15-11-11

TEIGELER Piet - Drie dode meesters

 

tpddm.jpg

 

De openingszin:
‘Niet doen, John!’ zei Dewit.

De korte inhoud
Een man wordt op wrede wijze geliquideerd: hij is met handen en hoofd ondergedompeld in ziedend frituurvet op het Falconplein in Antwerpen. De persheeft het in geuren en kleuren over de gruwelijke Frituurmoord. Door die misdaad stoten de speurders Carpentier en Dewit op een smokkelroute tussen Rusland en Europa. Er worden onder meer al dan niet vervalste doeken van Rubens verhandeld. Via Svetan een bloedmooie Georgische, komen ze in aanraking me de Russische maffia. Het Falconplein wordt niet voor niets ook het Rode Plein genoemd.
Ondanks alle tegenwerking en intimidaties, ook uit de meest onverwachte hoek, slagen de speurders erin de frituurmoord op te lossen.


Het volledige rapport
De sinjoor Piet Teigeler, ruilde een aantal jaar geleden om gezondheidsredenen de wereldstad Antwerpen in voor een huisje onder de Spaanse zon. Al tijdens zijn journalistieke loopbaan publiceerde hij samen met Eddy Van Hee, onder het pseudoniem Woody Dubois twee spannende boeken. Maar pas toen hij van zijn pensioen kon genieten, begon hij aan een tiendelige reeks met rechercheurs Carpentier en Dewit in de hoofdrollen, die in 2007 afgesloten werd met Dood.

Drie dode meesters, uit 1997, is het vierde boek uit de serie. Hierin worden de Antwerpse protagonisten op kerstavond opgeroepen voor een bizarre moord: een kunstschilder werd met zijn hoofd ondergedompeld in het hete bakvet van een frituur op het Falconplein. Het begin van een zoektocht naar de daders, die Carpentier en Dewit leidt langs de werelden van de Russische maffia, kunsthandel, -smokkel en –oplichting. En ondertussen worden ze constant in de vingers gekeken en tegengewerkt door de Bijzondere Opsporingsbrigade, die kost wat kost deze zaak naar zich toe willen trekken.

Thematisch leunt Drie dode meesters nauw aan bij het recent verschenen De bloedakker van Andrea Camilleri: een moord die ogenblikkelijk gelieerd lijkt aan de maffia, maar waarvan het later twijfelachtiger wordt of de daders wel moeten gezocht worden bij de Dons, consiglieri of hun voetvolk. Maar het Vlaamse verhaal is voorzien van een veel complexer plot en werd degelijker uitgewerkt en verteld dan zijn Italiaanse tegenhanger.

Piet Teigeler waakt er zorgvuldig over dat zijn personages geloofwaardig blijven en mensen van vlees en bloed dicht benaderen. Hierdoor is het aangenaam vertoeven in het verhaal, en wordt het lezen een samenzijn met aimabele maar gedreven figuren. Carpentier is het best te vergelijken met een kat met jongen: een zeer aaibaar beestje dat zonder waarschuwing venijnig uit de hoek zal komen als de jongen – lees het onderzoek – in gevaar komt.

Hoewel het algemeen geweten is dat 99 percent van alle spannende boeken een goede afloop heeft, is het toch ontgoochelend op de achterflap te mogen lezen dat het moord opgelost wordt. Toch slaagt de auteur erin de weg naar de oplossing te plaveien met voldoende plotwendingen om van Drie dode meesters een meer dan onderhoudend werkje te maken.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG

21:19 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: teigeler_piet, nederlandstalig, belgie, 6, policier, kunst, maffia, serie |  Facebook |

15-07-11

POST Elvin - Vals beeld

 

pevb_tn.jpg

 

De eerste zin:
Het was warm in de hotelkamer

De korte inhoud

Vincent Bloom en Elijah Fish hebben zes jaar lang de mondiale kunstwereld voor de gek gehouden door vervalsingen van grootheden als Picasso, Matisse en Chagall als nieuw ontdekte meesterwerken op de markt te brengen. Alle grote veilinghuizen trapten erin. Totdat Bloom en Fish door stomme pech de gevangenis in draaiden. Zeven jaar later komen ze vrij.
De Boston Red Sox staan op punt om voor het eerst sinds 80 jaar de World Series te winnen en de stad is in rep en roer. Dan wordt Fish door Bloom benaderd met het voorstel om een grote hoeveelheid schilderijen, waaronder drie werken van Rembrandt en een Vermeer, te roven uit het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston. Een krankzinnig plan. Of niet?


Het volledige rapport
De in Rotterdam geboren Elvin Post kreeg de liefde voor literatuur van kleins af aan ingelepeld door zijn vader Jacques, die bekendheid geniet voor zijn vertaalwerk en ook een aantal spannende boeken publiceerde. Het mocht dan ook niet verbazen dat de zoon stage liep bij een literair gezelschap. In 1997 trok hij naar New York waar hij naast zijn vaste baan ook optrad als interviewer en recensent voor het Algemeen Dagblad. Ondertussen woont de journalist en auteur weer in Rotterdam.

Op zijn eenendertigste werd zijn spannend debuut Groene vrijdag gepubliceerd, waarmee hij meteen de Gouden Strop wegkaapte. Vorig jaar verscheen zijn vierde boek Roomservice. Vals beeld is zijn twee spannende boek en verscheen in 2006.

Het boek is een eigenzinnige interpretatie van een waargebeurde, tot op heden onopgeloste kustroof die in 1990 in Boston gepleegd werd. Elvin Post vertelt het fictieve verhaal vanuit het standpunt van de kunstdieven en slaagt erin de politie zo goed als volledig uit beeld te houden.

Liefhebbers van Elvin Posts boeken moet zich zeker ook eens aan de werken van Bavo Dhooge wagen – en omgekeerd – want beide auteurs hanteren zowat dezelfde stijl van schrijven, waarbij geloofwaardigheid ondergeschikt is aan humor en de toevalsfactor uitvergroot wordt tot absurde proporties. Kortom deze twee auteurs zijn de enige bewoners van dit plezantste hokje in de Nederlandstalige misdaadliteratuur.

In het begin van Vals beeld overdrijft de auteur wat met het herhalingen alsof hij de geestelijke capaciteiten van zijn publiek onderschat, maar vanaf het moment dat hij beseft niet voor Alzheimerpatiënten te schrijven, herpakt hij zich meteen om een werkje af te leveren dat zonder twijfel tot de beste misdaadverhalen van de laatste jaren behoort.

Elvin Post heeft zich een zeer interessant onderwerp toegeëigend en er een zeer degelijk plot rond gebouwd dat hij op bijna perfecte wijze heeft uitgewerkt tot een intrigerende, uitmuntend uitgebalanceerde roman die grappig is als het kan en serieus als het moet.

Vals beeld is zo’n werk dat je moet gelezen hebben, want zelfs al ligt het verhaal buiten je gewone interessegebeid; toch zal het je een enkele uurtjes puur genot bezorgen; is het niet om het spannende faction verhaal dan zeker om de humor.

Het definitieve verdict: 9/10

EOB.JPG


19-06-11

MENHEER Wim - Alfred Lek

 

mwal.jpg


De eerste zin:
Die dag bereikte de hittegolf haar hoogtepunt.

De korte inhoud
.
Wanneer in een oude, vervallen villa in de deftige wijk ‘Sonnenberg’ een gehangene wordt gevonden en in de kelder het lijk van een vrouw, staat Kurt Ruettli van de Zürichse recherche voor een raadsel. De gehangene blijkt een zekere Alfred Lek te zijn, een rijke eenzaat die blijkbaar zelfmoord heeft gepleegd. Maar wie is de vrouw in de kelder?
In een flashback-briefcorrespondentie die Alfred Lek voert met een oude schoolkameraad in België, komen we meer te weten over de activiteiten van Lek in Zürich. En die activiteiten zijn bizar en ziekelijk. En waarom heeft hij die correspondentie met een toevallig weergevonden schoolmakker aangeknoopt? Het raadsel wordt groter als na de lijkschouwing blijkt dat Alfred Lek is vermoord.
Dit is de start van een hallucinante reis door een wereld van decadentie, prostitutie, kunst en verbijsterende onthullingen.


Het volledige rapport..
De in Borgerhout geboren Wim Menheer was tot enkele jaren geleden, de pensioengerechtigde leeftijd al ver overschrijdend, professioneel fotograaf in de Vlaams-Brabantse provinciestad Tienen, waarna hij zich aan de andere kant van de taalgrens terugtrok op het platte land

Pas in 1989 debuteerde hij met een verhalenbundel en op zijn zestigste verjaardag zette hij met Het purperen oog zijn eerste stappen in de misdaadliteratuur. Daarnaast publiceerde hij ook nog foto-poëziebundels en was hij jarenlang hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Verba. Dit jaar rolde Wurgend mooi van de persen, waarin de Zwitserse rechercheurs Kurt Ruettli en André Lebrun, die ook al in Alfred Lek, zijn vorig werk uit 2008, het mooie weer maakten.

Ruettli en Lebrun worden opgeroepen voor een verhanging in een rijkere wijk van Zurich. Het slachtoffer wordt geïdentificeerd als de einzelganger Alfred Lek. Einde verhaal, lijkt het tot in de kelder van het huis het levenloze lichaam gevonden wordt van een jonge vrouw. Terwijl de rechercheurs dit mysterie trachten te ontrafelen, wordt de lezer meer inzicht verschaft in een tweede verhaallijn waarin de brieven van Alfred aan een vroegere leeftijdsgenoot in België een tip van de sluier oplichten over het leven en de beweegredenen van de heer Lek.

Kunst als onderdeel van spannende boeken lijkt een populair gegeven te worden, want op relatief korte tijd is dit al het derde werk met dit gegeven. Na Egon Schiele in Mieke De Loofs Wrede schoonheid, de surrealisten in  Michael Whites De moordkunstenaar speelt ditmaal Gustav Klimt, wiens Pallas Athena de cover siert, een rol in het verhaal. Of hoe men van het lezen van thriller ook nog iets kan opsteken

In Alfred Lek is al snel duidelijk wie de dader is, maar de auteur hecht meer belang aan de drijfveren van de dader. Een whydunit dus, en tussen de grote lading klassieke whodunits, is dit een welkome afwisseling. Dat er met de Zwitserse stad Zurich, ook nog eens een niet alledaagse plaats van gebeuren als decor gebruikt wordt is ook verrassend. Maar jammer genoeg drukt de stad niet echt een stempel op het verhaal. En voor de zeer goed beschreven ontknoping wijkt Wim Menheer uit naar het meer tot de verbeelding sprekende Rome.

Hoewel het boek het eerste is van een serie, blijven de hoofdfiguren zo goed als totale vreemden voor de lezer. Veel wijzer dan dat de ene een fanatiek bowler is en de andere zijn mannetje staat in het kwiscircuit worden we niet gemaakt. De auteur heeft dan ook nog wat werk voor de boeg om een band te creëren tussen zijn protagonisten en zijn publiek.

Maar het verhaal is best goed, want na de voor de hand liggende en netjes voorspelbare openingszetten, neemt het verhaal van Alfred Lek een leuke andere wending en stijgt de suspense langzaam maar zeker.

Alfred Lek, dat me aangeraden werd door een aantal andere misdaadauteurs die bij dezelfde uitgeverij Kramat onder dak zitten, is een niet onaardige policier, die zijn bedenker toch nog genoeg ruimte geeft om te groeien.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


12-05-11

WHITE Michael - De moordkunstenaar

 

wmdm.jpg

 

De eerste zin:
Luidkeels gillend rende ze over straat.

De korte inhoud
.
In al zijn jaren bij de politie is inspecteur Jack Pendragon nog nooit geconfronteerd met zo’n gruwelijke reeks moorden. De lichamen van de slachtoffers zijn op verschrikkelijke wijze verminkt en vervolgens zo gepositioneerd dat ze verwijzen naar werken van beroemde surrealistische schilders.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken, lijkt er een verband te zijn tussen deze moorden en een serie onopgeloste moorden in Londen in 1880 (sic), namelijk die van Jack the ripper. Pendragon is vastbesloten de zaak op te lossen, maar zijn tegenstander is niet alleen gevaarlijk, hij is ook bijzonder intelligent en laat geen sporen achter.
Een bloedstollende race tegen de klok begint…


Het volledige rapport..
De uit Groot-Brittannië afkomstige auteur Michael White week uit naar Australië waar hij zich vestigde in Sydney. Na in de eerste helft van de jaren tachtig een tijdje in de muziekwereld vertoefd te hebben, doceerde hij een aantal jaar wetenschappen, om zich daarna volledig op het schrijven toe te leggen. Hij maakte naam en faam als biograaf. Zo zette hij het leven van o.a. Asimov, Machiavelli, Tolkien, Da Vinci, Einstein, Stephen Hawking en Darwin op papier.

Tijdens het schijven van Newtons biografie ontstond al het idee om zich ook eens te wagen aan fictie maar het duur nog bijna een decennium vooraleer hij in 2006 zijn spannend debuut maakte met Equinox. De moordkunstenaar is al het vierde spannende boek dat onder zijn eigen naam verschijnt, - hij schrijft onder het pseudoniem Sam Fisher ook nog verhalen in de reeks E-Force, een moderne versie van Thunderbirds, de BBC poppenserie uit de jaren zestig.

In De moordkunstenaar hernieuwen we onze kennismaking met rechercheur Jack Pendragon uit De Borgia-ring, die een reeks gruwelijke moorden op zijn boterham krijgt, die allen lijken geïnspireerd door wereldberoemde surrealistische schilderijen. Het spreekt voor zich dat deze sadist zo snel mogelijk een halt toegeroepen moet worden, maar hoe begin je eraan als er op de plaatsen delict amper een bruikbaar spoor gevonden wordt…


Michael White pakt de lezer meteen bij het nekvel door uit te pakken met een sterk en fascinerend begin waarin alles moet wijken voor het schokeffect. Gelukkig vergeet de auteur niet verder in het verhaal onder meer zijn personages van een degelijke achtergrond te voorzien, zodat de noodzakelijke diepgang ook bereikt wordt.

De moordkunstenaar is van hoog niveau tot op het moment dat hij met een tweede verhaallijn aanvangt die zich afspeelt in 1888, en waaruit een link moet blijken tussen de moorden van Jack the Ripper en de kunstmoorden die Pendragon onderzoekt. Een link die zo ver gezocht is dat de magie van het verhaal uiteenspat als een zeepbel. Michael White had er veel beter aan gedaan voor de moordkunstenaar enkel de hedendaagse verhaallijn te gebruiken. En zijn visie op de man Jack the Ripper en diens beweegredenen meer uit te werken tot een op zichzelf staand boek, waardoor er veel meer kracht zou van uitgaan dan nu het geval is.

De twee verhaallijnen staan als ying en yang tegenover elkaar, maar in plaats complementair te zijn, neutraliseren ze elkaar, waar door geloofwaardigheid, echtheid spanning en mijn gevoel over het boek elkaar halverwege ontmoeten en het potentieel dat, getuige het sterke begin, in De moordkunstenaar aanwezig is, niet volledig tot ontplooiing komt. Zo ook het feit dat er wel erg veel politie aanwezig is in de Londense wijk Whitechapel, waar de auteur zijn verhaal laat afspelen en dat het oplossen van deze aartsmoeilijke puzzel slechts acht dagen in beslag neemt voor de nodige vraagtekens.

Toch is De moordkunstenaar zeker geen slecht boek. Maar het had veel beter gekund.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


06-06-10

DE LOOF Mieke - Wrede schoonheid

 

dlmws

De eerste alinea
Ksaveri Ignatz stormde de monumentale trap van de universiteitshal af en stopte. Zijn ex-professor, die hij zo lang niet meer had gezien, stond in gedachten verzonken tussen de arcaden rond de binnenplaats. Een verdwaald dier, dat de kudde niet meer kan vinden, flitste het door Ignatz’ hoofd.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, psychiater, jezuïet en geheim agent, ontmoet bij toeval zijn ex-professor Von Graff. Ze lunchen samen. De volgende dag wordt de professor vermoord aangetroffen. De laatste die hem levend heeft gezien, is de omstreden schilder Egon Schiele. Dan wordt bekend dat er een serie gruwelijke moorden op jonge meisjes heeft plaatsgevonden. Ook hier is een verband met Schiele, maar Ignatz en zijn goede vriendin Elisabeth hebben sterke aanwijzingen dan Schiele de perverse moordenaar niet is. Ze openen de jacht.


Het volledige rapport
:
De uit het Oost-vlaamse Aalst afkomstige, maar al jaren in Antwerpen wonende, Mieke De Loof besloot dat de recentste eeuwwisseling de gelegenheid was om haar leven om te gooien. Ze ruilde haar job als docente filosofie en sociologie in voor het in Vlaanderen onzekere bestaan van voltijds schrijfster.

In 2004 maakte ze een opgemerkte entree in de wereld van het spannende boek: Duivels offer kaapte meteen de Hercule Poirot-prijs van dat jaar weg. Nog eens twee jaar later volgde Labyrint van de waan en recent verscheen haar derde boek in de serie rond jezuïet, psycholoog en geheim agent Ksaveri Ignatz die opereert in het Wenen van net voor de Eerste Wereldoorlog.

In dit laatste boek loopt Ksaveri toevallig professor Von Graff, een van zijn favoriete vroegere docenten, tegen het lijf om ’s anderendaags te moeten vernemen dat de man vermoord werd. Zich verschansend achter melancholische motieven, geeft de onderzoeksrechter de zaak aan Elisabeth, een Habsburgse geheim agente, die in de wijze waarop de moord in scène gezet werd veel verwijzingen ziet naar het werk van de controversiële schilder Egon Schiele. Elizabeth betrekt Ksaveri bij haar onderzoek en het duo slaat de handen in elkaar in hun zoektocht naar de moordenaar die de schuld blijkbaar wil afschuiven op hun beider lievelingskunstenaar.

Na een eerste oogopslag vreesde ik, door het grote lettertype waarin Wrede schoonheid op papier gezet werd, dat mij de editie voor slechtzienden of beginnende lezers was toegestuurd. Maar algauw bleek mijn voorbehoud ongegrond. Deze keuze werd wellicht ingegeven om het verhaal toch de kaap van de tweehonderd bladzijden te kunnen laten ronden.

Al van bij de eerste bladzijden valt op hoeveel aandacht er is besteed aan het taalgebruik. De vertelstijl overstijgt het geschreven woord en vraagt erom gedeclameerd te worden; de kracht die uitgaat van het boek schreeuwt om een bewerking tot een performance of theatervoorstelling. Wie durft deze handschoen op te nemen? Maar de ander kant van de medaille van al dat werk is dat de taal alle aandacht voor zich opeist en het verhaal een zekere steriliteit bezorgt: er zit geen hoekje of rafeltje aan.

Wrede schoonheid is het eerste boek dat verschijnt na de overstap van de auteur van uitgeverij The house of books naar De geus. Maar ook inhoudelijk is er een stijlbreuk tussen de eerste twee boeken en dit werk. Voor het eerst is het hoofdpersonage niet aan het werk als religieus spion, maar wordt hij als detective geprofileerd, die een moordenaar moet ontmaskeren en, als het even kan, stoppen. Ook heeft de relatie tussen Ksaveri en Elisabeth von Thurn een enorme wijziging ondergaan: de twee flirten met hun wederzijdse aantrekking; misschien zelfs verliefdheid en staan op zo’n vertrouwelijke voet die aan het eind van Labyrint van de waan absoluut niet voor de hand lag.

Hoewel Mieke De Loof wat betreft de opbouw van haar verhaal een grote stap voorwaarts heeft gezet en een aantrekkelijke plot uit haar mouw schudde, schenkt ze te weinig aandacht aan het opbouwen en handhaven van de spanning in het verhaal. Getuige daarvan zijn eveneens de bijna terloopse ontknoping en het einde dat de deur wagenwijd opent voor een vervolg. “Schone wreedheid” misschien?

Historische misdaadroman staat er op de omslag, en die vlag dekt perfect de lading. Er had zelfs nog “literair” toegevoegd kunnen worden. Wrede schoonheid is zonder twijfel een zeer mooi klassevol boekje geworden dat perfect past in de fondslijst van Mieke De Loofs nieuwe uitgever. De vraag is alleen of het geen parel voor de zwijnen is. Of anders gesteld: is er wel een groot publiek voor? Want menig traditioneel liefhebber van het spannende boek, die eerder op zoek is naar spanning dan naar schoonheid – ook al is ze wreed van aard – zal zich toch wel overdonderd voelen bij de overvloedige referenties aan historische figuren die slechts bij ingewijden een belletje doen rinkelen en die een enorme belemmering vormen voor het manifesteren van de spanning. Referenties die een geïnteresseerde lezer al meteen voor een hele tijd aan het lezen kunnen zetten in een poging zich bij te scholen op het vlak van literatuur, psychologie, schilderkunst, filosofie en glasblaaskunst van eind achttiende en begin negentiende eeuw. Maar Mieke De Loof timmert gedreven voort aan haar kunnen als misdaadauteur en maakt boek na boek vorderingen, wat belooft voor de toekomst…

Het definitieve verdict:8/10 als roman – 6/10 als thriller

EOB