19-05-12

BOS Adriaan - Advocaat van de waarheid

 

baavdw.jpg

 

De eerste zin:
Subachio zag er niet uit als een hotel.

De korte inhoud
Thomas is een succesvolle advocaat. Na het overlijden van zijn vader, een heftige relatie en een ontmoeting met een zwerver, besluit hij de advocatuur te verlaten. Zijn vriend Sam heeft een technologie ontwikkeld die de maatschappij ingrijpend kan veranderen. Sam wil zijn uitvinding geheim houden en Thomas belooft hem deze taak op zich te nemen. Dat brengt hem in conflict met Sams ambitieuze zonen, en met nietsontziende, op macht beluste bedrijven. Intussen wordt de wereld overspoeld door een dodelijk virus.

Thomas raakt verstrikt in een zich langzaam sluitend web van intriges en komt voor onmogelijke keuzes te staan. Kan hij het onheil keren dat zich als een donkere schaduw over hemzelf, zijn geliefden en de wereld verspreidt?


Het volledige rapport
De Nederlander Adriaan Bos was 25 jaar lang advocaat. Daarna wierp hij zich op als coach die zakenmensen begeleidde in verband met bewustzijnsontwikkeling. Beide aspecten van zijn professionele leven vinden we nu ook terug in Advocaat van de waarheid, waarmee de man op zijn drieënzestigste debuteert als misdaadauteur.

In 2009 kreeg het manuscript De zonen van Samuël een eervolle vermelding tijdens een wedstrijd. In de eerste helft van 2010 werd het geplaatst op de website Tenpages.com, waar auteurs, via het plaatsen van minimum de eerste tien bladzijden van hun manuscript in eender welk genre, lezers warm maken om te investeren in hun werk. Als er binnen het tijdsbestek van vier maanden minstens tien geldschieters samen 10000 euro inbrengen, belooft de website het boek te laten uitgeven bij een gerenommeerde uitgever. Als een van de tweeënzestig boeken die tot op de dag van vandaag op deze wijze publicatie verdienden, werd De zonen van Samuël dit jaar uitgegeven bij Juwelenschip onder de titel Advocaat van de waarheid. Uitgeverij Juwelenschip is een nobele onbekende in de wereld van het spannende boek, maar haar publicaties richten zich eerder tot de liefhebbers van esoterie en religie.

In Advocaat van de waarheid maken we kennis met Thomas van Buitenhuyzen, die het alter ego van de auteur zou kunnen zijn: ex-advocaat en nu vooral bezig om zijn vriend Sam te begeleiden tot een meer duurzaam beslissingsbeleid voor zijn technologiebedrijf, dat een chip heeft ontwikkeld die bedoeld is voor inplanting bij mensen. Als Sam beslist er niet mee naar de markt te trekken, komen hij en vooral Thomas in conflict met Sams zonen en een belangrijk buitenlands technologiebedrijf die zich een fortuin door de neus geboord zien. Als een dodelijk virus een wereldwijde pandemie veroorzaakt komt Thomas van alle kanten onder vuur te liggen en wordt het alsmaar moeilijker vast te houden aan zijn levensfilosofie.

Adriaan Bos gebruikt een spannend verhaal dat zich deels in Nederland en deels in Italië afspeelt als vehikel om zijn boodschap uit te dragen. Waarschuwingen allerhande doorspekken royaal het boek: het gebrek aan privacy in de digitale wereld; de invloed van het populisme in de politiek en de gevolgen van het kortetermijndenken passeren allemaal de revue. Soms klinken deze sommaties wat dringender en krijgen ze de vorm van berispingen en aanklachten. Als alternatief biedt de auteur de opwaardering van de ethiek, door onder andere het hoger inschatten van (naaste)liefde en goedheid. Maar de boodschap van Franciscus van Assisi, die het hoofdpersonage fel inspireert, lijkt een gevecht tegen de windmolens worden en Thomas glijdt af naar een Don Quichot-achtige figuur, die een strijd voert die hij niet lijkt te kunnen winnen. Maar tegelijk blijft het personage, net als alle andere protagonisten, zeer geloofwaardig vasthouden aan het recht om niet voor de makkelijkste weg te kiezen, zoals hij het zelf omschrijft. De auteur heeft goed werk geleverd om de figuren die hij opvoert elk een eigen persoonlijkheid mee te geven, zonder de noodzaak van ellenlange voorgeschiedenissen, maar door gebruik te maken van degelijke karakterschetsen.

Dit alles integreert de auteur professioneel in het spannende verhaal dat een aantal aspecten van zowel techno-, reli- als bedrijfsthrillers bevat. Een interessante en evenwichtige melange die afgewerkt werd met een esoterisch sausje. Overeenkomsten met de werken van Michael Crichton, Joel C. Rosenberg en Joseph Finder – elk de top in hun thrillersegment – zijn dan ook volop aanwezig. Tot aan bladzijde driehonderddertig is Adriaan Bos goed op weg vriend en vijand te verbazen en een hoge score ligt binnen handbereik. Maar vanaf dan volgt slechts een boutade aan spiritualiteiten, met als dieptepunt het totaal overbodige zestigste hoofdstuk. Zou dit de invloed zijn van de uitgever op de wijzigingen in het manuscript, waarvan de auteur gewag maakt in zijn nawoord? In ieder geval gebeurt deze omschakeling even artificieel als een rockconcert op een bijeenkomst van de Christelijke jeugd: het plaatje klopt niet meer en alle opgebouwde krediet wordt in een wip verspeeld. Een slotoffensief vol actie waarin de cast gedecimeerd wordt kan de het tij niet meer keren. En dat is jammer, want de auteur heeft bewezen dat het potentieel aanwezig is om het te maken in de wereld van het spannende boek.

Ook valt tijdens het lezen op dat de tekst van Advocaat van de waarheid op papier gezet werd in een lettertype met een rare eigenschap: de hoofdletters zijn kleiner dan de gewone hoge letters, zoals de “h”, wat bij momenten lichte irritatie opwekt. Als voorbeeld geef ik even het meest voorkomende geval mee: zo staat er constant “thomas” te lezen in plaats van het meergenormaliseerde “Thomas”

Met Advocaat van de waarheid bewijst nieuwkomer Adriaan Bos dat hij de kunst van het schrijven machtig is. Alleen slaagt hij er nog niet in het kwalitatieve niveau te handhaven tot aan de laatste bladzijde, waardoor hij compleet de mist ingaat. Hopelijk zijn de drieënnegentig investeerders niet zo ontgoocheld als ondergetekende.

Het definitieve verdict: 5/10


EOB.JPG


04-05-12

EGELAND Tom - Het einde van de cirkel

 

ethevdc.jpg

De eerste zin:
Laat die middag toen Grethe doodging, begon het te regenen.

De korte inhoud
In een eeuwenoud Noors klooster wordt een sensationele archeologische vondst gedaan – een relikwiekistje waarvan de inhoud de wereldgeschiedenis zou kunnen veranderen. Een geheime orde probeert het kistje in handen te krijgen. Daarom wil de archeoloog Bjorn Belto weten wat er zo bijzonder aan de vondst is. In wetenschappelijke kringen gat men ervan uit dat er zich vroegchristelijke documenten in bevinden en mogelijk zelfs het Q-evangelie, met citaten van Jezus, dat de bron is van de latere evangelies van Matteüs en Lucas. Beltos zoektocht brengt hem via Londen naar het Midden-Oosten. En vandaar voor de apotheose naar een kruisvaarderskasteel in het Franse dorpje Rennes-le-Château.



Het volledige rapport
De Noor Tom Egeland werd drieënvijftig jaar geleden geboren in Oslo, waar hij nu nog altijd woont met vrouw en kinderen. Na een carrière in de journalistiek, gaat hij sinds 2006 als voltijds auteur door het leven.

Hij debuteerde op het eind van de jaren tachtig met een horrorroman, maar al snel schakelde hij over op spannende boeken. Het einde van de cirkel verscheen in 2001, maar de vertalingen kwamen er pas, in het spoor van het succes van David Browns De Da Vinci code, dat in 2003 verscheen. De Nederlandse vertaling van Egelands werk stamt uit 2005. De auteur zelf weet als de beste dat hij zijn internationale succes te danken heeft aan zijn Amerikaanse collega. Hij beseft die schatplichtigheid zo goed dat hij er zelfs een groot deel van zijn zeventien pagina’s tellende nawoord aan besteedt.

Het einde van de cirkel is het eerste boek met de albino archeoloog Bjorn Belto in de hoofdrol. Tijdens een archeologische opgraving, waar Bjorn als opzichter in naam van de Noorse staat het goede verloop moet waarborgen, wordt een spectaculaire vondst gedaan. Als de Britse archeoloog die de opgraving leidt na die vondst zowat alle ter zake doende regels en werkwijzen aan zijn laars lapt en de vondst meteen meeneemt, besluit Bjorn het zaakje tot op de bodem uit te zoeken. Groot is zijn verbazing als blijkt dat hij de enige is die aanstoot neemt aan het vreemde gedrag van de alom gerespecteerde Graham Llyleworth. Maar als een pitbull bijt hij zich vast in de zaak waarin niet alleen niets is wat het lijkt maar die ook raakpunten heeft met de dood van zijn vader, decennia geleden.

In de eerder vernoemde epiloog maakt Tom Egeland het de recensent trouwens gemakkelijk door zijn boek te typeren als een niet al te enerverend boek over een raadsel en het te omschrijven als een misdaadroman zonder misdaad. En daarmee is zowat alles gezegd.
Het verhaal, dat verteld wordt in een ik-vorm, vangt nogal verwarrend aan, doordat de auteur slecht enkele stukjes uit het verleden aanreikt, afgewisseld met eentje uit de toekomst., terwijl de verbanden tussen al deze brokjes informatie slechts met mondjesmaat vrijgegeven worden. Eenmaal het verhaal op kruissnelheid gekomen is, blijkt dat het bijlange na niet spannend genoeg is om de lezer nieuwsgierig op het puntje van zijn stoel te krijgen. Achteraf beschouwd had het allemaal wat korter gekund, want een inleiding van zowat tweehonderdvijftig bladzijden is lang, zelfs naar Scandinavische maatstaven. Daarna volgt een spervuur van theorieën waarvan sommige zo absurd zijn dat ze de geloofwaardigheid van de andere – en bij uitbreiding van het hele boek - in vraag stellen.

Nog nooit was en boek zo dichtbevolkt met archeologen, die allemaal volgens het cliché van de reli-thriller op zoek zijn naar het geheimzinnige manuscript Q, dat de fundamenten van het Christendom zou kunnen onderuithalen indien het in de verkeerde handen valt. Tom Egeland bedacht deze plot misschien wel als eerste; ondertussen is de herkenbaarheid zo groot dat het “Oh nee, hier gaan we weer”-gevoel instantiné komt opzetten.

Tussendoor blijft het wel genieten van Egelands superieure subtiele humor waarmee hij het verhaal doorspekt en staan we sprakeloos over de doeltreffende typeringen waarmee hij de Noorse nuchterheid laat duelleren met het Brits flegma en superioriteitsgevoel. Maar dit kan het boek natuurlijk niet redden.

Na beide boeken gelezen te hebben, is het niet verbazend dat Dan Brown de kans kreeg om de wereld aan het lezen te zetten. En waarom Het einde van de cirkel daar twee jaar eerder niet in slaagde: de wereld zat – en zit nog altijd - niet te wachten op niet al te enerverend boek over een raadsel.

Het definitieve verdict:
5/10

EOB.JPG


10-04-12

VANROY Berthilde - De tempel van de 9 kamers

 

vbdtvd9k.jpg

De eerste zin:
Het was nog vroeg in de ochtend, maar toch deed de zon het asfalt van de snelweg al baden in een gouden gloed.

De korte inhoud
Christine en David zijn aantrekkelijke twintigers en vormen een gelukkig stel. Ze wonen zes jaar samen en leiden een zeer comfortabel leven, dankzij het riante inkomen van David, die in de succesvolle multinational van zijn familie werkt. Alles lijkt perfect en niets schijnt hun eeuwige geluk in de weg te staan. Maar daarin komt plots verandering. Wanneer ze trouwplannen maken, overrompelt David zijn geliefde met een bizarre voorwaarde voor hij zijn jawoord wil geven. Christine voelt de grond onder haar voeten wegzakken en ziet haar droomleven in rook opgaan. Eerst wil ze niet op Davids eis ingaan, dan doet ze het toch en ontdekt een verborgen kant van haar seksuele beleving. Maar op een bizarre manier komt ze zo in de macht van een uiterst gevaarlijke lustmoordenaar…


Het volledige rapport
De uit Zonhoven afkomstige Berthilde Vanroy leefde een leven vol luxe en mannen. Maar toen ze naar eigen zeggen besefte dat een overvloed aan weelde niet gelijkstaat met geluk trok ze zich terug om dat geluk te zoeken. En blijkbaar draagt boeken schrijven daartoe bij, want na het esoterisch getinte De formule voor geluk en de autobiografisch geïnspireerde roman Verstrikt en verlost brengt ze nu met De tempel van de 9 kamers een erotische thriller op de markt.

Hierin maken we kennis met Christine en David; een verliefd koppeltje dat aan trouwen denkt. Maar vooraleer het zover kan komen moet David haar bekennen dat hij behoort tot de eeuwenoude sekte Hieros Gamos en dat hij enkel met haar in het huwelijk kan treden nadat zij de negendaagse inwijdingsceremonie heeft doorlopen. Een protocol dat haar niet alleen een verruimd inzicht geeft omtrent haar seksuele beleving, maar haar ook onbedoeld in het vizier brengt van een lustmoordenaar.


Net geen tien jaar nadat Dan Brown met zijn De Da Vinci code de hype van de reli-thriller startte, en eveneens een aantal jaren na het uitdoven van die stroming komt Berthilde Vanroy op de proppen met een soortgelijk werk, dat overgoten werd met een royale laag seks en erotiek. Een te royale laag misschien, want zelfs het hoofdpersonage laat zich ontvallen dat ze op een gegeven moment geen geslachtsorgaan meer kon zien.

Dertig jaar geleden, in mijn pubertijd, had ik dit boek wellicht met veel belangstelling en rode oortjes verslonden. Maar een volwassene kijkt verder dan de dans der naakte lichamen en stelt vast dat De tempel van de 9 kamers vooral opgebouwd is uit clichés: naast de oogverblindend mooie vrouwen die meer tijd naakt doorbrengen dan gekleed en de mannen met gigantische penissen die bijna constant in de houding staan is bij voorbeeld ook het obligate mysterieuze document aanwezig dat het einde van een tijdperk zal inluiden als het wereldkundig gemaakt wordt.

De snoodaard van dienst noemt zichzelf Gehelvanuw. En ondanks een andere naamsverklaring in het boek is het meteen duidelijk dat dit een doorzichtig anagram is van de Brugse pedofiele bisschop Roger Vangheluwe. Het hele spannende draadje is er trouwens met de haren bijgesleept en voelt als een schaamlapje voor het vele naakt in het boek.

De tempel van de 9 kamers is een opvallende verschijning tussen de veelheid aan politieverhalen en detectives. Dat is dan ook het enige recht van bestaan, want na weging werd het veel te licht bevonden om potten te breken in de wereld van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


25-07-11

LAURYSSENS Stan - Dromen zijn bedrog

 

lsdzb.jpg

 

De eerste zin
Donkerte.

De korte inhoud
Sofie Simoens worstelt met zichzelf. Haar leven als nieuwe commissaris van de moordbrigade is niet voor de poes. Vooral de kwade geesten in haar eigen hoofd spelen haar parten. Niet te verwonderen dat het akelig stil is in de stad aan de stroom waar de regen natter en kouder is dan elders in het land.


Het volledige rapport
De geboren en getogen Antwerpenaar Stan Lauryssens zag vijfenzestig jaar geleden het levenslicht. Na een levensloop die een thriller waardig is, publiceerde deze markante figuur met Dromen zijn bedrog dit jaar zijn tiende spannende verhaal rond de speurders van de moordbrigade van de Gerechtelijke politie in zijn geboortestad.

Dromen zijn bedrog begint met de moord op een imam in de Antwerpse moslimgemeenschap. Het onderzoek van commissaris Sofie Simoens en haar jongens naar de motieven van deze op het eerste zicht onbegrijpelijke daad legt verbanden bloot met extreme moslimgroeperingen wiens acties België in staat van beleg brengen. Maar Sofie heeft problemen om haar volle aandacht op het onderzoek te richten, want nu ze als hoofd van de afdeling fungeert, beginnen de duivels in haar hoofd zich ook te roeren. Zal ze erin slagen schoon schip te maken op beide fronten?

Moslimterrorisme is een dankbaar onderwerp voor het enfant terrible van de Vlaamse misdaadauteurs. Hieromtrent kan Stan Lauryssens in zijn typische directe en plastische stijl al zijn duivels ontbinden en alle populistische vooroordelen die Jan met de pet heeft tegenover deze allochtonen ongebreideld spuien. Het siert de man dat hij de verloedering van de stad aan de stroom wil onder de aandacht brengen, maar of dit de beste manier is waarop het moet gebeuren, mag in best in twijfel getrokken worden: Het lijkt wel alsof het amper uitgewerkte spannende draadje in Dromen zijn bedrog enkel een excuus vormt om racisme en seksisme af te wisselen met belegen grappen van bedenkelijk allooi.

Zo gaat er achter de overigens zeer stijlvolle cover slechts een flinterdun politieverhaal schuil dat door een overvloed aan faits divers en weinig ter zake doende bladvulling, een zeer ongestructureerde indruk geeft.

Er zal wellicht wel een publiek bestaan voor dit soort lectuur, want anders lijkt het mij onmogelijk om tien boeken te kunnen publiceren bij eenzelfde uitgeverij. Misschien is het koren op de molen van de onderlaag van de bevolking die al zijn vooroordelen zwart op wit bevestigd ziet. Of misschien moeten extreemrechtse groeperingen de voorraad maar opkopen en verdelen onder hun militanten. Feit is dat kwalitatief gezien Dromen zijn bedrog onder de maat blijft.

Het definitieve verdict: 4/10 

EOB.JPG

 

18-07-11

ADLER-OLSEN Jussi - De noodkreet in de fles

 

aojdnidf.jpg

 

De eerste zin:
Het was de derde ochtend, en de geur van teer en zeewier was in hun kleren gaan zitten.

De korte inhoud

Afdeling Q werkt aan de oplossing van een reeks myserieuze branden, maar krijgt dan de melding van Schotse collega’s dat ze een flesje hebben gevonden. Dit bevat een stukjes papier dat met bloed is beschreven en slechts gedeeldelijk te lezen is. Langzaam maar zeker weten brigadier Morck en zijn assistent Assad het bericht te duiden: het is een in 1996 geschreven schreeuw om hulp in verband met de ontvoering en verdwijning van twee jongens. Morck en Assad raken op deze manier betrokken bij een gruwelijke zaak van verdwenen kinderen die door hun ouders nooit als vermist zijn opgegeven.


Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen leverde met Dossier 64 net het vierde deel af in de Serie Q, over de politieafdeling die oude onopgelost zaken een tweede leven geven. Ook zijn in de schaduw van het succes van deze reeks, de twee eerder vertaalde opzichzelf staande boeken Het alfabethuis en De bedrijfsterrorist weer op de markt gebracht. Zo blijft enkel Washington dekretet nog onvertaald naar het Nederlands.

De noodkreet in de fles is na De vrouw in de kooi en De fazantenmoordenaars het derde boek met Carl Morck en zijn team in de hoofdrol. Hierin belandt een roep om hulp in een glazen flacon na vele omzwervingen een op het bureau van Carl. Zijn assistenten raken meteen in de ban van deze met bloed geschreven boodschap en hun enhousiasme sleurt Carl mee in hun jacht op een gruwelijke afperser en moordenaar die al jaren ongestoord zijn gangen kon gaan op het hele Deense grondgebied.

Dat Jussi Adler-Olsen de kunst van het schrijven als geen ander beheerst, bewees hij al met de eerdere delen in deze reeks. Deze keer heeft hij ook nog eens een zeer sterk verhaal bedacht over een misdadiger die gladder lijkt dan een paling, makkelijker van identiteit verandert dan een kameleon van kleur en als geen ander de zwakkes van zijn medemens weet uit te buiten. Een perfecte slechterik dus, die tot ieders verbazing de toets der geloofwaardigheid makkelijk doorstaat, en die in schril contrast staat met de plantrekkende underdog die Carl Morck is.

De enige vraagtekens die bij dit verhaal geplaatst kunnen worden, betreffen de toch wel bizarre verhaalllijn die zich rondom Carls secretaresse Rose ontwikkelt. Maar de impact ervan is bij lange na niet groot genoeg genoeg om noemenswaardige schade toe te brengen aan et geheel.

Na De vrouw in de kooi levert Jussi Adler-Olsen met De noodkreet in de fles een tweede hoogtepunt af in deze reeks, die blijft boeien.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


15-07-11

YOUNG Robyn - Ridder

 

yrrvdt.jpg

 

De eerste zin:
De hoge allesoverheersende zon kroop naar het zenit en veranderde de donkere okerkleur van de woestijn in het wit van vervleekte botten.

De korte inhoud
.
Will Campbell is de zoon van een ridder van de Orde van de Tempeliers. Voordat hij zelf toe mag treden tot de Tempel wacht hem een lange en zware beproeving als leerling van de strenge Sir Everard. Terwijl hij probeert te overleven in de harde leerschool van de Tempel wordt Will geconfronteerd met een gevaarlijk mysterie rond Everard en zijn verboden gevoelens voor Elwen, de onafhankelijke jonge vrouw die hij maar niet uit zijn hoofd kan zetten.
Ondertussen groeit in het Oosten de macht van de voormalige slaaf Baibars. Deze meedogenloze krijger en briljante strateeg is de grootste generaal van zijn tijd  en heeft maar één doel: hij zal niet rusten tot zijn volk is bevrijd van de Europese bezetters van zijn thuisland.


Het volledige rapport.
Hoewel de Britse Robyn Young amper eenendertig jaar oud was toen ze met Ridder (van de tempeliers) debuteerde, was ze al zowat zeven jaar aan het schaven aan dit boek, dat het eerste deel is van deze Middeleeuwse trilogie, waarin de kruistochten en rol van de tempeliers erin, centraal staan. De andere boeken uit de reeks kregen de titels Kruistocht en Requiem mee.

Tegen een historische correcte achtergrond tekent de auteur het fictieve verhaal van Will Campbell vanaf zijn opleiding tot tempelier in Londen tot aan zijn eerste kennismaking met Heilige Land. Zo bestrijkt Ridder de periode van september 1260 tot mei 1272. Naast de ontertussen al tot vervelens toe herkauwde westerse visie op deze periode van de geschiedenis, weet Robyn Young zich van de anderen te onderscheiden door eveneens veel tijd te spenderen aan het standpunt van de Arabische wereld.Door de ogen van een van de meest gevreesde en populaire Egyptische sultan Baibars, wordt de lezer ingewijd in een compleet tegengestelde kijk op de kruistochten, dan deze welke ons onder invloed van de katholieke kerk met de paplepel ingegeven werd. Deze dubbele kijk op dezelfde feiten levert een pareltje van historische faction op, waardoor jammer genoeg een fictief verhaaltje geweven wordt zoals er al tientallen geschreven werden: deze keer is het onderwerp van conflict een boek dat de tempeliers ten gronde kan richten, en dat de vijanden van de orde maar al te graag openbaar willen maken

Robyn Young slaagt erin de feiten op een zeer aangename wijze aan te brengen, zonder ook maar ergens de belerende weg in te slaan. Enkel het middenstuk, dat zich in Parijs afspeelt, is te landradig, maar later krert het verhaal zich weer op kruissnelheid, waardoor de vijfhondervijfenzestig bladzijden licht verteerbaar zijn en vlot omgedraaid kunnen worden.

Ridder is een zeer geloofwaardige historische roman, maar de auteur had beter evenveel werk gestoken in het ontwikkelen van de spannende draad als in haar research. Toch is dit boek verplichte literatuur voor alle liefhebbers van boeken over Tempeliers en de Middeleeuwen, want ze zullen er niet alleen veel van opsteken, maar Robyn Young brengt het ook nog eens op een aangename wijze.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


18-05-11

GERRITSEN Tess - Sneeuwval

 

gts.jpg

 

De eerste alinea:
Zij was de uitverkorene.

De korte inhoud
Nadat patholoog-anatoom Maura Isles een medisch congres in Wyoming heeft bezocht, gaat ze samen met vrienden skiën. Maar hun auto komt in de bergen vast te zitten in de sneeuw, zonder dat er hulp in zich is. Als de nacht valt, zoekt de groep tijdens een sneeuwstorm haar toevlucht in het afgelegen dorp Kingdom Come. Daar lijkt iets ergs te zijn gebeurd: in twaalf griezelig identieke huizen staat het eten onaangeroerd op tafel en staan de auto’s nog in de garages. De bewoners van Kingdom Come lijken in rook opgegaan. Maar voetstappen in de sneeuw verraden dat iemand Maura en haar vrienden bespioneert. Een week later krijgt rechercheur Jane Rizzoli in Boston het nieuws dat er in een ravijn in de buurt van Kingdom Come een verkoold lichaam is gevonden…


Het volledige rapport
De Amerikaanse Tess Gerritsen is een van die auteurs die eigenlijk niet meer hoeft voorgesteld te worden. Iedereen kent wellicht het verhaal van de dochter van Chinese immigranten, die haar stethoscoop inruilde voor een pen en die na een aantal boeken waarin romantiek en spanning hand in hand gingen zich uiteindelijk ging toeleggen op volbloed spannende boeken.

Na enkele losse verhalen betekende De chirurg in 2001 het begin van een serie met aanvankelijk rechercheur Jane Rizzoli en later ook patholoog-anatoom Maura Isles. De serie, die ook op televisie een spin-off kreeg, is met Sneeuwval, dat een wel erg minimalistische cover meekreeg, al de achtste aflevering toe.

Hierin trekt Maura Isles met een studiegenoot en een paar van zijn vrienden de bergen voor een weekendje skiën. Maar in afgelegen gebied rijden ze zich vast, en zonder zich op onmiddellijke hulp zoeken ze hulp in de twaalf identieke huizen van het afgelegen dorpje Kingdom Come. De bewoners echter, lijken van het ene moment op het andere opgelost te zijn in het niets. Enkele verse sporen in de sneeuw zijn het enige teken van recente menselijke aanwezigheid. Pas na een week begint Jane Rizzoli zich zorgen te maken over de vermissing van haar vriendin en als ze wat later verneemt dat er een verkoold lichaam gevonden is dat aan de beschrijving van Maura voldoet trekt ze alle registers open…

Sneeuwval is een zeer fris verhaal. Niet alleen letterlijk door titel en situering van het verhaal maar het is vooral een opvallend verhaal in de reeks doordat opzet, thematiek en plot totaal verschillen van alle voorgaande episodes. Natuurlijk zijn alle vertrouwde personages weer van de partij, maar dit boek kan zeker ook gesmaakt worden door lezers die niet vertrouwd zijn met de reeks, waardoor het een ideaal aanpikpunt vormt voor die potentiële nieuwkomers.

In haar vertrouwde aangename stijl van verhalen tekent Tess Gerritsen niet alleen een origineel verhaal met een verrassende uitkomst, maar Sneeuwval lijkt lang op weg om een sleutelroman te worden in de reeks. Maar helemaal op het eind lijkt de auteur het niet over haar hart te krijgen de meeste veranderingen waarop ze zinspeelde rigoreus door te voeren. Zonder afbreuk te doen aan de plot, is het op lange termijn misschien wel een gemiste kans om een nieuw elan te geven aan de avonturen van Maura and Jane ondanks het derde optreden van Anthony Sansone, dat wellicht in de toekomst nog voor verandering zal gaan zorgen.

Met Sneeuwval levert Tess Gerritsen een origineel werkstuk af over vriendschap, liefde, sektes en verantwoordelijkheid waarbij ze er voordurend over waakt niet te vervallen in clichés, en dat nog doorspekt wordt met een meer dan aanvaardbare spannende verhaallijn, die de lezer heel de rit op het puntje van zijn stoel houdt.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


21:22 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: gerritsen_tess, vertaald, usa, 8, avontuur, policier, religieus, whodunit, serie |  Facebook |

05-05-11

OTTEN Almar - De afstammeling

 

oada.jpg

 

De eerste zin:
Het intense licht van de ondergaande zon zet het slagveld in lichterlaaie.

De korte inhoud

Nooit vertelde historica Lineke Tesenga iemand over die ene ochtend. Ze betrapte haar vriend Berend, een gepassioneerd amateur-archeoloog, terwijl hij in haar kelder iets inmetselde. Kort daarop stierf hij bij een onverklaarbaar auto-ongeluk. Nu wil Lineke nog maar één ding: de waarheid achterhalen.
Joris Dumbar doet tijdens zijn promotieonderzoek in Utrecht een opzienbarende vondst: een onbekend en eeuwenoud manuscript. Het beschrijft de reis van de missionaris Lebuïnus, die in de achtste eeuw in Deventer leefde. Wanneer Joris’ flat overhoop wordt gehaald, beseft hij dat hij iets bijzonders en gevaarlijks op het spoor is. Iets wat iemand tot elke prijs wil hebben..
Op zoek naar antwoorden vlucht hij naar Deventer: de bron van het verhaal. Daar ontmoet hij Lineke en samen doen ze een ontdekking die de Nederlandse geschiedenis op zijn kop zet.


Het volledige rapport..
Na zijn studies hydrologie lokte een baan Almar Otten naar Deventer waar hij zich met vrouw en twee dochters ondertussen meer dan thuis voelt. Na zijn dagtaak als milieuambtenaar bij het gemeentebestuur, vult hij zijn vrije tijd sinds de geboorte van zijn eerste dochter met het schrijven van spannende boeken.

Zo werkt hij al een aantal jaren aan de serie De zeven Deventer moordzaken, waarvan tot op heden al vier episodes verschenen bij Artnik. Deel vier , Lied van angst, haalde verleden jaar zelfs een nominatie voor De diamanten kogel binnen. En nu ligt het door Sijthoff gepubliceerde De afstammeling in de winkels. Hoewel hij zijn vaste personages even terzijde schuift, houdt hij ook in dit boek vast aan Deventer als plaats van gebeuren.

Als de Utrechtse promovendus Joris Dumbar, die onderzoek doet naar de kerstening van de Saksen in de tweede helft van de achtste eeuw totaal onverwacht zijn ontslag krijgt zonder een aanvaardbare reden, vermoed hij dat een ontdekking tijdens zijn onderzoek wel eens deze echte reden kan zijn. Hij besluit een en ander uit te zoeken en trekt naar Deventer waar hij kennis maakt met Lineke Tesinga, de beheerder van de middeleeuwse boeken in de stads- en Athenaeumbibliotheek. Haar wereld staat, sinds de dood van haar vriend, drie jaar geleden stil en besluit, onder de indruk van Joris’ enthousiasme, definitief uit te zoeken waarom de door van haar vriend tegelijk een pijnlijke breuk met haar schoonmoeder in spe teweeg bracht. Samen duiken ze in het verleden en doen ze een waardevolle ontdekking

Almar Otten heeft een zeer aangenaam lezende schrijfstijl die net zo goed binnen loopt als pils. Hij vertelt zijn verhaal in de derde persoon enkelvoud en leidt ondertussen de lezer quasi ongemerkt langs de mooiste plekjes van zijn geliefde Deventer, één van de oudste steden van Nederland.

De auteur brengt zijn verhaal, vertrekkend van een degelijk gecomponeerde plot, op zeer onderhoudende wijze, waarbij hij de inspiratie onder andere haalde uit de historische boeken van de streek die zijn vader publiceerde.

De geloofwaardigheid van De afstammeling heeft wat te lijden onder het gemak waarmee mensen straffeloos uit de weg geruimd worden, maar is voor een boek in dit subgenre nog ruim aanvaardbaar. De wetenschappelijke en historische insteek draagt hier zeker toe bij.

Ook tekent Almar Otten zijn hoofdpersonages met veel oog voor detail, maar soms worden ze verplicht om net iets boven hun kunnen te acteren, waardoor het karakter en de daden van die protagonisten niet altijd in elkaars lijn liggen. Jammer genoeg moet ook worden vastgesteld dat de figuren die de grote bijrollen vertolken amper tot leven komen.

Met De afstammeling brengt Almar Otten een meer dan aardige variatie op de relithriller, die eens niet de katholieke kerk maar het gedachtegoed van de Saksen als thema en rode draad gebruikt.

Het definitieve verdict: 7/10


EOB.JPG


25-04-11

JACOBS Paul - De rode badkuip

 

jpdrb.jpg

De eerste zin:
Dominee Edward Louks zette zijn ruitenwissers uit en stapte uit zijn witte Chevy op de schaars verlichte parking achter het Sunny Side Up-hotel in L.A., aan de oude, verkommerde kant van de sporthaven Marina del Rey.

De korte inhoud

Als de eigenzinnige filosofiestudente Ellen Rademakers onverwacht een fortuin erft, is daar één merkwaardige voorwaarde aan verbonden. Overmoedig neemt ze de uitdaging aan en gaat op zoek naar het grootste geheim dat de mensheid sinds haar ontstaan heeft beziggehouden.
Met de hulp van de cynische tv-reporter Tom Breens van het populaire programma De ongelovige Thomas, vertrekt ze op een avontuurlijke en spirituele reis die haar van Antwerpen, via Haspengouw naar de steile krijtrotsen van de Normandische kust zal voeren, en naar verzwegen episodes uit haar verleden.
Maar niet iedereen is blij met haar sensationele ontdekkingen.


Het volledige rapport
De Vlaming Paul Jacobs begon begin jaren zeventig aan een loopbaan bij de toenmalige BRT – nu VRT, waar hij actief was als tekstschrijver, producer en interviewer. Tot zijn bekendste creaties behoren, naast de legendarische IQ quiz, vooral programma’s waarin vooral taalgevoel en humor centraal staan, zoals De taalstrijd, De tekstbaronnen en De rechtvaardige rechters. Daarnaast schreef hij scenario’s, columns en menig boek in verscheidene genres. Na de eeuwwisseling verliet de man de openbare omroep om zich volledig te concentreren op zijn carrière als auteur.

Zo publiceerde hij in 2008 met De rode badkuip, zijn eerste misdaadroman, waarin televisiemaker Thomas Breens de hoofdrol toebedeeld kreeg. Ondertussen is deel vier van deze serie al in voorbereiding.

In deze schattenjacht met esoterische en astrologische trekjes krijgt de jonge Antwerpse Ellen Rademakers onverwacht te horen dat ze de enige erfgename is van haar vroegere buurvrouw; maar slechts op voorwaarde dat ze op zoek gaat naar de zin van het leven. Samen met kritische Thomas trekt ze erop uit. Maar de zoektocht in verleden en heden blijkt gevaarlijker dan zich op het eerste zicht laat blijken, want zij zijn niet de enige geïnteresseerden en die tegenstanders gaan heel wat meedogenlozer te werk dan Ellen en Thomas.

Met de keuze van zijn hoofdfiguren zit de auteur ook recht in de roos, want ze zijn complementair: aan de ene kant is er Thomas, de door de wol geverfde, met twee voeten op de grond staande man, die alles wat niet wetenschappelijk vaststaat quasi automatisch als larie beschouwt, en die via zijn job als maker van televisieprogramma’s als een mooi klankbord fungeert waarlangs de auteur zijn anekdotes, weetjes en frustraties over het vak kwijt kan. Aan de andere kant is er de jonge, onervaren, beïnvloedbare filosofe Ellen, die toch telkens haar zin weet door te drijven.

Dit zorgt ervoor dat de lezer zich al snel comfortabel voelt en zich laat opslokken door de plot, die zich getoetst tegen de normen van de geloofwaardigheid amper weer te handhaven, doordat deze variatie op het aloude thema van de jacht van de goeden en de slechten op eenzelfde gegeven, nogal vergezocht lijkt en een steeds buitenproportionelere omvang aanneemt naarmate de ontknoping nadert. Maar zoals al gezegd, de auteur weet zijn publiek zodanig te manipuleren dat het tijdens het lezen totaal niet stoort. De twijfels komen pas achteraf.

Veel wordt weer goed gemaakt door de locaties in De rode badkuip gebruikt worden: beginnend in het statige Antwerpen wordt via een Haspengouws klooster en een Oost-Vlaams kasteeldomein toegewerkt naar een gewelddadige ontknoping aan de idyllische Normandische kust.

Paul Jacobs laat met De rode badkuip een frisse wind waaien in het land van het spannende boek. Het begint al met de voor thrillers atypische titel, die niet enkel de lezer nieuwsgierig maakt, maar zelfs een link heeft met het verhaal. Tevens hanteert hij een luchtige stijl van vertellen, die van het lezen een zeer aangename bezigheid maakt. En met zijn originele invalshoek heeft de auteur van meet af aan zijn bestaansrecht geclaimd.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG

17-04-11

BERNAUW Patrick & COPPENS Philip - De paus van Satan

 

bpcpdpvs.jpg

 

De eerste zin:
Het was in het jaar 1888 dat ik de geforceerde banaliteiten en de rigide structuren van de roman voorgoed en bewust inruilde voor een eigen vorm van geschiedschrijving, die geen behoefte had aan een begin, een midden en een slot waarin alles netjes werd verklaard.

De korte inhoud

De negentiende-eeuwse auteur Joris-Karl Huysmans werkt eigenlijk voor de Franse geheime dienst. Huysmans infiltreert in het satanistische milieu van Parijs en komt er op het spoor van de paus van Satan. Deze oppersatanist, die de komst van de antichrist moet voorbereiden, blijkt niemand minder te zijn dan de kapelaan van de Basiliek van het Heilig Bloed in Brugge, Louis Van Haecke. En zo belandt Huysmans in Bruges-la-morte, de stad die door de Tempeliers ooit was voorbestemd om het Jeruzalem van het Westen te worden.
Huysmans schrijft een opheffende roman over zijn afdaling in een zwartmagische onderwereld, Là-bas. Maar daardoor raakt hij ook betrokken in een ware Oorlog der Magiërs en komt hij terecht in een occult wespennest, waarin figuren als Nostradamus en Jack the Ripper een rol hebben gespeeld.
Huysmans ontdekt dat het geheim rond de afstammelingen van Jezus Christus en Maria Magdalena niet zou worden bewaard in Rennes-le-Château, in het zonnige zuiden van Frankrijk, maar een heel stuk noordelijker: in Brugge en in Orval.



Het volledige rapport..
De Aalsterse auteur Patrick Bernauw is tegenwoordig vooral aan de slag als bedenker en producent van teambuilding activiteiten. Na een afwezigheid van drie jaar ligt nu zijn nieuwste faction verhaal De paus van Satan in de winkelrekken, waarin de Franse ambtenaar Charles-Marie-Georges Huysmans - die vooral onder de naam Joris-Karl Huysmans bekendheid verwierf als auteur – de hoofdrol toebedeeld kreeg.

Volgens het voorwoord benaderde medeauteur Philip Coppens Patrick Bernauw met een document waaruit moet blijken dat Huysmans niet zomaar een ambtenaar was, maar een lid van de Franse geheime dienst. In die hoedanigheid moest hij een waakzame blik houden op de groeiende aandacht voor het satanisme dat sterk aan populariteit won in het Parijs van de late negentiende eeuw. Niet alleen zou dit gegeven aan de basis liggen van diens controversiële roman Là-bas, maar zou het hem op het spoor gezet hebben van een prominent duivelaanbidder die enkel bekend was als de paus van Satan.

Op zich is dit een originele invalshoeks die perspectief biedt, maar jammer genoeg stuurt de auteur zijn hoofdpersonage over dezelfde paden die reeds bewandeld werden in Bernauws boeken Het bloed van het lam en Nostradamus in Orval: de graallegende en de schat van de Tempeliers worden dus gerecycleerd.

Hoewel Philip Coppens als coauteur de cover siert, lijkt de tekst toch volledig van Patrick Bernauws hand, want de stijl ligt volledig in het verlengde van de twee eerder genoemde werken: moeilijk doorploegbare teksten waarbij de meest uiteenlopende feiten worden samengevoegd zonder dat er een coherent geheel ontstaat. Ik kan mij niet van het idee ontdoen dat de auteur enkel voor zichzelf schrijft en niet voor zijn publiek, want veel leesplezier is er aan dit boek niet te beleven. Misschien is De paus van Satan interessant voor lezers die het leven en werk van Huysmans al door en door kennen, maar de modale liefhebber van het spannende boek zal zich al snel afvragen waar de auteur nu eigenlijk naartoe wil en verloren lopen in de denkwereld van de auteur. Ook bevordert het feit dat het boek een afwisseling is van verhalende tekst en uittreksels uit het geheimzinnige document, gestoffeerd met een overvloed aan verklarende voetnoten, het leesplezier niet echt, om het zachtjes uit te drukken.

Dit voor uitgeverij Manteau zeer atypische boek, zou niet misstaan hebben op de verplichte literatuurlijsten uit mijn schooltijd, waardoor mensen eerder afgeschrikt werden om van lezen een hobby te maken in plaats van ervoor warm gemaakt te worden. De paus van Satan is in mijn ogen dan ook een miskleun als spannend boek.


Het definitieve verdict: 3/10

EOB.JPG


20-03-11

BROWN Dan - Het verloren symbool


bdhvs.jpg


De openingszin:
Hoe te sterven, dat is het geheim.

De korte inhoud

Robert Langdon wordt onder valse voorwendselen naar Washington gelokt: het epicentrum van de wereldmacht en de stad met de grootste verborgen geheimen uit de geschiedenis. Zijn goede vriend Peter Solomon, prominent lid van de vrijmetselarij en filantroop, is ontvoerd en verkeert in levensgevaar. Solomons kidnapper wil maar één ding: dat Langdon de codes van het mysterieuze genootschap ontcijfert en de legendarische macht die daardoor vrijkomt overdraagt.
Langdon kan niet anders dan het spel meespelen. Hij krijgt hulp van Katherine, Solomons zus, een vooraanstaand wetenschapper die de kracht van het menselijk denken bestudeert. Lukt het hun de geheimen van Washington te ontraadselen? Want wat hadden de idealen van de geestelijke vader van de Verenigde Staten gemeen met de denkbeelden van de vrijmetselarij? En kan die kennis Solomons leven en het voortbestaan van de wereld veiligstellen?


Het volledige rapport
Er was eens een Amerikaans zanger-pianist, die in afwachting van de grote doorbraak, in zijn onderhoud voorzag door voor de klas te staan. Op een gegeven moment beslist die man om het roer om te gooien en spannende boeken te gaan schrijven. Zijn eerst drie titels verkopen elk minder dan 10000 exemplaren. Zijn vierde boek wordt wel een succes in zijn thuisland en wordt het onderwerp van vertalingen. Ondanks dat het zeer goed onthaald werd bij het publiek breekt het internationaal geen potten. Tot een paar mannen een witte soutane uit Vaticaanstad besluiten een boycot uit te spreken over het boek, waardoor plots iedereen het boek wil hebben er zo maar even meer dan tachtig miljoen exemplaren over de toonbank gaan en het werk zich zelfs comfortabel nestelt in de top tien van de meest verkochte boeken aller tijden. Dit boek – De Da Vinci Code voor wie het nog niet geraden had – maakt van Dan Brown op slag een succesvol schrijver, want nu worden ook zijn ouderen boeken heruitgegeven en in vertaling aangeboden. Maar er moet gewerkt worden aan een opvolger en de druk op de schouders van de auteur is gigantisch. De verschijning ervan wordt keer op keer uitgesteld maar in 2009 – zes jaar na het vorige werk – ligt Het verloren symbool eindelijk in de winkels.

Professor symboliek Robert Langdon is weer van de partij, maar de achtergrond van christelijke invloeden wordt deze keer ingeruild voor deze van de vrijmetselarij. Als Langdon in Washington DC arriveert om op vraag van Peter Somolon een lezing te geven over symboliek, vindt hij er een lege zaal, waar hij verneemt dat Peter werd gekidnapt werd en enkel in leven zal blijven als Robert de geheimen van de vrijmetselarij kan ontrafelen. Robert wil het leven van zijn vriend tot elke prijs redden, maar diens collega-vrijmetselaars zijn een andere mening toegedaan: het geheim van de loge is meer waard dan een mensenleven. In een hectische race tegen de tijd op en in de buurt van de National Mall proberen alle partijen, elk om hun eigen redenen, de kidnapper te ontmaskeren

Het verloren symbool komt traag op gang, maar valt na een tijdje mooi in de plooi van Dan Browns beproefde concept: een spannende race tegen te klok waarbij zij die een geheim willen bewaren en zij die het willen openbaren elkaar naar het leven staan, gesmeerd met een olie van symbolenleer. Jammer genoeg telt het boek zowat dertig bladzijden teveel. Het laatste katern wordt Dan Brown zeurderig en belerend, door steeds zichzelf herhalend toch nog maar eens krampachtig de godsdiensten een schop tegen de schenen te willen verkopen. Het boek had een beter einde verdiend dan deze epiloog die de geloofwaardigheid een serieuze knauw geeft.

Het meest verrassend is eigenlijk dat de auteur erin geslaagd is dit groots opgezette verhaal te vertellen gebruikmakend van een absoluut minimum aan personages die op een minuscule oppervlakte acteren. Acteren, want de opgevoerde personages zijn zo excentriek dat ze nooit echt tot leven komen. Maar dat wordt dan weer gecompenseerd door enkele totaal onverwachte plotwendingen die de lezer telkens injecteren met een nieuwe dosis zin om verder te lezen, wat van Het verloren symbool toch weer een pageturner maakt.

Het moge duidelijk zijn dat Het verloren symbool – hoewel het zeker geen slecht boek is – bijlange niet kan tippen aan De Da Vinci code en Het Bernini mysterie. Ik hoop voor Dan Brown dat hij nu even kan ontsnappen aan de volgspots die hem de laatste jaren gevangen hielden en dat hij nu in alle rust kan werken aan de echte opvolger van zijn mondiale bestseller, want nu was de druk te groot om maximaal te presteren.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


21-07-10

BERNAUW Patrick - Het bloed van het lam

 

bphbvhl.jpg

De eerste alinea
In de nacht van 2 op 3 januari wordt Maarten bruusk gewekt door Bruce Springsteen & The E Street Band. Of beter, door de ringtoneversie van ‘The Rising’, geproduceerd door zijn mobieltje. Het schurende stemgeluid van The Boss moet hij er zelf bij bedenken:

De korte inhoud
In het holst van de nacht wordt Maarten Dejonckheere opgebeld door Lena Christiaenssens. Maarten maakt een tv-documentaire over De Rechtvaardige Rechters, het paneel van het Lam Gods dat in 1934 werd gestolen uit de Sint-Baafskathedraal in Gent. De diefstal bleef onopgelost, maar Lena zegt er meer over te weten. Ook beweert ze op de vlucht te zijn voor haar familie, die al eeuwenlang een geheim genootschap zou leiden rond het Heilig Bloed van Brugge. Is Lena een fantaste? Of is er meer aan de hand?
Geen enkele stad pronkt er zo openlijk mee de enige echte Heilige Graal te bezitten als Brugge. Vlaanderen was dan ook de bakermat van de Orde der Tempeliers, die de behoeders van de Heilige Graal zouden zijn. Precies die Heilige Graal staat centraal in het Lam Gods, waarop ook de Tempeliers een prominente plaats innemen.
Maarten verliest zijn hoofd en hart aan Lena, die hem inwijdt in de geheime leer van haar familie en de waarheid achter de beruchte diefstal. Waarom werd het paneel van de gebroeders Van Eyck gestolen? Waarom wilden de nazi’s het terugvinden? Verbergt het paneel een geheim? Welke rol spelen de Tempeliers? En voor wie of wat is Lena wérkelijk op de vlucht?


Het volledige rapport
De in de Oost-Vlaamse caranavalstad Aalst geboren en nu in Erembodegem wonende Patrick Bernauw is al heel zijn professionele leven bezig met taal en fictie, zowel in geschreven als in gesproken vorm. Sinds 1985 leeft hij van zijn pen, waaruit al romans, toneelstukken scenario’s, hoorspelen, jeugdboeken en thrillers vloeiden.
Momenteel is hij vooral actief als bedenker en organisator van moord- en stadsspelen voor groepen en werkt hij met fotograaf Marc Borms aan een reeks boeken over mysterieus België.

Na een paar op zichzelf staande boeken voor volwassenen verschenen er drie historisch geïnspireerde verhalen met in de hoofdrol Maarten Dejonckheere, die voor een televisiereeks research doet naar mysteries uit de recente geschiedenis. In het eerste deel, Het bloed van het lam, spelen de graallegende en de uit 1934 daterende en nog altijd onopgeloste diefstal van het paneel De Rechtvaardige Rechters dat deel uitmaakt van Het Lam Gods, het meesterwerk van de schilderende broers Van Eyck, een belangrijke rol.

Maarten komt op onorthodoxe wijze in contact met Lena Christiaenssens, die beweert meer informatie te hebben over de beroemdste kunstroof van België. Maar omdat ze het verhaal van bij het begin wil vertellen, neemt ze Maarten mee terug naar de tijd van de kruistochten, Godfried van Bouillon en de Tempeliers, die van Brugge een Jeruzalem van het Westen wilden maken. Ook beweert Lena dat haar familie, die op uitzondering van zichzelf enkel uit mannen bestaan, een eeuwenoud geheim genootschap leiden. Maar Maarten is niet de enige die achter Lena’s informatie aanzit…

Patrick Bernauw is zeer vertrouwd met de geschiedenis van de diefstal van het paneel De Rechtvaardige Rechters: in 1991 publiceerde hij al Mysteries van het Lam Gods, een werk dat hij zelf omschrijft als een non-fictieroman. Het bloed van het lam is een herwerking van dat boek tot spannend verhaal en daarin ligt zowel de kracht als het achilleshiel van dit verhaal: in een poging een coherent verband te leggen tussen Christus, de Tempeliers, satanisme, de graal, de vrijmetselaars, de nazi’s, het Lam gods en het gestolen paneel voorziet hij zijn publiek van een grote hoeveelheid feiten, wetenswaardigheden en al dan niet bekende historische figuren. Veel te veel theorie zo blijkt achteraf, want even over halfweg wordt het de lezer allemaal te veel. Als een domme rekenfout op pagina 210 dan ook nog een deel van de complexe samenzweringstheorieën die de auteur wil uiteenzetten gewoonweg onderuit haalt, is voor de gemiddelde lezer de maat vol. Zelfs de fictieve spannende verhaallijn in het heden, die deze alles overheersende zware les geschiedenis zou moeten verluchten wordt er door versmacht. Enkel de echte fanatiekelingen zullen de egotripperij van deze graal- en Heilig Bloedfanaat tot aan het finale punt weten te appreciëren.

Ergens in het boek laat Patrick Bernauw een personage het volgende declameren over Umberto Eco’s De slinger van Foucault: “Als roman tamelijk mislukt maar voor het overige razend interessant”. Als men het woordje “razend” schrapt is deze oneliner meteen ook van toepassing om Het bloed van het lam, dat veel te zwaar op de maag ligt van de doorsnee liefhebber van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 3/10

EOB.JPG

08-06-10

DE LOOF Mieke - Labyrint van de waan

 
dlmlvdw

De eerste alinea:
De helling was volledig verijsd. Hard, groen ijs overdekt met een dikke laag los, geschilferd ijs. Nergens houvast en tot overmaat van ramp stak er een glaciale wind op.


De korte inhoud:
Wenen 1914. Ksaveri Ignatz, jezuïet en geheim agent, is opgenomen in Steinhof, het meest luxueuze sanatorium van Europa, en weet niet waarom. Beetje bij beetje herinnert hij zich zijn missie. Hij moet de katholieke fundamentalisten de fatale slag toebrengen door in Steinhof documenten van hun geheime genootschap, de Sodalitium Pianum, te stelen. Maar niets is wat het lijkt in Steinhof. Welke experimenten voert dokter Kozlowski in het holst van de nacht uit? Wat drijft dokter Epstein, die zo gepassioneerd is door het anarchisme? En waarom komt Fürstin Elisabeth von Thurn zo vaak de Steinhof Kirche bewonderen?
Hoe dieper Ignatz in het Steinhof-labyrint doordringt, hoe meer hij lijkt te verdwalen.


Het volledige rapport
:
De in Aalst geboren en getogen, maar naar Antwerpen uitgeweken, Mieke De Loof gaf haar professioneel leven in 2000 een andere wending. Ze gaf haar functie als docente filosofie en sociologie op om haar droom te verwezenlijken: schrijfster worden.

In 2004 werd haar spannend debuut Duivels offer meteen bekroond met de Hercule Poirot-prijs. Daarna was het twee jaar wachten op het vervolg, dat de titel Labyrint van de waan meekreeg en waarin hoofdpersonages en setting van het eerste boek werden overgenomen: een nieuwe reeks was geboren met de jezuïet, psychiater en geheim agent Ksaveri Ignatz die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zijn avonturen beleeft in Wenen, een van twee hoofdsteden van de toenmalige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarijë. Recent verscheen het derde deel in de reeks onder de titel Wrede schoonheid.

In zijn rol als geheim agent voor de Jezuïeten, krijgt Ksaveri de opdracht om een eerste stap te zetten die de ondergang van de fundamentalistische tak van de rooms-katholieke kerk moet inluiden. In het luxueuze sanatorium en kuuroord Steinhof moet Ksaveri proberen bezwarende documenten te ontfutselen aan een Belgisch advocaat die behoort tot de fundamentalisten. Maar tijdens zijn verblijf merkt Ignatz op dat een aantal medewerkers, gasten en bezoekers zich vreemd gedragen, wat het uitvoeren van zijn taak er niet makkelijker op maakt.

Dat voor Mieke De Loof taal en stijl primeren op inhoud en spanning is met haar meest recente uitgave Wrede Schoonheid ondertussen iedereen opgevallen. Maar ook voor haar eerder werk gaat deze stelling op. Maar de sterkte van Labyrint van de waan is toch te vinden in een heel ander gegeven: haar keuze om het verhaal grotendeels te beperken in plaats en tijd. De compactheid van de setting die meteen ook het aantal opgevoerde personages limiteert, zorgt voor een degelijke, geconcentreerde basis waarop het verhaal kan geschilderd worden.

Zo geeft ze de lezer een mooie inkijk in het Weense Steinhof: een instelling die zijn primaire reden van bestaan - de behandeling van psychiatrische patiënten – financiert met de royale inkomsten van poepsjieke gezondheidskuren die gericht zijn op de financiële elite van Europa. Maar de auteur beperkt zich niet tot het beschrijven van de luxueueze vakanties waarvan deze rijken daar genieten, maar ze licht eveneens een tipje van de sluier op omtrent het uitproberen van nieuwe behandelingen, en de zucht naar erkenning van het personeel, dat in de voetsporen van hun beroemde land- en tijdgenoot Sigmund Freud wil treden.

Men zou bijna vergeten dat er tussen al deze beschrijvingen door ook nog een spannend verhaal verteld wordt in Labyrint van de waan. Dit vertrekt vanuit een eenvoudig opgezette plot, steekt af en toe de kop op, maar glijdt grotendeels bijna onopgemerkt tot aan een ontknoping die nogal uit de lucht komt te vallen en daarom een beetje beter gemotiveerd had mogen worden, dan nu het geval is.

Al bij al heeft Mieke De Loof het tijdloze thema van de strijd om macht in een originele formule gegoten, gegarneerd met wat grandeur van weleer en er een mooi verteld verhaal van gemaakt.

Het definitieve verdict:6/10


EOB

 

23-05-10

VERSTRAETEN Koen - Het Ibrahim comité

  

vkhic

De eerste alinea
De sluisdeuren van Vancouver Airport schoven open en Harry Witters stapte met zijn gele plastic reiskoffer Canada binnen. In de aankomsthal stond een handvol opgewonden mannen op wacht om een gemeenschappelijke kennis in de armen te sluiten. Twee van hen hielden een bord omhoog met daarop in morsige letters ‘Welcome home honey. We all love ya’. Harry zag haar staan tussen die houthakkershemden. Zij was blond en droeg een grijs colbert boven op een spijkerbroek. Zij was de vrouw van zijn vader.


De korte inhoud:
Achter de vergrendelde deuren van de Sankt Michaelabdij in Siegburg ontmoeten kopstukken van alle religies van de christelijke traditie elkaar. Ze vormen het Ibrahim comité dat twee keer per jaar beraadslaagt over de dreigende beschavingsoorlog tussen de islam en het christendom. Alle aanwezigen hebben trouw gezworen aan de regels van het genootschap. Verraad wordt onverbiddelijk gestraft.
Ondanks de strenge veiligheidsmaatregelen slaagt journalist Harry Witters er in om de abdij binnen te dringen. Harry Witters was tot voor enkele maanden een onbetekenende redacteur bij een advertentieblad. Nu gaat een wereld van intriges, moord en hypocrisie voor hem open. Wat wil de Vaticaanse geheime dienst van hem? Welke rol speelt de vriendin van zijn overleden vader? Harry Witters twijfelt om de waarheid te publiceren. Als de Westerse wereld verneemt wat hij weet, dreigt de ondergang.


Het volledige rapport
:
De Vlaming Koen Verstraeten werkt al jaren als journalist voor de krant Gazet van Antwerpen en woont al drie decennia in Nederland. Met Het Ibrahim comité maakt hij zijn intrede in de wereld van het spannende boek.

Nadat autojournalist
Harry Witters door de Vaticaanse geheime dienst wordt gerecruteerd klimt hij, met de ene na de andere primeur, snel hoger op de ladder van invloedrijke nieuwsjagers. Als de Ufficia Informazione hem de opdracht geeft het Ibrahim comité in diskrediet te brengen, trekt hij naar Siegburg waar de afgevaardigden van alle splintergroepen van het christendom achter gesloten deuren proberen terug te keren naar een eengemaakte godsdienst, om zo sterker te kunnen ageren tegen de opkomst van de islam in de westerse wereld. Maar ook andere invloedrijke groeperingen trekken aan zijn mouw, waardoor Harry begint te twijfelen of het publiceren van zijn artikel wel een verantwoorde beslissing is. Want de gevolgen van deze primeur zouden wel eens ver strekkende gevolgen kunnen hebben.

Het gebeurt niet vaak dat men een auteur ziet groeien naarmate een boek vordert, maar dat is exact waar we hier getuige van zijn: daar waar Het Ibrahim comité nogal aarzelend van start gaat met een sfeertje dat doet denken aan de films True Lies en Mr.& Mrs. Smith groeit het uit tot een echte spionageroman die staat als eens huis en die in Vlaanderen zijn weerga niet kent en die daarenboven origineel uit de hoek komt door niet weer eens Amerikaanse, Britse, Russissche of Israëlische agenten ten tonele te voeren, maar te opteren voor kleinschalige godsdienstige geheime groeperingen, die elk hun steentje willen bijdragen om visie op het christendom proberen te realiseren.

Het gegeven en de uitwerking doet zeer onvlaams aan en de internationale uitstraling wordt versterkt door scenes te situeren in Canada, Siegburg, Vaticaanstad, Peru, Dubai, zonder Brussel en Antwerpen uit het oog te verliezen natuurlijk. Door een groot aantal feiten in het verhaal te verweven, en een paar uiterst verrassende alternatieve waarheden te verkondigen, zorgt Koen Verstraeten voor een hoge mate van herkenbaarheid.

Enkel het feit dat zowat elk personage in het boek geheim agentje speelt en de vriendelijke wijze waarop deze geestelijke varianten van James Bond met elkaar omgaan zorgen voor een opstootje van ongeloofwaardigeid in deze voor het overige fascinerend geschreven machtsstrijd tussen progressieven, conservatieven en anders denkenden: Of hoe tien jaar na Dominique De Rudderes Iedereen beroemd het nu de beurt is aan Koen Verstraetens iedereen spion.

Met Het Ibrahim comité levert Koen Verstraeten een meer dan verdienstelijk debuut af en zadelt hij zichzelf op met een levensgroot probleem: hoe kunnen zijn journalistieke stukken ooit nog vertrouwen wekken bij het lezend publiek, nu er zwart op wit gedrukt staat hoe goed deze man is in het verzinnen van verhalen?


Het definitieve verdict: 7/10

EOB

 

08-05-10

EEKHAUT Guido - Loutering


 

egl

De eerste alinea:
De mist die over de laaggelegen delen van het landschap hing zou niet direct optrekken, maar waarschijnlijk tot de middag blijven hangen. Het was per slot van rekening januari, hartje winter en intens koud. Kouder dan het in deze streken had mogen zijn. De dagen ervoor had het wat gesneeuwd. Niet veel, maar genoeg om alle objecten die aan de elementen waren blootgesteld – bomen, struiken, rotsen – te bedekken met een onregelmatig laagje krakend wit poeder, dat alleen in de verbeelding van optimistische wintersporters voor sneeuw kon doorgaan. Er liepen nog geen sporen over de bodem en er waren in de hele omgeving geen dieren te bekennen. Zelfs de vogels durfden zich niet te vertonen. Omdat het windstil was, bewoog er in het landschap niets. Het was net een immens schilderij van een naargeestige kunstenaar die alleen nog maar zwart, wit, grijs en een beetje bruin op zijn palet had.


De korte inhoud:
Hoofdcommissaris Alexandra Dewaal en inspecteur Walter Eekhaut verlaten na een mysterieus bericht van een informant de achterafstraatjes van Amsterdam en reizen af naar de besneeuwde Ardennen. Daar doen ze op een open plek tussen de bomen een macabere vondst. In een circel staan zeven lange staken waarop zwartgeblakerde lijken zijn vastgeketend. Op de muur van een vervallen hutje aan de rand van de cirkel prijken met bloed geschreven zinnen:

De wereld lijkt eeuwig te duren
Maar het is slechts
De droom van een slaper

Voordat ze kunnen achterhalen wie de daders zijn, volgen er meer moorden van een minstens even huiveringwekkende wreedheid. Aan het tweetal de bijna onmogelijke taak dit buitensporige geweld een halt toe te roepen.


Het volledige rapport
:
De in Leuven geboren en nog steeds an de rand van die stad wonende Guido Eekhaut is heden ten dage professioneel werkzaam bij de Belgische tak van de bank BNP Paribas-Fortis bank.

Na grofweg 25 jaar lang de meest uiteenlopende schrijfsels – van journalistieke stukken, over hoorspelen en fantasyverhalen tot filosofische essays - uit zijn pen vloeiden, hield hij in 2009 met Absint zijn eerste spannende boek boven de doopvont en won er de Hercule Poirot prijs mee. Zowat een jaar later is het tweede boek, Loutering, in de boekhandel verkrijgbaar. Ook deze keer is de plaats van handeling weer Amsterdam en worden de hoofdrollen opgeeist door hoofdcommissaris Alexandra Dewaal en hoofdinspecteur Walter Eekhaut.
Naast deze reeks, heeft de auteur nog twee projecten lopen in het misdaadgenre. Onder het pseudoniem Nellie Mandel publiceert hij policiers die in het verre Canada gesitueerd worden en onder zijn eigen naam verschijnen de boeken van het multimediaal project Wolven, dat verder bestaat uit een speelfilm en een televisieserie.

In Loutering vinden Dewaal en Eekhaut, na een anonieme tip, diep in de Ardennen een verzameling van zeven in een cirkel opgestelde brandstapels, compleet met verkoolde lijken. Voor het onderzoek goed en wel opgestart is, sterven er in Amsterdam ook een aantal mensen door verbranding. Alles wijst op rituele moorden. Maar wie doet zoiets en waarom? Onder steeds toenemende druk probeert het team van Alexandra Dewaal de daders te identificeren en op te pakken.

Met de ingrediënten van Loutering heeft een auteur een ruwe diamant in handen: een internationale connectie; godsdienstige sektes; gruwelijke moorden; echt gebeurde, door iedereen gekende rampen die geïntegreerd kunnen worden ... Schrijvers als Benny Baudewyns zouden staan te springen om een gegeven van dit formaat te mogen bewerken tot een fonkelende steen. Guido Eekhaut heeft ervoor gekozen dit plot uit te werken tot een compact verhaal dat amper zeven dagen overspant en veel bladzijden te vullen met mijmerende personages en breedsprakerigheid. Zo blijft hij vasthouden aan het meermaals, anders geformuleerd, herhalen van dezelfde bedenkingen; feiten en vaststellingen, dat ook zijn vorig boek ontsierde. Hierdoor ontstaat enerzijds een gevoel van oppervlakkigheid en wordt anderzijds ruimte ingepikt die gebruikt kon worden om het verhaal van wat meer diepgang en grootsheid te voorzien.

Veel van de troeven die het plot bevat worden niet uitgespeeld: de internationale connectie loopt er verloren bij; de sekte, het Genootschap van het vuur, wordt nooit geloofwaardig en de connectie met de geschiedenis wordt amper uitgediept. Kortom, de lezer blijft op zijn honger zitten. Zelfs de wijze waarop het boek eindigt, zorgt niet voor de klapper die het had kunnen zijn, omdat de auteur al te vroeg in het verhaal in zijn kaarten laat kijken en een tip van de sluier hieromtrent oplicht. Gelukkig bevat de aanloop tot die ontknoping toch nog een kleine plotwending die de lezer kan verrassen.

Oppervlakkigheid vinden we ook terug in de uittekening van de personages, waarvan de meesten zonder familie door het leven gaan: ofwel zijn alle verwanten dood; ofwel hebben ze gebroken met hun familie. Het spreekt vanzelf dat dit het voor de auteur makkelijker maakt de figuren op papier te zetten, maar de toevallige lezer mist, door deze minimale invulling toch een deel van de achtergrond van de protagonisten. Alle persoonlijke geschiedenissen kwamen natuurlijk wel aan bod in het eerste boek van de reeks, dat dan ook best gelezen wordt vooraleer aan Loutering te beginnen. De vier maanden in Amsterdam hebben van het hoofdpersonage blijkbaar ook een ander mens gemaakt. Niet alleen lijkt hij wel een lammetje geworden, want zijn constante neiging om zich af te zetten tegen alles wat nog maar naar gezag lijkt beperkt zich nu tot zijn gedachten. In tegendeel, het is Alexandra die nu zijn drift heeft overgenomen. Ook is hij stilaan op weg om Pieter Aspes Van In achterna te gaan, want Walter heeft nu ook op tijd een stond wat alcohol nodig om te kunnen functioneren.

Loutering stelt als opvolger van Absint teleur: oeverloze mijmeringen van de personages overheersen wat een degelijk spannend verhaal had kunnen worden, maar het het merendeel van de tijd niet is.

Het definitieve verdict: 4/10


EOB

 

11:06 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: belgie, 4, nederlandstalig, serie, religieus, policier, eekhaut_guido |  Facebook |

02-05-10

GOEKEN Paul - Camouflage

  

gpc

 
De eerste alinea
Het heeft iets onwezenlijks: een op het oog compleet verlaten straat die gevuld wordt met stadsgeluiden. Niets of niemand snoert Madrid de mond, weet hij. Ook geen bommelding.


De korte inhoud:
Op het moment dat de Spaanse regering druk lobbyt om Marokko bij de Europese Unie te krijgen, ontploft er een bom in een winkelcentrum op het eiland Gran Canaria, waarbij tientallen doden vallen. De hulp van de Spaanse geheime dienst wordt ingeroepen. Al snel blijkt dat de gruweldaad het werk is van een aan Al-Qaeda gelieerde Marokkaanse terroristenbeweging.
Alfonso Silva, de leider van Nueve, de elite-eenheid van de geheime dienst, moet alles op alles zetten om een volgende aanslag te voorkomen. Geholpen door een fanatieke club duikers, wordt geprobeerd een groot gevaar af te wenden...



Het volledige rapport
:
Paul Goeken was in een vroeger leven duikinstructeur in Nederland. Op een gegeven moment namen hij en zijn vrouw de beslissing om hun geboortegrond te verlaten en te emigreren naar het Spaanse toeristische eilandje Gran Canaria. Ze baten daar samen een souvenirwinkeltje uit en Paul vond er de rust en de tijd om met het schrijven van spannende verhalen te beginnen. In 2002 debuteerde hij met Hammerhead, en zijn meest recente werk, De oversteek, is ondertussen al twee jaartjes oud. Camouflage, uit 2004, was zijn derde boek, maar het is de eerste episode in de reeks met Nueve commandant Alfonso Silva en zijn decipelen.

Hierin tekent de auteur een groots opgezet decor op het internationale politieke vlak uit om zijn verhaal tegen te projecteren: Spanje probeert op de Europese voorgrond te treden door de paden te effenen om de onderhandelingen betreffende de Marokkaanse toetreding tot de Europese Unie te kunnen opstarten en snel probleemloos af te ronden. Maar natuurlijk heeft dit plan ook tegenstanders, en zij lijken het geweld niet te schuwen: een bomaanslag in toeristische gebied resulteert in tientallen doden en er worden nog meer acties aangekondigd door een Marokkaanse terroristische groepering. De elite-eenheid van de Spaanse geheime dienst, onder leiding van de onkreukbare Alsonso Silva, wordt ingeschakeld om verdere aanslagen te verijdelen. Dit markeert het begin van een race tegen de klok die bij momenten zelfs zeer persoonlijk wordt.

De auteur kan zijn achtergrond niet verloochenen en trouw aan zijn concept zit ook dit boek weer vol onderwateractie. Maar ook op het droge wordt er veelvuldig een robbertje gevochten. Het moge duidelijk zijn: Camouflage is, doordat het tot de nok toe gevuld is met actie, een verhaal geworden in pure Hollywood traditie.

Actie die ook nog eens zeer onderhoudend beschreven wordt. Maar het gaat compleet fout met de stukken die de verschillende scenes met elkaar moeten verbinden: Er is totaal geen samenhang te bespeuren in het boek. Paul Goeken is in het bezit van alle benodigde stukken om een mooi werk te bouwen, maar de wijze waarop hij zijn verhaal construeert zorgt ervoor dat de lijm niet plakt en het boek uiteen valt in een aantal losse fragmenten en verhaallijnen die nooit samenkomen of zelfs gewoon uit de lucht komen te vallen.

En dat is best jammer, want zijn personages zijn figuren waar de lezer zich zich grag mee vereenzelvigt: mensen van vlees en bloed die, als het erop aankomt het hart op de goede plaats hebben. Ook zijn de gebruikte locaties en de duikwereld markant en interessant genoeg om een lezer te binden

Paul Goeken heeft al eerder bewezen dat hij buiten de belopen paden regelmatig opportuniteiten ziet voor interessante verhalen. Alleen met het uitschrijven van zijn ideeën tot volwaardige boeken loopt het in zijn carrière nogal eens mis. Ook met zijn derde boek Camouflage is het spijtig genoeg niet anders.

Het definitieve verdict:
4/10


EOB

 

21-02-10

KINNINGS Max - Claustrofobia

 

 

kmc

De verpakking:
Als deze cover een ding doet, dan is het opvallen: In witte koeien van letters wordt de titel, alle spellingsregels aan de laars lappend, in vier stukken gehakt, uitgesmeerd over het grootste deel van het beschikbare oppervlak. En wat is er mis met “claustrofobie”? Veel blijkbaar, want de uitgever opteerde voor het Engelse “claustrofobia”. Hopelijk denkt de potentiële koper of lezer niet dat het een Engelstalig boek betreft dat verkeerdelijk tussen de Nederlandstalige boeken gelegd werd. Op de overblijvende ruimte worden nog de naam van de auteur en een vrij onopvallende foto van een spoortunnel gepropt, die door het felle licht aan het einde van de tunnel toch iets mysterieus aan de voorpagina toevoegt.. Het geheel is veel te druk, maar je zal er wellicht niet naast kunnen kijken. De invulling van de achterflap is beter geproportioneerd, en evenwichtiger uitgevoerd. Wel is het te betreuren dat de korte inhoud een paar onzorgvuldigheden bevat.

De inhoud:
Tijdens het spitsuur in Londen wordt een overvolle metro gekaapt en tot stilstand gebracht in een van de tunnels die het metrosysteem rijk is. Een groepje christelijke fundamentalisten dreigt de tunnel op te blazen, waardoor die onder water zal komen te staan; een soort massale doopplechtigheid.
De machinist van de trein, George, lijdt – ironisch genoeg voor een metrobestuurder – aan een ernstige vorm van claustrofobie, en het gevoel ondergronds opgesloten te zitten drijft hem zowat tot waanzin.
De kapers hebben een satellietverbinding aangelegd, waardoor honderduizenden kijkers verspreid over de hele wereld de kaping live kunnen volgen via de internationale nieuwszenders. De autoriteiten staan machteloos: met honderden gegijzelden is dit de grootste terroristische dreiging sinds 11 septermber. Als enkele uren later blijkt dat de kapers George’ vrouw en kinderen betrokken hebben bij hun zieke plan, ontstaat een explosieve situatie...


Het rapport
:
De in Oxford verblijvende Brit Max Kinnings werkte vroeger in de muziekindustrie, maar momenteel voorziet hij in het levensonderhoud van zijn gezin met het schrijven van scenario’s en boeken. Ook doceert hij schrijfcursussen aan de de universiteit van Brunel, in de Londense westrand.


In eigen land publiceerde hij begin deze eeuw al twee humoristisch getinte boeken vol actie, maar zijn derde boek ‘Baptism’ raakt maar niet in de winkelrekken, hoewel het in 2008 zelfs op de korte lijst stond van boeken die op het Berlijnse filmfestival voorgesteld zouden worden. Maar dat kon uitgeverij De fontein er niet van weerhouden het boek alvast in Nederlandse vertaling onder de titel Claustrofobia uit te brengen, waardoor het meteen ook het eerste boek van deze auteur is dat we in onze moedertaal kunnen lezen.

In een tijd waarin alle media bol staan met feiten over moslims die het Westen belagen, komt Max Kinnings op de proppen met een terrorist die van mening is dat de katholieke kerk zich tegenwoordig maar karakterloos opstelt, en zich als een mietje gedraagt. Niet dat hij de strijd wil aangaan met de islamieten, maar om, als religies die beide een god aanbidden, verenigd ten strijde te trekken tegen corruptie en hypocratie van de westerse economische mogendheden. En om die boodschap uit te dragen brengt deze man samen met enkele kompanen op een hete zomerochtend een metrostel in een Londense tunnel tot stilstand. Ze dreigen ermee, voor het oog van de wereld, de honderden passagiers aan boord te laten verdrinken in de tunnel. Ondertussen doen de autoriteiten in de persoon van psycholoog en crisisonderhandelaar Ed Mallory er alles aan om in contact te komen met de kapers in de hoop hen op andere gedachten te brengen.

Op zich is dit een origineel gegeven, maar het feit dat de kapers - op een internetconnectie na - geen eisenpakket hebben dat ze graag door de authoriteiten ingewilgd zien, maakt van deze gijzeling maar een doelloze bedoening en catalogiseert dit verhaal meteen bij de pretentieloze “red de onschuldige slachtoffers”-verhalen vol actie waar ze in Hollywood zo gek op zijn: verstand op nul en lezen maar.

En met die instelling is Claustrofobia best een spannend boek waarvan te genieten valt, want dan erger je je niet aan de verschillende manieren waarop van bladvulling bijna een kunst gemaakt wordt. Zo krijgen we in het begin van het boek een pagina’s lange niets ter zake doende uitweiding over het Londense openbaar vervoer; wordt er tot vier keer toe verwezen naar een verjaardagsfeestje bij een kindvriendelijk Italiaans restaurant, alsof dat het hoogtepunt van geluk was in het leven de metrobestuurder en zijn gezin; en wordt van alle passagiers van de laatste wagon een opsomming gegeven van hun naam en de redenen van hun aanwezigheid in het treinstel

Dit laatste draagt er toe bij dat de hoeveelheid opgevoerde personages aanzielijk is, maar gelukkig worden enkelen ervan vrij grappig voorgesteld. Wat te denken van een onderhandelaar die niet functioneert zonder alcohol? Of een pedofiel die zich aansluit bij een kloostergemeenschap (meestal is het andersom)? Of de metrobestuurder met claustrofobie? Om er maar enkele te noemen. Die claustrofobie wordt trouwens feilloos genezen door de gijzelnemer, na wat gezamelijk uitgevoerde ademhalingsoefeningen, om nogmaals te onderstrepen dat dit boek echt alleen maar de bedoeling heeft te entertainen.

Met Claustrofobia heeft Max Kinnings een bijzonder onderhoudend en vlot lezend verhaal geconstrueerd dat zich perfect leent om gelezen te worden ergens op een zonnig strand met een goede cocktail binnen handbereik, maar als de lezer zich wat concentreert of vragen begint te stellen, blijkt al snel dat er toch wel wat tekortkomingen aan de oppervlakte komen en dat de auteur nog een lange weg heeft af te leggen vooraleer hij de toets der kritiek kan doorstaan. Dus herhaal ik het nog maar eens: verstand op nul en genieten maar.

Het verdict: 7/10
 

EOB