28-04-12

BAETE Piet - Verzwijg mij niet

 

bpvmn.jpg

 

De eerste zin:
Niemand had ooit meer naar een moord verlangd.

De korte inhoud
Gert-Jan, Louis, Vic en Simon zijn twintigers en al jarenlang vrienden. Als ongewenste gasten bezoeken ze een verjaardagsfeest bij de steenrijke en machtige familie De Greve in Het Zoute. Vic ziet er zijn ex-vriendin Charlotte en ervaart een enorm gevoel van spijt. Hij moet en zal haar terugwinnen van de zoon des huizes, Nicolas De Greve.
Ondertussen probeert hoofdinspecteur Briek Mulders zijn leven op de rails te krijgen, nadat hij voor zes maanden op non-actief is gezet. Zijn plaats in het team is ingenomen door de jonge en ambitieuze David Kamp. Wanneer het lijk van een jongeman wordt gevonden, trekt Kamp als eerste op onderzoek uit.



Het volledige rapport
De vierendertig jaar jonge auteur en scenarist Piet Baete is met het net verschenen Vrijdag de 14de al aan zijn vijfde spannende boek toe. Vorig jaar verscheen Verzwijg me niet, het derde en laatste deel uit de serie over de speurders Bonnart en Mulders, die de Belgische badplaats Knokke veilig maken.

Terwijl Briek Mulders de laatste dagen van een disciplinaire sanctie thuis doorbrengt door te zorgen voor de revaliderende Luc Bonnart, zit diens vervanger, de ambitieuze David Kamp te hunkeren om zijn kwaliteiten als rechercheur te kunnen ontplooien. De verdwijning van Vic Van Springel moet en zal die zaak worden. De jongeman werd laatst gezien als ongenode gast op een mondain feestje waar hij probeerde zijn oude liefde terug te winnen, die nu een relatie heeft met de zoon des huizes.

Verzijg mij niet is een zeer atypisch spannend boek geworden. Het gaat zelfs zo ver dat de ontknoping eigenlijk niet belangrijk aanvoelt. Het maakt de lezer niet meer uit of er nu iemand opgepakt wordt of niet. En dat hoeft - wellicht tot ieders grote verbazing - niet eens als een negatieve bevinding beschouwd te worden. Het boek voelt meer aan als een roman dan als een policier: het verhaal ontwikkelt zich kabbelend en uiterst beschaafd. Enkel intermezzo’s van de geestelijk achteruitgestelde Luc Bonnart breken door hun frequentie de sfeer en zorgen, op de duur een lichte irritatie, in plaats voor de wellicht bedoelde grappige noot.

Dit laatste buiten beschouwing gelaten, heeft Piet Baete zeer aangenaam leesvoer op papier weten te zetten, met een hoge psychologie factor, waarin twee zaken centraal staan. Zo wijst de auteur ons op het feit dat de.mate van wetteloosheid waarin een persoon kan optreden blijkbaar recht evenredig oploopt met de sociale en economische status. Anderzijds wordt het dankzij Paris Hilton tegenwoordig uiterst populaire BFF – Best Friends Forever – in vraag gesteld. Het blijkt dat elke vriendschap zijn prijs heeft, waarbij meteen afgevraagd wordt hoever men gaat die vriendschap in stand te houden.

Door de veelvuldige bedekte verwijzingen naar gebeurtenissen uit het verleden van de hoofdpersonages, is het wenselijk kennis te nemen van de vorige boeken van deze reeks, met name Poker en Wacht maar tot ik wakker word. Maar de minder nieuwsgierige lezer kan er mijn inziens best ook van genieten zonder voorkennis.

Met Verzwijg mij niet beleeft de serie rond het Knokse speurderteam van Briek Mulders, Luc Bonnart en nu ook David Kamp niet alleen een orgelpunt, mar tevens een hoogtepunt en tilt Piet Baete zijn metier naar een hoger niveau, waarbij hij speelt met de wetmatigheden en grenzen van het genre van de politieroman, wat de lezer een bevrijdend gevoel geeft. Anders en beter, om het sloganesk uit te drukken.

Het definitieve verdict:
8/10


EOB.JPG


25-04-12

LAURYSSENS Stan - Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen

 

lsl17jbbo.jpg

 

De eerste zin:
Opsporingsbericht van de Federale Politie.

De korte inhoud.
Opsporingsbericht van de Federale Politie in samenwerking met Child Focus. VERMISSING [MINDERJARIGEN]. Verspreid op verzoek van de procureur des Konings te Brussel. Vermissing Charlotte ‘Lotte’ Acket te Ukkel.
. Een man in het zwart sleurt een zware reiskoffer naar het station. Het is verboden onwelriekende of besmettelijke voorwerpen in de bagagekluizen te plaatsen. Bloed druipt uit de stationskluis. ‘Wij zitten met drie vermiste meisjes,’ zegt Eddy Thielemans, heel open van geest, tres cool. Hij is chef van de Cel Agressie en leidt het onderzoek. ‘Alle drie zeventien jaar, slank, blond, blauwe ogen.’ Geen enkel blond meisje van zeventien waagt zich alleen op straat. Politiekorpsen van Brussel, Antwerpen, Oostende, Charleroi, Gent, de scheepvaartpolitie en Missing Persons Noordzee zitten met de handen in het haar. Een angstpsychose waart door het land. België is in rep en roer.



Het volledige rapport
Antwerpenaar en wereldburger Stan Lauryssens heeft verleden jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar de auteur is actiever dan ooit. Begin dit jaar verscheen de erotische roman Alle dagen curry en seks op zondag en nu ligt zijn nieuwste spannende politieroman in de winkelrekken.

Na tien boeken met het Simoens en Deridder in de hoofdrol, mag dit politiekoppeltje even uitblazen. Hoewel ze nog even vermeld worden, draait het in Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen allemaal om de Cel agressie van de federale politie en wordt Antwerpen ingeruild voor Brussel. Het vierkoppige team onder leiding van commissaris Eddy Thielemans wordt ingezet op de jacht  naar een seriemoordenaar, die zijn jonge, blonde, vrouwelijke slachtoffers in mootjes gehakt achterlaat in de bagagedepots van Belgische treinstations. Als Charlotte Acket – Lotte voor de vrienden – spoorloos verdwijnt, verandert het onderzoek in een race tegen de klok, in een poging haar levend uit de klauwen van de monsterlijke kidnapper te redden.


Net zoals verandering van spijs doet eten lijkt verandering van hoofdpersonage even verfrissend te werken voor een auteur Of zou het liggen aan het feit dat Stan Lauryssens nog de stijl van zijn roman in de vingers zitten had toen hij begon aan dit boek? Wat ook de reden moge zijn,
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen begint zeer verfrissend en in een sprankelende stijl, die gelardeerd is met een bijzonder gevoel voor humor. Wat te denken dan de verpleegster van het Wit-Gele Kruis die de afname van een DNA-staal komt uitvoeren, omdat de wetsdokter geen gaatje heeft in zijn agenda… Het leesplezier is volop aanwezig in de pakweg eerste tachtig bladzijden van het verhaal, die behoren tot de beste die de auteur in zijn loopbaan aan het papier heeft toevertrouwd.

Jammer genoeg worden de punten pas uitgereikt na het finale punt, want eenmaal het politieonderzoek goed en wel op kruissnelheid komt, verslapt de stijl en zakt het niveau tot het zo goed als in het verlengde ligt van zijn andere politieromans. Enkel de platvloersheid blijft, een enkele uitzondering buiten beschouwing gelaten, achterwege. Maar zijn plastische manier van schrijven, die eerder geassocieerd wordt met stripverhalen, komt weer bovendrijven


Het nieuwe speurdersteam roept, mede door het onderwerp, associaties op met de Vlaamse televisieserie Vermist, die al enkele jaren loopt.
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen kan zo verfilmd worden tot een aflevering van deze reeks.

De plot is best goed geconstrueerd en auteur laat zijn publiek in spanning tot net voor de finale, vooraleer hij een tip van de sluier oplicht en hij de lezer deelgenoot maakt van hoe de vork in de steel zit. Maar de spanningsopbouw laat te wensen over door de neiging te veel te willen uitleggen - Ondertussen weet iedereen al wel wat een doorkijkspiegel of een zodiak is. - alsook door teveel herhalingen van stukken tekst. Zo wordt de tekst van het opsporingsbericht van Lotte wel minstens vijf keer hernomen in het boek. Het is te verstaan dat de bladzijden moeten gevuld worden, maar zelfs dan blijft de auteur steken op 282 pagina’s.

Daarnaast moet ook gewag gemaakt worden van een onzorgvuldige redactie, want teveel fouten zijn doorgedrongen tot de eerste druk: weinig spelfouten gelukkig, maar wel een aantal contextfouten waarin binnen een scene de leden van een gezelschap wisselen; locaties veranderen of het vertelperspectief wijzigt.

De eerste hoofdstukken van
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen herinneren de lezer eraan dat Stan Lauryssens wel degelijk potentieel heeft als auteur, maar jammer genoeg kan hij deze lijn niet doortrekken tot op het eind. Als aanmoediging luidt mijn eindverdict: met de hakken over de sloot.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


10-04-12

VANROY Berthilde - De tempel van de 9 kamers

 

vbdtvd9k.jpg

De eerste zin:
Het was nog vroeg in de ochtend, maar toch deed de zon het asfalt van de snelweg al baden in een gouden gloed.

De korte inhoud
Christine en David zijn aantrekkelijke twintigers en vormen een gelukkig stel. Ze wonen zes jaar samen en leiden een zeer comfortabel leven, dankzij het riante inkomen van David, die in de succesvolle multinational van zijn familie werkt. Alles lijkt perfect en niets schijnt hun eeuwige geluk in de weg te staan. Maar daarin komt plots verandering. Wanneer ze trouwplannen maken, overrompelt David zijn geliefde met een bizarre voorwaarde voor hij zijn jawoord wil geven. Christine voelt de grond onder haar voeten wegzakken en ziet haar droomleven in rook opgaan. Eerst wil ze niet op Davids eis ingaan, dan doet ze het toch en ontdekt een verborgen kant van haar seksuele beleving. Maar op een bizarre manier komt ze zo in de macht van een uiterst gevaarlijke lustmoordenaar…


Het volledige rapport
De uit Zonhoven afkomstige Berthilde Vanroy leefde een leven vol luxe en mannen. Maar toen ze naar eigen zeggen besefte dat een overvloed aan weelde niet gelijkstaat met geluk trok ze zich terug om dat geluk te zoeken. En blijkbaar draagt boeken schrijven daartoe bij, want na het esoterisch getinte De formule voor geluk en de autobiografisch geïnspireerde roman Verstrikt en verlost brengt ze nu met De tempel van de 9 kamers een erotische thriller op de markt.

Hierin maken we kennis met Christine en David; een verliefd koppeltje dat aan trouwen denkt. Maar vooraleer het zover kan komen moet David haar bekennen dat hij behoort tot de eeuwenoude sekte Hieros Gamos en dat hij enkel met haar in het huwelijk kan treden nadat zij de negendaagse inwijdingsceremonie heeft doorlopen. Een protocol dat haar niet alleen een verruimd inzicht geeft omtrent haar seksuele beleving, maar haar ook onbedoeld in het vizier brengt van een lustmoordenaar.


Net geen tien jaar nadat Dan Brown met zijn De Da Vinci code de hype van de reli-thriller startte, en eveneens een aantal jaren na het uitdoven van die stroming komt Berthilde Vanroy op de proppen met een soortgelijk werk, dat overgoten werd met een royale laag seks en erotiek. Een te royale laag misschien, want zelfs het hoofdpersonage laat zich ontvallen dat ze op een gegeven moment geen geslachtsorgaan meer kon zien.

Dertig jaar geleden, in mijn pubertijd, had ik dit boek wellicht met veel belangstelling en rode oortjes verslonden. Maar een volwassene kijkt verder dan de dans der naakte lichamen en stelt vast dat De tempel van de 9 kamers vooral opgebouwd is uit clichés: naast de oogverblindend mooie vrouwen die meer tijd naakt doorbrengen dan gekleed en de mannen met gigantische penissen die bijna constant in de houding staan is bij voorbeeld ook het obligate mysterieuze document aanwezig dat het einde van een tijdperk zal inluiden als het wereldkundig gemaakt wordt.

De snoodaard van dienst noemt zichzelf Gehelvanuw. En ondanks een andere naamsverklaring in het boek is het meteen duidelijk dat dit een doorzichtig anagram is van de Brugse pedofiele bisschop Roger Vangheluwe. Het hele spannende draadje is er trouwens met de haren bijgesleept en voelt als een schaamlapje voor het vele naakt in het boek.

De tempel van de 9 kamers is een opvallende verschijning tussen de veelheid aan politieverhalen en detectives. Dat is dan ook het enige recht van bestaan, want na weging werd het veel te licht bevonden om potten te breken in de wereld van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


03-04-12

SCHOETERS Gaea - Diggers

 

sgd.jpg


De eerste zin:
Buiten rent een man die weet dat hij gaat sterven, maar het niet begrijpt, naar een deur.

De korte inhoud
Vijfentwintigduizend euro. Om alle restanten van de Eerste Wereldoorlog op een akker in de Westhoek te laten verdwijnen. Natuurlijk weigert archeoloog Arne Overstijns de opdracht. Tot zijn doctoraatsbeurs plots wordt ingetrokken.
Samen met twee jeugdvrienden begint hij te graven. Wanneer de vette klei zijn geheimen prijsgeeft, komen ook de verborgen agenda’s boven. Met elke spadesteek schuiven de morele grenzen op. En dan doen ze de vondst van hun leven. Meteen daarna valt de eerste dode.



Het volledige rapport
De Oost-Vlaamse journaliste en scenariste Gaea Schoeters kan je moeilijk beschuldigen van in meerdere sloten tegelijk te lopen. Als ze iets in haar hoofd heeft gaat ze er volledig voor. Of het nu met haar levensgezel zeven maanden lang per motor de Islamitische wereld doorkruisen is. Of een boek schrijven... De volledige toewijding is er altijd. Uit de dertigduizend kilometer lange reis op twee wielen destilleerde ze een originele en goed onthaalde roadmovie in boekvorm, die de titel Meisjes, moslims & motoren opgeplakt kreeg.

Halfweg 2010 trok ze zich een jaar terug om Diggers op papier te zetten. Vertrekkend van het resultaat van een aantal brainstormsessies voor een vroegtijdig afgevoerd project omtrent een televisieserie over de Eerste Wereldoorlog, werkte ze zich uit de naad om tot een meer dan 600 bladzijden tellend verhaal te komen dat balanceert op de grens tussen thriller en roman en waarin de diggers centraal staan: een groep amateurarcheologen die in de Westhoek naam maakten met het zoeken naar – en opgraven van – artefacten uit de Groote Oorlog. Een activiteit die op veel begrip kon rekenen in de streek, maar een paar jaar geleden door een rechterlijke uitspraak verboden werd.

Diggers, dat “Een kleine Groote Oorlog” als ondertitel meekreeg is bovenal een “coming of age”- roman, waarin de archeoloog Arne Overstijns, die zijn doctoraatsbeurs ziet ingetrokken worden, zich laat verleiden om tegen een riante betaling een perceel grond in de buurt van Zillebeke te gaan ontdoen van alle aanwezige oorlogsmunitie. In zijn hang naar de goede oude tijd, neemt hij twee van zijn oude vrienden – eveneens ex-diggers - mee om de klus te klaren. En dan doen ze een bijzondere vondst in de West-Vlaamse klei, die niet alleen hun onderlinge relaties, maar tevens die van hun grote liefdes onder druk zet…


Het verhaal vangt aan met een dubbele intro, waarin meteen de toon gezet wordt: de auteur probeert haar literaire niveau te bewijzen met een overvloed aan vergelijkingen en profileert zichzelf als een vrouw van de wereld door in een veel te hoge densiteit aan namedropping te doen. Ook de soundtrack van het boek valt hieronder: van Schubert over La Esterella en Vive la fête tot aan Rammstein toe. Of zou het een krampachtige poging zijn om iedereen te plezieren en niemand in de kou te laten staan?

Voor wat betreft het spannende draadje vertrekt Gaea Schoeters van hetzelfde basisgegeven als Tess Gerritsen in Het aandenken: een op het eerste zicht oud lijk dat bij nader onderzoek helemaal niet zo oud blijkt te zijn. Maar om een mooie spanningsboog te handhaven, besteedt de schrijfster te veel tijd aan de relaties tussen de hoofdpersonages onderling en hun respectievelijke liefjes, zonder zelfs maar veel diepgang te creëren.

Achter de sobere, maarmooie cover van Diggers ligt een verhaal waarmee ik moeilijk raad weet. Ik vraag mij al de hele tijd af – en je mag het melodietje van Mega Mindy tijd erbij denken: Is het een roman? Is het een thriller? Nee, dat is niet goed. Het is Gaea Schoeters die haar dingetje doet. Maar ze bevestigt vooral dat het een zeer moeilijke taak is om spanning en literaire ambitie te verenigen tussen een enkele omslag. En dat het een schier onmogelijke taak lijkt om hiermee de echte liefhebber van het spannende boek te overtuigen.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG

22-03-12

SCHOEMANS Roger - Amulet

 

sra.jpg

 

De eerste zin:
In een sloot kon je alles vinden, had Jacky Jamart geleerd.

De korte inhoud
Vlijtingen. De schepbak van een baggerkraan vist een verminkt babylijkje uit een sloot. Het lijk is in stukken gesneden, hoofdje en beide armen ontbreken.
Het journalistenduo Joosten en Schraepen bijt zich vast in de zaak. Heeft kraanman Jacky Jamart iets met de moord te maken? Hun werk wordt ferm bemoeilijkt door ‘barakkenman’ Jeannot, de vervaarlijke grootvader van Jacky en beruchte patriarch van het geslacht Jamart. Eén na één komen de vele duistere geheimen van de familie Jamart boven. Verhalen over moorden
, achterklap, geld en hekserij. En dan komt de afkomst van de vermoorde baby aan het licht: een albinojongetje uit Centraal-Afrika…



Het volledige rapport
De Vlaamse gepensioneerde journalist Roger Schoemans is afkomstig uit het Limburgse Haspengouw, maar zijn werk bracht hem naar de Brusselse rand.
Naast zijn professioneel werk verdiende deze reporten zijn sporen als jeugdauteur en kan hij bijna zijn eerste decennium vieren als misdaadauteur. Voor zijn spannende verhalen keert hij echter terug naar zijn geboortestreek, want hij laat zijn vaste hoofdrolspelers – journalist Piet Schraepen en reporter-fotograaf Geo Joosten – steevast het zuiden van Belgisch Limburg doorkruisen in hun jacht op nieuws.

In Amulet, het achtste boek van de reeks, ligt het zwaartepunt in vierhonderd zielen en twee kastelen tellende landbouwdorpje Gors-Opleeuw. De vondst van een onvolledig babylijkje tijdens het ruimen van grachten zet de dynastie Jamart, een clan van grondwerkers, in het midden van de belangstelling van pers en politie. Ondanks het gebrek aan medewerking, kan de patriarch Jeannot niet verhinderen dat de familiegeheimen aan de oppervlakte komen: moorden, omkoping en belangenvermenging passeren allemaal de revue. En als dan blijkt dat de baby een albino was van Afrikaanse afkomst wordt hekserij aan het lijstje toegevoegd. Maar hoe zit de vork nu eigenlijk echt in de steel?

Dat Roger Schoemans kan schrijven, bewijst hij bij deze nog maar eens: in een zalige stijl met weinig franjes vertelt hij zijn verhaal recht voor de raap, zonder veel energie te besteden aan wat niet belangrijk is. Hierdoor krijgt en houdt hij de vaart gemakkelijk in zijn verhaal, dat ontdaan is van elke pretentie en doorspekt werd met gevatte dialogen. Kortom, Amulet is een leuk geschreven boek, dat leesplezier op de eerste plaats zet.

Deze recht toe, recht aan stijl impliceert natuurlijk ook dat locaties en personages amper uitgewerkt worden. Zo lijkt het wel dat de hoofdfiguren geen privéleven hebben, want op wat aan het werk gerelateerde etentjes na, zijn de twee mannen constant op pad. En zelfs de etentjes vormen geen echte rustpuntjes, want zonder uitzondering zijn ze bedoeld om informatie uit te wisselen met de politie. En laat die nauwe samenwerking tussen de ordediensten en de pers nu net het enige puntje van kritiek zijn: de twee instellingen lijken wel een Siamese tweeling. Maar als de journalisten gaan dicteren waar de rechercheurs moeten optreden en waarom, dan overschrijdt dit mijn inziens net de grenzen van de geloofwaardigheid.

Ik werd ook even ongemakkelijk toen het onderwerp van de zwarte magie ter sprake kwam. Ik ben blijkbaar veel te nuchter om in voodoo en aanverwante zaken te geloven, en even was ik bang dat de auteur de weg op ging van Amerikaanse schrijver Michael Gruber, die van dit hocus pocus zijn handelsmerk maakte. Maar gelukkig bleek die vrees ongegrond.

Tot slot was het bevrijdend om nog eens een niet afgelijnd slot te mogen beleven. Het licht open einde past volledig in de filosofie van het verhaal en voelt daarom perfect bevredigd aan als orgelpunt van dit avontuur.

Met Amulet bevestigt Roger Schoemans ten overvloede zijn kunnen als misdaadauteur en levert hij een origineel verhaal af dat garant staat voor enkele uurtjes leesplezier, met als bonus een inkijkje in een familieclan zoals er in elke landelijke gemeente wel een te vinden is.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


19-03-12

MANDEL Nellie - Blauwe sneeuw

 

mnbs.jpg

 

De eerste zin:
Agent Vargas kreeg het portier van de Toyota-terreinwagen maar met moeite open.

De korte inhoud
Een wrakke vissersboot spoelt aan op een strand van Prince Edward Island met aan boord een zestigtal dode illegale immigranten. Het is winter in dat deel van Canada, wat de zoektocht naar de verdwenen bemanning van de boot bemoeilijkt. Politiechef Arletta Browning kampt met personeelstekort nadat ze haar adjunct Gunt Anderson en de jonge agent Morris ontsloeg na een misgelopen zaak. Toch wil ze de verdwenen bemanningsleden vinden en hen voor de rechtbank brengen.

Anderson en Morris, intussen privédetectives, worden ook bij de zaak betrokken als ze van een advocaat de opdracht krijgen het brein achter de mislukte mensensmokkel te vinden. Hun opdrachtgever handelt echter niet uit menslievendheid, daar komen de beide voormalige rechercheurs al snel achter.
De bemanningsleden hebben ondertussen onderdak gevonden in een verlaten boerderij, van de buitenwereld afgesneden door de sneeuw. Ze willen van het eiland af, maar hun contactpersoon kan (of wil) hen voorlopig niet helpen.
Dan begint een jacht op de bemanning en hun opdrachtgever, waarbij de verschillende partijen niet bepaald op een leven kijken..


Het volledige rapport
Nellie Mandel is een alter ego van Leuvenaar Guido Eekhaut. De auteur reserveerde dit pseudoniem voor een serie boeken die zich afspelen op het Canadese Prince Edward Island, waar het hoofdpersonage Arletta Browning een afdeling van de Royal Canadian Mounted Police korps – kortweg de Mounties – leidt.

Blauwe sneeuw is het derde boek in de reeks. Hierin loopt een gammele vissersboot vast op de kust van het eiland. Als de politie polshoogte neemt vinden ze geen spoor van de bemanning, maar wel een ruim vol levenloze lichamen van mensen die illegaal Canada probeerden binnen te komen. Arletta Browning en haar team openen de jacht op de mensensmokkelaars die zich gehinderd door het slechte weer wellicht nog op het eiland verschuilen. Maar de politie is niet de enige partij die achter de bemanning aan zit. Een onbekende neemt de privédetectives Gunt Anderson en Clive Morris, die vroeger nog onder Arletta Brownings bevel gewerkt hebben, in dienst om de onfortuinlijke mensenhandelaars te lokaliseren. 

Met Blauwe sneeuw lijkt de scheiding te vervagen tussen het werk dat Guido Eekhaut uitbrengt onder zijn eigen naam en datgene wat verschijnt onder het pseudoniem Nellie Mandel. Niet alleen ontbreekt ditmaal het speciale, gemoedelijke huishoudelijke sfeerje waardoor het zo aangenaam toeven was in Rode aarde en Grijze herfst. Ook vertoont dit werk een basisstructuur die opvallend veel lijkt op die van Jalena, het derde werk in de Wolven reeks, dat slechts een dikke maand eerder verscheen dan dit boek. Het lijkt erop dat de auteur twee boeken gepuurd heeft de voorbereiding van slechts één boek, waarbij de vraag opkomt of een pseudoniem plagiaat kan plegen bij zijn geestelijke vader…

Blauwe sneeuw is in wezen in plotgedreven roman, waarin meerdere partijen jacht maken op dezelfde mensen, die op hun beurt wild om zich heen slaan. De meeste personages en de gebruikte locaties zijn ondergeschikt aan de actie. Zelfs de terugkomst van de twee personages die op het eind van vorig boek uitgerangeerd werden, voelt onwennig aan.

Nu de magie afwezig blijft, is Blauwe sneeuw een politieroman geworden zoals er dertien in een dozijn zitten. Gelukkig heeft het verhaal genoeg vaart en bevat het actie en plotwendigen waardoor het zich nog kan handhaven in de middenmoot. Goed, maar ook niets meer. En laat het nu net dat stukje meerwaarde zijn dat gemist wordt.

Het definitieve verdict:
6/10

EOB.JPG


 

20:32 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: mandel_nellie, nederlandstalig, belgië, 6, drama, policier, serie |  Facebook |

04-03-12

FELIERS Anja - Hou van mij!

 

fahvm.jpg

 

De eerste zin:
Ergens in het gebouw sloeg met veel kabaal een deur dicht.

De korte inhoud
Kathleen is psychologe en docente en woont samen met Julie, haar tienerdochter. Haar leven verloopt vlekkeloos, tot Matthias, een twintigjarige student, avances maakt. Kathleen wijst hem af. Vanaf dan lijkt alles voor haar verkeerd te lopen. Even later vertelt Julie haar dat ze smoorverliefd is op deze Matthias. Bij Kathleen slaan de stoppen door.


Het volledige rapport
Veertig jaar geleden werd Anja Feliers in Bilzen geboren, maar haar jeugd bracht ze door in het Limburgse grensdorpje Rekem. Haar huwelijk bracht haar weer naar haar geboortestad waar ze nog altijd woont.

In 2004 debuteerde deze lerares Nederlands als jeugdauteur en later publiceerde ze ook werkjes voor beginnende lezers. In 2010 betrad ze met Verleid me voor het eerst het volwassenensegment. Het boek bleef niet onopgemerkt, want het werd beloond met de bronzen plak bij de Crimezone publieksprijs 2011 in de categorie debuten. Eind vorig jaar verscheen Hou van mij!, haar tweede spannende boek.

Hierin maken we kennis met Kathleen Verlinden, een gescheiden psychologe, docente en moeder van Julie, een dochter van zeventien. Een vreemde avondlijke ontmoeting met Matthias, een van haar leerlingen lijkt het einde in te luiden van haar rustige leven in het pittoreske Oud-Rekem, want alles wijst erop dat Kathleen geviseerd wordt door een stalker. Matthias is de voor de hand liggende verdachte en als dochter Julie hem op een avond voorstelt als haar vriendje, stort Kathleens wereld helemaal in. Nu moet ze zowel haar dochter als de politie met overtuigende bewijslast proberen te overhalen van haar gelijk. Maar de vraag is of ze het wel bij het rechte eind heeft…

Met haar tweede titel in de gebiedende wijs, blijft de auteur trouw aan het haar concept, waarin liefde en relaties de hoofdthema’s vormen. Hou van Mij! verhaalt, met Kathleen als eerste persoon enkelvoud, over stalking en wat dat met een mens kan doen, waarbij vooral de impact op het slachtoffer wordt belicht. Op realistische wijze wordt beschreven hoe een zelfzekere persoon door een paar incidenten wegkwijnt tot een bange wezel, die enkel nog gedreven wordt door paranoia om daarna de kracht te vinden om terug te vechten.

Dit alles wordt geserveerd met een smakenpalet dat varieert van zeemzoet tot bitterzoet, wat doet uitschijnen dat er vooral op een vrouwelijk publiek gemikt wordt. Hou van mij! leunt qua stijl zeer dicht aan bij onder andere Stuk van Judith Visser, want beide boeken situeren zich op de grens tussen literatuur voor volwassenen en die voor adolescenten. Enkel naar het einde toe wordt het wat grimmiger om te resulteren in een zeer origineel gevonden eindspel.

De plot werd goed overdacht en werd met zorg uitgeschreven. De lezer wordt constant en op professionele wijze zand in de ogen gestrooid door onderweg zowat elk personage dat een figurantenrol ontstijgt, te omkaderen met de nodige verdachtmakingen.

Als locatie tijdstil kiest Anja Feliers Oud-Rekem in 2008, een plaatsje dat in dat jaar werd verkozen tot mooiste dorp van Vlaanderen. En hoewel ze die status meermaals benadrukt, voegt dit gegeven weinig meerwaarde toe aan het verhaal. Het pittoreske gehuchtje blijft een beetje verweesd achter en had een grotere rol mogen toebedeeld krijgen en de inwoners ervan moeten zeker geen stormloop van lezers vrezen, die het plaatsje absoluut willen bezoeken.

Met Hou van Mij! bevestigt Anja Feliers haar kunnen maar anderzijds betekent het ook geen grote stap voorwaarts tegenover haar eerste boek. Iedereen die genoten heeft van Verleid me kan echter blindelings ook Hou van mij! aanschaffen in de wetenschap dat ze er minstens evenveel plezier aan zullen beleven.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


28-02-12

EEKHAUT Guido - Wolven: Jalena

 

egwj.jpg


De eerste zin:
Moskou en regen: een combinatie die in oktober voor bewoners en regelmatige bezoekers van deze stad vanzelfsprekend was.

De korte inhoud:
Jalena Giorgadze is jong, aantrekkelijk en als huurmoordenaar in dienst van de Russische petro-oligarch Dimitri Vasilikov. Wanneer ze een bom in de flat van een dissidente journaliste doet ontploffen, en zo ook de twee dochtertjes van de vrouw om het leven komen, wil Jalena niets meer met haar opdrachtgever te maken hebben. Hij van zijn kant wil haar niet laten gaan omdat ze al zijn geheimen kent.
Jalena ontkomt zelf aan een aanslag en vlucht naar Antwerpen. Plots hebben een heleboel mensen interesse voor haar: de Russische veiligheidsdiensten FSB en de handlangers van Vasilikov.
In Antwerpen wordt Ecofin gealarmeerd, nadat Jalena uit wraak de lokale medewerkers van Vasilikov ombrengt. Perseyn en zijn team krijgen hulp van twee ongewone FSB-agenten en gaan achter Jalena aan. Het begin van een vreselijk spel van wraak en verraad waarbij ook de leden van het Ecofin-team persoonlijk raken. Uiteindelijk wordt de rekening vereffend in een bevroren bos in de buurt van Moskou.


Het volledige rapport
:
De uit het Leuvense afkomstige, en in de bankwereld werkzame, Guido Eekhaut ontpopte zich de laatste jaren tot een veelschrijver. Zo verschenen er in 2011 niet minder dan vijf titels van zijn hand, waaronder de spannende boeken Vulkaan, de stationsroman Demon in Leuven, het onder het pseudoniem Nellie Mandel verschenen Blauwe sneeuw en het derde en laatste deel in de Wolven-reeks: Jalena.

Deze reeks is een multimediaal samenwerkingsproject tussen de Vlaamse televisieomroep één , uitgeverij Manteau en filmproducent Prime Time, waarin de Antwerpse cel van politiedienst economische en financiële criminaliteit, afgekort Ecofin, centraal staat.

In dit derde boek, dat in een felgroen jasje gestoken werd, krijgt Antwerpen af te rekenen met Jalena Giorgadze, een Russische huurmoordenares op de vlucht, die haar zus en enige familielid bezoekt. Als die zus door trawanten van haar vroegere baas, de meedogenloze zakenman en oliebaron Dimitri Vasilikov, op straat wordt neergeschoten, kent Jalena maar een antwoord: wraak. Systematisch begint ze de medewerkers van de Antwerpse afdeling van Vasilikovs economische imperium om te brengen. Maar haar acties wekken de interesse van verschillende slapende honden: Dimitri Vasilikov, die haar het zwijgen wil opleggen omdat haar kennis zijn ondergang kan betekenen; de Russische geheime dienst FSB, die hoopt via haar diezelfde Vasilikov ten gronde te kunnen richten en Ecofin, dat van rechtswege reageer. Een jacht begint waarbij alle deelnemende partijen afwisselend jager en prooi worden.

Dit verhaal begint onder een slecht gesternte, want de twee kinderen, die ongepland slachtoffer werden van Jalenas aanslag en waarvan ze de schuld bij haar opdrachtgever wil leggen, zijn eigenlijk slechts het gevolg van haar eigen falen, want ze verliet haar observatiepost even en miste zo hun thuiskomst. Zo wordt Jalena meteen een boek dat er niet had moeten zijn.

Los daarvan is dit werk geschreven op een routine die voortkomt uit jaren ervaring. En dat is jammer want het is algemeen geweten dat auteur beter kan. Getuige daarvan is vooral zijn kwalitatief hoogstaande Nellie Mandel reeks. De typerende elementen, zoals gedegen manier van schrijven en het ontbreken van elke vorm van humor, maken het dan weer herkenbaar als een echt verhaal van Guido Eekhaut.

Een teveel aan dodelijke slachtoffers kan een zwakke verhaalstructuur niet verhullen en de explosieve, maar totaal van de pot gerukte ontknoping laat alle denkbare alarmen die de grenzen van de geloofwaardigheid bewaken, in werking treden. Het enige lichtpunt in deze plot is dat de auteur afstapt van het veelvuldig gehanteerde “eind goed, al goed” principe. Zo spaart hij zijn publiek niet en laat hij al eens een slachtoffer vallen dat zijn lezers nauw aan het hart ligt. Het is trouwens niet voor het eerst dat hij zo’n plotwending inplant.

Hoewel de auteur het in alle toonaarden ontkent, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat te veel publiceren ergens toch een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het geleverde werk. Het boek Jalena lijkt hier dan ook een schoolvoorbeeld van te zijn.

Het definitieve verdict: 4/10

 

EOB.JPG


12-02-12

DEFLO Luc - Phobia



dlp.jpg

 

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.

De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?


Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.

Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.

De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.

Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.

Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.

Het definitieve verdict: 7/10

 

EOB.JPG


02-02-12

DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

 

dbimjk.jpg

 

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.

De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..


Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.

Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?

Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.

En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.

Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.

Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.

Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


31-01-12

ASPE Pieter - Solo

 

aps.jpg


De eerste alinea:

Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?

De korte inhoud

Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.



Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.


In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.

Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris

Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.

Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.

Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.

Het definitieve verdict:
6/10


EOB.JPG


30-01-12

ASPE Pieter - Postscriptum

 


app.jpg


De eerste alinea: 
‘Zeg die madam dat ik geen tijd heb.’

De korte inhoud
Jean-Pierre Vandamme, een pelgrim die te voet onderweg is naar Santiago de Compostella, wordt in Frankrijk vermoord. Twee dagen later ontsnapt Mad Max, een notoire misdadiger, met de hulp van twee kompanen uit de gevangenis van Brugge. Livia Beernaert, de vriendin van Jean-Pierrre Vandamme, beweert dat er in de kluis van Jean-Pierre, een enorme goudschat ligt. Het goud zou afkomstig zijn van de oom van Jean-Pierre, een huurlingenleider die zich in de jaren zestig aansloot bij de Katangese gendarmes van Tshombe. Livia waarschuwt Van In eveneens voor de hebzucht van de familie Vandamme. De dag daarna komt ze in zeer bizarre omstandigheden om het leven.

Het onderzoek verloopt moeizaam en stuit op veel weerstand van de stafhouder van de Brugse balie. Tot Van In het verband ontdekt tussen de moorden en een onfrisse zaak uit het koloniale verleden van België.


Het volledige rapport
Pieter Aspe behoeft geen voorstelling meer in Vlaanderen. De familienaam van dit pseudoniem is een herkenbare merknaam op zich geworden, door de vele boeken en de serie op de commerciële televisie, bereikt hij een enorm groot publiek. Met Postscriptum leverde de auteur al het achtentwintigste deel af in de serie met de Brugse speurders Van In en Versavel.

In dit werk wordt Compostella-pelgrim Jean-Pierre Vandamme in het noordwesten van Frankrijk vermoord. Het onderzoek spitst zich toe op de geruchten dat Jean-Pierre in het bezit is van een goudschat, die hij in zijn bezit kreeg via zijn oom Jacques, een ondertussen overleden koloniaal die na de Congolese onafhankelijkheid nog tegen het regime aldaar ten strijde trok. En Van In denkt dat hij de sleutel tot de ontknoping van dit mysterie ook in die woelige jaren zestig van de vorige eeuw kan vinden.

Na vijftien jaar lang zowat elke zes maanden een nieuwe titel af te leveren wordt het steeds moeilijker om steeds weer met een origineel verhaal op de proppen te komen. Het lijkt erop dat er twee ideeën die aan de basis van Postscriptum liggen: het Man bijt hond item Weg naar Compostella, waarin reporter Arnaut Hauben Vlaanderen op de hoogte hield van zijn tocht naar het Spaanse bedevaartsoord en het lezen van het uit 1972 daterende boek De gesloten kamer van het Zweedse koppel Sjöwall en Walhöö.

Om die twee zaken met elkaar te verbinden, heeft Pieter Aspe een voor zijn doen zeer uitgebreide plot uit zijn mouw geschud, zonder zijn stokpaardjes te verloochenen. Het geheel laat de lezer met een dubbel gevoel achter. Enerzijds zijn alle vertrouwde ingrediënten die aan de basis liggen van Aspes populariteit aanwezig. Maar anderzijds begint de routine opvallend aan de oppervlakte valt het routineuze op: sommige aspecten van de plot zijn voorspelbaar en Van In stoomt door het boek op een dieet van sigaretten en Duvel. Ook ligt Joinville, de plaats waar de wandeling van Jean-Pierre Vandamme vroegtijdig afgebroken werd, in noordoost Frankrijk, wat een heel stuk uit de richting is voor een Compostella-pelgrim die vanuit Brugge of omgeving vertrekt.

Aspe is Aspe, en dat blijkt ook nu weer. De trouwe volgelingen krijgen wat ze verwachten en de criticasters kunnen hun zelfde pijlen van kritiek weer afschieten. Postscriptum past volledig in dit straatje en zal zich - met trouwens een leuke rol voor Bart De Wever, die zich even premier mag wanen – zonder probleem tussen de eerder verschenen avonturen van de Brugse speurders kunnen handhaven, zonder een topper te zijn.

Het definitieve verdict: 6/10

 

EOB.JPG


16:24 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, whodunit, serie |  Facebook |

21-01-12

CLAES Jo - Het oog van de naald

 

cjhovdn_BK.jpg

 

De openingszin: 
Lesgeven, had iemand ooit beweerd, was nepparels voor de echte zwijnen gooien..

De korte inhoud
Max Verulus, leraar aan het Heilig-Hartinstituut in Heverlee, wordt aangeklaagd wegens intimidatie van een leerling. De ouders van het meisje eisen een tuchtmaatregel, de directie tracht de gemoederen te bedaren, de leerkrachten reageren verdeeld. Kort daarna wordt er een vrouwelijke collega dood aangetroffen in de kelders van de school.

Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de Leuvense politie, probeert de misdaad op te lossen. Hij moet zich daarbij een weg banen door en kluwen van professionele conflicten en seksuele intriges. Wanneer een week later een tweede slachtoffer valt, wordt de zaak nog gecompliceerder.
Terwijl Berg de handen vol heeft met het ontrafelen van de dubbele moord, wordt hij zelf het mikpunt van een stalker die zijn prille relatie met Manon bedreigt. Alsof dat niet genoeg is, lijkt een angstvallig verzwegen seksueel schandaal op school verband te houden met de twee doden. Het onderzoek mondt uit in een psychologisch steekspel tussen Berg en enkele verdachten.



Het volledige rapport
Voor het vierde boek in de serie rond de speurder Thomas Berg trekt de ingeweken Leuvenaar  Jo Claes naar de plaats waar hij quasi dagelijks een groot deel van zijn tijd besteed: het Heilig-Hartinstituut te Heverlee, waar de auteur zelf voor de klas staat, en dan vooral de catacombeachtige kelders van dit internaat, waar op een ochtend het levenloze lichaam gevonden wordt van Griet Meersman, lerares en kandidate voor de directeursfunctie. Haar collega Max Verulus wordt meteen gebombardeerd tot hoofdverdachte, want sinds de aanklacht wegens onprofessioneel gedrag tegen hem, staan de twee lijnrecht tegenover elkaar, worden de confrontaties telkens op de spits gedreven en wilde Griet zijn bloed zien.
Thomas Berg staat voor een moeilijke taak als hij moet vaststellen dat de getuigen de goede reputatie van de school laten primeren op hun volle medewerking om de moord op te lossen. En tegelijk wordt Bergs aandacht afgeleid door een stalker, die hem zijn nieuwe liefdesgeluk niet lijkt te gunnen.

Door deze vertrouwde thematiek te gebruiken, biedt de auteur zichzelf meteen een kapstok aan om een aantal filosofische beschouwingen alsook wat bedekte en milde kritiek omtrent het onderwijs in al zijn facetten, aan op te hangen.

Trouw aan zijn principes neemt Jo Claes ook ditmaal ruimschoots te tijd om het verhaal echt op gang te schieten. Net als in de Dakar waar de echte chronorit meestal voorafgegaan wordt door een zogenaamde verbindingsrit, komt Het oog van de naald traag op gang door een lange inleiding met vele nauwelijks ter zake doende beschouwingen, maar die wel ruimschoots de mogelijkheid biedt om te wennen aan zijn zalige, kabbelende, manier van schrijven, die de lezer even comfortabel pas als een op maat gemaakt pak.

Het spannende aspect van Het oog van de naald doet erg denken aan de succesformule die jarenlang beproefd werd door de Britse Agatha Christie en ondertussen verworden is tot de klassieke whodunit: een moord, een speurder, een voor de hand liggende verdachte, meer dan genoeg nevenverdachten en een onverwachte dader. Alleen moet de auteur deze keer de plot in net iets teveel bochten wringen om met dit verhaal zelf tot de klassiekers te gaan behoren.

Het oog van de naald bewijst de eigenheid van Jo Claes, die er ondanks veel verhaaltechnische gelijkenissen, toch weer in geslaagd is zich te positief te onderscheiden van de grote namen van de Vlaamse misdaadliteratuur en er zelfs kwalitatief beschouwd bovenuitsteekt. Dankzij de stijl die de auteur bezigt is ook dit boek weer te klasseren onder het zalige leesvoer.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


31-12-11

VAN DE WALLE Dirk - Zuur bloed

 

vdwdzb.jpg


De openingszin:
‘De Palio,’ zei de man.

De korte inhoud

Rome. In een groezelig kamertje krijgt Morpho Fante, onderzoeksjournalist, een tip van zijn informant. In de stad is een huurmoordenaar gesignaleerd…
Wat heeft die aanwezigheid te maken met de geplande topvergaderingen? Over enkele dagen neemt Italië het voorzitterschap van de Europese Unie over. De ministers komen een eerste keer samen tijdens de Palio, een middeleeuwse paardenrace, in Siena. De gastspreker is George W. Bush sr.
Stof genoeg voor Morpho. Er hangt wat in de lucht… Dreigender dan zijn passionele ontmoeting met de sensuele Eritrese Zdima en haar eeuwig zwijgende vriendin Consuela. Maar er zijn er wel meer die het achterste van hun tong niet laten zien..
Morpho Fante, zoon van een Vlaamse vader en een Italiaanse moeder, wordt het vuur aan de schenen gelegd. Het spoor van de waarheid leidt hem terug naar een pijnlijk verleden en vroegere geliefden, maar ook naar geheime agenten en onfrisse praktijken in de wapenhandel. Al snel blijkt Morpho meer opgejaagd wild dan nieuwsjager te zijn…


Het volledige rapport
De veertig jarige Oost-Vlaming Dirk Van de Walle publiceerde in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw drie spannende boeken met eenzelfde hoofdpersonage die wel elk bij een andere uitgever verschenen. Tegelijk timmerde deze avonturier aan een professionele managementloopbaan, wat hem vorige zomer als de positie als General Manager Belgium opleverde bij reclamemaker Square Melon.

In Zuur bloed, het middelste boek uit de rij, wordt Morpho Van Damme, die in Italië zijn moeders familienaam Fante aannam, getipt over een mogelijk aanslag in Sienna, waar een politieke top gepland staat. Net voor hij Rome verlaat wordt Morpho tot over zijn oren verliefd op de bloedmooie uit Eritrea afkomstige Zdima Zdarouïssi. Zijn eerste echte liefde sinds hij en de liefde van zijn leven Luna jaren geleden uit elkaar gingen. Groot is zijn verbazing als hij in Sienna de zich in hogere kringen thuisvoelende, Luna tegen het lijf loopt. Te veel toeval is geen toeval meer, denkt Morpho Fante en hij trekt op jacht. Maar al snel beseft hij dat zijn tocht leidt naar zijn persoonlijke en familiale verleden en ondervindt hij aan den lijve dat hij niet alleen jager maar tevens potentieel slachtoffer is.

Dirk Van de Walle schotelt de lezer een vrij complex verhaal voor dat bij momenten moeilijk te volgen is, mede omdat hij ervoor opteerde om meestal de familieleden van het hoofdpersonages niet kenbaar te maken aan de hand van hun namen, maar aan de hand van de familieband. Wel staat er achteraan het boek een stamboom van de familie Vandamme-Fante, maar tegen de tijd dat men die ontdekt, heeft men het verhaal al achter de kiezen. Ook zijn de personages lang niet goed genoeg uitgewerkt om hun acties geloofwaardig over te laten komen.

Gelukkig hanteert de auteur een aangenaam lezende stijl en voorziet hij Zuur bloed van een soundtrack die echt de moeite waard is, waardoor alle gebeurtenissen, die draaien rond persoonlijke geschiedenissen en wapenhandel, toch zorgen voor enig leesplezier. Ook zijn met liefde voor het land gekozen locaties in Sienna en Rome dragen hiertoe bij.

Zuur bloed laat de lezer achter met gemengde gevoelens: enerzijds is er de vertelstijl die potentieel verraad, maar aan de andere kant lijkt de structuur van verhaal niet correct in elkaar te passen en vallen de personages door de mand. Kan beter.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


15-11-11

TEIGELER Piet - Drie dode meesters

 

tpddm.jpg

 

De openingszin:
‘Niet doen, John!’ zei Dewit.

De korte inhoud
Een man wordt op wrede wijze geliquideerd: hij is met handen en hoofd ondergedompeld in ziedend frituurvet op het Falconplein in Antwerpen. De persheeft het in geuren en kleuren over de gruwelijke Frituurmoord. Door die misdaad stoten de speurders Carpentier en Dewit op een smokkelroute tussen Rusland en Europa. Er worden onder meer al dan niet vervalste doeken van Rubens verhandeld. Via Svetan een bloedmooie Georgische, komen ze in aanraking me de Russische maffia. Het Falconplein wordt niet voor niets ook het Rode Plein genoemd.
Ondanks alle tegenwerking en intimidaties, ook uit de meest onverwachte hoek, slagen de speurders erin de frituurmoord op te lossen.


Het volledige rapport
De sinjoor Piet Teigeler, ruilde een aantal jaar geleden om gezondheidsredenen de wereldstad Antwerpen in voor een huisje onder de Spaanse zon. Al tijdens zijn journalistieke loopbaan publiceerde hij samen met Eddy Van Hee, onder het pseudoniem Woody Dubois twee spannende boeken. Maar pas toen hij van zijn pensioen kon genieten, begon hij aan een tiendelige reeks met rechercheurs Carpentier en Dewit in de hoofdrollen, die in 2007 afgesloten werd met Dood.

Drie dode meesters, uit 1997, is het vierde boek uit de serie. Hierin worden de Antwerpse protagonisten op kerstavond opgeroepen voor een bizarre moord: een kunstschilder werd met zijn hoofd ondergedompeld in het hete bakvet van een frituur op het Falconplein. Het begin van een zoektocht naar de daders, die Carpentier en Dewit leidt langs de werelden van de Russische maffia, kunsthandel, -smokkel en –oplichting. En ondertussen worden ze constant in de vingers gekeken en tegengewerkt door de Bijzondere Opsporingsbrigade, die kost wat kost deze zaak naar zich toe willen trekken.

Thematisch leunt Drie dode meesters nauw aan bij het recent verschenen De bloedakker van Andrea Camilleri: een moord die ogenblikkelijk gelieerd lijkt aan de maffia, maar waarvan het later twijfelachtiger wordt of de daders wel moeten gezocht worden bij de Dons, consiglieri of hun voetvolk. Maar het Vlaamse verhaal is voorzien van een veel complexer plot en werd degelijker uitgewerkt en verteld dan zijn Italiaanse tegenhanger.

Piet Teigeler waakt er zorgvuldig over dat zijn personages geloofwaardig blijven en mensen van vlees en bloed dicht benaderen. Hierdoor is het aangenaam vertoeven in het verhaal, en wordt het lezen een samenzijn met aimabele maar gedreven figuren. Carpentier is het best te vergelijken met een kat met jongen: een zeer aaibaar beestje dat zonder waarschuwing venijnig uit de hoek zal komen als de jongen – lees het onderzoek – in gevaar komt.

Hoewel het algemeen geweten is dat 99 percent van alle spannende boeken een goede afloop heeft, is het toch ontgoochelend op de achterflap te mogen lezen dat het moord opgelost wordt. Toch slaagt de auteur erin de weg naar de oplossing te plaveien met voldoende plotwendingen om van Drie dode meesters een meer dan onderhoudend werkje te maken.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

21:19 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: teigeler_piet, nederlandstalig, belgie, 6, policier, kunst, maffia, serie |  Facebook |

27-08-11

VALGAEREN Kevin - De ziener

 

vkdz.jpg

 

De openingszin:
Dit verhaal begint met de observatie van een Engels landschap zoals het erbij lag op de tragische avond van 27 juli 1538.

De korte inhoud
De executie van een jonge zuster en een jonge pater in de 16de eeuw betekent het ontstaan van de leende van Borley: een klein dorp in het zuidoosten van Engeland.
Op het einde van de 19de eeuw laat dominee Henry Bull er een pastorij bouwen op de fundamenten van ene oud klooster.
Hit is het begin van een reeks onverklaarbare gebeurtenissen en waarnemingen.
Londen, 2007. David Mayfair is een roekeloze jongeman met een duistere ave: hij kan voorbij het leven kijken en de dood observeren. Na het overlijden van zijn ouders wordt hij geadopteerd door zijn oom Dorian Walpole en verhuist hij van de Belgische provinciestad Turnhout naar de Engelse metropool Londen. Onder het strenge mentorschap van zijn oom ontwikkelt hij zich tot een Ziener. Er is slechts één probleem: David Mayfair kent geen angst. Wanneer een anonieme briefschrijver de Ziener vraagt om de moord op twee tienermeisjes te onderzoeken, vertrekt hij tegen de wil van Dorian naar het mysterieuze Borley. Maar al snel blijkt dat Borley zijn duistere geheimen niet zomaar prijs zal geven. Stap voor stap leert de Ziener wat echte angst is, zeker wanneer duidelijk wordt dat zijn aanwezigheid in Borley geen toeval is…


Het volledige rapport
De uit Turnhout afkomstige, maar naar Leuven uitgeweken debutant Kevin Valgaeren is met zijn 32 jaar een jonge hond in de wereld van het spannende boek. Na zijn studies Nederlandse en Engelse letterkunde waagde hij zich aan het schrijven van theaterstukken en was hij een tijd lang filmjournalist.

In de literatuur gaat zijn voorkeur, naast Engelse en Nederlandse literatuur uit de negentiende eeuw, vooral uit naar griezelromans. Met het recent bij Kramat uitgegeven De ziener draagt hij nu ook zijn steentje bij tot het genre van de gothic novel.

Hierin maken we kennis met de uit Turnhout afkomstige David Mayfair, die na de dood van zijn ouders opgevoed werd door zijn in Londen wonende oom Dorian Walpole. Ook schaaft Dorian aan Davids talenten als “ziener”: het opmerken van geesten die nog op aarde ronddwalen. Als zijn hulp wordt ingeroepen bij de mysterieuze dood van 2 tieners in Borley, rept David zich naar het Engelse plattelandsdorpje, waar al jaar en dag paranormale verschijnselen worden waargenomen. Maar tijdens de zoektocht naar de moordenaar, komen al zijn zekerheden op losse schroeven te staan.

Het eerste wat tijdens het lezen opvalt, is het zeer verzorgde taalgebruik waarvan de auteur zich bedient: op een fantastische wijze slaagt hij erin een perfect evenwicht te vinden tussen een zeer accurate woordkeuzes en een aangenaam lezende zinsconstructies.

De ziener leest als een roman, maar de spannende verhaallijn, die slechts latent aanwezig is en pas tijdens de ontknoping opleeft, drijft op het paranormale. Een onderwerp dat meestal zorgt voor duidelijke standpunten: een deel van de lezers zijn believers en zullen er probleemloos in meegaan. Een ander deel zal het onderwerp afdoen als larie en er niet in slagen zich in te leven in het verhaal. Het feit dat dit subgenre tegenwoordig slechts weinig vertegenwoordigd is in het segment van het spannende boek, doet de vragen oprijzen of er wel een publiek voor bestaat en of dit publiek onder de thrillerlezers te vinden is.
Kevin Valgaeren is alvast zo een verstokt liefhebber van de romantische griezelroman dat hij het niet kon nalaten een aantal personages de familienamen van de grondleggers van dit genre toe te bedelen.

Ondergetekende is een leek op dit gebied en zag zich genoodzaakt om, via het onontkoombare internet op de hoogte te laten brengen. En groot was zijn ontgoocheling toen bleek dat de hele achtergrond van de bovennatuurlijke activiteiten niet ontsproten was aan de verbeelding van de auteur, maar dat de pastorij van Borley, samen het spookhuis in Amityville, behoort tot de best gedocumenteerde plaatsen wat betreft metafysische gebeurtenissen. De auteur bevestigt dit trouwens in de verantwoording aan het eind van het boek, maar had dit misschien beter in een voorwoord opgenomen. Hoewel faction al jaren een subgenre op zich is, kon dit niet verhinderen dat de originaliteit van het verhaal een flinke knauw kreeg. Maar dit neemt zeker niet weg dat De ziener meer dan aardig leesvoer blijft.

Kevin Valgaeren heeft een boek gebaard dat raakpunten heeft met een groot aantal subgenres, en de meerderheid van die hokjes bevinden zich net op de rand of geheel buiten de wereld van het spannende boek. Liefhebbers van dolende geesten, vampieren en aanverwante verschijnselen moeten echter niet twijfelen om De ziener ter hand te nemen.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


11-08-11

SCHOETERS Staf - De schaduw van de adelaar

 

ssdsvda.jpg

De eerste zin:
Weduwe Leguilloux, pensionhoudster in de rue des Prouvaires in de wijk Saint-Germain, plaatste de zak aanmaakhout op de overloop naar de mansarde en wachtte na de steile klim tot ze haar ademhaling weer onder controle had.

De korte inhoud
Parijs / december 1800: Eerste Consul Bonaparte overleeft de bomaanslag in de rue Nicaise. De royalisten (Chouans) worden opgejaagd, maar laten niet af met spioneren en complotteren.
1805: onder het bewind van keizer Napoleon I, groeit Antwerpen uit tot een havenstad van formaat en haalt zich daardoor de afgunst van Engeland op de hals.
De burgers van het geannexeerde departement der Beide Neten (Antwerpen) maken ook kennis met de schaduwzijde van het Franse bewind: de constante oorlogsdreiging, de Police Générale en de onaflatende druk van de conscriptie.
Idealisme en loyaliteit verworden tot corruptie en verraad, naarmate Napoleon het Europese vasteland aan zich onderwerpt. Persoonlijke belangen en conflicten worden beïnvloed door internationale ontwikkelingen. Het individu wordt speelbal van politieke en financiële malversaties; een gegeven van alle tijden.


Het volledige rapport
Staf Schoeters werd in 1949 geboren in Merksem, aan de rand van de stad Antwerpen, waar veel van zijn boeken gesitueerd zijn. Zo ook De schaduw van de Adelaar, dat in 1998 laureaat was van de allereerste Hercule Poirotprijs.

Hierin staan persoonlijke verrijking en corruptie centraal in de beginjaren van de negentiende eeuw, wanneer Antwerpen onder het bewind van Napoleon uitgebouwd werd tot een wereldhaven. Hoewel dit boek het eerste deel van een trilogie is die verder bestaat uit De wandelgangen van de macht en De wegen naar ontvoogding, is het een afgerond verhaal dat los van de andere twee werken kan gelezen worden.

De schaduw van de adelaar, dat zich afspeelt in het eerste decennium van de negentiende eeuw is niet echt een evenwicht boek. Alle nadruk ligt op de handelingen die de personages uit zelfbehoud en zelfverrijking maken. De locaties, de personages zelf als ook het tijdsbeeld zijn er zo compleet aan ondergeschikt dat ze amper plaats krijgen in het boek. Enkel de belangrijkste gebeurtenissen worden summier aangehaald in de vorm van artikels in het krantje dat het hoofdpersonage uitgeeft, wat wel een handige oplossing is om feiten te integreren in een roman.

‘“De Schaduw van de adelaar” evoceert op indringende wijze historische gebeurtenissen en personages tegen de nauwgezet gereconstrueerde achtergrond van één der interessantste periodes uit de Europese geschiedenis.’, staat er ook nog op de achterflap. Maar er werk dat bovenstaande pretendeert te zijn, moet de lezer overstelpen met met zin om meer te weten te komen over de historische personages die opgevoerd worden alsook over het stukje geschiedenis waarin ze acteren. En laat dat nu net niet het geval zijn: deze roman beroert zijn publiek totaal niet.

Ook is het jammer te moeten vaststellen dat er te veel fouten in het boek staan, vooral in de vorm van een inconsequente spelling van de namen van de personages. Vermijdbare fouten die het leesplezier niet bevorderen.

De Poirot-prijs ten spijt, heeft De schaduw van de adelaar ook meer weg van een roman dan van een spannend boek, want enerzijds worden de meest veelbelovende verhaallijnen, wat spanning betreft, te summier uitgewerkt om impact te kunnen hebben op het geheel. En anderzijds is het gekonkel en gekronkel van de machthebbers niet geheimzinnig genoeg gebracht om het verhaal te kunnen dragen. Deze vaststelling wordt ook bevestigd door de NUGI code, waaronder het boek valt.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


25-07-11

LAURYSSENS Stan - Dromen zijn bedrog

 

lsdzb.jpg

 

De eerste zin
Donkerte.

De korte inhoud
Sofie Simoens worstelt met zichzelf. Haar leven als nieuwe commissaris van de moordbrigade is niet voor de poes. Vooral de kwade geesten in haar eigen hoofd spelen haar parten. Niet te verwonderen dat het akelig stil is in de stad aan de stroom waar de regen natter en kouder is dan elders in het land.


Het volledige rapport
De geboren en getogen Antwerpenaar Stan Lauryssens zag vijfenzestig jaar geleden het levenslicht. Na een levensloop die een thriller waardig is, publiceerde deze markante figuur met Dromen zijn bedrog dit jaar zijn tiende spannende verhaal rond de speurders van de moordbrigade van de Gerechtelijke politie in zijn geboortestad.

Dromen zijn bedrog begint met de moord op een imam in de Antwerpse moslimgemeenschap. Het onderzoek van commissaris Sofie Simoens en haar jongens naar de motieven van deze op het eerste zicht onbegrijpelijke daad legt verbanden bloot met extreme moslimgroeperingen wiens acties België in staat van beleg brengen. Maar Sofie heeft problemen om haar volle aandacht op het onderzoek te richten, want nu ze als hoofd van de afdeling fungeert, beginnen de duivels in haar hoofd zich ook te roeren. Zal ze erin slagen schoon schip te maken op beide fronten?

Moslimterrorisme is een dankbaar onderwerp voor het enfant terrible van de Vlaamse misdaadauteurs. Hieromtrent kan Stan Lauryssens in zijn typische directe en plastische stijl al zijn duivels ontbinden en alle populistische vooroordelen die Jan met de pet heeft tegenover deze allochtonen ongebreideld spuien. Het siert de man dat hij de verloedering van de stad aan de stroom wil onder de aandacht brengen, maar of dit de beste manier is waarop het moet gebeuren, mag in best in twijfel getrokken worden: Het lijkt wel alsof het amper uitgewerkte spannende draadje in Dromen zijn bedrog enkel een excuus vormt om racisme en seksisme af te wisselen met belegen grappen van bedenkelijk allooi.

Zo gaat er achter de overigens zeer stijlvolle cover slechts een flinterdun politieverhaal schuil dat door een overvloed aan faits divers en weinig ter zake doende bladvulling, een zeer ongestructureerde indruk geeft.

Er zal wellicht wel een publiek bestaan voor dit soort lectuur, want anders lijkt het mij onmogelijk om tien boeken te kunnen publiceren bij eenzelfde uitgeverij. Misschien is het koren op de molen van de onderlaag van de bevolking die al zijn vooroordelen zwart op wit bevestigd ziet. Of misschien moeten extreemrechtse groeperingen de voorraad maar opkopen en verdelen onder hun militanten. Feit is dat kwalitatief gezien Dromen zijn bedrog onder de maat blijft.

Het definitieve verdict: 4/10 

EOB.JPG

 

21-07-11

PIERREUX Jos - De dode die met z'n tweeën was

 

pjdddmztw.jpg

 

De eerste zin:
‘Hij wil dat ik kousen zonder kruis draag, onder een verpleegstersuniform.’

De korte inhoud
Het is voorjaar. Terwijl iedereen fantaseert over een niet-opgeëiste lottowinst geniet het Knokse politiekorps van de laatste vredige weken voor de toeristeninvasie. Helemaal rustig is het echter nooit, zelfs niet in dit chique badstadje. Er is de onrustwekkende verdwijning van een kampeerster, vandalisme op het kerkhof en een bizarre inbraakgolf. Als een baron en zijn chauffeur worden vermoord, krijgt inspecteur Luk Borré opdracht de zaak te onderzoeken. In een decor van klasserestaurants, dure winkels en het grote geld ontwikkelen zich vreemde intriges.


Het volledige rapport
Jos Pierreux, een handelaar in bouwmaterialen uit het Pajottenland is ondertussen al een gevestigde naam in het Vlaamse wereldje van misdaadauteurs. Zijn reeks met Luk Borré, de niet altijd even sympathieke speurder, die zich situeert in Knokke, de mondainste badplaats van de Belgische kust waar de auteur eveneens geregeld verblijft, telt al acht boeken waarvan Een paar gevallen van moord het recentste was.

Maar het begon allemaal in 2004 met De dode die met z’n tweeën was, waarin Luk Borré en zijn collega’s niet minder dan vier onderzoeken voor de kiezen geschoven krijgen: Naast een aantal welgestelde gasten die hun tweede verblijf, volledig leeggehaald terugvinden, werd er ook een aantal graven beschadigd op het kerkhof en ten slotte is er een verdachte verdwijning op de plaatselijke camping. Maar als het levenloze lichaam van een baron en persoonlijke vriend van de commissaris wordt gevonden, wordt al de rest bijzaak. Behalve dan het gissen naar de gelukkige winnaar van een grote lottotrekking, die maar niet opdaagt.

Jos Pierreux heeft een mooi plot gecomponeerd, maar de uitwerking ervan wordt omringd door veel te veel smalltalk, waardoor de spanningsboog niet verder komt dan een sinusoïde. Maar de auteur is een innemend verteller en als de overdadig aanwezige hoeveelheid seksistische praat tot een minimum beperkt zou worden, zou ik zeker aan zijn lippen hangen. Momenteel blijft de niveau echter steken ter hoogte van de toog in de eerste de beste bruine kroeg. Maar zijn vlotte babbel en manier van schrijven geven blijk van genoeg potentieel om een degelijk spannend verhaal verteld te krijgen.

Het gros van zijn personages blijft steken in of het karikaturale of het cliché: zo is onder andere de incompetente korpscommandant ook hier van de partij. Wel zet de auteur met glans een geslaagde versie op papier van Graaf Lippens, die uitblinkt in volkswijsheden en een zeer nuchtere kijk op de wereld te toon spreidt.

Met De Dode die met z’n tweeën was treedt Jos Pierreux in de voetsporen van de boeken van Stan Lauryssens, maar dan als een meer geciviliseerde en bravere versie, wat resulteert in enkele uren pretentieloos leesplezier.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG

19-06-11

MENHEER Wim - Alfred Lek

 

mwal.jpg


De eerste zin:
Die dag bereikte de hittegolf haar hoogtepunt.

De korte inhoud
.
Wanneer in een oude, vervallen villa in de deftige wijk ‘Sonnenberg’ een gehangene wordt gevonden en in de kelder het lijk van een vrouw, staat Kurt Ruettli van de Zürichse recherche voor een raadsel. De gehangene blijkt een zekere Alfred Lek te zijn, een rijke eenzaat die blijkbaar zelfmoord heeft gepleegd. Maar wie is de vrouw in de kelder?
In een flashback-briefcorrespondentie die Alfred Lek voert met een oude schoolkameraad in België, komen we meer te weten over de activiteiten van Lek in Zürich. En die activiteiten zijn bizar en ziekelijk. En waarom heeft hij die correspondentie met een toevallig weergevonden schoolmakker aangeknoopt? Het raadsel wordt groter als na de lijkschouwing blijkt dat Alfred Lek is vermoord.
Dit is de start van een hallucinante reis door een wereld van decadentie, prostitutie, kunst en verbijsterende onthullingen.


Het volledige rapport..
De in Borgerhout geboren Wim Menheer was tot enkele jaren geleden, de pensioengerechtigde leeftijd al ver overschrijdend, professioneel fotograaf in de Vlaams-Brabantse provinciestad Tienen, waarna hij zich aan de andere kant van de taalgrens terugtrok op het platte land

Pas in 1989 debuteerde hij met een verhalenbundel en op zijn zestigste verjaardag zette hij met Het purperen oog zijn eerste stappen in de misdaadliteratuur. Daarnaast publiceerde hij ook nog foto-poëziebundels en was hij jarenlang hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Verba. Dit jaar rolde Wurgend mooi van de persen, waarin de Zwitserse rechercheurs Kurt Ruettli en André Lebrun, die ook al in Alfred Lek, zijn vorig werk uit 2008, het mooie weer maakten.

Ruettli en Lebrun worden opgeroepen voor een verhanging in een rijkere wijk van Zurich. Het slachtoffer wordt geïdentificeerd als de einzelganger Alfred Lek. Einde verhaal, lijkt het tot in de kelder van het huis het levenloze lichaam gevonden wordt van een jonge vrouw. Terwijl de rechercheurs dit mysterie trachten te ontrafelen, wordt de lezer meer inzicht verschaft in een tweede verhaallijn waarin de brieven van Alfred aan een vroegere leeftijdsgenoot in België een tip van de sluier oplichten over het leven en de beweegredenen van de heer Lek.

Kunst als onderdeel van spannende boeken lijkt een populair gegeven te worden, want op relatief korte tijd is dit al het derde werk met dit gegeven. Na Egon Schiele in Mieke De Loofs Wrede schoonheid, de surrealisten in  Michael Whites De moordkunstenaar speelt ditmaal Gustav Klimt, wiens Pallas Athena de cover siert, een rol in het verhaal. Of hoe men van het lezen van thriller ook nog iets kan opsteken

In Alfred Lek is al snel duidelijk wie de dader is, maar de auteur hecht meer belang aan de drijfveren van de dader. Een whydunit dus, en tussen de grote lading klassieke whodunits, is dit een welkome afwisseling. Dat er met de Zwitserse stad Zurich, ook nog eens een niet alledaagse plaats van gebeuren als decor gebruikt wordt is ook verrassend. Maar jammer genoeg drukt de stad niet echt een stempel op het verhaal. En voor de zeer goed beschreven ontknoping wijkt Wim Menheer uit naar het meer tot de verbeelding sprekende Rome.

Hoewel het boek het eerste is van een serie, blijven de hoofdfiguren zo goed als totale vreemden voor de lezer. Veel wijzer dan dat de ene een fanatiek bowler is en de andere zijn mannetje staat in het kwiscircuit worden we niet gemaakt. De auteur heeft dan ook nog wat werk voor de boeg om een band te creëren tussen zijn protagonisten en zijn publiek.

Maar het verhaal is best goed, want na de voor de hand liggende en netjes voorspelbare openingszetten, neemt het verhaal van Alfred Lek een leuke andere wending en stijgt de suspense langzaam maar zeker.

Alfred Lek, dat me aangeraden werd door een aantal andere misdaadauteurs die bij dezelfde uitgeverij Kramat onder dak zitten, is een niet onaardige policier, die zijn bedenker toch nog genoeg ruimte geeft om te groeien.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


20-05-11

LAURYSSENS Stan - Bloter dan bloot

 

lsbdb.jpg

De eerste zin:
Sneeuw.

De korte inhoud
The Stones knalden uit de boxen. Met een klap ontplofte de bestelwagen en uit de gloeiende vuurbal kantelde een verkoold lichaam met een hoofd als een gebraden kip. Get your kicks bam bam on Route 66. Zo’n lawaai. Een mens zou er horendol van worden. Overal lagenbankbiljetten. Duitse marken, Zwitserse francs, guldens, dollars, ponden en Belgische franken. De telefoon rinkelde. ‘Een lijk op je nuchtere maag?’ riep Marie-Thérèse vanuit de badkamer. Genoeg bloedvergieten, genoeg doden in de sneeuw. Een hoertje knipperde met haar katachtige ogen. Niet dringen, niet duwen, achteraan aanschuiven, iedereen komt aan de beurt. Vlakbij loeide een sirene. Er viel een fijne, melancholische sneeuw, die op zilveren confetti leek. Geen weer om een hond door te jagen. Erg was dat niet, honden gaan toch niet naar de hoeren.


Het volledige rapport
De Antwerpse auteur Stan Lauryssens heeft al wat woelige watertjes doorzwommen. Zijn journalistieke loopbaan kwam abrupt tot een einde toen bleek dat zijn interviews met de groten uit de internationale showbusiness volledig verzonnen bleken te zijn. Later werd hij opgepakt omdat hij goedgelovige middenstanders grote bedragen ontfutselde door hen waardeloze kitsch en namaak als kunst te verkopen. En enkele jaren geleden schuimde hij zowat alle media in Vlaanderen af met het nieuws over een Hollywood-verfilming van zijn leven als buurman van Dali; een verfilming die ondertussen op de lange baan geschoven lijkt te zijn… Kortom met Stan Lauryssens weet je nooit waar je aan toe bent.

In 2002 waagde deze eigengereide en flamboyante man - wiens flapteksten niet de korte inhoud van het verhaal weergeven, maar slecht extracten uit het boek, waar een potentiële koper niets aan heeft - zich met Zwarte sneeuw aan de misdaadliteratuur, wat hem meteen de Hercule Poirotprijs opleverde en dit jaar verscheen zijn tiende politieroman Dromen zijn bedrog, over de Antwerpse moordbrigade. Bloter dan bloot is het vijfde deel uit deze reeks dat dateert van 2005 en is rechtstreeks vervolg op Doder dan dood, waarin de overval op de Nationale bank centraal stond. Bloter dan bloot beschrijft de jacht van de politie op de daders.

Het feit dat Bloter dan bloot niet is onderverdeeld in hoofdstukken, maar slechts bestaat uit een doorlopende opeenvolging van paragrafen vraagt wat aanpassingsvermogen van de lezer, maar als het finale punt op bladzijde 299 bereikt is, kan men alleen maar vaststellen dat het boek eenmaal ontdaan van alle overbodige zaken amper meer dan een hoofdstuk lang is. De hoofdmoot van de tekst bestaat uit een nietszeggende verzameling citaten en oneliners afgewisseld met aangebrande moppen en andere cafépraat. Kortom – en om in de stijl te blijven - te veel blabla en te weinig boemboem.

Bloter dan bloot blijkt een niemendalletje vol gebakken lucht de naam politieroman of thriller onwaardig en is veruit het slechtste werk dat ik van Stan Lauryssens mocht lezen. Ontgoocheling over het tijdverlies is dan ook de enige emotie die achterblijft nadat het boek werd dichtgeslagen.

Stand Lauryssens heeft een verleden oplichter en Bloter dan bloot geeft mij ook het gevoel opgelicht te zijn. Jammer genoeg is deze vorm van oplichting niet strafbaar, daarom kan ik andere potentiële slachtoffers alleen maar waarschuwen: laten liggen, dit boek.


Het definitieve verdict: 2/10

EOB.JPG


22:32 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: lauryssens_stan, nederlandstalig, belgie, 2, policier, humor, serie |  Facebook |

25-04-11

JACOBS Paul - De rode badkuip

 

jpdrb.jpg

De eerste zin:
Dominee Edward Louks zette zijn ruitenwissers uit en stapte uit zijn witte Chevy op de schaars verlichte parking achter het Sunny Side Up-hotel in L.A., aan de oude, verkommerde kant van de sporthaven Marina del Rey.

De korte inhoud

Als de eigenzinnige filosofiestudente Ellen Rademakers onverwacht een fortuin erft, is daar één merkwaardige voorwaarde aan verbonden. Overmoedig neemt ze de uitdaging aan en gaat op zoek naar het grootste geheim dat de mensheid sinds haar ontstaan heeft beziggehouden.
Met de hulp van de cynische tv-reporter Tom Breens van het populaire programma De ongelovige Thomas, vertrekt ze op een avontuurlijke en spirituele reis die haar van Antwerpen, via Haspengouw naar de steile krijtrotsen van de Normandische kust zal voeren, en naar verzwegen episodes uit haar verleden.
Maar niet iedereen is blij met haar sensationele ontdekkingen.


Het volledige rapport
De Vlaming Paul Jacobs begon begin jaren zeventig aan een loopbaan bij de toenmalige BRT – nu VRT, waar hij actief was als tekstschrijver, producer en interviewer. Tot zijn bekendste creaties behoren, naast de legendarische IQ quiz, vooral programma’s waarin vooral taalgevoel en humor centraal staan, zoals De taalstrijd, De tekstbaronnen en De rechtvaardige rechters. Daarnaast schreef hij scenario’s, columns en menig boek in verscheidene genres. Na de eeuwwisseling verliet de man de openbare omroep om zich volledig te concentreren op zijn carrière als auteur.

Zo publiceerde hij in 2008 met De rode badkuip, zijn eerste misdaadroman, waarin televisiemaker Thomas Breens de hoofdrol toebedeeld kreeg. Ondertussen is deel vier van deze serie al in voorbereiding.

In deze schattenjacht met esoterische en astrologische trekjes krijgt de jonge Antwerpse Ellen Rademakers onverwacht te horen dat ze de enige erfgename is van haar vroegere buurvrouw; maar slechts op voorwaarde dat ze op zoek gaat naar de zin van het leven. Samen met kritische Thomas trekt ze erop uit. Maar de zoektocht in verleden en heden blijkt gevaarlijker dan zich op het eerste zicht laat blijken, want zij zijn niet de enige geïnteresseerden en die tegenstanders gaan heel wat meedogenlozer te werk dan Ellen en Thomas.

Met de keuze van zijn hoofdfiguren zit de auteur ook recht in de roos, want ze zijn complementair: aan de ene kant is er Thomas, de door de wol geverfde, met twee voeten op de grond staande man, die alles wat niet wetenschappelijk vaststaat quasi automatisch als larie beschouwt, en die via zijn job als maker van televisieprogramma’s als een mooi klankbord fungeert waarlangs de auteur zijn anekdotes, weetjes en frustraties over het vak kwijt kan. Aan de andere kant is er de jonge, onervaren, beïnvloedbare filosofe Ellen, die toch telkens haar zin weet door te drijven.

Dit zorgt ervoor dat de lezer zich al snel comfortabel voelt en zich laat opslokken door de plot, die zich getoetst tegen de normen van de geloofwaardigheid amper weer te handhaven, doordat deze variatie op het aloude thema van de jacht van de goeden en de slechten op eenzelfde gegeven, nogal vergezocht lijkt en een steeds buitenproportionelere omvang aanneemt naarmate de ontknoping nadert. Maar zoals al gezegd, de auteur weet zijn publiek zodanig te manipuleren dat het tijdens het lezen totaal niet stoort. De twijfels komen pas achteraf.

Veel wordt weer goed gemaakt door de locaties in De rode badkuip gebruikt worden: beginnend in het statige Antwerpen wordt via een Haspengouws klooster en een Oost-Vlaams kasteeldomein toegewerkt naar een gewelddadige ontknoping aan de idyllische Normandische kust.

Paul Jacobs laat met De rode badkuip een frisse wind waaien in het land van het spannende boek. Het begint al met de voor thrillers atypische titel, die niet enkel de lezer nieuwsgierig maakt, maar zelfs een link heeft met het verhaal. Tevens hanteert hij een luchtige stijl van vertellen, die van het lezen een zeer aangename bezigheid maakt. En met zijn originele invalshoek heeft de auteur van meet af aan zijn bestaansrecht geclaimd.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG

17-04-11

BERNAUW Patrick & COPPENS Philip - De paus van Satan

 

bpcpdpvs.jpg

 

De eerste zin:
Het was in het jaar 1888 dat ik de geforceerde banaliteiten en de rigide structuren van de roman voorgoed en bewust inruilde voor een eigen vorm van geschiedschrijving, die geen behoefte had aan een begin, een midden en een slot waarin alles netjes werd verklaard.

De korte inhoud

De negentiende-eeuwse auteur Joris-Karl Huysmans werkt eigenlijk voor de Franse geheime dienst. Huysmans infiltreert in het satanistische milieu van Parijs en komt er op het spoor van de paus van Satan. Deze oppersatanist, die de komst van de antichrist moet voorbereiden, blijkt niemand minder te zijn dan de kapelaan van de Basiliek van het Heilig Bloed in Brugge, Louis Van Haecke. En zo belandt Huysmans in Bruges-la-morte, de stad die door de Tempeliers ooit was voorbestemd om het Jeruzalem van het Westen te worden.
Huysmans schrijft een opheffende roman over zijn afdaling in een zwartmagische onderwereld, Là-bas. Maar daardoor raakt hij ook betrokken in een ware Oorlog der Magiërs en komt hij terecht in een occult wespennest, waarin figuren als Nostradamus en Jack the Ripper een rol hebben gespeeld.
Huysmans ontdekt dat het geheim rond de afstammelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena niet zou worden bewaard in Rennes-le-Château, in het zonnige zuiden van Frankrijk, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en in Orval.



Het volledige rapport..
De Aalsterse auteur Patrick Bernauw is tegenwoordig vooral aan de slag als bedenker en producent van teambuilding activiteiten. Na een afwezigheid van drie jaar ligt nu zijn nieuwste faction verhaal De paus van Satan in de winkelrekken, waarin de Franse ambtenaar Charles-Marie-Georges Huysmans - die vooral onder de naam Joris-Karl Huysmans bekendheid verwierf als auteur – de hoofdrol toebedeeld kreeg.

Volgens het voorwoord benaderde medeauteur Philip Coppens Patrick Bernauw met een document waaruit moet blijken dat Huysmans niet zomaar een ambtenaar was, maar een lid van de Franse geheime dienst. In die hoedanigheid moest hij een waakzame blik houden op de groeiende aandacht voor het satanisme dat sterk aan populariteit won in het Parijs van de late negentiende eeuw. Niet alleen zou dit gegeven aan de basis liggen van diens controversiële roman Là-bas, maar zou het hem op het spoor gezet hebben van een prominent duivelaanbidder die enkel bekend was als de paus van Satan.

Op zich is dit een originele invalshoeks die perspectief biedt, maar jammer genoeg stuurt de auteur zijn hoofdpersonage over dezelfde paden die reeds bewandeld werden in Bernauws boeken Het bloed van het lam en Nostradamus in Orval: de graallegende en de schat van de Tempeliers worden dus gerecycleerd.

Hoewel Philip Coppens als coauteur de cover siert, lijkt de tekst toch volledig van Patrick Bernauws hand, want de stijl ligt volledig in het verlengde van de twee eerder genoemde werken: moeilijk doorploegbare teksten waarbij de meest uiteenlopende feiten worden samengevoegd zonder dat er een coherent geheel ontstaat. Ik kan mij niet van het idee ontdoen dat de auteur enkel voor zichzelf schrijft en niet voor zijn publiek, want veel leesplezier is er aan dit boek niet te beleven. Misschien is De paus van Satan interessant voor lezers die het leven en werk van Huysmans al door en door kennen, maar de modale liefhebber van het spannende boek zal zich al snel afvragen waar de auteur nu eigenlijk naartoe wil en verloren lopen in de denkwereld van de auteur. Ook bevordert het feit dat het boek een afwisseling is van verhalende tekst en uittreksels uit het geheimzinnige document, gestoffeerd met een overvloed aan verklarende voetnoten, het leesplezier niet echt, om het zachtjes uit te drukken.

Dit voor uitgeverij Manteau zeer atypische boek, zou niet misstaan hebben op de verplichte literatuurlijsten uit mijn schooltijd, waardoor mensen eerder afgeschrikt werden om van lezen een hobby te maken in plaats van ervoor warm gemaakt te worden. De paus van Satan is in mijn ogen dan ook een miskleun als spannend boek.


Het definitieve verdict: 3/10

EOB.JPG


05-04-11

SOETEWEY Rudy - Getuigen

 

srg.jpg

 

De eerste zin:
De wijze waarop ze de schuifdeur openrukten, voorspelde niet veel goeds.

De korte inhoud

Je bent de enige getuige van een zoveelste incident met jongeren, dit keer op een late trein. Je kent de jongeren niet en ook het slachtoffer is je onbekend. Je wordt door niemand opgemerkt, je hebt geen gsm op zak en bovendien ziet het er allemaal niet zo erg uit voor het slachtoffer. Redenen genoeg om de politie niet te bellen.
Tot de volgende dag….


Het volledige rapport
De Vlaming Rudy Soetewey is leraar van beroep, maar pleegt als eens een boek te schrijven. Na in de jaren negentig te zijn begonnen als romancier richtte hij vanaf de eeuwwisseling zijn pijlen op het spannende boek. Een omscholing die niet onopgemerkt voorbij ging want zijn titels prijkten al op de nominatielijstjes van het gros der Nederlandstalige thrillerprijzen. Naast romans componeert hij ook stukken voor toneel en liedjes.

Getuigen is zijn vierde spannende boek dat net als zijn voorgangers een losstaand verhaal vormt. Hierin is Martin Vandeweyngaert in de late uurtjes getuige van een daad van kleine criminaliteit. Om zichzelf niet dieper in de problemen te werken dan hij al zit, besluit hij niet te reageren, maar zijn geweten knaagt. En het knaagt nog harder als hij wat later in de krant leest dat de gevolgen erger waren dan hij had ingeschat. Onder het maaiveld blijven. Of zijn nek uitsteken? De strijd tussen zelfbehoud en rechtvaardigheidsgevoel bezorgen hem slapeloze nachten.

Rudy Soetewey situeert zijn verhalen steevast in de buurt waar hij al jarenlang verblijft. Ook nu weer vormen de gemeenten Hove en Edegem in de Antwerpse rand het decor voor weerom een klein, herkenbaar spannend verhaal dat drijft op het uitstekend psychologisch inzicht van de schrijver en dat in de eerste persoon enkelvoud verteld wordt in een aangenaam taalgebruik, dat volks aandoet en waarin vooral de Vlaamse lezer zich meteen zal thuis voelen. De auteur tapt dus grotendeels uit hetzelfde vaatje als Patrick De Bruyn, waarbij ze, kwalitatief beschouwd, perfecte sparringpartners zijn.

Getuigen slaat de inleiding over en zet meteen de toon door de lezer meteen een dosis spanning voor te schotelen, waardoor deze direct in het verhaal zit en er niet meer uitkomt. Want door uitgekiende wijze waarop de auteur de hersenspinsels van het hoofdpersonage op papier zet, kan men niet anders dan meeleven en menigmaal betrapte ik mezelf erop identieke ergernissen en ongeloof als Martin aan de dag te leggen tegenover de werking van het systeem. Want dat is het boek eigenlijk: een bedekte maar gegronde aanklacht aan het adres van de werking van onze maatschappij - en dus aan het adres van ieder van ons – waarbij enkel eigenbelang als primaire maatstaf telt.

Dit laatste klinkt misschien nogal zwaar, maar Rudy Soetewey brengt het op zo’n terloopse en geloofwaardige manier waardoor het de spannende verhaallijn totaal niet in de weg staat.

Getuigen is net geen driehonderd bladzijden herkenbare suspense en het bewijs dat deze schrijver, net als goede wijn, beter wordt met de jaren. Een aanrader.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG

04-04-11

DHOOGE Bavo - Scrabble man

 

dbsm.jpg

 

De eerste zin:
Clint Wilson dacht: als mijn leven een film is, waar is de popcorn?.

De korte inhoud

Benny Benito is dé ster van Hollywood, de man die in dé filmhit gestalte gaf aan de seriemoordenaar Scrabble Man. Maar Benny wil zich voortaan toeleggen op komedies. Foutje. Zijn laatste prent bracht nul komma nul op en nu zijn een paar mensen kwaad, zeg maar pissed. Zoals zijn vrouw Sandy, die aanpapt met Benny’s agent Carlos. Of zoals Yuri The Fury, een Russische investeerder van de recente miskleun.
Tot overmaat van ramp wordt Benny ook nog eens gegijzeld door twee mannen met eigen filmplannen. Clint Wilson wil met zijn zwarte buddy Cody duidelijk maken dat hij als twee druppels water op Benny Benito lijkt en als lookalike  heel wat klusjes kan opknappen. Benny moet de rol van zijn leven spelen om zijn leven te redden. Ondertussen heeft ook de echte Scrabble Man weer inspiratie gevonden om te gaan moorden….


Het volledige rapport..
De in 1973 geboren Gentse broodschrijver Bavo Dhooge publiceerde zijn eerste boek Spaghetti in 2001 en een jaar later zag zijn spannend debuut SMAK het daglicht. Vandaag, amper tien jaar later prijken er zestig titels op zijn biografie: Naast de befaamde titels die steevast beginnen met de letter S, zitten er ook verhalen in opdracht en onder pseudoniem uitgebrachte werken tussen voor jong en oud.

Zijn jongste spruit luistert naar de naam Scrabble man en is het derde boek in Los Angeles-reeks die geen terugkerende hoofdpersonages kent maar de locatie als bindende factor heeft. Hierin heeft filmster op retour Benny Benito een slechte dag, want niet alleen is zijn vrouw hem liever kwijt dan rijk, maar wordt hij ook nog eens belaagd door een vermeende lookalike en een ontevreden investeerder. Misschien een raar gegeven voor een spannend boek, maar ondertussen is het algemeen geweten dat Bavo Dhooge de Vlaamse papieren Quentin Tarantino is, die geen enkel absurd gegeven uit de weg gaat.

Scrabble man is een tweeslachtig boek geworden, waarvan de breuk zich ongeveer net in de helft van het verhaal voordoet. In het begin ligt de focus zo goed als volledig op Clint Wilson, een man die uit bed gestapt is met het waanidee dat hij sprekend op het hoofdpersonage lijkt, en zijn diensten als stand-in gaat aanbieden bij Benny. Dit gegeven overschrijdt de grenzen van de geloofwaardigheid, zeker omdat iedereen meteen een andere acteur in de arme man herkent. De auteur lijkt even te hervallen in het euvel van Sioux Blues, zijn vorige boek: het uitmelken van een te compact thema tot de proporties van een volledige roman. Maar ver voorbij het punt waarop lezers al lang berusten in – en sommigen wellicht al afhaken door - het feit dat Bavo Dhooge deze keer wel echt de bal mis geslagen heeft, herpakt deze laatste zich door de andere personages, en in het bijzonder de Russische gangster Yuri op de voorgrond te laten treden. Vanaf dat moment krijgt het verhaal een nieuw elan en wat volgt behoort tot het beste wat er ooit uit de pen van deze Gentse auteur gevloeid kwam. Op slag wordt deze deurenkomedie een hoorn des overvloeds van geslaagd absurdisme gecombineerd met totaal onverwachte wendingen Hij slaagt er zelfs bijna in de volhardende lezer het lamentabele begin te laten vergeten, wat echt als een huzarenstukje mag beschouwd worden.

Het is algemeen geweten dat humor in de literatuur en met name humor in combinatie met spanning een zeer moeilijke – indien niet de moeilijkste – tak van het schrijven is. En nadat Toni Coppers het roer omgooide blijft Bavo Dhooge zich als enige Vlaamse auteur vastbijten in het genre. En met succes, ondanks de dip die Scrabble man vertoont. Een score van vier voor de eerste helft en het maximum voor de tweede komt op een gemiddelde van zeven voor het totaal.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


21:01 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: dhooge_bavo, nederlandstalig, belgië, 7 gijzeling, humor |  Facebook |

26-03-11

HOLSTERS Bart - Blokje om, hoekje om

 

hbboho.jpg

De openingszin:
Het belastingsgebouw aan de Rijnkaai maakte een onheilspellende indruk in de mistige regen.

De korte inhoud

Op een mistige dag wordt op een druilerige kade het ontzielde lichaam van een zestigjarige man in joggingpak aangetroffen. Hartaanval luidt de diagnose.
De dode jogger blijkt de kruimeldief Vandoren te zijn, die nooit had kunnen verwachten dat zijn sportieve blokje om zo eindigen in een definitief hoekje om.
Als er bij de plaatselijke politie een tip binnenkomt dat de kleine crimineel betrokken zou zijn bij de groots opgezette schilderijendiefstal van enkele dagen geleden, krijgt een jonge, ambitieuze, maar helaas werkloze winkeldetective opdracht onopvallend de zaak te onderzoeken.


Het volledige rapport
Van De Vlaamse auteur Bart Holsters begon zijn literaire loopbaan als vertaler van pulp en werd later thrillerrecensent bij de krant De Morgen. In de jaren tachtig van vorige eeuw publiceerde hij vier spannende boeken.

Blokje om, hoekje om was zijn debuut en staat voor eeuwig en altijd geboekstaafd als het eerste boek ooit bekroond met een prijs voor spannende boeken voor het Nederlandse taalgebied, want uitgeverij A.W. Bruna & zoon bekroonde dit ingezonden verhaal met de eenmalig uitgereikte Havanktrofee die naast een geldprijs ook bestond uit de publicatie van het boek.

De vondst van de tijdens het joggen aan een hartaanval bezweken kruimeldief Vandoren zet narcotica-agent Verheyden aan om de weinig succesvolle detective Jean-Pierre Willems te tippen. Vandoren zou betrokken zijn bij een miljoenenroof in het naburige Schilde. Als een pitbull bijt de detective zich vast in het spoor.

Het verhaal wordt verteld vanuit de eerste persoon en speelt zich af in Antwerpen, de thuisstad van de auteur. Het redelijk goede plot wordt compact uitgewerkt en royaal gelardeerd met humor.

Een kennis beweert dat Pieter Aspe zijn mosterd uit deze boeken haalde. En er zijn wel een aantal gelijkenissen te bespeuren: de auteur houdt vast aan één enkel drankje – koffie in dit geval en de obligate Latijnse spreuk is ook terug te vinden. Maar mij lijkt het veel meer een voorloper van Bavo Dhooges eerste seriepersonage Patrick Somers, want naast een grote portie niet altijd even sterke humor; een geboren verliezer in de hoofdrol en een verhaal dat zich afspeelt onder de kerktoren van een Vlaamse stad roept heeft Blokje om, hoekje om dezelfde gevoelens en sfeer op als Patjes avonturen: geestige ontspanning zonder kapsones. Liefhebbers van deze oudere S-boeken mogen dan zich dan ook zonder twijfel wagen aan het werk van Bart Holsters.

Een leuk tussendoortje maar ook niets meer.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


17-03-11

VERMEIREN Koen - De blik


vkdb.jpg

De openingszin:
Precies op het ogenblik dat het Speciaal Interventie Eskadron, de vroegere Brigade Diane, onder leiding van commandant Mark Van Den Eede arriveerde bij het statige herenhuis op de hoek van de Pachécolaan  en de Kruidtuinlaan, klonk het eerste schot.

De korte inhoud
Een gijzelingsactie waarbij het SIE (Speciaal Interventie Eskadron) wordt ingeschakeld, kent een dramatische afloop. Commandant Marc Van Den Eede voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor de dood van twee slachtoffers en dient zijn ontslag in. Hij gaat aan de slag bij een lokale politiezone, waar hij echter moeilijk zijn draai kan vinden.
Wanneer hem de mogelijkheid wordt geboden om het pas opgerichte FAST (Fugitive Active Search Team) te gaan leiden, grijpt hij die kans met beide handen. Niet uit ambitie, maar omdat hij daarin een mogelijk ziet om de voortvluchtige gijzelnemers, de die dood van een van zijn mannen en van een kind op hun geweten hebben, achter de tralies te doen belanden. Niet iedereen binnen het politiekorps en bij de magistratuur is opgezet met de nieuwe eenheid, die het moet stellen met weinig manschappen en heel beperkte middelen. Het FAST zal zijn bestaansrecht dan ook moeten bewijzen. De drijfveer van commissaris Marc Van Den Eede en hoofdinspecteur Wim Elias wordt al vlug die van het hele team: ervoor zorgen dat criminelen hun straf niet ontlopen.


Het volledige rapport
Eindelijk nog eens een spannend boek dat er ook uitziet als een thriller, want de coverfoto is niet alleen mysterieus, maar roept teven meteen angst op, door de blik die eenieder die het boek oppakt kippenvel bezorgt. Associaties met Stephen Kings De shining borrelen spontaan op. Dat het verhaal ook nog De blik als titel meekreeg is mooi meegenomen.

Achter dit voorblad gaat een rasechte politieroman schuil, die best wel eens de basis zou kunnen vormen van een serie: nadat commissaris Mark Van Den Eede tijdens een actie van het Speciale Interventie Eskadron een van zijn ondergeschikten verliest, verruilt hij de actie voor een kantoorjob bij de lokale politie van Meise. Maar hij mist de actie en de verantwoordelijkheden die zijn vroegere functie met zich meebracht en kan de blik van zijn gesneuvelde collega maar niet van zich afzetten. Als hem onverwacht de kans geboden wordt om FAST, een nieuw team dat enkel voorvluchtige veroordeelde gangsters moet opsporen, op poten te zetten, neemt hij die kans met beide handen aan en begint hij weer te leven. De adrenaline stroomt weer, want het voorbestaan van het Fugitive Active Search Team hangt volledig af van de successen die het team boekt.

Hoewel dit het spannend debuut is van Koen Vermeiren, leeft deze Vlaamse dokter in de Letteren en Wijsbegeerte al jaren van zijn pen. Zijn bibliografie omvat romans, non-fictie en toneelstukken. Daarnaast schrijft hij al twee decennia mee aan scenario’s voor film en televisie en componeert en speelt hij klassieke en wereldmuziek.

Die jarenlange ervaring heeft geresulteerd in een boekwerk dat vanaf de eerste bladzijde staat als een huis. De auteur hanteert een zeer aangename vertelstijl die hij doorspekt met levensechte conversaties die enorm dicht aanleunen tegen de spreektaal, waardoor de Vlaamse lezer zich makkelijk kan vereenzelvigen met de personages, die eveneens geloofwaardig uitgetekend werden. Zo werd een prachtige en ontwapenende bijrol toebedeeld aan Stijn, de vijftienjarige autistische zoon van het hoofdpersonage. Eveneens toont Koen Vermeiren zich een goed observator wat soms wel resulteert in te lange beschrijvingen van de gebruikte locaties.

De plot werd vakkundig gecomponeerd en gedegen uitgewerkt, wat van De blik een verademende degelijk rasechte policier maakt, dat totaal niet aanvoelt als een spannend debuut, maar de maturiteit uitstraalt van een door de wol geverfde compositie waarin alles draait rond wraak en recht.

En het meest verrassend is misschien wel het nawoord, waaruit blijkt dat FAST al meer dan tien jaar actief is in België en zich daarmee wellicht de meest onbekende tak van de politie mag noemen.

Koen Vermeiren mag zijn uitstap – of wordt het een omscholing – naar de wereld van het spannende boek een geslaagd experiment noemen: omslag, titel en inhoud vormen een mooi geheel, waardoor De blik zich meteen van een plaatsje verzekert tussen de betere politieromans die het Nederlands taalgebied rijk is.


Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


21:11 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: vermeiren_koen, nederlandstalig, belgië, 7, policier |  Facebook |

17-02-11

GEERAERTS Jef - Zand

 

gjz.jpg

De openingszin:
Uit de intercom ergens in het plafond kwam het duidelijk gearticuleerde gefluister van een vrouwenstem, die ‘Drie is wakker, dokter,’ zei, gevolgd door een klik.

De korte inhoud

Op 10 mei 1988 wordt de secretaresse van een bekende Antwerpse tandarts in de consultatiekamer gewurgd aangetroffen. De kast met medische dossiers werd doorzocht en enkele röntgenfoto’s ontbreken. Vincke en Verstuyft volgen aanvankelijk een vals spoor. Dankzij een tip uit Texas gaat het onderzoek een andere richting uit en vertrekken ze met rogatoire opdracht naar de Verenigde Staten. Daar komt het speurdersduo in het vaarwater van gewetenloze makelars in onroerende goederen, beleggingsadviseurs en ‘landdevelopers’.



Het volledige rapport
De in 1930 te Antwerpen geboren en getogen Jef Geeraerts begon zijn loopbaan als assistent gewestbeheerder in de toenmalige Belgische kolonie Kongo. Na de onafhankelijkheid in 1960 keerde hij terug naar zijn thuisland en ondervond grote moeilijkheden om de cultuurschok verwerken.

Om de moeilijkheden te verwerken die hij ondervond om zich aan te passen aan het jachtige leven, begon hij aan een literaire carrière, waarvan Gangreen 1: Black venus, mede door de controverse die het veroorzaakte, zijn bekendste werk is. Met Kodiak .58, dat in 1979 verscheen, verlegde hij het zwaartepunt in zijn werk van het literaire naar het spannende boek. En met De zaak Alzheimer, dat bekroond werd met de Gouden Strop, introduceerde hij de rechercheurs Vincke en Verstuyft. Zand is het vierde boek in deze negendelige serie.

Hierin vormt de moord op een tandartsassistente de aanleiding tot een verhaal over verzekeringsfraude en oplichting, die de twee hoofdfiguren zelfs tot in Texas en Florida brengt. En richt de auteur zijn kritische blik voor de verandering eens niet op de Belgische politiek en politie, maar bevindt de Amerikaanse maatschappij het zich in het oog van de storm.

Tweeëntwintig jaar nadat het boek voor het eerst op de markt kwam, voelt het nog altijd niet oubollig aan. In tegendeel zelfs: het verhaal doet nog steeds eigentijds aan - waarmee de warde van Jef Geeraerts voor het Vlaamse spannende boek meteen bewezen is – en staat compositorisch nog altijd als een huis. Het begint met een op het eerste zicht zinloze moord waardoor het onderzoek al vast komt te zitten voor het goed en wel begonnen is en neemt een onverwachte wending als quasi bij toeval een link gevonden wordt met een mogelijke verdachte, zodat de jacht eindelijk kan beginnen. En dat alles wordt nog eens overgoten met een laagje scherpe maatschappijkritiek. Kortom zelfs heden ten dage, komen vele misdaadromans amper tot aan de enkels van Jef Geeraerts’ politieverhalen, die dankzij de recente verfilmingen van De Zaak Alzheimer en Dossier K. ook nog bij de nieuwe generatie lezers gekend zijn.

Alleen al de hoofdpersonages maken het de reeks al de moeite waard: het contrast tussen de gedistingeerde levensgenieter Eric Vincke en de macho man van de straat Freddie Verstuyft kan bijna niet groter zijn, maar ze vullen elkaar perfect aan. Deze keer worden ze bijgestaan door twee Amerikanen die aan de lopende band oneliners spuien: de Texaanse te laat geboren cowboy Richard Cobb en de godvrezende rechercheur Theodore Stover.

Zand is een aangename degelijke geconstrueerde politieroman die het zandmannetje met zekerheid op afstand houdt en een mooi voorbeeld is van het spannende werk van Jef Geeraerts.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


23-01-11

DHOOGE Bavo - Showtime


dbs4.jpg


De eerste alinea:
De Gentse Feesten waren begonnen. Ik woon in Gent en ik ben een feestbeest, maar dit feest was niet voor mij. Ik had nog minder zin om te feesten dan een garnaal in een tomate crevette. Mijn leven op zich was al één groot feest, zo hield ik mij voor. Meer bepaald een galadiner waarop iedereen was uitgenodigd, maar waar de tafels leeg bleven en de band vals speelde. Je hoefde geen smoking te dragen, gewoon geen bloed op je kin was al voldoende. Een cadeau hoefde ook niet, als je maar geen kopstoten of knoterperen meebracht. Voor mijn part mochten die hele Gentse Feesten door een tsunami weggespoeld worden; dat zou pas een feest geweest zijn.

De korte inhoud

Gentse Feesten. Veel zin heeft privédetective Pat Somers niet om zich in het feestgedruis en het eeuwigdurende nachtleven te storten. Toch heeft hij een zware kater. In het Jim Rose Circus werd na een voorstelling een afgehakte mannenhand gevonden. Een uit de hand gelopen act met kettingzagen? Maar wat doet de badge van Somers dan vlak bij de hand? En waar is de rest van het lijk naartoe?
De Gentse speurneus heeft twee dagen om zich in de lugubere freakshow te verdiepen en zijn eigen hachje te redden. Alle spots zijn op hem gericht. Spektakel verzekerd met Somers in de ban van de mysterieuze ogen van een sexy zigeunerin. Volgt er ook applaus aan het einde van deze act?.


Het volledige rapport
Voordat de Gentse professionele auteur Bavo Dhooge erkenning kreeg voor zijn werk bij wijze van maximumscores in de Vrij Nederland Detective- en Thrillergids en de bekroning van Stiletto Libretto met de Diamanten kogel had hij bij uitgeverij Davidsfonds als een reeks achter de kiezen met de detective Patrick ‘Pat’ Somers als hoofdpersonage.

In Showtime, het laatste deel van die serie worden er tijdens de Genste feesten op verschillende locaties lichaamsdelen gevonden telkens vergezeld van een spoor dat rechtstreeks naar Pat Somers lijkt te wijzen. De detective krijgt achtenveertig uur om het mysterie op te lossen en zijn onschuld onomstotelijk te bewijzen.

Het verhaal dat in de eerste persoon enkelvoud verteld wordt vanuit het perspectief van het hoofdpersonage brengt de lezer langs enkele van de markantste attracties die deelnamen aan het jaarlijkse tiendaagse volksfeest van Gent, editie 2005.

Meer dan op de speurtocht naar de dader staat in dit boek humor centraal. Het was al een belangrijk ingrediënt van de serie, maar Showtime wordt overvol gestouwd met oneliners en flauwe grapjes, waardoor de lezer er niet alleen een indigestie aan overhoudt, maar waardoor vooral het hoofdpersonage van zijn voetstuk dondert en verwordt tot de flauwe plezante nonkel, waarvan er in elke familie wel een exemplaar aanwezig is.

Door het verstoorde evenwicht tussen humor en spanning haalt Showtime niet het niveau van de voorgaande verhalen uit de reeks waardoor de serie eindigt in mineur, wat toch wel jammer is. Showtime is het boek teveel, zo blijkt. Het is natuurlijk ook best mogelijk dat ondergetekende de formule ontgroeid is in de vier jaar die voorbij gingen sinds Star door zijn handen ging.

Het definitieve verdict: 4/10
EOB.JPG

30-12-10

CAVE Marc - De optiekoning

cmdo.jpg


De eerste alinea
‘Waar hangt die Braziliaan uit?’

De korte inhoud

Ruud Nooteboom, die als vermogensbeheerder een zware tijd achter de rug heeft, en zijn echtgenote Moniek kijken ernaar uit om tijdens de kerstperiode het druilerige Amsterdam enkele weken te verruilen voor de zinderende zon van Brazilië. Om de twee jaar brengen ze een bezoek aan Monieks zus Anja en haar echtgenoot Jeff da Conceiçao die in Sao Paulo wonen.
De sfeer is bedrukt als Ruud en Moniek in de riante villa van het gezin aankomen. Vreemd, want Jeff is CEO van de grootste autofabriek in Brazilië, zijn inkomen is gigantisch en Anja en de kinderen genieten met volle teugen van hun luxeleventje. Jeff is echter ook een notoire gokker en ditmaal is hij in Las Vegas te ver gegaan. Hij heeft zijn gezin en zichzelf aan de rand van de afgrond gebracht en is daardoor een speelbal geworden van de maffia die de gokpaleizen via ingewikkelde netwerken controleert. Zijn enorme speelschuld kan hij alleen maar delgen dankzij een ingenieuze handel met voorkennis van opties en aandelen. Zijn slimme schoonbroer zal voor en met de maffia een constructie uitwerken waar iedereen, ook hijzelf, beter van moet worden.
Wanneer Ruud iets te gretig wordt en ook nog een verhouding begint met het financiële brein van de maffiaorganisatie van Don Pieri, heeft hij zelf de touwtjes niet meer in handen.



Het volledige rapport
Marc Cave houdt zich niet alleen op professionele basis op in financiële kringen, maar ook in zijn boeken neemt de wereld van banken en aandelenmarkten een prominente plaats in. Zo probeert vermogensbeheerder Ruud Nooteboom in De optiekoning, door handig gebruik te maken van putopties en handel met voorkennis, de dochter van zijn zus uit de handen van de Amerikaanse gokmaffia te houden, door de immens grote uitstaande schuld van haar aan het pokerspel verslaafde vader te vereffenen.

Het gevaar bestaat dat deze materie door de potentiële lezer (te) saai zal bevonden worden, maar de auteur toont zich een begenadigd schrijver en slaagt er schijnbaar zonder moeite in een pakkend verhaal te construeren. Niet alleen beperkt hij de noodzakelijke heorie tot het absolute minimum: om het financiële deel van het verhaal te kunnen volgen is het voldoende te onthouden dat putopties winst opleveren als een aandeel zakt. Maar ook de vlotte pen waarmee het werk op papier gezet werd en de afwisseling tussen de persoonlijke problemen van de protagonisten en voldoende plotwendingen dragen in aanzienlijke mate bij tot het leesplezier.

De personages komen moeiteloos tot leven en slechts bij uitzondering hoeft de lezer de wenkbrauwen te fronsen als een plotwending flirt met de grenzen van de geloofwaardigheid met als kers op de taart een atypisch, maar zeer realistische epiloog die perfect in het plaatje past.

Het blijft een mysterie dat Marc Cave nog niet ontdekt is door het grote publiek, want zijn swingende misdaadverhalen blijven mij telkens positief verrassen. Nu de rest van Vlaanderen nog...

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG