15-07-11

YOUNG Robyn - Ridder

 

yrrvdt.jpg

 

De eerste zin:
De hoge allesoverheersende zon kroop naar het zenit en veranderde de donkere okerkleur van de woestijn in het wit van vervleekte botten.

De korte inhoud
.
Will Campbell is de zoon van een ridder van de Orde van de Tempeliers. Voordat hij zelf toe mag treden tot de Tempel wacht hem een lange en zware beproeving als leerling van de strenge Sir Everard. Terwijl hij probeert te overleven in de harde leerschool van de Tempel wordt Will geconfronteerd met een gevaarlijk mysterie rond Everard en zijn verboden gevoelens voor Elwen, de onafhankelijke jonge vrouw die hij maar niet uit zijn hoofd kan zetten.
Ondertussen groeit in het Oosten de macht van de voormalige slaaf Baibars. Deze meedogenloze krijger en briljante strateeg is de grootste generaal van zijn tijd  en heeft maar één doel: hij zal niet rusten tot zijn volk is bevrijd van de Europese bezetters van zijn thuisland.


Het volledige rapport.
Hoewel de Britse Robyn Young amper eenendertig jaar oud was toen ze met Ridder (van de tempeliers) debuteerde, was ze al zowat zeven jaar aan het schaven aan dit boek, dat het eerste deel is van deze Middeleeuwse trilogie, waarin de kruistochten en rol van de tempeliers erin, centraal staan. De andere boeken uit de reeks kregen de titels Kruistocht en Requiem mee.

Tegen een historische correcte achtergrond tekent de auteur het fictieve verhaal van Will Campbell vanaf zijn opleiding tot tempelier in Londen tot aan zijn eerste kennismaking met Heilige Land. Zo bestrijkt Ridder de periode van september 1260 tot mei 1272. Naast de ontertussen al tot vervelens toe herkauwde westerse visie op deze periode van de geschiedenis, weet Robyn Young zich van de anderen te onderscheiden door eveneens veel tijd te spenderen aan het standpunt van de Arabische wereld.Door de ogen van een van de meest gevreesde en populaire Egyptische sultan Baibars, wordt de lezer ingewijd in een compleet tegengestelde kijk op de kruistochten, dan deze welke ons onder invloed van de katholieke kerk met de paplepel ingegeven werd. Deze dubbele kijk op dezelfde feiten levert een pareltje van historische faction op, waardoor jammer genoeg een fictief verhaaltje geweven wordt zoals er al tientallen geschreven werden: deze keer is het onderwerp van conflict een boek dat de tempeliers ten gronde kan richten, en dat de vijanden van de orde maar al te graag openbaar willen maken

Robyn Young slaagt erin de feiten op een zeer aangename wijze aan te brengen, zonder ook maar ergens de belerende weg in te slaan. Enkel het middenstuk, dat zich in Parijs afspeelt, is te landradig, maar later krert het verhaal zich weer op kruissnelheid, waardoor de vijfhondervijfenzestig bladzijden licht verteerbaar zijn en vlot omgedraaid kunnen worden.

Ridder is een zeer geloofwaardige historische roman, maar de auteur had beter evenveel werk gestoken in het ontwikkelen van de spannende draad als in haar research. Toch is dit boek verplichte literatuur voor alle liefhebbers van boeken over Tempeliers en de Middeleeuwen, want ze zullen er niet alleen veel van opsteken, maar Robyn Young brengt het ook nog eens op een aangename wijze.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


02-06-11

WATSON S.J. - Voor ik ga slapen

 

wsjvigs.jpg

 

De eerste zin:
De slaapkamer is vreemd.

De korte inhoud

Christine wordt ’s ochtends wakker in een vreemd bed, in een vreemd huis, naast een man die ze niet kent. Ze herinnert zich niets van wat er die nacht is gebeurd en besluit snel haar kleren aan te trekken en naar huis te gaan. Maar dan ziet ze zichzelf in de spiegel. Christine herkent zichzelf niet: ze is veel ouder dan ze dacht.
De man vertelt haar dat hij Ben heet en dat ze al tweeëntwintig jaar getrouwd zijn. Dat ze in haar eigen huis is. En dat haar geheugen jaren geleden is aangetast door een ernstig ongeluk. Elke nacht als Christine gaat slapen worden haar herinneringen gewist. Elke ochtend opnieuw moet iemand haar vertellen wie ze is.
Christine is volledig afhankelijk van Ben. Maar als ze op advies van haar dokter een dagboek gaat bijhouden, ontdekt ze dat Ben haar lang niet alles vertelt.


Het volledige rapport
De in Londen wonende S.J. Watson debuteert met Voor ik ga slapen, een verhaal dat hij ontwikkelde tijdens een cursus romanschrijven, en die losjes gebaseerd is op waargebeurde feiten die eerder al in boekvorm gegoten werden door Deborah Wearing.

Het hoofdpersonage, wiens verhaal in de eerste persoon enkelvoud verteld wordt, is Christine Lucas, een zevenenveertig jarige vrouw die elke ochtend ontwaakt in de overtuiging zowat vijfentwintig jaar jonger te zijn, want telkens ze in een diepe slaap verzeilt – elke nacht dus - worden alle recente herinneringen tot zowat een kwart eeuw terug uit haar geheugen gewist. Al jaren lang moet haar partner haar elke dag vertellen wie hij is en waarom zij hem niet herkent.
Als ze op aanraden van een psycholoog dagelijks haar bevindingen op papier ziet, merkt ze al snel dat haar partner een en ander uit het verleden achter houdt of verdraait. Of toch niet?

Door de aard van het verhaal en de vele herhalingen van dezelfde gegevens krijgt Voor ik ga slapen een zekere traagheid mee, die bij momenten zelfs uitgroeit tot langdradigheid. Maar desondanks weet S.J. Watson toch moeiteloos zijn publiek bij de les te houden door beetje bij beetje de spanning op te bouwen. Een proces dat hij technisch perfect beheerst en uitvoert, waardoor een origineel gegeven wordt uitgewerkt tot een psychologische thriller van formaat, die vooral door de vrouwelijke fans van het spannende boek zeer gesmaakt zal worden. Het idee totaal te zijn overgeleverd aan wat anderen je vertellen is angstaanjagend, en de auteur buit dat gegeven zeer subtiel uit. Hoewel het jammer is dat al vrij duidelijk wordt in welke richting de verhaallijn zal evolueren, gebruikt de auteur de details als broodkruimels om het boek interessant te houden.

Heel het verhaal door doet de sfeer denken aan The Truman show, de uit 1998 daterende film met Jim Carrey, wiens personage er zich totaal onbewust van is dat hij de hoofdrol speelt in een populaire soap.

Alleen wordt Voor ik ga slapen, mede door Christines kwaal heel wat compacter gehouden: een minimum aan personages maken hun opwachting in een al even kleine leefomgeving.

Ook aan de buitenzijde is dit werkstuk een opvallende verschijning. De uitgever heeft ervoor geopteerd om geen enkele letter tekst te plaatsen op de cover: geen titel; geen auteursnaam, geen uitgever, zelfs geen logootje. Enkel een oog dat je aanstaart. Op zich wel markant, maar om eruit te springen in de boekhandel had de kleurkeuze wat feller gemogen dat het sepia dat nu gebruikt werd. Maar alvast een gedurfd concept.

S.J. Watson slaagt erin van een aan amnesie lijdende vrouw op geloofwaardige wijze een slachtoffer te maken van paranoia, en dat is bijna even sterk als David Copperfields optredens. Voor ik ga slapen is dan ook een waardig debuut dat onder de vlag van de literaire thriller vaart. Liefhebbers van dit subgenre en lezers met een brede smaak moeten dit werkstuk zeker eens oppakken.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


12-05-11

WHITE Michael - De moordkunstenaar

 

wmdm.jpg

 

De eerste zin:
Luidkeels gillend rende ze over straat.

De korte inhoud
.
In al zijn jaren bij de politie is inspecteur Jack Pendragon nog nooit geconfronteerd met zo’n gruwelijke reeks moorden. De lichamen van de slachtoffers zijn op verschrikkelijke wijze verminkt en vervolgens zo gepositioneerd dat ze verwijzen naar werken van beroemde surrealistische schilders.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken, lijkt er een verband te zijn tussen deze moorden en een serie onopgeloste moorden in Londen in 1880 (sic), namelijk die van Jack the ripper. Pendragon is vastbesloten de zaak op te lossen, maar zijn tegenstander is niet alleen gevaarlijk, hij is ook bijzonder intelligent en laat geen sporen achter.
Een bloedstollende race tegen de klok begint…


Het volledige rapport..
De uit Groot-Brittannië afkomstige auteur Michael White week uit naar Australië waar hij zich vestigde in Sydney. Na in de eerste helft van de jaren tachtig een tijdje in de muziekwereld vertoefd te hebben, doceerde hij een aantal jaar wetenschappen, om zich daarna volledig op het schrijven toe te leggen. Hij maakte naam en faam als biograaf. Zo zette hij het leven van o.a. Asimov, Machiavelli, Tolkien, Da Vinci, Einstein, Stephen Hawking en Darwin op papier.

Tijdens het schijven van Newtons biografie ontstond al het idee om zich ook eens te wagen aan fictie maar het duur nog bijna een decennium vooraleer hij in 2006 zijn spannend debuut maakte met Equinox. De moordkunstenaar is al het vierde spannende boek dat onder zijn eigen naam verschijnt, - hij schrijft onder het pseudoniem Sam Fisher ook nog verhalen in de reeks E-Force, een moderne versie van Thunderbirds, de BBC poppenserie uit de jaren zestig.

In De moordkunstenaar hernieuwen we onze kennismaking met rechercheur Jack Pendragon uit De Borgia-ring, die een reeks gruwelijke moorden op zijn boterham krijgt, die allen lijken geïnspireerd door wereldberoemde surrealistische schilderijen. Het spreekt voor zich dat deze sadist zo snel mogelijk een halt toegeroepen moet worden, maar hoe begin je eraan als er op de plaatsen delict amper een bruikbaar spoor gevonden wordt…


Michael White pakt de lezer meteen bij het nekvel door uit te pakken met een sterk en fascinerend begin waarin alles moet wijken voor het schokeffect. Gelukkig vergeet de auteur niet verder in het verhaal onder meer zijn personages van een degelijke achtergrond te voorzien, zodat de noodzakelijke diepgang ook bereikt wordt.

De moordkunstenaar is van hoog niveau tot op het moment dat hij met een tweede verhaallijn aanvangt die zich afspeelt in 1888, en waaruit een link moet blijken tussen de moorden van Jack the Ripper en de kunstmoorden die Pendragon onderzoekt. Een link die zo ver gezocht is dat de magie van het verhaal uiteenspat als een zeepbel. Michael White had er veel beter aan gedaan voor de moordkunstenaar enkel de hedendaagse verhaallijn te gebruiken. En zijn visie op de man Jack the Ripper en diens beweegredenen meer uit te werken tot een op zichzelf staand boek, waardoor er veel meer kracht zou van uitgaan dan nu het geval is.

De twee verhaallijnen staan als ying en yang tegenover elkaar, maar in plaats complementair te zijn, neutraliseren ze elkaar, waar door geloofwaardigheid, echtheid spanning en mijn gevoel over het boek elkaar halverwege ontmoeten en het potentieel dat, getuige het sterke begin, in De moordkunstenaar aanwezig is, niet volledig tot ontplooiing komt. Zo ook het feit dat er wel erg veel politie aanwezig is in de Londense wijk Whitechapel, waar de auteur zijn verhaal laat afspelen en dat het oplossen van deze aartsmoeilijke puzzel slechts acht dagen in beslag neemt voor de nodige vraagtekens.

Toch is De moordkunstenaar zeker geen slecht boek. Maar het had veel beter gekund.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


05-03-11

Duoboek: CHRISTIE Agatha - Getuige à charge & LIV - De coach


cagac.jpg


Het volledige rapport
Ter promotie van een aantal jonge Nederlandse schrijfsters uit de portefeuille van Karakter brengt de concept packager B for Books onder de noemer Spannende Vrouwen een aantal duoboeken op de markt. Hierin worden telkens twee kortverhalen gebundeld in een harde kaft: een van de hand van een opkomend talent en eentje van een grote naam in het boekenvak.

In dit boek worden Agatha Christie en Liv aan elkaar gekoppeld. Beide leveren ze een kortverhaal dat zich afspeelt in de familiale kring. Getuige à charge van Britse Queen of crime dateert al uit 1925 en draait rond de getuigenis van een maîtresse over haar van moord beschuldigde minnaar, terwijl de de spanningen in het gezin centraal staan in De coach van Liv.

Het eerste wat opvalt als men het boek opent is het uitzonderlijk grote lettertype dat gebruikt werd en de enorme hoeveelheid wit op de pagina’s. Het moge duidelijk zijn dat de uitgever echt alles uit de kast heeft moeten halen om de twee kortverhalen op te rekken tot iets dat een boek genoemd kan worden. Het lijkt op het eerste zich wel een boek voor beginnende lezers.

En de conclusie na het bereiken van het laastse letterteken is dat de kunst van het schrijven van kortverhalen veel moeilijker is dan het lijkt. Een compleet geloofwaardig verhaal vertellen met levensechte personages, voorzien van een degelijke plot en liefst ook nog een verrassend einde op de oppervlakkte van een spreekwoordelijke rijstkorrel is geen evidentie.
Zo neemt het extreem korte Getuige à charge niet genoeg tijd om een geloofwaardige omgeving te creëren, waardoor zelfs de bijna briljante ontknoping niet inslaat als een bom. Pittig detail is dat de schrijfster - weliswaar om andere reden dan hierboven aangehaald – later het einde nog heeft aangepast.

Eigenlijk brengt Liv het er beter van af. Het geheel klopt. Alleen stopt ze de beperkte ruimte te vol met indrukken en stokpaardjes, waardoor de essentie van het verhaal wat ondergesneeuwd raakt.

Toch overstijgt dit duoboek in zijn totaliteit de status van tussendoortje niet. Misschien moeten potentiële auteurs van kortverhalen maar eens het Gouden strop winnende Fotofinish van Jac Toes bestuderen: een kortverhaal volgens de regels van de kunst.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


02-03-11

SMITH Tom Rob - Kind 44


strk44.jpg

De eerste zin:
Toen Maria had besloten om dood te gaan, moest haar kat verder maar voor zichzelf zorgen..

De korte inhoud

Het is 1953. al jaren houdt dictator Jozef Stalin de Sovjet-Unie in een ijzeren greep. In Stalins arbeidersparadijs is een seriemoordenaar actief die kinderen vermoordt. Maar in de Sovjet-Unie zijn zulke misdaden onmogelijk. Er bestaan alleen politieke misdaden. Wie al denkt dat een Sovjetburger tot die moorden in staat is, pleegt een misdaad en kan de kogel krijgen, of sterft een tergend langzame dood in een van de goelags. Voor de dood van de kinderen is altijd een logische verklaring: een ongeluk, buitenlandse spionnen – dossier gesloten.
Hoe los je een onmogelijke misdaad op?
Leo Demidov is een jonge, ambitieuze en toegewijde officier van de meedogenloze geheime dienst. Hij kent geen twijfels over het beleid van de communistische partij.
Maar de seriemoordenaar blijft actief en de kindermoorden gaan door. Het lijkt er zelfs op dat de moorden Demidov volgen, dat ze op de een of andere manier met hem te maken hebben. Leo beseft al snel dat hij de moordenaar van al die kinderen, wie het ook is, moet stoppen voordat hij zelf wordt vermoord.
Bij Demidov slaat de twijfel toe. Zijn vijanden binnen de muren van de Loebjanka, het hoofdkwartier van de geheime dienst, ruiken bloed en chanteren hem. Leo moet zijn loyaliteit aan de partij bewijzen, maar dat kan alleen als hij zijn vrouw Raisa verraadt.


Het volledige rapport.
Tob Rob Smith groeide op in Zuid-Londen waar zijn ouders een antiekwinkel uitbaatten. Hij begon al met het schrijven van verhalen in zijn jeugd, maar toen op de middelbare school een leraar hem aanraadde om toneelstukken te gaan schrijven maakte dat indruk op de jonge Tom. Na zijn studies werkte hij eerst als werknemer en later als zelfstandige vooral voor televisieproductiehuizen en –omroepen. Tijdens een minder drukke periode begon hij met het schrijven van zijn spannend debuut Kind 44, dat hij baseerde op de echte Russische seriemoordenaar Andrei Chikatoli, die in de jaren tachtig van vorige eeuw actief was.

Veiligheidsagent en perfecte Sovjetburger Leo Demidov komt per toeval op het spoor van een kindermoordenaar, maar volgens de communistische doctrine bestaan er geen seriemoordenaars. Deze contradictie brengt Leo aan het twijfelen inzake het officiële beleid; een gegeven dat zijn tegenstanders binnen de geheime dienst meteen uitbuiten om hem op een zijspoor te dirigeren. Maar Leo wil koste wat kost deze maniak opsporen en uitschakelen. Zelfs als dat betekent dat hij zijn naaste familie en zichzelf in grote problemen brengt. Enkel het met succes afronden van zijn zoektocht kan zijn geloofwaardigheid en re-integratie in de maatschappij weer bewerkstelligen.

Voor Kind 44 nam de auteur zich de vrijheid om het verhaal te verplaatsen naar de jaren vijftig toen Stalins schrikbewind zijn hoogtepunt beleefde. En deze kunstgreep blijkt een gouden idee te zijn, want veruit het sterkste punt van het boek is de grimmige sfeer die de auteur tot in de perfectie weet te hercreëren. Door zijn sobere beschrijvingen van het leven in Stalinistisch Rusland weet hij veel gruwelijker uit de hoek te komen dan al die boeken waarin bloed en lichaamsdelen in het rond vliegen. De eerste tweehonderd bladzijden van Kind 44 behoren tot het beste wat er ooit op papier gezet werd. De uiterst geloofwaardige wijze waarop alles verteld wordt grijpt de lezer bij het nekvel, kruipt onder de huid en dwingt hem de confrontatie aan te gaan met deze situatie van wantrouwen waarin een normaal leven geen optie is. Want het wantrouwen regeert met ijzeren hand en de angst voor arrestatie, marteling en de goelag hangt als een zwaard van Damocles boven eenieder; ook boven de hoofden van de protagonisten. Meesterlijke sublimatie toont Tom Rob Smith hier tentoon.

Toch mist Kind 44 net de perfecte score, want de contradictie tussen de Sovjetburgers die zich in het begin van het verhaal afsluiten van alles wat hen niet aangaat en de massale hulp die hij later in het boek krijgt is te groot om geloofwaardig te zijn. Hierdoor valt die onmenselijke sfeer die met veel moeite gecreëerd werd bijna als een mislukte soufflé in elkaar, waardoor de auteur er dan ook niet in slaagt die neerslachtige sluier die zowel over cover als verhaal hangt tot het eind vol te houden.

Ook zorgt het kaartje aan het begin van het boek bij aanvang voor heel wat afleiding, want de lezer is geneigd het te raadplegen telkens er een plaats die vernoemd wordt. En die zijn er aanvankelijk niet op terug te vinden. Het was beter geweest het kaartje pas af te drukken op de plaats waar het relevant wordt.

Toch leverde Tom rob Smith met Kind 44 een meesterwerk af dat verplichte literatuur moet zijn voor elke rechtgeaarde liefhebber van het genre. En voor elke (potentiële) auteur, want het is niet alleen een schoolvoorbeeld, maar zelfs de nieuwe maatstaf voor wat betreft sfeervorming.

Het definitieve verdict: 9/10

EOB.JPG

 

11-01-11

BECKETT Simon - Het sanatorium

 

bshs.jpg

 

De eerste alinea:
De huid.

De korte inhoud

De Britse arts David Hunter maakt een studiereis naar de beroemde Body Farm in Knoxville (VS), de plaats waar hij gestudeerd heeft. Hij is nog herstellende van een aanslag op zijn leven en hoopt dat het uitstapje hem goed zal doen. Directeur Tom Lieberman, een vriend van vroeger, vraagt hem mee te gaan naar een lijkschouwing in een berghut. Hunter is echter niet voorbereid op het gruwelijke tafereel dat hij daar aantreft: een vastgebonden en gefolterd lichaam in verregaande staat van ontbinding, met – vreemd genoeg – roze tanden.
Dan wordt er een tweede lichaam gevonden. Wat volgt is een huiveringwekkende zoektocht waarin niets is wat het lijkt. David Hunter krijgt te maken met iemand die een duivels genoegen beleeft aan moorden en die bizarre sporen achterlaat op iedereen op het verkeerde been te zetten.



Het volledige rapport
De uit Sheffield afkomstige Brit Simon Beckett oefende een aantal jobs uit die allen gemeen hadden dat ze hem een grote mate van vrijheid bezorgen. Het schrijverschap was dus gewoon een logische volgende stap en na een journalistiek bezoek aan de body farm had hij meteen ook zijn inspiratie gevonden: David Hunter was geboren.

In het derde boek uit de reeks, Het sanatorium, keert het hoofdpersonage terug naar de body farm en raakt hij op voorspraak van de directeur ervan betrokken bij het onderzoek van een gruwelijke moord en de jacht op een gewiekste seriemoordenaar.

Simon Beckett hanteert een uiterst aangename schrijfstijl waarin de lezer zich quasi vanaf de eerste bladzijde een gezellig in kan nestelen zodat meteen de juiste sfeer gecreëerd wordt voor meer dan driehonderd bladzijden leesplezier.

Of toch bijna, want vooral in het begin van Het Sanatorium maakt de auteur te veel toespelingen op de bijna doodervaring van het hoofdpersonage op het eind van Het laatste zwijgen, het vorige boek uit de reeks. Vooral het feit dat de opmerkingen eigenlijk niet ter zake doen in dit verhaal maakt het ergerlijk.

Maar gelukkig weet de schrijver er nog net op tijd mee op te houden, om vol te gaan voor verhaal nummer drie dat plotmatig veruit het beste is uit de reeks: verrassende wendingen en een originele en perfect gemaskeerde ontknoping maken van Het Sanatorium een rasechte pageturner die de lezer verbaasd en zelfs verbluft achterlaat nadat deze de laatste bladzijde achter zich gelaten heeft.

Met dit boek breit Simon Beckett een ijzersterk derde deel aan zijn serie, waarvan alle delen met hun mix van forensische antropologie en het ontmaskeren van moordenaars een meer dan behoorlijk niveau halen. En net nu is bekend geworden dat in april 2011 het vierde deel van de persen zal rollen. Ik kan haast niet wachten, want deze werken zouden verplichte lectuur moeten zijn voor elke rechtgeaarde liefhebber van spannende boeken.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG

 

 

 

29-12-10

GODDARD Robert - Het familiekapitaal

 

grhf.jpg

De eerste alinea:
‘De vakantie begint hier,’ mompelde Hammond binnensmonds. Hij nam een slokje van zijn mineraalwater met prik, staarde wat om zich heen in de clublounge en keek door de grote ramen naar buiten, waar de vliegtuigen bij de verbindingsslurven stonden of over de startbaan taxieden. Heathrow bood op een grauwe middag in februari een weinig inspirerende aanblik, maar Hammond zag in gedachten al uit naar de skihellingen in Oostenrijk, waar de omstandigheden volgens de krant optimaal waren: in Obergurgl niets minder dan poedersneeuw van de beste soort.

De korte inhoud
Dr. Edward Hammond heeft kort na de oorlog in Joegoslavië Dragan Gazi voor veel geld aan een nieuwe lever geholpen. Tegenwoordig zit Gazi vast in Den Haag. Hem hangt niet alleen een veroordeling door het oorlogstribunaal boven het hoofd, iedereen aast ook nog eens op zijn kapitaal.
Een mysterieuze figuur, ‘de accountant’, houdt het kapitaal verborgen en Gazi’s dochter Ingrid wil het hebben. Edward is de enige die zou kunnen helpen. Omdat Ingrid als geen ander weet hoe zij Edward onder druk kan zetten om zijn hulp af te dwingen….



Het volledige rapport
De Brit Robert Goddard studeerde geschiedenis. Na gewerkt te hebben als journalist, leraar en ambtenaar, besloot hij in 1986 voor om van zijn pen te leven. Datzelfde jaar debuteerde hij met Verjaard bedrog, waarmee de auteur meteen aangaf voor welke niche hij opteerde in de grote wereld van het spannende boek: misdaadverhalen die in de marge historische raakvlakken bevatten.

Met zijn nieuwste werk zit hij nog steeds in hetzelfde hokje. De basis voor Het familiekapitaal is de vraag wat er van de genadeloze militieleiders geworden is die tijdens recente Joegoslavische burgeroorlog dood en vernieling zaaiden. Een van hen, Dragan Gazi wacht op zijn veroordeling door het oorlogstribunaal in Den Haag. Diens dochter Ingrid benadert de Londense chirurg Edward Hammond, die in 1996 een nieuwe lever inplantte bij Gazi, om de oorlogsbuit van de Servische leider los te weken bij Dragans financiële brein: de accountant. Hammond kan niet weigeren, maar beseft nog niet dat hij hierdoor in een wespennest van formaat terechtkomt.

Tweeëntwintig titels staan er ondertussen op Robert Goddards bibliografie waarvan het overgrote deel de status van bestseller haalde in het Verenigd Koninkrijk. Het is dan ook geen toeval dat deze auteur er een zeer leesbare stijl hanteert waarbij rauwe historische feiten zoveel mogelijk uit de weg gegaan worden, maar de geschiedenis met mondjesmaat in het verhaal incorporeert. En die formule werkt, want ondanks het eenvoudige opzet van het boek, met een serieel opgezette plot, wordt de aandacht van de lezer moeiteloos vastgehouden door alles ondergeschikt te maken aan meer dan voldoende verrassende wendingen die voor de voeten van zijn hoofdfiguur gegooid worden.

Die drang naar afwisseling uit zich tevens in het een groot aantal locaties, waarbij het hoofdpersonage half Europa doorkruist alsof het slechts een wijk betreft en voor de ontknoping zelfs naar Zuid-Amerika gelokt wordt.

Hoewel Robert Goddard er een erezaak van maakt om alle losse eindjes weg te werken in zijn verhalen, moet hij soms toch flirten met de grenzen van het geloofwaardige om die belofte waar te maken. Maar boven alles is Het familiekapitaal gewoon een tof verhaal in een origineel kader.

Het definitieve verdict: 7/10


EOB.JPG


 

19-05-10

MCDERMID Val - Het profiel

 

mvhp

 

De eerste alinea
Moord had iets magisch, dacht hij. De snelheid van zijn hand was altijd bedrieglijk voor het oog, en zo zou het blijven. Hij was als een postbode die iets bezorgt bij een huis waarvan de bewoners later konden zweren dat er niemand aan de deur was geweest. Deze kennis was verankerd in zijn wezen als een pacemaker in het lichaam van een hartpatiënt. Zonder zijn magische krachten zou hij dood zijn. Of toch zo goed als.


De korte inhoud:
Tony Hill, hoofd van de Nationale Taakeenheid Profilering, geeft zijn team opdracht te onderzoeken of er een verband is tussen de verdwijningen van dertig tieners.
Allemaal lijken ze van huis te zijn weggelopen.
Alleen Shaz Bowman komt met een concrete theorie. Maar die theorie is zo absurd dat niemand haar gelooft.


Het volledige rapport
:
Toeval bestaat niet, maar het is toch bizar dat net als Val McDermid de diamanten Dagger uitgereikt krijgt voor haar belangrijke bijdrage van de wereld van het spannende boek – een carrièreprijs, zeg maar – de Nederlandse vertaling van The wire in the blood bovenaan mijn stapel ligt te pronken.

De uit het Schotse kustplaatsje Kirkaldy afkomstige schrijfster, begon in 1976 haar professionele loopbaan als journaliste voor dagbladen in Glasgow en Manchester. Ondertussen begon ze fictie te schrijven. Haar eerste boek werd door elke uitgever geweigerd, maar kreeg een tweede leven als toneelstuk. In 1984 maakte ze, onder invloed van de opkomst van een nieuwe lichting Amerikaanse vrouwelijke thrillerauters, zelf ook de overstap van drama naar het spannende boek, maar het duur drie jaar voor haar debuut in de winkels lag. In 1991 besloot ze zich volledig toe te leggen op het schrijven van spannende fictie en sindsdien werd veel van haar werk al in diverse landen bekroond.

Haar dertiende spannende boek, Het profiel, dat al dateert van 1997, is na De sirene het tweede boek in een reeks waarin psycholoog Tony Hill en rechercheur Carol Jordan de belangrijkste figuren zijn. Deze reeks ligt ook aan de basis van de televieserie Wire in the blood, waarvan tussen 2002 en 2008 zes jaargangen opgenomen werden.

In het profiel verwelkomt Tony Hill zijn eerste kandidaat profielschetsers bij de Nationale Taakeenheid Profilering. Een van de oefeningen die de rechercheurs voorgeschoteld krijgen, bestaat uit het groeperen van slachtoffers. Zo moeten ze uit een lijst van verdwenen tieners proberen een verband te vinden. Sharon ‘shaz’ Bowman slaagt er niet alleen als enige in een duidelijke overeenkomst te vinden tussen een aantal van die vermisten. Ze wijst ook meteen een verdachte aan. Omdat haar verdachte een alom geliefde landelijk beroemde televisiester is, wordt haar theorie als absurd afgedaan. Maar gedreven als ze is, probeert ze op haar eentje haar gelijk te bewijzen.

Het profiel is door zijn opzet geen eenvoudig boek geworden: na de proloog volgt een hoofdstuk van een bladzijde of 65. Meteen een dikke kluif om te verorberen. Daarna volgen de ongenummerde hoofstukken, met een lengte die varieert tussen een pagina en bijna 90 bladzijden, elkaar op. Als dan soms in de tekst ook de witregels tussen de verschillende scenes wegvallen, bestaat de vrees dat menig occasioneel lezer het boek voortijdig voor bekeken zal houden. Ook al omdat er veelvuldig gerefereerd wordt naar wat er zich in De sirene heeft afgespeeld.

Maar wie doorbijt kan genieten van een degelijk opgebouwd verhaal waarin Val McDermid de vooringenomenheid met betrekking tot de status van onaantastbaarheid van bekende figuren in vraag stelt en dit gegeven uitgewerkt heeft tot een meeslepende thriller die zich op vier verschillende, over het hele grondgebied van Engeland verspreide locaties: van de hoofdstad Londen, over de industriestad Leeds via de kustgemeente Seaford naar het landelijke Northumberland.
De race tegen de klok op verschillende niveaus in het verhaal staat er garant voor dat de spanning constant aanwezig is en nooit last heeft van een dipje. Alleen is het jammer dat de wijze waarop de schuldige zijn sporen verwijdert, nogal terloops en zonder onderzoek als een zekerheid gedeclameerd wordt, waardoor het nogal uit de lucht komt te vallen.

Hoewel de personages misschien een beetje clichématig voorgesteld worden, komt dit in Het profiel meer de herkenbaarheid ten goede dan dat het nadelig werkt. Maar Tony Hill lijkt wat op de alwetende Pendergast van Preston and Child: in zijn vakgebied is hij de authoriteit, wiens zicht op de zaak en suggesties omtrent andere zaken waarvan hij amper op de hoogte is en zelfs de details niet kent, telkens weer meteen de juiste is. Zo wordt het metier van het profielschetsen wel voorgesteld als een zeer eenvoudige klus, wat het zeker niet is. Voor één boek is dit nog te genieten, maar als deze lijn doorgetrokken wordt door de hele serie kan dat wel eens uitvergroot worden tot een storende factor.

Zoals uit bovenstaand relaas blijkt is Het profiel niet de perfecte thriller geworden. Maar het is zeker en vast eentje dat moeiteloos tot de bovenste helft van het genre behoort. En van Val McDermid is na ondertussen zesentwintig titels van haar hand al geweten dat ze een vaste waarde is in het kransje van de toppers in het genre in Groot-Brittannië en daarbuiten.

Het definitieve verdict: 7/10


EOB

26-04-10

GOODWIN Jason - De brand van Istanbul

 

gjdbvi

De eerste alinea:
Yashim tikte een stofje van zijn manchet.

De korte inhoud:
1836. Een reeks moorden bedreigt het machtsevenwicht aan het hof van de sultan. Een mooie courtisane wordt gewurgd in haar bed gevonden en enkele soldaten van de sultan worden vreselijk verminkt aangetroffen. De sultan stelt Yashim Togalu aan om in een geheime missie te achterhalen wie er achter deze gruweldaden schuilt. Als eunuch heeft hij toegang tot de afgeschermde haremverblijven van het paleis, maar uiteindelijk leidt zijn zoektocht hem naar de schimmige onderwereld van Istanbul.



Het volledige rapport
:
De Britse historicus en auteur Jason Goodwin raakte tijdens zijn studies Byzantijnse geschiedenis aan de universiteit van Cambridge gefascineerd door Istanbul. Met zijn vrouw Kate en hun vier kinderen geniet hij van het landelijke leven in het Engelse graafschap Sussex

Na in de jaren negentig van vorige eeuw een aantal non-fictie boeken gepubliceerd te hebben over de Ottomanen, schreef hij als journalist talloze artikels voor onder andere de krant New York Times. In 2006 waagde hij zich met De brand van Istanbul voor het eerst aan spannende fictie, en het leverde hem meteen een Edgar Alan Poe award op voor het beste boek van dat jaar volgens de Mystery Writers of America, de Amerikaanse tegenhanger van het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs. Het boek was meteen ook het begin van een reeks, waarvan het vierde deel volgend jaar van de persen zal rollen, met als protagonist de sympathieke eunuch en hobbykok Yashim Togalu, die zich als een vis in het water thuisvoelt in het Istanbul van de eerste helft van de negentiende eeuw.

In de brand van Istanbul wordt Yashims hulp zowat tegelijkertijd ingeroepen bij het oplossen van twee onregelmatigheden: de bevelhebber van de elitetroepen van de sultan vraagt hem de verdwijning van vier van zijn officieren te onderzoeken en de moeder van de sultan spreekt hem aan in verband met de moord op een van de haremvrouwen van haar zoon. Als de vermiste officieren een voor een vermoord en verminkt teruggevonden worden, vermoedt Yashim een samenzwering tegen de vernieuwende sultan. Maar tussen vermoeden en bewijzen ligt een hemelsbreed verschil. Zijn onderzoek laat hem, met gevaar voor eigen leven, kriskras de grootstad doorkruisen in de hoop de ontbrekende puzzelstukjes te vinden.

Het is vanaf de eerste bladzijden aangenaam vertoeven in De brand van Istanbul. De gezapigheid waarmee de auteur zijn verhaal verwoordt en de sfeervol beschreven faits divers maken dat het boek aanvoelt als een op maat gemaakt pak. Jason Goodwin schotelt de lezer een mooie dwarsdoorsneede voor van het leven in de voormalige hoofdstad van het Ottomaanse riijk, waarbij de historicus in hem hem behoedt voor het te romantisch afschilderen van het leven, waardoor een een zeer geloofwaardig aandoend decor ontstaat waartegen het spannende verhaal geschetst wordt dat eigenlijk maar een onderwerp heeft: macht. En de strijd om meer macht die op verschillende vlakken uitgevochten wordt.

Al bij al beschouwd besteedt de auteur – in tegenstelling tot de meeste misdaadauteurs – weinig aandacht aan de spannende verhaallijnen. De lezer wordt niet bij het handje genomen en stap voor stap begeleid door het onderzoek van het hoofdpersonage, maar wordt verplicht mee te denken, want soms worden er grote stappen genomen buiten het zicht van de lezer. Deze intelligente, soms zelfs terloopse aanpak overschrijdt echter nooit grenzen van het ongeloofwaardige en draagt er zelfs toe bij dat het boek naar een hoger niveau getild wordt. Een logische gevolg van deze aanpak is dat de verrassende ontknoping zowat uit de lucht komt te vallen en dat de lezer zich voor het hoofd slaat omdat hij het niet zag aankomen.

Kortom De brand van Istanbul is een prachtig werkstuk dat de lezer niet alleen zin geeft om direct een retourtje Istanbul te boeken, maar ook garant staat voor enkele uren lekker wegdromen bij een atypische, boeiende en vooral heerlijk frisse detective vol markante personages.

Het definitieve verdict: 8/10 

EOB


 

21-02-10

KINNINGS Max - Claustrofobia

 

 

kmc

De verpakking:
Als deze cover een ding doet, dan is het opvallen: In witte koeien van letters wordt de titel, alle spellingsregels aan de laars lappend, in vier stukken gehakt, uitgesmeerd over het grootste deel van het beschikbare oppervlak. En wat is er mis met “claustrofobie”? Veel blijkbaar, want de uitgever opteerde voor het Engelse “claustrofobia”. Hopelijk denkt de potentiële koper of lezer niet dat het een Engelstalig boek betreft dat verkeerdelijk tussen de Nederlandstalige boeken gelegd werd. Op de overblijvende ruimte worden nog de naam van de auteur en een vrij onopvallende foto van een spoortunnel gepropt, die door het felle licht aan het einde van de tunnel toch iets mysterieus aan de voorpagina toevoegt.. Het geheel is veel te druk, maar je zal er wellicht niet naast kunnen kijken. De invulling van de achterflap is beter geproportioneerd, en evenwichtiger uitgevoerd. Wel is het te betreuren dat de korte inhoud een paar onzorgvuldigheden bevat.

De inhoud:
Tijdens het spitsuur in Londen wordt een overvolle metro gekaapt en tot stilstand gebracht in een van de tunnels die het metrosysteem rijk is. Een groepje christelijke fundamentalisten dreigt de tunnel op te blazen, waardoor die onder water zal komen te staan; een soort massale doopplechtigheid.
De machinist van de trein, George, lijdt – ironisch genoeg voor een metrobestuurder – aan een ernstige vorm van claustrofobie, en het gevoel ondergronds opgesloten te zitten drijft hem zowat tot waanzin.
De kapers hebben een satellietverbinding aangelegd, waardoor honderduizenden kijkers verspreid over de hele wereld de kaping live kunnen volgen via de internationale nieuwszenders. De autoriteiten staan machteloos: met honderden gegijzelden is dit de grootste terroristische dreiging sinds 11 septermber. Als enkele uren later blijkt dat de kapers George’ vrouw en kinderen betrokken hebben bij hun zieke plan, ontstaat een explosieve situatie...


Het rapport
:
De in Oxford verblijvende Brit Max Kinnings werkte vroeger in de muziekindustrie, maar momenteel voorziet hij in het levensonderhoud van zijn gezin met het schrijven van scenario’s en boeken. Ook doceert hij schrijfcursussen aan de de universiteit van Brunel, in de Londense westrand.


In eigen land publiceerde hij begin deze eeuw al twee humoristisch getinte boeken vol actie, maar zijn derde boek ‘Baptism’ raakt maar niet in de winkelrekken, hoewel het in 2008 zelfs op de korte lijst stond van boeken die op het Berlijnse filmfestival voorgesteld zouden worden. Maar dat kon uitgeverij De fontein er niet van weerhouden het boek alvast in Nederlandse vertaling onder de titel Claustrofobia uit te brengen, waardoor het meteen ook het eerste boek van deze auteur is dat we in onze moedertaal kunnen lezen.

In een tijd waarin alle media bol staan met feiten over moslims die het Westen belagen, komt Max Kinnings op de proppen met een terrorist die van mening is dat de katholieke kerk zich tegenwoordig maar karakterloos opstelt, en zich als een mietje gedraagt. Niet dat hij de strijd wil aangaan met de islamieten, maar om, als religies die beide een god aanbidden, verenigd ten strijde te trekken tegen corruptie en hypocratie van de westerse economische mogendheden. En om die boodschap uit te dragen brengt deze man samen met enkele kompanen op een hete zomerochtend een metrostel in een Londense tunnel tot stilstand. Ze dreigen ermee, voor het oog van de wereld, de honderden passagiers aan boord te laten verdrinken in de tunnel. Ondertussen doen de autoriteiten in de persoon van psycholoog en crisisonderhandelaar Ed Mallory er alles aan om in contact te komen met de kapers in de hoop hen op andere gedachten te brengen.

Op zich is dit een origineel gegeven, maar het feit dat de kapers - op een internetconnectie na - geen eisenpakket hebben dat ze graag door de authoriteiten ingewilgd zien, maakt van deze gijzeling maar een doelloze bedoening en catalogiseert dit verhaal meteen bij de pretentieloze “red de onschuldige slachtoffers”-verhalen vol actie waar ze in Hollywood zo gek op zijn: verstand op nul en lezen maar.

En met die instelling is Claustrofobia best een spannend boek waarvan te genieten valt, want dan erger je je niet aan de verschillende manieren waarop van bladvulling bijna een kunst gemaakt wordt. Zo krijgen we in het begin van het boek een pagina’s lange niets ter zake doende uitweiding over het Londense openbaar vervoer; wordt er tot vier keer toe verwezen naar een verjaardagsfeestje bij een kindvriendelijk Italiaans restaurant, alsof dat het hoogtepunt van geluk was in het leven de metrobestuurder en zijn gezin; en wordt van alle passagiers van de laatste wagon een opsomming gegeven van hun naam en de redenen van hun aanwezigheid in het treinstel

Dit laatste draagt er toe bij dat de hoeveelheid opgevoerde personages aanzielijk is, maar gelukkig worden enkelen ervan vrij grappig voorgesteld. Wat te denken van een onderhandelaar die niet functioneert zonder alcohol? Of een pedofiel die zich aansluit bij een kloostergemeenschap (meestal is het andersom)? Of de metrobestuurder met claustrofobie? Om er maar enkele te noemen. Die claustrofobie wordt trouwens feilloos genezen door de gijzelnemer, na wat gezamelijk uitgevoerde ademhalingsoefeningen, om nogmaals te onderstrepen dat dit boek echt alleen maar de bedoeling heeft te entertainen.

Met Claustrofobia heeft Max Kinnings een bijzonder onderhoudend en vlot lezend verhaal geconstrueerd dat zich perfect leent om gelezen te worden ergens op een zonnig strand met een goede cocktail binnen handbereik, maar als de lezer zich wat concentreert of vragen begint te stellen, blijkt al snel dat er toch wel wat tekortkomingen aan de oppervlakte komen en dat de auteur nog een lange weg heeft af te leggen vooraleer hij de toets der kritiek kan doorstaan. Dus herhaal ik het nog maar eens: verstand op nul en genieten maar.

Het verdict: 7/10
 

EOB

 

Alle berichten