren de daders?
Om dat te ontdekken gaat Sigrid de Wilde undercover in een exclusieve club in Leeuwarden waar voor grof geld alle lusten bevredigd worden. Ze moet alles op alles zetten om deze levensgevaarlijke missie tot een goed einde te brengen…


Het volledige rapport..
Marc Jacobs en Marike Vreeker zijn als schrijvend duo een vreemde eend in de Nederlandse bijt. Ze zijn geen familie; werken niet samen; wonen niet in elkaars buurt en verschillen zelfs meer dan een decennium in leeftijd. Maar toen Marc Vreeker eraan dacht om eens een spannend boek te gaan schrijven, contacteerde hij Marike Vreeker, die hij nog kende vanop de Stenden Hogeschool.

In 2009 verscheen Het koepelmysterie. En na De Turkse connectie ligt momenteel Ondergronds kwaad in de boekhandel. Dit is het derde boek met Erik van Houten en Sigrid de Wilde als vast speurdersduo.

Hierin wordt bij een ontruiming van een woning door een deurwaarder een verminkt lijk gevonden van een buitenlandse jonge vrouw, die blijkbaar een slachtoffer was van vrouwenhandel. Het onderzoek wijst in de richting van een exclusieve club, maar daar loopt het onderzoek vast. In de hoop toch het spoor verder te kunnen volgen, gaat Sigrid de Wilde op gevaar van eigen leven undercover.

In tegenstelling tot het beschreven onderwerp doet het pictogram van een huisje aan het begin van elk hoofdstuk een beetje kinderachtig aan. Inhoudelijk proberen Jacobs en Vreeker de lezer niet alleen een totaalbeeld te geven van hoe vrouwen uit hun vertrouwde omgeving weggerukt worden en daarna gehersenspoeld en geconditioneerd worden om ingezet te kunnen worden in de prostitutie. Maar ook illustreren ze de andere zijde van deze industrie, door zeer gedetailleerd te beschrijven hoe iemand mensenhandelaar kan worden. Misschien is dit alles net wat teveel om in één  boek te verwerken, zelfs al telt het bijna vierhonderdvijftig bladzijden. Hierdoor komen sommige aspecten van deze mensonterende handel niet echt goed uit de verf, waardoor de gruwel van de feiten aan lezer voorbij dreigt te gaan. Eveneens bestaat het gevaar dat het frequent gebruik van niet alledaagse woorden en de bij momenten ronduit bizarre woordkeuzes, de lezer afleiden van het de essentie van het verhaal.

De aanvang van het verhaal is zelfs zeer luchtig van toon met vlagen van humor en zelfs de deurwaarder wordt in een uitzonderlijk positief daglicht gesteld. Bij dit laatste mogen toch enige vraagtekens gezet worden. Zeker als achteraf, bij het zoeken naar achtergrond informatie, blijkt dat de opgevoerde firma echt bestaat en de zaakvoerder er persoonlijk om vroeg een rol in het verhaal te mogen spelen in ruil voor een afname van tweehonderdvijftig exemplaren die hij gebruikt als relatiegeschenk. Natuurlijk moet een boek verkopen, maar de soevereiniteit van de auteurs krijgt hierdoor toch een stevige knauw.

Jacobs en Vreeker vertellen hun verhaal voornamelijk in Leeuwaarden gesitueerd verhaal op een gezapig tempo waar door het boek vooral bestaansrecht heeft omdat het op ontspannende wijze inzicht geeft in een harde wereld. Maar als spannend boek kan Ondergronds kwaad niet beklijven en blijft het net onder de maat, wat ook blijkt uit de nogal plotse ontknoping die zomaar uit de lucht komt vallen. Daar kan zelfs de zeer toepasselijke titel niets aan veranderen. Als totaalpakket is de balans dan ook net positief.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


07-07-11

BOOKS M.P.O. - De laatste kans

 

bmpodlk.jpg

 

De eerste zin:
Het zweet gutste over zijn rug toen hij zijn macabere ontdekking deed..

De korte inhoud
.
Onder verdachte omstandigheden vindt Jacques Vermin de dood in zijn woning bij Leersum. Het weinige dat rechercheur Petersen weet, is dat Vermin een kinderloze man was die een teruggetrokken leven leidde. Officieel woonde hij in Arnhem; hij hield voor anderen angstvallig geheim dat hij ook op de Utrechtse Heuvelrug een woning had. Terwijl Petersen zich op de zaak concentreert en steeds meer duistere kanten van Vermin ontdekt, lopen de wrijvingen tussen hem en zijn assistent Ronald Bloem op. Collega Inge Veenstra houdt zich tegelijkertijd bezig met een kind dat in Maarsbergen te vondeling werd gelegd. Staan beide zaken met elkaar in verband?


Het volledige rapport..
De Nederlander M.P.O. – Marco voor de vrienden – Books mag volgend jaar zijn vierde decennium op aarde vieren. Met zo’n familienaam lijkt hij wel voorbestemd om het boekenvak. Op zijn dertigste debuteert hij met Bij verstek veroordeeld, waar hij zijn vaste speurders duo Bram Petersen en Ronald Bloem op de wereld losliet. Met De laatste kans is deze reeks al aan zijn vijfde deel toe.

Naast zijn bezigheden als misdaadauteur, recenseert M.P.O. Books ook films, tv-series en boeken in allerlei genres, en biedt hij zijn diensten aan als freelance journalist.

De laatste kans vangt aan met de dood van de mysterieuze eenzaat Jacques Vermin. Door de uiteenlopende en tegengestelde getuigenissen hebben Petersen en Bloem het moeilijk een eenduidig beeld te krijgen van het slachtoffer. Maar naarmate het onderzoek vormt, blijkt de man betrokken te zijn bij een aantal onfrisse praktijken. Maar moeten de mogelijke verdachten dan ook in die richting gezocht worden? En is het toeval dat in de buurt een vondeling opduikt? Ondertussen heeft Petersen het steeds moeilijker met zijn vaak in geest afwezige partner, die hiervoor geen verklaring wenst te geven.

In een aangenaam leesbare stijl vertelt de M.P.O. Books dit verhaal vanuit de derde persoon, wat hem de mogelijkheid geeft zijn vertelpunt te richten op een aantal verschillende personages. Maar hij legt de nadruk toch op de figuren die het lopende voeren, waardoor de lezer niet te veel informatie krijgt die de speurders nog niet bezitten.
Maar toch slaagt hij er niet in de lezer in het verhaal te trekken, waardoor enige afstand blijft bestaan tussen die twee entiteiten. Deze wegwerken is een voorwaarde om lezers om te vormen tot onvoorwaardelijke fans en kopers.

Hoewel De laatste kans pas in 2011 op de markt verscheen, speelt het zich af in de zomer van 200’, meerbepaald tussen 22 en 30 juli. Maar dit gegeven stoort totaal niet tijdens het lezen van het verhaal. En de personages worden allen zeer levensecht geportretteerd.

Samen met de goede, klassieke plot behoort dit tot de sterke punten van dit boek waarin relaties een belangrijke rol spelen : relaties tussen collega’s; relaties tussen geliefden en vrienden, maar ook relaties waarin de machtsverhoudingen minder evenwichtig verdeeld zijn. Zo wordt de band tussen Petersen en Bloem ernstig verstoord en lijkt alles erop te wijzen dat slechts één van hen de scepter zal zwaaien in het zesde deel van de reeks.

Met De Laatste kans levert M.P.O. Books een gedegen klassieke politieroman af die smaakt naar meer.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


14-05-11

NANNE Gerard - De man van Imelda

 

ngdmvi.jpg

 

De eerste zin:
De zon staat op het punt onder te gaan en de temperatuur zakt naar een waarde van vijftien graden.

De korte inhoud

In de omgeving van het Bloemendaalse strand wordt een man dood in de kofferbak gevonden. Het slachtoffer is dusdanig verminkt dat identificatie onmogelijk blijkt. Korte tijd later wordt een jonge vrouw onder dezelfde omstandigheden aangetroffen. Bij rechercheur Jillian Blom en haar collega’s slaat de paniek toe. Wie waren de slachtoffers? Wie is de Filippijnse Imelda Diaz? Wat is de betekenis van de Mexicaanse volksheilige Santa Muerte? En welke cruciale rol speelt de officier van justitie in het geheel? Veel vragen, weinig antwoorden...


Het volledige rapport.
De in 1949 geboren Nederlander Gerard Nanne is metselaar van beroep. Sinds hij in 2002 debuteerde met Het lied van de lijster, mag hij zich ook misdaadauteur noemen.

De man van Imelda is al het achtste werk van zijn hand, maar slechts het tweede met rechercheur Jillian –Jill voor de vrienden – Blom in de hoofdrol. Deze keer vormt de vondst van een onthoofd lijk in de kofferbak van een gestolen wagen het begin van de zoektocht naar een meedogenloze moordenaar. Al snel wordt een tweede lijk in dezelfde toestand gevonden. Maar waarom ligt de anders altijd zo meegaande officier van justitie net in dit onderzoek dwars?

Gerard Nanne hanteert een schrijfstijl waarbij het aangenaam vertoeven is en die moeiteloos wegleest. Dat het verhaal in het begin alle kanten op kan, maakt het intrigerend genoeg om het boek amper of niet te kunnen wegleggen. Allemaal tekenen van een goed boek.

Maar doordat de wervels, die ruggengraat van het verhaal vormen, net een paar keer teveel bij elkaar gehouden worden door net te grote toevalligheden verlies de spanning aan kracht en het verhaal aan geloofwaardigheid.

Door de keuze van Gerard Nanne om van de uitbuiting van gewone man door de hogere klasse zijn thematiek te maken en deze aan de lezer aan te bieden in de vorm van kleine, persoonlijke feiten, weet hij te raken en verdient hij zeker zijn plaatsje in de Nederlandse spannende literatuur.

De man van Imelda is al bij al een zeer leuk tussendoortje en Gerard Nanne mag zich een begenadigd verteller noemen, die nog aan kracht kan winnen als hij het plotten beter onder de knie kan krijgen.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

06-03-11

KELLERMAN Jonathan - Sluitend bewijs


kjsb.jpg


De openingszin:
Het was een baan van niks, maar Doyle verdiende ermee.

De korte inhoud

In een half afgebouwde villa in een rijke buurt van Los Angeles stuit een bewaker op de lichamen van een jong stel. Ze liggen verstrengeld in een levenloze omhelzing. Rechercheur Moordzaken Milo Sturgis – door de wol geverfd – is toch geschokt bij de aanblik van de twee doden.
Hij ziet het werk van een verknipte moordenaar. Met de hulp van psycholoog Alex Delaware gaat Milo vastberaden achter iedere aanwijzing aan, maar plotseling gaat het onderzoek een heel andere richting uit…


Het volledige rapport
De in New York geboren Jonathan Kellerman groeide op in Los Angeles, waar hij de peetvader is van de Kellerman-clan, want net als hijzelf schrijven ook zijn vrouw Faye Kellerman en zijn oudste zoon Jesse Kellerman spannende boeken. Benieuwd of de drie dochters van het gezin ook nog zullen volgen…

Net als Alex Delaware, het hoofdpersonage in het gros van zijn boeken, is Jonathan Kellerman kinderpsycholoog, een beroep dat hij al een hele tijd niet meer uitoefent, want hij leeft al jaren van zijn pen. Met zijn debuut Breekpunt sleepte hij in 1986 de Edgar Allen Poe debuutprijs in de wacht. Sluitend bewijs is al het achtentwintigste spannende boek van zijn hand en het vierentwintigste waarin Alex Deware de plak zwaait. Daarnaast publiceerde hij ook nog een paar kinderboeken, non-fictie. Ook zijn er enkele werken die hij samen met zijn vrouw Faye schreef op de markt te vinden.

Sluitend bewijs begint met de vondst van twee lijken in een ruwbouw van een poepsjieke villa die al een paar jaar staat te verkommeren. De levenloze lichamen, die in een erotische houding met elkaar verstrengeld zijn, blijken slachtoffers van een misdaad te zijn, want de man is neergeschoten en de vrouw werd gewurgd. Rechercheur Milo Sturgis, bijgestaan door Alex Delaware, staat voor de moeilijke opdracht om dader, motief en een sluitende bewijsvoering te vinden. Zijn zoektocht brengt hem zowel in contact met de rijksten der aarden als met extreme groene jongens. Maar moeten de daders daar wel gezocht worden?

In Sluitend bewijs is Alex Delaware wel aanwezig in zowat elke scene, maar zijn inbreng is deze keer tot een absoluut minimum terug gebracht, zodat Milo Sturgis eigenlijk moet beschouwd worden al het echte hoofdpersonage. Dit impliceert eveneens dat het verhaal uitgegroeid is tot een rasechte policier en dat de psychologische insteek waarmee de auteur bekendheid verwierf zo goed als afwezig is. De lezer gaat zich zelfs afvragen waarom Milo constant vergezeld is van Alex.

Dit boek bewijst dat Jonathan Kellerman een volwaardige professionele auteur is, want er is eigenlijk weinig of niets op aan te merken: gebruik makend van een robuuste stijl verhaalt hij een degelijk geconstrueerde plot tot een onderhoudend geheel dat volgens de regels van de kunst pas als de auteur het echt wil de dader prijs geeft.
Maar er ontbreekt slecht een ingrediënt om het boek van gewoon goed op te waarderen tot een uitstekend niveau. En dat is gevoel. Heel het boek door slaat er geen vonk over en blijft er een bijna onoverbrugbare afstand tussen boek en lezer.

Sluitend bewijs benadert vanuit technisch oogpunt de perfectie, maar blijft gevoelsmatig onder het vriespunt steken.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


19:55 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: kellerman_jonathan, vertaald, usa, 6, policier, whodunit, serie |  Facebook |

19-12-10

KING Stephen - Aardedonker, zonder sterren


ksazs.jpg


De eerste alinea:

Niet van toepassing omdat dit een verhalenbundel is

De korte inhoud
Twee ogenschijnlijk doorsneemensen – in en doorsneewoonplaats, met een doorsneebaan, u kent ze wel – hebben een lang en gelukkig huwelijk. Als hij, Bob, op zakenreis gaat, vindt zij, Darcy, een doos met het donorcodicil, de bibliotheekpas en het rijbewijs van een andere vrouw. Een vrouw die nog niet zo lang geleden in het nieuws was. Een vrouw die is vermoord…
Een goed huwelijk is een van de vier fonkelnieuwe verhalen van SHephen King. Vier verhalen over sterke maar ook kwetsbare mensen – mensen die zich bevinden in het aardedonker, zonder sterren.


Het volledige rapport
Moet Stephen King nog voorgesteld worden? Bestaat er ook maar één liefhebber van spannende boeken die nooit een van zijn boeken in handen heeft gehad? Ik denk van niet, want het King is een fenomeen die met zijn eerst boek Carrie in 1974 het grote lot won en sindsdien meer dan zeventig titels van de persen liet rollen, waarvan sommige gebundelde kortverhalen bevatten. Zijn nieuwste boek Aardedonker, zonder sterren behoort hier ook toe. De vier verhalen bieden een mooie staalkaart van het werk van de auteur: gewone mensen die in speciale omstandigheden verzeild raken, af een toe besprenkeld met een vleugje bovennatuurlijkheid. En met zijn gemoedelijke vertelstijl komt zowat elk verhaal van zijn hand, hoe onwaarschijnlijk ook, heel geloofwaardig over.

In het eerste verhaal, 1922 genaamd, moet een man leven met het feit dat hij zijn vrouw vermoordde om het leven verder te kunnen leiden op zijn eigen manier. Grote trucker verhaalt over een schrijfster van detectives die wraak wil nemen op de man die haar verkrachtte. Verlenging is het meest klassieke King verhaal waarin een terminale kankerpatiënt een verlenging van zijn leven koopt. En tenslotte is er Een goed huwelijk waarin een vrouw een paar jaar na haar zilveren bruiloft ontdekt dat haar man de meest gezochte serieverkrachter en –moordenaar van het moment is.

Stephen King slaagt er als geen ander in om in de hoofden van zijn personages te kruipen en hun drijfveren en denkwijzen dusdanig op papier te zetten dat het interessante lectuur wordt. Samen met het feit dat elk verhaal in deze bundel minstens even goed is als het vorige, is Aardedonker, zonder sterren best een goed boek geworden. Zelfs al verdient geen van de vier het predicaat van pareltje, toch zijn ze – op 1922 na, dat wat langdradig aanvoelt – intrigerend genoeg om de lezer de tijd te laten vergeten.

De rode draad door deze verzameling kortverhalen is de vraag of de hoofdfiguren hun gewone leven kunnen oppakken na moord, verkrachting of verraad of dat ze zichzelf onbewust dwingen om het kwaad dat hen overkwam op welke wijze dan ook te counteren. Blijven ze zichzelf of worden ze een andere persoonlijkheid?

Aardedonker, zonder sterren is geen topper, maar met zekerheid een aangenaam tussendoortje te noemen, dat zeker zijn bestaansrecht heeft om die paar mensen die Stephen King niet kennen, nieuwsgierig te maken naar zijn andere werk.

Het definitieve verdict:
6/10

EOB.JPG


11:18 Gepost door Eric Diepvens Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: king_stephen, vertaald, usa, 6, verhalenbundel, alleenstaand |  Facebook |

Alle berichten