12-02-12
DEFLO Luc - Phobia

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.
De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?
Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.
Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.
De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.
Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.
Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.
Het definitieve verdict: 7/10
19:10
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: deflo_luc, nederlandstalig, belgie, 7, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
02-02-12
DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.
De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..
Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.
Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?
Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.
En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.
Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.
Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.
Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.
Het definitieve verdict: 6/10
20:08
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: debbaut_bart, nederlandstalig, belgie, 6, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
31-01-12
ASPE Pieter - Solo

De eerste alinea:
Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?
De korte inhoud
Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.
Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.
In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.
Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris
Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.
Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.
Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.
Het definitieve verdict: 6/10
20:12
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, politiek, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
22-01-12
ADLER-OLSEN Jussi - Dossier 64

De eerste zin:
Op een onvoorzichtig moment ging haar gevoel met haar op de loop.
De korte inhoud
Naar aanleiding van een gewelddadige overval op een bordeelhoudster in Kopenhagen duikt Rose, de eigenzinnige assistente van brigadier Carl Morck, op de kwestie van een jaren geleden verdwenen prostituee – een van de vele onopgehelderde zaken die de afdeling Q moest oplossen. Wanneer Morck en zijn collega Assad worden gedwongen de zaak te onderzoeken, komen er verdachte aanwijzingen boven water over een eiland waar de Deense overheid vroeger lichtzinnige vrouwen naartoe stuurde, die vervolgens waren overgeleverd aan de luimen van het bewakend personeel. Morck en Assad ontdekken algauw dat dit slechts het topje van de ijsberg is van een ongehoorde vorm van mensenrechtenschending, die meer dan een halve eeuw geleden is begonnen en blijkbaar nog steeds gaande is.
Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen heeft zich op zeer korte tijd van nobele onbekende weten op te werken tot een vaste waarde bij het kruim van de misdaadauteurs. Nadat zijn eerste drie opzichzelfstaande thrillers quasi onopgemerkt passeerden, was het met De vrouw in de kooi, het eerste deel van de serie over de afdeling Q van de Deense politie, eindelijk raak. Nog twee delen volgden met evenveel, zo niet nog meer succes en nu ligt met Dossier 64, het vierde verhaal in de winkel met Carl Morck, Assad en Rose als de drie musketiers van de Deense cold cases, in de hoofdrol.
De zaak van de plotse verdwijning van een succesvolle, met Madonna dwepende, bordeelhoudster in 1987 is het begin van een onderzoek dat met gevaar voor eigen leven gevoerd wordt en de speurders via de donkere krochten van de medische sector van de helft van de vorige eeuw – toen ongeremde vrouwen uit de maatschappij geplukt werden om aan het werk gezet te worden op een afgezonderd eilandje, waar ze de speelbal werden van hun opzichters - tot bij de oprichters van een nieuwe extreemrechtse politieke partij in 2010.
Dossier 64 wordt verteld door middel van twee verhaallijnen die elkaar tegen het eind van het boek inhalen. De eerste speelt zich af in de tweede helft van de jaren tachtig en geeft aan de hand van een overlevende oud-eilandbewoonster inzicht in de karaktervorming van een slachtoffer van de maatschappij en hoe ze ermee omgaat. De ander is het hedendaagse draadje waarin het onderzoek gevoerd wordt.
Hoewel het verhaal in Dossier 64 op zichzelf origineel is, zijn er toch veel overeenkomsten met de vorige drie boeken uit de serie die de sociologische interesses van de auteur duidelijk bloot leggen: de vrouw als slachtoffer van naar buiten toe gerespecteerde leden van de maatschappij die er een verborgen agenda op na houden en zekere sadistische trekjes vertonen. Benieuwd hoelang Jussi Adler-Olsen nog uit dit vaatje kan blijven tappen, zonder statusverlies te lijden. Net zoals bij Karin Slaughter is de kans groot dat een deel van het publiek afhaakt met een gevoel dat ze het allemaal al eens gehad – of gelezen – hebben. Maar voorlopig is het nog net te slikken.
Ook moet Jussi Adler-Olsen erover waken dat hij de grenzen van de geloofwaardigheid niet al te frequent en opvallend overschrijdt. De acties van Carl Morck en zijn Syrische assistent Hafez el-Assad kunnen in dit boek een paar keer echt niet door de beugel en zouden in het echte leven meer dan waarschijnlijk op zijn minst uitzetting uit het politiekorps tot gevolg hebben; wellicht met nog een proces en veroordeling erbovenop. Dit overdrijven vreet aan het realisme dat de serie zo kwalitatief hoogstaand maakt.
Gelukkig zijn zowel de plot als de schrijfstijl van superieure kwaliteit, waardoor negatieve puntjes al eens makkelijker door de vingers gezien worden en het prachtige gevoel van humor dat de auteur laat infiltreren in de dialogen zalft zonder probleem alle eerder geslagen wonden. Alsook het feit dat het verhaal beter wordt naargelang het vordert met een geniale plotwending op het eind als de spreekwoordelijke kers op de taart.
Dossier 64 kan nog net door de beugel als zeer goed boek, maar voor een eventueel vijfde deel zal Jussi Adler-Olsen uit een ander vaatje moeten tappen, om zijn kredietwaardigheid te kunnen blijven bestendigen, vrees ik.
Het definitieve verdict: 8/10
12:41
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: adler-olsen_jussi, vertaald, denemarken, 8, drama, maatschappijkritisch, medisch, policier, seriemoordenaar, sociologisch, serie |
Facebook
|
04-01-12
CAIN Chelsea - Genadeloos

De openingszin:
De openbare wc’s langs de Interstate 84 tussen Oregon en de rivier de Columbia waren weerzinwekkend, zelfs naar de maatstaven voor rustplaatsen.
De korte inhoud
In een smerig toiletgebouw langs de I-84 in Oregon vindt een nietsvermoedende tiener met hoge nood de bloederige resten van iets wat ooit leven bezat. De wand van het toilet is volgekalkt met hartjes, de handtekening van Gretchen Lowell.
Tweeënhalve maand is Gretchen al voortvluchtig. Is ze teruggekeerd naar Portland, of is er een copycat aan het werk?.
Het volledige rapport
Genadeloos is al het derde deel in de serie over de bizarre band tussen Gretchen Lowell, de vrouwelijke Hannibal Lecter en de man die haar kost wat kost veroordeeld wil krijgen, rechercheur Archie Sheridan.
Dit boek begint ongeveer twee maanden na het punt waar Hartendief eindigde. Gretchen is nog steeds voortvluchtig als Portland opnieuw wordt opgeschrikt opgeschrikt door een aantal moorden die Lowells signatuur dragen. Maar Sheridan, is niet volledig overtuigd en denkt aan een copycat.
In een krampachtige poging zich niet nog eens te herhalen wringt de Portlandse schrijfster Chelsea Cain zich in alle mogelijke en onmogelijke bochten om van Genadeloos toch maar een origineel werk te maken. Zo moet ze bijvoorbeeld al beginnen rondzeulen met milten en “knikkeren” met oogballen om toch meer maar proberen gruwelijker uit de hoek te komen, maar jammer genoeg heeft het een omgekeerd effect. Het Cody McFadyen-syndroom zou het kunnen genoemd worden.
De verschillende plaatsen delict volgen elkaar op, maar de lezer voelt tot diep in het verhaal geen enkel moment enige betrokkenheid. Daar kan zelfs de aangename vertelstijl van Chelsea Cain niets aan verhelpen. Het lijkt erop dat Genadeloos het boek teveel is geworden in deze serie. Of misschien is het maar een dipje want ondertussen ligt er met Zondvloed alweer een tijdje een vierde Sheridan-thriller in de winkels.
Tussen de eenenzestig hoofdstukken die betrekking hebben op het verhaal zitten er totaal overbodig drie andere verloren geplaatst die handelen over het verleden. Maar deze flashbacks over de relatie tussen Archie en Gretchen staan er totaal plompverloren bij en missen elke context. Of het gewoon bladvulling is om toch maar de kaap van de driehonderd bladzijden te kunnen ronden of een gebrek aan redactie laat ik in het midden, maar storen deden ze in elk geval.
Met Genadeloos, een deel uit de Gretchen Lowell serie dat het bijna moest stellen zonder de aanwezigheid van de seriemoordenares, slaat Chelsea Cain de plank volledig mis. Het enige positieve dat erover gezegd kan worden is dat het van hier af aan enkel weer beter kan worden. En dat ze beter kan is algemeen geweten.
Het definitieve verdict: 4/10
20:21
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: cain_chelsea, vertaald, usa, 4, policier, seriemoordenaar, serie |
Facebook
|
13-08-11
AUBERT Brigitte - Het krijsen van de bossen.

De eerste zin:
Het regent.
De korte inhoud
Als gevolg van een terroristische aanslag is de zesendertigjarige Elise volledig verlamd geraakt, blind en stom. Enige vorm van communicatie is mogelijke doordat Elise haar wijsvinger kan bewegen. Op een dag vertelt een wildvreemd meisje haar hoe in de bossen aan de rand van de nieuwbouwwijk onlangs een jongetje is vermoord door een geheimzinnige persoon, die in de afgelopen jaren al meer kinderen heeft vermoord. Elise raakt in de ban van het meisje, dat Virginie heet, en raakt steeds meer overtuigd van de waarheid van haar verhaal.
Wanneer de politie een onderzoek instelt naar de seriemoordenaar en ook bij Elise aanklopt, begint iemand haar op sadistische wijze lastig te vallen.
Het volledige rapport
Brigitte Aubert werd vijfenvijftig jaar geleden geboren in Cannes, het Zuid-Franse centrum van de film, waar haar ouders een bioscoop uitbaatten. Na haar studies arbeidsrecht, gaat ze werken voor UGC, een van de grootste firma’s in de Europese wereld van het witte doek.
Vanaf het begin van de jaren negentig van vorige eeuw waagt ze zich aan het schrijven. Momenteel legt ze zich vooral toe op politieromans waarvan er drie naar het Nederlands vertaald werden en, samen met Gisèle Cavali, jeugdboeken.
In 1997 won ze met Het krijsen van de bossen de Grand prix de litérature policière oftewel de prijs voor de beste politieroman van Franse origine.
Hierin maakt de lezer kennis met Elise Andrioli die een bioscoop uitbaatte in een fictief dorpje niet ver van Parijs tot het moment dat een autobom haar blind, stom en op haar wijsvinger na, lam maakte. Op een dag vertrouwt Virginie, een jong meisje uit dezelfde wijk, haar toe dat ze getuige was van de moord op een jongetje in de bossen aan de rand van het dorp. En dat het niet de eerste keer was dat deze moordenaar toesloeg. Vanaf het moment dat Elise betrokken raakt bij het politieonderzoek, komt ze ook in het vizier van de moordenaar. En zij is niet in de mogelijkheid zich op welke manier dan ook te verweren…
Het krijsen van de bossen is het eerste deel van een tweeluik met hetzelfde hoofdpersonage. Vier jaar na het verschijnen van dit boek, keerde Elise Andrioli terug in De stilte van de sneeuw.
Brigitte Aubert steekt perfect van wal: met een sterk en intrigerend begin verzekert ze zich meteen van de volle aandacht van de lezer. Later zakt het wat in, wat blijkbaar typisch is voor boeken met hoofdpersonages die op de een of andere manier beperkt zijn, want hetzelfde fenomeen stak ook de kop op bij S.J. Watsons Voor ik ga slapen met een hoofdfiguur van wie het geheugen niet behoorlijk functioneert.
Al snel ontaart het boek zich in een deurenroman, waarbij zowat alle randpersonages meermaals hun zielenroerselen toevertrouwen aan de levende pop die Elise is. Maar door het verhaal in de eerste persoon enkelvoud te vertellen geeft de auteur de lezer toegang tot de gedachtegangen van de protagoniste. Een denkwereld van een pientere vrouw die doorspekt is met humor en zelfspot. Een mooie kunstgreep om de mindere passages merkbaar aangenamer te overbruggen die resulteert in het feit dat de lezer zich al snel vereenzelvigt met Elise Andrioli.
Maar Het krijsen van de bossen blijft in eerste instantie een spannend boek over de zoektocht naar een seriemoordenaar en dat vertrekt van uit een mooi opgebouwde plot en langzaam maar zeker, meer dan onderhoudend, toewerkt naar een grote finale. Het enige puntje van kritiek is dat het weinig aannemelijk is dat het huis van een alleenstaand iemand die bijna een jaar geleden overleed nog steeds niet verkocht werd en nog altijd hetzelfde is ingericht, maar dit is slechts een detail.
Met Het krijsen van de bossen leverde Brigitte Aubert een meer dan behoorlijke policier af, die zich misschien toch wel een tikkeltje meer richt tot de vrouwelijke liefhebber van het spannende boek, maar waarmee de mannelijke thrillerlezer ook zonder probleem aan de slag kan.
Het definitieve verdict: 7/10
20:50
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: aubert_brigitte, vertaald, frankrijk, creme_de_la_crime, 7, psychologisch, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
18-07-11
ADLER-OLSEN Jussi - De noodkreet in de fles

De eerste zin:
Het was de derde ochtend, en de geur van teer en zeewier was in hun kleren gaan zitten.
De korte inhoud
Afdeling Q werkt aan de oplossing van een reeks myserieuze branden, maar krijgt dan de melding van Schotse collega’s dat ze een flesje hebben gevonden. Dit bevat een stukjes papier dat met bloed is beschreven en slechts gedeeldelijk te lezen is. Langzaam maar zeker weten brigadier Morck en zijn assistent Assad het bericht te duiden: het is een in 1996 geschreven schreeuw om hulp in verband met de ontvoering en verdwijning van twee jongens. Morck en Assad raken op deze manier betrokken bij een gruwelijke zaak van verdwenen kinderen die door hun ouders nooit als vermist zijn opgegeven.
Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen leverde met Dossier 64 net het vierde deel af in de Serie Q, over de politieafdeling die oude onopgelost zaken een tweede leven geven. Ook zijn in de schaduw van het succes van deze reeks, de twee eerder vertaalde opzichzelf staande boeken Het alfabethuis en De bedrijfsterrorist weer op de markt gebracht. Zo blijft enkel Washington dekretet nog onvertaald naar het Nederlands.
De noodkreet in de fles is na De vrouw in de kooi en De fazantenmoordenaars het derde boek met Carl Morck en zijn team in de hoofdrol. Hierin belandt een roep om hulp in een glazen flacon na vele omzwervingen een op het bureau van Carl. Zijn assistenten raken meteen in de ban van deze met bloed geschreven boodschap en hun enhousiasme sleurt Carl mee in hun jacht op een gruwelijke afperser en moordenaar die al jaren ongestoord zijn gangen kon gaan op het hele Deense grondgebied.
Dat Jussi Adler-Olsen de kunst van het schrijven als geen ander beheerst, bewees hij al met de eerdere delen in deze reeks. Deze keer heeft hij ook nog eens een zeer sterk verhaal bedacht over een misdadiger die gladder lijkt dan een paling, makkelijker van identiteit verandert dan een kameleon van kleur en als geen ander de zwakkes van zijn medemens weet uit te buiten. Een perfecte slechterik dus, die tot ieders verbazing de toets der geloofwaardigheid makkelijk doorstaat, en die in schril contrast staat met de plantrekkende underdog die Carl Morck is.
De enige vraagtekens die bij dit verhaal geplaatst kunnen worden, betreffen de toch wel bizarre verhaalllijn die zich rondom Carls secretaresse Rose ontwikkelt. Maar de impact ervan is bij lange na niet groot genoeg genoeg om noemenswaardige schade toe te brengen aan et geheel.
Na De vrouw in de kooi levert Jussi Adler-Olsen met De noodkreet in de fles een tweede hoogtepunt af in deze reeks, die blijft boeien.
Het definitieve verdict: 8/10
09:58
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: adler-olsen_jussi, vertaald, denemarken, creme_de_la_crime, 8, familiedrama, gijzeling, policier, religieus, seriemoordenaar, psychologisch, serie |
Facebook
|
19-06-11
MENHEER Wim - Alfred Lek

De eerste zin:
Die dag bereikte de hittegolf haar hoogtepunt.
De korte inhoud.
Wanneer in een oude, vervallen villa in de deftige wijk ‘Sonnenberg’ een gehangene wordt gevonden en in de kelder het lijk van een vrouw, staat Kurt Ruettli van de Zürichse recherche voor een raadsel. De gehangene blijkt een zekere Alfred Lek te zijn, een rijke eenzaat die blijkbaar zelfmoord heeft gepleegd. Maar wie is de vrouw in de kelder?
In een flashback-briefcorrespondentie die Alfred Lek voert met een oude schoolkameraad in België, komen we meer te weten over de activiteiten van Lek in Zürich. En die activiteiten zijn bizar en ziekelijk. En waarom heeft hij die correspondentie met een toevallig weergevonden schoolmakker aangeknoopt? Het raadsel wordt groter als na de lijkschouwing blijkt dat Alfred Lek is vermoord.
Dit is de start van een hallucinante reis door een wereld van decadentie, prostitutie, kunst en verbijsterende onthullingen.
Het volledige rapport..
De in Borgerhout geboren Wim Menheer was tot enkele jaren geleden, de pensioengerechtigde leeftijd al ver overschrijdend, professioneel fotograaf in de Vlaams-Brabantse provinciestad Tienen, waarna hij zich aan de andere kant van de taalgrens terugtrok op het platte land
Pas in 1989 debuteerde hij met een verhalenbundel en op zijn zestigste verjaardag zette hij met Het purperen oog zijn eerste stappen in de misdaadliteratuur. Daarnaast publiceerde hij ook nog foto-poëziebundels en was hij jarenlang hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Verba. Dit jaar rolde Wurgend mooi van de persen, waarin de Zwitserse rechercheurs Kurt Ruettli en André Lebrun, die ook al in Alfred Lek, zijn vorig werk uit 2008, het mooie weer maakten.
Ruettli en Lebrun worden opgeroepen voor een verhanging in een rijkere wijk van Zurich. Het slachtoffer wordt geïdentificeerd als de einzelganger Alfred Lek. Einde verhaal, lijkt het tot in de kelder van het huis het levenloze lichaam gevonden wordt van een jonge vrouw. Terwijl de rechercheurs dit mysterie trachten te ontrafelen, wordt de lezer meer inzicht verschaft in een tweede verhaallijn waarin de brieven van Alfred aan een vroegere leeftijdsgenoot in België een tip van de sluier oplichten over het leven en de beweegredenen van de heer Lek.
Kunst als onderdeel van spannende boeken lijkt een populair gegeven te worden, want op relatief korte tijd is dit al het derde werk met dit gegeven. Na Egon Schiele in Mieke De Loofs Wrede schoonheid, de surrealisten in Michael Whites De moordkunstenaar speelt ditmaal Gustav Klimt, wiens Pallas Athena de cover siert, een rol in het verhaal. Of hoe men van het lezen van thriller ook nog iets kan opsteken
In Alfred Lek is al snel duidelijk wie de dader is, maar de auteur hecht meer belang aan de drijfveren van de dader. Een whydunit dus, en tussen de grote lading klassieke whodunits, is dit een welkome afwisseling. Dat er met de Zwitserse stad Zurich, ook nog eens een niet alledaagse plaats van gebeuren als decor gebruikt wordt is ook verrassend. Maar jammer genoeg drukt de stad niet echt een stempel op het verhaal. En voor de zeer goed beschreven ontknoping wijkt Wim Menheer uit naar het meer tot de verbeelding sprekende Rome.
Hoewel het boek het eerste is van een serie, blijven de hoofdfiguren zo goed als totale vreemden voor de lezer. Veel wijzer dan dat de ene een fanatiek bowler is en de andere zijn mannetje staat in het kwiscircuit worden we niet gemaakt. De auteur heeft dan ook nog wat werk voor de boeg om een band te creëren tussen zijn protagonisten en zijn publiek.
Maar het verhaal is best goed, want na de voor de hand liggende en netjes voorspelbare openingszetten, neemt het verhaal van Alfred Lek een leuke andere wending en stijgt de suspense langzaam maar zeker.
Alfred Lek, dat me aangeraden werd door een aantal andere misdaadauteurs die bij dezelfde uitgeverij Kramat onder dak zitten, is een niet onaardige policier, die zijn bedenker toch nog genoeg ruimte geeft om te groeien.
Het definitieve verdict: 7/10
16:19
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: menheer_wim, nederlandstalig, belgië, 7, policier, seriemoordenaar, kunst, psychologisch, whydunit, serie |
Facebook
|
13-06-11
ADLER-OLSEN Jussi - De fazantenmoordenaars

De eerste zin:
Er galmde nog een schot boven de boomtoppen..
De korte inhoud
In 1987 worden de verminkte lichamen van een broer en zus gevonden in een zomerhuisje in de buurt van Rorvig. In Noord-Seeland. Uit het politieonderzoek blijkt dat de dader gezocht moet worden binnen een groep van kostschoolleerlingen die uit de rijkste kringen van het land afkomstig zijn. Er is echter niet genoeg bewijs en de zaak verdwijnt in de doofpot, totdat een van de verdachten zichzelf aangeeft. Daarmee lijkt het mysterie opgelost.
Een aantal jaren later belandt het onderzoek op het bureau van brigadier Morck, hoofd van de afdeling ‘onopgeloste zaken’ Q. Hij denkt dat het er per ongeluk is terechtgekomen, maar al snel blijkt dat niet het geval te zijn. Hij realiseert zich dat der iets heel erg fout is gegaan… Samen met zijn assistent Assad begint hij een onderzoek dat hen in aanraking brengt met alle lagen van de maatschappij. Van de armste mensen die op straat leven tot de machtigste mensen van het land..
Het volledige rapport..
De Deen Jussi Adler-Olsen werd eenenzestig jaar geleden geboren. Maar als misdaadauteur is hij een laatbloeier, want hij debuteerde pas in 1997 met Het alfabethuis. Tien jaar later blies hij met overweldigend succes zijn literaire loopbaan weer nieuw leven in met De vrouw in de kooi; het eerste deel van de serie Q, over een Deense politieafdeling die enkel oude onopgelost zaken die veel publieke belangstelling genoten weer van onder het stof haalt.
Het net verschenen Dossier 64 is al het vierde deel in de reeks; De fazantenmoordenaars – het boek waar het hier over gaat – is het tweede deel. En hoewel de protagonisten allen weer van de partij zijn, breekt de auteur al meteen deels met zijn oorspronkelijk opzet, want de in zaak die in dit verhaal behandeld wordt, werd al een veroordeling uitgesproken en veel beroering veroorzaakte ze destijds ook al niet in de media.
Carl Morck, raakt geïntrigeerd door een zaak die uit het niets op zijn bureau lijkt te zijn beland. Vierentwintig jaar geleden werden twee tieners vermoord teruggevonden in het buitenverblijf van hun ouders. De verdenking viel al snel op een groepje leerlingen aan een elitaire kostschool, maar de vermoedens konden niet hard gemaakt worden, tot jaren later, één van de verdachten alsnog bekende en berecht werd. Samen met zijn assistent Assad voert de eigengereide brigadier Morck het onderzoek opnieuw en vermoedt hij dat de veroordeelde man enkel maar als zondebok fungeert; een rol waar deze riant voor betaald werd. Het hernieuwde onderzoek brengt de leden van de afdeling Q zowel bij de rijksten van Denemarken als bij de op straat overlevende drugverslaafden en zwervers.
Ondanks de eerder aangehaalde verschillen blijkt dat De fazantmoordenaars een bijna perfect copietje is van De vrouw in de kooi. Carl Morck is nog altijd alleen maar te motiveren als hij zijn oversten kan in de wielen rijden. En zijn afkeer voor zijn personeel wordt ditmaal gericht op het nieuwste lid van de dienst, de secretaresse Rose Knudsen. Ook verloopt het boek voor vier vijfden aan een rustig tempo, terwijl voor de ontknoping weer wat meer actie uit de mouw geschud werd. Enkel een begenadigd verteller kan hiermee wegkomen en mede door een zeer goed uitgewerkt plot en opvallende personages slaagt Jussi Adler-Olsen hierin.
Vooral de enige vrouw in het elitaire groepje krijgt een indrukwekkende en markante rol toebedeeld, waardoor elkeen die het boek zal lezen geïntrigeerd zal raken door het personage: de combinatie van sadisme, normenvervaging en persoonlijk leed, maken van deze figuur iemand waarbij Lisbeth Salander verbleekt. En om deze vergelijking door te trekken mag gesteld worden dat de liefhebbers van Stieg Larsons Gerechtigheid eveneens veel plezier zullen beleven aan De fazantenmoordenaars.
Ook was het grappig om in een van oorsprong Deens boek de cd’s van Helmut Lotti vermeld te zien. En het bleek geen folietje van de vertaler, die me persoonlijk bevestigde dat ze eveneens in het origineel deel uitmaakten van de muzikale collectie van een van de personages.
Hoewel De fazantenmoordenaars een doorslagje lijkt van het eerste deel in de serie, is het verhaal zelf meer dan sterk en pakkend genoeg om goed bevonden te worden en bevestigt Jussi Adler-Olsen zijn status van Denemarkens beste misdaadauteur van het moment.
Het definitieve verdict: 7/10
16:13
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: adler-olsen_jussi, vertaald, denemarken, creme_de_la_crime, 7, policier, seriemoordenaar, sociologisch, whodunit, serie |
Facebook
|
08-06-11
OTTEN Almar - Verdwenen chemie

De eerste zin:
‘Over enkele ogenblikken station Deventer.
Korte inhoud
De onervaren rechercheur Ellen van Dorth wordt naar het chemiebedrijf Unimeer gestuurd om de bizarre inhoud van een envelop te onderzoeken. De volgende dag wordt het lijk van de exportmanager van Unimeer gevonden in het tuinhuisje van zijn villa. De ervaren Jozef Laros wordt op de zaak gezet. Hiermee is een nieuw politieduo geboren, al gaat de samenwerking niet altijd van harte. De mathematische werkwijze van de ambitieuze Ellen botst nogal eens met de intuïtieve aanpak van de oude rot Jozef en dat leidt regelmatig tot pijnlijke, maar vaak ook vermakelijke misverstanden.
Het volledige rapport
Na zijn studies in Wageningen migreerde Almar Otten naar Deventer waar hij bij de gemeente al enkele jaren aan de slag is als milieuambtenaar. Vrouwtje, huisje, kindje en nog een kindje volgen al snel waardoor de vrije tijd thuis moet doorgebracht worden. Het uitgelezen moment om zich aan het schrijven te zetten, vond Almar Otten en in 2007 debuteerde hij met Verdwenen chemie, het eerste deel van wat De zeven Deventer moordzaken moet worden.
Na het vierde boek, Lied van angst, belandde de reeks, die hij in zijn eentje realiseert, even in de koelkast, want ondertussen tekende hij een contract bij uitgeverij Sijthoff en werkte hij De afstammeling af. Maar de auteur blijft vastbesloten de reeks waarmee het allemaal begon in de toekomst nog af te werken.
Maar nu even terug naar Verdwenen chemie, waarin het vaste hoofdpersonage Ellen van Dorth onder supervisie van de ervaren rot in het vak, Jozef Laros haar eerste stappen zet bij de Deventerse recherche en al meteen voor de leeuwen wordt gegooid als bij een chemisch bedrijf in de buurt een merkwaardig pakje afgeleverd wordt. Als wat later de exportmanager van datzelfde bedrijf dood wordt teruggevonden, lijkt er echt een zaak Unimeer aan te zitten komen.
Almar Otten lezen is genieten: hij vertelt zijn verhaal droogjes met enorm veel flair en naturel dat je er als lezer zonder probleem in kan verdrinken. Tevens gaat hij elke vorm van bombastigheid en overdrijving uit de weg, waardoor een ongelooflijk gemoedelijke sfeer ontstaat die aangename uurtjes leesplezier garandeert. Als je tijdens het lezen een wijntje zou kraken; zal je tot je schaamte moeten vaststellen dat de fles leeg blijkt ze zijn zonder dat je het beseft, zo doet Verdwenen chemie – en niet de alcohol – je de tijd en het leven buiten het boek vergeten.
Wat Pieter Aspe is voor Brugge, is Almar Otten geworden voor Deventer: een terloopse gids, die de lezer bijna ongemerkt meeneemt langs de markantste plaatsjes van de stad en de couleur locale moeiteloos tussen de spannende verhaallijntjes weet te vlechten.
De eerder al vernoemde gemoedelijkheid is ook terug te vinden in zijn hoofdpersonages. Met name Jozef Laros is een zalige figuur die erin geslaagd is de balans te vinden tussen werk en genot en die bovendien niet gespeend is van enig relativeringsvermogen. Dat, in tegenstelling tot Ellen, die als een jonge hinde in twee sloten tegelijk dartelt in een poging toch maar indruk te maken op haar mentor. Het tweetal roept gelijkenissen op met de jonge en de oude stier in het wellicht alom gekende mopje... En de combine werkt, want zowel oud als jong zal zich kunnen vereenzelvigen met op zijn minst een van de personages.
Daarnaast neemt Verdwenen chemie ons mee in de keiharde wereld van het bedrijfsleven, waar directeuren geen zwaktes mogen kennen en enkel kennis en productiviteit als ter zake doende paramaters tellen; wat niet bij iedereen in goede aarde valt.
Almar Otten componeert zijn verhaal op intelligente wijze en maakt van Verdwenen chemie zowel een atypische bedrijfsthriller als een typische politieroman. Maar bovenal een zeer goed spannend boek.
Het definitieve verdict: 8/10
20:18
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: otten_almar, nederlandstalig, nederland, 8, bedrijfsthriller, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|





