12-02-12
DEFLO Luc - Phobia

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.
De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?
Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.
Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.
De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.
Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.
Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.
Het definitieve verdict: 7/10
19:10 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: deflo_luc, nederlandstalig, belgie, 7, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook |
20-11-10
DEFLO Luc - Prooi

De eerste alinea
Inge Gerets dook het metrostation van Sint-Guido in. Het was er verrassend netjes maar leeg. In de hal heerste op het gekletter van haar hakken na een bijna sacrale stilte.
De korte inhoud
Vijf over elf. Inge Gerets komt van een personeelsfeestje in Brussel. Ze haast zich om de laatste trein richting Mechelen niet te missen. In Sint-Guido, de dichtstbijzijnde metrohalt, ligt het perron er verlaten bij. Als Inge overweegt om een taxi te nemen en rechtsomkeer wil maken, merkt ze tot haar verbazing dat ze niet alleen is. De jonge allochtoon, zelfverzekerd en arrogant, staart haar aan alsof hij naar iets smerigs kijkt.
Blijven of weglopen? Kiezen. De essentievan het leven. Maar wat als er geen keuze is? Inge beseft dat ze als een rat in de val zit. Ze raakt in paniek. Waarom ik? Probeert zichzelf te sussen. Die jongen wacht gewoon op een vrined. Haar gemoed schiet vol en ze haast zich naar het eind van het perron. Ben ik een racist? De jonge allochtoon komt haar niet achterna. Inge haalt opgelucht adem. Als haar ogen langs de muur glijden, ziet ze een vuilniszak. Het ding hangt over een bewakingscamera. Is dat toeval? Of het begin van een verschrikkelijke nachtmerrie waaruit Inge nooit meer zal ontwaken?
Het volledige rapport
Luc Deflo werd tweeënvijftig jaar geleden in Mechelen geboren. Daarna trok hij beetje bij beetje zuidwaarts om uiteindelijk in Brussel terecht te komen, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw die de hoofdstad van Venezuela omruilde voor die van België. Omdat hij als voltijdse schrijverschap een eenzame bezigheid vond, is hij al enkele jaren deeltijds adviseur bij de Belgische Bank KBC.
In het begin van zijn carrière schreef hij vooral toneel, maar in 1999 zette Luc Deflo met Naakte zielen zijn eerste stappen als misdaadauteur. Het boek was meteen ook het eerste deel van een serie rond de Mechelse speurder Dirk Deleu. Pitbull werd in 2008 bekroond met de Hercule Poirot prijs. Prooi is al het zeventiende boek van zijn hand en kan, ondanks het solo optreden van het vast personage schele Pierre Vindevogel, beschouwd worden als een verhaal dat buiten de reeks valt.
Deflo heeft de laatste jaren in huwelijks ontrouw een dankbaar onderwerp gevonden, want na Hoeren en Lust heeft hij het in Prooi weer tot hoofdthema uitgekozen. Het verhaal begint als Inge Gerets zich ’s avonds laat bedreigd voelt door twee allochtonen in een bijna verlaten metrostation. Als de late pendelaar en beursmakelaar Alex Dens haar uit de ongemakkelijke situatie redt, bedankt ze hem met een portie stomende sex. Maar in plaats van het einde betekent deze daad het begin van een nachtmerrie...
Door het veelvuldig gebruik van extreem korte zinnen; onvolledige zinnen dikwijls, slaagt de auteur er als geen ander in snelheid in zijn verhaal te krijgen en spanning op te wekken. Bij zulke passages voelt zelfs de lezer zijn hartslag stijgen. Maar het ruwe, bij wijlen ronduit grove taalgebruik resulteert ook in een koud, kil, bot, soms macho, onaangenaam op het vijandige af sfeertje waar niet iedereen zit op te wachten, maar dat perfect past bij zowel de hoofdstedelijke wijken vol vergane glorie waar het grootste deel van het verhaal zich afspeelt en als de meedogenloze personages die erin figureren.
Vooral het eerste deel van het boek wordt zeer geloofwaardig gebracht, waarbij de lezer zich gemakkelijk kan inleven in het hoofdpersonage. Later overheerst de actie, wat de spanningsboog ten goede komt, ondanks het feit dat sommige van de veelvuldige wendingen voor de liefhebber probleemloos kunnen voorspeld worden.
Prooi is een typische Deflo. Wie zich in zijn vorige boeken kon verliezen, kan met garantie op hetzelfde resultaat aan Prooi beginnen: veel vaart en harde actie, zoals er in Vlaanderen door niemand anders geschreven worden.
Het definitieve verdict: 6/10
01:56 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: deflo_luc, nederlandstalig, belgië, 6, familiedrama, psychologisch, whodunit, alleenstaand |
Facebook |
09-04-10
DEFLO Luc - Jaloezie

De eerste alinea
De vrouw was ordinair, met opzichtig aangebrachte eyeliner en centimeterlange valse wimpers, maar net dat maakte haar aantrekkelijk. De flashy, roodgelakte beha paste mooi bij de laarzen. Een soort van kaplaarzen, zoals visserslaarzen maar dan eleganter, van zwart leer en met stilettohakken.
De korte inhoud:
Een woonwijk in Heffen bij Mechelen wordt opgeschrikt door een moord. Irene Vandesompel werd op gruwelijke wijze vermoord. Met vierendertig messteken. De overbuurvrouw is de laatste die de vrouw in leven heeft gezien, toen de ex-man van Irene, met wie ze in een vechtscheiding was verwikkeld, die middag de kinderen kwam ophalen. Maar de ex heeft een ijzersterk alibi, en andere getuigen zijn er niet, hoewel de feiten plaatsvonden in een rustige buurt met sociale controle.
Uit de autopsie blijkt dat de dader ‘slechts’ zeventien keer wild heeft toegestoken, met een heggenschaar van het merk Fiskars. Aan die strohalm klampen rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck zich vast. Gaandeweg wordt duidelijk dat ook gezellige buren een duister kantje kunnen hebben. Mendonck en Deleu, die van de ene verbazing in de andere vallen, raken compleet verstrikt in een web van sociale intriges en ontketenen ongewild een kettingreactie van geweld die niemand voor mogelijk hield.
Het volledige rapport:
De uit Mechelen afkomstige auteur Luc Deflo combineert het schrijverschap met een deeltijdse baan bij de Belgische bank KBC. Een aantal jaar geleden verruilde hij dit Antwerpse provinciestadje via een aantal tussenstops voor de Belgische hoofdstad, waar hij nog altijd woont met zijn vrouw van Zuid-Amerikaanse origine en hun zoontje.
Die verandering van omgeving werd ook weerspiegeld in zijn boeken, want drie jaar lang ruilde hij de reeks rond de Mechelse speurders Bosmans en Deleu in voor de avonturen van de leden van Cel 5 die zich in het Brusselse situeerden. Maar momenteel hebben maneblusser Deleu en zijn companen hun tweede adem gevonden - getuige daarvan is de bekroning van Pitbull met de Hercule Poirotprijs 2008 - en worden hun belevenissen afgewisseld met op zichzelf staande boeken als Angst en Lust.
Zijn meest recente pennenvrucht die de titel Jaloezie meekreeg, is al het zestiende spannende boek van zijn hand en de elfde met Jos Bosmans en Dirk Deleu als voornaamste protagonisten. Hierin worden de speurders geconfronteerd met een niet alledaagse moord: in een doodlopend straatje in het rustige forensendorpje Leest wordt in haar huis het verminkte lichaam gevonden van de alleenstaande moeder Irene Vandesompel. Het buurtonderzoek levert op wat sappige roddels na, weinig op. Maar hoe langer het onderzoek doorgaat hoe meer intriges tussen de bewoners van dat rustige straatje er boven water komen: burenruzies, omkoping, buitenechtelijke relaties, stalking,... Er lijkt maar geen eind aan het lijstje te komen en steeds meer raken de speurders ervan overtuigd dat het antwoord op de vragen wie Irene vermoordde en het waarom besloten liggen in die verbanden tussen al die buurtbewoners.
Luc Deflo is met voorsprong de Vlaamse auteur met de meest directe schrijfstijl. Door het bij wijlen ongepolijst taalgebruik dat hij zijn personages in de mond legt, de soms uitzichtloze situaties waarin hij zijn slachtoffers manouvreert en zijn manier van verhalen die zonder veel tierlantijntjes recht op doel afgaat, onpopt hij zich tot de Stuart MacBride van het Nederlandse taalgebied. Enkel hetzelfde gevoel voor humor ontbreekt in zijn boeken. Ook in dit verhaal blijft de auteur trouw aan deze voor hem typische manier van vertellen.
Deze stijl impliceert dat er weinig inkt besteed wordt aan het intekenen van de locaties. Veel meer dan hier een daar een straat- of plaatsnaam zal de lezer niet terugvinden in Jaloezie, zelfs niet als de auteur hem meeneemt langs toch wel kenmerkende locaties uit de streek rond Mechelen. De auteur vindt zijn personages veel belangrijker dan het decor waarin zij zich bewegen en zij worden dan ook zeer menselijk, maar niet altijd fraai, getypeerd. De levensechtheid van deze figuren, en hun emoties kleuren het verhaal en zijn er voor een groot deel verantwoordelijk voor dat de lezer er zich onwaarschijnlijk snel in thuis voelt. Door de schaal van het oude gezegde dat ieder huisje zijn kruisje heeft een beetje uit te vergroten naar het niveau van een straat, zorgt hij voor herkenbaarheid, want net zoals ieder dorp zijn gek heeft, heeft iedere straat ook zijn markante figuur.
Wel is het even schrikken als de auteur meermaals hints rondstrooit dat het einde van de loopbaan van Jos Bosmans stilaan in zicht lijkt te komen, maar de lezer moet zich maar vasthouden aan de spreekwoordelijke strohalm dat in de wereld van het boek tijd een rekbaar begrip kan zijn.
Zowel het plot als de ontknoping van Jaloezie zijn beide onwaarschijnlijk vergezocht maar zo magistraal in mekaar gepuzzeld dat de auteur er zonder enig probleem mee weg kan komen en het boek zich bij de betere uit de reeks schaart. Als een volleerd zandmannetje strooit Luc Deflo bij het uitschrijven kilo’s zand in de ogen van zijn publiek, door het team van rechercheurs het ene na de andere scenario te laten ventileren in reactie op elke vooruitgang, tegenslag of dood spoor in het onderzoek. Dit laatste genereert zoveel vaart dat het soms lijkt alsof er wel tig moorden gepleegd worden door bijna evenveel verschillende daders. Maar aan het eind van de rit komt toch de meest voor de hand liggende dader bovendrijven. En net dat is misschien de achilleshiel van dit werk.
Met Jaloezie levert Luc Deflo het bewijs dat, ondanks dat uitgeverij Manteau veel energie besteedt om hun zogenaamde Next Generation - bestaande uit Piet Baete, Toni Coppers en Bavo Dhooge – te promoten, de oude garde nog lang niet klaar is om afgeschreven te worden. Het is dan ook een pageturner van formaat geworden met een verloop de naam labyrint waardig.
Het definitieve verdict: 7/10

17:12 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 7, nederlandstalig, serie, policier, familiedrama, whodunit, deflo_luc |
Facebook |
05-04-07
DEFLO Luc - Ademloos

Motivatie van de keuze:
Zelfs bij Crimezone vonden ze blijkbaar dat het weer veel te lang geleden is (ja, het wordt wat eentonig) dat ik nog iets van Deflo las. Ik heb Sluipend Gif nog op de stapel liggen, maar nu, ongeveer een half jaar nadat het in de winkels verscheen, belde de postbode aan met Ademloos in zijn handen.
De achterflap:
Commissaris De Decker en zijn team slagen erin om een bende pedofielen op te sporen. Tijdens een spectaculaire inval wordt het netwerk ontmanteld. Jozef Michiels, babysitter, en Guy Helmont, leverancier van de ‘waar’, komen om het leven. Hubert Devroe, de spierbundel van de bende, ontsnapt. Maar als hij de zevenjarige Sylvie Vervoort, de enige nog levende getuige, wil vermoorden, wordt hij gearresteerd.
De eerste opdracht van Cel 5 lijkt een succes en iedereen is tevreden en opgelucht. Behalve Fernand De Decker, want hij beseft dat de belangrijkste schakel ontbreekt: de klant. De Decker is vastbesloten het kwaad met wortel en tak uit te roeien, maar hoe dieper hij graaft, hoe meer hij wordt gedwarsboomd. Het onderzoek komt muurvast te zitten.
Dan doet Devroe opeens een vreemd voorstel. Hij wil praten in ruil voor een dubieus verhaal in de pers. De Decker hapt toe en werkt zichzelf hierdoor zo diep in de nesten dat hij genoodzaakt is om onder te duiken. Cel 5 wordt opgeheven en de Belgische Staatsveiligheid trekt het dossier naar zich toe. Teamleden worden systematisch aangepakt, op een perverse manier in discrediet gebracht en de publieke opinie keert zich tegen hen. Familieleden worden bedreigd en geïntimideerd, getuigen geëlimineerd.
De Decker probeert zijn mensen te herenigen, om samen het hoofd te bieden aan de dreiging. Ze moeten vechten om te overleven, zonder wapens, tegen een onzichtbare vijand, in een luguber eb genadeloos steekspel met alleen maar verliezers.
Bespreking:
Dit tweede deel van de reeks over Cel 5 gaat verder waar Weerloos stopte. Het is dan ook ten zeerste aan te raden om het eerste deel te lezen vooraleer aan Ademloos te beginnen. Gelukkig begint het boek met een hoofdstukje “Wat voorafging” waarin het geheugen van de lezer kort en bondig wordt opgefrist aangaande de voornaamste gebeurtenissen en personages uit Weerloos. Ondertussen is het derde – en voorlopig laatste – deel ook al verschenen, onder de titel Spoorloos.
Afgaande op de toch wat bedrieglijke achterflaptekst gebeurt er heel wat in het boek, maar groot is mijn verbazing als blijkt dat het begin van het boek pas overeenstemt met de voorlaatste alinea van deze korte inhoud: commissaris Fernand De Decker, die de dagelijkse leding heeft van Cel 5, komt tot de vaststelling dat Hubert Devroe niet van plan is zijn opdrachtgevers te verlinken, ondanks een tegemoetkoming om een leugenachtig verhaal in de pers te laten lekken. Meer zelfs, door zijn eenmansactie om dit artikel gepubliceerd te krijgen, moet De Decker zelf uit het gezichtsveld van zijn bazen verdwijnen. Ondertussen probeert de Staatsveiligheid achter de schermen de volledige controle over het lopende onderzoek naar zich toe te trekken. Hiervoor worden alle registers opengetrokken: van het creeren van valse sporen, over het uiten van valse beschuldigingen aan het adres van de leden van Cel 5, tot het uit de weg ruimen van getuigen. Ondertussen probeert De Decker zijn team toch nog te laten functioneren, om zo het ontbrekende stuk van de puzzel te vinden: aan wie werden de ontvoerde meisje geleverd, en waarom.
Het grote voordeel van een reeks is dat de auteur, na het eerste deel weinig of geen inkt meer hoeft te verspillen aan de voorstelling van de personages, en dus direct met de deur kan in huis vallen. Hierdoor krijgt het verhaal veel meer vaart en als we daar dan nog Deflo zijn ondertussen vertrouwde, vrij directe, vertelstijl, aan toe voegen, gaat het zeer snel, soms zelfs wat te snel, met als gevolg dat sommige scenes nogal rommelig en verward overkomen.
Qua corruptie, machtsspelletjes, met de wind draaiende politici, kindermisbruik en de onderlingen concurrentiestrijd tussen staatsinstelingen hebben we in België al heel wat weten gebeuren, maar wat Deflo in dit werk serveert, is toch een beetje van het goede teveel, zodat de geloofwaardigheid van het geheel even na halfweg een serieuze knauw krijgt en evolueert naar een keiharde actie. Ongeveer op dat zelfde moment evolueert het boek, dat nog begint als een echt politieverhaal naar een donkere actieroman, met alle bijhorende clichés, waarin er geen plaats is voor wetten of regels en waarin maar één zaak telt: overleven.
Opmerkelijk zijn ook de naamkeuzes van sommige randpersonages: detective Simon de Waal, naar de Nederlandse auteur;De Leenheer en Bosmans, die we nog kennen uit Deflo’s boeken met Dirk Deleu en de beste van allemaal: Comite P lid Luc Felix Deflo!
Al bij al geen slecht boek, maar in het verleden heeft Deflo al bewezen dat hij veel beter kan.
Mijn score: 6/10

17:50 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: deflo_luc, nederlandstalig |
Facebook |





