04-05-12

EGELAND Tom - Het einde van de cirkel

 

ethevdc.jpg

De eerste zin:
Laat die middag toen Grethe doodging, begon het te regenen.

De korte inhoud
In een eeuwenoud Noors klooster wordt een sensationele archeologische vondst gedaan – een relikwiekistje waarvan de inhoud de wereldgeschiedenis zou kunnen veranderen. Een geheime orde probeert het kistje in handen te krijgen. Daarom wil de archeoloog Bjorn Belto weten wat er zo bijzonder aan de vondst is. In wetenschappelijke kringen gat men ervan uit dat er zich vroegchristelijke documenten in bevinden en mogelijk zelfs het Q-evangelie, met citaten van Jezus, dat de bron is van de latere evangelies van Matteüs en Lucas. Beltos zoektocht brengt hem via Londen naar het Midden-Oosten. En vandaar voor de apotheose naar een kruisvaarderskasteel in het Franse dorpje Rennes-le-Château.



Het volledige rapport
De Noor Tom Egeland werd drieënvijftig jaar geleden geboren in Oslo, waar hij nu nog altijd woont met vrouw en kinderen. Na een carrière in de journalistiek, gaat hij sinds 2006 als voltijds auteur door het leven.

Hij debuteerde op het eind van de jaren tachtig met een horrorroman, maar al snel schakelde hij over op spannende boeken. Het einde van de cirkel verscheen in 2001, maar de vertalingen kwamen er pas, in het spoor van het succes van David Browns De Da Vinci code, dat in 2003 verscheen. De Nederlandse vertaling van Egelands werk stamt uit 2005. De auteur zelf weet als de beste dat hij zijn internationale succes te danken heeft aan zijn Amerikaanse collega. Hij beseft die schatplichtigheid zo goed dat hij er zelfs een groot deel van zijn zeventien pagina’s tellende nawoord aan besteedt.

Het einde van de cirkel is het eerste boek met de albino archeoloog Bjorn Belto in de hoofdrol. Tijdens een archeologische opgraving, waar Bjorn als opzichter in naam van de Noorse staat het goede verloop moet waarborgen, wordt een spectaculaire vondst gedaan. Als de Britse archeoloog die de opgraving leidt na die vondst zowat alle ter zake doende regels en werkwijzen aan zijn laars lapt en de vondst meteen meeneemt, besluit Bjorn het zaakje tot op de bodem uit te zoeken. Groot is zijn verbazing als blijkt dat hij de enige is die aanstoot neemt aan het vreemde gedrag van de alom gerespecteerde Graham Llyleworth. Maar als een pitbull bijt hij zich vast in de zaak waarin niet alleen niets is wat het lijkt maar die ook raakpunten heeft met de dood van zijn vader, decennia geleden.

In de eerder vernoemde epiloog maakt Tom Egeland het de recensent trouwens gemakkelijk door zijn boek te typeren als een niet al te enerverend boek over een raadsel en het te omschrijven als een misdaadroman zonder misdaad. En daarmee is zowat alles gezegd.
Het verhaal, dat verteld wordt in een ik-vorm, vangt nogal verwarrend aan, doordat de auteur slecht enkele stukjes uit het verleden aanreikt, afgewisseld met eentje uit de toekomst., terwijl de verbanden tussen al deze brokjes informatie slechts met mondjesmaat vrijgegeven worden. Eenmaal het verhaal op kruissnelheid gekomen is, blijkt dat het bijlange na niet spannend genoeg is om de lezer nieuwsgierig op het puntje van zijn stoel te krijgen. Achteraf beschouwd had het allemaal wat korter gekund, want een inleiding van zowat tweehonderdvijftig bladzijden is lang, zelfs naar Scandinavische maatstaven. Daarna volgt een spervuur van theorieën waarvan sommige zo absurd zijn dat ze de geloofwaardigheid van de andere – en bij uitbreiding van het hele boek - in vraag stellen.

Nog nooit was en boek zo dichtbevolkt met archeologen, die allemaal volgens het cliché van de reli-thriller op zoek zijn naar het geheimzinnige manuscript Q, dat de fundamenten van het Christendom zou kunnen onderuithalen indien het in de verkeerde handen valt. Tom Egeland bedacht deze plot misschien wel als eerste; ondertussen is de herkenbaarheid zo groot dat het “Oh nee, hier gaan we weer”-gevoel instantiné komt opzetten.

Tussendoor blijft het wel genieten van Egelands superieure subtiele humor waarmee hij het verhaal doorspekt en staan we sprakeloos over de doeltreffende typeringen waarmee hij de Noorse nuchterheid laat duelleren met het Brits flegma en superioriteitsgevoel. Maar dit kan het boek natuurlijk niet redden.

Na beide boeken gelezen te hebben, is het niet verbazend dat Dan Brown de kans kreeg om de wereld aan het lezen te zetten. En waarom Het einde van de cirkel daar twee jaar eerder niet in slaagde: de wereld zat – en zit nog altijd - niet te wachten op niet al te enerverend boek over een raadsel.

Het definitieve verdict:
5/10

EOB.JPG


13-08-11

AUBERT Brigitte - Het krijsen van de bossen.

 

abhkvdb.jpg

 

De eerste zin:
Het regent.

De korte inhoud
Als gevolg van een terroristische aanslag is de zesendertigjarige Elise volledig verlamd geraakt, blind en stom. Enige vorm van communicatie is mogelijke doordat Elise haar wijsvinger kan bewegen. Op een dag vertelt een wildvreemd meisje haar hoe in de bossen aan de rand van de nieuwbouwwijk onlangs een jongetje is vermoord door een geheimzinnige persoon, die in de afgelopen jaren al meer kinderen heeft vermoord. Elise raakt in de ban van het meisje, dat Virginie heet, en raakt steeds meer overtuigd van de waarheid van haar verhaal.
Wanneer de politie een onderzoek instelt naar de seriemoordenaar en ook bij Elise aanklopt, begint iemand haar op sadistische wijze lastig te vallen.


Het volledige rapport
Brigitte Aubert werd vijfenvijftig jaar geleden geboren in Cannes, het Zuid-Franse centrum van de film, waar haar ouders een bioscoop uitbaatten. Na haar studies arbeidsrecht, gaat ze werken voor UGC, een van de grootste firma’s in de Europese wereld van het witte doek.

Vanaf het begin van de jaren negentig van vorige eeuw waagt ze zich aan het schrijven. Momenteel legt ze zich vooral toe op politieromans waarvan er drie naar het Nederlands vertaald werden en, samen met Gisèle Cavali, jeugdboeken.
In 1997 won ze met Het krijsen van de bossen de Grand prix de litérature policière oftewel de prijs voor de beste politieroman van Franse origine.

Hierin maakt de lezer kennis met Elise Andrioli die een bioscoop uitbaatte in een fictief dorpje niet ver van Parijs tot het moment dat een autobom haar blind, stom en op haar wijsvinger na, lam maakte. Op een dag vertrouwt Virginie, een jong meisje uit dezelfde wijk, haar toe dat ze getuige was van de moord op een jongetje in de bossen aan de rand van het dorp. En dat het niet de eerste keer was dat deze moordenaar toesloeg. Vanaf het moment dat Elise betrokken raakt bij het politieonderzoek, komt ze ook in het vizier van de moordenaar. En zij is niet in de mogelijkheid zich op welke manier dan ook te verweren…

Het krijsen van de bossen is het eerste deel van een tweeluik met hetzelfde hoofdpersonage. Vier jaar na het verschijnen van dit boek, keerde Elise Andrioli terug in De stilte van de sneeuw.

Brigitte Aubert steekt perfect van wal: met een sterk en intrigerend begin verzekert ze zich meteen van de volle aandacht van de lezer. Later zakt het wat in, wat blijkbaar typisch is voor boeken met hoofdpersonages die op de een of andere manier beperkt zijn, want hetzelfde fenomeen stak ook de kop op bij S.J. Watsons Voor ik ga slapen met een hoofdfiguur van wie het geheugen niet behoorlijk functioneert.

Al snel ontaart het boek zich in een deurenroman, waarbij zowat alle randpersonages meermaals hun zielenroerselen toevertrouwen aan de levende pop die Elise is. Maar door het verhaal in de eerste persoon enkelvoud te vertellen geeft de auteur de lezer toegang tot de gedachtegangen van de protagoniste. Een denkwereld van een pientere vrouw die doorspekt is met humor en zelfspot. Een mooie kunstgreep om de mindere passages merkbaar aangenamer te overbruggen die resulteert in het feit dat de lezer zich al snel vereenzelvigt met Elise Andrioli.

Maar Het krijsen van de bossen blijft in eerste instantie een spannend boek over de zoektocht naar een seriemoordenaar en dat vertrekt van uit een mooi opgebouwde plot en langzaam maar zeker, meer dan onderhoudend, toewerkt naar een grote finale. Het enige puntje van kritiek is dat het weinig aannemelijk is dat het huis van een alleenstaand iemand die bijna een jaar geleden overleed nog steeds niet verkocht werd en nog altijd hetzelfde is ingericht, maar dit is slechts een detail.

Met Het krijsen van de bossen leverde Brigitte Aubert een meer dan behoorlijke policier af, die zich misschien toch wel een tikkeltje meer richt tot de vrouwelijke liefhebber van het spannende boek, maar waarmee de mannelijke thrillerlezer ook zonder probleem aan de slag kan.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


23-07-11

ZUSAK Markus - De boekendief

 

zmdb_tn.jpg

 

De eerste zin:
Eerst de kleuren.

De korte inhoud
Het jaar is 1939. Nazi-Duitsland. Het leven van Liesel Meminger verandert op slag als ze bij het graf van haar broer een voorwerp vindt dat gedeeltelijk onder de sneeuw ligt. Het is Het doodgravershandboek, dat daar per ongeluk lijkt achtergelaten.

Liesel leert lezen van haar pleegvader en begint een passie te ontwikkelen voor boeken en taal. Al spoedig steelt ze boeken uit de boekverbrandingen van de nazi’s, uit de bibliotheek van de vrouw van de burgemeester, waar er ook maar boeken te vinden zijn. Maar het zijn gevaarlijke tijden. Als het pleeggezin van Liesel een jood in de kelder verbergt, gaat er een wereld voor Liesel open, maar ook dicht…


Het volledige rapport
De in 1975 geboren Australiër Markus Zusak is de zoon van een Duitse moeder en een Oostenrijkse vader. Hij groeide op met de schokkende verhalen van het Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, die zijn ouders vertelden: bombardementen, Jodenvervolging, ontberingen, enz…

Deze verhalen vormen de basis van De boekendief, zijn zesde boek dat al in 2006 verscheen. Hierin vertelt de dood het verhaal van Liesel Meminger, een tienjarig meisje, dat onderweg naar haar pleegouders haar broertje verliest. Ze komt in de eerste oorlogsjaren terecht bij de familie Hubermann, in de buurt van Munchen, waar ze naast een stuurse pleegmoeder ook een zeer aangename pleegvader vindt die haar naast, het plezier van het leven, ook de liefde voor taal en boeken bijbrengt. Maar omdat er geen geld is om boeken te kopen verwordt Liesel Meminger bij elke kans die zich voordoet tot een boekendief.

Al vanaf de eerste bladzijden wordt duidelijk dat De boekendief geen boek is zoals er dertien in een dozijn zitten. Met een vormgeving die erg aan de kinderboeken rond Geronimo Stilton doet denken en een lichtvoetig en speels taalgebruik dat doordrongen is met ironie, leunt dit werk dat bol staat van mooi woordgebruik dichter aan bij de jeugdliteratuur, die men tegenwoordig ook wel omschrijft met de term young adult dan bij het leesvoer voor volwassenen. En hoewel het boek de volle vijf sterren wegkaapte op Crimezone.nl, is het al helemaal geen spannend werk. Een gevoel dat volledig bevestigd wordt door de NUR-codes 302 en 284, oftewel vertaalde literaire fictie voor jongeren tussen dertien en vijftien jaar. Maar het verhaal is gelaagd genoeg om er als volwassene te kunnen van genieten.

Opgetekend in de eerste persoon enkelvoud, met als verteller de dood is het zeker een atypisch boek. Vooral omdat Pietje de dood blijk geeft een zalig gevoel voor humor te bezitten. Maar de kracht van het verhaal schuilt in het feit dat Markus Zusak het geheel zeer compact houdt en zich concentreert op de kleine wereld van en rond het hoofdpersonage, waardoor de momenten van geluk fel afsteken tegen de achtergrond van een donkere periode in de Duitse geschiedenis. En dat de Liesels gevoelens van pijn en verdriet voorrang krijgen op het leed van de oorlog die toch altijd op de achtergrond aanwezig is.

Als je enkel van spanning houdt laat je De boekendief beter links liggen. Maar als je open staat voor meer dan misdaadboeken alleen moet je niet twijfelen om deze prachtige (jeugd)roman ter hand te nemen.

Het definitieve verdict:Als spannend boek:4/10
Als (jeugd)roman:8/10

EOB.JPG


21-07-11

PIERREUX Jos - De dode die met z'n tweeën was

 

pjdddmztw.jpg

 

De eerste zin:
‘Hij wil dat ik kousen zonder kruis draag, onder een verpleegstersuniform.’

De korte inhoud
Het is voorjaar. Terwijl iedereen fantaseert over een niet-opgeëiste lottowinst geniet het Knokse politiekorps van de laatste vredige weken voor de toeristeninvasie. Helemaal rustig is het echter nooit, zelfs niet in dit chique badstadje. Er is de onrustwekkende verdwijning van een kampeerster, vandalisme op het kerkhof en een bizarre inbraakgolf. Als een baron en zijn chauffeur worden vermoord, krijgt inspecteur Luk Borré opdracht de zaak te onderzoeken. In een decor van klasserestaurants, dure winkels en het grote geld ontwikkelen zich vreemde intriges.


Het volledige rapport
Jos Pierreux, een handelaar in bouwmaterialen uit het Pajottenland is ondertussen al een gevestigde naam in het Vlaamse wereldje van misdaadauteurs. Zijn reeks met Luk Borré, de niet altijd even sympathieke speurder, die zich situeert in Knokke, de mondainste badplaats van de Belgische kust waar de auteur eveneens geregeld verblijft, telt al acht boeken waarvan Een paar gevallen van moord het recentste was.

Maar het begon allemaal in 2004 met De dode die met z’n tweeën was, waarin Luk Borré en zijn collega’s niet minder dan vier onderzoeken voor de kiezen geschoven krijgen: Naast een aantal welgestelde gasten die hun tweede verblijf, volledig leeggehaald terugvinden, werd er ook een aantal graven beschadigd op het kerkhof en ten slotte is er een verdachte verdwijning op de plaatselijke camping. Maar als het levenloze lichaam van een baron en persoonlijke vriend van de commissaris wordt gevonden, wordt al de rest bijzaak. Behalve dan het gissen naar de gelukkige winnaar van een grote lottotrekking, die maar niet opdaagt.

Jos Pierreux heeft een mooi plot gecomponeerd, maar de uitwerking ervan wordt omringd door veel te veel smalltalk, waardoor de spanningsboog niet verder komt dan een sinusoïde. Maar de auteur is een innemend verteller en als de overdadig aanwezige hoeveelheid seksistische praat tot een minimum beperkt zou worden, zou ik zeker aan zijn lippen hangen. Momenteel blijft de niveau echter steken ter hoogte van de toog in de eerste de beste bruine kroeg. Maar zijn vlotte babbel en manier van schrijven geven blijk van genoeg potentieel om een degelijk spannend verhaal verteld te krijgen.

Het gros van zijn personages blijft steken in of het karikaturale of het cliché: zo is onder andere de incompetente korpscommandant ook hier van de partij. Wel zet de auteur met glans een geslaagde versie op papier van Graaf Lippens, die uitblinkt in volkswijsheden en een zeer nuchtere kijk op de wereld te toon spreidt.

Met De Dode die met z’n tweeën was treedt Jos Pierreux in de voetsporen van de boeken van Stan Lauryssens, maar dan als een meer geciviliseerde en bravere versie, wat resulteert in enkele uren pretentieloos leesplezier.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG

18-07-11

ADLER-OLSEN Jussi - De noodkreet in de fles

 

aojdnidf.jpg

 

De eerste zin:
Het was de derde ochtend, en de geur van teer en zeewier was in hun kleren gaan zitten.

De korte inhoud

Afdeling Q werkt aan de oplossing van een reeks myserieuze branden, maar krijgt dan de melding van Schotse collega’s dat ze een flesje hebben gevonden. Dit bevat een stukjes papier dat met bloed is beschreven en slechts gedeeldelijk te lezen is. Langzaam maar zeker weten brigadier Morck en zijn assistent Assad het bericht te duiden: het is een in 1996 geschreven schreeuw om hulp in verband met de ontvoering en verdwijning van twee jongens. Morck en Assad raken op deze manier betrokken bij een gruwelijke zaak van verdwenen kinderen die door hun ouders nooit als vermist zijn opgegeven.


Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen leverde met Dossier 64 net het vierde deel af in de Serie Q, over de politieafdeling die oude onopgelost zaken een tweede leven geven. Ook zijn in de schaduw van het succes van deze reeks, de twee eerder vertaalde opzichzelf staande boeken Het alfabethuis en De bedrijfsterrorist weer op de markt gebracht. Zo blijft enkel Washington dekretet nog onvertaald naar het Nederlands.

De noodkreet in de fles is na De vrouw in de kooi en De fazantenmoordenaars het derde boek met Carl Morck en zijn team in de hoofdrol. Hierin belandt een roep om hulp in een glazen flacon na vele omzwervingen een op het bureau van Carl. Zijn assistenten raken meteen in de ban van deze met bloed geschreven boodschap en hun enhousiasme sleurt Carl mee in hun jacht op een gruwelijke afperser en moordenaar die al jaren ongestoord zijn gangen kon gaan op het hele Deense grondgebied.

Dat Jussi Adler-Olsen de kunst van het schrijven als geen ander beheerst, bewees hij al met de eerdere delen in deze reeks. Deze keer heeft hij ook nog eens een zeer sterk verhaal bedacht over een misdadiger die gladder lijkt dan een paling, makkelijker van identiteit verandert dan een kameleon van kleur en als geen ander de zwakkes van zijn medemens weet uit te buiten. Een perfecte slechterik dus, die tot ieders verbazing de toets der geloofwaardigheid makkelijk doorstaat, en die in schril contrast staat met de plantrekkende underdog die Carl Morck is.

De enige vraagtekens die bij dit verhaal geplaatst kunnen worden, betreffen de toch wel bizarre verhaalllijn die zich rondom Carls secretaresse Rose ontwikkelt. Maar de impact ervan is bij lange na niet groot genoeg genoeg om noemenswaardige schade toe te brengen aan et geheel.

Na De vrouw in de kooi levert Jussi Adler-Olsen met De noodkreet in de fles een tweede hoogtepunt af in deze reeks, die blijft boeien.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


13-06-11

ADLER-OLSEN Jussi - De fazantenmoordenaars

 

aojdf.jpg

 

De eerste zin:
Er galmde nog een schot boven de boomtoppen..

De korte inhoud

In 1987 worden de verminkte lichamen van een broer en zus gevonden in een zomerhuisje in de buurt van Rorvig. In Noord-Seeland. Uit het politieonderzoek blijkt dat de dader gezocht moet worden binnen een groep van kostschoolleerlingen die uit de rijkste kringen van het land afkomstig zijn. Er is echter niet genoeg bewijs en de zaak verdwijnt in de doofpot, totdat een van de verdachten zichzelf aangeeft. Daarmee lijkt het mysterie opgelost.
Een aantal jaren later belandt het onderzoek op het bureau van brigadier Morck, hoofd van de afdeling ‘onopgeloste zaken’ Q. Hij denkt dat het er per ongeluk is terechtgekomen, maar al snel blijkt dat niet het geval te zijn. Hij realiseert zich dat der iets heel erg fout is gegaan… Samen met zijn assistent Assad begint hij een onderzoek dat hen in aanraking brengt met alle lagen van de maatschappij. Van de armste mensen die op straat leven tot de machtigste mensen van het land..


Het volledige rapport..
De Deen Jussi Adler-Olsen werd eenenzestig jaar geleden geboren. Maar als misdaadauteur is hij een laatbloeier, want hij debuteerde pas in 1997 met Het alfabethuis. Tien jaar later blies hij met overweldigend succes zijn literaire loopbaan weer nieuw leven in met De vrouw in de kooi; het eerste deel van de serie Q, over een Deense politieafdeling die enkel oude onopgelost zaken die veel publieke belangstelling genoten weer van onder het stof haalt.

Het net verschenen Dossier 64 is al het vierde deel in de reeks; De fazantenmoordenaars – het boek waar het hier over gaat – is het tweede deel. En hoewel de protagonisten allen weer van de partij zijn, breekt de auteur al meteen deels met zijn oorspronkelijk opzet, want de in zaak die in dit verhaal behandeld wordt, werd al een veroordeling uitgesproken en veel beroering veroorzaakte ze destijds ook al niet in de media.

Carl Morck, raakt geïntrigeerd door een zaak die uit het niets op zijn bureau lijkt te zijn beland. Vierentwintig jaar geleden werden twee tieners vermoord teruggevonden in het buitenverblijf van hun ouders. De verdenking viel al snel op een groepje leerlingen aan een elitaire kostschool, maar de vermoedens konden niet hard gemaakt worden, tot jaren later, één van de verdachten alsnog bekende en berecht werd. Samen met zijn assistent Assad voert de eigengereide brigadier Morck het onderzoek opnieuw en vermoedt hij dat de veroordeelde man enkel maar als zondebok fungeert; een rol waar deze riant voor betaald werd. Het hernieuwde onderzoek brengt de leden van de afdeling Q zowel bij de rijksten van Denemarken als bij de op straat overlevende drugverslaafden en zwervers.

Ondanks de eerder aangehaalde verschillen blijkt dat De fazantmoordenaars een bijna perfect copietje is van De vrouw in de kooi. Carl Morck is nog altijd alleen maar te motiveren als hij zijn oversten kan in de wielen rijden. En zijn afkeer voor zijn personeel wordt ditmaal gericht op het nieuwste lid van de dienst, de secretaresse Rose Knudsen. Ook verloopt het boek voor vier vijfden aan een rustig tempo, terwijl voor de ontknoping weer wat meer actie uit de mouw geschud werd. Enkel een begenadigd verteller kan hiermee wegkomen en mede door een zeer goed uitgewerkt plot en opvallende personages slaagt Jussi Adler-Olsen hierin.

Vooral de enige vrouw in het elitaire groepje krijgt een indrukwekkende en markante rol toebedeeld, waardoor elkeen die het boek zal lezen geïntrigeerd zal raken door het personage: de combinatie van sadisme, normenvervaging en persoonlijk leed, maken van deze figuur iemand waarbij Lisbeth Salander verbleekt. En om deze vergelijking door te trekken mag gesteld worden dat de liefhebbers van Stieg Larsons Gerechtigheid eveneens veel plezier zullen beleven aan De fazantenmoordenaars.

Ook was het grappig om in een van oorsprong Deens boek de cd’s van Helmut Lotti vermeld te zien. En het bleek geen folietje van de vertaler, die me persoonlijk bevestigde dat ze eveneens in het origineel deel uitmaakten van de muzikale collectie van een van de personages.

Hoewel De fazantenmoordenaars een doorslagje lijkt van het eerste deel in de serie, is het verhaal zelf meer dan sterk en pakkend genoeg om goed bevonden te worden en bevestigt Jussi Adler-Olsen zijn status van Denemarkens beste misdaadauteur van het moment.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


23-05-11

WAGNER Jan Costin - IJsmaan

 

wjci.jpg

 

De eerste zin:
Kimmo Joentaa was alleen met haar toen ze insliep.

De korte inhoud
.
Zij was een prachtige vrouw. Kimmo Joentaa kan het niet vatten, dat woordje ‘was’, maar Sanna, zijn vrouw, is na een slopende ziekte overleden. Als in trance probeert hij door te leven. Hij zit in het Finse Turku op zijn kantoor in het hoofdbureau van politie, wanneer hij bij een misdrijf geroepen wordt. Een vrouw is in haar bed door verstikking om het leven gebracht. Als hij bij de vermoorde vrouw staat, ziet hij meteen Sanna voor zich – ingeslapen en nooit meer ontwaakt.


Het volledige rapport
De Duitse auteur Jan Costin Wagner mag volgend jaar veertig kaarsjes uitblazen. Op zijn dertigste maakte hij met Nachtrit zijn literair debuut maar vanaf zijn derde werk trad hij in 2005 met IJsmaan toe tot de gilde der misdaadauteurs. Het was meteen ook het begin van een reeks die zich afspeelt in Finland, het vaderland van zijn vrouw, waarin de rechercheur Kimmo Joentaa de hoofdrol voor zijn rekening neemt.

IJsmaan begint aan het sterfbed van Kimmo’s vrouw. OM zichzelf af te leiden van de pijn van dat verlies, gaat hij terug aan het werk. Hoewel hij ongefocust is krijgt hij toch de leiding over het onderzoek naar de omstandigheden van een vrouw die verstikt gevonden werd in haar bed: een ongeluk of moord?

Jan Costin Wagners pennenvrucht leest zalig gemakkelijk weg, wat zeer ontspannend werkt. Enkel is het geregeld onduidelijk om uit te maken vanuit welk standpunt de hoofdstukken verteld worden. Verwarring die optreedt door het constante wisselen tussen Kimmo en de man waarop hij jacht maakt, zonder duidelijk onderscheid en de vergetelheid om zijn personages vroeg in het hoofdstuk te benoemen. Als daarbij het overgrote deel van de veelal zeer korte zinnen in het boek ook nog eens beginnen met hetzelfde woord, begint men toch vraagtekens te zetten bij de literaire kwaliteiten van deze Duitse auteur: geregeld stuit men op halve bladzijden waar bij elke regel begint met “Hij”, wat geen mooi zicht is.

Ook probeert Jan Costin Wagner Scandinavischer uit de hoek te komen dan de echte Scandinavische misdaadauteurs: hij vertelt zijn verhaal met een ongekend traagheid waarbij de melancholie alles overheersend is. Tegelijk zijn wordt het politionele onderzoek zo minimalistisch en terloops uitgevoerd, dat een lezer zich gaat afvragen hoe ze in Finland er ooit in slagen een degelijk spoor op te pikken, laat staan een dader op te pakken.

IJsmaan is zeker een leuk boek om je als lezer in te wentelen, maar als politieroman is het niet geloofwaardig en zelfs ondermaats. Daarom scoort dit verhaal zeker hoger als roman dan als spannend boek, waarvan trouwen de correlatie tussen de titel – die bestaat uit een woord dat niet terug te vinden is in de dikke Van Dale - en verhaal mij nog altijd niet duidelijk is na het omslaan van de laatste pagina. Dit maakt het beoordelen van het boek weer zeer moeilijk, en dus zie ik mij genoodzaakt voor het eerst in lange tijd, weer eens een dubbele quotering uit de mouw te schudden.

Het ontspannende verdict: 7/10
Het spannende verdict: 3/10

EOB.JPG


12-05-11

WHITE Michael - De moordkunstenaar

 

wmdm.jpg

 

De eerste zin:
Luidkeels gillend rende ze over straat.

De korte inhoud
.
In al zijn jaren bij de politie is inspecteur Jack Pendragon nog nooit geconfronteerd met zo’n gruwelijke reeks moorden. De lichamen van de slachtoffers zijn op verschrikkelijke wijze verminkt en vervolgens zo gepositioneerd dat ze verwijzen naar werken van beroemde surrealistische schilders.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken, lijkt er een verband te zijn tussen deze moorden en een serie onopgeloste moorden in Londen in 1880 (sic), namelijk die van Jack the ripper. Pendragon is vastbesloten de zaak op te lossen, maar zijn tegenstander is niet alleen gevaarlijk, hij is ook bijzonder intelligent en laat geen sporen achter.
Een bloedstollende race tegen de klok begint…


Het volledige rapport..
De uit Groot-Brittannië afkomstige auteur Michael White week uit naar Australië waar hij zich vestigde in Sydney. Na in de eerste helft van de jaren tachtig een tijdje in de muziekwereld vertoefd te hebben, doceerde hij een aantal jaar wetenschappen, om zich daarna volledig op het schrijven toe te leggen. Hij maakte naam en faam als biograaf. Zo zette hij het leven van o.a. Asimov, Machiavelli, Tolkien, Da Vinci, Einstein, Stephen Hawking en Darwin op papier.

Tijdens het schijven van Newtons biografie ontstond al het idee om zich ook eens te wagen aan fictie maar het duur nog bijna een decennium vooraleer hij in 2006 zijn spannend debuut maakte met Equinox. De moordkunstenaar is al het vierde spannende boek dat onder zijn eigen naam verschijnt, - hij schrijft onder het pseudoniem Sam Fisher ook nog verhalen in de reeks E-Force, een moderne versie van Thunderbirds, de BBC poppenserie uit de jaren zestig.

In De moordkunstenaar hernieuwen we onze kennismaking met rechercheur Jack Pendragon uit De Borgia-ring, die een reeks gruwelijke moorden op zijn boterham krijgt, die allen lijken geïnspireerd door wereldberoemde surrealistische schilderijen. Het spreekt voor zich dat deze sadist zo snel mogelijk een halt toegeroepen moet worden, maar hoe begin je eraan als er op de plaatsen delict amper een bruikbaar spoor gevonden wordt…


Michael White pakt de lezer meteen bij het nekvel door uit te pakken met een sterk en fascinerend begin waarin alles moet wijken voor het schokeffect. Gelukkig vergeet de auteur niet verder in het verhaal onder meer zijn personages van een degelijke achtergrond te voorzien, zodat de noodzakelijke diepgang ook bereikt wordt.

De moordkunstenaar is van hoog niveau tot op het moment dat hij met een tweede verhaallijn aanvangt die zich afspeelt in 1888, en waaruit een link moet blijken tussen de moorden van Jack the Ripper en de kunstmoorden die Pendragon onderzoekt. Een link die zo ver gezocht is dat de magie van het verhaal uiteenspat als een zeepbel. Michael White had er veel beter aan gedaan voor de moordkunstenaar enkel de hedendaagse verhaallijn te gebruiken. En zijn visie op de man Jack the Ripper en diens beweegredenen meer uit te werken tot een op zichzelf staand boek, waardoor er veel meer kracht zou van uitgaan dan nu het geval is.

De twee verhaallijnen staan als ying en yang tegenover elkaar, maar in plaats complementair te zijn, neutraliseren ze elkaar, waar door geloofwaardigheid, echtheid spanning en mijn gevoel over het boek elkaar halverwege ontmoeten en het potentieel dat, getuige het sterke begin, in De moordkunstenaar aanwezig is, niet volledig tot ontplooiing komt. Zo ook het feit dat er wel erg veel politie aanwezig is in de Londense wijk Whitechapel, waar de auteur zijn verhaal laat afspelen en dat het oplossen van deze aartsmoeilijke puzzel slechts acht dagen in beslag neemt voor de nodige vraagtekens.

Toch is De moordkunstenaar zeker geen slecht boek. Maar het had veel beter gekund.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


18-04-11

ADLER-OLSEN Jussi - De vrouw in de kooi

 

aojdvidk.jpg

 

De eerste zin:
Ze krabde haar vingertoppen tot bloedens toe open op de gladde wanden en sloeg met haar vuisten tegen de dikke ruiten tot ze haar handen niet meer voelde.

De korte inhoud

Op een prachtige winterdag verdwijnt de jonge linkse politica Merete Lynggaard zonder een spoor achter te laten. De media duiken op het verhaal en suggereren van alles: van moord en zelfmoord tot een geplande vrijwillige verdwijning. De politie wordt gesommeerd de vermissing grootscheeps te onderzoeken, maar Merete is van de aardbodem verdwenen.
Brigadier Carl Morck, hoofd van de afdeling ‘onopgeloste zaken’ Q, forceert na enkele jaren een grote doorbraak in het onderzoek. Samen met zijn assistent Assad is hij een roekeloze crimineel op het spoor die wordt gedreven door haat. Wraak blijkt een cruciale factor in de krankzinnige plot.



Het volledige rapport..
Jussie Adler-Olsen werd halfweg de vorige eeuw geboren in de Deense hoofdstad Kopenhagen. Na een zeer gevarieerd leven – lees er de biografie op zijn eigen webstek maar eens op na – waarin een constant aanrekken en afstoten van de wereld van het boek centraal staat, leeft hij sinds 2007 van zijn pen. Hoewel hij zijn eerste stappen in de wereld van het spannende boek echter al tien jaar eerder zette, toen hij debuteerde met Het alfabethuis, is het de Serie Q, over de Deense dienst voor cold cases, die hem pas echt faam bezorgd heeft en hem internationaal lanceerde.

Die serie telt ondertussen al vier boeken, waarvan er drie in het Nederlands verkrijgbaar zijn. De vrouw in de kooi is het eerste deel, waarin Carl Morck – een rechercheur die zijn motivatie verloor sinds hij en zijn team beschoten werd – wordt weggepromoveerd tot chef van de pas opgerichte eenmansdienst Afdeling Q, waar hij gaandeweg hulp krijgt van zijn Syrische klusjesman Assad. De eerste zaak die op zijn bureau belandt, is deze van Merete Lynggaard, een politica die vijf jaar eerder spoorloos verdween. Aangestoken door het enthousiasme van Assad, krijgt Morck weer plezier in het recherchewerk en slagen ze er samen in een bruikbaar spoor bloot te leggen dat uiteindelijk leidt naar de ontknoping in deze zaak.

Het komt uiterst zelden voor dat het blaadje waarop ik mijn opmerkingen tijdens het lezen noteer aan het einde van de rit blanco blijft. Maar bij De vrouw in de kooi was dat dus het geval, wat betekent dat Jussi Adler-Olsen een degelijk verhaal gecomponeerd heeft zonder al te grote mankementen maar er ook niet in geslaagd is mij met een euforisch gevoel achter te laten.

Hij vertelt zijn verhaal inde derde persoon enkelvoud en gebruikt verschillende standpunten van waaruit hij de lezer een blik biedt op de afwikkeling van de feiten, waarbij de visies van speurder en slachtoffer het prominentst aanwezig zijn, wat zorgt dat de lezer zich snel betrokken voelt bij het verhaal.

Hoewel de beweegredenen van dader misschien wat vergezocht lijken, straalt het verhaal in zijn totaliteit een hoge graad van geloofwaardigheid uit, waarbij enkel de vaststelling dat het onderzoek dat een collega van Morck voerde net na de feiten toch wel zeer onzorgvuldig gevoerd werd, een klein barstje veroorzaakt in een boek dat staat als een huis.

Veel van het leesplezier komt louter voort uit de interactie tussen de twee mannen van Afdeling Q: Carl Morck, die in het begin zo comfortabel mogelijk de tijd tot zijn pensioen wil aftellen en het andere, de zalig geboetseerde immigrant Assad, die de onschuld zelve spelend Morck subtiel maar onverzettelijk weet te interesseren voor de zaak. Deze tweemansshow alleen al en de manier waarop hun eigen culturele invloeden langzaam toenaderingen vinden, maakt het boek al meer dan de moeite waard, zonder ook maar over de plot te spreken.

Een plot die Jussie Adler-Olsen trouwens mooi heeft uitgekiend en professioneel heeft uitgewerkt tot een boek waarin bijna geen woord teveel staat en waarmee hij zich in de voetsporen begeeft van de meesterplotter Jo Nesbo.

Kortom, JussiAdler-Olsen leverde met De vrouw in de kooi een echt aanwinst voor het genre af en maakt me meteen nieuwsgierig naar de andere delen van de serie.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG

16-01-11

KEPLER Lars - Contract


klc.jpg


De eerste alinea:
Het is windstil als het grote plezierjacht in de lichte nacht drijvend wordt aangetroffen op de Jungfrufjärden in de zuidelijke scherenkust van Stockholm. Het water heeft een lome, blauwgrijze kleur en beweegt zich traag als nevel.

De korte inhoud
.
Op een zomernacht wordt op een verlaten plezierjacht dat ronddobbert in de Stockholm-archipel het lichaam van een vrouw gevonden. Ze lijkt verdronken te zijn, maar haar longen zijn gevuld met brak water dat niet afkomstig blijkt te zijn van de archipel. De volgende dag wordt er een man gevonden in zijn appartement in Stockholm. Hij hangt aan een plafondhaak, in een verder lege kamer. Inspecteur Joona Linna is ervan overtuigd dat de man zelfmoord heeft gepleegd. Hij krijgt gelijk, maar daarmee is de zaak niet gesloten. De twee doden vormen de opmaat tot een reeks duizelingwekkende en gevaarlijke gebeurtenissen die Joona Linna meesleuren in een nietsontziende jacht op de moordenaar.



Het volledige rapport
In de hoop het succes van Stieg Larssons Millennium trilogie te kunnen evenaren, werden er de laatste twee jaar een groot aantal nieuwe misdaadauteurs uit de Scandinavische landen gelanceerd en hun werken naar het Nederlands vertaald. Een ervan was Lars Keplers positief onthaalde politieroman Hypnose.

Lars Kepler is een pseudoniem waarachter Alexander Ahndoril en zijn vrouw Alexandra Coelho schuil gaan. Deze Zweden publiceerden elk eerder al onder eigen naam een aantal romans. Met Contract, dat op 27 januari aanstaande verschijnt, leverden ze hun tweede spannende boek af, waarin de hoofdrol weer werd toebedeeld aan Joona Linna, een inspecteur van de landelijke recherche.

Dit keer wordt de inspecteur opgezadeld met twee bizarre doden: een functionaris die een hoge post bekleedt in het Zweeds bestuur heeft zich verhangen t in een lege kamer van zijn woning en een jonge vrouw stierf op een verlaten zeiljacht: hoewel ze kompleet droog is, blijkt ze toch de verdrinkingsdood gestorven te zijn. Deze twee zaken blijken het topje van een ijsberg vol zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.

Hoewel het boek zeer vlot wegleest worden sommige gebeurtenissen meermaals kort na elkaar met andere woorden dubbel of zelfs driedubbel beschreven. Het eindresultaat had dus net iets dunner gekund dan de vijfhonderdtwintig bladzijden die de drukproef welke ik mocht lezen dik was. Het is dus best mogelijk dat in de definitieve versie dit minpuntje (deels) weggewerkt wordt.
Maar het staat buiten kijf dat het verhaal staat als een huis. Inclusief een paar briljante wendingen die aangeven dat de auteurs echt wel hun best gedaan hebben om origineel uit de hoek te komen. Ook ontplooit het verhaal zich naar Scandinavische normen met een ongekende vaart.

Alleen is het jammer dat de entourage van en het hoofdpersonage zelf totaal niet tot leven komen. Joona Linna blijft steken als een grijze schim die blijkbaar een opmerkingsgeest heeft die aan helderziendheid grenst. Meermaals is een blik op een plaats delict voldoende voor hem om zich de feiten die zich er voordeden te kunnen voorstellen, wat toch wel ongeloofwaardig overkomt. Ik kan enkel maar veronderstellen dat deze figuren uitgebreider voorgesteld werden in Hypnose. Aan de eenmalige personages werd gelukkig heel wat meer aandacht besteed om ze te voorzien van een degelijke achtergrond om er realistische figuren van te maken.

Trouw aan de Scandinavische traditie bevat Contract heel wat onderhuidse kritiek op de maatschappij, waarbij deze keer het feit centraal staat dat door de onverzadigbare honger naar rijkdom en welstand van de mens zowat alles te koop is.

Contract is een onvervalste pageturner die het niet slecht zou doen in Hollywood, en die de lezer ook meteen nieuwsgierig maakt naar meer spannend werk van de handen van Lars Kepler.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


02-01-11

PELECANOS George - Het fatale schot


pghfs.jpg


De eerste alinea
Toen Derek Strange naar Jimmy Simmons keek, die als een zoutzak in de stoel aan de andere kant van het bureau hing, was hij bang dat Simmons persoonlijke spullen van hem van het bureau zou grissen om ermee door de kamer te gooien. Of dat hij als een baby zou gaan janken. Strange wist niet waar hij een grotere hekel aan had. Op zijn bureau stonden voorwerpen die veel voor hem betekende. Cadeautjes die hij in de loop van de jaren van vrouwen had gekregen, een paar geschenken van cliënten als teken van dank en een paar souvenirs van de Redskins, nog uit de jaren zestig. Maar een man zien huilen was iets waar hij niet tegen kon..

De korte inhoud

Washington D.C. wordt veelvuldig geteisterd door rassenconflicten en geweldsexplosies. Wanneer een politieman tijdens een surveillance zijn collega doodschiet, leidt dat in de getto’s tot hevige spanningen. Het slachtoffer, Chris Wilson, is zwart. De schutter, Terry Quinn, blank. De autoriteiten stellen meteen een diepgaand onderzoek in waardoor Terry Quinn van alle blaam wordt gezuiverd.
Leona Wilson, de moeder van de om het leven gekomen agent, trekt het onderzoek echter in twijfel. Zij wil de waarheid over zijn tragische dood kost wat kost boven water krijgen. Daarom roept ze de hulp in van Derek Strange, privédetective maar ook ex-politieman. Geplaagd door schuldgevoelens werkt Terry Quinn mee aan het onderzoek van Derek Strange. Dan begint hun adembenemende speurtocht langs louche clubs en vervallen crackhuizen in de gevaarlijkste buurten van Washington.


Het volledige rapport
Voor hij zich in 1992 aan het schrijven waagde oefende de Amerikaan George Pelecanos diverse baantjes uit in de horeca van Washington D.C. Pas zijn negende werk, Het fatale schot, was het eerste dat naar het Nederlands vertaald werd. Het is ook het eerste deel in een reeks met Derek Strange en Terry Quinn in de hoofdrol. Het boek werd destijds zo goed ontvangen dat al zijn boeken die nadien verschenen en zelfs een ouder werk - King Suckerman - ook in het Nederlands verkrijgbaar zijn.

In Het fatale schot wordt de zwarte agent Chris Wilson in de straten van Washington D.C. door een blanke collega neergeschoten. Een intern onderzoek pleit Terry Quinn vrij van schuld, maar de moeder van het slachtoffer heeft geen vertrouwen in dat onderzoek en huurt privédetective Derek Strange in om de zaak te herbekijken. Terry, die zijn ongelukkige actie nog niet verwerkt heeft, kan het goed vinden met Derek en samen gaan ze aan de slag. Een onderzoek dat de nodige opschudding veroorzaakt in zowel de onder- als de bovenwereld van de Amerikaanse hoofdstad.

Het kenmerk bij uitstek van Pelecanos’ schrijfstijl is het realisme waarmee hij zijn verhaal vormgeeft en omringt. Niet alleen wikkelt hij de belangrijkste verhaallijn af met een ongeziene terloopsheid, maar tevens verfraait de auteur zijn verhaal met een aantal zijstappen die volledig op zichzelf staan. Dit komt het best tot uiting in het feit dat Derek Strange aan een aantal zaken tegelijk werkt en er zijn tijd moet tussen verdelen. Wel is deze aanpak ervoor verantwoordelijk dat het aantal personages van het boek hoger oploopt dan noodzakelijk, maar eveneens draagt dit wezenlijk bij tot de geloofwaardigheid van Het fatale schot, waarin dezelfde stijl en sfeer al zeer duidelijk aanwezig zijn, die later ook terug te vinden zijn in een ander project van de auteur: de alom geroemde televisieserie The wire, waarvoor George Pelecanos gedurende vijf seizoenen niet alleen meeschreef aan de scenario’s, maar ook deels de regie voor zijn rekening nam. Wel is het jammer te moeten veststellen dat de hoge realiteitsfactor de spanning tempert.

Meer dan een spannend boek is Het fatale schot een persoonlijk pamflet waar in de auteur niet alleen zijn liefde voor muziek, de locale NFL-club Redskins en de cafés, restaurants en hun bezoekers uitschreeuwt, maar eveneens de vinger legt op de successen en vooral problemen van de stad waarin blank en zwart proberen naast en met elkaar te leven.

Maar het boek herbergt ook een degelijk plot dat ruim voldoende wendingen bevat om de lezer tot ver in het verhaal onwetend te laten omtrent de ontknoping.

Het fatale schot is een sublieme roman noire die het genre overstijgt en daarom alleen al een werk dat je moet gelezen hebben.

Het definitieve verdict: 8/10 

EOB.JPG

13-12-10

LARSSON Stieg - Gerechtigheid


lsg.jpg


De eerste alinea:
Dokter Anders Jonasson werd door verpleegkundige Hanna Nicander gewekt. Het was even voor halftwee ’s nachts.

De korte inhoud
Lisbeth Salander heeft een levensbedreigende aanslag overleefd en wordt in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht, evenals de man die verantwoordelijk is voor haar duistere, pijnlijke verleden: Alexander Zalachenko. Salander wordt gezocht voor moord en door de media is ze neergezet als een psychopaat, moordenaar en satanist. Alleen Blomkvist is overtuigd van haar onschuld. Hij ontdekt de relatie tussen de vrouwenhandel, het verleden van Salander en de Zweedse veiligheidsdienst en wil daarover publiceren. Maar wil Salander wel meewerken? Ze vertrouwt niemand en zeker Blomkvist niet die haar als enige veel te goed kent. Uiteindelijk moet ze voor de rechtbank verschijnen. Zal het recht zegevieren?


Het volledige rapport
De voortijdige dood van de Zweedse journalist Stieg Larsson in 2004 is er verantwoordelijk voor dat de avonturen van de redactie van het maandblad Millennium beperkt bleef tot een trilogie. Het succes van zijn drie boeken, die zich al jarenlang hoog in de bestsellerlijsten handhaven, zorgde – na de relithrillers in het spoor van Dan Browns De Da Vinci Code – voor de nieuwste hype in de wereld van het spannende boek: de Scandinavische trilogieën overspoelden de boekenwinkels.

Gerechtigheid is het laatste deel van de serie. Voorlopig laatste deel moet ik eigenlijk zeggen, want de geruchten steken al langer de kop op dat er manuscripten van deel vier en zelfs deel vijf zouden bestaan. Alleen de aanslepende onenigheid tussen de familie van de auteur en zijn levensgezellin lijkt de publicatie in de weg te staan. En gelukkig is het boek dusdanig van opzet dat het drieluik rond journalist Mikael Blomkvist en einzelgänger en hacker Lisbeth Salander mooi wordt afgerond.

Gerechtigheid gaat verder waar De vrouw die met vuur speelde stopte: Mikael vindt de levensgevaarlijk gewonde Lisbeth en haar vader Zalachenko en belt de hulpdiensten. Terwijl de politie ongeduldig wacht om Salander te kunnen ondervragen, begint de veiligheidsdienst in hoog tempo alle sporen opverwijderen. Enkel onderzoeksjournalist Blomkvist doet er alles aan om de volledige waarheid uit te zoeken en in de openbaarheid te brengen.

Het grootste minpunt van Gerechtigheid, en tevens de enige reden waarom de maximale score op zak blijft, is je er pas ten volle van kan genieten als je het veruit minste boek van de reeks achter de kiezen hebt. De vrouw die met vuur speelde is namelijk de inleiding op dit verhaal. Maar deze opoffering wordt meer dan goed gemaakt omdat Gerechtigheid de serie (voorlopig misschien) in schoonheid afsluit met een perfect opgebouwde spanningsboog die nergens ook maar het kleinste deukje vertoont en een veelheid aan thema’s bevat die met kennis van zake onder de loep genomen worden.

Ook Stieg Larssons schrijven evolueerde. Zo bevat Gerechtigheid, ondanks het feit dat het met voorsprong het dikste boek is van de drie, veel minder weinig ter zake doende uitweidingen. Enkel bij de beschrijving van het ontstaan van de veiligheidsdienst en meer bepaald de Sectie Speciale Analyse steekt de jeugdzonde weer even de kop op. Maar voor het overige is het boek een meer dan degelijk werkstuk dat eivol staat van de onverwachte wendingen. De afwezigheid van rustmomenten zorgt ervoor dat het lezen vlot opschiet en maakt het doorploegen van de meer dan zeshonderdvijftig bladzijden een zeer aangename bezigheid.

Door de grote hoeveelheid boeken van amper aanvaardbare kwaliteit, stelt de lezer zijn hobby wel eens in vraag, maar een boek als Gerechtigheid lezen is voldoende om al die twijfels weer voor een tijdje van tafel te vegen: Het zijn uitschieters als deze waardoor een mens met plezier blijft lezen. Gerechtigheid s dan ook een terechte winnaar van De Glazen Sleutel 2008, de prijs voor het beste Scandinavische misdaadverhaal van dat jaar, en een absolute aanrader voor elke liefhebber van het genre. Of om het in drie woorden samen te vatten: een zalig boek!

Het definitieve verdict: 9/10

EOB.JPG

19-05-10

MCDERMID Val - Het profiel

 

mvhp

 

De eerste alinea
Moord had iets magisch, dacht hij. De snelheid van zijn hand was altijd bedrieglijk voor het oog, en zo zou het blijven. Hij was als een postbode die iets bezorgt bij een huis waarvan de bewoners later konden zweren dat er niemand aan de deur was geweest. Deze kennis was verankerd in zijn wezen als een pacemaker in het lichaam van een hartpatiënt. Zonder zijn magische krachten zou hij dood zijn. Of toch zo goed als.


De korte inhoud:
Tony Hill, hoofd van de Nationale Taakeenheid Profilering, geeft zijn team opdracht te onderzoeken of er een verband is tussen de verdwijningen van dertig tieners.
Allemaal lijken ze van huis te zijn weggelopen.
Alleen Shaz Bowman komt met een concrete theorie. Maar die theorie is zo absurd dat niemand haar gelooft.


Het volledige rapport
:
Toeval bestaat niet, maar het is toch bizar dat net als Val McDermid de diamanten Dagger uitgereikt krijgt voor haar belangrijke bijdrage van de wereld van het spannende boek – een carrièreprijs, zeg maar – de Nederlandse vertaling van The wire in the blood bovenaan mijn stapel ligt te pronken.

De uit het Schotse kustplaatsje Kirkaldy afkomstige schrijfster, begon in 1976 haar professionele loopbaan als journaliste voor dagbladen in Glasgow en Manchester. Ondertussen begon ze fictie te schrijven. Haar eerste boek werd door elke uitgever geweigerd, maar kreeg een tweede leven als toneelstuk. In 1984 maakte ze, onder invloed van de opkomst van een nieuwe lichting Amerikaanse vrouwelijke thrillerauters, zelf ook de overstap van drama naar het spannende boek, maar het duur drie jaar voor haar debuut in de winkels lag. In 1991 besloot ze zich volledig toe te leggen op het schrijven van spannende fictie en sindsdien werd veel van haar werk al in diverse landen bekroond.

Haar dertiende spannende boek, Het profiel, dat al dateert van 1997, is na De sirene het tweede boek in een reeks waarin psycholoog Tony Hill en rechercheur Carol Jordan de belangrijkste figuren zijn. Deze reeks ligt ook aan de basis van de televieserie Wire in the blood, waarvan tussen 2002 en 2008 zes jaargangen opgenomen werden.

In het profiel verwelkomt Tony Hill zijn eerste kandidaat profielschetsers bij de Nationale Taakeenheid Profilering. Een van de oefeningen die de rechercheurs voorgeschoteld krijgen, bestaat uit het groeperen van slachtoffers. Zo moeten ze uit een lijst van verdwenen tieners proberen een verband te vinden. Sharon ‘shaz’ Bowman slaagt er niet alleen als enige in een duidelijke overeenkomst te vinden tussen een aantal van die vermisten. Ze wijst ook meteen een verdachte aan. Omdat haar verdachte een alom geliefde landelijk beroemde televisiester is, wordt haar theorie als absurd afgedaan. Maar gedreven als ze is, probeert ze op haar eentje haar gelijk te bewijzen.

Het profiel is door zijn opzet geen eenvoudig boek geworden: na de proloog volgt een hoofdstuk van een bladzijde of 65. Meteen een dikke kluif om te verorberen. Daarna volgen de ongenummerde hoofstukken, met een lengte die varieert tussen een pagina en bijna 90 bladzijden, elkaar op. Als dan soms in de tekst ook de witregels tussen de verschillende scenes wegvallen, bestaat de vrees dat menig occasioneel lezer het boek voortijdig voor bekeken zal houden. Ook al omdat er veelvuldig gerefereerd wordt naar wat er zich in De sirene heeft afgespeeld.

Maar wie doorbijt kan genieten van een degelijk opgebouwd verhaal waarin Val McDermid de vooringenomenheid met betrekking tot de status van onaantastbaarheid van bekende figuren in vraag stelt en dit gegeven uitgewerkt heeft tot een meeslepende thriller die zich op vier verschillende, over het hele grondgebied van Engeland verspreide locaties: van de hoofdstad Londen, over de industriestad Leeds via de kustgemeente Seaford naar het landelijke Northumberland.
De race tegen de klok op verschillende niveaus in het verhaal staat er garant voor dat de spanning constant aanwezig is en nooit last heeft van een dipje. Alleen is het jammer dat de wijze waarop de schuldige zijn sporen verwijdert, nogal terloops en zonder onderzoek als een zekerheid gedeclameerd wordt, waardoor het nogal uit de lucht komt te vallen.

Hoewel de personages misschien een beetje clichématig voorgesteld worden, komt dit in Het profiel meer de herkenbaarheid ten goede dan dat het nadelig werkt. Maar Tony Hill lijkt wat op de alwetende Pendergast van Preston and Child: in zijn vakgebied is hij de authoriteit, wiens zicht op de zaak en suggesties omtrent andere zaken waarvan hij amper op de hoogte is en zelfs de details niet kent, telkens weer meteen de juiste is. Zo wordt het metier van het profielschetsen wel voorgesteld als een zeer eenvoudige klus, wat het zeker niet is. Voor één boek is dit nog te genieten, maar als deze lijn doorgetrokken wordt door de hele serie kan dat wel eens uitvergroot worden tot een storende factor.

Zoals uit bovenstaand relaas blijkt is Het profiel niet de perfecte thriller geworden. Maar het is zeker en vast eentje dat moeiteloos tot de bovenste helft van het genre behoort. En van Val McDermid is na ondertussen zesentwintig titels van haar hand al geweten dat ze een vaste waarde is in het kransje van de toppers in het genre in Groot-Brittannië en daarbuiten.

Het definitieve verdict: 7/10


EOB

03-04-10

WHITE Jenny - Het zegel van de sultan

 

wjhzvds

 

De korte inhoud:
Istanbul 1886. Het naakte lichaam van een jonge westerse vrouw wordt gevonden aan de oever van de Bosporus. Om haar hals heeft ze een medaillon met de inscriptie van de tughra, het speciale zegel van de sultan.
Voor Kamil Pasha, de politierechter van de stad zijn de echo’s van een vergelijkbare moord, acht jaar geleden op een Engelse gouvernante, te luid om te negeren.
Er loopt ook een spoor naar Jaanan. Zij is lid van de Ottomaanse hofkringen, totdat ze in ongenade valt omdat ze verliefd wordt op een man die het regime van de sultan omver wil werpen. Met haar hypnotiserende stem vertelt ze over haar relatie met één van de vermoorde vrouwen.
Sybil, de dochter van de Engelse ambassadeur, gebruikt haar connecties met de hofkringen om Kamil Pasha aan informatie te helpen. Terwijl hij de draden van beide moorden probeert te ontrafelen, maken ze machtige vijanden...

De eerste alinea

Een tiental flakkerende lampen drijft in stilte over het water van de zee-engte; de roeiers zijn onzichtbaar. Voor de kust klinkt een droog, schuifelend geluid, maar de bries is te zwak om het geluid ver te kunnen dragen. Wilde honden blaffen en stormen tussen de struiken door. Er klinkt gegrom, een kort gejank en dan is het weer stil.



Het volledige rapport
:
Jenny White werd in 1953 geboren in Duitsland, maar op haar zevende emigreerde ze met haar moeder naar de Verenigde Staten van Amerika en beleefde het tweede deel van haar jeugd in het stadje New Rochelle, een paar kilometer ten noordoosten van New York City. Ze studeerde eerst in de Bronx, daarna in Kiel, Duitsland, behaalde haar master in de psychologie in Ankara, Turkijë en slaagde in 1991 voor haar doctoraat antropologie in Austin, Texas. Momenteel woont ze in de buurt van Boston, waar ze sociale antropologie doceert aan de universiteit van deze hoofdstad van de staat Massachusetts.
Tijdens haar tweede verblijf in Duitsland kwam ze in contact met Turkse studenten en werd de kiem gelegd voor haar liefde voor Turkijë. Een liefde die immer voortduurt.

Ze publiceerde eerder al twee schoolboeken over dat immense land, maar pas nadat ze een vaste benoeming kreeg aan de universiteit durfde ze zich aan fictie te wagen. Het resultaat, haar spannende debuut Het zegel van de sultan, verscheen in 2006 en sindsdien volgt er zowat om de twee jaar een nieuwe episode in de reeks met de symphatieke onderzoeksrechter Kamil Pasha uit het Istanboel van het einde van de negentiende eeuw..

Het zegel van de sultan wordt verteld vanuit drie personages: eerst en vooral is er de magistraat Kamil Pasha, die midden in de nacht op de hoogte gebracht wordt dat er een naakt lichaam van een vrouw is aangespoeld op de oever van de Bosporus. Hij merkt meteen overeenkomsten met een andere moord, zowat acht jaar geleden, die nog altijd onopgelost blijft. Vermits het slachtoffer van Europese afkomst blijkt te zijn, brengt Kamil de Britse ambassadeur op de hoogte. Zijn dochter Sybil die tevens als zijn assistente fungeert en zich stierlijk verveelt, grijpt de kans om wat spanning in haar luxeleventje te brengen, en trekt zelf op onderzoek uit, om zo Kamil te kunnen helpen. Tot slot vertelt Jaanan, een jonge eigenzinnige Turkse vrouw die beide slachtoffers kende, haar eigen levensverhaal, dat niet toevallig een aantal andere personages en gebeurtenissen met elkaar verbindt

De cover die de lezer al meteen in de sfeer van de sprookjes-van-duizend-en-een-nacht brengt, verbergt een zeer intelligente policier die daarnaast ook nog eens bol staat van politiek, spionage en romantiek; getekend tegen een sfeervolle historische achtergrond van de paleizen, sultans, moskeeën, harems en eunuchen die niet uit het kosmopolitische Constantinopel van die tijd weg te denken zijn.

Jenny White hanteert een aangemaam woordgebruik en vlot weglezende zinsconstructies, maar haar keuze om de drie vertellijnen niet altijd chronologisch op dezelfde lijn te houden maakt het boek bij momenten wat moeilijker te verteren. Ook zet het feit dat wat wij herkennen als de familienamen van de personages, eigenlijk eens soort van aanspreektitels zijn die wisselen al naar gelang wie een persoon aanspreekt, vooral in het begin de lezer al eens op het verkeerde been. Maar eenmaal begrepen dat de voornamen voldoende zijn om de personages te identificeren, is dat probleem van de baan.

Als antropologe heeft de auteur veel aandacht voor de manier waarop het er dik honderdtwintig jaar geleden aan toe ging in Istanboel: zo wordt enorm gehamerd op de formele omgang tussen mannen en vrouwen en tussen mensen van de verschillende klassen in het Islamitische Ottomaanse rijk dat op dat moment stilaan uiteen aan het vallen is en de aanwezigheid van Europeanen, met heel andere zeden en gebruiken, moet tolereren. Dit heeft tot gevolg dat een en ander nogal ouderwets aandoet, maar anderzijds stuwen al deze opmerkzaamheden en details de authenticiteit van Het zegel van de sultan naar grote hoogten.

Een boek dat tot de nok toe gevuld is als Het zegel van de sultan laat meestal grote aantallen personages de revue passeren. Ook hier is dat het geval, maar gelukkig slaagt de auteur erin quasi allemaal markante figuren ten tonele te brengen zonder te vervallen in clichés of karikaturen. Natuurlijk lopen sommigen ervan onderweg verloren tussen de plooien van het verhaal. Net zoals een paar weliswaar onbelangrijke verhaallijntjes niet afgewerkt worden waardoor de lezer niet geheel voldaan achterblijft. Dit laatste wordt waarschijnlijk mede veroorzaakt door het feit dat de auteur bij het schrijven niet is vertrokken van een echt plot, maar van een aantal anekdotes. Deze werkwijze maakt het er voor een debutante zeker niet makkelijker op om niet alleen alles op het eind mooi te laten samen komen maar ook nog te laten kloppen als een bus.

Maar al bij al heeft Jenny White met Het zegel van de sultan een sterk visitekaartje afgeleverd dat de kleine kinderkwaaltjes snel laat vergeten en waarmee de lezer zich van in zijn zetel op vakantie waant in oosterse oorden.

Het definitieve verdict: 8/10



EOB

16-03-10

LAVENDER Will - Het verborgen raadsel

 

lwhvr

De verpakking:
Het verborgen raadsel heeft een origineel opgezette cover waarin de illusie gewekt wordt dat een vrouw een tweede oud ogend boek aan het inkijken is. Deze grafische gimmick wordt doorgetrokken naar de achterflap en zelfs de rugzijde van het boek werd niet vergeten. Alleen is het jammer dat die door de tand des tijds aangetaste boek geen enkel verband houdt met de inhoud. Over het gezicht wordt over de hele breedte van het voorblad de tekst “vind mij” ettelijke keren herhaald, wat toch wel de nieuwsgierigheid opwekt bij de potentiële lezer.
De achterflap bevat enkel een extract uit het boek, wat quotes en de verwijzing dat er meer informatie kan gevonden worden op de binnenflappen, waar de korte inhoud van dit verhaal en een extreem summiere biografie van de auteur weggestoken werden.

De inhoud:
Een groep ouderejaarsstudenten filosofie heeft zich ingeschreven voor een college Logica en Argumentatieleer. Bij het eerste college worden ze verrast door de onorthodoxe wijze van lesgeven van professor Williams. Hij heeft één opdracht voor ze. Aan de hand van tips en hun eigen logica moeten ze een fictieve zaak van een vermist meisje oplossen. Wanneer dit niet lukt binnen de zes weken die de cursus duurt, zal het meisje vermoord worden.
Drie van de studenten, Mary, Brian en Dennis raken steeds meer geobsedeerd door het raadsel. Zeker als blijkt dat de zaak gebaseerd is op een vermissing van jaren geleden. Ze vermoeden dat Williams iets voor hen achterhoudt en weten niet meer wie of wat ze moeten vertrouwen. Hoe meer de drie zich in de zaak vastbijten, hoe meer de scheidslijnen tussen fictie en werkelijkheid vertroebelen en des te gevaarlijker de situatie voor henzelf wordt...


Het rapport:
Will Lavender zag in 1977 voor het eerst het daglicht in het landelijke Somerset, in de Amerikaanse staat Kentucky. Na zijn studies doceerde hij zes laar lang cursussen creatief schrijven aan een aantal middelbare scholen. Hoewel hij het moeilijk vond om het schrijven van fictie te combineren met het lesgeven en zelfs een aantal jaar de pen terzijde legde, kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan en begon hij toch weer in zijn vrije tijd te werken aan Het verborgen raadsel dat in 2008 verscheen. Mede door het succes van zijn spannend debuut heeft hij zich ondertussen volledig toegelegd op het schrijven en legt hij in Louisville, Kentucky waar hij met vrouw en kinderen verblijft, de laatste hand aan zijn tweede boek.

In zijn eersteling krijgen de studenten aan de Winchester universiteit van DeLane, Indiana tijdens de eerste les van hun cursus Logica en Argumentatieleer de opdracht om met behulp van wat tips en hun redeneringsvermogen de fictieve verdwijning van een jonge vrouw op te helderen. Drie studenten gaan, gefascineerd door deze zaak, op onderzoek uit en al snel blijkt dat hun case veel gelijkenissen vertoont met een echte, tot op heden nog onopgeloste, verdwijningszaak van Deanny die twintig jaar geleden verdween. Ook zijn veel van de opgesomde gebeurtenissen in de fictieve zaak echt beleefd door mensen die op de campus verblijven. Hoe verder ze vorderen met hun onderzoek hoe moeilijker het wordt om realiteit en fictie, die zich steeds meer lijken te vermengen, van elkaar te onderscheiden. En hoe meer de vraag zich opdringt of het feitenmateriaal wel klopt.

Twee vragen die de auteur zich stelde, lagen aan de basis van Het verborgen raadsel: “Hoe ver kan je als verantwoordelijke gaan in de opdrachten die je je ondergeschikten laat uitvoeren?” en “Hoe ver zijn mensen bereid te gaan om iemand die ze niet kennen te helpen?”. De auteur opteerde voor de, op de relatie tussen ouders en kinderen na, meest onschuldige relatie die voostelbaar is: een leraar die zijn leerlingen op weg zet om een ontvoerd meisje proberen terug te vinden voor de deadline, die onherroepelijk haar dood betekent. In het begin lijkt het alsof de lezer meegenomen wordt op deze zoektocht, maar later wordt duidelijk dat dit niet echt de bedoeling is. De nadruk komt dan te liggen op het trio dat de uitdaging aangaat en zich stilaan verliest in de jacht.

Als de schoolopdracht grote gelijkenissen begint te vertonen met een oude zaak beginnen feiten en fictie zich zo met elkaar te vermengen dat het bijna onmogelijk wordt beiden nog als dusdanig te herkennen. Door deze aanpak doet het verhaal nog het meest denken aan de uit 1997 daterende sublieme film The game met Sean Penn en Michael Douglas in de hoofdrollen. De finales van van beide verhalen vertonen zoveel gelijkenissen dat het moeilijk is om nog van toeval te kunnen spreken.

Will Lavender slaagt er mooi in de lezer continue bij de les te houden en op het verkeerde been te zetten door weloverdacht de informatie beetje bij beetje vrij te geven.. Zo blijken stukken van de levensloop van de personages in de schoolopdracht overeen te komen met deze van personen die op de campus rondlopen; lopen er mensen rond die een naamgenoot hebben in de fictie en bevatten foto-tips beelden van personen die de leerlingen zeer goed kennen.

Als gevolg van het feit dat de auteur heel zijn ziel in de plot heeft gelegd, komen de personages wat bleekjes voor de dag. Sommigen zijn zelfs ronduit ongeloofwaardig.

Hoe goed het boek is hangt in grote mate af in hoeverre de lezer wil en kan meegaan in het verhaal en niet iedereen zal het er even makkelijk mee hebben dat de leerlingen op den duur niet meer zoeken naar Polly, maar jacht maken op Deanny. Toch mag Will Lavender zijn opdracht als geslaagd beschouwen en heeft hij met Het verborgen raadsel een intrigerend boek afgeleverd, waarover de meningen enorm zullen uiteen lopen. En het antwoord op de vragen die hij zich stelde is een eenduidig: “té ver”.

Het verdict: 7/10



EOB

21-02-10

KINNINGS Max - Claustrofobia

 

 

kmc

De verpakking:
Als deze cover een ding doet, dan is het opvallen: In witte koeien van letters wordt de titel, alle spellingsregels aan de laars lappend, in vier stukken gehakt, uitgesmeerd over het grootste deel van het beschikbare oppervlak. En wat is er mis met “claustrofobie”? Veel blijkbaar, want de uitgever opteerde voor het Engelse “claustrofobia”. Hopelijk denkt de potentiële koper of lezer niet dat het een Engelstalig boek betreft dat verkeerdelijk tussen de Nederlandstalige boeken gelegd werd. Op de overblijvende ruimte worden nog de naam van de auteur en een vrij onopvallende foto van een spoortunnel gepropt, die door het felle licht aan het einde van de tunnel toch iets mysterieus aan de voorpagina toevoegt.. Het geheel is veel te druk, maar je zal er wellicht niet naast kunnen kijken. De invulling van de achterflap is beter geproportioneerd, en evenwichtiger uitgevoerd. Wel is het te betreuren dat de korte inhoud een paar onzorgvuldigheden bevat.

De inhoud:
Tijdens het spitsuur in Londen wordt een overvolle metro gekaapt en tot stilstand gebracht in een van de tunnels die het metrosysteem rijk is. Een groepje christelijke fundamentalisten dreigt de tunnel op te blazen, waardoor die onder water zal komen te staan; een soort massale doopplechtigheid.
De machinist van de trein, George, lijdt – ironisch genoeg voor een metrobestuurder – aan een ernstige vorm van claustrofobie, en het gevoel ondergronds opgesloten te zitten drijft hem zowat tot waanzin.
De kapers hebben een satellietverbinding aangelegd, waardoor honderduizenden kijkers verspreid over de hele wereld de kaping live kunnen volgen via de internationale nieuwszenders. De autoriteiten staan machteloos: met honderden gegijzelden is dit de grootste terroristische dreiging sinds 11 septermber. Als enkele uren later blijkt dat de kapers George’ vrouw en kinderen betrokken hebben bij hun zieke plan, ontstaat een explosieve situatie...


Het rapport
:
De in Oxford verblijvende Brit Max Kinnings werkte vroeger in de muziekindustrie, maar momenteel voorziet hij in het levensonderhoud van zijn gezin met het schrijven van scenario’s en boeken. Ook doceert hij schrijfcursussen aan de de universiteit van Brunel, in de Londense westrand.


In eigen land publiceerde hij begin deze eeuw al twee humoristisch getinte boeken vol actie, maar zijn derde boek ‘Baptism’ raakt maar niet in de winkelrekken, hoewel het in 2008 zelfs op de korte lijst stond van boeken die op het Berlijnse filmfestival voorgesteld zouden worden. Maar dat kon uitgeverij De fontein er niet van weerhouden het boek alvast in Nederlandse vertaling onder de titel Claustrofobia uit te brengen, waardoor het meteen ook het eerste boek van deze auteur is dat we in onze moedertaal kunnen lezen.

In een tijd waarin alle media bol staan met feiten over moslims die het Westen belagen, komt Max Kinnings op de proppen met een terrorist die van mening is dat de katholieke kerk zich tegenwoordig maar karakterloos opstelt, en zich als een mietje gedraagt. Niet dat hij de strijd wil aangaan met de islamieten, maar om, als religies die beide een god aanbidden, verenigd ten strijde te trekken tegen corruptie en hypocratie van de westerse economische mogendheden. En om die boodschap uit te dragen brengt deze man samen met enkele kompanen op een hete zomerochtend een metrostel in een Londense tunnel tot stilstand. Ze dreigen ermee, voor het oog van de wereld, de honderden passagiers aan boord te laten verdrinken in de tunnel. Ondertussen doen de autoriteiten in de persoon van psycholoog en crisisonderhandelaar Ed Mallory er alles aan om in contact te komen met de kapers in de hoop hen op andere gedachten te brengen.

Op zich is dit een origineel gegeven, maar het feit dat de kapers - op een internetconnectie na - geen eisenpakket hebben dat ze graag door de authoriteiten ingewilgd zien, maakt van deze gijzeling maar een doelloze bedoening en catalogiseert dit verhaal meteen bij de pretentieloze “red de onschuldige slachtoffers”-verhalen vol actie waar ze in Hollywood zo gek op zijn: verstand op nul en lezen maar.

En met die instelling is Claustrofobia best een spannend boek waarvan te genieten valt, want dan erger je je niet aan de verschillende manieren waarop van bladvulling bijna een kunst gemaakt wordt. Zo krijgen we in het begin van het boek een pagina’s lange niets ter zake doende uitweiding over het Londense openbaar vervoer; wordt er tot vier keer toe verwezen naar een verjaardagsfeestje bij een kindvriendelijk Italiaans restaurant, alsof dat het hoogtepunt van geluk was in het leven de metrobestuurder en zijn gezin; en wordt van alle passagiers van de laatste wagon een opsomming gegeven van hun naam en de redenen van hun aanwezigheid in het treinstel

Dit laatste draagt er toe bij dat de hoeveelheid opgevoerde personages aanzielijk is, maar gelukkig worden enkelen ervan vrij grappig voorgesteld. Wat te denken van een onderhandelaar die niet functioneert zonder alcohol? Of een pedofiel die zich aansluit bij een kloostergemeenschap (meestal is het andersom)? Of de metrobestuurder met claustrofobie? Om er maar enkele te noemen. Die claustrofobie wordt trouwens feilloos genezen door de gijzelnemer, na wat gezamelijk uitgevoerde ademhalingsoefeningen, om nogmaals te onderstrepen dat dit boek echt alleen maar de bedoeling heeft te entertainen.

Met Claustrofobia heeft Max Kinnings een bijzonder onderhoudend en vlot lezend verhaal geconstrueerd dat zich perfect leent om gelezen te worden ergens op een zonnig strand met een goede cocktail binnen handbereik, maar als de lezer zich wat concentreert of vragen begint te stellen, blijkt al snel dat er toch wel wat tekortkomingen aan de oppervlakte komen en dat de auteur nog een lange weg heeft af te leggen vooraleer hij de toets der kritiek kan doorstaan. Dus herhaal ik het nog maar eens: verstand op nul en genieten maar.

Het verdict: 7/10
 

EOB

 

06-02-10

JAMES Peter - Op dood spoor

 

jpods_tn

De verpakking:
Peter James is een van de populairste auteur van Groot-Brittannië en dat mogen we weten: zijn naam bestrijkt meer een derde van de cover, waardoor de foto gelimiteerd wordt tot de onderste helft van de pagina. Maar eenmaal het oog valt op de daarin uitgebeelde scene wordt de nieuwsgierigheid meteen opgewekt: het binnen kijken in een slaapkamer waar op een omgewoeld bed een paar handboeien ligt te blinken. De keuze om het kleurenpalet te beperken tot slechts donkere rode tinten draagt zeker bij tot het mysterieuze sfeertje dat uitgestraald wordt. De achterzijde is sober maar compleet uitgevoerd.

De inhoud:
In de nacht dat Brian Bishop zijn vrouw vermoordde, was hij zo’n honderd kilometer van huis en lag hij te slapen. Tenminste, zo lijkt het voor inspecteur Roy Grace, die het onderzoek leidt naar de perverse moord op de jonge Katie Bishop, een bekend en mooi gezicht in het chique uitgaansleven van Brighton. Heeft Brian het onmogelijke gepresteerd door op twee plaatsen te gelijk aagwezig te zijn geweest? Is er sprake van een gestolen identiteit of is hij gewoon een ingenieuze leugenaar?
Grace graaft dieper in het leven van het gerespecteerde echtpaar en komt tot de conclusie dat alles geheel anders is dan op het eerste zicht leek. En dan graaft hij iets te diep – en plotseling staat het wankele evenwicht in zijn persoonlijke leven op instorten...


Het rapport
:
De in de Zuid-Engelse badstad Brighton geboren Peter James heeft ondertussen de stad verruild voor het platteland in de omgeving, waar hij met zijn gezin en drie honden een landhuis bewoont tussen Romeinse ruïnes. Ook houdt hij een flat aan in het Londense Nothing Hill. Hij studeerde af aan de Ravensbourne Film School en investeerde en produceerde via een aantal bedrijfjes waar hij mede-eigenaar van is een aantal televisieseries en films waarvan Merchant of Venice met onder andere Al Pacino de bekendste is.Tevens is hij een groot autoliefhebber en neemt zelfs deel aan autoraces in een 2 PK’tje dat bestickerd wordt met de cover van zijn nieuwste boek.

In de jaren tachtig van vorige eeuw begon hij naast zijn werk in de filmindustrie ook spannende boeken te schrijven. Momenteel staan er negentien op zijn curriculum vitae, maar van de eerste vier heeft hij een veto uitgesproken over nieuwe herdrukken, om de lezer teleurstellingen te besparen. Een twintig jaren geleden bracht De Boekerij drie werken uit in vertaling en tien jaar geleden voegde BZZTôH en nog eentje toe aan dat lijstje. In 2005 startte de auteur aan een reeks met als vast hoofdpersonage de Brightonse rechercheur Roy Grace, waarvan er sindsdien jaarlijks een episode verschijnt, en die allen in Nederlandse vertaling verschenen bij De Fontein.

Op dood spoor, het derde boek uit deze reeks, begint met de moord op Kathie Bishop. Alle sporen wijzen haar echtgenote Brian Bishop als dader aan, maar de man beweert, gestaafd met betrouwbare getuigenissen, op het tijdstip van de misdaad kilometers verwijderd te zijn van de plaats delict. Terwijl hun hoofden eigenlijk meer bezig zijn persoonlijke problemen op te lossen moeten Roy Grace en zijn partner Glenn Branson toch alles in het werk stellen om dader en motief boven water te krijgen.


Peter James heeft een aangenaam weglezende maar zeer beschrijvende stijl van vertellen. Quasi geen enkel detail van de locaties die hij uittekent blijft onvermeld, wat bij momenten resulteert in een zeer trage voortgang der gebeurtenissen., maar toch slaagt de auteur erin zijn publiek niet te irriteren met zijn breedsprakigheid. Meer zelfs, het bezorgt het verhaal een cachet van degelijkheid. Vertrekkend van een betrekkelijk eenvoudige plot, schrijft hij zijn verhaal met veel gevoel uit, waarbij hij veel aandacht besteedt aan zijn personages, die allen zeer menselijk worden geportretteerd, met hun positieve en negatieve eigenaardigheden, waardoor de occasionele lezer nieuwsgierig wordt naar de voorgaande boeken uit de reeks.

Maar dat een goed gecomponeerd verhaal niet altijd een garantie biedt voor een kwalitatief hoogstaande policier, blijkt ook nu met Op dood spoor, waarin een aantal schoonheidsfoutjes het appreciatieniveau naar beneden halen. Zo kan de aandachtige lezer al zeer vroeg in het boek de vinger leggen op zowel motief als dader. Vanaf dan moment is het enkel wachten tot er een naam op geplakt wordt, hoewel de auteur door een goed gevonden variatie op het thema nog even verwarring weet te zaaien.

Ook zal de trouwe lezer van deze serie zich stilaan beginnen afvragen of de in alle boeken weerkerende zaken, zoals de zoektocht van Roy naar zijn ondertussen al negen jaar geleden verdwenen vrouw en de simpele manier waarop hij leugens en waarheid bij het verhoren weet te onderscheiden, een rode draad vormen, zullen ontaarden in een gimmick, of een uiting zijn van beperkingen van de auteurs kunnen .Als er dan op het einde van het boek ook nog een paar kleine losse draadjes blijven bungelen, kan de eindconclusie alleen maar zijn dat Op dood spoor een geloofwaardige policier is, maar ook niets meer. Net goed genoeg om met de hakken over de sloot te raken en dat Peter James een begenadigd verteller is, die door de glimpen van zijn talent en originaliteit die hij bij momenten tentoon spreidt, genoeg potentieel uitstraalt om in de toekomst nog een paar sporten hoger op de auteursladder te klimmen, mits hij wat zorgzamer te werk gaat.

Het verdict: 6/10

EOB


07-01-10

BRAAM Conny - Zwavel

 

bcz


De verpakking:

Bruin en wit overheersen de cover. Op het eerste zicht lijkt deze bij de inhoud te passen, maar bij een nauwkeurige kijk blijkt de vrouw een blanke dame te zijn, waardoor de compositie terug lijkt te vallen in de categorie vakantieherinneringen. En als lezer vraag je je enkel maar af of die grote steen blijft liggen of van zijn sokkel gaat rollen, want dat is het enige spannende aan deze voorpagina.
Op de achterzijde komen dezelfde kleuren terug en wordt vrijwel alle nuttige informatie vermeld. Enkel een referentie naar een website van de schrijfster of de uitgever ontbreekt

De inhoud:
Tess Minnaert, een Nederlandse rechercheur bij moordzaken, probeert het geheim achter het verraad van haar grootvaders verzetsgroep te ontrafelen. Dat brengt haar in het verwarrende Zuid-Afrika van vlak na de verkiezingen. Daar dreigt de geschiedenis zich te herhalen: liefde en verrad lopen dwars door elkaar heen.


Het rapport
:
De in Arnhem geboren Conny Braam trok op jonge leeftijd naar de Nederlandse hoofdstad om zo snel mogelijk haar droomjob te kunnen uitoefenen. Haar job bij het dagblad Trouw bracht haar in contact met ballingen van het Zuidafrikaanse regime. Danig onder de indruk van hun verhaal ligt ze mee aan de basis van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland, waarvan ze bijna vijfentwintig jaar voorzitster was. Gedurende het grootste deel van die tijd werd het schrijven in de koelkast gestoken, maar in 1992, even na de vrijlating van Nelson Mandela, kijkt ze in haar deduut Operatie Vula terug op haar actieve verzetsdaden tegen de apartheid.

In 1996 maakte ze met haar derde boek, Zwavel, haar fictie debuut waarmee ze meteen een nominatie voor de Gouden Strop in de wacht sleepte. Later volgden nog zes werken van haar hand, waarvan het meest recente, De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek, eind 2009 verscheen. In 2008 werd Zwavel heruitgegeven

Tess Minnaert, een jonge rechercheur bij de Amsterdamse moordbrigade groeide op in het hotel dat haar grootmoeder Marie samen met drie andere vrouwen uitbaatte. Na het overlijden van Marie, halen de verzamelde vaste gasten van het hotel herinneringen op aan vroegere tijden. Enkel rond het oprollen van Tess’ grootvaders verzetgroep blijft een zweem van geheimzinnigheid hangen. Zo ook lijkt er over de mogelijke betrokkenheid van een naar Zuid-Afrika uitgeweken Nederlandse miltair geen consensus te bestaan. Vastbesloten deze man eens op te zoeken boekt Tess een reis naar Zuid-Afrika, waar ze niet alleen geconfronteerd wordt met de schrijnende naweeën van het apartheidsregime en het aldaar nog altijd sluimerende (neo)nazisme, maar ook met onverwacht familieverraad.

Met Zwavel levert Conny Braam een mooi literair werkstuk af, waarin ze, met kennis van zaken en goochelend met bij wijlen prachtig woordgebruik de lezer op sleeptouw neemt door het officiëel net verenigde Zuid-Afrika, waar in de praktijk echter nog altijd onoverbrugbare kloven tussen blank en zwart blijven bestaan en zelfs moedwillig in stand gehouden worden. Deze keiharde confrontatie met een al even harde realiteit, die zorgt voor een niet te overtreffen geloofwaardige achtergrond is veruit het sterktste punt van het boek.

Jammer genoeg zijn de personages in het boek niet van diezelfde kwaliteit. Zelfs van het hoofdpersonage geeft de auteur niet meer prijs dan wat nodig is om het verhaal gaande te houden. Het blijven allemaal slechts bordkartonnen figuren, waarvan er slechts enkelen gestoffeerd worden met een laagje racisme. Allen zetten in hun handelswijze eigenbelang voorop waardoor liefde en verraad, voor zover deze gevoelens al een kans krijgen, gedegradeerd worden tot figuranten, in plaats van de hoofdrollen, die ze eigenlijk verdienen.

De auteur heeft zich wel de moeite getroost een degelijk plot te bedenken waarin een drietal verhaallijnen Nederland met Zuid-Afrika verbinden en aldaar samenkomen. Maar het uitschrijven had wat meer overdacht mogen gebeuren, want de lineaire wijze waarop het verhaal verteld wordt, neemt veel van de potentieel aanwezige spanning weg, waardoor er maar weinig meer resteert dan een opsomming van een seriële aaneenschakeling van feiten. Ook bij het gemak waarmee het hoofdpersonage vertrouwd wordt door zowel blank als zwart, zal bij de liefhebber van het spannende boek meteen een hoop vraagtekens plaatsen.

Dit is weer zo’n roman die door thematiek, setting en vooral realisme onverwacht en wellicht onbedoeld – getuige daarvan de NUR code 300 oftewel literaire fictie; algemeen – zijn weg naar de wereld van het spannende boek gevonden heeft. Puur als roman beoordeeld, scoort Zwavel dan ook erg goed, maar het verhaal van de jonge vrouw die op zoek naar haar verleden geconfronteerd wordt met wereldgeschiedenis, had nog zoveel aangrijpender en sterker uit de hoek kunnen komen door slechts één extra verbandje te leggen in de stamboom van het hoofdpersonage. Meer zelfs dan een literaire roman is dit boek een aanklacht tegen apartheid - het stokpaardje van Conny Braam – waarmee de auteur die lezers probeert te bereiken en te raken aan wie haar hon-fictie, haar pamfletten, journalistieke artikels en redevoeringen onopgemerkt voorbij gingen. Maar het werkt wel, want het is quasi onmogelijk om dit boek onberoerd aan je te laten voorbij gaan..
Samengevat is Zwavel een goede roman, maar een zwak spannend boek.

Het verdict: 4/10 (Als roman beschouwd: 7/10)


EOB

29-10-09

VERHOEF Esther - Close-up

 

vecu

 

De buitenkant:
Dat zwart de kleur is die je moet gebruiken als je voor stijlvol gaat, wordt met deze cover nogmaals onderstreept: tegen deze donkerst mogelijke achtergrond ligt een naakte vrouwelijke figuur waarbij het groeperen van alle tekst te groeperen en deze niet te groot af te drukken alleen maar bijdraagt aan de klasse van de voorkant. Door gebruik te maken van binnenflaps om alle nuttige informatie te dragen, ligt de achterflap helemaal in de lijn van de voorzijde: weinig tekst en een paginagrote foto van de auteur, gehuld in donkere kleding tegen de alweer zwarte achtergrond. De streepjescode in zijn opvallend witte rechthoek is het enige dat vloekt met het geheel.

 

De achterflap:
De tweeëndertigjarige Margot Heijne heeft een nare scheiding achter de rug. Ze probeert haar leven op orde te krijgen en haar zelfvertrouwen terug te winnen. Haar nieuwe leven komt in een gevaarlijke stroomversnelling terecht als ze Leon Wagner ontmoet, een mysterieuze, dominante man met een bijzondere vriendenkring, die wel erg veel invloed op haar krijgt...


De binnenkant:
Esther Verhoef is één van de schrijfsters die eigenlijk niet meer hoeft voorgesteld te worden. Deze dame, die vorig jaar de kaap van de veertig jaar rondde, behoort tot de meest gelezen Nederlandstalige auteurs. Na zich eerst jaren te hebben bezig gehouden met het schrijven over en het fotograferen van huisdieren, probeerde ze in 2002 eens iets anders. Een jaar later was Onrust, haar eerste thriller vol actie, een feit. Mede door het commerciële succes van de pas geïntroduceerde literaire thriller, veranderde Verhoef de pen van schouder en schreef Rendez-vous. Maar de drang om boeken vol actie te schrijven bleef bestaan. Om het publiek niet teveel in verwarring te brengen, schrijft ze deze voortaan samen met haar man onder het pseudoniem Escober. Close-up is haar tweede literaire thriller en ondetussen ligt ook haar derde, Alles te verliezen, al een tijdje in de boekhandel.

In Close-up, dat door het publiek nog bekroond werd met de Zilveren Vingerafdruk voor het beste Nederlandstalige boek van 2007, maken we kennis met Margot Heijne. Ze heeft, na haar scheiding, net de fundamenten gelegd voor de rest van haar leven als ze kennis maakt met de kunstfotograaf Leon Wagner. Ze voelen zich onmiddellijk tot elkaar aangetrokken, en hoewel Margot zich volledig overgeeft aan haar verliefdheid, bezorgen sommige reacties van de dominante Leon haar meer dan kippenvel: ze heeft bij moment echt bang van haar nieuwe levensgezel. Is dit gevoel terecht? Of niet?

Het eerste wat opvalt aan Close-up is dat de schrijfster er voor koos om het verhaal te vertellen vanuit het standpunt van twee verschillende personages en dat ze voor beiden de ik-vorm gebruikt. Gelukkig wordt de verwarring tot een absoluut minimum beperkt door zowel gebruik te maken van verschillende lettertypes als van een aparte nummering van de hoofdstukken, al naargelang door wiens ogen de lezer mag meekijken.

Esther Verhoef heeft enorm veel energie gestoken in het opzetten van het plot en dit op zeer intrigerende wijze uitschrijven tot het volledige verhaal. Gedurende heel dat proces  heeft ze, als een moederkloek, constant gewaakt om ook maar net zoveel – of beter zo weinig - informatie vrij te geven om de lezer zeer geboeid bij de les te houden en tegelijk te voorkomen dat de onknoping te vroeg bekend zou kunnen raken, terwijl ze de vaart erin houdt door het geheel op te delen in zeer korte hoofdstukjes. Het is dan ook enkel aan haar vakkennis te danken dat ze met grote onderscheiding geslaagd is in haar opzet. Vakwerk van de bovenste plank, met als enige minpuntje dat de drijfveer van de dader mij wat aan de povere kant leek.

Maar Close-up is meer dan zo maar een goed spannend boek, want er wordt eveneens veel aandacht besteed aan het psychologische aspect van de personages en hun keuzes. Hierdoor komen de personages echt tot leven, ook al kan de lezer zich niet altijd vinden in hun daden, beslissingen en reacties. Maar zelfs dat draagt bij tot de geloofwaardigheid van hun karakters. Dat alles wordt overgoten met een sausje van niet alledaagse erotiek, die volledig op zijn plaats is in de prille relatie tussen Margot en Leon en bijdraagt aan de geloofwaardigheid van het boek.


Met Close-up leverde Esther Verhoef haar meest complete boek af tot op heden, en ik kan dan alleen maar afsluiten met de raad om dit boek, indien mogelijk, alsnog aan te schaffen, niet te laten verkommeren maar onmiddellijk te lezen.

De score: 8/10

EOB

 

19-10-09

SLAUGHTER Karin - Genesis

 

skg

 

De voorkant:
Zoals veel literaire thrillers van tegenwoordig en in lijn met vorige boeken van deze auteur, siert (een deel van) eenvrouw de cover van Genesis. De titel is door het kleurgebruik mooi geïncorpereerd in de layout waardoor alle aandacht uitgaat naar de opvallend contrasterende auteursnaam. Wel is het jammer dat een foto uit dezelfde serie ook de cover siert van de ongeveer gelijktijdig verschenen midprice editie van Patricia Cornwells Onnatuurlijke. Een merkwaardig toeval.
Hetzelfde kleurgebruik van auteursnaam en titel zorgen dan waar wel voor een opvallende rugzijde, door de donkerdere achtergrond ervan.

De achterflap:
Na de gruweldaad die haar leven in Grant County totaal heeft verwoest, is Sara Linton naar Atlanta gevlucht. Ze is een nieuw leven begonnen en werkt in een ziekenhuis, waar op een dag een zwaar mishandelde vrouw met spoed wordt binnengebracht. Sara raakt in de ban van haar mysterieuze verschijning en gaat op onderzoek uit. Daarbij kruist ze het pad van Will Trent en Faith Mitchell die op de zaak zijn gezet. Wanneer er nog een vrouw verdwijnt, lijkt slecht één ding zeker: de dader geeft zich niet snel gewonnen....


Bespreking:
De frêle Amerikaanse Karin Slaughter, die resideert in Atlanta, behoort tot de populairste auteurs van het moment. Dit wordt mede gestaafd doordat ze eerder dit jaar met haar vorige boek Versplinderd de Zilveren Vingerafdruk, de enige publieksprijs voor spannende boeken in het Nederlandse taalgebied, in de wacht sleepte.

In haar achtste en meest recente boek, Genesis, komen de personages uit haar twee series voor het eerst samen. Sara Linton heeft Grant County verlaten en werkt nu op de spoedafdeling van een hospitaal in Atlanta. Op het moment dat daar een vrouw in zeer kritieke toestand wordt binnengebracht, is Will Trent, de dyslectische agent van het Georgia Bureau of Investigation toevallig ook aanwezig. Beide raken ze geïntrigeerd door de toestand van de net binnengebrachte vrouw: naakt, mishandeld, aangereden en in shock.

Karin Slaughter begint zeer sterk en grijpt de lezer onmiddellijk bij de keel door hem te confronteren met een overvloed aan gruwelen, en last pas na een kleine honderd bladzijden enige ademruimte in om enigszins terug op positieven te kunnen komen van deze aanval op de zinnen. Mede door de vlotte vertelstijl van de auteur behoort dit boekbegin tot de besten aller tijden. Helaas kan ze dit hoge niveau niet aanhouden doorheen het volledige verloop van het verhaal.

Zo blijft ze vasthouden aan haar gewoonte om de personages te voorzien van een hele hoop overbodige familieleden die weinig of niets toevoegen aan het verhaal, en enkel fungeren als bladvulling, terwijl er zoveel andere manieren zijn om je figuren levensechter te portreteren:. Sara Linton straalt zelfvertrouwen als vanouds, maar het geloofwaardigst uitgewerkte personage is met voorsprong Will Trents partner Faith Mitchell.
Will Trent zelf, daarentegen wordt, door zijn dyslexie veelvuldig te benadrukken en de plotse ommekeer in zijn gedrag, ongeloofwaardiger naar mate het verhaal vordert. Hoe kan je er ook maar in slagen om GBI-agent te worden, wat een universitair diploma vergt, als je er nog niet in slaagt een tussendoortje uit een automaat te halen? Meer en meer lijkt hij naar analfabetisme te neigen dan naar dyslexie, wat zijn rol natuurlijk niet ten goede komt. Ook zorgt de onwil van het slachtoffer om mee te werken aan het politieonderzoek voor enige gefronste blikken bij de lezers. Kortom, op het punt van de uitwerking van personages kan Karin Slaughters zich makkelijk nog wat verbeteren.

De auteur wijst ook te pas en te onpas op het feit dat Sara zowat heel te tijd een ongeopende briefomslag op zak heeft. Als de schrijftser hiermee probeert de lezer nieuwsgierig te maken naar de inhoud, werkt het mijns inziens niet echt, want ook hier werkt die herhaling eerder in negatieve richting – of misschien zijn andere lezers nieuwsgieriger dan ondergetekende. Dit resulteert op den duur in negatieve gedachten: “Ofwel doe je die enveloppe nu open, ofwel zwijg je erover”.

Maar de plot en de uitwerking van het eigenlijk verhaal zijn best van een hoog niveau. Zo zijn zowel de dader, de misdaden als de drijfveren goed doordacht en zorgen ze voor een geloofwaardig verhaal.

Genesis is alles bij elkaar genomen een goed boek geworden dat de status van Karin Slaughter als bestsellerauteur zal bevestigen en versterken waar menig liefhebber van het genre zich zal aan kunnen verlekkeren. Maar details en kleine ergernissen weerhouden het boek ervan zich te kunnen nestelen tussen de toppers van de misdaadliteratuur.

Mijn score:
7/10

EOB

 

20:55 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: usa, 7, vertaald, slaughter_karin, creme_de_la_crime |  Facebook |

27-04-09

LINDELL Unni - Boeman

lub

 

De buitenkant:
Op de cover van dit boek, dat het lijdend voorwerp is van de tweede crimeclub van 2009, is weinig of niet aan te merken. Als men kost wat kost wil gaan muggenziften, kan men stellen dat de quote, die wel zijn werk doet als aandachttrekker, beter op de achterflap had gestaan. De voorpagina straalt een sfeer van dromerigheid en een vleugje mystiek uit.

Een cover die blijkbaar eerder vrouwelijke lezers aantrekt dan mannen. Maar dat is misschien wel logisch voor een literaire thriller; een subgenre dat vooral door vrouwen gesmaakt wordt.
De achterflap munt uit in sobere doeltreffendheid: een schoolvoorbeeld van hoe het moet.

De achterflap:
Een vrouw krijgt de schrik van haar leven als ze iemand een kinderliedje hoort fluiten dat bange herinneringen bij haar oproept. Als ze twee dagen later op haar balkon staat, hoort ze achter zich opnieuw gefluit – maar voordat ze zich heeft kunnen omdraaien, wordt ze over de rand van het balkon geduwd en stort ze zes verdiepingen naar beneden, een wisse dood tegemoet.
Een tienermeisje werkt op een camping en wordt ’s nachts gewekt door een zacht maar doordringend fluiten. Zodra ze de slaap uit haar ogen gewreven heeft, ziet ze een man die haar strak blijft aankijken.

Cato Isaksen en zijn team staan voor een raadsel. Ze ontdekken al snel dat de eigenaar van de camping in hetzelfde flatgebouw woont al de vermoorde vrouw. Maar ook deze keer zijn de dingen niet wat ze op het eerste gezicht lijken. Er komen steeds nieuwe feiten aan het licht die samen een angstaanjagend geheel blijken te vormen. Want wat hebben de vermoorde vrouwen gemeen? Hun lot is op onheispellende wijze verweven.
 
 

De binnenkant:
De Noorse Unni Lindell werd in 1957 in Oslo geboren en woont er nog steeds met haar gezin. Ze debuteerde in 1986, maar de eerste thriller van haar hand, Het dertiende sterrenbeeld, verscheen pas tien jaar later. Daarin kon de lezer kennis maken met Cato Isaksen, de rechercheur die in alle spannende boeken van de schrijfster zijn opwachting maakt. Zo ook in Boeman, het achtste boek in de reeks.

In Boeman wordt een vrouw, die aan visioenen leed, dood teruggevonden onder het balkon van haar flat. Een getuigenis doet het ergste vermoeden: ze werd geduwd. Het onderzoek van Cato Isaksen en zijn team leidt naar een kampeerterrein waar een jonge, ter plaatste verblijvende, medewerkster zich ’s nachts begluurd voelt. Hoe verder het onderzoek vordert, hoe meer een kluwen van relaties onthuld wordt dat rondom een goed verborgen geheim gewikkeld zit.

Omdat de schrijfstijl wat gelijkenissen vertoont met de cover en dromerig over komt, ontstaat het gevoel dat het boek niet echt vlot wegleest. Het duurt te lang vooraleer de lezer zich aangepast heeft aan de stijl: er is een enorm contrast tussen de zeer beschrijvende vertelstijl van de schrijfster en de gebalde dialogen, waaraan geen woord teveel aan besteed wordt. Het lijkt bijna alsof de personages geen normaal gesprek kunnen voeren.

Maar daar tegenover staat dat Unni Lindell voor Boeman een pareltje van een plot geconstrueerd heeft, dat ze beetje bij beetje blootgeeft waardoor de lezer zich toch tot op het eind geboeid blijft afvragen waar het verhaal naartoe zal gaan. Maar net de grote moeite die de auteur zich getroost om niet teveel tegelijk en te vroeg weg te geven - en de manier waarop ze dat doet -  zorgt ervoor dat het niet altijd even aangenaam lezen is.

De verhaallijn van het machtsspel tussen Cato Isaksen en zijn nieuwste teamlid Marian Dahle is ongeloofwaardig, en dooft tot grote ergernis dan ook nog eens uit als een kaars in de nacht, naarmate het verhaal vordert. Meer zelfs: het gehele personage van inspecteur Dahle, en haar gedrag, is zo ongeloofwaardig dat het de integriteit van het boek aantast.

Boeman is dan ook een gemiste kans: een prachtig, beloftevol plot dat gekunsteld en geforceerd verteld wordt. Unni Lindell kan beter dan dit.

De score: 5/10

 

EOB

 

21:08 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: noorwegen, 4, vertaald, creme_de_la_crime, lindell_unni |  Facebook |

27-03-09

ESCHBACH Andreas - De erfenis van Fontanelli

 

eadevf

 

De buitenkant:
Deze cover vertelt het verhaal van het boek, maar is wat kleurloos, waardoor hij ouderwets overkomt. Hierdoor trekt hij niet de aandacht van een potentiële koper.
Ook is het enige detail waarvan men kan afleiden dat de afgebeelde man eigenlijk een hedendaagse jongeman is is zo klein dat men er wellicht over zal kijken: het tipje van het rood-witte t-shirt dat onder de mantel komt piepen. Maar de verwachtingen zijn toch hooggespannen want dit boek maakt deel uit van mijn reeks Crème de la crime: de boeken die op thrillersite Crimezone.nl de maximumscore van vijf sterren kregen.

De achterflap:
John Salvatore Fontanelli is een arme sloeber, totdat hij een ongelooflijke erfenis in zijn schoot geworpen krijgt: een vermogen dat een verre voorvader in de 15e eeuw nagelaten heeft en dat door samengestelde rente in 500 jaar tot een biljoen dollar is uitgegroeid.

Maar het testament bevat een raadselachtige profetie: de erfgenaam van dit vermogen, zo voorspelt het, zal ooit de mensheid haar ‘verloren toekomst’ teruggeven.

Johns leven verandert van het ene moment op het andere. Hij moet zich laten omringen door bodyguards en onderhandelt met ministers en kardinalen.
De mooiste vrouwen werpen zich aan zijn voeten.
Maar kan hij nog iemand vertrouwen?

En dan komt hij in contact met een vreemdeling, die beweert precies te weten wat er met de erfenis gedaan moet worden...


De binnenkant:
De in Ulm geboren auteur Andreas Eschbach viert dit jaar zijn vijftigste verjaardag. Hij begon aan studies lucht- en ruimtevaartkunde, maar brak die af om een professionele carrière te beginnen in de informaticasector. Ondertussen schreef en publiceerde hij al science-fiction boeken. Nu leeft hij van zijn pen en verruilde hij Stuttgart voor het Franse Bretagne.

Het internationale succes kwam er, net na de eeuwwisseling, met Het Messias mysterie en De erfenis van Fontanelli, net op het moment dat de auteur besloot het geweer van schouder te wisselen en de pure science fiction achter zich liet. Toch kan Andreas Eschbach zijn liefde voor dat genre niet helemaal wegsteken want zelfs in sommige van recentere werken zitten vleugjes toekomstmuziek.

In De erfenis van Fontanelli maken we kennis met John Fontanelli, een New Yorkse pizzabezorger die er amper in slaagt genoeg geld te verdienen om zijn hoofd boven water te houden. Als hij op een dag – door een vreemde wilsbeschikking die vijf eeuwen geleden vastgelegd werd – een enorme hoeveelheid geld in zijn bezit krijgt: één biljoen – 1.000.000.000.000 – dollar. Een bedrag dat door de rente erop alsmaar groeit. Zelfs nog sneller groeit dan het kan uitgeven worden. Alleen staat er in het testament vermeld dat het geld moet gebruikt worden om de mensheid haar ‘verloren toekomst’ terug te geven. Maar John ziet geen enkele realistische manier om dit te bewerkstelligen. Wat hij ook probeert... En tegelijk ondervindt hij aan de lijve dat er ook een waarheid schuilt in het gezegde dat geld niet gelukkig maakt.

De omvang van het boek, bijna vijfhondervijftig bladzijden, het kleine lettertype en de zeer goed gevulde bladspiegel kunnen menig lezer afschrikken om aan De erfenis van Fontanelli te beginnen. Maar eenmaal de eerste zinnen gelezen, merkt men daar niets meer van, want de auteur heeft een aangename stijl en het verhaal wordt onderhoudend verteld. Natuurlijk zit er in zo’n dikke turf hier een daar een stukje dat wat minder vlot leest of minder interessant is, maar de algemene indruk is positief.

Hoewel men zou denken dat in dit boek plaats genoeg beschikbaar is om het decor en de figuren die erin rondlopen uitgebreid te beschrijven, opteert Andreas Eschbach ervoor slechts een minimum aan woorden te besteden aan het merendeel van de locaties en personages. Net genoeg om ze geloofwaardig te maken, maar in veel gevallen toch te beknopt om ze echt tot leven te laten komen. Nochtans is er aan interessante locaties geen gebrek: van New York, over Firenze, Londen, de Filipijnen, Augsburg tot Mexico City.

Wel introduceert hij in de eerste hoofdstukken wat lijkt op een buslading vol personages, maar verder in het boek, komen er amper anderen bij zodat we achteraf verwonderd moeten vaststellen Eschbach erin geslaagd is het hele verhaal vertellen met slechts dat kleine aantal figuranten. Dit komt het leesplezier alleen maar ten goede.

De auteur gebruikt dus alle beschikbare ruimte om zijn verhaal te vertellen. En die plaats benut hij ten volle. Hij loodst de degelijk uitgeschreven plot meesterlijk langs zowat alle belangrijke gebeurtenissen die in de tweede helft van de jaren negentig het wereldnieuws haalden, terwijl hij de lezer ook nog een en ander bijbrengt over geldstromen en economie, waardoor het grotendeels zeer geloofwaardig overkomt. Vooral de evolutie van het hoofdpersonage van armoezaaier, over een Sjakie in de chocoladefabriek (waar hij wat doet denken aan de reclamespotjes voor Euromillions) tot een verantwoordelijk beheerder van zijn vermogen, is zeer herkenbaar geschetst.
Toch zit er nog een ietwat overbodige verhaallijn in: die van zijn jeugdvriend Marvin, want deze voegt weinig of niets toe aan het verhaal. De enige reden bestaan van dat personage kon makkelijk toegewezen worden aan iemand anders, die makkelijker door het hele verhaal geloodst kon worden.
Het spanningselement ontbreekt grotendeels, maar de drang om de afloop te kennen is groot genoeg om maar te blijven lezen. En er plezier aan te beleven.

Alles bij elkaar genomen is De erfenis van Fontanelli een zeer goed geschreven roman die door de thematiek en de wijze waarop Andreas Eschbach het verhaal uitwerkte, de potentie heeft uit te groeien tot een klassieker.

Roman score: 8/10
Thriller score: 5/10

EOB

18:37 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: duitsland, 8, vertaald, creme_de_la_crime, eschbach_andreas |  Facebook |

15-03-09

DEKKER Ted - Dri3

 

dtd

 

De buitenkant:
De buitenkant van dit boek trekt echt wel de aandacht. De coverfoto is duister en geheimzinnig. Al roept hij bij mij eerder associaties op met het horrorgenre dan met het spannende boek. Alleen jammer dat acheraf moet blijken dat deze cover, op een kleine scene na, weinig of niets met het verhaal te maken heeft.


De achterflap:.
Kevin Parson zit achter het stuur als hij een angstaanjagend telefoontje krijgt. Ene Slater dreigt zijn auto op te blazen, als hij niet binnen drie minuten zijn zonde aan de wereld belijdt. Kevin raakt in paniek. Wie is Slater? Maakt hij zijn dreigementen ook waar? Kevin neemt het zekere voor het onzekere, zet de auto stil en springt eruit. Precies drie minuten later volgt de ontploffing.

Zo begint een nachtmerrie, waarin steeds meer levens op het spel komen te staan. Weer een telefoontje, weer een raadsel, weer een deadline, nog een bomaanslag. En zo zal het doorgaan zolang Kevin zijn zonde niet belijdt. Het probleem is echter dat Kevin niet weet op welke zonde Slater doelt. Geholpen door FBI-agente Jennifer Peters en CBI-agente Samantha Sheer probeert Kevin de identiteit van Slater te acherhalen. Hij blijft hen echter steeds een stap voor met zijn vernuftige, levensgevaarlijke kat-en-muisspelletjes...


De binnenkant:
Ted Dekker is een man van de wereld: Hij werd geboren in Indonesië waar zijn Nederlandse vader en Amerikaanse moeder als missionaris naartoe trokken vanuit Canada. Later trok hij naar de USA, waar hij theologie en filosofie studeerde.
Hij werd een rijzende ster in de bedrijfswereld, maar is al sinds 1997 voltijds schrijver.

Daar waar hij in het begin van zijn carriere vooral religieus geïnspireerde spannende verhalen prubliceerde, dichtte hij zijn hoofdpersonages in later werk regelmatig bovennatuurlijke krachten toe, zonder de grenzen van het genre te ver te overschrijden. Dri3 dateert al uit 2003 maar werd pas naar het Nederlands vertaald in 2006; het jaar waarin het boek, onder zijn originele titel Thr3e, ook zijn opwachting maakte op het witte doek. Later werd ook Het huis (House) tot een film herwerkt.

In Dri3 maken we kennis met de gemotiveerde student theologie Kevin Parson. Net als hij zijn nog jonge leven op de rails heeft, wordt hij door ene Richard Slater gechanteerd: tot Kevin openbaar zijn zonde belijdt, zal de chanteur zijn leven in een hel veranderen. Kevin heeft er echter geen idee wan welke zonde hij moet bekennen. Gelukkig kan hij betrouwen op twee dames die van aanpakken weten in de jacht op de geheimzinnige Slater: FBI-agente Jennifer Peters en CBI-agente Samantha Sheer.

Ted Dekker vertelt in een aangenaam lezende stijl het verhaal met slecht een verhaallijn die wel doorspekt wordt met veelvuldige flashbacks die zich afspelen in de kindertijd van het hoofdpersonage. Met Dri3 verwoordt de auteur op onnavolgbare wijze het in tekenfilms veelvuldig gebruikte beeld van het duiveltje en het engeltje die, op de schouders van een personage zittend, middels een woordenstrijd trachten het desbetreffende personage te overhalen om een bepaalde beslissing te nemen. Het boek leunt nauw aan bij de thematiek van sommige werken van Stephen King. En Ted Dekker hoeft echt niet onder te doen voor die grootmeester.

Het verhaal speelt zich af in Long Beach, Californië, een stad in de buurt van Los Angeles, maar veel verder gaan de beschrijvingen van de locaties niet. En hoewel ook de achtergronden van de personages relatief oppervlakkig gehouden worden, slaagt de auteur erin enkele markante figuren te laten opdraven in dit klassieke verhaal over – de strijd tussen – goed en kwaad. Het begint al met Kevin, een naïeve jongeman met een communicantenzieltje, maar verder ontmoeten we ook nog de mediageile rechercheur, een geobsedeerde speurder, en het in hun eigen wereld levende gezin Parson.

Toch komt voor deze geloofwaardig vertelde thriller het einde wat te snel, want een aantal losse eindjes worden niet wegggewerkt zodat de lezer achterblijft met een aantal vragen die wellicht nooit zullen beantwoord worden. Ook heb ik mijn bedenkingen dat het hoofdpersonage wel erg snel herstelde van zijn schotwonden: een week na de feiten ondervindt hij er blijkbaar geen hinder meer van...

Dri3 is zeker speciaal genoeg van opzet om het te bestempelen als eentje dat je, als liefhebber van het spannende boek moet gelezen hebben. Maar anderzijds had het met een beetje meer aandacht voor de details nog een veel beter boek kunnen geworden zijn.

De score: 7/10

EOB

16:32 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: usa, 7, vertaald, creme_de_la_crime, dekker_ted |  Facebook |

05-03-09

CUENI Claude - Het grote spel

cchgs

De buitenkant:
Stijvol klassiek is hoe ik deze cover in twee woorden zou omschrijven. En enkel een pak speelkaarten ontbreekt om voor een perfecte samenvatting van de inhoud te kunnen doorgaan. Maar de twee andere hoofdelementen: vrouwen en geld zijn wel degelijk aanwezig. Daarenboven is de wat verouderde stijl een perfecte referentie naar de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. In mijn ogen dan ook een mooie en geslaagde cover.


De achterflap:
Hij was een begenadigde kaartspeler, een legendarische womanizer en een getalenteerde wiskundige bovendien – maar de Schot John Law werd pas echt beroemd toen hij aan het eind van de zeventiende eeuw het papiergeld uitvond.
Na een duel met dodelijke afloop werd Law tot de strop veroordeeld en het was tijdens zijn vlucht door Europa dat hij op het baanbrekende idee kwam om geld niet langer alleen van edelmetaal te maken. Zijn succes was echter niet van lange duur, want toen er in het geheim steeds meer bankbiljetten gedrukt werden en het geld in razend tempo devalueerde moest hij opnieuw onderduiken om te overleven.


De binnenkant:
Een boek over het ontstaan van het papiergeld kon alleen maar geschreven worden door een Zwitser. Claude Cueni was diezelfde mening toegedaan en nam de handschoen op. Deze schrijver van historische romans regisseert ook films en schrijf scenario’s voor televisieseries, waarvan de krimi Tatort in onze contreien de bekendste is.

Hoewel de auteur al een aantal boeken op zijn palmares heeft staan, is Het grote spel het eerste werk van zijn hand dat in het Nederlands te verkrijgen is.

Dit geromantiseerde levensverhaal van het Schotse wiskundige genie en Casanova avant la lettre John Law, concentreert zich op zijn obsessie om op het einde van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw de koningen aan de verschillende Europese hoven te overtuigen papiergeld in te voeren, dat niet meer gedekt wordt door edele metalen. Maar zijn faam als kaartspeler en zijn toch wel aparte levenswandel spelen hem parten. En als hij eindelijk zijn gelijk mag bewijzen, eindigt het experiment, door de hebzucht van de mens, in een nachtmerrie voor de bevolking van Parijs en omstreken.

Claude Cueni verstaat de kunst om het op zich saai en droog gegeven als de uitvinding van het papiergeld om te toveren naar meer dan vierhonderd bladzijden aangenaam en onderhoudend leesvoer. Hij slaagt er makkelijk in het verhaal luchtig te houden door een perfect evenwicht te zoeken tussen sfeerschepping en vertelsnelheid.
Maar voor een verhaal met situering als deze, waarbij het hoofdpersonage rond de overgang van de 17° naar de 18° eeuw heel West-Europa doorkruist om zich bij de wereldmachten van toen op te werken tot bij de vertrouwelingen van de staatshoofden, mocht toch wat meer diepgang en ‘serieux’ in zich hebben. Ook moet gezegd dat een te groot aantal makkelijk verifieerbare fouten in de tijd knabbelen aan de geloofwaardigheid van deze biografische roman.

Maar toch is de setting van het verhaal nog altijd meer dan de moeite waard, want de auteur laat ons kennis maken met een aantal historische kleurrijke tijdgenoten van John Law, die bij het grote publiek wel bekend zijn. De meest markante zijn mislukt zakenman en later succesvol schrijver Daniel Defoe en de als een god vereerde Lodewijk XIV van Frankrijk, de Zonnekoning. Ook zijn we getuige van het onstaan van fenomenen die toen nog geen naam hadden, maar die wij nu kennen als casino’s, de beurs en miljonairs.

Voor de thrillerliefhebbers wil ik even meegeven dat Het grote spel echt geen spannend boek is. Het enige draadje dat waar wat suspense kan en zou moeten zorgen dooft uit als een kaars in de wind. Maar de avonturen van het hoofdpersonage zorgen al voor afwisseling genoeg om met plezier verder te lezen. Het onbreken van echte spanning voelt dan ook totaal niet aan als een gemis.

De meerwaarde zoekende lezer moet Het grote spel echt eens ter hand nemen om verbaasd mee te leven met een man die zich heel zijn leven inzette om een idee waarin hij heilig geloofde te verwezenlijken en waarvan de geschiedenis ons leerde dat hij gelijk had... want dit boek is, zowat driehonderd jaar later, ook nog betaald met een briefje van twintig euro.

De score: 8/10

 EOB

 

20:02 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zwitserland, 8, vertaald, creme_de_la_crime, cueni_claude |  Facebook |

11-02-09

BLACK Ingrid - Gevallen meisjes

 

bigm

 

De buitenkant:
Deze goedkopere uitgave is quasi het spiegelbeeld
van de originele cover. En in plaats van een kleurenschema in zwart en ecru, wordt deze keer gekozen voor zwart en paars. Sober, maar niet veelzeggend

De achterflap:
Vijf jaar geleden verdween Ed Fagan en sindsdien is er niets meer vernomen van de seriemoordenaar die bekendstond als de Nachtjager. Totdat een krant in Dublin een brief ontvangt van iemand die beweert Fagan te zijn en waarin nieuwe moorden worden aangekondigd.

Saxon, een voormalige FBI-agente, was bezig een boek over Fagan te schrijven toen hij verdween. Zij gelooft niet dat hij
de brief hebt geschreven. Terwijl hoofdinspecteur Grace Fitzgerald en haar team het oude onderzoek weer oppakken, probeert Saxon hen ervan te overtuigen dat de voor de hand liggende verklaring misschien niet de juiste is.


De binnenkant:
Achter het pseudoniem Ingrid Black gaan de Noord-Ieren Eilis O-Hanlon en Ian McConnel schuil; twee journalisten die privé ook een koppel vormen en in Belfast wonen.
Zij debuteerden in 2003 met Gevallen meisjes waarin we kennis maken met het speuderskoppel Saxon en Grace Fitzgerald: een ex FBI-agente en een rechercheur bij de politie van Dublin. Dit lesbische duo kreeg ook de hoofdrol toebedeeld in de volgende twee boeken van Ingrid Black.

Bij de krant wordt een brief afgeleverd waaruit moet blijken dat Ed Fagan, een seriemoordenaar die vijf jaar geleden spoorloos verdween, zijn werk gaat verderzetten. Maar Saxon, een ex FBI-agente die Ed Fagan nog ontmoet heeft voor zijn verdwijning, is ervan overtuigd dat er hier sprake is van een copycat: een andere moordenaar die zich in de voetsporen van de Nachtjager begeeft. De politie daarentegen richt al hun pijlen op de voormalige publieke vijand nummer een in Dublin.

De eerste verplichting die Ingrid Black zich voor het debuut oplegde was dat het verhaal zich moest absoluut moest afspelen in Dublin. En de auteurs hebben veel aandacht besteed aan die locatie. Ze nemen de lezer op touw door alle hoeken van de Ierse hoofdstad en belichten niet alleen de mooie kanten ervan, maar hebben meer dan voldoende aandacht voor de kleine kantjes van hun plaats van gebeuren.

Evenveel aandacht besteden ze aan hun personages. Iedereen in de omgeving van Saxon, zijzelf incluis, krijgt in meer of minder mate een verleden en een leven toebedeeld, waardoor de figuren echt tot leven komen. Alleen Grace blijft vreemd genoeg op dit gebied wat verweesd achter. Misschien dat zij in een volgend boek wat meer uitgediept wordt.

Alle aandacht gaat naar Saxon, de ik-persoon, die heel het boek in de spotlight staat. En misschien is dat een tikkeltje teveel van het goede, want zij forceert doorbraak na doorbraak, terwijl het politiekorps er maar voor spek en bonen bijloopt. Een evenwichtigere verdeling had van Gevallen meisjes een nog beter boek gemaakt. Wel wordt de voormalige FBI-agente perfect beschreven als de onzekere vrouw die zich verschuilt achter een stoere, bijna mannelijke houding en taalgebruik.

Hoewel het verhaal met vlotte pen geschreven werd, hangt er een zweem van opppervlakkigheid aan de tekst. Niet elke lezer zal in het verhaal gezogen worden en de tijd vergeten die met het omslaan van de bladzijden verstrijkt.

Maar vertellen kunnen de twee journalisten als de beste: vertrekkend van een sterk plot hebben ze het vakkundig verwerkt tot een bijna vierhonderd bladzijden tellend boek dat nooit verveelt. De auteurs slagen erin heel het verhaal door de vaart erin te houden en de spanningsboog vertoont geen enkele inzinking. Alleen maken ze het geheimpje van het hoofdpersonage mijns inziens te vroeg openbaar en de aandachtige thrillerliefhebber kan op iets meer dan honderd bladzijden voor het einde de dader aanwijzen. Maar het tipje van de sluier wordt zo onopvallend opgelicht, dat je erover zo lezen als je net daar met de ogen knippert.

Met Gevallen meisjes heeft Ingrid Black een degelijk debuut afgeleverd, met weinig zwakke punten maar ook geen uitgesproken hoogtepunten.

De score: 7/10

EOB
 

 

04-02-09

NESBO Jo - De Sneeuwman

 

njds

 

De buitenkant:
Dit boek is verpakt in een stijlvolle cover: een witte uil - een sneeuwuil misschien? - gefotografeerd net voor de landing, of toepasselijker voor een spannend boek net voor het grijpen van zijn prooi, tegen een zwarte achtergrond. Een soberheid die eigenlijk meer past bij een literair werk, maar die volledig in de lijn ligt van de laatste uitgave van De roodborst en De verlosser. Enkele een onopvallende vermelding vestigt de aandacht op het feit dat het een literaire thriller betreft. Een cover vol klasse.

De achterflap:
Het is november in Oslo en de eerste sneeuw van het jaar is gevallen. Birte Becker komt thuis van haar werk en bewondert de sneeuwpop die haar zoon en man in de tuin hebben gemaakt. Maar zij blijken van niets te weten. Als het gezin vol verbazing door het raam naar de sneeuwpop staat te kijken, bemerken ze iets vreemd. De sneeuwpop kijkt naar het huis, naar hen.

Inspecteur Harry Hole ontvangt een anonieme brief, ondertekend door ‘De sneeuwman’, een brief die verschillende verdwijningszaken met elkaar in verband brengt waarbij getrouwde vrouwen vermist raakten op de dag dat de eerste sneeuw viel. Die nacht vlucht Sylvia Ottersen weg door de eerste sneeuw. Ze weet niet waar ze voor op de vlucht is of waar ze naar op weg is..
.


De binnenkant:

In 1960 werd Jo Nesbo in Oslo geboren, maar hij bracht het grootste deel van zijn jeugd door in Molde. Die jonge jaren stond volledig in het teken van het voetbal, maar een zware blessure smoorde een professionele carrière op de grasmat in de kiem. Dan zat er niets anders op dan gaan te studeren en een aantal jaar later mag hij zichzelf gediplomeerd econoom noemen en keert hij terug naar de Noorse hoofdstad, om aan zijn professionele loopbaan te beginnen: eerst als journalist en later als beursmakelaar. Maar zijn nieuwe liefde ligt elders: begin jaren negentig heeft hij zijn eerste stappen als zanger-gitarist van de pop-rock groep Di Derre, die na verloop van tijd in hun thuisland zeer succesvol wordt: hij leeft zich uit als performer, componist en tekstschrijver.

Als een uitgever vraagt om een boek over de band te schrijven, gaat Jo Nesbo in afzondering en komt hij terug met Vleermuisman. Het wordt in 1997 meteen uitgeroepen tot de beste Noorse misdaadroman. Het boek is het eerste in de reeks met inspecteur Harry Hole in de hoofdrol en de prijs is de eerste van een ondertussen indrukwekkende erelijst. De sneeuwman is het zevende boek met Harry Hole, maar slechts het zesde dat vertaald werd naar het Nederlands: het tweede boek uit de reeks, dat in Noorwegen niet echt goed ontvangen werd, is vooralsnog niet verkrijgbaar in het Nederlands.

Als Harry Hole en brief ontvangt, die ondertekend is door De Sneeuwman, kan hij eindelijk het verband leggen tussen een aantal verdwijningen van gehuwde vrouwen op de dagen waarop de eerste sneeuw viel. Ook werd er telkens een sneeuwpop aangetroffen in de buurt van de woning van de als vermist opgegeven vrouwen.

De sneeuwman van Jo Nesbo en de figuur Harry Hole halen, door een aantal parallellen, herinneringen boven aan Henning Mankell en zijn figuur Kurt Wallander: beide auteurs zijn meesterlijke vertellers, die er ten allen tijde in slagen de aandacht van de lezer vast te houden, zelfs als ze bij tijd en wijlen wat te ver doordraven in het uitspitten van de zielenroerselen van hun respectievelijke hoofdpersonages en de demonen die hun geest teisteren. Ook de meest banale beschrijvingen zijn met zo'n naturel op papier gezet dat het boeiende lectuur blijft. Zelfs de kleine verwijzingen naar zijn vorige boeken in de reeks, en dan vooral naar Vleermuisman zijn zo goed geïntegreerd dat ze totaal niet als storend ervaren worden. De vloeiendheid en vlotheid van hun teksten staat garant voor een - als die al bestaat - ideale leessnelheid, die aangenaam blijft weglezen van de eerste zin tot aan het laatse woord. Dat meesterschap is maar weinigen gegeven.

Maar de manier waarop het verhaal in De sneeuwman geconstrueerd is doet ook denken aan het werk van Jeffery Deaver: niet alleen wordt verscheidene malen een verdachte onder de aandacht gebracht, die later dan weer niet de dader blijkt te zijn, maar ook het gebruik van cliffhangers aan het einde van hoofdstukken en verrassende wendingen in het verloop van het verhaal dragen de stempel van deze Amerikaanse auteur.

Maar Jo Nesbo heeft niet alleen maar goed afgekeken bij collega's. Hij heeft natuurlijk ook zijn eigen draai gegeven aan het boek. Zo blijkt hij een meester te zijn in het onopvallend laten vallen van kleine hints waarmee hij pas tientallen bladzijden later - als ze al uit de gedachten van de lezer verdwenen zijn - echt aan de slag gaat. Dit prikkelt de lezer enorm en zorgt voor een competieve band tussen publiek en schrijver.

Natuurlijk zijn er ook een paar minpuntjes te bespeuren, zoals het oersterke GSM-toestel van Harry: hij gooit het zo hard tegen een muur dat het cement loslaat, en keilt het op de vloer van een auto, maar het ding blijft keurig functioneren.
En misschien wordt er wel een keertje te veel een verkeerde verdachte achterna gezeten. Maar deze bemerkingen vallen amper op tussen het voor het overige perfect geschreven boek.

Met De sneeuwman heeft Jo Nesbo een prachtig visitekaartje afgeleverd dat elke liefhebber van het spannende boek moet gelezen hebben.

De score:
10/10

 EOB

 

21:10 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: noorwegen, vertaald, 10, creme_de_la_crime, nesbo_jo |  Facebook |

03-01-09

DEAVER Jeffery - De slaappop

 

djds

 

Motivatie van de keuze:
Een nieuwe van Deaver is altijd iets om naar uit te kijken. En hoewel ik ‘m al een hele tijd in mijn bezit heb, kan ik hem nu eindelijk gaan lezen. Net op tijd, want binnen een paar weken verschijnt zijn volgende boek al op de Nederlandstalige markt

De achterflap:
FBI-agent en kinetisch experte Kathryn Dance moet de veroordeelde moordenaar Daniel Pell ondervragen. Pell zit een levenslange straf uit voor het vermoorden van de rijke familie Croyton. Maar Pell en zijn handlangers waren onzorgvuldig: niet alleen werden ze gepakt, ze lieten bovendien een overlevende achter – de jongste dochter van de Croytons, die over het hoofd gezien werd omdat ze lag te slapen, verstopt onder haar knuffels.

Noch het meisje, noch de kwade genius achter de moord heeft ooit nog gesproken over wat er gebeurde die nacht. Maar als Pell uit de zwaarbewaakte inrichting weet te ontsnappen, kan Kathryn alleen uit het verleden opmaken wat Pell van plan is en gaat ze op zoek naar het inmiddels volwassen meisje. Want het is een kwestie van tijd voor Pell weer zal toeslaan...


Bespreking:
Jeffery Deaver werd in 1950 geboren een dorpje dat in de schaduw van Chicago ligt. Voor hij zich voltijds op het schrijven stortte verdiende hij zijn brood als journalist, advocaat en folkzanger. Over dat laatste zegt hij zelf dat hij geen begenadigd musicus was, maar dat hij veel plezier beleefde aan het schrijven van de liedjesteksten: het was veel moeilijker om een verhaal te vertellen in de compacte verpakking in tijd en vorm van een liedje dan te kunnen uitweiden in een roman.

De Slaappop is al zijn tweeëntwintigste boek, maar niet al zijn werken verschenen in Nederlandse vertaling. Met Angst voor de nacht konden lezers in ons taalgebied in 1994 voor het eerst kennis maken met deze auteur, maar zijn grote doorbraak kwam vier jaar later met het eerste optreden van Lincolm Rhyme en Amelia Sachs in Tot op het bot (The bone collector) waarvan een zeer goede verfilming met Denzel Washington en Angelina Jolie nog altijd bijdraagt aan zijn populariteit. Ondertussen worden Deavers boeken al vertaald in vijfentwindig talen en zijn ze verkrijgbaar in meer dan honderdvijftig landen.
In De slaappop is de hoofdrol weggelegd voor de ondervragingsspecialiste Kathryn Dance, die al eerder haar opwaching maakte in De koude maan en in een kortverhaal.

Nadat Kathryn Dance meervoudig moordenaar Daniel Pell ondervraagd heeft, slaagt die erin te ontsnappen. Kathryn krijgt als hoogste in rang de leiding van de klopjacht in haar schoot geworpen. Vermits Pell zich niet gedraagt zoals andere ontsnapten, en in de buurt blijft, denkt en hoopt Dance dat zijn beweegredenen in zijn verleden liggen. Daarom probeert ze iedereen te contacteren die Daniel Pell vroeger gekend heeft: familieleden; de vrouwen waarmee hij samen leefde en een overlevende van de meervoudige moordpartij.

Een boek lezen van Jeffery Deaver is altijd een beestje feest. Zelfs als bij uitzondering het verhaal wat minder is – wat absoluut niet het geval is met dit boek - blijft deze auteur de koning van de verrassende plotwendingen, die zelfs de meest ervaren liefhebbers van het genre niet zien aankomen en met verbazing slaan. Deze keer is het niet anders want op het eind schudt de schrijver weer een paar verrassingen van formaat uit zijn artistieke mouw.

Ook het feit dat de vertelstijl nauw aanleunt bij het ideale leesritme dat evenwichtig balanceert tussen de snelheid waarmee het verhaal zich afspeelt en de diepgang en uitwerking van personages en locaties maakt Deaver tot een van de groten in het genre.

Dit boek staat of valt met het realisme van het hoofdpersonage dat al haar informatie haalt uit gesprekken met getuigen en slachtoffers.En ondanks het feit dat dit uithoren en het onderscheiden van waarheid, leugen en rond de pot draaien soms net iets te makkelijk verloopt, komt het verloop van het verhaal meer dan geloofwaardig genoeg over om er als lezer volledig in mee te kunnen gaan. Maar niet alleen het hoofdpersonage, maar ook de andere figuren die opgevoerd worden, zijn allen voorzien van een degelijke achtergrond en handelen consequent.

Toch moet het weer gezegd worden dat er te veel fouten in het boek zijn achtergebleven na het productieproces. Het betreft voornamelijk spellingsfouten die niet door spellingcontroleprogramma’s opgepikt worden omdat de foute woorden zelf wel perfect Nederlands zijn, maar niet passen in de context: fouten in het genre van “Hij spoelde een kopje op.”, dus.

Met De slaappop heeft Jeffery Deaver weer een boek afgeleverd dat voldoen aan de grootste verwachtingen van de trouwe lezer: geloofwaardig; origineel en verrassend. Kortom een spannend boek volgens de beste traditie van het genre, en bijgevolg ook meteen een aanrader.

Mijn score: 8/10


EOB

 

 

12:17 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: usa, 8, vertaald, deaver_jeffery, creme_de_la_crime |  Facebook |

03-11-08

LEHANE Dennis - De infiltrant

 

lddi

 

 

Motivatie van de keuze:
Ook deze 650 bladzijden tellende dikke pil kwam te voorschijn uit een pakketje dat mij door Crimezone ter recensie toegestuurd werd. Opvallend is dat de sobere voorzijde fel contrasteert met de goudkleurige rug- en achterzijde. Hoewel ik al een boek van deze schrijver in mijn collectie zitten heb, heb ik nog niets van zijn hand gelezen. Nog maar eens een kennismaking.... en hopelijk een aangename.


De acherflap:.
Het is het verhaal van Danny, politieman en de rechtschapen zoon van een inspecteur van politie, wiens leven totaal verandert in één fataal jaar dat wordt gekenmerkt door anarchistische aanslagen, explosies, een politiestaking en het vertrek van de gevierde honkballer Babe Ruth naar de New York Yankees.
Centraal staan twee families – één blank, één zwart – die in het Boston van 1918 worden meegevoerd door de maalstroom van de geschiedenis. Terwijl de personages van Lehane in een turbulente wereld proberen een nieuw leven op te bouwen, gaan ze gezamenlijk de confrontatie aan met de opstekende storm van verandering.


Bespreking:
De van Ierse immigranten afkomstige Amerikaan Dennis Lehane werd geboren en grootgebracht in de buitenwijken van Boston, Massachusetts waar hij nog altijd woont. Jarenlang doorzwom hij beroepsmatig vele watertjes, maar tegenwoordig is hij voltijds schrijver en leeft hij van zijn pen.

Hij begon zijn schrijverscarrière als serie-auteur: Met de avonturen van het detectiveduo Patrick Kenzie en Angela Genarro vulde hij tussen 1994 en 1999 vijf boeken maar samen met de eeuwwisseling wisselde de auteur het geweer van schouder en sindsdien schreef hij enkel nog op zichzelf staande boeken. Mystic river (Vuile handen) en Gone, baby gone (Over mijn lijk) werden op magistrale wijze verfilmd en volgend jaar zal ook Shutter island (Gesloten kamer; een vijf sterren-boek op Crimezone) in de bioscoopzalen te bekijken zijn.

In De infiltrant volgen we drie personages in allen in Boston verzeild raken in 1918, en zo - al dan niet actief - een van de woeligste jaren uit de geschiedenis van die Amerikaanse stad meemaken op politiek en sociaal vlak:
Beloftevol politieagent Danny Coughlin, die in de voetstappen van zijn vader wil treden door op te klimmen in de hiërarchie, maar zichzelf in grote moeilijkheden brengt als hij zich opwerpt als vakbondsmilitant.
Baseballer George‘Babe’ Ruth die bij de Boston Red Sox stilaan naar zijn beste vorm toegroeit en zijn contract met de club openbreekt.
En tot slot Luther Laurence, een zwarte arbeider die probeert een normaal leven te leiden in het racistische Amerika van die tijd.

Laat ik maar beginnen met een waarschuwing: De infiltrant is geen makkelijk boek. Het is geen werk zoals er tegenwoordig dertien in een dozijn verschijnen, maar het is een historische momentopname waarin een spannend draadje verwerkt; zelfs bijna verstopt, werd. Het boek overstijgt het gerne en slaat een brug tussen faction en het literaire epos.

In het begin moet je als lezer een beetje op de tanden bijten, want in de eerste hoofdstukken zwaaien de typisch Amerikaanse sporten honkbal en boksen de plak: sporten waarmee wij, Europeanen, weinig of geen voeling hebben. Maar daarna onspint zich een verhaal zoals er te weining geschreven worden.

Dennis Lehane heeft de situering in tijd en ruimte uitstekend overdacht: De Groote Oorlog loopt op zijn einde en de terugkeer van grote aantallen jonge soldaten zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt overspoeld wordt met potentiële werkkrachten. Hierdoor schiet de werkloosheid de hoogte in en de eerste slachtoffers zijn de bijna-rechteloze zwarten – want in die tijd heerst er in de USA nog een strikte rassenscheiding - die plaats moeten ruimen voor de teruggekeerde blanke helden van de Eerste Wereldoorlog. Tegelijkertijd beginnen de arbeiders zich te verenigen en de oprichting van een politievakbond in Boston is aanleiding voor een van de grootste conflicten in de geschiedenis van de stad. Kortom, meer dan stof genoeg voor een goed boek dat op een zeer realistische wijze verteld wordt. Hand in hand met deze hoge mate van authenticiteit gaat een al even grote geloofwaardigheid die tevens ondersteund wordt door perfect geschetste personages waarvan er een groot aantal opgevoerd worden. Maar gelukkig heeft de auteur de belangrijkste spelers vooraan het boek opgelijst, zodat de lezer zichzelf niet verliest in de massa.

De infiltrant slaat de lezer met verstomming en opent ons de ogen omdat we blijkbaar te snel vergeten om te kunnen leren van de geschiedenis: dit verhaal speelt zich af in 1918, maar in 1938 en 1998 (of 2008) herhaalde de geschiedenis zich. Enkel het onderwerp – of beter het lijdend voorwerp – wijzigde telkenmale: eerst waren de zwarten het slachtoffer; daarna de joden en de communisten en momenteel zijn de moslims uitgeroepen tot persona non grata.

In een jaar waarin het gros der boeken de diepgang hebben van een soepbord en menig lezer zich afvraagt of Alzheimer toegeslagen heeft vermits men de inhoud al bijna vergeten is bij het dichtslaan van een boek, is De infiltrant een opvallende verschijning; een witte merel waarop de meerwaarde zoekende liefhebber van het spannende boek lang moeten wachten heeft. Voor een keer worden de veelbelovende kreten die de achterflap sieren – zoals daar zijn “Ontstuimig, bruisend, grimmig en uitermate boeiend” en “Een indrukwekkende, vituoze, fascinerende, ontroerende, grappige en epische roman” – volledig waargemaakt. Laat mij er nog eentje aan toevoegen: een meesterwerk en een absolute aanrader voor al wie het aandurft.

Mijn score: 10/10

 

EOB

 

16:46 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: usa, vertaald, 10, creme_de_la_crime, lehane_dennis |  Facebook |

17-10-08

MACBRIDE Stuart - Vers bloed

msvb

Motivatie van de keuze:
Dit boek heb ik mij aangeschaft toen het op Crimezone met de maximum score beloond werd. De cover in zwart-wit met enkel een gekleurde afgeleefde matras is zo intrigerend dat het hoog op de stapel terecht kwam. En nu is het boek eindelijk aan de beurt.


Achterflap:
Een verkrachter teistert de gure straten van Aberdeen. Agent Jackie Watson, de vriendin van inspecteur Logan McRae, biedt zich aan als lokaas. Na een paar koude nachten hebben ze een verdachte te pakken: de mateloos populaire aanvaller van FC Aberdeen. De arrestatie zet veel kwaad bloed onder de aanhang van de club en de politie moet hem al snel weer vrijlaten: de voetballer heeft voor ieder incident een alibi.

Terwijl bijna alle aandacht van de politie en de media uitgaat naar de verkrachtingen onderzoekt Logan een tweede zaak. In een loods bij de haven wordt het verminkte lichaam van een onbekende man gevonden. Als Logan ontdekt dat de man te zien is in een aantal illegale pornofilms lijkt het erop dat een plaatselijke liefhebber van bondage zijn hobby misschien iets te serieus neemt...

In hun zoektocht naar antwoorden raken Logan en Jackie verstrikt in een obscure wereld van pornografen, seksshops, sm en voetbal.


Bespreking:
Stuart MacBride is een rasechte Schot, zo bewijst ook zijn rosse haardos. Hij werd geboren in
de buurt van Glasgow, maar verhuisde al snel naar Aberdeen, waar hij nog altijd in de buurt woont met zijn vrouw en hun kat. Na een korte passage bij de universiteit begon hij te werken op boorplatformen, en verzeilde daarna via de radio en tv-wereld in de IT-wereld. Toen de stress zijn tol begon te eisen, spiegelde hij zich aan een paar van zijn vrienden die leven van hun pen en besloot om ook een proging te wagen.

Een paar jaar later debuteerde hij met Steenkoud. Daarna volgde Dood kalm en nu is er Vers bloed: het derde deel in de reeks met Logan McRae en zijn collega’s van het poltiekorps van het district Grampian, waar ook Aberdeen onder valt.

In dit verhaal volgen we de agenten in hun jacht op een serieverkrachter. De vriendin – en collega – van Logan McRae slaagt erin hem te arresteren, maar ze moeten de stervoerballer Rob Macintyre al snel laten gaan wegens gebrek aan bewijs, waardoor de jacht opnieuw begint. En tussendoor moet het kleine korps ook nog de geweldadige dood onderzoeken van een pornoacteur.

Vers bloed vraagt wat aanpassingsvermogen van de lezer bij het begin van het boek, want de Stuart MacBride hanteert een schrijfstijl die vooral in het begin een zeer rommelige indruk geeft. De regelmatige vage verwijzingen naar de vorige boeken uit de reeks maken het er niet makkelijker op en geven de niet-trouwe fan het gevoel een en ander te missen. Daar bovenop komt ook nog het hectisch heen en weer springen tussen de overvloed aan verhaallijnen waarmee het boek is volgepropt: Zowat elke misdaad die men kan begaan komt aan bod: verkrachting, moord, jeugdcriminaliteit, kindermisbruik, illegale handel, diefstal, drughandel, gokken, geweldpleging en lustmoord. In dit opzicht lijkt dit boek wel wat op Vier doden in een kring van David Lawrence.

De auteur heeft echt wel een eigen visie op het spannende boek. In tegenstelling tot het gros van afgelikte hoofdpersonages die, al fluitend en op een been quasi probleemloos, zaak na zaak oplossen tekent MacBride een bijna Fawlty Towers-achtig politiekorps vol met irritante figuren die met meer geluk dan kunde de slechterikken achter de tralies lijken de krijgen: zo is de ene rechercheur een luie, profiterende, vuilspuiende nicotinejunk en de andere een honderdzeventig kilo zware egoistische aan suiker verslaafde klootzak. Alleen is het eindresultaat niet echt grappig, maar zeer rauw en donker, wat er weer voor zorgt dat zijn boek inhoudelijk echt wel schril afsteekt tegen de rest van de thrillers.

Maar toch slaagt de auteur er wonderbaarlijk genoeg in om het verhaal perfect en zonder ongewilde losse eindjes rond te krijgen vooraleer de bladzijden op zijn. Zo blijkt bij het dichtslaan van het boek dat ondanks de overvloed aan misdaden en een immens aantal personages, elke opgevoerde figuur en elke beschreven scene zijn rol te spelen heeft in het geheel. Het is een bijna onmenselijke prestatie dat de auteur tijdens het schrijfproces erin slaagt het overzicht te bewaren in die schijnbare chaos. Men kan alleen maar respect hebben voor zo’n prachtig stukje plotwerk.

Met Vers bloed heeft Stuart MacBride een boek afgeleverd dat anders is dan de anderen; dat wat inspanning vraagt van de lezers; dat reacties losmaakt bij het publiek maar dat echt de moeite waard is om te lezen. Vakwerk met een twist.

Mijn score: 7/10

EOB
 

 

11-05-08

THIJSSEN Felix - Het diepe water

tfhdw

 

Motivatie van de keuze:
Dit is een van de weinige boeken die plaatsje veroverd heeft in beide lijsten waarvan ik de boeken blindelings aankoop. Dit boek werd zowel gelauwerd met een prijs alsook kreeg het een maximumscore toebedeeld op Crimezone. Nu ik na een aantal recentie-exemplaren gelezen te hebben eindelijk nog eens een boek uit de eigen collectie kon ter hand nemen was de keuze snel gemaakt. Ook de intrigerende cover bepaalde mee de keuze voor dit boek.

De achterflap:
Francines vader is bezeten van de droom een jacht te kopen en samen met zijn dochter de wereld over te zeilen. Maar in de loop der jaren ziet Francine die droom veranderen in een nachtmerrie. Ze zullen het nodige geld nooit bij elkaar krijgen.
Alles grijpt Francien aan om iets te verdienen. Ze brengt zelfs gestolen auto's naar Duitsland. En daarna krijgt ze een nog lucratiever klusje - simpel en zonder risico's. Maar drie dronken mannen verpesten alles.


Bespreking:
De ondertussen al vijfenzeventig jarige Felix Thijssen kan het schrijven niet laten. De naar de Franse Cevennen geëmigreerde Nederlander begon met in de jaren zeventig met het schrijven en vertalen van science-fiction verhalen, maar richtte zich na een tijdje meer op het spannende boek. In dit gerne heeft hij twee series gecreeerd : de ene rond de gangster Charlie Mann en een andere rond de privé-detective Max Winter. Cleopatra, het eerste boek uit de Max Winter reeks werd bekroond met de Gouden Strop.

Het uit 2006 daterende werk Het diepe water valt buiten de hierboven genoemde reeksen, hoewel de auteur het niet kon laten om de detective helemaal uit het boek te houden, en hem laat opdraven in een kleine gastrol. Het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs lauwerde in datzelfde jaar dit boek met de Diamanten Kogel; de prijs voor het beste Nederlandstalige misdaadboek.

In Het diepe water volgen we Francine Kallas, een jongedame die net als haar vader, haar weg vindt in de kleine krminaliteit, om hun gezamelijke droom – het ruime sop kiezen op een eigen zeiljacht - te kunnen verwezenlijken. Als ze ,zonder het zelf te weten, medeplichtig wordt aan ontvoering met dodelijke afloop en haar vader wordt opgepakt als verdachte, stelt ze alles in het werk om de onschuld van haar vader proberen te bewijzen, wat natuurlijk niet van een leien dakje loopt.

Het begin van het verhaal vertoont grote gelijkenissen met Het gruwelhuis van Franck Thilliez, maar daarna evolueert het verhaal in een totaal andere richting naar het gerne boeken dat ook door Patrick De Bruyn geschreven wordt, waarbij de progingen om goed te doen het hoofdpersonage in steeds grotere moeilijkheden brengt.

Het verhaal wordt verteld in een zeer volwassen aandoende stijl die neigt naar het literaire, waarbij veel aandacht wordt besteed aan de uitwerking van het hoofdpersonage en haar relatie met haar vader; zodat haar gedragingen en beslissingen goed gemotiveerd zijn. Het nadeel van zulk een schrijfstijl is dat er veel wordt ingeboet aan spanning, maar toch slaagt de auteur er glansrijk in de aandacht van de lezer vast te houden tot helemaal op het einde van het boek.

Het diepe water is typische prijswinnaar, want de laatste jaren hebben de jury’s van de verschillende spannende prijzen de tendens om de literaire kwaliteiten beter te appreciëren dan een spannende plotverloop. Daarom zullen de liefhebbers van het echt spannende boek hier minder plezier aan beleven dan de adepten van de immens populaire literaire thriller. Maar alles bij elkaar beschouwd heeft Felix Thijssen een zeer goed boek bij elkaar geschreven dat de bekroning echt wel waard is.

Mijn score: 7/10
 

 EOB