12-02-12
DEFLO Luc - Phobia

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.
De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?
Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.
Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.
De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.
Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.
Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.
Het definitieve verdict: 7/10
19:10
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: deflo_luc, nederlandstalig, belgie, 7, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
02-02-12
DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.
De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..
Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.
Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?
Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.
En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.
Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.
Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.
Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.
Het definitieve verdict: 6/10
20:08
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: debbaut_bart, nederlandstalig, belgie, 6, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
31-01-12
ASPE Pieter - Solo

De eerste alinea:
Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?
De korte inhoud
Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.
Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.
In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.
Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris
Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.
Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.
Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.
Het definitieve verdict: 6/10
20:12
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, politiek, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
30-01-12
ASPE Pieter - Postscriptum

De eerste alinea:
‘Zeg die madam dat ik geen tijd heb.’
De korte inhoud
Jean-Pierre Vandamme, een pelgrim die te voet onderweg is naar Santiago de Compostella, wordt in Frankrijk vermoord. Twee dagen later ontsnapt Mad Max, een notoire misdadiger, met de hulp van twee kompanen uit de gevangenis van Brugge. Livia Beernaert, de vriendin van Jean-Pierrre Vandamme, beweert dat er in de kluis van Jean-Pierre, een enorme goudschat ligt. Het goud zou afkomstig zijn van de oom van Jean-Pierre, een huurlingenleider die zich in de jaren zestig aansloot bij de Katangese gendarmes van Tshombe. Livia waarschuwt Van In eveneens voor de hebzucht van de familie Vandamme. De dag daarna komt ze in zeer bizarre omstandigheden om het leven.
Het onderzoek verloopt moeizaam en stuit op veel weerstand van de stafhouder van de Brugse balie. Tot Van In het verband ontdekt tussen de moorden en een onfrisse zaak uit het koloniale verleden van België.
Het volledige rapport
Pieter Aspe behoeft geen voorstelling meer in Vlaanderen. De familienaam van dit pseudoniem is een herkenbare merknaam op zich geworden, door de vele boeken en de serie op de commerciële televisie, bereikt hij een enorm groot publiek. Met Postscriptum leverde de auteur al het achtentwintigste deel af in de serie met de Brugse speurders Van In en Versavel.
In dit werk wordt Compostella-pelgrim Jean-Pierre Vandamme in het noordwesten van Frankrijk vermoord. Het onderzoek spitst zich toe op de geruchten dat Jean-Pierre in het bezit is van een goudschat, die hij in zijn bezit kreeg via zijn oom Jacques, een ondertussen overleden koloniaal die na de Congolese onafhankelijkheid nog tegen het regime aldaar ten strijde trok. En Van In denkt dat hij de sleutel tot de ontknoping van dit mysterie ook in die woelige jaren zestig van de vorige eeuw kan vinden.
Na vijftien jaar lang zowat elke zes maanden een nieuwe titel af te leveren wordt het steeds moeilijker om steeds weer met een origineel verhaal op de proppen te komen. Het lijkt erop dat er twee ideeën die aan de basis van Postscriptum liggen: het Man bijt hond item Weg naar Compostella, waarin reporter Arnaut Hauben Vlaanderen op de hoogte hield van zijn tocht naar het Spaanse bedevaartsoord en het lezen van het uit 1972 daterende boek De gesloten kamer van het Zweedse koppel Sjöwall en Walhöö.
Om die twee zaken met elkaar te verbinden, heeft Pieter Aspe een voor zijn doen zeer uitgebreide plot uit zijn mouw geschud, zonder zijn stokpaardjes te verloochenen. Het geheel laat de lezer met een dubbel gevoel achter. Enerzijds zijn alle vertrouwde ingrediënten die aan de basis liggen van Aspes populariteit aanwezig. Maar anderzijds begint de routine opvallend aan de oppervlakte valt het routineuze op: sommige aspecten van de plot zijn voorspelbaar en Van In stoomt door het boek op een dieet van sigaretten en Duvel. Ook ligt Joinville, de plaats waar de wandeling van Jean-Pierre Vandamme vroegtijdig afgebroken werd, in noordoost Frankrijk, wat een heel stuk uit de richting is voor een Compostella-pelgrim die vanuit Brugge of omgeving vertrekt.
Aspe is Aspe, en dat blijkt ook nu weer. De trouwe volgelingen krijgen wat ze verwachten en de criticasters kunnen hun zelfde pijlen van kritiek weer afschieten. Postscriptum past volledig in dit straatje en zal zich - met trouwens een leuke rol voor Bart De Wever, die zich even premier mag wanen – zonder probleem tussen de eerder verschenen avonturen van de Brugse speurders kunnen handhaven, zonder een topper te zijn.
Het definitieve verdict: 6/10
16:24
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, whodunit, serie |
Facebook
|
22-01-12
ADLER-OLSEN Jussi - Dossier 64

De eerste zin:
Op een onvoorzichtig moment ging haar gevoel met haar op de loop.
De korte inhoud
Naar aanleiding van een gewelddadige overval op een bordeelhoudster in Kopenhagen duikt Rose, de eigenzinnige assistente van brigadier Carl Morck, op de kwestie van een jaren geleden verdwenen prostituee – een van de vele onopgehelderde zaken die de afdeling Q moest oplossen. Wanneer Morck en zijn collega Assad worden gedwongen de zaak te onderzoeken, komen er verdachte aanwijzingen boven water over een eiland waar de Deense overheid vroeger lichtzinnige vrouwen naartoe stuurde, die vervolgens waren overgeleverd aan de luimen van het bewakend personeel. Morck en Assad ontdekken algauw dat dit slechts het topje van de ijsberg is van een ongehoorde vorm van mensenrechtenschending, die meer dan een halve eeuw geleden is begonnen en blijkbaar nog steeds gaande is.
Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen heeft zich op zeer korte tijd van nobele onbekende weten op te werken tot een vaste waarde bij het kruim van de misdaadauteurs. Nadat zijn eerste drie opzichzelfstaande thrillers quasi onopgemerkt passeerden, was het met De vrouw in de kooi, het eerste deel van de serie over de afdeling Q van de Deense politie, eindelijk raak. Nog twee delen volgden met evenveel, zo niet nog meer succes en nu ligt met Dossier 64, het vierde verhaal in de winkel met Carl Morck, Assad en Rose als de drie musketiers van de Deense cold cases, in de hoofdrol.
De zaak van de plotse verdwijning van een succesvolle, met Madonna dwepende, bordeelhoudster in 1987 is het begin van een onderzoek dat met gevaar voor eigen leven gevoerd wordt en de speurders via de donkere krochten van de medische sector van de helft van de vorige eeuw – toen ongeremde vrouwen uit de maatschappij geplukt werden om aan het werk gezet te worden op een afgezonderd eilandje, waar ze de speelbal werden van hun opzichters - tot bij de oprichters van een nieuwe extreemrechtse politieke partij in 2010.
Dossier 64 wordt verteld door middel van twee verhaallijnen die elkaar tegen het eind van het boek inhalen. De eerste speelt zich af in de tweede helft van de jaren tachtig en geeft aan de hand van een overlevende oud-eilandbewoonster inzicht in de karaktervorming van een slachtoffer van de maatschappij en hoe ze ermee omgaat. De ander is het hedendaagse draadje waarin het onderzoek gevoerd wordt.
Hoewel het verhaal in Dossier 64 op zichzelf origineel is, zijn er toch veel overeenkomsten met de vorige drie boeken uit de serie die de sociologische interesses van de auteur duidelijk bloot leggen: de vrouw als slachtoffer van naar buiten toe gerespecteerde leden van de maatschappij die er een verborgen agenda op na houden en zekere sadistische trekjes vertonen. Benieuwd hoelang Jussi Adler-Olsen nog uit dit vaatje kan blijven tappen, zonder statusverlies te lijden. Net zoals bij Karin Slaughter is de kans groot dat een deel van het publiek afhaakt met een gevoel dat ze het allemaal al eens gehad – of gelezen – hebben. Maar voorlopig is het nog net te slikken.
Ook moet Jussi Adler-Olsen erover waken dat hij de grenzen van de geloofwaardigheid niet al te frequent en opvallend overschrijdt. De acties van Carl Morck en zijn Syrische assistent Hafez el-Assad kunnen in dit boek een paar keer echt niet door de beugel en zouden in het echte leven meer dan waarschijnlijk op zijn minst uitzetting uit het politiekorps tot gevolg hebben; wellicht met nog een proces en veroordeling erbovenop. Dit overdrijven vreet aan het realisme dat de serie zo kwalitatief hoogstaand maakt.
Gelukkig zijn zowel de plot als de schrijfstijl van superieure kwaliteit, waardoor negatieve puntjes al eens makkelijker door de vingers gezien worden en het prachtige gevoel van humor dat de auteur laat infiltreren in de dialogen zalft zonder probleem alle eerder geslagen wonden. Alsook het feit dat het verhaal beter wordt naargelang het vordert met een geniale plotwending op het eind als de spreekwoordelijke kers op de taart.
Dossier 64 kan nog net door de beugel als zeer goed boek, maar voor een eventueel vijfde deel zal Jussi Adler-Olsen uit een ander vaatje moeten tappen, om zijn kredietwaardigheid te kunnen blijven bestendigen, vrees ik.
Het definitieve verdict: 8/10
12:41
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: adler-olsen_jussi, vertaald, denemarken, 8, drama, maatschappijkritisch, medisch, policier, seriemoordenaar, sociologisch, serie |
Facebook
|
21-01-12
CLAES Jo - Het oog van de naald

De openingszin:
Lesgeven, had iemand ooit beweerd, was nepparels voor de echte zwijnen gooien..
De korte inhoud
Max Verulus, leraar aan het Heilig-Hartinstituut in Heverlee, wordt aangeklaagd wegens intimidatie van een leerling. De ouders van het meisje eisen een tuchtmaatregel, de directie tracht de gemoederen te bedaren, de leerkrachten reageren verdeeld. Kort daarna wordt er een vrouwelijke collega dood aangetroffen in de kelders van de school.
Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de Leuvense politie, probeert de misdaad op te lossen. Hij moet zich daarbij een weg banen door en kluwen van professionele conflicten en seksuele intriges. Wanneer een week later een tweede slachtoffer valt, wordt de zaak nog gecompliceerder.
Terwijl Berg de handen vol heeft met het ontrafelen van de dubbele moord, wordt hij zelf het mikpunt van een stalker die zijn prille relatie met Manon bedreigt. Alsof dat niet genoeg is, lijkt een angstvallig verzwegen seksueel schandaal op school verband te houden met de twee doden. Het onderzoek mondt uit in een psychologisch steekspel tussen Berg en enkele verdachten.
Het volledige rapport
Voor het vierde boek in de serie rond de speurder Thomas Berg trekt de ingeweken Leuvenaar Jo Claes naar de plaats waar hij quasi dagelijks een groot deel van zijn tijd besteed: het Heilig-Hartinstituut te Heverlee, waar de auteur zelf voor de klas staat, en dan vooral de catacombeachtige kelders van dit internaat, waar op een ochtend het levenloze lichaam gevonden wordt van Griet Meersman, lerares en kandidate voor de directeursfunctie. Haar collega Max Verulus wordt meteen gebombardeerd tot hoofdverdachte, want sinds de aanklacht wegens onprofessioneel gedrag tegen hem, staan de twee lijnrecht tegenover elkaar, worden de confrontaties telkens op de spits gedreven en wilde Griet zijn bloed zien.
Thomas Berg staat voor een moeilijke taak als hij moet vaststellen dat de getuigen de goede reputatie van de school laten primeren op hun volle medewerking om de moord op te lossen. En tegelijk wordt Bergs aandacht afgeleid door een stalker, die hem zijn nieuwe liefdesgeluk niet lijkt te gunnen.
Door deze vertrouwde thematiek te gebruiken, biedt de auteur zichzelf meteen een kapstok aan om een aantal filosofische beschouwingen alsook wat bedekte en milde kritiek omtrent het onderwijs in al zijn facetten, aan op te hangen.
Trouw aan zijn principes neemt Jo Claes ook ditmaal ruimschoots te tijd om het verhaal echt op gang te schieten. Net als in de Dakar waar de echte chronorit meestal voorafgegaan wordt door een zogenaamde verbindingsrit, komt Het oog van de naald traag op gang door een lange inleiding met vele nauwelijks ter zake doende beschouwingen, maar die wel ruimschoots de mogelijkheid biedt om te wennen aan zijn zalige, kabbelende, manier van schrijven, die de lezer even comfortabel pas als een op maat gemaakt pak.
Het spannende aspect van Het oog van de naald doet erg denken aan de succesformule die jarenlang beproefd werd door de Britse Agatha Christie en ondertussen verworden is tot de klassieke whodunit: een moord, een speurder, een voor de hand liggende verdachte, meer dan genoeg nevenverdachten en een onverwachte dader. Alleen moet de auteur deze keer de plot in net iets teveel bochten wringen om met dit verhaal zelf tot de klassiekers te gaan behoren.
Het oog van de naald bewijst de eigenheid van Jo Claes, die er ondanks veel verhaaltechnische gelijkenissen, toch weer in geslaagd is zich te positief te onderscheiden van de grote namen van de Vlaamse misdaadliteratuur en er zelfs kwalitatief beschouwd bovenuitsteekt. Dankzij de stijl die de auteur bezigt is ook dit boek weer te klasseren onder het zalige leesvoer.
Het definitieve verdict: 7/10
11:01
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: claes_jo, nederlandstalig, belgie, 7, familiedrame, policier, whodunit, serie |
Facebook
|
04-01-12
CAIN Chelsea - Genadeloos

De openingszin:
De openbare wc’s langs de Interstate 84 tussen Oregon en de rivier de Columbia waren weerzinwekkend, zelfs naar de maatstaven voor rustplaatsen.
De korte inhoud
In een smerig toiletgebouw langs de I-84 in Oregon vindt een nietsvermoedende tiener met hoge nood de bloederige resten van iets wat ooit leven bezat. De wand van het toilet is volgekalkt met hartjes, de handtekening van Gretchen Lowell.
Tweeënhalve maand is Gretchen al voortvluchtig. Is ze teruggekeerd naar Portland, of is er een copycat aan het werk?.
Het volledige rapport
Genadeloos is al het derde deel in de serie over de bizarre band tussen Gretchen Lowell, de vrouwelijke Hannibal Lecter en de man die haar kost wat kost veroordeeld wil krijgen, rechercheur Archie Sheridan.
Dit boek begint ongeveer twee maanden na het punt waar Hartendief eindigde. Gretchen is nog steeds voortvluchtig als Portland opnieuw wordt opgeschrikt opgeschrikt door een aantal moorden die Lowells signatuur dragen. Maar Sheridan, is niet volledig overtuigd en denkt aan een copycat.
In een krampachtige poging zich niet nog eens te herhalen wringt de Portlandse schrijfster Chelsea Cain zich in alle mogelijke en onmogelijke bochten om van Genadeloos toch maar een origineel werk te maken. Zo moet ze bijvoorbeeld al beginnen rondzeulen met milten en “knikkeren” met oogballen om toch meer maar proberen gruwelijker uit de hoek te komen, maar jammer genoeg heeft het een omgekeerd effect. Het Cody McFadyen-syndroom zou het kunnen genoemd worden.
De verschillende plaatsen delict volgen elkaar op, maar de lezer voelt tot diep in het verhaal geen enkel moment enige betrokkenheid. Daar kan zelfs de aangename vertelstijl van Chelsea Cain niets aan verhelpen. Het lijkt erop dat Genadeloos het boek teveel is geworden in deze serie. Of misschien is het maar een dipje want ondertussen ligt er met Zondvloed alweer een tijdje een vierde Sheridan-thriller in de winkels.
Tussen de eenenzestig hoofdstukken die betrekking hebben op het verhaal zitten er totaal overbodig drie andere verloren geplaatst die handelen over het verleden. Maar deze flashbacks over de relatie tussen Archie en Gretchen staan er totaal plompverloren bij en missen elke context. Of het gewoon bladvulling is om toch maar de kaap van de driehonderd bladzijden te kunnen ronden of een gebrek aan redactie laat ik in het midden, maar storen deden ze in elk geval.
Met Genadeloos, een deel uit de Gretchen Lowell serie dat het bijna moest stellen zonder de aanwezigheid van de seriemoordenares, slaat Chelsea Cain de plank volledig mis. Het enige positieve dat erover gezegd kan worden is dat het van hier af aan enkel weer beter kan worden. En dat ze beter kan is algemeen geweten.
Het definitieve verdict: 4/10
20:21
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: cain_chelsea, vertaald, usa, 4, policier, seriemoordenaar, serie |
Facebook
|
16-11-11
LAPLANTE Alice - Hersenspinsels

De eerste zin
Er is iets gebeurd.
De korte inhoud
De 64-jarige Jennifer White is een gepensioneerde orthopedisch chirurg die aan de ziekte van alzheimer lijdt. Haar zoon en dochter doen hun best om met haar stemmingswisselingen, verwarring en zwerftochten om te gaan, maar hebben zo hun eigen problemen.
Als Jennifers best vriendin Amanda vermoord wordt aangetroffen, waarbij vier vingers met chirurgische precisie zijn verwijderd, is Jennifer de hoofdverdachte. Jennifer kan, of wil, zich echter niet herinneren of ze de moord heeft gepleegd. Terwijl zij steeds meer haar grip op de werkelijkheid verliest, doen haar kinderen hun uiterste best om te voorkomen dat Jennifer wordt opgesloten.
Het volledige rapport
Alice LaPlantes deeltijdse zorg voor haar dementerende moeder ligt aan de basis van Hersenspinsels, haar eerste roman.
In een gegoede buurt van Chicago wordt het lijk gevonden van Amanda, een oudere alleenstaande vrouw. Ze heeft een hoofdwonde en mist vier vingers aan een van haar handen. Door de professionele wijze waarop deze amputaties werden uitgevoerd wordt haar beste vriendin Jennifer White meteen tot hoofdverdachte gebombardeerd. Dokter White is een gerenommeerd orthopedisch chirurg met de bovenste ledematen als specialisme. Maar recent moest ze haar job opgeven omdat ze gediagnosticeerd werd met de ziekte van Alzheimer. Eigen aan deze ziekte lopen heden, verleden, realiteit en fantasie in het hoofd van de protagoniste door elkaar. Rechercheur Megan Luton heeft de bijna onmogelijke opdracht om uit deze wirwar van impressies de beweegredenen en de modus operandi te distilleren die aan de basis liggen van dit verdachte overlijden. Maar kan een alzheimerpatiënt een dergelijke moord wel plannen en uitvoeren?
De Amerikaanse auteur opteert ervoor om de warrige gedachtegangen van een dementerend door te trekken in de vormgeving van het boek. Zo kent Hersenspinsels geen hoofdstukken. Het verhaal wordt verteld in vier bedrijven en de bladzijden worden gevuld met een opeenvolging van korte paragrafen: impressies van gebeurtenissen, herinneringen, notities, beschrijvingen, artikels, gedachten en conversaties volgen elkaar schijnbaar willekeurig op waardoor een wanorde ontstaat, die misschien wel typisch is voor een alzheimerpatiënt, maar vermoeiend is voor een buitenstaander. Het logische gevolg van deze stijl is dat er wel erg veel witregels op de pagina’s staan, waardoor de lezer amper kan volgen met het omslaan van de bladzijden.
De spannende verhaallijn, die louter bestaat uit Lutons speurtocht, is meestal latent aanwezig en komt slecht af en toe aan de oppervlakte, zoals we enkel het ondergrondse gangenstelsel van de mol kunnen vermoeden door de aanwezigheid van een sporadische molshoop in de tuin. Hierdoor slaagt de auteur er goed in de dader en motief verborgen te houden, hoewel de kenners van het genre, door eliminatie alleen, wellicht bij de juiste persoon zullen uitkomen.
Het gebrek aan fixatie op het politieonderzoek en de keuze van Alice LaPlante om het zwaartepunt te leggen op de dementie van Jennifer en welke invloed dat heeft op haar en haar omgeving, maakt van Hersenspinsels een sterk en zeer geloofwaardig boek dat vooral vrouwen en liefhebbers van S.J. Watsons Voor ik ga slapen zal aanspreken.
Tot slot is het nog het vermelden waard dat Orlando uitgevers aan het eind van het boek nog een aantal bladzijden met extra informatie voorziet: overbodige auteursinformatie, die ook op de achterflap is terug te vinden is; een kort interview met de auteur en zelfs een aantal inhoudelijke vragen voor leesclubs.
Met Hersenspinsels levert Alice LaPlante een zeer degelijke roman af die niet echt spannend te noemen is, maar des te intrigerender.
Het definitieve verdict: 7/10
Deze recensie werd geschreven voor Crimezone.nl
20:05
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: laplante_alice, vertaald, usa, 7, familiedrama, medisch, policier, psychologisch, roman, whodunit, whydunit, alleenstaand |
Facebook
|
15-11-11
TEIGELER Piet - Drie dode meesters

De openingszin:
‘Niet doen, John!’ zei Dewit.
De korte inhoud
Een man wordt op wrede wijze geliquideerd: hij is met handen en hoofd ondergedompeld in ziedend frituurvet op het Falconplein in Antwerpen. De persheeft het in geuren en kleuren over de gruwelijke Frituurmoord. Door die misdaad stoten de speurders Carpentier en Dewit op een smokkelroute tussen Rusland en Europa. Er worden onder meer al dan niet vervalste doeken van Rubens verhandeld. Via Svetan een bloedmooie Georgische, komen ze in aanraking me de Russische maffia. Het Falconplein wordt niet voor niets ook het Rode Plein genoemd.
Ondanks alle tegenwerking en intimidaties, ook uit de meest onverwachte hoek, slagen de speurders erin de frituurmoord op te lossen.
Het volledige rapport
De sinjoor Piet Teigeler, ruilde een aantal jaar geleden om gezondheidsredenen de wereldstad Antwerpen in voor een huisje onder de Spaanse zon. Al tijdens zijn journalistieke loopbaan publiceerde hij samen met Eddy Van Hee, onder het pseudoniem Woody Dubois twee spannende boeken. Maar pas toen hij van zijn pensioen kon genieten, begon hij aan een tiendelige reeks met rechercheurs Carpentier en Dewit in de hoofdrollen, die in 2007 afgesloten werd met Dood.
Drie dode meesters, uit 1997, is het vierde boek uit de serie. Hierin worden de Antwerpse protagonisten op kerstavond opgeroepen voor een bizarre moord: een kunstschilder werd met zijn hoofd ondergedompeld in het hete bakvet van een frituur op het Falconplein. Het begin van een zoektocht naar de daders, die Carpentier en Dewit leidt langs de werelden van de Russische maffia, kunsthandel, -smokkel en –oplichting. En ondertussen worden ze constant in de vingers gekeken en tegengewerkt door de Bijzondere Opsporingsbrigade, die kost wat kost deze zaak naar zich toe willen trekken.
Thematisch leunt Drie dode meesters nauw aan bij het recent verschenen De bloedakker van Andrea Camilleri: een moord die ogenblikkelijk gelieerd lijkt aan de maffia, maar waarvan het later twijfelachtiger wordt of de daders wel moeten gezocht worden bij de Dons, consiglieri of hun voetvolk. Maar het Vlaamse verhaal is voorzien van een veel complexer plot en werd degelijker uitgewerkt en verteld dan zijn Italiaanse tegenhanger.
Piet Teigeler waakt er zorgvuldig over dat zijn personages geloofwaardig blijven en mensen van vlees en bloed dicht benaderen. Hierdoor is het aangenaam vertoeven in het verhaal, en wordt het lezen een samenzijn met aimabele maar gedreven figuren. Carpentier is het best te vergelijken met een kat met jongen: een zeer aaibaar beestje dat zonder waarschuwing venijnig uit de hoek zal komen als de jongen – lees het onderzoek – in gevaar komt.
Hoewel het algemeen geweten is dat 99 percent van alle spannende boeken een goede afloop heeft, is het toch ontgoochelend op de achterflap te mogen lezen dat het moord opgelost wordt. Toch slaagt de auteur erin de weg naar de oplossing te plaveien met voldoende plotwendingen om van Drie dode meesters een meer dan onderhoudend werkje te maken.
Het definitieve verdict: 6/10
21:19
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: teigeler_piet, nederlandstalig, belgie, 6, policier, kunst, maffia, serie |
Facebook
|
13-11-11
NESBE Jo - De vleermuisman

De openingszin:
Er klopte iets niet.
De korte inhoud
Harry Hole wordt door zijn superieuren naar Australië gestuurd om de politie down-under bij te staan bij het onderzoek naar de moord op een Noorse actrice. Maar de moord is niet de enige reden voor deze gedwongen vakantie. Hole overleefde even daarvoor ternauwernood het auto-ongeluk waarbij zijn collega omkwam, en dompelt zich sindsdien onder in de alcohol.
Holes verblijf in Sydney voert hem naar de duistere kanten van de stad waar de onbezorgde toerist nooit zicht op krijgt. Het verhaal leidt naar een oude Aboriginalvertelling over ‘de vleermuisman’, die tot leven wordt gewekt door misdaad. Een waar de vleermuisman ontwaakt, verschijnt de dood onder de stervelingen.
Het volledige rapport
Hoewel het hem niet aan te zien is, heeft de Noor Jo Nesbo de kaap van de halve eeuw al overschreden. Met de popgroep Di Derre geniet hij van landelijk succes. Maar het combineren van een voltijdse dagtaak met het nachtleven als artiest valt hem alsmaar zwaarder. Hij besluit tot een loopbaanonderbreking en als een uitgever hem vraagt die tijd te gebruiken om een boek te schrijven over de band, trekt hij naar Australië. Het boek waarmee hij naar zijn thuisland terugkeert, is echter geen biografie maar De vleermuisman, dat het begin betekent van een nieuwe loopbaan als misdaadauteur. Het boek was al lange tijd niet meer in het Nederlands verkrijgbaar, maar werd, door de groeiende populariteit van de auteur, eerder dit jaar weer op de markt gebracht.
In De Vleermuisman wordt Harry Hole, rechercheur bij de politie van Oslo, naar Sydney gestuurd om de lokale politie te helpen met hun onderzoek naar de moord op een Noorse jonge vrouw, en de auteur verwerkt er veel van zijn eigen ervaringen down under, in. Net als Peter Temples De gebroken kust drijft het verhaal op de wrijving tussen de blanken en de Aboriginals, maar Jo Nesbo slaagt erin deze problematiek op een zeen aangename wijze in het verhaal te verwerken en waakt erover nooit belerend over te komen.
De auteur hanteert een vertelstijl die zeer nauw aanleunt bij de Angelsaksische wereld van het spannende boek en is daardoor een buitenbeentje in Scandinavië, maar dat weerhield hem er niet van met zijn debuut in 1997 de Gouden Sleutel, de prijs voor het beste Scandinavische spannende boek van het jaar, binnen te rijven. En dit ondanks het feit dat zowel dader, motief als ontmaskering zowat uit de lucht komen te vallen.
Het moge duidelijk zijn dat de plot in deze eersteling nog ondergeschikt is aan de personages, die met veel zorg geboetseerd werden. Een gegeven dat later in de reeks zal veranderen.
Tot slot moet me het detail van het hart dat de vertaler toch een gebrek aan fantasie aan de dag legde toen deze niet verder kwam dan meermaals kort achter elkaar “raketten” te gebruiken waar onderandere ook vuurpijlen en vuurwerk de lading perfect dekte.
Met De Vleermuisman leverde Jo Nesbo een zeer genietbare policier af dat vooral een hebbeding is voor de liefhebbers van zijn recentere werk, want Harry Hole maakt zijn opwachting in alle andere boeken van deze auteur, met uitzondering van het in 2010 verschenen Headhunters, dat buiten de reeks valt.
Het definitieve verdict: 7/10





