27-03-09

Havank - Caviaar en coaïne

 

hcec

 

De buitenkant:
De boeken van Havank hebben hun door hun eenvoudige covers van de hand van Dick ‘Nijntje’ Bruna een meerwaarde. De eenvoud, samen met de herkenbaarheid van het rokende mannetje vormen dan ook een grote troef voor de buitenzijde van deze boeken. Maar zo mooi de voorzijde ook is, het boek heeft een gedrocht van een achterkant, waar de flaptekst schittert in onduidelijkheid.

De achterflap:
Later, - toen hij de Cocaïne zowel als de Caviaar had overleefd, - beweerde de Schaduw dat die Russische machine, waarmee hij van Moskouw-Vnukovo naar Parijs-Le Bourget terug was gevlogen, hem niet slechts had doen landen in laastgenoemde luchthaven, maar tevens in het Avontuur!
Feitelijk, echter, was het C.C.-Avontuur reeds begonnen tijdens de vlucht. Immers ....
Daar was die mede-passagier geweest, wiens gezicht de Schaduw net voldoende verdacht-bekend was voorgekomen om hem, onmiddellijk na aankomst in Parijs, te doen schaduwen.
Daar waren, aan boord, echter vooràl die drie meisjes geweest! Een donkere Russin, een blonde Française – en een Schotse ballerina met Titiaan-rood haar.
De blonde Française en de donkere Russin had hij leren kennen op een officiële receptie in het Kremlin waar hij, ambtshalve, bij tegenwoordig was geweest. De Schotse ballerina, daarentegen, had hij ontmoet nadat hij haar in het Grote Theater van Moskou de ‘Blauwe Donau’ had zien dansen.
Misschien was het juist dààrom zo merkwaardig dat hij de melodie van de ‘Blauwe Donau’ opnieuw hoorde, ver en vaag in de mist van die november-avond, toen hij, enkele uren na de landing van die Russische machine, gesteld werd voor de vraag: Moord of Zelfmoord... en, in een stille en verlaten straat, plotseling dat dode meisje aan zijn voeten zag liggen.
Luttele seconden later stopte er vlak naast hem een blauwe Bentley. En zodoende belandden Silvère en Manon en Aranea in: Caviaar en Cocaïne


De binnenkant:
Havank is het pseudoniem van Hans van der Kallen, die geboren werd in 1904 en al vroeg zijn zinnen op het schrijverschap zette. Hij contacteerde uitgeverij Bruna, maar daar hielden ze de boot af tot Ivans, een ander monument van het Nederlandse spannende boek, stierf.

In 1935 debuteerde Havank met Het mysterie van St. Eustache, waarin Bruno Silvère al wordt opgevoerd. De Schaduw zou pas tien boeken later zijn opwachting maken. Havank zou de reeks eenendertig boeken lang levend houden. Caviaar en cocaïne verscheen 1959 en was het laatste boek in de reeks dat volledig door de auteur zelf geschreven werd. De uitvoering die hier besproken wordt is een recente, en aan de beverige letters af te leiden, blijkbaar ongewijzigde, heruitgave van de editie die in 1979 het daglicht zag. Maar zelfs zijn dood in 1964, betekende niet het einde van de Schaduw, want journalist Pieter Terpstra zou drie door Havank begonnen manuscripten afwerken en later onder eigen naam nog eenentwindig delen aan de reeks toevoegen. In oktober 2008 verscheen er, ter gelegenheid van het 140 jarig bestaan van uitgeverij Bruna, nog een nieuw avontuur van de Schaduw: Caribisch complot, geschreven door Tomas Ross.

Charles C.M. Carlier, alias de Schaduw, komt na een lang verblijf in Moskou terug aan in Parijs, maar blijkbaar zijn de problemen met hem meegereisd, want op de vlucht zat al iemand die door de Schaduw verdacht genoeg bevonden werd om hem na de landing meteen te laten schaduwen. En in de buurt van de woning van zijn vriend Bruno Silvère, waar ze zijn thuiskomst willen vieren, komt een vrouw zowat voor zijn voeten dood uit de lucht te vallen. Blijkbaar losstaande feiten, die in het brein van Carlier radertjes in beweging zetten...

Wat dadelijk opvalt is het taalgebruik dat Havank hanteert: een hoge mate van breedsprakigheid en een stijf, belerend toontje dat naar het hautaine neigt. In eerste instantie komt het erg amusant over, maar na verloop van tijd leiden deze erg verouderd aandoende zinsconstructies de aandacht alleen maar af van het verhaal. Ook het veelvuldige, met drie puntjes, abrupte afbreken van beschrijvingen, uitwijdingen en gedachtengangen bemoeilijkhet bereiken en handhaven van een vlotte leessnelheid.
Ook opvallend is dat bij het merendeel van de verwijzingen naar eerdere boeken, de titel gewoon in de tekst vernoemd wordt. Allemaal stijlfiguren die heden ten dage volledig in onbruik geraakt zijn.

Misschien is het normaal voor een reeks die zolang loopt, maar de personages wordt quasi alleen beschreven aan de hand van hun uiterlijke kenmerken en aan de locaties worden nog minder woorden vuil gemaakt. Maar toch is het grappig te kunnen vaststellen dat sommige van die plaatsen, zoals de poort naar het binnenpleintje aan de flat van Bruno, nog altijd bestaan en te bekijken zijn op Google street view.

De plot van Caviaar en cocaïne valt vrij mager uit en bij het uitschrijver worden nogal grote sprongen en assumpties gemaakt, waardoor de lezer de indruk krijgt dat de Schaduw bij momenten helderziend moet zijn om de verbanden te kunnen leggen en inschatten. Maar het is wel zeer duidelijk dat Baantjer hier zijn mosterd haalde, inclusief de nabespreking bij het hoofdpersonage thuis.
Havank treedt op als de alwetende verteller en maakt gretig gebruik van teasers – minieme vooruitblikken op wat er nog te gebeuren staat - op het einde van hoofdstukken, in de hoop de lezer te kunnen overtuigen verder te lezen.

Havank is een grote naam in de wereld van het Nederlands(talig)e spannende boek en was in de eerste helft van de vorige eeuw enorm populair. Maar als Caviaar en cocaïne representatief is voor zijn oeuvre, dan kan alleen maar vastgesteld worden dat zijn werk enorm geleden heeft onder de tand des tijds. Het boek kan, zowel wat betreft taalgebruik als qua verloop, dan ook niet concureren met het gros van de hedendaagse auteurs.

De score: 4/10

 EOB

 

18:42 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: nederland, 4, nederlandstalig, havank |  Facebook |