07-12-13

ROMBOUT Raymond - Kunstroof

rrrk.jpg

Achterop:
Dias, een ex-guerrillero, ex-echtgenoot, ex-kunsthandelaar en ex-bajesklant, belandt toevallig in Falmignoul, een gat in de Ardennen waar weldra een internationale kunstbiënnale van start gaat. Politiefunctionaris Renard weet hem ervan te overtuigen om er als veiligheidsagent aan het werk te gaan. Zijn tegenstrever wordt kunstboef Tony Leroy, die het gemunt heeft op een reeks Amerikaanse modernisten, waaronder de befaamde Mark Rothko.
Wanneer Dias een vrachtwagen met gestolen schilderijen in de vernieling rijdt, fungeert het wrak, gekneld in de poort, als de spreekwoordelijke kurk op de fles. De boeven nemen een tiental gijzelaars en verschansen zich in het kasteel. Buiten verzamelt zich een overmacht aan politie, pers en ramptoeristen. Niemand is van plan ook maar iets te missen van deze liveshow. In deze explosieve sfeer doet Dias waar hij goed in is.

Achteraf:
De Vlaamse Crimezone recensent Raymond Rombout publiceerde al een aantal boeken over James Bond. Verleden jaar rolde Kunstroof, zijn spannende debuut, van de persen, dat de ambitie heeft het eerste deel van een serie te zijn.


Met de eenzaat Arturo Dias heeft de auteur alvast een hoofdfiguur gecreëerd waarmee hij alle kanten uit kan: een ongebonden man zonder vast adres die als het even kan rustig door het leven gaat, maar stevig uit de hoek komt als het nodig is.

Het verhaal kabbelt voor het grootste deel even gemoedelijk door als de Ardense omgeving waarin het gesitueerd werd, wat funest is voor de spanning en de indruk wekt dat er wel erg veel woorden nodig zijn om deze historie te vertellen. De paar originele plotwendingen worden geneutraliseerd door een te grote rol die Murphy toebedeeld kreeg en teveel verifieerbare foutjes.

Het verhaal komt niet over als uit het leven gegrepen; het voelt eerder geconstrueerd, op de rand van “fake”, aan.

Rapport: 5/10

EOB.JPG


28-11-13

VERMEIREN Koen - Deadline

vkd.jpg

 

Achterop:
Uit de gevangenis van Merksplas is een serieverkrachter ontsnapt, die enkele jaren geleden een jonge vrouw vermoordde en wiens chemische castratie bijna is uitgewerkt. In zijn zoektocht naar slachtoffers gaat hij alsmaar driester en brutaler te werkt. Bij het FAST beseffen ze dat het nog slechts een kwestie van tijd is voor hij opnieuw aan het moorden gaat.
Op verzoek van hogerhand houden commissaris Mark Van Den Eede en zijn team zich ook bezig met een dossier dat voor heel wat commotie bij Justitie zorgt. Een terminaal zieke crimineel die werd veroordeeld voor de moord op zijn vrouw, maar zijn onschuld altijd staande is blijven houden, slaagt erin te ontsnappen uit het ziekenhuis. Onmiddellijk na zijn proces had hij gezworen zich te zullen wreken op de rechters die hem hebben veroordeeld. Het dreigement wordt aanvankelijk niet serieus genomen. Maar dat verandert vlug wanneer de betrokken magistraten doodsbedreigingen ontvangen.

Achteraf:
Een paar jaar geleden was scenarist Koen Vermeiren dat verrassing van thriller minnend Vlaanderen. Uit het niets was daar een zeer mature De blik, wat hem prompt een nominatie voor de Hercule Poirotprijs opleverde. Deadline is het derde deel in de reeks rond het FAST team van de politie, dat enkel gevluchte veroordeelde criminelen opspoort.


En de kwaliteit blijft gehandhaafd. Ook dit boek nestelt zich, door zijn goede opbouw, moeiteloos tussen de beter politieverhalen. De auteur spaart zijn protagonisten niet en zorgt voor een overvolle agenda, waardoor er altijd wel iets gebeurt. Daarnaast genereert hij nog voldoende aandacht voor de persoonlijke besognes van de teamleden wat het zeer menselijk maakt..

Net als de vorige twee boeken, is ook Deadline weer een plezier om te lezen, maar ondertussen is de verrassing een beetje weg. En toch kijken we uit naar nummer vier.

Rapport: 7/10 

EOB.JPG

20:50 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vermeiren_koen, nederlandstalig, belgie, 7, policier, serie |  Facebook |

19-11-13

VERSTRAETEN Koen - Zwarte lelie

 

vkzl.jpg

 

Achterop:
Als de verpleegkundige Carl Tingerman een zware beroepsfout maakt, wordt hij gedegradeerd tot assistent van de sinistere dokter Jean-Pierre Musket die zijn kabinet heeft in de kelder van het Corintheziekenhuis. Misket is proctoloog, een arts die zich heeft gespecialiseerd in het laatste eindje van de dikke darm, de aars.
Tingerman wordt stapelverliefd op Betty, de wulpse secretaresse van Musket, en hij raakt danig gefascineerd door de geniale dokter die een wereldschokkende theorie heeft ontwikkeld.
Het lijkt op het eerste gezicht een beetje lachwekkend, maar dan komen allerlei machten en krachten in actie: van een Russische presidentskandidaat tot agenten van het Nobelprijscomité en een katholieke strijdorganisatie.

Achteraf:
De 63 jarige Vlaamse krantenjournalist Koen Verstraete verraste in 2010 met zijn spannend debuut Het Ibrahim comité. Eerder dit jaar verscheen de opvolger, die de titel zwarte lelie meekreeg en die volledig los staat van zijn voorganger.

Zwarte lelie heeft een probleem: een identiteitscrisis Tijdens het lezen raak ik er maar niet uit of dit nu een spannend verhaal is of dat het bedoeld is als satire. Het plot; de serieusheid van vertellen – echt in de traditie van de Britse stiff upperlip – en het feit dat het ingezonden werd voor beide Vlaamse thrillerprijzen doen het eerste vermoeden. Maar de ongeloofwaardigheid van het onderwerp, de absurde personages en het verloop van het verhaal neigen sterk naar het tweede. Feit is dat deze tweeslachtigheid een goede band tussen lezer en boek in de weg staat.

De auteur pakt uit met een gewaagd gegeven. Absurdistan op papier, is misschien nog de beste omschrijving voor dit werk dat even onvoorspelbaar en rommelig tekeer gaat als een bal in een flipperkast Er is slechts een zekerheid: het gaatje staat centraal.

Rapport:
4/10

 

EOB.JPG

17-11-13

DE CONINCK Christian - Het Droste-effect

 

dcchde.jpg

Achterop:
Op de luchthaven van Zaventem land de jonge zakenman Kobe de Lil na een deugddoende vakantie uit Mexico. Als hij zijn bagage wil ophalen, wordt hij onwel en sterft in een Brussels ziekenhuis.
Commissaris Stijn Goris en inspecteur Stef Pauwels gooien zich meteen op dit verdacht overlijden. Ze komen erachter dat De Lil een bolletjesslikker was die cocaïne naar België smokkelde. Hoewel Goris geen drugsexpert is, wordt hij van hogerhand gedwongen om het dossier verder uit te diepen. Algauw komen Goris en Pauwels in aanvaring met gewelddadige Colombiaanse drugkartels die ook hun familie hardhandig aanpakken. Als ze hun gezin willen redden, dreigen Goris en Pauwels het onderspit te zullen delven.

Achteraf:
Als woordvoerder van de Brusselse politie zit Christian De Coninck met zijn neus in en op het professionele speurwerk. Sinds 2007 zet hij de avonturen van twee van zijn fictieve, van geen kleintje vervaarde collega’s commissaris Stijn Goris en inspecteur Stef Pauwels, op papier. Het Droste-effect, nummer zeven al, blijft trouw aan de traditie van de serie door de lezer weer een zaak met internationale tentakels voor te schotelen.

Een boek geschreven door een insider levert soms verrassende resultaten op, maar de auteur hoedt zich ervoor zich te verliezen in procedures en slaagt erin om de traagheid van het apparaat te neutraliseren en genoeg vaart te genereren om eenieder een aangename leeservaring te bezorgen, onder andere door actie en humor goed te doseren.

Het Droste-effect is een goede policier geworden, die volledig aan de verwachtingen voldoet, maar ook niet echt verrassend uit de hoek komt.

Rapport: 6/10

 

EOB.JPG

02-11-13

GELUYKENS Ludo - Adellijke intriges

 

glai.jpg

 

Achterop:
Baron Jean-Louis de la Faille wordt vermoord teruggevonden op het tuinterras van zijn kasteel in Lier. De baron is eigenaar van een mooie kunstgalerie.
De zoon van de baron, die ook een galerie beziet, leidt een flamboyant leventje en behoort tot de verdachten. Het wereldje van de kunst en de adellijke wereld lijken niet zo correct als men wel zou denken. De tentakels van de adel reiken tot in het crimineel milieu van Charleroi.
Commissaris Bruno Somers en hoofdinspecteur Paul De Winter, de Liers speurders, moeten zich verdiepen in het wereldje van de adellijke kringen om deze moord op te lossen.

Achteraf:
De Vlaming Ludo Geluykens is een honkvaste inwoner van Ranst, die dit jaar de kaap van 60 jaar mocht ronden. Naast zijn werk als veiligheidsmanager bracht hij, via zijn eigen uitgeverij Leesgenot, al vier boeken op de markt waarin hij telkens de hoofdrol toebedeeld aan het Lierse speurdersduo Commissaris Bruno Somers en hoofdinspecteur Paul De Winter. Adellijke intriges is het tweede deel in deze reeks.


De auteur schrijft zoals hij is: gezapig, volks en oervlaams. Dit zorgt enerzijds voor een aangenaam gevoel tijdens het lezen, want voor de Vlaming is het een beetje thuiskomen, maar anderzijds zal het met deze stijl moeilijk zijn om het Nederlandse taalgebied volledig te bestrijken.

Adellijke intriges is doorspekt met een relativerend, maar bij wijlen een beetje belegen, vleugje humor dat drijft op het jongens-onder-elkaar gevoel en voorzien van een meer dan aangename soundtrack.

Minder sterke punten van dit verhaal zijn de lineaire plot en het gebrek aan redactie: zo worden de twee persconferenties, praktisch volledig identiek verwoord. Ook onderschat de auteur zijn publiek, door alles te willen verklaren.

Adellijke intriges is een staaltje van aardige huisvlijt, maar er is nog veel ruimte voor verbetering.

Rapport: 5/10

 

EOB.JPG

10:56 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geluykens_ludo, nederlandstalig, belgie, 5, kunst, policier, serie |  Facebook |

15-08-13

COPPERS Toni - Zwerfvuil

 

ctz.jpg

 

De eerste zin:
In de nacht dat Liese Meerhout voor het eerst in lange tijd weer droomde, gebeurden er twee moorden.

De korte inhoud
In een gure nacht worden in Antwerpen een zwerver en een drugsverslaafde vermoord. Getuigen hebben een grote, zwarte gedaante in een cape zien vluchten van de plaats van de misdaad.
De kranten hebben al snel een vette kluif aan de ongrijpbare ‘Schim’, maar commissaris Liese Meerhout heeft genoeg van aan haar eigen demonen om ook nog in spoken te geloven. Nadat haar relatie op de klippen is gelopen, heeft ze overplaatsing gevraagd naar de Antwerpse moordbrigade. Ze moet nog wennen aan haar nieuwe stad en haar nieuwe leven. Als Liese zich vastbijt in een van de onderzoeken – de moord op een zwerver met een nogal duister verleden – gebeuren er vreemde dingen. Er valt een volgend slachtoffer, een mooie Sloveense die haar eigen erotische website had. En Liese merkt dat ze gevolgd en bespied wordt.
De Schim heeft haar in zijn vizier genomen.



Het volledige rapport
De Vlaamse reisjournalist Toni Coppers zette zijn eerste stappen als fictieauteur met Dixit en Heilige nachten, twee bijzonder geslaagde verhalen die drijven op humor. In 2008 maakte hij met Niets is ooit de overstap naar de misdaadliteratuur. Dit is het begin van een serie rond het, zich steevast op een Vespa verplaatsende, aimabele personage Liese Meerhout, inspecteur bij de politie van Brussel. Aanvankelijk hield ze zich bezig met kunstcriminaliteit. Later maakte ze promotie en stapte ze over naar de moordbrigade van de Belgische hoofdstad. Na – in Stil Bloed – een intermezzo in de badstad Oostende, maakt ze komaf met haar verleden en reist ze in Zwerfvuil haar geestelijke vader achterna om zich ook in Antwerpen vestigen.


In dit zesde deel krijgt ze twee bizarre moorden op haar professionele bord: de zaken van een levenloze zwerver en een dode drugsverslaafde worden enkel verbonden door getuigenissen dat een schim, die welk erg veel wegheeft van het Harry Potter-personage Malfidus, op beide plaatsen delict opgemerkt werd. Een schim die zich tot doel lijkt te stellen Antwerpen te verlossen van haar menselijk zwerfvuil…

Het grootste probleem van dit boek is, voor de trouwe lezers van deze serie, de sfeer. Er rest nog bitter weinig van de quasi zorgeloze spring-in-’t-veld Liese Meerhout uit de eerdere verhalen. De flamboyante scooter is ingeruild voor een nukkige, vijfentwintig jaar oude Mini, die niet luistert naar de naam Mildred. Kortom, Liese is Liese niet meer. Zwerfvuil voelt meer aan als het begin van een nieuwe serie dan van een nieuwe adem in de bestaande reeks. Misschien was het inderdaad een betere keuze geweest om een totaal nieuwe reeks te beginnen in plaats van het hoofdpersonage te laten breken met zowat alle banden uit haar verleden en totaal verweesd neer te poten in Antwerpen. Occasionele lezers van Coppers’ werk zullen dit natuurlijk niet zo ervaren en kunnen ten volle genieten van dit werk.

Maar Toni Coppers kan schrijven. Dat hoeft echt geen betoog: De twee nominaties voor De Diamanten Kogel en eentje voor de Hercule Poirotprijs spreken voor zich. En ook Zwerfvuil ontpopt zich weer tot een degelijke politieroman.

Het onderzoek is deze keer wat uitgebreider dan we van deze auteur gewend zijn en loopt langs zeven moderne plagen van de maatschappij. Drugs, kindermishandeling, dierenmishandeling, prostitutie, onverdraagzaamheid, prostitutie en racisme, passeren allemaal de revue. Daarnaast is er nog een nevenverhaal dat uitmunt in menselijkheid, maar tegelijk knabbelt aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Door dit grootsere opzet is het aantal personage dat moet opdraven aan de hogere kant en is de sfeer wat minder intimistisch dan in het verleden.

Maar Toni Coppers slaagt er zonder moeite in de lezer bij de les te houden door hem meer al dan niet verrassende wendingen voor te schotelen dan er kopjes koffie geslurpt worden op een politiecommissariaat, wat wellicht de appreciatie van Jeffery Deaver, de koning van de plotwendingen, zou kunnen wegdragen. Tijdens het onderzoek wordt de lijst van verdachten steeds langer, terwijl de auteur tegelijkertijd de aandachtige lezer op zeer subtiele wijze, in staat stelt om het raadsel zelf op te lossen.

Zoals eerder al opgemerkt heeft Toni Coppers met Zwerfvuil een degelijke policier afgeleverd, met eenzelfde opzet als de boeken van Koen Vermeiren, waarin eveneens politiewerk, menselijkheid en autisme verenigd worden. Maar de magie die rond de eerdere boeken uit Coppers’ werk hing is totaal verdwenen. En dat is jammer.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


09-05-13

PIERREUX Jos - La réserve en de vloek van het zesde gebod

pjlredvvhzg.jpg

De openingszin:
Dezelfde dag dat het lichaam van een volwassen vrouw ter hoogte van het Lichttorenplein aanspoelde, verdwaalden op het strand tussen het casino van Knokke en Het Zoute vijftien kinderen.

De korte inhoud
Commissaris Mangels heeft heemkunde als nieuwe hobby. Hij schrijft een artikel over hotel La Réserve, dat op het punt staat te worden afgebroken. Iemand verzet zich hevig tegen deze sloop. Tegelijk spoelt het lichaam van een volwassen vrouw aan, en een paar tieners worden als vermist opgegeven. De onderzoeken naar beide zaken lopen voortdurend dood, en een verdachte ontsnapt. Daardoor is de sfeer in het Knokse commissariaat om te snijden, ook al probeert graaf burgemeester Lippens er de stemming en de werklust in te houden. Stefaan Athenus, die eindelijk zijn grote liefde gevonden heft, ziet een vriendin terug die hij jaren geleden uit het oog is verloren. Deze ontmoeting zet het leven dan de brigadier totaal op zijn kop.


Het volledige rapport
Jos Pierreux was een handelaar in bouwmaterialen uit Pepingen, in het landelijke Pajottenland die zijn vakanties graag doorbracht in de mondaine kustgemeente Knokke. Begin 2012 draaide hij de rollen om: de zaak werd stopgezet en de nu voltijds schrijvende Pierreux vestigde zich permanent in zijn favoriete stek aan de Vlaamse kust. En hij gaat voortaan op vakantie naar Halle, waar hij zich een tweede woning aanschafte.

De zesenvijftig jarige auteur debuteerde in 2004 met De dode die met zijn tweeën was, waarin het publiek kon kennismaken met de niet altijd even sympathieke Knokse speurder Luk Borré. Vorige week verscheen met Graaiers en snaaiers al het tiende deel in deze serie waarin het nieuwe hotel La réserve centraal staat.

La réserve en de vloek van het zesde gebod is boek nummer vijf en dateert van 2008. Hierin draait alles rond twee zaken: het oude hotel La réserve, waarvan de afbraak wordt tegengehouden door iemand waarmee de investeerders geen rekening gehouden hadden en verdwijnende tieners. Dit laatste is een weerkerend fenomeen aan de kust en neemt heel wat tijd in beslag van de agenten. Het aangespoelde lichaam van een vrouw kunnen de speurders er eigenlijk al niet meer bij nemen. Zeker niet als de identificatie ervan een moeilijke opdracht blijkt te zijn. Maar de aanhouders winnen, zelfs al moeten ze elk ook nog afrekenen met persoonlijke relationele problemen.

Net als zijn speurder is ook Jos Pierreux een eigenzinnig iemand. Dat mag blijken uit het feit dat de lezer zich bij het openslaan van dit werk in een citatenboek waant, want niet minder dan twaalf citaten gaan het eigenlijke verhaal vooraf.

Eenmaal aan de eigenlijke tekst begonnen, springt het beeldende taalgebruik meteen in het oog. Dat het geheel rijkelijk gestoffeerd werd met originele en spitsvondige vergelijkingen, draagt fel bij tot het leesplezier. Toch is er ook een minpuntje de noteren voor wat betreft het taalgebruik. Het Nederlands promoten is een nobele en nuttige taak, maar het moet niet te ver gaan. Wat te denken van het regelmatig weerkerende “Neuk jezelf” als alternatief voor de in onze spreektaal ingeburgerde Engelse variant “Fuck you”? Los van het feit dat niemand die uitdrukking in de mond neemt, slaat dat toch als een tang op een varken? 

Het Knokse politiebureau wordt in Pierreux’ boeken bevolkt door een heterogene verzameling personages die aan elkaar hangen met zoveel clichés dat ze levensecht worden. Maar toch is het een constant aandachtspunt om ze niet te laten afglijden tot karikaturen. Wat deze keer korpscommandant Mangels wel degelijk overkomt, want met zijn veelvuldige versprekingen is het gevaar groot hem te gaan vergelijken met kindervriend Samson (van Gert en Studio 100).

La réserve en de vloek van het zesde gebod draait volledig rond relaties en beschrijft er op zeer onderhoudende wijze een veelvoud aan variëteiten van. Ze worden met elkaar verbonden door een prachtig plot, dat briljant in elkaar zit en soms verrassende connecties tot stand brengt tussen de verschillende verhaallijntjes. Het mag gezegd worden; de auteur heeft zichtzelf overtroffen.

Toch moet het me van het hart dat het niet altijd even sympathieke aan het hoofdpersonage in dit verhaal zowat enkel slaat op het veelvuldig mishandelen van verdachten. Deze nieuwe nationale sport in het Knokke van Jos Pierreux is toch een smet op het blazoen van deze policier en zorgt ook voor een knauw in de sympathie van de lezer voor Luk Borré. 

De omslagen van deze reeks zijn steevast getooid met een mooie grafische compositie die onder andere bestaat uit een kunstwerk- dat zich op het grondgebied van Knokke bevindt. Deze keer is het niet anders en staat Hospitality van Barry Flanagan gebruikt. Misschien ligt het aan het gewijzigde kleurgebruik, maar deze cover is verreweg de minst geslaagde tot nu toe.

Maar gelukkig omvat het, ondanks de punten van kritiek wel een van de sterkere avonturen van Luk Borré en zijn kompanen. 

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


09:16 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pierreux_jos, nederlandstalig, belgie, 8, policier, whodunit, serie |  Facebook |

20-04-13

EEKHAUT Guido - Aliettes gevoel voor wraak


egagvw.jpg

De openingszin:
Niemand stond Aliette Rouffanche op te wachten toen ze met haar reistas en rugzak langs de niet in haar geïnteresseerde douane de aankomstzone van de luchthaven van Zaventem verliet.

De korte inhoud
Lente 2004. De studente Aliette Rouffanche komt na een jaar in Thailand weer thuis. Ze wordt door haargrootvader Gilles gevraagd om meteen in Londen bij een grote bank te gaan werken. Als enige overlevende van de slachtpartij in het Franse dorp Oradour, wil Gilles wraak nemen op de familie van de SS-majoor die hij daarvoor verantwoordelijk acht. Die familie heeft enorme belangen in de banksector. En de kleinzoon van de majoor, een charismatische figuur met extreem rechtse ideeën, is kandidaat voor het premierschap in het Verenigd Koninkrijk. Hij moet worden gestopt, vindt Gilles. En hij wil dat zijn kleindochter dat doet. Maar dat kan ze niet alleen.
Zo begint een gruwelijk spel van complotten, verraad, onmogelijke liefde, financiële belangen en politiek opportunisme, tegen een achtergrond van groeiende internationale spanningen en een dreigende economische crisis, dat de verwevenheid van politiek en de financiële wereld illustreert.


Het volledige rapport
Leuvenaar Guido Eekhaut heeft, naast een carrière bij de bank BNP Paribas Fortis, al een aardige bibliografie bij elkaar gepend. Na de extreem productieve jaren 2010 en 2011 waarin hij telkens vijf titels aan zijn publiek mocht voorstellen, doet hij het de laatste tijd wat rustiger aan: vorig jaar was er De schuld van Rosenboom, het derde deel in de serie rond rechercheur Walter Eekhaut. En nu kan men de op zichzelf staande roman Aliettes gevoel voor wraak in de winkels vinden.

In het boek, dat gesitueerd werd in 2004, maken we kennis met de twintiger Aliette, die na een jaar trekken door Thailand, amper terug in België voet aan de grond heeft gezet en al naar Londen gestuurd wordt, waar haar grootvader Gilles Rouffanche een baan voor haar geregeld heeft bij een bank. Ook krijgt ze een opdracht mee van haar opa. Ze moet zich proberen te nestelen in de nabijheid van John Bergman, de gedoodverfde winnaar van de volgende nationale verkiezingen in Groot-Brittannië, om zo mogelijk genoegdoening te zoeken voor de wandaden van diens grootvader, die op tien juni 1944 als bevelvoerend SS-officier van een wraakexpeditie op het Franse dorpje Oradour-sur-Glane, verantwoordelijk was voor het uitmoorden van Gilles’ familie.

Vertrekkend van een gruwelijke, amper bij het grote publiek bekende voetnoot in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog bouwt de negenenvijftigjarige Guido Eekhaut op zijn dooie gemak een verhaal op dat zelfs een mogelijke, maar vergezochte verklaring geeft voor de bankencrisis. Deze traagheid geeft het verhaal enerzijds body en een zweem van degelijkheid, maar anderzijds voelt het aan alsof de inleiding zich tot aan het orgelpunt uitstrekt. De vraag wanneer het verhaal nu echt zal openbarsten, komt meermaals naar boven bij de lezer, maar wordt nooit beantwoord. Onderweg veroorlooft de auteur zich ook nogal wat vrijheden - zo treedt president Bush af en wordt Sarah Palin aangeduid als zijn opvolger – wat niet als negatief moet gezien worden, maar wat wel extra aanpassings- en inlevingsvermogen vraagt.

Het hoofdpersonage beweegt zich verwonderd, als een Alice in wonderland, door het verhaal, waar ze schijnbaar moeiteloos en door het lot geholpen, haar doel bereikt, zonder dat ze ook maar een vinger hoefde uit te steken, waardoor er van een enige spanning niet echt sprake is. Aliettes gevoel voor wraak moet dan ook eerder beschouwd worden als een roman, waar er van een uitgesproken plot geen sprake hoeft te zijn dan als een spannend boek.

Hoewel het verhaal best prettig wegleest, houdt de auteur vast aan zijn typische, van elke aanzet tot humor gespeende stijl, waardoor het geheel nogal droog overkomt. Maar het moet gezegd dat deze stijl past bij de thematiek en setting van het verhaal. Het broeden op wraak en het proberen behalen van een verkiezingsoverwinning zijn best serieuze aangelegenheden.

Daarnaast is het jammer dat de personages niet echt tot leven komen en dat een wereldstad als Londen niet beter benut wordt als locatie, want veel verder dan straatnamen en metrostations, komt de auteur niet. Ondanks het feit dat hij een echte Londenkenner is, zal hij met dit boek geen enkele lezer warm maken om deze metropool met een bezoek te vereren. 

Met Aliettes gevoel voor wraak leverde Guido Eekhaut een subtiele intrigerende roman af waarin politiek en financieel gewin met elkaar vervlochten zijn en samengehouden worden een strikje familiedrama, maar waarvan het hart van de doorsnee liefhebber van het spannende boek niet sneller zal gaan slaan.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


04:54 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eekhaut_guido, nederlandstalig, belgie, 5, roman, drama |  Facebook |

13-03-13

JACOBS Paul - Het droomdagboek van Lavoisier

 

jphdvl.jpg

De openingszin:
‘U werkt toch voor de televisie?’ vroeg de man met de ouderwetse bril.

De korte inhoud
Ellen Rademakers herinnerde zich haar nachtmerrie nog levendig: haar vriend had gezworen dat hij haar zou vermoorden. Maar wanneer ze diezelfde dag op een veiling een notitieboekje uit de achttiende eeuw ontdekt, is ze de droom alweer vergreten. Vanuit haar chambre d’hôtes in Normandië gaat ze samen met Thomas op zoek naar de betekenis van de geheimzinnige aantekeningen.
Vele vragen worden opgelost, maar andere blijven voorlopig onbeantwoord. Wie is de arrogante Xander Govaart, die zich ongevraagd in hun leven nestelt? Is Thomas echt voor de beeldschone Rika gevallen? Wat hoopt het stel te vinden op het kerkhof van Montmartre? En de belangrijkste vraag van allemaal: waarom vertelt Thomas zijn bloedstollende verhaal vanuit een cel in de gevangenis?


Het volledige rapport
De bijna pensioengerechtigde duivel schrijft al Paul Jacobs verdiende naam en faam als maker van radio- en televisieprogramma’s waarin humor en taal centraal staat. Na zijn loopbaan bij de Vlaamse openbare omroep schoolde hij zich om tot misdaadauteur.

In 2008 debuteerde hij met De rode badkuip waarin hij filosofe Ellen Rademakers en televisiegezicht Thomas Breens introduceerde. Later dit jaar verschijnt met Dood van een egoïst al het vijfde verhaal rond dit koppeltje. Het droomdagboek van Lavoisier dateert van 2011 en is het vierde deel in de reeks, waarmee hij terug aanknoopt met de thematiek van zijn debuut, want ook deze keer krijgt de kleine geschiedenis een voorname rol toebedeeld.

Het boek is een weergave van de feiten die Thomas Breens, de ik-figuur in het verhaal in de cel deden belanden, zoals hij ze meedeelde aan zijn celgenoot. Het begint allemaal als zijn vriendin Ellen Rademaker op een veiling een oud notitieboekje op de kop heeft getikt. Haar nieuwsgierigheid is meteen gewekt en ze sleurt Thomas mee in haar zoektocht naar zowel de inhoudelijke betekenis als de oorsprong van het schriftje. Al snel merkt ze dat iemand anders ook zijn zinnen gezet heeft op het in handen krijgen van het droomdagboek van Lavoisier. Iemand met minder scrupules dan Ellen en Tom.

Paul Jacobs hoef je niet meer te leren hoe hij met taal moet omspringen. Het is dan ook telkens weer een plezier om in een van zijn boeken te duiken. En een verhaal vertellen kan hij ook als de beste. Hoewel het basisgegeven ditmaal misschien wat te esoterisch en vergezocht is om mij echt te intrigeren, is de auteur er toch weer in geslaagd om rond het gegeven van voorspellende dromen en uitgaande van een degelijk geconstrueerde plot, een aardig verhaal op papier te krijgen. 

En los van het verhaal zorgt de wisselwerking tussen de enthousiaste en voor alles openstaande Ellen en de eerder terughoudende nuchterheid van Thomas telkens weer voor herkenbare situaties die daarenboven somso ok nog eens een glimlach op ’s lezers gelaat toveren.

De inhoud van de Het droomdagboek van Lavoisier is van betere kwaliteit dan de titel zelf doet vermoeden, want Paul Jacobs blijft zelfs na vier boeken, nog altijd zorgen voor een frisse wind in het Vlaamse landschap van het spannende boek. Hij schrijft geen meesterwerken, maar meer dan aardige tussendoortjes.


Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

22-02-13

HERMAN Luc - Nora en de feiten

 

hlnedf.jpg

 

De openingszin:
De lange zinnen kwamen later wel.

De korte inhoud
Nora Diels heeft de academische wereld vaarwel gezegd om inspecteur te worden bij de Antwerpse politie. Gedaan met de intellectuele masturbatie aan de universiteit, het is tijd voor actie. Nora is nog maar net van de politieschool af of ze krijgt al te maken met de moord op een Poolse werkster. Van commissaris Voncke moet ze een verslag schrijven, maar zelf de moordenaar vinden is uiteraard leuker. Zo begint haar Zoektocht naar de Waarheid.


Het volledige rapport
Moe van de zinloosheid van de theoretische kommaneukerij wisselde Nora Diels haar academische job als letterkundige in voor een carrière bij de Antwerpse politie. Enkele weken voor haar evaluatiegesprek wordt ze betrokken bij het moordonderzoek op een Poolse poetsvrouw. Daar haar opdracht om het openingsverslag hieromtrent op te stellen door haar achtergrond een zware dobber lijkt te worden, besluit ze zelf op onderzoek uit te trekken om met een verrassende theoretische dader op de proppen te komen.


Debutant Luc Herman, die in het dagelijks leven hoogleraar Engelstalige literatuur is aan de Antwerpse universiteit, leverde in 2011 met Nora en de feiten een boekje af dat de lezerswereld in twee had kunnen scheuren. Fervente voorstanders zullen de speelsheid en de originaliteit van het werk bejubelen, maar minstens evenveel tegenstand zal opgeroepen worden door de saaie schrijfstijl, het eeuwig twijfelende hoofdpersonage en het ruim overschrijden van de grenzen van het geloofwaardige. Aan de recensent de zware taak om een genuanceerd oordeel te vellen over dit opvallende werkstuk in de Nederlandstalige wereld van de politieroman

Het begin is niet direct een tekst die aanzet tot verder lezen. Het hoofdpersonage slaagt er maar niet in om een tekstje over de moord te produceren waarin alle noodzakelijke gegevens opgenomen zijn. Haar academische achtergrond speelt haar parten en haar eeuwige getwijfel verlamt haar volledig. Een eigenschap die blijkbaar chronisch is bij Nora. In ieder geval zullen veel mensen die het boek oppakken in de winkel en de eerste bladzijden ter kennismaking lezen, het boek snel neerleggen. Die les proces verbaal schrijven, wekt zoveel ergernis op dat ze op den duur zelfs als grappig ervaren wordt.

Het wordt al snel duidelijk dat Nora en de feiten in naam een spannend verhaal is, maar eigenlijk vooral over stijl- en taalgebruik handelt. Zo zijn de schriftelijke verklaringen van de getuigen ellenlange epistels, die overvloedig gestoffeerd zijn met niet ter zake doende theorieën en anekdotes.

Op de achterflap staat naast de korte inhoud ook nog volgende tekst te lezen: “Dit is een boek voor lezers die zich stilaan ergeren aan de populariteit van de Vlaamse misdaadroman, maar deep down houden van een ouderwetse whodunit.”
Maar het lijkt er meer op dat Nora en de feiten de aanval opent het werk van de gevestigde auteurs van het genre. Een poging om met intellectuele suprematie de liefhebber van het spannende boek te overrompelen en tegen het canvas te krijgen. De auteur, die er blijkbaar van uitgaat dat de aanval de beste verdediging is, zal jammer genoeg het tegenovergestelde bereiken van zijn doelstelling, vrees ik: de lezer zal zich nog steviger vastklampen aan de werken van Aspe, Deflo en de andere ronkende namen van misdaadauteurs, want een misdaadroman hoort ontspannende lectuur te zijn en geen tekst te wezen die meer lijkt op het discours van een advocaat of politicus.
Daar kan zelfs de mooi benaderde plot en de zeer originele ontknoping zelfs niets meer aan veranderen.

Als roman en stijloefening heeft Nora en de feiten zeker en vast bestaansrecht en kan misschien wel gebruikt worden om de lessen Nederlands in de scholen te stofferen. Maar bekeken door het oog van de doorsnee liefhebber van het spannende boek zal het verhaal wellicht niet gesmaakt worden. Het dubbele gevoel blijft en daarom zal ik de score laag houden, maar de durvers mogen zich hierdoor zeker niet laten afschrikken om het boekje dat in 2004 gesitueerd werd, ter hand te nemen voor een aparte leeservaring.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


20:08 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herman_luc, nederlandstalig, belgie, 4, literair, policier, roman, alleenstaand |  Facebook |

20-01-13

SNOECK Bjorn - Killfish

 

sbk.jpg

 

De openingszin:
Groen, de kleur van de hoop, de kleur van de vrede, van de uitkomst, van nieuw leven.


De korte inhoud
De federale politiemacht wordt recht in haar hart getroffen, wanneer haar uitvoerders vermoord worden. Een serie-doder trekt doorheen de leefwereld van de fictieve misdaad en laat overal zijn handtekening achter. Hoofdinspecteur – Bea Van Sompel – wordt belast met de jacht op het monster en moet trachten de publieke opinie te sussen. De man achter de moorden is Killfish, zijn doel is duidelijk. Zijn talent zal en moet een plaats krijgen in de harten van de lezers. Bea en Killfish vechten elk hun strijd uit, met elk hun eigen middelen. Alleen is Killfish in staat voorbij de grenzen van de geschreven misdaad te opereren.



Het volledige rapport
Bjorn Snoeck is een Oost-Vlaams schrijver in wording. Sinds 2005 besteedt hij zijn vrije tijd aan het schrijven. Er vloeiden ondertussen al vier boeken uit zijn pen, maar tot op heden vond hij nog geen uitgever om mee in zee te gaan, zodat zijn werken maar een zeer beperkt publiek weten te bereiken.

Om eens te zien waar hij staat vroeg hij mij om mijn kritische blik eens te werpen op zijn meest recente werk, Killfish. Met zijn uitdrukkelijke toestemming publiceer ik mijn bespreking ook op deze blog.

Ironisch genoeg is het hoofdpersonage een schrijver die er maar niet in slaagt een uitgever warm te maken voor zijn, naar eigen zeggen, meesterwerken. Ten einde raad besluit de man, die schrijft onder het pseudoniem Killfish, dat hij lang genoeg passief afgewacht heeft en dat het de hoogste tijd is om het lot een handje te helpen, door ervoor te zorgen dat er bij de uitgeverijen snel een plaatsje vrijkomt. De lijken die hij achterlaat, komen op het bord te liggen van de Gentse rechercheur Bea Van Sompel, die zich ondanks persoonlijke problemen, voluit op de zaak gooit. Maar zal ze erin slagen de moordenaar te identificeren en te stoppen vooraleer heel thriller minnend Vlaanderen verweesd achter blijft?

Taalkundig is er zeker een en ander op te merken. Hoewel ik zelf ook geregeld lange, samengestelde zinnen uit mijn mouw schud, zijn de zinsconstructies in dit boek zelfs mij een brug te ver. Ze leiden de lezer af van de essentie en halen de snelheid uit het verhaal. Het vervangen van zowat twee derde van de komma’s in het boek door puntkomma’s en punten zou het leesplezier al flink opdrijven.

Ook bevat de tekst teveel barbarismes. Niet alleen glipt het dialect van de auteur regelmatig tussen de mazen van het net dat zelfcontrole heet, maar ook anglicismen ontspringen veelvuldig de dans. Het markantste voorbeeld hiervan is het herhaaldelijke gebruik van het werkwoord enteren. Hoewel dit een bestaand Nederlands woord is in de betekenis van “gewapend een schip betreden om het te veroveren” of “op de enter toets drukken”, is het geen correcte benaming voor het betreden van een gebouw of kamer.

Bovenstaande opmerkingen zijn mede het gevolg van het feit dat een onuitgegeven auteur niet kan beschikken over een redactie of corrector die zijn werk met de loep uitpluist en alle puntjes op de i zet. Maar los daarvan is het taalgebruik bij wijlen nogal aan de brute kant en zijn de gedachtegangen van de personages niet altijd gemakkelijk te volgen door de lezer omdat er weinig consistentie in zit en ze van de hak op de tak springen.

Het basisidee voor de plot is origineel gevonden, maar de uitwerking is nogal eenvoudig, waardoor het verhaal voor het overgrote deel gedragen wordt door een enkele, rechtlijnige verhaallijn waarin alle actie uitgaat van het hoofdpersonage. De rest van de personages kunnen - door een fout tegen de logica of het bestaan van parallelle universums waarover ik niet veel kwijt kan zonder essentiële informatie los te laten - daarop reageren.
Laat in het boek worden alsnog twee extra draadjes afgesplitst, maar die kunnen het geheel niet meer redden.

Ook zit er in het tweehonderdentwaalf bladzijden tellende Killfish teveel seks. Erotiek is een prachtig middel om af en toe de spanning te breken, maar in dit geval maken de seksueel getinte scenes wezenlijk deel uit van het verhaal, wat eerder afleidend werkt.

In de veronderstelling dat de auteur constant evolueert en Kilfish behoort tot de beste boeken die hij schreef, kan er maar een conclusie zijn: Bjorn Snoeck is nog niet klaar om uitgegeven te worden. Of hij moest aan het moorden slaan...

Het definitieve verdict: 3/10

EOB.JPG


29-11-12

DESEYN Johan - Labyrint

 

djl.jpg

 

De eerste zin
Aan de organisatie van het gebeuren werd schaamteloos een gigantisch fortuin gespendeerd

De korte inhoud

Stanley D. Priscuss is gelukkig. Als ontwerper van exuberante kunstwerken kent hij een wereldwijd succes. Naar aanleiding van de persvoorstelling van zijn nieuwste creatie wacht hem echter een verrassende vaststelling. Alles wat hij ooit heeft geschapen is niet louter uit zijn fantasie afkomstig. Twijfel overvalt hem op elk gebied. In zijn zoektocht naar verduidelijking geraakt hij verstrikt in een verwarrend doolhof van beangstigende gebeurtenissen. Blijkt dat wat hij zijn hele leven voor waarheid hield slechts schijn is. De realiteit verbrijzelt alles waar iedereen in gelooft…


Het volledige rapport
West-Vlaming Johan Deseyn maakt het zichzelf moeilijk, en dat beseft hij zelf ook. Als enige Vlaamse schrijver van literatuur die zich ophoudt in het menggebied van de genres policier, fantasy en horror, is het moeilijk om hem in een correct hokje te plaatsen. Hoewel Crimezone.nl zijn boeken met plezier van een recensie voorziet, behoort zijn werk niet echt tot het interessegebied van de doorsnee bezoeker van deze site. Maar voor de avontuurlijke lezer die eens even wat anders wil proberen of voor hen, die eens willen proeven van fantasy en horror, bieden deze boeken een prima instapmogelijkheid.
Dat er een publiek bestaat voor dit soort boeken moge duidelijk zijn, want Labyrint is ondertussen al de elfde titel van de hand van deze auteur.

In Labyrint, waarin de horror tot een minimum beperkt wordt, maken we kennis met
Stanley Priscuss, een Amerikaans kunstenaar die naam en faam maakt met bizarre, soms monstrueuze kunstwerken. Tijdens de voorstelling van zijn nieuwste creatie “Labyrinth of hell”, begint hij te vermoeden dat een evenwaardige concurrent is opgestaan. Deze vaststelling verwart hem dusdanig dat hij niet meer functioneert en ze groeit uit tot een obsessie die ondenkbare gevolgen heeft voor de kunstenaar en zijn entourage. Gevolgen die zelfs doorwerken tot in het hiernamaals …

Labyrint, dat het label “duistere thriller” opgekleefd kreeg, kan het best beschouwd worden als een fantasy verhaal voor beginners. Omdat het grootste deel van het verhaal zich in de reële wereld afspeelt, is het heel toegankelijk en herkenbaar. Dat het daarnaast ook nog eens een interessante opzet heeft, is mooi meegenomen. Johan Deseyn heeft alle ervaring in huis om de plot zo op te bouwen dat de lezer slechts bij mondjesmaat de informatie krijgt toegespeeld die tot de ontrafeling van het mysterie leiden en die de cirkel mooi rond maken.

De auteur beperkt de uitleg, verantwoording en verklaring omtrent de ontknoping tot het absolute minimum om het geloofwaardig te houden, als je tenminste meegesleept wordt door het verhaal. Uitgewerkt in een vlotte schrijfstijl en gekruid met voldoende actie is dat wellicht geen enkel probleem en mag het resultaat er best zijn. Aan originaliteit ontbreekt het ook niet, want de auteur weet de met voorsprong meest verrassende slaapkamerscène uit zijn pen te persen die ik ooit mocht lezen.

Dit soort verhalen vraagt originele locaties als achtergrond en die zijn dan ook voor handen. De auteur heeft zijn best gedaan de lezer te verrassen met het decor waarin zijn geloofwaardige personages mogen rondstruinen.

Al bij al beschouwd is Labyrint een leuk en genietbaar boek dat zeker in staat moet zijn nieuwe zieltjes te winnen voor de deelverzameling van de eerder vernoemde genres.


Het definitieve verdict: 7/10

Geschreven in opdracht van Crimezone.nl

EOB.JPG


22-06-12

ASPE Pieter - Eiland

 

ape.jpg

De eerste alinea:
‘Heb jij Pierre vandaag al gezien?’

De korte inhoud
Pierre is een Bruggeling die zijn vaderland ruim tien jaar geleden verruilde voor de rust en de ongereptheid van de Bretonse kust.
Op de plek van het voormalige klooster van de Arme Klaren in Brugge, nu een soort verscholen enclave van een twintigtal exclusieve stadswoningen, zijn vier bewoners druk in gesprek nadat het lijk is gevonden van de man die de Pierre uit de openingsscène blijkt te zijn.
Pieter Van In arriveert snel ter plaatse en treft tot zijn genoegen een stukje Brugge aan dat hij niet kende. Bij de ondervraging van de bewoners stelt Van In vast dat ze allemaal erg aan hun privacy vasthouden. Het lijkt wel of ze collectief iets te verbergen hebben. Is de serene stilte van de site slechts schijn? Wat is de band tussen de vier bewoners die de moord becommentariëren? Delen zij meet met elkaar dan alleen hun poetsvrouw? Zijn er in het verleden van elk van de bewoners zaken die het daglicht niet verdragen?


Het volledige rapport
Dertig titels op zeventien jaar tijd. Meer dan twee miljoen verkochte boeken. In navolging van Hendrik Conscience – de man die zijn volk leerde lezen – mag de West-Vlaamse auteur Pieter Aspe met recht beschouwd worden als de man die zijn volk thrillers leerde lezen.

Met het vaste speurdersduo Pieter Van In en Guido Versavel als gids, laat de auteur zijn publiek genieten van ettelijke markante plekjes van de provinciehoofdstad Brugge en het ommeland. Hoewel Eiland deels gesitueerd is in en rond de Bretoense Golfe du Morbihan, staat er weer een pittoresk stukje Brugge centraal: een modern straatje dat erg doet denken aan een begijnhof. In deze Colettijnenhof, wordt het levenloze lichaam gevonden van Pierre, die al jaren een chambres d’hôtes uitbaat in de buurt van Béluré. Wat bracht de man terug naar zijn geboortegrond? En hebben de vier buren, die het slachtoffer persoonlijk kennen, iets te maken met zijn dood? En hoe zit het met hun gemeenschappelijke poetsvrouw? Vragen genoeg, die het hoofdpersonage gewoontegetrouw probeert te beantwoorden onder het genot van een of meerdere Duvels.

Naast de spannende verhaallijn is de evolutie van het privéleven van de hoofdpersonages minstens even belangrijk in Aspes boeken. Dit hoge soapgehalte vormt samen met de herkenbaarheid het bindmiddel tussen de auteur en zijn publiek.

Kortom met een boek van de hand van Pieter Aspe weet de lezer waar hij aan begint en wat hij mag verwachten. Eiland past perfect in de reeks van de Vlaamse tegenhanger van Appie Baantjer. Dit is zowel het sterke als het zwakke punt van de auteur. Hoewel hij erin slaagt een constant aanvaardbaar niveau te handhaven, weet hij echter zelden of nooit te verbazen.

Eiland is dan ook gewoon een degelijke Aspe met een evenwichtige mix van politieroman en soap.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

21:39 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgië, 6, policier, whodunit, whydunit, serie |  Facebook |

28-04-12

BAETE Piet - Verzwijg mij niet

 

bpvmn.jpg

 

De eerste zin:
Niemand had ooit meer naar een moord verlangd.

De korte inhoud
Gert-Jan, Louis, Vic en Simon zijn twintigers en al jarenlang vrienden. Als ongewenste gasten bezoeken ze een verjaardagsfeest bij de steenrijke en machtige familie De Greve in Het Zoute. Vic ziet er zijn ex-vriendin Charlotte en ervaart een enorm gevoel van spijt. Hij moet en zal haar terugwinnen van de zoon des huizes, Nicolas De Greve.
Ondertussen probeert hoofdinspecteur Briek Mulders zijn leven op de rails te krijgen, nadat hij voor zes maanden op non-actief is gezet. Zijn plaats in het team is ingenomen door de jonge en ambitieuze David Kamp. Wanneer het lijk van een jongeman wordt gevonden, trekt Kamp als eerste op onderzoek uit.



Het volledige rapport
De vierendertig jaar jonge auteur en scenarist Piet Baete is met het net verschenen Vrijdag de 14de al aan zijn vijfde spannende boek toe. Vorig jaar verscheen Verzwijg me niet, het derde en laatste deel uit de serie over de speurders Bonnart en Mulders, die de Belgische badplaats Knokke veilig maken.

Terwijl Briek Mulders de laatste dagen van een disciplinaire sanctie thuis doorbrengt door te zorgen voor de revaliderende Luc Bonnart, zit diens vervanger, de ambitieuze David Kamp te hunkeren om zijn kwaliteiten als rechercheur te kunnen ontplooien. De verdwijning van Vic Van Springel moet en zal die zaak worden. De jongeman werd laatst gezien als ongenode gast op een mondain feestje waar hij probeerde zijn oude liefde terug te winnen, die nu een relatie heeft met de zoon des huizes.

Verzijg mij niet is een zeer atypisch spannend boek geworden. Het gaat zelfs zo ver dat de ontknoping eigenlijk niet belangrijk aanvoelt. Het maakt de lezer niet meer uit of er nu iemand opgepakt wordt of niet. En dat hoeft - wellicht tot ieders grote verbazing - niet eens als een negatieve bevinding beschouwd te worden. Het boek voelt meer aan als een roman dan als een policier: het verhaal ontwikkelt zich kabbelend en uiterst beschaafd. Enkel intermezzo’s van de geestelijk achteruitgestelde Luc Bonnart breken door hun frequentie de sfeer en zorgen, op de duur een lichte irritatie, in plaats voor de wellicht bedoelde grappige noot.

Dit laatste buiten beschouwing gelaten, heeft Piet Baete zeer aangenaam leesvoer op papier weten te zetten, met een hoge psychologie factor, waarin twee zaken centraal staan. Zo wijst de auteur ons op het feit dat de.mate van wetteloosheid waarin een persoon kan optreden blijkbaar recht evenredig oploopt met de sociale en economische status. Anderzijds wordt het dankzij Paris Hilton tegenwoordig uiterst populaire BFF – Best Friends Forever – in vraag gesteld. Het blijkt dat elke vriendschap zijn prijs heeft, waarbij meteen afgevraagd wordt hoever men gaat die vriendschap in stand te houden.

Door de veelvuldige bedekte verwijzingen naar gebeurtenissen uit het verleden van de hoofdpersonages, is het wenselijk kennis te nemen van de vorige boeken van deze reeks, met name Poker en Wacht maar tot ik wakker word. Maar de minder nieuwsgierige lezer kan er mijn inziens best ook van genieten zonder voorkennis.

Met Verzwijg mij niet beleeft de serie rond het Knokse speurderteam van Briek Mulders, Luc Bonnart en nu ook David Kamp niet alleen een orgelpunt, mar tevens een hoogtepunt en tilt Piet Baete zijn metier naar een hoger niveau, waarbij hij speelt met de wetmatigheden en grenzen van het genre van de politieroman, wat de lezer een bevrijdend gevoel geeft. Anders en beter, om het sloganesk uit te drukken.

Het definitieve verdict:
8/10


EOB.JPG


25-04-12

LAURYSSENS Stan - Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen

 

lsl17jbbo.jpg

 

De eerste zin:
Opsporingsbericht van de Federale Politie.

De korte inhoud.
Opsporingsbericht van de Federale Politie in samenwerking met Child Focus. VERMISSING [MINDERJARIGEN]. Verspreid op verzoek van de procureur des Konings te Brussel. Vermissing Charlotte ‘Lotte’ Acket te Ukkel.
. Een man in het zwart sleurt een zware reiskoffer naar het station. Het is verboden onwelriekende of besmettelijke voorwerpen in de bagagekluizen te plaatsen. Bloed druipt uit de stationskluis. ‘Wij zitten met drie vermiste meisjes,’ zegt Eddy Thielemans, heel open van geest, tres cool. Hij is chef van de Cel Agressie en leidt het onderzoek. ‘Alle drie zeventien jaar, slank, blond, blauwe ogen.’ Geen enkel blond meisje van zeventien waagt zich alleen op straat. Politiekorpsen van Brussel, Antwerpen, Oostende, Charleroi, Gent, de scheepvaartpolitie en Missing Persons Noordzee zitten met de handen in het haar. Een angstpsychose waart door het land. België is in rep en roer.



Het volledige rapport
Antwerpenaar en wereldburger Stan Lauryssens heeft verleden jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar de auteur is actiever dan ooit. Begin dit jaar verscheen de erotische roman Alle dagen curry en seks op zondag en nu ligt zijn nieuwste spannende politieroman in de winkelrekken.

Na tien boeken met het Simoens en Deridder in de hoofdrol, mag dit politiekoppeltje even uitblazen. Hoewel ze nog even vermeld worden, draait het in Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen allemaal om de Cel agressie van de federale politie en wordt Antwerpen ingeruild voor Brussel. Het vierkoppige team onder leiding van commissaris Eddy Thielemans wordt ingezet op de jacht  naar een seriemoordenaar, die zijn jonge, blonde, vrouwelijke slachtoffers in mootjes gehakt achterlaat in de bagagedepots van Belgische treinstations. Als Charlotte Acket – Lotte voor de vrienden – spoorloos verdwijnt, verandert het onderzoek in een race tegen de klok, in een poging haar levend uit de klauwen van de monsterlijke kidnapper te redden.


Net zoals verandering van spijs doet eten lijkt verandering van hoofdpersonage even verfrissend te werken voor een auteur Of zou het liggen aan het feit dat Stan Lauryssens nog de stijl van zijn roman in de vingers zitten had toen hij begon aan dit boek? Wat ook de reden moge zijn,
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen begint zeer verfrissend en in een sprankelende stijl, die gelardeerd is met een bijzonder gevoel voor humor. Wat te denken dan de verpleegster van het Wit-Gele Kruis die de afname van een DNA-staal komt uitvoeren, omdat de wetsdokter geen gaatje heeft in zijn agenda… Het leesplezier is volop aanwezig in de pakweg eerste tachtig bladzijden van het verhaal, die behoren tot de beste die de auteur in zijn loopbaan aan het papier heeft toevertrouwd.

Jammer genoeg worden de punten pas uitgereikt na het finale punt, want eenmaal het politieonderzoek goed en wel op kruissnelheid komt, verslapt de stijl en zakt het niveau tot het zo goed als in het verlengde ligt van zijn andere politieromans. Enkel de platvloersheid blijft, een enkele uitzondering buiten beschouwing gelaten, achterwege. Maar zijn plastische manier van schrijven, die eerder geassocieerd wordt met stripverhalen, komt weer bovendrijven


Het nieuwe speurdersteam roept, mede door het onderwerp, associaties op met de Vlaamse televisieserie Vermist, die al enkele jaren loopt.
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen kan zo verfilmd worden tot een aflevering van deze reeks.

De plot is best goed geconstrueerd en auteur laat zijn publiek in spanning tot net voor de finale, vooraleer hij een tip van de sluier oplicht en hij de lezer deelgenoot maakt van hoe de vork in de steel zit. Maar de spanningsopbouw laat te wensen over door de neiging te veel te willen uitleggen - Ondertussen weet iedereen al wel wat een doorkijkspiegel of een zodiak is. - alsook door teveel herhalingen van stukken tekst. Zo wordt de tekst van het opsporingsbericht van Lotte wel minstens vijf keer hernomen in het boek. Het is te verstaan dat de bladzijden moeten gevuld worden, maar zelfs dan blijft de auteur steken op 282 pagina’s.

Daarnaast moet ook gewag gemaakt worden van een onzorgvuldige redactie, want teveel fouten zijn doorgedrongen tot de eerste druk: weinig spelfouten gelukkig, maar wel een aantal contextfouten waarin binnen een scene de leden van een gezelschap wisselen; locaties veranderen of het vertelperspectief wijzigt.

De eerste hoofdstukken van
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen herinneren de lezer eraan dat Stan Lauryssens wel degelijk potentieel heeft als auteur, maar jammer genoeg kan hij deze lijn niet doortrekken tot op het eind. Als aanmoediging luidt mijn eindverdict: met de hakken over de sloot.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


10-04-12

VANROY Berthilde - De tempel van de 9 kamers

 

vbdtvd9k.jpg

De eerste zin:
Het was nog vroeg in de ochtend, maar toch deed de zon het asfalt van de snelweg al baden in een gouden gloed.

De korte inhoud
Christine en David zijn aantrekkelijke twintigers en vormen een gelukkig stel. Ze wonen zes jaar samen en leiden een zeer comfortabel leven, dankzij het riante inkomen van David, die in de succesvolle multinational van zijn familie werkt. Alles lijkt perfect en niets schijnt hun eeuwige geluk in de weg te staan. Maar daarin komt plots verandering. Wanneer ze trouwplannen maken, overrompelt David zijn geliefde met een bizarre voorwaarde voor hij zijn jawoord wil geven. Christine voelt de grond onder haar voeten wegzakken en ziet haar droomleven in rook opgaan. Eerst wil ze niet op Davids eis ingaan, dan doet ze het toch en ontdekt een verborgen kant van haar seksuele beleving. Maar op een bizarre manier komt ze zo in de macht van een uiterst gevaarlijke lustmoordenaar…


Het volledige rapport
De uit Zonhoven afkomstige Berthilde Vanroy leefde een leven vol luxe en mannen. Maar toen ze naar eigen zeggen besefte dat een overvloed aan weelde niet gelijkstaat met geluk trok ze zich terug om dat geluk te zoeken. En blijkbaar draagt boeken schrijven daartoe bij, want na het esoterisch getinte De formule voor geluk en de autobiografisch geïnspireerde roman Verstrikt en verlost brengt ze nu met De tempel van de 9 kamers een erotische thriller op de markt.

Hierin maken we kennis met Christine en David; een verliefd koppeltje dat aan trouwen denkt. Maar vooraleer het zover kan komen moet David haar bekennen dat hij behoort tot de eeuwenoude sekte Hieros Gamos en dat hij enkel met haar in het huwelijk kan treden nadat zij de negendaagse inwijdingsceremonie heeft doorlopen. Een protocol dat haar niet alleen een verruimd inzicht geeft omtrent haar seksuele beleving, maar haar ook onbedoeld in het vizier brengt van een lustmoordenaar.


Net geen tien jaar nadat Dan Brown met zijn De Da Vinci code de hype van de reli-thriller startte, en eveneens een aantal jaren na het uitdoven van die stroming komt Berthilde Vanroy op de proppen met een soortgelijk werk, dat overgoten werd met een royale laag seks en erotiek. Een te royale laag misschien, want zelfs het hoofdpersonage laat zich ontvallen dat ze op een gegeven moment geen geslachtsorgaan meer kon zien.

Dertig jaar geleden, in mijn pubertijd, had ik dit boek wellicht met veel belangstelling en rode oortjes verslonden. Maar een volwassene kijkt verder dan de dans der naakte lichamen en stelt vast dat De tempel van de 9 kamers vooral opgebouwd is uit clichés: naast de oogverblindend mooie vrouwen die meer tijd naakt doorbrengen dan gekleed en de mannen met gigantische penissen die bijna constant in de houding staan is bij voorbeeld ook het obligate mysterieuze document aanwezig dat het einde van een tijdperk zal inluiden als het wereldkundig gemaakt wordt.

De snoodaard van dienst noemt zichzelf Gehelvanuw. En ondanks een andere naamsverklaring in het boek is het meteen duidelijk dat dit een doorzichtig anagram is van de Brugse pedofiele bisschop Roger Vangheluwe. Het hele spannende draadje is er trouwens met de haren bijgesleept en voelt als een schaamlapje voor het vele naakt in het boek.

De tempel van de 9 kamers is een opvallende verschijning tussen de veelheid aan politieverhalen en detectives. Dat is dan ook het enige recht van bestaan, want na weging werd het veel te licht bevonden om potten te breken in de wereld van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


03-04-12

SCHOETERS Gaea - Diggers

 

sgd.jpg


De eerste zin:
Buiten rent een man die weet dat hij gaat sterven, maar het niet begrijpt, naar een deur.

De korte inhoud
Vijfentwintigduizend euro. Om alle restanten van de Eerste Wereldoorlog op een akker in de Westhoek te laten verdwijnen. Natuurlijk weigert archeoloog Arne Overstijns de opdracht. Tot zijn doctoraatsbeurs plots wordt ingetrokken.
Samen met twee jeugdvrienden begint hij te graven. Wanneer de vette klei zijn geheimen prijsgeeft, komen ook de verborgen agenda’s boven. Met elke spadesteek schuiven de morele grenzen op. En dan doen ze de vondst van hun leven. Meteen daarna valt de eerste dode.



Het volledige rapport
De Oost-Vlaamse journaliste en scenariste Gaea Schoeters kan je moeilijk beschuldigen van in meerdere sloten tegelijk te lopen. Als ze iets in haar hoofd heeft gaat ze er volledig voor. Of het nu met haar levensgezel zeven maanden lang per motor de Islamitische wereld doorkruisen is. Of een boek schrijven... De volledige toewijding is er altijd. Uit de dertigduizend kilometer lange reis op twee wielen destilleerde ze een originele en goed onthaalde roadmovie in boekvorm, die de titel Meisjes, moslims & motoren opgeplakt kreeg.

Halfweg 2010 trok ze zich een jaar terug om Diggers op papier te zetten. Vertrekkend van het resultaat van een aantal brainstormsessies voor een vroegtijdig afgevoerd project omtrent een televisieserie over de Eerste Wereldoorlog, werkte ze zich uit de naad om tot een meer dan 600 bladzijden tellend verhaal te komen dat balanceert op de grens tussen thriller en roman en waarin de diggers centraal staan: een groep amateurarcheologen die in de Westhoek naam maakten met het zoeken naar – en opgraven van – artefacten uit de Groote Oorlog. Een activiteit die op veel begrip kon rekenen in de streek, maar een paar jaar geleden door een rechterlijke uitspraak verboden werd.

Diggers, dat “Een kleine Groote Oorlog” als ondertitel meekreeg is bovenal een “coming of age”- roman, waarin de archeoloog Arne Overstijns, die zijn doctoraatsbeurs ziet ingetrokken worden, zich laat verleiden om tegen een riante betaling een perceel grond in de buurt van Zillebeke te gaan ontdoen van alle aanwezige oorlogsmunitie. In zijn hang naar de goede oude tijd, neemt hij twee van zijn oude vrienden – eveneens ex-diggers - mee om de klus te klaren. En dan doen ze een bijzondere vondst in de West-Vlaamse klei, die niet alleen hun onderlinge relaties, maar tevens die van hun grote liefdes onder druk zet…


Het verhaal vangt aan met een dubbele intro, waarin meteen de toon gezet wordt: de auteur probeert haar literaire niveau te bewijzen met een overvloed aan vergelijkingen en profileert zichzelf als een vrouw van de wereld door in een veel te hoge densiteit aan namedropping te doen. Ook de soundtrack van het boek valt hieronder: van Schubert over La Esterella en Vive la fête tot aan Rammstein toe. Of zou het een krampachtige poging zijn om iedereen te plezieren en niemand in de kou te laten staan?

Voor wat betreft het spannende draadje vertrekt Gaea Schoeters van hetzelfde basisgegeven als Tess Gerritsen in Het aandenken: een op het eerste zicht oud lijk dat bij nader onderzoek helemaal niet zo oud blijkt te zijn. Maar om een mooie spanningsboog te handhaven, besteedt de schrijfster te veel tijd aan de relaties tussen de hoofdpersonages onderling en hun respectievelijke liefjes, zonder zelfs maar veel diepgang te creëren.

Achter de sobere, maarmooie cover van Diggers ligt een verhaal waarmee ik moeilijk raad weet. Ik vraag mij al de hele tijd af – en je mag het melodietje van Mega Mindy tijd erbij denken: Is het een roman? Is het een thriller? Nee, dat is niet goed. Het is Gaea Schoeters die haar dingetje doet. Maar ze bevestigt vooral dat het een zeer moeilijke taak is om spanning en literaire ambitie te verenigen tussen een enkele omslag. En dat het een schier onmogelijke taak lijkt om hiermee de echte liefhebber van het spannende boek te overtuigen.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG

22-03-12

SCHOEMANS Roger - Amulet

 

sra.jpg

 

De eerste zin:
In een sloot kon je alles vinden, had Jacky Jamart geleerd.

De korte inhoud
Vlijtingen. De schepbak van een baggerkraan vist een verminkt babylijkje uit een sloot. Het lijk is in stukken gesneden, hoofdje en beide armen ontbreken.
Het journalistenduo Joosten en Schraepen bijt zich vast in de zaak. Heeft kraanman Jacky Jamart iets met de moord te maken? Hun werk wordt ferm bemoeilijkt door ‘barakkenman’ Jeannot, de vervaarlijke grootvader van Jacky en beruchte patriarch van het geslacht Jamart. Eén na één komen de vele duistere geheimen van de familie Jamart boven. Verhalen over moorden
, achterklap, geld en hekserij. En dan komt de afkomst van de vermoorde baby aan het licht: een albinojongetje uit Centraal-Afrika…



Het volledige rapport
De Vlaamse gepensioneerde journalist Roger Schoemans is afkomstig uit het Limburgse Haspengouw, maar zijn werk bracht hem naar de Brusselse rand.
Naast zijn professioneel werk verdiende deze reporten zijn sporen als jeugdauteur en kan hij bijna zijn eerste decennium vieren als misdaadauteur. Voor zijn spannende verhalen keert hij echter terug naar zijn geboortestreek, want hij laat zijn vaste hoofdrolspelers – journalist Piet Schraepen en reporter-fotograaf Geo Joosten – steevast het zuiden van Belgisch Limburg doorkruisen in hun jacht op nieuws.

In Amulet, het achtste boek van de reeks, ligt het zwaartepunt in vierhonderd zielen en twee kastelen tellende landbouwdorpje Gors-Opleeuw. De vondst van een onvolledig babylijkje tijdens het ruimen van grachten zet de dynastie Jamart, een clan van grondwerkers, in het midden van de belangstelling van pers en politie. Ondanks het gebrek aan medewerking, kan de patriarch Jeannot niet verhinderen dat de familiegeheimen aan de oppervlakte komen: moorden, omkoping en belangenvermenging passeren allemaal de revue. En als dan blijkt dat de baby een albino was van Afrikaanse afkomst wordt hekserij aan het lijstje toegevoegd. Maar hoe zit de vork nu eigenlijk echt in de steel?

Dat Roger Schoemans kan schrijven, bewijst hij bij deze nog maar eens: in een zalige stijl met weinig franjes vertelt hij zijn verhaal recht voor de raap, zonder veel energie te besteden aan wat niet belangrijk is. Hierdoor krijgt en houdt hij de vaart gemakkelijk in zijn verhaal, dat ontdaan is van elke pretentie en doorspekt werd met gevatte dialogen. Kortom, Amulet is een leuk geschreven boek, dat leesplezier op de eerste plaats zet.

Deze recht toe, recht aan stijl impliceert natuurlijk ook dat locaties en personages amper uitgewerkt worden. Zo lijkt het wel dat de hoofdfiguren geen privéleven hebben, want op wat aan het werk gerelateerde etentjes na, zijn de twee mannen constant op pad. En zelfs de etentjes vormen geen echte rustpuntjes, want zonder uitzondering zijn ze bedoeld om informatie uit te wisselen met de politie. En laat die nauwe samenwerking tussen de ordediensten en de pers nu net het enige puntje van kritiek zijn: de twee instellingen lijken wel een Siamese tweeling. Maar als de journalisten gaan dicteren waar de rechercheurs moeten optreden en waarom, dan overschrijdt dit mijn inziens net de grenzen van de geloofwaardigheid.

Ik werd ook even ongemakkelijk toen het onderwerp van de zwarte magie ter sprake kwam. Ik ben blijkbaar veel te nuchter om in voodoo en aanverwante zaken te geloven, en even was ik bang dat de auteur de weg op ging van Amerikaanse schrijver Michael Gruber, die van dit hocus pocus zijn handelsmerk maakte. Maar gelukkig bleek die vrees ongegrond.

Tot slot was het bevrijdend om nog eens een niet afgelijnd slot te mogen beleven. Het licht open einde past volledig in de filosofie van het verhaal en voelt daarom perfect bevredigd aan als orgelpunt van dit avontuur.

Met Amulet bevestigt Roger Schoemans ten overvloede zijn kunnen als misdaadauteur en levert hij een origineel verhaal af dat garant staat voor enkele uurtjes leesplezier, met als bonus een inkijkje in een familieclan zoals er in elke landelijke gemeente wel een te vinden is.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


19-03-12

MANDEL Nellie - Blauwe sneeuw

 

mnbs.jpg

 

De eerste zin:
Agent Vargas kreeg het portier van de Toyota-terreinwagen maar met moeite open.

De korte inhoud
Een wrakke vissersboot spoelt aan op een strand van Prince Edward Island met aan boord een zestigtal dode illegale immigranten. Het is winter in dat deel van Canada, wat de zoektocht naar de verdwenen bemanning van de boot bemoeilijkt. Politiechef Arletta Browning kampt met personeelstekort nadat ze haar adjunct Gunt Anderson en de jonge agent Morris ontsloeg na een misgelopen zaak. Toch wil ze de verdwenen bemanningsleden vinden en hen voor de rechtbank brengen.

Anderson en Morris, intussen privédetectives, worden ook bij de zaak betrokken als ze van een advocaat de opdracht krijgen het brein achter de mislukte mensensmokkel te vinden. Hun opdrachtgever handelt echter niet uit menslievendheid, daar komen de beide voormalige rechercheurs al snel achter.
De bemanningsleden hebben ondertussen onderdak gevonden in een verlaten boerderij, van de buitenwereld afgesneden door de sneeuw. Ze willen van het eiland af, maar hun contactpersoon kan (of wil) hen voorlopig niet helpen.
Dan begint een jacht op de bemanning en hun opdrachtgever, waarbij de verschillende partijen niet bepaald op een leven kijken..


Het volledige rapport
Nellie Mandel is een alter ego van Leuvenaar Guido Eekhaut. De auteur reserveerde dit pseudoniem voor een serie boeken die zich afspelen op het Canadese Prince Edward Island, waar het hoofdpersonage Arletta Browning een afdeling van de Royal Canadian Mounted Police korps – kortweg de Mounties – leidt.

Blauwe sneeuw is het derde boek in de reeks. Hierin loopt een gammele vissersboot vast op de kust van het eiland. Als de politie polshoogte neemt vinden ze geen spoor van de bemanning, maar wel een ruim vol levenloze lichamen van mensen die illegaal Canada probeerden binnen te komen. Arletta Browning en haar team openen de jacht op de mensensmokkelaars die zich gehinderd door het slechte weer wellicht nog op het eiland verschuilen. Maar de politie is niet de enige partij die achter de bemanning aan zit. Een onbekende neemt de privédetectives Gunt Anderson en Clive Morris, die vroeger nog onder Arletta Brownings bevel gewerkt hebben, in dienst om de onfortuinlijke mensenhandelaars te lokaliseren. 

Met Blauwe sneeuw lijkt de scheiding te vervagen tussen het werk dat Guido Eekhaut uitbrengt onder zijn eigen naam en datgene wat verschijnt onder het pseudoniem Nellie Mandel. Niet alleen ontbreekt ditmaal het speciale, gemoedelijke huishoudelijke sfeerje waardoor het zo aangenaam toeven was in Rode aarde en Grijze herfst. Ook vertoont dit werk een basisstructuur die opvallend veel lijkt op die van Jalena, het derde werk in de Wolven reeks, dat slechts een dikke maand eerder verscheen dan dit boek. Het lijkt erop dat de auteur twee boeken gepuurd heeft de voorbereiding van slechts één boek, waarbij de vraag opkomt of een pseudoniem plagiaat kan plegen bij zijn geestelijke vader…

Blauwe sneeuw is in wezen in plotgedreven roman, waarin meerdere partijen jacht maken op dezelfde mensen, die op hun beurt wild om zich heen slaan. De meeste personages en de gebruikte locaties zijn ondergeschikt aan de actie. Zelfs de terugkomst van de twee personages die op het eind van vorig boek uitgerangeerd werden, voelt onwennig aan.

Nu de magie afwezig blijft, is Blauwe sneeuw een politieroman geworden zoals er dertien in een dozijn zitten. Gelukkig heeft het verhaal genoeg vaart en bevat het actie en plotwendigen waardoor het zich nog kan handhaven in de middenmoot. Goed, maar ook niets meer. En laat het nu net dat stukje meerwaarde zijn dat gemist wordt.

Het definitieve verdict:
6/10

EOB.JPG


 

20:32 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mandel_nellie, nederlandstalig, belgië, 6, drama, policier, serie |  Facebook |

04-03-12

FELIERS Anja - Hou van mij!

 

fahvm.jpg

 

De eerste zin:
Ergens in het gebouw sloeg met veel kabaal een deur dicht.

De korte inhoud
Kathleen is psychologe en docente en woont samen met Julie, haar tienerdochter. Haar leven verloopt vlekkeloos, tot Matthias, een twintigjarige student, avances maakt. Kathleen wijst hem af. Vanaf dan lijkt alles voor haar verkeerd te lopen. Even later vertelt Julie haar dat ze smoorverliefd is op deze Matthias. Bij Kathleen slaan de stoppen door.


Het volledige rapport
Veertig jaar geleden werd Anja Feliers in Bilzen geboren, maar haar jeugd bracht ze door in het Limburgse grensdorpje Rekem. Haar huwelijk bracht haar weer naar haar geboortestad waar ze nog altijd woont.

In 2004 debuteerde deze lerares Nederlands als jeugdauteur en later publiceerde ze ook werkjes voor beginnende lezers. In 2010 betrad ze met Verleid me voor het eerst het volwassenensegment. Het boek bleef niet onopgemerkt, want het werd beloond met de bronzen plak bij de Crimezone publieksprijs 2011 in de categorie debuten. Eind vorig jaar verscheen Hou van mij!, haar tweede spannende boek.

Hierin maken we kennis met Kathleen Verlinden, een gescheiden psychologe, docente en moeder van Julie, een dochter van zeventien. Een vreemde avondlijke ontmoeting met Matthias, een van haar leerlingen lijkt het einde in te luiden van haar rustige leven in het pittoreske Oud-Rekem, want alles wijst erop dat Kathleen geviseerd wordt door een stalker. Matthias is de voor de hand liggende verdachte en als dochter Julie hem op een avond voorstelt als haar vriendje, stort Kathleens wereld helemaal in. Nu moet ze zowel haar dochter als de politie met overtuigende bewijslast proberen te overhalen van haar gelijk. Maar de vraag is of ze het wel bij het rechte eind heeft…

Met haar tweede titel in de gebiedende wijs, blijft de auteur trouw aan het haar concept, waarin liefde en relaties de hoofdthema’s vormen. Hou van Mij! verhaalt, met Kathleen als eerste persoon enkelvoud, over stalking en wat dat met een mens kan doen, waarbij vooral de impact op het slachtoffer wordt belicht. Op realistische wijze wordt beschreven hoe een zelfzekere persoon door een paar incidenten wegkwijnt tot een bange wezel, die enkel nog gedreven wordt door paranoia om daarna de kracht te vinden om terug te vechten.

Dit alles wordt geserveerd met een smakenpalet dat varieert van zeemzoet tot bitterzoet, wat doet uitschijnen dat er vooral op een vrouwelijk publiek gemikt wordt. Hou van mij! leunt qua stijl zeer dicht aan bij onder andere Stuk van Judith Visser, want beide boeken situeren zich op de grens tussen literatuur voor volwassenen en die voor adolescenten. Enkel naar het einde toe wordt het wat grimmiger om te resulteren in een zeer origineel gevonden eindspel.

De plot werd goed overdacht en werd met zorg uitgeschreven. De lezer wordt constant en op professionele wijze zand in de ogen gestrooid door onderweg zowat elk personage dat een figurantenrol ontstijgt, te omkaderen met de nodige verdachtmakingen.

Als locatie tijdstil kiest Anja Feliers Oud-Rekem in 2008, een plaatsje dat in dat jaar werd verkozen tot mooiste dorp van Vlaanderen. En hoewel ze die status meermaals benadrukt, voegt dit gegeven weinig meerwaarde toe aan het verhaal. Het pittoreske gehuchtje blijft een beetje verweesd achter en had een grotere rol mogen toebedeeld krijgen en de inwoners ervan moeten zeker geen stormloop van lezers vrezen, die het plaatsje absoluut willen bezoeken.

Met Hou van Mij! bevestigt Anja Feliers haar kunnen maar anderzijds betekent het ook geen grote stap voorwaarts tegenover haar eerste boek. Iedereen die genoten heeft van Verleid me kan echter blindelings ook Hou van mij! aanschaffen in de wetenschap dat ze er minstens evenveel plezier aan zullen beleven.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


28-02-12

EEKHAUT Guido - Wolven: Jalena

 

egwj.jpg


De eerste zin:
Moskou en regen: een combinatie die in oktober voor bewoners en regelmatige bezoekers van deze stad vanzelfsprekend was.

De korte inhoud:
Jalena Giorgadze is jong, aantrekkelijk en als huurmoordenaar in dienst van de Russische petro-oligarch Dimitri Vasilikov. Wanneer ze een bom in de flat van een dissidente journaliste doet ontploffen, en zo ook de twee dochtertjes van de vrouw om het leven komen, wil Jalena niets meer met haar opdrachtgever te maken hebben. Hij van zijn kant wil haar niet laten gaan omdat ze al zijn geheimen kent.
Jalena ontkomt zelf aan een aanslag en vlucht naar Antwerpen. Plots hebben een heleboel mensen interesse voor haar: de Russische veiligheidsdiensten FSB en de handlangers van Vasilikov.
In Antwerpen wordt Ecofin gealarmeerd, nadat Jalena uit wraak de lokale medewerkers van Vasilikov ombrengt. Perseyn en zijn team krijgen hulp van twee ongewone FSB-agenten en gaan achter Jalena aan. Het begin van een vreselijk spel van wraak en verraad waarbij ook de leden van het Ecofin-team persoonlijk raken. Uiteindelijk wordt de rekening vereffend in een bevroren bos in de buurt van Moskou.


Het volledige rapport
:
De uit het Leuvense afkomstige, en in de bankwereld werkzame, Guido Eekhaut ontpopte zich de laatste jaren tot een veelschrijver. Zo verschenen er in 2011 niet minder dan vijf titels van zijn hand, waaronder de spannende boeken Vulkaan, de stationsroman Demon in Leuven, het onder het pseudoniem Nellie Mandel verschenen Blauwe sneeuw en het derde en laatste deel in de Wolven-reeks: Jalena.

Deze reeks is een multimediaal samenwerkingsproject tussen de Vlaamse televisieomroep één , uitgeverij Manteau en filmproducent Prime Time, waarin de Antwerpse cel van politiedienst economische en financiële criminaliteit, afgekort Ecofin, centraal staat.

In dit derde boek, dat in een felgroen jasje gestoken werd, krijgt Antwerpen af te rekenen met Jalena Giorgadze, een Russische huurmoordenares op de vlucht, die haar zus en enige familielid bezoekt. Als die zus door trawanten van haar vroegere baas, de meedogenloze zakenman en oliebaron Dimitri Vasilikov, op straat wordt neergeschoten, kent Jalena maar een antwoord: wraak. Systematisch begint ze de medewerkers van de Antwerpse afdeling van Vasilikovs economische imperium om te brengen. Maar haar acties wekken de interesse van verschillende slapende honden: Dimitri Vasilikov, die haar het zwijgen wil opleggen omdat haar kennis zijn ondergang kan betekenen; de Russische geheime dienst FSB, die hoopt via haar diezelfde Vasilikov ten gronde te kunnen richten en Ecofin, dat van rechtswege reageer. Een jacht begint waarbij alle deelnemende partijen afwisselend jager en prooi worden.

Dit verhaal begint onder een slecht gesternte, want de twee kinderen, die ongepland slachtoffer werden van Jalenas aanslag en waarvan ze de schuld bij haar opdrachtgever wil leggen, zijn eigenlijk slechts het gevolg van haar eigen falen, want ze verliet haar observatiepost even en miste zo hun thuiskomst. Zo wordt Jalena meteen een boek dat er niet had moeten zijn.

Los daarvan is dit werk geschreven op een routine die voortkomt uit jaren ervaring. En dat is jammer want het is algemeen geweten dat auteur beter kan. Getuige daarvan is vooral zijn kwalitatief hoogstaande Nellie Mandel reeks. De typerende elementen, zoals gedegen manier van schrijven en het ontbreken van elke vorm van humor, maken het dan weer herkenbaar als een echt verhaal van Guido Eekhaut.

Een teveel aan dodelijke slachtoffers kan een zwakke verhaalstructuur niet verhullen en de explosieve, maar totaal van de pot gerukte ontknoping laat alle denkbare alarmen die de grenzen van de geloofwaardigheid bewaken, in werking treden. Het enige lichtpunt in deze plot is dat de auteur afstapt van het veelvuldig gehanteerde “eind goed, al goed” principe. Zo spaart hij zijn publiek niet en laat hij al eens een slachtoffer vallen dat zijn lezers nauw aan het hart ligt. Het is trouwens niet voor het eerst dat hij zo’n plotwending inplant.

Hoewel de auteur het in alle toonaarden ontkent, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat te veel publiceren ergens toch een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het geleverde werk. Het boek Jalena lijkt hier dan ook een schoolvoorbeeld van te zijn.

Het definitieve verdict: 4/10

 

EOB.JPG


12-02-12

DEFLO Luc - Phobia



dlp.jpg

 

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.

De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?


Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.

Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.

De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.

Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.

Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.

Het definitieve verdict: 7/10

 

EOB.JPG


02-02-12

DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

 

dbimjk.jpg

 

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.

De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..


Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.

Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?

Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.

En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.

Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.

Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.

Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


31-01-12

ASPE Pieter - Solo

 

aps.jpg


De eerste alinea:

Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?

De korte inhoud

Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.



Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.


In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.

Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris

Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.

Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.

Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.

Het definitieve verdict:
6/10


EOB.JPG


30-01-12

ASPE Pieter - Postscriptum

 


app.jpg


De eerste alinea: 
‘Zeg die madam dat ik geen tijd heb.’

De korte inhoud
Jean-Pierre Vandamme, een pelgrim die te voet onderweg is naar Santiago de Compostella, wordt in Frankrijk vermoord. Twee dagen later ontsnapt Mad Max, een notoire misdadiger, met de hulp van twee kompanen uit de gevangenis van Brugge. Livia Beernaert, de vriendin van Jean-Pierrre Vandamme, beweert dat er in de kluis van Jean-Pierre, een enorme goudschat ligt. Het goud zou afkomstig zijn van de oom van Jean-Pierre, een huurlingenleider die zich in de jaren zestig aansloot bij de Katangese gendarmes van Tshombe. Livia waarschuwt Van In eveneens voor de hebzucht van de familie Vandamme. De dag daarna komt ze in zeer bizarre omstandigheden om het leven.

Het onderzoek verloopt moeizaam en stuit op veel weerstand van de stafhouder van de Brugse balie. Tot Van In het verband ontdekt tussen de moorden en een onfrisse zaak uit het koloniale verleden van België.


Het volledige rapport
Pieter Aspe behoeft geen voorstelling meer in Vlaanderen. De familienaam van dit pseudoniem is een herkenbare merknaam op zich geworden, door de vele boeken en de serie op de commerciële televisie, bereikt hij een enorm groot publiek. Met Postscriptum leverde de auteur al het achtentwintigste deel af in de serie met de Brugse speurders Van In en Versavel.

In dit werk wordt Compostella-pelgrim Jean-Pierre Vandamme in het noordwesten van Frankrijk vermoord. Het onderzoek spitst zich toe op de geruchten dat Jean-Pierre in het bezit is van een goudschat, die hij in zijn bezit kreeg via zijn oom Jacques, een ondertussen overleden koloniaal die na de Congolese onafhankelijkheid nog tegen het regime aldaar ten strijde trok. En Van In denkt dat hij de sleutel tot de ontknoping van dit mysterie ook in die woelige jaren zestig van de vorige eeuw kan vinden.

Na vijftien jaar lang zowat elke zes maanden een nieuwe titel af te leveren wordt het steeds moeilijker om steeds weer met een origineel verhaal op de proppen te komen. Het lijkt erop dat er twee ideeën die aan de basis van Postscriptum liggen: het Man bijt hond item Weg naar Compostella, waarin reporter Arnaut Hauben Vlaanderen op de hoogte hield van zijn tocht naar het Spaanse bedevaartsoord en het lezen van het uit 1972 daterende boek De gesloten kamer van het Zweedse koppel Sjöwall en Walhöö.

Om die twee zaken met elkaar te verbinden, heeft Pieter Aspe een voor zijn doen zeer uitgebreide plot uit zijn mouw geschud, zonder zijn stokpaardjes te verloochenen. Het geheel laat de lezer met een dubbel gevoel achter. Enerzijds zijn alle vertrouwde ingrediënten die aan de basis liggen van Aspes populariteit aanwezig. Maar anderzijds begint de routine opvallend aan de oppervlakte valt het routineuze op: sommige aspecten van de plot zijn voorspelbaar en Van In stoomt door het boek op een dieet van sigaretten en Duvel. Ook ligt Joinville, de plaats waar de wandeling van Jean-Pierre Vandamme vroegtijdig afgebroken werd, in noordoost Frankrijk, wat een heel stuk uit de richting is voor een Compostella-pelgrim die vanuit Brugge of omgeving vertrekt.

Aspe is Aspe, en dat blijkt ook nu weer. De trouwe volgelingen krijgen wat ze verwachten en de criticasters kunnen hun zelfde pijlen van kritiek weer afschieten. Postscriptum past volledig in dit straatje en zal zich - met trouwens een leuke rol voor Bart De Wever, die zich even premier mag wanen – zonder probleem tussen de eerder verschenen avonturen van de Brugse speurders kunnen handhaven, zonder een topper te zijn.

Het definitieve verdict: 6/10

 

EOB.JPG


16:24 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, whodunit, serie |  Facebook |

21-01-12

CLAES Jo - Het oog van de naald

 

cjhovdn_BK.jpg

 

De openingszin: 
Lesgeven, had iemand ooit beweerd, was nepparels voor de echte zwijnen gooien..

De korte inhoud
Max Verulus, leraar aan het Heilig-Hartinstituut in Heverlee, wordt aangeklaagd wegens intimidatie van een leerling. De ouders van het meisje eisen een tuchtmaatregel, de directie tracht de gemoederen te bedaren, de leerkrachten reageren verdeeld. Kort daarna wordt er een vrouwelijke collega dood aangetroffen in de kelders van de school.

Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de Leuvense politie, probeert de misdaad op te lossen. Hij moet zich daarbij een weg banen door en kluwen van professionele conflicten en seksuele intriges. Wanneer een week later een tweede slachtoffer valt, wordt de zaak nog gecompliceerder.
Terwijl Berg de handen vol heeft met het ontrafelen van de dubbele moord, wordt hij zelf het mikpunt van een stalker die zijn prille relatie met Manon bedreigt. Alsof dat niet genoeg is, lijkt een angstvallig verzwegen seksueel schandaal op school verband te houden met de twee doden. Het onderzoek mondt uit in een psychologisch steekspel tussen Berg en enkele verdachten.



Het volledige rapport
Voor het vierde boek in de serie rond de speurder Thomas Berg trekt de ingeweken Leuvenaar  Jo Claes naar de plaats waar hij quasi dagelijks een groot deel van zijn tijd besteed: het Heilig-Hartinstituut te Heverlee, waar de auteur zelf voor de klas staat, en dan vooral de catacombeachtige kelders van dit internaat, waar op een ochtend het levenloze lichaam gevonden wordt van Griet Meersman, lerares en kandidate voor de directeursfunctie. Haar collega Max Verulus wordt meteen gebombardeerd tot hoofdverdachte, want sinds de aanklacht wegens onprofessioneel gedrag tegen hem, staan de twee lijnrecht tegenover elkaar, worden de confrontaties telkens op de spits gedreven en wilde Griet zijn bloed zien.
Thomas Berg staat voor een moeilijke taak als hij moet vaststellen dat de getuigen de goede reputatie van de school laten primeren op hun volle medewerking om de moord op te lossen. En tegelijk wordt Bergs aandacht afgeleid door een stalker, die hem zijn nieuwe liefdesgeluk niet lijkt te gunnen.

Door deze vertrouwde thematiek te gebruiken, biedt de auteur zichzelf meteen een kapstok aan om een aantal filosofische beschouwingen alsook wat bedekte en milde kritiek omtrent het onderwijs in al zijn facetten, aan op te hangen.

Trouw aan zijn principes neemt Jo Claes ook ditmaal ruimschoots te tijd om het verhaal echt op gang te schieten. Net als in de Dakar waar de echte chronorit meestal voorafgegaan wordt door een zogenaamde verbindingsrit, komt Het oog van de naald traag op gang door een lange inleiding met vele nauwelijks ter zake doende beschouwingen, maar die wel ruimschoots de mogelijkheid biedt om te wennen aan zijn zalige, kabbelende, manier van schrijven, die de lezer even comfortabel pas als een op maat gemaakt pak.

Het spannende aspect van Het oog van de naald doet erg denken aan de succesformule die jarenlang beproefd werd door de Britse Agatha Christie en ondertussen verworden is tot de klassieke whodunit: een moord, een speurder, een voor de hand liggende verdachte, meer dan genoeg nevenverdachten en een onverwachte dader. Alleen moet de auteur deze keer de plot in net iets teveel bochten wringen om met dit verhaal zelf tot de klassiekers te gaan behoren.

Het oog van de naald bewijst de eigenheid van Jo Claes, die er ondanks veel verhaaltechnische gelijkenissen, toch weer in geslaagd is zich te positief te onderscheiden van de grote namen van de Vlaamse misdaadliteratuur en er zelfs kwalitatief beschouwd bovenuitsteekt. Dankzij de stijl die de auteur bezigt is ook dit boek weer te klasseren onder het zalige leesvoer.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


11:01 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: claes_jo, nederlandstalig, belgie, 7, familiedrame, policier, whodunit, serie |  Facebook |

31-12-11

VAN DE WALLE Dirk - Zuur bloed

 

vdwdzb.jpg


De openingszin:
‘De Palio,’ zei de man.

De korte inhoud

Rome. In een groezelig kamertje krijgt Morpho Fante, onderzoeksjournalist, een tip van zijn informant. In de stad is een huurmoordenaar gesignaleerd…
Wat heeft die aanwezigheid te maken met de geplande topvergaderingen? Over enkele dagen neemt Italië het voorzitterschap van de Europese Unie over. De ministers komen een eerste keer samen tijdens de Palio, een middeleeuwse paardenrace, in Siena. De gastspreker is George W. Bush sr.
Stof genoeg voor Morpho. Er hangt wat in de lucht… Dreigender dan zijn passionele ontmoeting met de sensuele Eritrese Zdima en haar eeuwig zwijgende vriendin Consuela. Maar er zijn er wel meer die het achterste van hun tong niet laten zien..
Morpho Fante, zoon van een Vlaamse vader en een Italiaanse moeder, wordt het vuur aan de schenen gelegd. Het spoor van de waarheid leidt hem terug naar een pijnlijk verleden en vroegere geliefden, maar ook naar geheime agenten en onfrisse praktijken in de wapenhandel. Al snel blijkt Morpho meer opgejaagd wild dan nieuwsjager te zijn…


Het volledige rapport
De veertig jarige Oost-Vlaming Dirk Van de Walle publiceerde in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw drie spannende boeken met eenzelfde hoofdpersonage die wel elk bij een andere uitgever verschenen. Tegelijk timmerde deze avonturier aan een professionele managementloopbaan, wat hem vorige zomer als de positie als General Manager Belgium opleverde bij reclamemaker Square Melon.

In Zuur bloed, het middelste boek uit de rij, wordt Morpho Van Damme, die in Italië zijn moeders familienaam Fante aannam, getipt over een mogelijk aanslag in Sienna, waar een politieke top gepland staat. Net voor hij Rome verlaat wordt Morpho tot over zijn oren verliefd op de bloedmooie uit Eritrea afkomstige Zdima Zdarouïssi. Zijn eerste echte liefde sinds hij en de liefde van zijn leven Luna jaren geleden uit elkaar gingen. Groot is zijn verbazing als hij in Sienna de zich in hogere kringen thuisvoelende, Luna tegen het lijf loopt. Te veel toeval is geen toeval meer, denkt Morpho Fante en hij trekt op jacht. Maar al snel beseft hij dat zijn tocht leidt naar zijn persoonlijke en familiale verleden en ondervindt hij aan den lijve dat hij niet alleen jager maar tevens potentieel slachtoffer is.

Dirk Van de Walle schotelt de lezer een vrij complex verhaal voor dat bij momenten moeilijk te volgen is, mede omdat hij ervoor opteerde om meestal de familieleden van het hoofdpersonages niet kenbaar te maken aan de hand van hun namen, maar aan de hand van de familieband. Wel staat er achteraan het boek een stamboom van de familie Vandamme-Fante, maar tegen de tijd dat men die ontdekt, heeft men het verhaal al achter de kiezen. Ook zijn de personages lang niet goed genoeg uitgewerkt om hun acties geloofwaardig over te laten komen.

Gelukkig hanteert de auteur een aangenaam lezende stijl en voorziet hij Zuur bloed van een soundtrack die echt de moeite waard is, waardoor alle gebeurtenissen, die draaien rond persoonlijke geschiedenissen en wapenhandel, toch zorgen voor enig leesplezier. Ook zijn met liefde voor het land gekozen locaties in Sienna en Rome dragen hiertoe bij.

Zuur bloed laat de lezer achter met gemengde gevoelens: enerzijds is er de vertelstijl die potentieel verraad, maar aan de andere kant lijkt de structuur van verhaal niet correct in elkaar te passen en vallen de personages door de mand. Kan beter.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


15-11-11

TEIGELER Piet - Drie dode meesters

 

tpddm.jpg

 

De openingszin:
‘Niet doen, John!’ zei Dewit.

De korte inhoud
Een man wordt op wrede wijze geliquideerd: hij is met handen en hoofd ondergedompeld in ziedend frituurvet op het Falconplein in Antwerpen. De persheeft het in geuren en kleuren over de gruwelijke Frituurmoord. Door die misdaad stoten de speurders Carpentier en Dewit op een smokkelroute tussen Rusland en Europa. Er worden onder meer al dan niet vervalste doeken van Rubens verhandeld. Via Svetan een bloedmooie Georgische, komen ze in aanraking me de Russische maffia. Het Falconplein wordt niet voor niets ook het Rode Plein genoemd.
Ondanks alle tegenwerking en intimidaties, ook uit de meest onverwachte hoek, slagen de speurders erin de frituurmoord op te lossen.


Het volledige rapport
De sinjoor Piet Teigeler, ruilde een aantal jaar geleden om gezondheidsredenen de wereldstad Antwerpen in voor een huisje onder de Spaanse zon. Al tijdens zijn journalistieke loopbaan publiceerde hij samen met Eddy Van Hee, onder het pseudoniem Woody Dubois twee spannende boeken. Maar pas toen hij van zijn pensioen kon genieten, begon hij aan een tiendelige reeks met rechercheurs Carpentier en Dewit in de hoofdrollen, die in 2007 afgesloten werd met Dood.

Drie dode meesters, uit 1997, is het vierde boek uit de serie. Hierin worden de Antwerpse protagonisten op kerstavond opgeroepen voor een bizarre moord: een kunstschilder werd met zijn hoofd ondergedompeld in het hete bakvet van een frituur op het Falconplein. Het begin van een zoektocht naar de daders, die Carpentier en Dewit leidt langs de werelden van de Russische maffia, kunsthandel, -smokkel en –oplichting. En ondertussen worden ze constant in de vingers gekeken en tegengewerkt door de Bijzondere Opsporingsbrigade, die kost wat kost deze zaak naar zich toe willen trekken.

Thematisch leunt Drie dode meesters nauw aan bij het recent verschenen De bloedakker van Andrea Camilleri: een moord die ogenblikkelijk gelieerd lijkt aan de maffia, maar waarvan het later twijfelachtiger wordt of de daders wel moeten gezocht worden bij de Dons, consiglieri of hun voetvolk. Maar het Vlaamse verhaal is voorzien van een veel complexer plot en werd degelijker uitgewerkt en verteld dan zijn Italiaanse tegenhanger.

Piet Teigeler waakt er zorgvuldig over dat zijn personages geloofwaardig blijven en mensen van vlees en bloed dicht benaderen. Hierdoor is het aangenaam vertoeven in het verhaal, en wordt het lezen een samenzijn met aimabele maar gedreven figuren. Carpentier is het best te vergelijken met een kat met jongen: een zeer aaibaar beestje dat zonder waarschuwing venijnig uit de hoek zal komen als de jongen – lees het onderzoek – in gevaar komt.

Hoewel het algemeen geweten is dat 99 percent van alle spannende boeken een goede afloop heeft, is het toch ontgoochelend op de achterflap te mogen lezen dat het moord opgelost wordt. Toch slaagt de auteur erin de weg naar de oplossing te plaveien met voldoende plotwendingen om van Drie dode meesters een meer dan onderhoudend werkje te maken.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

21:19 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: teigeler_piet, nederlandstalig, belgie, 6, policier, kunst, maffia, serie |  Facebook |

27-08-11

VALGAEREN Kevin - De ziener

 

vkdz.jpg

 

De openingszin:
Dit verhaal begint met de observatie van een Engels landschap zoals het erbij lag op de tragische avond van 27 juli 1538.

De korte inhoud
De executie van een jonge zuster en een jonge pater in de 16de eeuw betekent het ontstaan van de leende van Borley: een klein dorp in het zuidoosten van Engeland.
Op het einde van de 19de eeuw laat dominee Henry Bull er een pastorij bouwen op de fundamenten van ene oud klooster.
Hit is het begin van een reeks onverklaarbare gebeurtenissen en waarnemingen.
Londen, 2007. David Mayfair is een roekeloze jongeman met een duistere ave: hij kan voorbij het leven kijken en de dood observeren. Na het overlijden van zijn ouders wordt hij geadopteerd door zijn oom Dorian Walpole en verhuist hij van de Belgische provinciestad Turnhout naar de Engelse metropool Londen. Onder het strenge mentorschap van zijn oom ontwikkelt hij zich tot een Ziener. Er is slechts één probleem: David Mayfair kent geen angst. Wanneer een anonieme briefschrijver de Ziener vraagt om de moord op twee tienermeisjes te onderzoeken, vertrekt hij tegen de wil van Dorian naar het mysterieuze Borley. Maar al snel blijkt dat Borley zijn duistere geheimen niet zomaar prijs zal geven. Stap voor stap leert de Ziener wat echte angst is, zeker wanneer duidelijk wordt dat zijn aanwezigheid in Borley geen toeval is…


Het volledige rapport
De uit Turnhout afkomstige, maar naar Leuven uitgeweken debutant Kevin Valgaeren is met zijn 32 jaar een jonge hond in de wereld van het spannende boek. Na zijn studies Nederlandse en Engelse letterkunde waagde hij zich aan het schrijven van theaterstukken en was hij een tijd lang filmjournalist.

In de literatuur gaat zijn voorkeur, naast Engelse en Nederlandse literatuur uit de negentiende eeuw, vooral uit naar griezelromans. Met het recent bij Kramat uitgegeven De ziener draagt hij nu ook zijn steentje bij tot het genre van de gothic novel.

Hierin maken we kennis met de uit Turnhout afkomstige David Mayfair, die na de dood van zijn ouders opgevoed werd door zijn in Londen wonende oom Dorian Walpole. Ook schaaft Dorian aan Davids talenten als “ziener”: het opmerken van geesten die nog op aarde ronddwalen. Als zijn hulp wordt ingeroepen bij de mysterieuze dood van 2 tieners in Borley, rept David zich naar het Engelse plattelandsdorpje, waar al jaar en dag paranormale verschijnselen worden waargenomen. Maar tijdens de zoektocht naar de moordenaar, komen al zijn zekerheden op losse schroeven te staan.

Het eerste wat tijdens het lezen opvalt, is het zeer verzorgde taalgebruik waarvan de auteur zich bedient: op een fantastische wijze slaagt hij erin een perfect evenwicht te vinden tussen een zeer accurate woordkeuzes en een aangenaam lezende zinsconstructies.

De ziener leest als een roman, maar de spannende verhaallijn, die slechts latent aanwezig is en pas tijdens de ontknoping opleeft, drijft op het paranormale. Een onderwerp dat meestal zorgt voor duidelijke standpunten: een deel van de lezers zijn believers en zullen er probleemloos in meegaan. Een ander deel zal het onderwerp afdoen als larie en er niet in slagen zich in te leven in het verhaal. Het feit dat dit subgenre tegenwoordig slechts weinig vertegenwoordigd is in het segment van het spannende boek, doet de vragen oprijzen of er wel een publiek voor bestaat en of dit publiek onder de thrillerlezers te vinden is.
Kevin Valgaeren is alvast zo een verstokt liefhebber van de romantische griezelroman dat hij het niet kon nalaten een aantal personages de familienamen van de grondleggers van dit genre toe te bedelen.

Ondergetekende is een leek op dit gebied en zag zich genoodzaakt om, via het onontkoombare internet op de hoogte te laten brengen. En groot was zijn ontgoocheling toen bleek dat de hele achtergrond van de bovennatuurlijke activiteiten niet ontsproten was aan de verbeelding van de auteur, maar dat de pastorij van Borley, samen het spookhuis in Amityville, behoort tot de best gedocumenteerde plaatsen wat betreft metafysische gebeurtenissen. De auteur bevestigt dit trouwens in de verantwoording aan het eind van het boek, maar had dit misschien beter in een voorwoord opgenomen. Hoewel faction al jaren een subgenre op zich is, kon dit niet verhinderen dat de originaliteit van het verhaal een flinke knauw kreeg. Maar dit neemt zeker niet weg dat De ziener meer dan aardig leesvoer blijft.

Kevin Valgaeren heeft een boek gebaard dat raakpunten heeft met een groot aantal subgenres, en de meerderheid van die hokjes bevinden zich net op de rand of geheel buiten de wereld van het spannende boek. Liefhebbers van dolende geesten, vampieren en aanverwante verschijnselen moeten echter niet twijfelen om De ziener ter hand te nemen.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


11-08-11

SCHOETERS Staf - De schaduw van de adelaar

 

ssdsvda.jpg

De eerste zin:
Weduwe Leguilloux, pensionhoudster in de rue des Prouvaires in de wijk Saint-Germain, plaatste de zak aanmaakhout op de overloop naar de mansarde en wachtte na de steile klim tot ze haar ademhaling weer onder controle had.

De korte inhoud
Parijs / december 1800: Eerste Consul Bonaparte overleeft de bomaanslag in de rue Nicaise. De royalisten (Chouans) worden opgejaagd, maar laten niet af met spioneren en complotteren.
1805: onder het bewind van keizer Napoleon I, groeit Antwerpen uit tot een havenstad van formaat en haalt zich daardoor de afgunst van Engeland op de hals.
De burgers van het geannexeerde departement der Beide Neten (Antwerpen) maken ook kennis met de schaduwzijde van het Franse bewind: de constante oorlogsdreiging, de Police Générale en de onaflatende druk van de conscriptie.
Idealisme en loyaliteit verworden tot corruptie en verraad, naarmate Napoleon het Europese vasteland aan zich onderwerpt. Persoonlijke belangen en conflicten worden beïnvloed door internationale ontwikkelingen. Het individu wordt speelbal van politieke en financiële malversaties; een gegeven van alle tijden.


Het volledige rapport
Staf Schoeters werd in 1949 geboren in Merksem, aan de rand van de stad Antwerpen, waar veel van zijn boeken gesitueerd zijn. Zo ook De schaduw van de Adelaar, dat in 1998 laureaat was van de allereerste Hercule Poirotprijs.

Hierin staan persoonlijke verrijking en corruptie centraal in de beginjaren van de negentiende eeuw, wanneer Antwerpen onder het bewind van Napoleon uitgebouwd werd tot een wereldhaven. Hoewel dit boek het eerste deel van een trilogie is die verder bestaat uit De wandelgangen van de macht en De wegen naar ontvoogding, is het een afgerond verhaal dat los van de andere twee werken kan gelezen worden.

De schaduw van de adelaar, dat zich afspeelt in het eerste decennium van de negentiende eeuw is niet echt een evenwicht boek. Alle nadruk ligt op de handelingen die de personages uit zelfbehoud en zelfverrijking maken. De locaties, de personages zelf als ook het tijdsbeeld zijn er zo compleet aan ondergeschikt dat ze amper plaats krijgen in het boek. Enkel de belangrijkste gebeurtenissen worden summier aangehaald in de vorm van artikels in het krantje dat het hoofdpersonage uitgeeft, wat wel een handige oplossing is om feiten te integreren in een roman.

‘“De Schaduw van de adelaar” evoceert op indringende wijze historische gebeurtenissen en personages tegen de nauwgezet gereconstrueerde achtergrond van één der interessantste periodes uit de Europese geschiedenis.’, staat er ook nog op de achterflap. Maar er werk dat bovenstaande pretendeert te zijn, moet de lezer overstelpen met met zin om meer te weten te komen over de historische personages die opgevoerd worden alsook over het stukje geschiedenis waarin ze acteren. En laat dat nu net niet het geval zijn: deze roman beroert zijn publiek totaal niet.

Ook is het jammer te moeten vaststellen dat er te veel fouten in het boek staan, vooral in de vorm van een inconsequente spelling van de namen van de personages. Vermijdbare fouten die het leesplezier niet bevorderen.

De Poirot-prijs ten spijt, heeft De schaduw van de adelaar ook meer weg van een roman dan van een spannend boek, want enerzijds worden de meest veelbelovende verhaallijnen, wat spanning betreft, te summier uitgewerkt om impact te kunnen hebben op het geheel. En anderzijds is het gekonkel en gekronkel van de machthebbers niet geheimzinnig genoeg gebracht om het verhaal te kunnen dragen. Deze vaststelling wordt ook bevestigd door de NUGI code, waaronder het boek valt.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG