03-11-13

PEACE David - 1974

 

pd1974.jpg

Achterop:
De jonge misdaadjournalist Edward Dunford moet voor de Yorkshire Post verslag doen van de bizarre moord op een jong meisje, Clare Kemplay. Op haar levenloze lichaam zijn twee zwanenvleugels vastgenaaid. Hoe meer Dunford zich in de zaak verdiept, hoe meer verbanden hij ziet tussen een serie eerdere kindermoorden. Maar niemand lijkt interesse te hebben in de zaak. Wanneer hij toch besluit op onderzoek uit te gaan, belandt hij in een nachtmerrie van corruptie, geweld, sadisme en seksuele obsessie.

Achteraf:
David Peace is een Brits auteur die zich thuis voelt in Tokio, en die veelal op ware feiten gebaseerde verhalen schrijft. Zo is zijn debuut 1974, het eerste deel van het Red Riding kwartet, een aanklacht tegen de corruptie bij de politie dat verteld wordt tegen een achtergrond van een actieve seriemoordenaar.

’s Mans boeken worden zonder uitzondering de hoogte in geprezen door de mensen uit het vak, waaronder critici en juryleden. Maar ik durf te betwijfelen of de gewone lezer die mening deelt, de summiere, snelle, schrijfstijl lijkt soms meer op een telegram dan op proza, waardoor soms cryptische scenes ontstaan die het zijn publiek moeilijk maken. Zijn halsstarrige weigering ook maar iets uit te leggen maakt het bijna onmogelijk om de gedachtegangen van het hoofdpersonage te volgen.
Daarnaast vraagt de 45-jarige auteur verder ook wat inspanning van zijn clientèle om zich in 1974, het jaar waarin het boek zich afspeelt in de periode die vooraf gaat aan Kerstmis. Want net op die feestdag is alles weer peis en vree.

In een rauw verhaal vol politioneel geweld en corruptie waarin veelvuldig misbruik gemaakt wordt van menselijke uitwerpselen, wordt de moordenaar weliswaar gevonden, maar blijven veel personages met een dubieuze rol slechts gekend bij hun geuzennaam en ontsnappen ze hun straf. Misschien dat boontje nog wel om zijn loontje komt in de volgende delen 1977, 1980 en 1983, maar het zal toch even duren vooraleer ik dit boek, dat in de eerste persoon enkelvoud - beleefd door de ogen van een opkomend misdaadjournalist - verteerd heb en mij aan een volgende werk van zijn hand waag.

Rapport: 5/10

EOB.JPG

 

 

15-08-13

COPPERS Toni - Zwerfvuil

 

ctz.jpg

 

De eerste zin:
In de nacht dat Liese Meerhout voor het eerst in lange tijd weer droomde, gebeurden er twee moorden.

De korte inhoud
In een gure nacht worden in Antwerpen een zwerver en een drugsverslaafde vermoord. Getuigen hebben een grote, zwarte gedaante in een cape zien vluchten van de plaats van de misdaad.
De kranten hebben al snel een vette kluif aan de ongrijpbare ‘Schim’, maar commissaris Liese Meerhout heeft genoeg van aan haar eigen demonen om ook nog in spoken te geloven. Nadat haar relatie op de klippen is gelopen, heeft ze overplaatsing gevraagd naar de Antwerpse moordbrigade. Ze moet nog wennen aan haar nieuwe stad en haar nieuwe leven. Als Liese zich vastbijt in een van de onderzoeken – de moord op een zwerver met een nogal duister verleden – gebeuren er vreemde dingen. Er valt een volgend slachtoffer, een mooie Sloveense die haar eigen erotische website had. En Liese merkt dat ze gevolgd en bespied wordt.
De Schim heeft haar in zijn vizier genomen.



Het volledige rapport
De Vlaamse reisjournalist Toni Coppers zette zijn eerste stappen als fictieauteur met Dixit en Heilige nachten, twee bijzonder geslaagde verhalen die drijven op humor. In 2008 maakte hij met Niets is ooit de overstap naar de misdaadliteratuur. Dit is het begin van een serie rond het, zich steevast op een Vespa verplaatsende, aimabele personage Liese Meerhout, inspecteur bij de politie van Brussel. Aanvankelijk hield ze zich bezig met kunstcriminaliteit. Later maakte ze promotie en stapte ze over naar de moordbrigade van de Belgische hoofdstad. Na – in Stil Bloed – een intermezzo in de badstad Oostende, maakt ze komaf met haar verleden en reist ze in Zwerfvuil haar geestelijke vader achterna om zich ook in Antwerpen vestigen.


In dit zesde deel krijgt ze twee bizarre moorden op haar professionele bord: de zaken van een levenloze zwerver en een dode drugsverslaafde worden enkel verbonden door getuigenissen dat een schim, die welk erg veel wegheeft van het Harry Potter-personage Malfidus, op beide plaatsen delict opgemerkt werd. Een schim die zich tot doel lijkt te stellen Antwerpen te verlossen van haar menselijk zwerfvuil…

Het grootste probleem van dit boek is, voor de trouwe lezers van deze serie, de sfeer. Er rest nog bitter weinig van de quasi zorgeloze spring-in-’t-veld Liese Meerhout uit de eerdere verhalen. De flamboyante scooter is ingeruild voor een nukkige, vijfentwintig jaar oude Mini, die niet luistert naar de naam Mildred. Kortom, Liese is Liese niet meer. Zwerfvuil voelt meer aan als het begin van een nieuwe serie dan van een nieuwe adem in de bestaande reeks. Misschien was het inderdaad een betere keuze geweest om een totaal nieuwe reeks te beginnen in plaats van het hoofdpersonage te laten breken met zowat alle banden uit haar verleden en totaal verweesd neer te poten in Antwerpen. Occasionele lezers van Coppers’ werk zullen dit natuurlijk niet zo ervaren en kunnen ten volle genieten van dit werk.

Maar Toni Coppers kan schrijven. Dat hoeft echt geen betoog: De twee nominaties voor De Diamanten Kogel en eentje voor de Hercule Poirotprijs spreken voor zich. En ook Zwerfvuil ontpopt zich weer tot een degelijke politieroman.

Het onderzoek is deze keer wat uitgebreider dan we van deze auteur gewend zijn en loopt langs zeven moderne plagen van de maatschappij. Drugs, kindermishandeling, dierenmishandeling, prostitutie, onverdraagzaamheid, prostitutie en racisme, passeren allemaal de revue. Daarnaast is er nog een nevenverhaal dat uitmunt in menselijkheid, maar tegelijk knabbelt aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Door dit grootsere opzet is het aantal personage dat moet opdraven aan de hogere kant en is de sfeer wat minder intimistisch dan in het verleden.

Maar Toni Coppers slaagt er zonder moeite in de lezer bij de les te houden door hem meer al dan niet verrassende wendingen voor te schotelen dan er kopjes koffie geslurpt worden op een politiecommissariaat, wat wellicht de appreciatie van Jeffery Deaver, de koning van de plotwendingen, zou kunnen wegdragen. Tijdens het onderzoek wordt de lijst van verdachten steeds langer, terwijl de auteur tegelijkertijd de aandachtige lezer op zeer subtiele wijze, in staat stelt om het raadsel zelf op te lossen.

Zoals eerder al opgemerkt heeft Toni Coppers met Zwerfvuil een degelijke policier afgeleverd, met eenzelfde opzet als de boeken van Koen Vermeiren, waarin eveneens politiewerk, menselijkheid en autisme verenigd worden. Maar de magie die rond de eerdere boeken uit Coppers’ werk hing is totaal verdwenen. En dat is jammer.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


03-08-13

SKAYE Melissa - Virtuele tango

 

smvt.jpg

 

 

De eerste zin:
De gasten werden uitgezwaaid en het feestvarken sloot glimlachend de deur.

De korte inhoud
In Hoorn heeft een nietsontziende moordenaar het voorzien op jonge vrouwen. Hij schuwt geen enkel middel om zijn doel te bereiken en gebruikt het internet als zijn moordplatform. De slachtoffers worden in de meest gruwelijke omstandigheden aangetroffen.
Sanne Philips en Luca Borra, rechercheurs van politie Hoorn, staan voor een raadsel. De dader lijkt onzichtbaar en de doodsoorzaak niet te achterhalen. De slachtoffers hebben allen op een advertentie gereageerd, waardoor de recherche haar aandacht richt op de mysterieuze man die zich hierachter schuilhoudt. Maar wat is de betekenis van de zwarte roos die bij elk slachtoffer wordt gevonden?
Zodra blijkt dat de vrouwen voor hun dood een date met vermoedelijk dezelfde man hebben gehad, is de recherche van mening dat het hier de dader betreft of dat er door twee daders onder één hoedje wordt gespeeld.
De situatie wordt nog dramatischer als Faith Binet, een meisje van vijftien, verdwijnt.
De tijd dringt en de race tegen de klok begint om Faith levend terug te vinden, voordat er nog meer doden vallen...




Het volledige rapport
De Nederlandse Melissa Bielsma-Schaaij, woont met haar gezin in het Noord-Hollandse stadje Hoorn, waar ze de boekhouding verzorgt van het bedrijf van haar man.


In 2006 kreeg de schrijfmicrobe haar te pakken en dat leverde naast twee delen in een fantasyreeks met Jeremy Jago en een aantal kortverhalen ook een eerste spannende boek op, dat de titel Incognito meekreeg. Via de crowdfunding site TenPages.com slaagde ze erin het budget rond te krijgen om haar tweede thriller te publiceren: Virtuele tango, dat ze op de markt bracht onder het pseudoniem Melissa Skaye, rolde eerder dit jaar van de persen bij uitgeverij Ellessy.

Hierin fungeert haar woonplaats als achtergrond van een politieroman waartegen een meedogenloze moordenaar jonge vrouwelijke slachtoffers maakt. Ondanks het feit dat bij elk verminkt lichaam een zwarte roos gevonden wordt, staan rechercheurs Sanne Philips en Luca Borra voor een moeilijke taak. Net als het onderzoek uitwijst dat alle slachtoffers enkele dagen voor hun dood een afspraakje hadden met iemand die ze leerden kennen op een chatsite op internet, verdwijnt er een vijftienjarig meisje. Is de moordenaar veranderd van modus operandi? Is het huidige spoor een doodlopend straatje? Of staat deze verdwijning los van de moorden? Het is voor de rechercheurs alvast genoeg reden om nog intensiever jacht te maken op de dader of daders…

Melissa Skaye vertelt haar verhaal grotendeels in de derde persoon en in de verleden tijd. Enkel voor de stukjes die verteld worden vanuit het standpunt van de dader schakelt ze over naar de eerste persoon enkelvoud en de tegenwoordige tijd.

Hoewel het over de gehele lijn aangenaam vertoeven is in de wereld van Sanne en Luca, maakt de afwerking een nogal slordige indruk, door de aanwezigheid van een aantal rare zinsconstructies die niet helemaal conform ogen met de Nederlandse taal. De leuke plot maakt een en ander goed door de degelijke opzet en de auteur voorziet voldoende wendingen en dwaalsporen om zelfs een ervaren lezer op het verkeerde been te zetten.

Een ding is zeker: de volgende keer dat een lezer zich aan het chatten zet, zal hij zeker even nadenken vooraleer een nieuweling als kennis te accepteren, want met Virtuele tango drukt Melissa Skaye haar publiek met de neus op het feit dat de veiligheid en anonimiteit van het internet begint bij jezelf, maar toch grotendeels een illusie zijn.

Opvallend is ook het dubbele dankwoord: de auteur is schijnbaar zo blij dat haar boek winkelrekken gehaald heeft dat ze zowel vooraan als achteraan het werk de loftrompet steekt over iedereen die haar al dan niet geldelijk bijstond bij dit project.

De chatthriller Virtuele tango is al bij al een aardig werkje dat door de aaibaarheid van de hoofdpersonages, misschien wel de basis kan vormen voor een reeks. En de auteur van haar kant toont voldoende maturiteit en inventiviteit, terwijl er tegelijk nog voldoende potentieel blijft om te groeien in het schrijversvak.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


19-07-13

VAN BEEK Peter - Drift

 

vbpd.jpg

De openingszin:
Op de twee autodekken van de veerboot naar Texel hadden de meeste passagiers hun auto, camper of vrachtwagen verlaten.

De korte inhoud
Aan boord van de veerboot naar Texel vindt rechercheur Lone Telander het bevroren lichaam van een oudere man in een achtergebleven vrachtwagen. Ze beseft meteen dat deze moord niet op zichzelf staat en roept de hulp van haar collega’s op het vasteland in. De dood van de man blijkt het begin van een reeks gruwelijke moorden, waarbij Lone en haar collega’s volledig in het duister tasten. Totdat de moordenaar wel heel erg dichtbij komt…



Het volledige rapport
De bibliografie van de Nederlandse docent Peter Van Beek bevat al een respectabel aantal jeugdboeken. Met Drift voegt hij zijn eerste spannende boek toe aan zijn palmares. En hij beschouwt zichzelf niet als een eendagsvlieg in het genre want met de vermelding “Een Lone Telander thriller” op de omslag wordt meteen aangegeven dat dit verhaal de start moet inluiden van een nieuwe serie.

Lone Telander is een vrouwelijke rechercheur op Texel. Als ze wordt opgeroepen voor een op het veer naar Den Helder achtergelaten vrachtwagen, doet ze een akelige ontdekking: in de vriesruimte ervan bevindt zich het bevroren lichaam van een man. Samen met haar Alkmaarse collega’s start ze een onderzoek dat al snel verwordt tot een race tegen de klok en uitdijt tot een jacht op een seriemoordenaar die wel erg persoonlijk wordt …

Al meteen van bij het eerste hoofdstuk krijgt de lezer een goed gevoel bij Drift: het verhaal wordt verteld in een pretentieloze, natuurlijk aanvoelende en goed bekkende stijl die de vaart van het beschrevene benadrukt en de personages bedienen zich van snedige conversaties die veelal bestaan uit het over en weer gooien van oneliners en oneworders. De frisheid van limoenen op papier.

Peter Van Beek weet de gevoelsstemming van zijn hoofdpersonage perfect op de lezer over te brengen door te pas en te onpas liedjes in haar hoofd te laten opkomen. Deze manier van werken ligt perfect in de lijn van het boek: simpel, maar efficiënt.

Maar laat je niet misleiden. Drift is geen boek voor doetjes. In tegendeel zelfs; de snoodaard van dienst is zeer donker grijs gekleurd als hij al niet roetzwart is: op de zes dagen die het verhaal beslaat, maakt hij berekend koelbloedig en gruwelijk vindingrijk, evenveel al dan niet dodelijke slachtoffers en weet hij perfect de druk op te voeren voor Lone Telander en haar collega’s, die amper de tijd krijgen om een strategie te bedenken.

Tot zover het geschal van de loftrompet, want er is ook nog ruimte voor verbetering. Door het commerciële succes van de 50 tinten-boeken van E.L. James is het motto ‘sex sells’ weer het hoogste goed onder uitgevers en auteurs. En de invloed daarvan is meteen merkbaar, want ondanks het feit dat ze volop verwikkeld zijn in meerdere races tegen de klok, vinden de personages nog ruim de tijd om met elkaar tussen de lakens te duiken. We zullen we hier in de nabije toekomst nog frequent mee geconfronteerd worden, vrees ik. Is er dan niemand die zich de vraag stelt of de gemiddelde thrillerliefhebber hier wel op zit te wachten?

Verder heeft de auteur goed nagedacht over zijn plot, waarbij hij de lezer aan zich bindt met een aantal originele en wrede moorden. Maar misschien overschrijdt hij de grenzen van de geloofwaardigheid door de snelheid en de driestheid waarmee de moordenaar aan de slag gaat. En bij het uitschrijven loopt het even mis, als de eerste indicatie van de dader veel te duidelijk is en wat te vroeg komt. Een stapsgewijze blootgave had meer impact gehad, want nu is het mysterie even snel verdwenen als sneeuw voor de zon.

Toch mag besloten worden dat Peter Van Beek met Drift een verrassend frisse politieroman afleverde, die de lezer probleemloos bij de les weet te houden en aan het eind nieuwsgierig achterlaat in afwachting van nieuw werk.

Het definitieve verdict:
6/10


EOB.JPG

09-07-13

FRANSSEN Yvonne - De genius

 

fydg.jpg



De openingszin:
Het klinkt ongetwijfeld vreemd, misschien zelfs ongeloofwaardig, maar ik kan u verzekeren dat ik altijd alleen maar de beste bedoelingen heb gehad.

De korte inhoud
Natasha Hofman kijkt met weinig plezier terug op haar kinderjaren. Thuis had ze te kampen met een depressieve moeder, op school was ze het mikpunt van spot en pesterijen.
Toch vindt Natasha als jonge vrouw haar draai in het leven: ze heeft succes als schrijfster en ontmoet een leuke man. Dan slaat het noodlot toe: Vincent, haar vriend wordt in zijn eigen huis vermoord. Van de dader ontbreekt elk spoor.
Tot overmaat van ramp wordt Natasha’s vader ernstig ziek. Kort voor zijn overlijden schrijft hij zijn dochter een brief, waarin hij een bekentenis doet die haar hele wereld op zijn kop zet.
In haar pogingen om met zichzelf en haar verleden in het reine te komen, doet Natasha opnieuw een schokkende ontdekking, die niet alleen een heel ander licht werpt op gebeurtenissen uit haar jeugd, maar die haar tegens doet beseffen dat ze in groot gevaar verkeert.

Het volledige rapport
De Nederlandse auteur Yvonne Franssen werd vierenveertig jaar geleden geboren en getogen in Limburg. Met haar man runt ze een advocatenkantoor en daarnaast schrijft ze. Twee jaar geleden debuteerde ze met de literaire thriller Talio en recentelijk verscheen tweede haar boek, dat de wel overdachte titel De genius meekreeg. Een titel die achteraf beschouwd al op drie verschillende niveaus verwijst naar de inhoud van het werk. Was iedereen maar zo creatief.

Gebruik makend van een meervoudige eerste persoon enkelvoud, waarbij per hoofdstuk door de ogen van een ander personage wordt gekeken, wordt de lezer door middel van lange flashbacks deelgenoot gemaakt van het leven van Natasha: een jonge vrouw, die zich als kind meestal aan de rand van de groep bevond en wiens leven parallellen vertoont met het weer: na wat zon volgt er gegarandeerd onweer. Al vroeg verloor ze haar moeder. Haar partner werd vermoord op de dag dat ze bij elkaar zouden intrekken en nu staat ze aan het sterfbed van haar vader, die haar met zijn spreekwoordelijke laatste adem van haar stuk brengt met een bekentenis die inslaat als een donderslag bij heldere hemel. Ze vindt troost in de armen van de huisarts van de familie, maar ook dat geluk wordt snel verstoord als duidelijk wordt dat die man ook een geheim met zich meedraagt Dan wordt ze bijna tegen beter weten in smoorverliefd op Roel. Kan hij de zon laten schijnen en de grijze wolken in haar leven op afstand houden? Of slaat het noodlot andermaal toe?

De lezer plezieren met een aangenaam weglezende tekst die zonder veel haperingen of moeilijker verteerbare passages kan opgenomen worden, lijkt de laatste tijd het streven van menig auteur en uitgeverij. Hierin is Yvonne Franssen alvast met brio geslaagd.
Dat dit meestal inhoudelijke consequenties heeft, heb ik ook al menigmaal betoogd. Zo doet al dat gepapa en gemama al snel kinderachtig aan, wetende dat we in het hoofd kijken van een volwassen vrouw. Op een van de bladzijden telde ik wel tien keer de woorden papa of mama, en laat ik moeder en vader nog buiten beschouwing, want dan klokte de teller af op nog eens vijftig percent meer. De etiketten chicklit en zelfs, als we de seks buiten beschouwing laten, young adult duiken spontaan in het hoofd op. Gelukkig evolueert De genius nadien naar een instapthriller.

Want de gevorderde thrillerlezer kan al snel de belangrijkste scharnierpunten van De genius voorspellen. Zo verneemt het hoofdpersonage op bladzijde 13 al de ontknoping van een verhaallijn, terwijl de lezer, warm gehouden door een aantal zinspelingen in dit verband, moet wachten tot pagina 200 om zijn vermoedens bevestigd te zien, waardoor het grootste deel van het boek gedegradeerd wordt tot een langgerekte inleiding. Anderzijds gebeurt de onthulling van een andere verhaallijn te vroeg en vooral te terloops, waardoor het mogelijke schokeffect totaal niet eens van de grond komt.

Tot slot wil ik nog opmerken dat Yvonne Franssen blijkbaar een voorliefde heeft voor voornamen die beginnen me de letters M en J, want zowat de helft van de personages kreeg er een opgeplakt met deze beginletters. Of hier een conclusie uit kan getrokken worden laat ik in het midden…

Met De genius leverde Yvonne Fransen een eerder dramatisch dan spannend boek af dat zich richt tot nieuwelingen in het genre van het vrouwelijk geslacht, maar dat de genialiteit van de titelkeuze helaas niet benadert. 

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


31-03-13

NESSER Hakan - Het grofmazige net

 

nhhgn.jpg


De openingszin: 
Hij werd wakker en kon zich niet herinneren hoe hij heette.

De korte inhoud
Op een zaterdagochtend vindt Janek Mattias Mitter zijn vrouw Eva dood in bad. Ze is verdronken.
Aan commissaris Van Veeteren verklaart Mitter dat hij zich niets van de voorafgaande nacht kan herinneren. Behalve dat hij en zijn vrouw veel gedronken en de liefde hebben bedreven. Mitter blijft verdachte nummer één, wordt schuldig bevonden en opgesloten. Korte tijd later is er een tweede dode te betreuren.


Het volledige rapport
De Zweedse auteur Hakan Nesser scheert dezer dagen hoge toppen met zijn serie over de politie-inspecteur Gunnar Barbarotti. Maar tussen 1993 en 2003 maakte hij al furore met een tiendelige serie met de voornaamloze commissaris Van Veeteren in de hoofdrol. Negen van die verhalen werden herwerkt tot televisiefilms.
Op de schouw van deze voormalige leerkracht prijken onder meer één Glazen Sleutel en naast drie trofeeën voor de beste Zweedse krimi ook nog eentje voor het beste spannende Zweedse debuut, wat een indicatie mag zijn voor de kwaliteit van zijn spannende boeken.

Maar voor deze naar Londen uitgeweken auteur begon het allemaal in 1993. Vijf jaar nadat hij debuteerde met een existentiële liefdesroman, publiceerde hij toen met Het grofmazige net, zijn eerste politieroman.

Hierin waarschuwt de docent Janek Mitter ’s morgens de politie met de melding dat zijn vrouw levenloos in bad ligt. In afwachting van hun komst ruimt hij wat op en moet hij vaststellen dat de slemppartij van de vorige avond zijn herinneringen volledig uitgewist heeft. Hij is dan ook de ideale verdachte en wordt al snel veroordeeld voor de moord op zijn vrouw. Maar wat later valt er een tweede slachtoffer…

Het basisgegeven van Het grofmazige net is een van de meest gebruikte in de wereld van de spanning: een dode, een voor de hand liggende verdachte die niet bij machte is zich adequaat te verdedigen maar later niet de dader blijkt te zijn. Er kan zowaar van een clichématige opzet gesproken worden. Gelukkig wordt in de meeste gevallen het verhaal totaal verschillend uitgewerkt, maar dit boek lijkt wel erg sterk op Verdiende straf van Williams Lashner dat weliswaar tien jaar jonger is, waardoor Hakan Nesser in elk geval niets kan verweten worden. 

De auteur hanteert een extreem vlotte pen waarmee hij, door toevoeging van een minimum aan uitweidingen, een bijna te snel weglezend verhaal schetst dat loopt over een periode van twee maanden. Zowat elke vorm van diepgang uit de weg gaand lijkt dit verhaal wel bedoeld als scenario voor een episode van een of andere politieserie op televisie. Het boek heeft dan veel weg van een goede oude Formule 1 race, waarbij zonder enige pitstop of afleiding, zo snel mogelijk het einde moet gehaald worden, met als voor de hand liggend gevolg dat de lezer amper twee weken later zich amper kan herinneren wat er zich tussen bladzijde 1 en 255 afspeelde.

En dat is jammer, want Het grofmazige net is in zijn eenvoud een verhaal met potentieel. Mede door het degelijke plot, dat zo uitgewerkt is dat alle eerder aangeboden stukjes van de puzzel bij de ontknoping netjes op hun plaats vallen zodat er een sluitend geheel ontstaat. Vooral deze vaststelling wakkert de appetijt aan naar meer hersenspinsels van deze auteur. Daarnaast is aangenaam vertoeven in het gezelschap van zijn menselijke protagonist Van Veeteren, die zich beweegt door het fictieve stadje Maardam.

Het grofmazige net is een policier die iedereen met veel plezier zal lezen, maar lijkt toch wat te licht uit te vallen om de bekroning van beste debuut te kunnen verantwoorden. Hakan Nesser bracht hiermee alvast een prima boek op de markt dat zijn plaats in de ontspanningslectuur verdient. Maar ook niets meer dan dat.

Het definitieve verdict: 7/10 


EOB.JPG


29-03-13

WILLIAMS Kate - De genoegens van mannen

 

wkdgvm.jpg

 

De openingszin:
De nacht valt over Spitalfields Market, over de stortplaats achterin, die gebruikt wordt door kooplui voor het afval van groenten en versplinterde kratten.

De korte inhoud
Spitalfields, Londen, 1840. Catherine Sorgeiul woont in een vervallen huis in East End. Ze heeft weinig vrienden en niet veel te doen om de dagen door te komen, behalve haar eigen rijke fantasie. Maar dan vindt er een moord plaats. En nog een. De moordenaar blijkt het op vrouwen te hebben voorzien. Terwijl Catherine het nieuws over de moorden volgt, ontdekt ze dat geheimen uit haar eigen verleden verband houden met deze moorden en dat ze leeft in een wereld van seksuele obsessies, verraad en moord. De waarheid blijkt beangstigender dan ze zich kan voorstellen.


Het volledige rapport
De Britse Kate Williams is een master in zowel geschiedenis als in creatief schrijven. Naast het lesgeven aan een Londense universiteit, het recenseren, het bedrijven van journalistiek, het zetelen in panels en het maken van historische documentaires, schrijft ze historische biografieën. Zo dook ze al in het leven van de minnares van Lord Nelson, de Engelse koninginnen Victoria en Elizabeth en legt ze momenteel de laatste hand aan een werk over Josephine Bonaparte.
Daarnaast zette ze verleden jaar met De genoegens van mannen haar eerste stappen in de wereld van fictie.

Hierin maken we kennis met Catherine Sorgeiul, die met haar oom in een verpauperde buurt woont in het Londense East End van 1840. Als er op een dag een vrouwenmoordenaar actief wordt in die buurt, wordt Catherine hierdoor gefascineerd, en probeert ze als een amateur profiler in zijn hoofd te kruipen. Terwijl alle vrouwen amper nog een voet buiten de deur durven te zetten, wordt Catherine net aangetrokken door de locaties waar de Kraaienman slachtoffers maakte…

Dat Kate Williams een historica met schrijfervaring is, mag blijken uit de manier waarop ze haar publiek meeneemt naar een Londense buurt in volle teloorgang ergens halfweg de negentiende eeuw. Met veel aandacht voor detail weet ze de sfeer te vatten en de couleur locale van die tijd quasi perfect aan het papier toe te vertrouwen, waardoor de lezer zichzelf als het ware in het spoor van het hoofdpersonage door de straten ziet bewegen.

Daarbuiten wordt haar vertelstijl als wollig ervaren, door de continue afwisseling tussen gedachten, dromen, flashbacks en de tegenwoordige tijd van de verhaallijn zelf. Hierdoor wordt alles nogal wazig, als in een droom. Hiertoe wordt ook bijgedragen doordat de auteur, in een poging om mysteries op te roepen, zelden de zaken bij naam en toenaam noemt.

Het verhaal wordt verteld in de eerste persoon enkelvoud, maar het personage achter de ik-vorm wisselt nogal eens, wat voor wat verwarring kan zorgen wanneer men toevallig onopgemerkt van het ene in het andere hoofdstuk belandt.

Het hoofdpersonage is een jonge vrouw die als bourgeoise op retour, in geen enkel hokje van de sociale indeling past: te arm om zich onder de mensen van stand te begeven maar niet arm genoeg om bij de werkende klasse te horen. Daarenboven heeft ze ook niet veel behoefte om persoonlijke sociale contacten te maken of te onderhouden. Deze vrouw die nergens bij hoort lijkt zich even te ontpoppen tot amateur profiler, maar geloofwaardig wordt ze nooit.

Het psychologische aspect is misschien nog het best uitgewerkte thrillerkenmerk van De genoegens van mannen, maar ook hier is nog veel werk aan de winkel om tot een geloofwaardig en pakkend verhaal te komen. De door de achterlap beloofde angst en spanning is zo artificieel en wordt zo amateurischtisch aangebracht dat het een lachertje wordt. Plotgewijs is dit verhaal het best te vergelijken met een vlecht: een rechte verhaallijn, die eindigt in een heleboel losse draadjes.

De genoegens van mannen is een zeer geslaagde evocatie van het toenmalige tijdsbeeld, maar als spannende roman staat het nergens. Kate Williams heeft nog veel werkt te verzetten vooraleer haar naam in de wereld van het spannende boek even welluidend zal klinken als in de kringen van de historische uitgaven.

Het definitieve verdict: 2/10

EOB.JPG

 

29-01-13

ROSLUND & HELLSTROM - Vaderwraak

 

rhv.jpg

 

De openingszin:
Hij had het niet moeten doen.

De korte inhoud
De vader van een meisje dat het slachtoffer is geworden van een zojuist ontsnapte kindermoordenaar, neemt het recht in eigen handen uit onvrede over het traag verlopende politieonderzoek. Zo voorkomt hij dat de moordenaar opnieuw zal toeslaan. De reacties met betrekking tot het handelen van de vader brengen het hele land in beroering.


Het volledige rapport
Dit Zweedse schrijversduo leerde elkaar kennen toen journalist Anders Roslund een televisiereportage maakte over organisatie van ex-gedetineerde Borge Hellstrom, die gevangenen na hun invrijheidstelling weer helpt inburgeren in de maatschappij. De sociale en maatschappelijke betrokkenheid van deze twee heren is ook prominent aanwezig in hun boeken waarin de norse en eigengereide rechercheur Ewert Grens de hoofdrol speelt.

Na het monstersucces dat hen in 2010 te beurt viel met Drie seconden, was het angstaanjagend stil rond dit duo. Maar eind 2012 lag hun zesde hersenspinsel, getiteld Twee soldaten toch in de winkelrekken. Ik heb ondertussen mijn handen kunnen leggen het het boek waarmee het in 2004 allemaal begon: Vaderwraak.

Hierin draait alles rond de, uit de gevangenis ontsnapte, pedofiel Bernt Lund en Fredrik Steffansson, de vader van een van Bernts slachtoffers. Omdat de ontsnapte crimineel in zijn ogen niet snel genoeg weer ingerekend wordt, besluit Fredrik het recht in eigen handen te nemen. Zijn actie lokt verschillende reacties uit en zadelt de maatschappij op met een aantal dilemma’s.

In Vaderwraak wordt op zeer realistische wijze het gedrag en het denken van een pedofiel uiteengezet. Dit resulteert in een onverbloemd en pakkend verhaal.

Los van het feit dat het spannende aspect van het boek best goed is, wordt het toch overschaduwd door de vraag wat de aanwezigheid van een pedofiel doet met een mens. Meer bepaald met mensen die al dan niet rechtstreeks betrokken zijn bij het gegeven. Al snel blijkt dat de natuurkundige wet van actie en reactie ook hier geldt en dat de rechteloosheid en heksenjachten niet veraf zijn, als men even de waakzaamheid laat verslappen.

Het verschil tussen het recht in theorie en in de praktijk; tussen de letter en de geest van de wet, levert een zeer gedegen uitgewerkt en genuanceerd verhaal op dat de lezer aan het denken zet. Dat laatste alleen al maakt Vaderwraak meer dan de moeite waard in deze tijden waarin spannende boeken veelal het hersenloze amusement niet meer ontstijgen.

Met Vaderwraak leverden Roslund en Hellstrom een visitekaartje om U tegen te zeggen en dat de lezer zeer nieuwsgierig maakt naar meer. Kortom, een aanrader.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


28-01-13

ILES Greg - Doodsslaap

 

igd.jpg

De openingszin:
Zes maanden geleden ben ik gestopt met het schieten van mensen, net nadat ik de Pulitzer Prize had gewonnen.

De korte inhoud
Fotojournaliste Jordan Glass bezoekt in Hongkong de tentoonstelling The Sleeping Woman. Daar ontdekt ze een portret van zichzelf. Net als de andere geschilderde vrouwen ziet ze er eerder dood dan slapend uit.

Maar Jordan weet dat het geen portret van haar is; het moet van haar tweelingzus Jane zijn, die een jaar geleden verdwenen is. Aangenomen wordt dat Jane is vermoord door de seriemoordenaar die in New Orleans vrouwen van de straat plukt.
Alle slachtoffers zijn spoorloos, maar ze blijken inderdaad vereeuwigd te zijn in The Sleeping Woman-serie. Omdat dit het enige spoor is dat de FBI heeft, betrekt agent John Kaiser Jordan bij de jacht op de anonieme kunstenaar. Een jacht die niet zonder gevaar is…


Het volledige rapport
Greg Iles was goed op weg om een van de grootste hedendaagse misdaadauteurs te worden. Zijn Natchez-trilogie met Penn Cage in de hoofdrol stond garant voor spanning met een meerwaarde. Maar een zwaar verkeersongeval, nu bijna twee jaar geleden, staakte zijn opmars. Hoewel zijn webstek vermeldt dat hij volop aan het werk is aan een vierde Pen Cage thriller, lijkt de publicatie ervan steeds maar achteruit geschoven te worden. Gelukkig staat er nog genoeg oudere op zichzelf staande boeken van deze Amerikaan in de kast, zodat mijn afkickverschijnselen tot een minimum beperkt blijven.

Doodsslaap is er daar een van. De Nederlandstalige editie dateert al van 2003, maar het verhaal blijkt tijdloos te zijn en vertrekt van een zeer origineel gegeven: Oorlogsfotografe Jordan Glass herkent zichzelf in een schilderij van een slapende vrouw. Ze weet dat ze niet geposeerd heeft, maar haar tweelingzus is al een tijdje spoorloos verdwenen. Jane moet dus model gestaan hebben. Het schilderij maakt deel uit van een hele serie en het gerucht gaat dat de slapende vrouwen eigenlijk dood zouden zijn. Met deze ontdekking klopt Jordan bij de FBI aan om van de jacht op de seriemoordenaar die New Orleans onveilig maakt, weer een prioriteit te maken. Ze stelt echter een voorwaarde: ze wil zelf actief betrokken zijn bij het onderzoek, want de onzekerheid waarin ze het laatste jaar verkeerde, was onleefbaar.

Het wordt de lezer niet echt gemakkelijk gemaakt, want de stroeve vertaling kost energie en heeft een negatieve invloed op zowel de leessnelheid als het leesplezier. Maar dat laatste wordt weer wat goed gemaakt door de keuze van een vertelvorm in de eerste persoon enkelvoud. Hierdoor groeit er meteen een band tussen de lezer en Jordan Glass. Het gebruik van de tegenwoordige tijd zorgt voor nog meer betrokkenheid, want het publiek maakt alles mee op hetzelfde moment als het hoofdpersonage. 

Niet alleen Jordan wordt trouwens goed uitgewerkt. Zowat alle belangrijke figuren in het verhaal worden professioneel voorzien van een intrigerende achtergrond en krijgen de nodige problemen mee waarover ze hun hoofd mogen breken. De personages zijn misschien wel het sterkste gegeven van dit boek.
De originaliteit van het veelbelovende uitgangspunt, kan niet lang volgehouden worden en al snel ontaardt het verhaal zich als een gewone politieroman, met een rechttoe rechtaan jacht op een seriemoordenaar die zich in het kunstmilieu lijkt te bewegen.

Gelukkig weet Greg Iles hoe hij een plot moet construeren dat garant staat voor actie en spanning tot op het eind. De auteur levert wat dit betreft weer eens vakwerk af, maar Doodsslaap mist de drive van bijvoorbeeld zijn voorganger 24 uur.

Markant is ook dat de auteur al in 2001, het publicatiejaar van de Engelse editie, de overstroming van het French Quarter in New Orleans vooropstelt als een wezenlijk gevaar, dat bewaarheid werd toen storm Katrina in 2005 over de regio raasde.

Doodsslaap is lang niet slecht, maar is wel het minst sterke boek dat ik tot op heden van las van Greg Iles,
omdat het naar de normen van de auteur nogal gewoontjes is.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


20-01-13

SNOECK Bjorn - Killfish

 

sbk.jpg

 

De openingszin:
Groen, de kleur van de hoop, de kleur van de vrede, van de uitkomst, van nieuw leven.


De korte inhoud
De federale politiemacht wordt recht in haar hart getroffen, wanneer haar uitvoerders vermoord worden. Een serie-doder trekt doorheen de leefwereld van de fictieve misdaad en laat overal zijn handtekening achter. Hoofdinspecteur – Bea Van Sompel – wordt belast met de jacht op het monster en moet trachten de publieke opinie te sussen. De man achter de moorden is Killfish, zijn doel is duidelijk. Zijn talent zal en moet een plaats krijgen in de harten van de lezers. Bea en Killfish vechten elk hun strijd uit, met elk hun eigen middelen. Alleen is Killfish in staat voorbij de grenzen van de geschreven misdaad te opereren.



Het volledige rapport
Bjorn Snoeck is een Oost-Vlaams schrijver in wording. Sinds 2005 besteedt hij zijn vrije tijd aan het schrijven. Er vloeiden ondertussen al vier boeken uit zijn pen, maar tot op heden vond hij nog geen uitgever om mee in zee te gaan, zodat zijn werken maar een zeer beperkt publiek weten te bereiken.

Om eens te zien waar hij staat vroeg hij mij om mijn kritische blik eens te werpen op zijn meest recente werk, Killfish. Met zijn uitdrukkelijke toestemming publiceer ik mijn bespreking ook op deze blog.

Ironisch genoeg is het hoofdpersonage een schrijver die er maar niet in slaagt een uitgever warm te maken voor zijn, naar eigen zeggen, meesterwerken. Ten einde raad besluit de man, die schrijft onder het pseudoniem Killfish, dat hij lang genoeg passief afgewacht heeft en dat het de hoogste tijd is om het lot een handje te helpen, door ervoor te zorgen dat er bij de uitgeverijen snel een plaatsje vrijkomt. De lijken die hij achterlaat, komen op het bord te liggen van de Gentse rechercheur Bea Van Sompel, die zich ondanks persoonlijke problemen, voluit op de zaak gooit. Maar zal ze erin slagen de moordenaar te identificeren en te stoppen vooraleer heel thriller minnend Vlaanderen verweesd achter blijft?

Taalkundig is er zeker een en ander op te merken. Hoewel ik zelf ook geregeld lange, samengestelde zinnen uit mijn mouw schud, zijn de zinsconstructies in dit boek zelfs mij een brug te ver. Ze leiden de lezer af van de essentie en halen de snelheid uit het verhaal. Het vervangen van zowat twee derde van de komma’s in het boek door puntkomma’s en punten zou het leesplezier al flink opdrijven.

Ook bevat de tekst teveel barbarismes. Niet alleen glipt het dialect van de auteur regelmatig tussen de mazen van het net dat zelfcontrole heet, maar ook anglicismen ontspringen veelvuldig de dans. Het markantste voorbeeld hiervan is het herhaaldelijke gebruik van het werkwoord enteren. Hoewel dit een bestaand Nederlands woord is in de betekenis van “gewapend een schip betreden om het te veroveren” of “op de enter toets drukken”, is het geen correcte benaming voor het betreden van een gebouw of kamer.

Bovenstaande opmerkingen zijn mede het gevolg van het feit dat een onuitgegeven auteur niet kan beschikken over een redactie of corrector die zijn werk met de loep uitpluist en alle puntjes op de i zet. Maar los daarvan is het taalgebruik bij wijlen nogal aan de brute kant en zijn de gedachtegangen van de personages niet altijd gemakkelijk te volgen door de lezer omdat er weinig consistentie in zit en ze van de hak op de tak springen.

Het basisidee voor de plot is origineel gevonden, maar de uitwerking is nogal eenvoudig, waardoor het verhaal voor het overgrote deel gedragen wordt door een enkele, rechtlijnige verhaallijn waarin alle actie uitgaat van het hoofdpersonage. De rest van de personages kunnen - door een fout tegen de logica of het bestaan van parallelle universums waarover ik niet veel kwijt kan zonder essentiële informatie los te laten - daarop reageren.
Laat in het boek worden alsnog twee extra draadjes afgesplitst, maar die kunnen het geheel niet meer redden.

Ook zit er in het tweehonderdentwaalf bladzijden tellende Killfish teveel seks. Erotiek is een prachtig middel om af en toe de spanning te breken, maar in dit geval maken de seksueel getinte scenes wezenlijk deel uit van het verhaal, wat eerder afleidend werkt.

In de veronderstelling dat de auteur constant evolueert en Kilfish behoort tot de beste boeken die hij schreef, kan er maar een conclusie zijn: Bjorn Snoeck is nog niet klaar om uitgegeven te worden. Of hij moest aan het moorden slaan...

Het definitieve verdict: 3/10

EOB.JPG


13-01-13

LODDER Leendert - Ultieme wraak

 

lluw.jpg

 

De eerste zin:
In een kleine huurwoning in een eenvoudige buurt van Assen woonde Kees ten Pas.

De korte inhoud
Een nieuw rechercheteam verricht onder leiding van hoofdinspecteur Dick Prins speciale onderzoeken. Als er een ernstig misdrijf heeft plaatsgevonden, blijkt al snel dat het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt. Het onderzoek herbergt vele verrassingen en mede dood bureaucratie en ingewikkelde processen binnen onze complexe samenleving lopen de zaken mis.


Het volledige rapport
De eerste jaren van Leendert Lodders leven bieden al genoeg stof om een boek aan op te hangen: zijn vader vergiftigt in het begin van de jaren vijftig van vorige eeuw zijn eerste vrouw en komt er bijna mee weg. Pas als hij zich tijdens een ruzie met zijn volgende vrouw verspreekt, gaat de bal aan het rollen en wordt hij veroordeeld voor moord. In de gevangenis wordt hij op zijn beurt vergiftigd door een andere notoire gifmoordenaar. Deze feiten liggen dan ook aan de basis van het eerste boek van Leendert Lodders: Als tie maar nie wordt als zijn vader.

Twee jaar later waagt hij zich aan zijn eerste spannende boek. De keuze voor een policier lag voor de hand, want de nu 61-jarige Leendert Lodder trad niet in de sporen van zijn vader, maar was jaren rechercheur en is nog altijd hoofdinspecteur bij het politiekorps van Twente alsook hulpofficier van Justitie.


Het resultaat luister naar de titel Ultieme wraak, werd verpakt in een geslaagde, stijlvolle retro cover, wordt geleverd met een al even elegante bijpassende bladwijzer en verhaalt over de pas opgerichte politiedienst USO – Unit Speciale Opdrachten, die enkel zaken aangereikt krijgt, die gevoelig liggen. De eerste zaak betreft een organisatie die zich Angels of Revenge noemt, en die rechterlijke dwalingen meedogenloos rechtzet. Niet alleen worden onterecht vrijgesproken moordenaars de dood ingejaagd, maar ook hun advocaten ondergaan hetzelfde lot. Het hoeft geen betoog dat er meteen en van alle kanten druk wordt uitgeoefend op het team van Dick Prins, dat moeite heeft om het onderzoek op de rails te krijgen…

Maar meer dan een gewone politieroman, is Ultieme wraak een vehikel om de moeilijke situatie aan te kaarten waarin de politie tegenwoordig moet werken. Het wettelijk kader lijkt voor in het voordeel te werken van de crimineel: bescherming van verdachten en de quasi vrije hand die de verdediging ter beschikking heeft, beperken vooral de mogelijkheden waarmee de rechercheurs de bewijslast moeten proberen rond te krijgen. Het gevoel dat de wet de kant lijkt te kiezen van de dader in plaats van het slachtoffer zorgt voor frustratie bij het politiekorps. De vraag of er geen ongezond onevenwicht zit in deze wetten staat dan ook centraal. Om deze stelling wat kracht bij te zetten, laat de auteur het onderzoek zelfs uitdeinen tot in de bergen rond Sarajevo, waar de grenzen van het wettelijke wat kunnen opgerekt worden. Gelukkig integreert de auteur deze kanttekeningen op zeer natuurlijke wijze in het verhaal en wordt hij pas belerend in de epiloog, wat de juiste plaats is om een standpunt uitgebreid te belichten..

Leendert Lodder heeft wat moeite met de overschakeling van zijn dagelijkse ambtelijke en zich tot de feiten beperkende taalgebruik naar een vlotte vertelvorm die gehanteerd wordt in een roman. Deze klinisch geschreven aanvang is dan ook verantwoordelijk voor een stroef begin. Maar de auteur leert snel en naarmate het verhaal volgt wordt zijn stijl losser.

Hoewel het basisgegeven van een speciale politiecel zich uitstekend leent om een reeks aan op te hangen, lijkt dat deze keer niet de bedoeling te zijn, want Ultieme wraak bevat – op het leven laten na - al zowat alle mogelijke beslommeringen die een rechercheur kunnen overkomen tijdens zijn loopbaan: bedreigd worden, ontvoerd worden, beschoten worden, aan een intern onderzoek onderworpen worden, … Even krijgt het verhaal zelfs iets James Bondachtigs. Het zit allemaal in dit 375 bladzijden tellende en vier maanden overspannende verhaal en dus blijft er weinig over om de lezer een volgende keer mee te verbazen. Maar overdrijving ligt op de loer, en als de auteur zelfs twee keer hetzelfde trucje uit de kast haalt is dat net iets van het goede teveel. Net als de groteske ontknoping, die er bij de haren is bijgesleept en de geloofwaardigheid een serieuze knauw geeft.

De prominente aanwezigheid van actie en het internationale karakter van het boek roept meteen gelijkenissen op met het werk van de Vlaming Christian De Coninck die trouwens ook als politieman door het leven gaat.

Met Ultieme wraak levert Leendert Lodder een aardig spannend debuut af, dat nog beter was geweest na een degelijke redactie, want de tekst bevat een bovengemiddeld aantal fouten, wat het leesplezier negatief beïnvloedt. Toch blijft het boek best genietbaar voor de liefhebber van de politieroman

Het definitieve verdict: 6/10

Geschreven in opdracht van Crimezone.nl

EOB.JPG


26-12-12

HAYDER Mo - Huid

 

hmh.jpg

De eerste zin:
De huid is een orgaan.

De korte inhoud
Als op een warme ochtend in mei het lichaam van een jonge vrouw wordt gevonden bij een verlaten spoorweg net buiten Bristol, wijst alles op zelfmoord. Maar rechercheur Jack Caffery twijfelt. Hij verdenkt iemand anders, een rover die zich voortdurend verbergt, ongezien huizen insluipt en hem dicht op de huid zit. Caffery is voor het eerst sinds lange tijd bang.
Hij krijgt hulp van politieduiker Flea Marley. Zij begint zich af te vragen of hun relatie niet meer is dan puur professioneel. Dan ontdekt zij iets in haar persoonlijke leven wat alles verandert. En deze keer kan niemand haar helpen, zelfs Caffery niet…



Het volledige rapport
De Britse Mo Hayder is met haar bibliografie van acht titels al een vaste waarde geworden in de wereld van het spannende boek. Maar omdat ze er maar niet in lijkt te slagen om werken van een constant degelijk niveau af te leveren, mist ze toch de aansluiting met echt grote namen, die iedereen in huis wil hebben. Naar eigen zeggen is ze een liefhebster van open eindes en verhalen waarin niet alles uitgespeld is. En dat zullen we geweten hebben …

Huid, dat al enkele jaren oud is, is haar zesde boek en het vierde met Jack Caffery in de hoofdrol. Daarnaast is het tweede boek waarin duikster Phoebe ‘Flea’ Marley ten tonele wordt gevoerd en het is eveneens deel twee in de “Walking man” subserie.

Huid kan niet anders dan beschouwd worden als een overgangsboek, want het borduurt verder op twee verhaallijnen die al in Ritueel geopend werden, maar geen van beide wordt in dit boek afgesloten. Daarnaast worden er nog eens twee nieuwe verhaallijnen aangesneden, waarvan eentje – dat betrekking heeft op de titel - zich lijkt te beperken tot dit verhaal, maar zelf dat wordt niet proper afgewerkt, zodat de lezer achterblijft met vraagtekens omtrent de motieven van de dader. Het moge duidelijke zijn: de auteur snijdt teveel onderwerpen aan, waardoor er niet genoeg bladzijden overblijven om ze allemaal tot tevredenheid uit te werken. Het is te hopen dat in Diep, het volgende deel in de serie, één en ander rechtgezet wordt. Maar Huid lijkt nog het meest op een boek waarvan de eerste en de laatste hoofdstukken zijn verwijderd. En dat is een ramp voor de toevallige koper, die dit boek zou uitkiezen om eens kennis te maken met de vertelselen van deze blonde Britse.

Toch is het niet allemaal kommer kwel, want bij momenten bewijst Mo Hayder dat ze wel degelijk een verhaal kan vertellen, maar dit een hel boek lang volhouden zit er deze keer niet in: ze heeft briljante ideeën, maar laat het meermaals afweten in de uitwerking.

Het sterke punt bij uitstek zijn de personages die Mo Hayder uit haar pen laat vloeien. Dat rechercheur Caffery getormenteerd is en eigenzinnig handelt, weten de volgers van deze boeken al wel, maar deze keer krijgt ook Flea haar portie schuldgevoel over zich heen. En in een poging een en ander recht te zetten, toont ze zich echt menselijk, waardoor ze haar eigenbelang laat primeren. Of hoe elk van ons maar een dun laagje beschaving hoeft weg te wassen om te veranderen in een egoïst, waarvoor alleen overleven telt. Het spelen met deze grenzen, en het beschrijven van de overschrijding ervan, beheerst de auteur tot in de details

Een Mo Hayder ter hand nemen heeft wat met gokken: zal het boek deze keer goed zijn? Of niet? Wat betreft Huid is het dus net niet. Want het boek is noch mossel noch vis en eindigt ontgoochelend, waardoor de lezer ontevreden en onvoldaan achterblijft en de geïnvesteerde leestijd als verloren beschouwd in plaats van welbesteed. Na Duivelseiland slaat de auteur met Huid de plank weer mis, wat mij achterlaat met een dilemma: ik zou snel Diep ter hand moeten nemen omdat de verhaallijnen nu nog fris in het geheugen zitten, maar Huid geeft me absoluut niet de zin om dat te doen.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


25-04-12

LAURYSSENS Stan - Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen

 

lsl17jbbo.jpg

 

De eerste zin:
Opsporingsbericht van de Federale Politie.

De korte inhoud.
Opsporingsbericht van de Federale Politie in samenwerking met Child Focus. VERMISSING [MINDERJARIGEN]. Verspreid op verzoek van de procureur des Konings te Brussel. Vermissing Charlotte ‘Lotte’ Acket te Ukkel.
. Een man in het zwart sleurt een zware reiskoffer naar het station. Het is verboden onwelriekende of besmettelijke voorwerpen in de bagagekluizen te plaatsen. Bloed druipt uit de stationskluis. ‘Wij zitten met drie vermiste meisjes,’ zegt Eddy Thielemans, heel open van geest, tres cool. Hij is chef van de Cel Agressie en leidt het onderzoek. ‘Alle drie zeventien jaar, slank, blond, blauwe ogen.’ Geen enkel blond meisje van zeventien waagt zich alleen op straat. Politiekorpsen van Brussel, Antwerpen, Oostende, Charleroi, Gent, de scheepvaartpolitie en Missing Persons Noordzee zitten met de handen in het haar. Een angstpsychose waart door het land. België is in rep en roer.



Het volledige rapport
Antwerpenaar en wereldburger Stan Lauryssens heeft verleden jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar de auteur is actiever dan ooit. Begin dit jaar verscheen de erotische roman Alle dagen curry en seks op zondag en nu ligt zijn nieuwste spannende politieroman in de winkelrekken.

Na tien boeken met het Simoens en Deridder in de hoofdrol, mag dit politiekoppeltje even uitblazen. Hoewel ze nog even vermeld worden, draait het in Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen allemaal om de Cel agressie van de federale politie en wordt Antwerpen ingeruild voor Brussel. Het vierkoppige team onder leiding van commissaris Eddy Thielemans wordt ingezet op de jacht  naar een seriemoordenaar, die zijn jonge, blonde, vrouwelijke slachtoffers in mootjes gehakt achterlaat in de bagagedepots van Belgische treinstations. Als Charlotte Acket – Lotte voor de vrienden – spoorloos verdwijnt, verandert het onderzoek in een race tegen de klok, in een poging haar levend uit de klauwen van de monsterlijke kidnapper te redden.


Net zoals verandering van spijs doet eten lijkt verandering van hoofdpersonage even verfrissend te werken voor een auteur Of zou het liggen aan het feit dat Stan Lauryssens nog de stijl van zijn roman in de vingers zitten had toen hij begon aan dit boek? Wat ook de reden moge zijn,
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen begint zeer verfrissend en in een sprankelende stijl, die gelardeerd is met een bijzonder gevoel voor humor. Wat te denken dan de verpleegster van het Wit-Gele Kruis die de afname van een DNA-staal komt uitvoeren, omdat de wetsdokter geen gaatje heeft in zijn agenda… Het leesplezier is volop aanwezig in de pakweg eerste tachtig bladzijden van het verhaal, die behoren tot de beste die de auteur in zijn loopbaan aan het papier heeft toevertrouwd.

Jammer genoeg worden de punten pas uitgereikt na het finale punt, want eenmaal het politieonderzoek goed en wel op kruissnelheid komt, verslapt de stijl en zakt het niveau tot het zo goed als in het verlengde ligt van zijn andere politieromans. Enkel de platvloersheid blijft, een enkele uitzondering buiten beschouwing gelaten, achterwege. Maar zijn plastische manier van schrijven, die eerder geassocieerd wordt met stripverhalen, komt weer bovendrijven


Het nieuwe speurdersteam roept, mede door het onderwerp, associaties op met de Vlaamse televisieserie Vermist, die al enkele jaren loopt.
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen kan zo verfilmd worden tot een aflevering van deze reeks.

De plot is best goed geconstrueerd en auteur laat zijn publiek in spanning tot net voor de finale, vooraleer hij een tip van de sluier oplicht en hij de lezer deelgenoot maakt van hoe de vork in de steel zit. Maar de spanningsopbouw laat te wensen over door de neiging te veel te willen uitleggen - Ondertussen weet iedereen al wel wat een doorkijkspiegel of een zodiak is. - alsook door teveel herhalingen van stukken tekst. Zo wordt de tekst van het opsporingsbericht van Lotte wel minstens vijf keer hernomen in het boek. Het is te verstaan dat de bladzijden moeten gevuld worden, maar zelfs dan blijft de auteur steken op 282 pagina’s.

Daarnaast moet ook gewag gemaakt worden van een onzorgvuldige redactie, want teveel fouten zijn doorgedrongen tot de eerste druk: weinig spelfouten gelukkig, maar wel een aantal contextfouten waarin binnen een scene de leden van een gezelschap wisselen; locaties veranderen of het vertelperspectief wijzigt.

De eerste hoofdstukken van
Lotte, 17 jaar, blond, blauwe ogen herinneren de lezer eraan dat Stan Lauryssens wel degelijk potentieel heeft als auteur, maar jammer genoeg kan hij deze lijn niet doortrekken tot op het eind. Als aanmoediging luidt mijn eindverdict: met de hakken over de sloot.

Het definitieve verdict: 5/10

EOB.JPG


23-04-12

GERRITSEN Tess - Het stille meisje

 

gthsm.jpg

 

De eerste zin:
De hele dag heb ik het meisje gadegeslagen.

De korte inhoud.
In Bostons Chinatown wordt de hand van een vrouw gevonden. Op het dak van een gebouw ligt haar lijk met een bijna afgehakt hoofd. Er worden twee zilvergrijze haren op haar lichaam aangetroffen. Tijdens het onderzoek ontdekken rechercheur Jane Rizzoli en patholoog-anatoom Maura Isles dat er nog meer brute moorden zijn gepleegd.
Negentien jaar eerder vonden tijdens een schietincident in een restaurant in Chinatown vijf mensen de dood. Slechts één persoon overleefde die slachtpartij: een mysterieuze vrouw en een meester in de Chinese vechtkunst die een groot geheim met zich meedraagt. Nu is ze het doelwit van een onzichtbare vijand die meedogenloos toeslaat…

 


Het volledige rapport
De Amerikaanse schrijfster Tess Gerritsen is een van de grote namen van de misdaadliteratuur. Deze arts begon te schrijven tijdens haar zwangerschapsverlof en sindsdien leverde ze geromantiseerd spanning, medische thrillers en zelfs een technothriller af. Maar de basis van haar wereldwijd succes legde ze met De chirurg, het eerste boek waarin rechercheur Jane Rizzoli mocht opdraven. In een volgend boek werd anatoom-patholoog Maura Isles geïntroduceerd en dit duo beleeft niet alleen hun negende avontuur in Het stille meisje, ze hebben ondertussen een eigen televisiereeks die al aan het derde seizoen toe is.

De sfeer in Het stille meisje wordt volledig bepaald door de Oosterse afkomst van de auteur: niet alleen is de plaats van afspraak de Chinese wijk van Boston, die zoals in zowat alle steden ter wereld luistert naar de naam Chinatown, maar tevens zijn de sleutelpersonages Oosterse inwijkelingen of op zijn minst afstammelingen ervan. En als toemaatje voorziet de auteur een mythologisch intermezzo uit China, dat me meteen in de sfeer brachten van Bertus Aafjes verzameling Japanse kortverhaaltjes die verzameld werden onder de titel Rechter Ooka mysteries.

Het eigenlijke verhaal begint met de gewelddadige dood van een vrouw: haar hand werd geamputeerd en ze was bijna onthoofd. Het onderzoek brengt een mogelijk verband aan het licht met een meervoudige moord die jaren geleden gepleegd werd, toen een kok amok maakte in een restaurant; door alle aanwezigen neer te schieten en daarna zelfmoord te plegen. Negentien jaar later komt deze cold case weer tot leven als de enige getuige van die schietpartij zelf het doelwit wordt van een meedogenloze moordenaar.

Niet alleen putte de auteur uit haar eigen ervaringen, maar zelfs het belangrijkste nevenpersonage van het verhaal, Iris Fang werd geboetseerd naar de echte oma van de Chinese gevechtssport wu shu: Bow Sim Mark. De hoofdstukken waarin deze uitzonderlijke vrouw centraal staat worden verteld in de tegenwoordige tijd, gebruik makend van eerste persoon enkelvoud. Voor al de andere hoofdstukken wordt gebruik gemaakt van de meer gangbare derde persoon enkelvoud en de verleden tijd.

De plot van Het stille meisje heeft is nogal vergezocht, maar de meesterlijke vertelster die Tess Gerritsen is, heeft er weinig problemen mee om de twijfel tot een minimum te beperken en de lezer een aangename rit op een rollercoaster aan te bieden. Maar ondanks de snelheid waarmee het verhaal voortraast, zijn er hier en daar toch een paar voorspelbare wendingen en worden aan het eind niet alle losse eindjes proper weggewerkt.

Het is algemeen geweten dat de meesters in de oosterse gevechtssporten de toeschouwer meermaals met verstomming slaat, maar dat ze minder duidelijk op film zichtbaar zouden zijn is net een stap te ver. Mede omdat een buitenstaander niet ten volle kan inschatten in hoeverre de menselijke capaciteiten van zulke atleten reiken, heeft de lezer de neiging hier en daar de geloofwaardigheid van het verhaal in twijfel te trekken.

Ook is het jammer dat de achterflap feiten prijs geeft die pan halverwege het verhaal aan bod komen. Mijns inziens zou een flaptekst niets mogen prijsgeven van wat pas na de honderdste pagina aan bod komt, om zo het leesplezier van de lezer niet te vergallen.

Het stille meisje is niet het beste boek uit de Rizzoli en Isles reeks, maar desalniettemin blijft het een plezier om de schrijfsels van Tess Gerritsen te lezen. Haar capaciteiten om de actie af te wisselen met wat feiten en daarnaast quasi ongemerkt haar personages te laten evolueren, kennen amper hun gelijke in de wereld van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


12-04-12

DEAVER Jeffery - In memoriam

 

djim.jpg

De eerste zin:
Er klopte iets niet.

De korte inhoud
Langs de snelwegen van Monterey, Californië, verschijnen steeds regelmatiger herdenkingskruizen – niet ter herinnering aan dodelijke ongelukken in het verleden, maar als aankondiging van gruwelijke moorden die nog zullen volgen.
Kathryn Dance, kinetisch expert bij het California Bureau of Investigation, wordt ingeroepen om de zaak op te lossen. Al snel komt ze op het spoor van de tiener Travis Brigham. Zijn rol bij een fataal auto-ongeluk leidde tot verschrikkelijke haataanvallen tegen hem op een populair weblog.
Terwijl Kathryn wanhopig zoekt naar aanwijzingen waar Travis zich schuilhoudt, werkt deze zijn lijstje af. Door gebruik te maken van persoonlijke details op blogs en community’s maakt hij elke moord zo persoonlijk en afschuwelijk mogelijk…


Het volledige rapport
De Amerikaanse auteur Jeffery Deaver staat bekend als de prins van de plotwendingen. Tegenwoordig onderhoudt hij twee reeksen met vaste personages en publiceert hij op tijd en stond ook nog een op zichzelf staande thriller. De langstlopende reeks, met Lincoln Rhyme en Amelia Sachs startte al in 1997. In De Koude maan, het zevende verhaal in deze serie, introduceerde hij Kathryn Dance, een menselijke leugendetector. De auteur vond het personage zo sterk dat hij haar promoveerde tot hoofdrolspeelster in een aparte reeks boeken. Na De slaappop is het in 2009 verschenen In memoriam het tweede boek dat volledig gedragen wordt door deze vrouw.

Hierin kondigt een moordenaar zijn daden aan door langs de weg herdenkingskruisen te plaatsen, met daarop de naam datum waarop zijn volgende slachtoffer zal sterven. Kathryn Dance, die rechercheur is bij het CBI krijgt de zaak toegewezen en vindt al snel en verdachte in Travis Brigham, een wat wereldvreemde tiener, die veruit het merendeel van zijn tijd doorbrengt achter computers. Nadat hij een dodelijk ongeluk veroorzaakte, wordt hij, als op een populaire blog de reacties van de lezers alsmaar grimmiger worden, slachtoffer van cyberpesten. Wraak is het voor de hand liggende motief, want modus operandi is afhankelijk van de grootste angst van elk slachtoffer.


Na De cyberkiller uit 2001 waagt de auteur zich met In memoriam weer aan een thriller in de sfeer van computers en informatica. Meer specifiek stelt hij zich vragen over het vervagen van de grenzen tussen de echte en de digitale wereld enerzijds en anderzijds vraagt hij zich af waarom we ons toch anders gedragen in beide werelden. Om deze thematiek nog verder te ondersteunen geeft Jeffery Deaver aan dat alle URL’s – adressen van webpagina’s, zeg maar – die in het boek genoemd worden ook echt bestaan. Maar bij het bezoeken ervan blijkt dat ze allen eigendom zijn van de auteur, die ze blijkbaar speciaal voor dit boek construeerde, om de geloofwaardigheid van het verhaal te ondersteunen. Maar eigenlijk is het een beetje vals spelen, en bereikt hij net het tegenovergestelde effect. Een beetje meer voorbereidend onderzoek en het refereren naar echte weblogs, waren een galantere oplossing geweest, maar hij onderstreept er wel zijn stelling mee dat je niet alles wat je al surfend leest klakkeloos moet geloven. In memoriam zet je aan het denken en dat is iets dan van niet veel spannende boeken kan gezegd worden.

Het verhaal dat achter de nietszeggende cover schuilgaat en waarvoor Kruisweg een meer toepasselijke titel geweest was, strekt zich uit over een werkweek. Met een intrigerend begin wordt meteen de toon gezet. Maar wat later lijkt het verhaal, ondanks drie grote verhaallijnen, wat doelloos rond te zwalpen, alsof besluiteloosheid het de wind uit de zeilen genomen heeft, om naar het einde toe te ontaarden in een typische Deaver, met onverwachte wendingen, waarvan sommige op het randje van de geloofwaardigheid die elkaar in zo’n sneltreinvaart opvolgen. Gedreven door tijdnood ziet de auteur zich genoodzaakt twee van de drie rode draden af te haspelen, wat toch wel ontgoochelend is.

Gelukkig is het hoofdpersonage in dit verhaal een stuk menselijker dan in De slaappop. Daarin leek Kathryn Dance bijna een waarzegster, die door in iemands ogen te kijken niet alleen diens verleden naar boven kon halen, maar eveneens de toekomst. In memoriam is in dat opzicht een stuk realistischer en door Kathryns vaardigheden slechts met mondjesmaat te gebruiken, benadert het veel dichter de gewone policier wat in dit geval een positieve zaak is. Maar het verhaal van De slaappop is blijkbaar nog een zeer belangrijk gegeven, want In memoriam staat vol met verwijzingen naar zijn voorganger.

In memoriam is van quasi hetzelfde niveau als De slaappop, maar de accenten liggen iets anders: het hoofdpersonage wordt menselijker en echter terwijl de plot net iets minder sterk is. Maar door onder andere De koude maan en Het gebroken raam, weten we dat Jeffery Deaver veel meer in zijn mars heeft en pakken beter kan.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


10-04-12

VANROY Berthilde - De tempel van de 9 kamers

 

vbdtvd9k.jpg

De eerste zin:
Het was nog vroeg in de ochtend, maar toch deed de zon het asfalt van de snelweg al baden in een gouden gloed.

De korte inhoud
Christine en David zijn aantrekkelijke twintigers en vormen een gelukkig stel. Ze wonen zes jaar samen en leiden een zeer comfortabel leven, dankzij het riante inkomen van David, die in de succesvolle multinational van zijn familie werkt. Alles lijkt perfect en niets schijnt hun eeuwige geluk in de weg te staan. Maar daarin komt plots verandering. Wanneer ze trouwplannen maken, overrompelt David zijn geliefde met een bizarre voorwaarde voor hij zijn jawoord wil geven. Christine voelt de grond onder haar voeten wegzakken en ziet haar droomleven in rook opgaan. Eerst wil ze niet op Davids eis ingaan, dan doet ze het toch en ontdekt een verborgen kant van haar seksuele beleving. Maar op een bizarre manier komt ze zo in de macht van een uiterst gevaarlijke lustmoordenaar…


Het volledige rapport
De uit Zonhoven afkomstige Berthilde Vanroy leefde een leven vol luxe en mannen. Maar toen ze naar eigen zeggen besefte dat een overvloed aan weelde niet gelijkstaat met geluk trok ze zich terug om dat geluk te zoeken. En blijkbaar draagt boeken schrijven daartoe bij, want na het esoterisch getinte De formule voor geluk en de autobiografisch geïnspireerde roman Verstrikt en verlost brengt ze nu met De tempel van de 9 kamers een erotische thriller op de markt.

Hierin maken we kennis met Christine en David; een verliefd koppeltje dat aan trouwen denkt. Maar vooraleer het zover kan komen moet David haar bekennen dat hij behoort tot de eeuwenoude sekte Hieros Gamos en dat hij enkel met haar in het huwelijk kan treden nadat zij de negendaagse inwijdingsceremonie heeft doorlopen. Een protocol dat haar niet alleen een verruimd inzicht geeft omtrent haar seksuele beleving, maar haar ook onbedoeld in het vizier brengt van een lustmoordenaar.


Net geen tien jaar nadat Dan Brown met zijn De Da Vinci code de hype van de reli-thriller startte, en eveneens een aantal jaren na het uitdoven van die stroming komt Berthilde Vanroy op de proppen met een soortgelijk werk, dat overgoten werd met een royale laag seks en erotiek. Een te royale laag misschien, want zelfs het hoofdpersonage laat zich ontvallen dat ze op een gegeven moment geen geslachtsorgaan meer kon zien.

Dertig jaar geleden, in mijn pubertijd, had ik dit boek wellicht met veel belangstelling en rode oortjes verslonden. Maar een volwassene kijkt verder dan de dans der naakte lichamen en stelt vast dat De tempel van de 9 kamers vooral opgebouwd is uit clichés: naast de oogverblindend mooie vrouwen die meer tijd naakt doorbrengen dan gekleed en de mannen met gigantische penissen die bijna constant in de houding staan is bij voorbeeld ook het obligate mysterieuze document aanwezig dat het einde van een tijdperk zal inluiden als het wereldkundig gemaakt wordt.

De snoodaard van dienst noemt zichzelf Gehelvanuw. En ondanks een andere naamsverklaring in het boek is het meteen duidelijk dat dit een doorzichtig anagram is van de Brugse pedofiele bisschop Roger Vangheluwe. Het hele spannende draadje is er trouwens met de haren bijgesleept en voelt als een schaamlapje voor het vele naakt in het boek.

De tempel van de 9 kamers is een opvallende verschijning tussen de veelheid aan politieverhalen en detectives. Dat is dan ook het enige recht van bestaan, want na weging werd het veel te licht bevonden om potten te breken in de wereld van het spannende boek.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


14-03-12

ELLORY R.J. - De helden van New York

 

erjdhvny.jpg

 

De eerste zin:
Drie Vicodin, een half flesje Pepto-Bismol voor zijn maag, vroeg op een bitterkoude ochtend.

De korte inhoud
De jonge drugsdealer Danny lijkt het zoveelste slachtoffer in de drugsoorlog te zijn. Maar wanneer ook zijn zus dood wordt aangetroffen, worden er vraagtekens bij de zaak gezet. NYPD-detective Frank Parrish probeert de moorden op te lossen maar worstelt tegelijkertijd met demonen uit het verleden. Hij probeert de reputatie van zijn vader te evenaren. Deze was ook politieman en een van de ‘De helden van New York’, mannen belast met het oprollen van de overblijfselen van de maffia in de jaren tachtig. Terwijl de tijd dringt worden niet alleen de motieven achter de moorden duidelijk, maar moet Frank ook de waarheid over zijn vader onder ogen zien…
 
 
Het volledige rapport
Na een ongelukkige jeugd probeerde de uit Birmingham afkomstige Roger Jon Ellory aan de bak te komen als schrijver van spannende verhalen. Een eerste poging in de periode 1987-1993 faalde jammerlijk, want hij slaagde er niet in een uitgever te strikken voor zijn boeken. Maar nadat hij in 2001 op zijn werk kennismaakte met de computer, wakkerde de vlam weer op. Deze keer had hij meer geluk en in 2003 lag zijn spannende debuut Stervensuur in de winkelrekken. Nu, negen jaar later ziet De helden van New York het levenslicht. Het is zijn achtste titel, maar slechts zes ervan werden naar het Nederlands vertaald.


In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden handelt dit werk niet over de hulpdiensten en reddingswerkers die aan de slag waren tijdens 9/11, maar zijn de helden waarnaar gerefereerd wordt de leden van de dienst georganiseerde misdaad van de New Yorkse politie, die in de jaren zeventig en tachtig van vorige eeuw de maffia monddood maakten in de stad die nooit slaapt. De witste raaf van die afdeling was de vader van het hoofdpersonage Frank Parrish. Frank is zelf rechercheur van de NYPD, maar zijn staat van dienst steekt schril af tegenover die van zijn vader: hij is onhandelbaar en heeft lak aan de procedures. Enkel het feit dat hij regelmatig successen boekt, weerhoudt zijn oversten ervan hem uit het korps te ontslaan. Tijdens de sessies met de politiepsychologe onthult hij een heel andere kijk op zijn vader, die helemaal niet strookt met de heldenstatus die hij in het korps genoot en nog steeds geniet. Ondertussen werkt hij ook nog aan een dubbele moord: een laag in de pikorde staande drugsdealer lijkt slachtoffer te zijn van een afrekening. Maar bij hem thuis wordt het levenloze lichaam van zijn zus gevonden. Misschien is er wel meer aan de hand?

Het moge duidelijk zijn. De helden van New York is geen policier zoals er dertien in een dozijn te vinden zijn. Je krijgt twee boeken voor de prijs van één: naast de bijna obligate verhaallijn van het veertig dagen lopende moordonderzoek in de tweede helft van 2008, biedt dit vier en een halve centimeter dikke werk genoeg ruimte voor een volwassen psychologische kant, waarin de twijfels van het hoofdpersonage niet alleen belicht worden, maar onder de loep geanalyseerd worden. Hierdoor krijgt de volledig uit clichés geboetseerde protagonist, die in onmin leeft met zijn ex-vrouw en kinderen, geen leven heeft buiten zijn werk, maar lak heeft aan procedures en hiërarchie en functioneert op afhaalmaaltijden en alcohol, een ongekende diepgang mee, die hem weer interessant maakt.

De vasthoudendheid waarmee Frank Parrish zijn verdachte ondanks het gebrek aan harde bewijzen blijft achtervolgen, zou zelfs lof oogsten bij de pitbulls. Dit zorgt voor de unieke situatie waarin de ene underdog de andere onder druk zet en de lezer, ongeacht de afloop van dit spannende draadje, gegarandeerd overloopt van medeleven maar tevens even zeker ontgoocheld achterblijft. Het scheppen en onderhouden van deze situatie getuigt van hen hoge mate van vakmanschap van de auteur.

Los daarvan hanteert R.J. Ellory een zalige vertelstijl met een sarcastisch ondertoontje en laat hij zijn personages de snedigste dialogen produceren, wat het leesgenot over de hele lijn ten goede komt. Jammer dat sommige zaken net iets te frequent herhaald worden, wat soms tot enige irritatie kan leiden. Een beetje meer vertrouwen in het geheugen van zijn publiek had niet misstaan. Mede hierdoor is het boek net niet meeslepend genoeg om top te zijn.

Maar de grootste ontgoocheling is de functie van de locatie. Een bruisende wereldstad als de Big Apple verdient beter dan gedegradeerd te worden tot een opsomming van straatnamen en metrohaltes die enkel en alleen dient om de verplaatsingen van de personages te documenteren.

Met De helden van New York levert R.J. Ellory een meer dan degelijk spannend boek af met een veel diepgang en geschreven in een opmerkelijke stijl, dat zich richt op de meerwaarde zoekende thrillerliefhebber.

Het definitieve verdict: 8/10 

EOB.JPG

 

28-02-12

EEKHAUT Guido - Wolven: Jalena

 

egwj.jpg


De eerste zin:
Moskou en regen: een combinatie die in oktober voor bewoners en regelmatige bezoekers van deze stad vanzelfsprekend was.

De korte inhoud:
Jalena Giorgadze is jong, aantrekkelijk en als huurmoordenaar in dienst van de Russische petro-oligarch Dimitri Vasilikov. Wanneer ze een bom in de flat van een dissidente journaliste doet ontploffen, en zo ook de twee dochtertjes van de vrouw om het leven komen, wil Jalena niets meer met haar opdrachtgever te maken hebben. Hij van zijn kant wil haar niet laten gaan omdat ze al zijn geheimen kent.
Jalena ontkomt zelf aan een aanslag en vlucht naar Antwerpen. Plots hebben een heleboel mensen interesse voor haar: de Russische veiligheidsdiensten FSB en de handlangers van Vasilikov.
In Antwerpen wordt Ecofin gealarmeerd, nadat Jalena uit wraak de lokale medewerkers van Vasilikov ombrengt. Perseyn en zijn team krijgen hulp van twee ongewone FSB-agenten en gaan achter Jalena aan. Het begin van een vreselijk spel van wraak en verraad waarbij ook de leden van het Ecofin-team persoonlijk raken. Uiteindelijk wordt de rekening vereffend in een bevroren bos in de buurt van Moskou.


Het volledige rapport
:
De uit het Leuvense afkomstige, en in de bankwereld werkzame, Guido Eekhaut ontpopte zich de laatste jaren tot een veelschrijver. Zo verschenen er in 2011 niet minder dan vijf titels van zijn hand, waaronder de spannende boeken Vulkaan, de stationsroman Demon in Leuven, het onder het pseudoniem Nellie Mandel verschenen Blauwe sneeuw en het derde en laatste deel in de Wolven-reeks: Jalena.

Deze reeks is een multimediaal samenwerkingsproject tussen de Vlaamse televisieomroep één , uitgeverij Manteau en filmproducent Prime Time, waarin de Antwerpse cel van politiedienst economische en financiële criminaliteit, afgekort Ecofin, centraal staat.

In dit derde boek, dat in een felgroen jasje gestoken werd, krijgt Antwerpen af te rekenen met Jalena Giorgadze, een Russische huurmoordenares op de vlucht, die haar zus en enige familielid bezoekt. Als die zus door trawanten van haar vroegere baas, de meedogenloze zakenman en oliebaron Dimitri Vasilikov, op straat wordt neergeschoten, kent Jalena maar een antwoord: wraak. Systematisch begint ze de medewerkers van de Antwerpse afdeling van Vasilikovs economische imperium om te brengen. Maar haar acties wekken de interesse van verschillende slapende honden: Dimitri Vasilikov, die haar het zwijgen wil opleggen omdat haar kennis zijn ondergang kan betekenen; de Russische geheime dienst FSB, die hoopt via haar diezelfde Vasilikov ten gronde te kunnen richten en Ecofin, dat van rechtswege reageer. Een jacht begint waarbij alle deelnemende partijen afwisselend jager en prooi worden.

Dit verhaal begint onder een slecht gesternte, want de twee kinderen, die ongepland slachtoffer werden van Jalenas aanslag en waarvan ze de schuld bij haar opdrachtgever wil leggen, zijn eigenlijk slechts het gevolg van haar eigen falen, want ze verliet haar observatiepost even en miste zo hun thuiskomst. Zo wordt Jalena meteen een boek dat er niet had moeten zijn.

Los daarvan is dit werk geschreven op een routine die voortkomt uit jaren ervaring. En dat is jammer want het is algemeen geweten dat auteur beter kan. Getuige daarvan is vooral zijn kwalitatief hoogstaande Nellie Mandel reeks. De typerende elementen, zoals gedegen manier van schrijven en het ontbreken van elke vorm van humor, maken het dan weer herkenbaar als een echt verhaal van Guido Eekhaut.

Een teveel aan dodelijke slachtoffers kan een zwakke verhaalstructuur niet verhullen en de explosieve, maar totaal van de pot gerukte ontknoping laat alle denkbare alarmen die de grenzen van de geloofwaardigheid bewaken, in werking treden. Het enige lichtpunt in deze plot is dat de auteur afstapt van het veelvuldig gehanteerde “eind goed, al goed” principe. Zo spaart hij zijn publiek niet en laat hij al eens een slachtoffer vallen dat zijn lezers nauw aan het hart ligt. Het is trouwens niet voor het eerst dat hij zo’n plotwending inplant.

Hoewel de auteur het in alle toonaarden ontkent, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat te veel publiceren ergens toch een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het geleverde werk. Het boek Jalena lijkt hier dan ook een schoolvoorbeeld van te zijn.

Het definitieve verdict: 4/10

 

EOB.JPG


12-02-12

DEFLO Luc - Phobia



dlp.jpg

 

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.

De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?


Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.

Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.

De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.

Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.

Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.

Het definitieve verdict: 7/10

 

EOB.JPG


02-02-12

DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

 

dbimjk.jpg

 

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.

De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..


Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.

Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?

Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.

En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.

Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.

Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.

Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG


31-01-12

ASPE Pieter - Solo

 

aps.jpg


De eerste alinea:

Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?

De korte inhoud

Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.



Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.


In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.

Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris

Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.

Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.

Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.

Het definitieve verdict:
6/10


EOB.JPG


22-01-12

ADLER-OLSEN Jussi - Dossier 64

 

aojd64.jpg


De eerste zin: 
Op een onvoorzichtig moment ging haar gevoel met haar op de loop.

De korte inhoud
Naar aanleiding van een gewelddadige overval op een bordeelhoudster in Kopenhagen duikt Rose, de eigenzinnige assistente van brigadier Carl Morck, op de kwestie van een jaren geleden verdwenen prostituee – een van de vele onopgehelderde zaken die de afdeling Q moest oplossen. Wanneer Morck en zijn collega Assad worden gedwongen de zaak te onderzoeken, komen er verdachte aanwijzingen boven water over een eiland waar de Deense overheid vroeger lichtzinnige vrouwen naartoe stuurde, die vervolgens waren overgeleverd aan de luimen van het bewakend personeel. Morck en Assad ontdekken algauw dat dit slechts het topje van de ijsberg is van een ongehoorde vorm van mensenrechtenschending, die meer dan een halve eeuw geleden is begonnen en blijkbaar nog steeds gaande is.



Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen heeft zich op zeer korte tijd van nobele onbekende weten op te werken tot een vaste waarde bij het kruim van de misdaadauteurs. Nadat zijn eerste drie opzichzelfstaande thrillers quasi onopgemerkt passeerden, was het met De vrouw in de kooi, het eerste deel van de serie over de afdeling Q van de Deense politie, eindelijk raak. Nog twee delen volgden met evenveel, zo niet nog meer succes en nu ligt met Dossier 64, het vierde verhaal in de winkel met Carl Morck, Assad en Rose als de drie musketiers van de Deense cold cases, in de hoofdrol.

De zaak van de plotse verdwijning van een succesvolle, met Madonna dwepende, bordeelhoudster in 1987 is het begin van een onderzoek dat met gevaar voor eigen leven gevoerd wordt en de speurders via de donkere krochten van de medische sector van de helft van de vorige eeuw – toen ongeremde vrouwen uit de maatschappij geplukt werden om aan het werk gezet te worden op een afgezonderd eilandje, waar ze de speelbal werden van hun opzichters - tot bij de oprichters van een nieuwe extreemrechtse politieke partij in 2010.

Dossier 64 wordt verteld door middel van twee verhaallijnen die elkaar tegen het eind van het boek inhalen. De eerste speelt zich af in de tweede helft van de jaren tachtig en geeft aan de hand van een overlevende oud-eilandbewoonster inzicht in de karaktervorming van een slachtoffer van de maatschappij en hoe ze ermee omgaat. De ander is het hedendaagse draadje waarin het onderzoek gevoerd wordt.

Hoewel het verhaal in Dossier 64 op zichzelf origineel is, zijn er toch veel overeenkomsten met de vorige drie boeken uit de serie die de sociologische interesses van de auteur duidelijk bloot leggen: de vrouw als slachtoffer van naar buiten toe gerespecteerde leden van de maatschappij die er een verborgen agenda op na houden en zekere sadistische trekjes vertonen. Benieuwd hoelang Jussi Adler-Olsen nog uit dit vaatje kan blijven tappen, zonder statusverlies te lijden. Net zoals bij Karin Slaughter is de kans groot dat een deel van het publiek afhaakt met een gevoel dat ze het allemaal al eens gehad – of gelezen – hebben. Maar voorlopig is het nog net te slikken.

Ook moet Jussi Adler-Olsen erover waken dat hij de grenzen van de geloofwaardigheid niet al te frequent en opvallend overschrijdt. De acties van Carl Morck en zijn Syrische assistent Hafez el-Assad kunnen in dit boek een paar keer echt niet door de beugel en zouden in het echte leven meer dan waarschijnlijk op zijn minst uitzetting uit het politiekorps tot gevolg hebben; wellicht met nog een proces en veroordeling erbovenop. Dit overdrijven vreet aan het realisme dat de serie zo kwalitatief hoogstaand maakt.

Gelukkig zijn zowel de plot als de schrijfstijl van superieure kwaliteit, waardoor negatieve puntjes al eens makkelijker door de vingers gezien worden en het prachtige gevoel van humor dat de auteur laat infiltreren in de dialogen zalft zonder probleem alle eerder geslagen wonden. Alsook het feit dat het verhaal beter wordt naargelang het vordert met een geniale plotwending op het eind als de spreekwoordelijke kers op de taart.

Dossier 64 kan nog net door de beugel als zeer goed boek, maar voor een eventueel vijfde deel zal Jussi Adler-Olsen uit een ander vaatje moeten tappen, om zijn kredietwaardigheid te kunnen blijven bestendigen, vrees ik.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


04-01-12

CAIN Chelsea - Genadeloos

 

ccg.jpg


De openingszin:
De openbare wc’s langs de Interstate 84 tussen Oregon en de rivier de Columbia waren weerzinwekkend, zelfs naar de maatstaven voor rustplaatsen.

De korte inhoud

In een smerig toiletgebouw langs de I-84 in Oregon vindt een nietsvermoedende tiener met hoge nood de bloederige resten van iets wat ooit leven bezat. De wand van het toilet is volgekalkt met hartjes, de handtekening van Gretchen Lowell.
Tweeënhalve maand is Gretchen al voortvluchtig. Is ze teruggekeerd naar Portland, of is er een copycat aan het werk?.


Het volledige rapport
Genadeloos is al het derde deel in de serie over de bizarre band tussen Gretchen Lowell, de vrouwelijke Hannibal Lecter en de man die haar kost wat kost veroordeeld wil krijgen, rechercheur Archie Sheridan.

Dit boek begint ongeveer twee maanden na het punt waar Hartendief eindigde. Gretchen is nog steeds voortvluchtig als Portland opnieuw wordt opgeschrikt opgeschrikt door een aantal moorden die Lowells signatuur dragen. Maar Sheridan, is niet volledig overtuigd en denkt aan een copycat.

In een krampachtige poging zich niet nog eens te herhalen wringt de Portlandse schrijfster Chelsea Cain zich in alle mogelijke en onmogelijke bochten om van Genadeloos toch maar een origineel werk te maken. Zo moet ze bijvoorbeeld al beginnen rondzeulen met milten en “knikkeren” met oogballen om toch meer maar proberen gruwelijker uit de hoek te komen, maar jammer genoeg heeft het een  omgekeerd effect. Het Cody McFadyen-syndroom zou het kunnen genoemd worden.

De verschillende plaatsen delict volgen elkaar op, maar de lezer voelt tot diep in het verhaal geen enkel moment enige betrokkenheid. Daar kan zelfs de aangename vertelstijl van Chelsea Cain niets aan verhelpen. Het lijkt erop dat Genadeloos het boek teveel is geworden in deze serie. Of misschien is het maar een dipje want ondertussen ligt er met Zondvloed alweer een tijdje een vierde Sheridan-thriller in de winkels.

Tussen de eenenzestig hoofdstukken die betrekking hebben op het verhaal zitten er totaal overbodig drie andere verloren geplaatst die handelen over het verleden. Maar deze flashbacks over de relatie tussen Archie en Gretchen staan er totaal plompverloren bij en missen elke context. Of het gewoon bladvulling is om toch maar de kaap van de driehonderd bladzijden te kunnen ronden of een gebrek aan redactie laat ik in het midden, maar storen deden ze in elk geval.

Met Genadeloos, een deel uit de Gretchen Lowell serie dat het bijna moest stellen zonder de aanwezigheid van de seriemoordenares, slaat Chelsea Cain de plank volledig mis. Het enige positieve dat erover gezegd kan worden is dat het van hier af aan enkel weer beter kan worden. En dat ze beter kan is algemeen geweten.

Het definitieve verdict: 4/10

EOB.JPG


20:21 Gepost door Eric Diepvens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: cain_chelsea, vertaald, usa, 4, policier, seriemoordenaar, serie |  Facebook |

13-08-11

AUBERT Brigitte - Het krijsen van de bossen.

 

abhkvdb.jpg

 

De eerste zin:
Het regent.

De korte inhoud
Als gevolg van een terroristische aanslag is de zesendertigjarige Elise volledig verlamd geraakt, blind en stom. Enige vorm van communicatie is mogelijke doordat Elise haar wijsvinger kan bewegen. Op een dag vertelt een wildvreemd meisje haar hoe in de bossen aan de rand van de nieuwbouwwijk onlangs een jongetje is vermoord door een geheimzinnige persoon, die in de afgelopen jaren al meer kinderen heeft vermoord. Elise raakt in de ban van het meisje, dat Virginie heet, en raakt steeds meer overtuigd van de waarheid van haar verhaal.
Wanneer de politie een onderzoek instelt naar de seriemoordenaar en ook bij Elise aanklopt, begint iemand haar op sadistische wijze lastig te vallen.


Het volledige rapport
Brigitte Aubert werd vijfenvijftig jaar geleden geboren in Cannes, het Zuid-Franse centrum van de film, waar haar ouders een bioscoop uitbaatten. Na haar studies arbeidsrecht, gaat ze werken voor UGC, een van de grootste firma’s in de Europese wereld van het witte doek.

Vanaf het begin van de jaren negentig van vorige eeuw waagt ze zich aan het schrijven. Momenteel legt ze zich vooral toe op politieromans waarvan er drie naar het Nederlands vertaald werden en, samen met Gisèle Cavali, jeugdboeken.
In 1997 won ze met Het krijsen van de bossen de Grand prix de litérature policière oftewel de prijs voor de beste politieroman van Franse origine.

Hierin maakt de lezer kennis met Elise Andrioli die een bioscoop uitbaatte in een fictief dorpje niet ver van Parijs tot het moment dat een autobom haar blind, stom en op haar wijsvinger na, lam maakte. Op een dag vertrouwt Virginie, een jong meisje uit dezelfde wijk, haar toe dat ze getuige was van de moord op een jongetje in de bossen aan de rand van het dorp. En dat het niet de eerste keer was dat deze moordenaar toesloeg. Vanaf het moment dat Elise betrokken raakt bij het politieonderzoek, komt ze ook in het vizier van de moordenaar. En zij is niet in de mogelijkheid zich op welke manier dan ook te verweren…

Het krijsen van de bossen is het eerste deel van een tweeluik met hetzelfde hoofdpersonage. Vier jaar na het verschijnen van dit boek, keerde Elise Andrioli terug in De stilte van de sneeuw.

Brigitte Aubert steekt perfect van wal: met een sterk en intrigerend begin verzekert ze zich meteen van de volle aandacht van de lezer. Later zakt het wat in, wat blijkbaar typisch is voor boeken met hoofdpersonages die op de een of andere manier beperkt zijn, want hetzelfde fenomeen stak ook de kop op bij S.J. Watsons Voor ik ga slapen met een hoofdfiguur van wie het geheugen niet behoorlijk functioneert.

Al snel ontaart het boek zich in een deurenroman, waarbij zowat alle randpersonages meermaals hun zielenroerselen toevertrouwen aan de levende pop die Elise is. Maar door het verhaal in de eerste persoon enkelvoud te vertellen geeft de auteur de lezer toegang tot de gedachtegangen van de protagoniste. Een denkwereld van een pientere vrouw die doorspekt is met humor en zelfspot. Een mooie kunstgreep om de mindere passages merkbaar aangenamer te overbruggen die resulteert in het feit dat de lezer zich al snel vereenzelvigt met Elise Andrioli.

Maar Het krijsen van de bossen blijft in eerste instantie een spannend boek over de zoektocht naar een seriemoordenaar en dat vertrekt van uit een mooi opgebouwde plot en langzaam maar zeker, meer dan onderhoudend, toewerkt naar een grote finale. Het enige puntje van kritiek is dat het weinig aannemelijk is dat het huis van een alleenstaand iemand die bijna een jaar geleden overleed nog steeds niet verkocht werd en nog altijd hetzelfde is ingericht, maar dit is slechts een detail.

Met Het krijsen van de bossen leverde Brigitte Aubert een meer dan behoorlijke policier af, die zich misschien toch wel een tikkeltje meer richt tot de vrouwelijke liefhebber van het spannende boek, maar waarmee de mannelijke thrillerlezer ook zonder probleem aan de slag kan.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


18-07-11

ADLER-OLSEN Jussi - De noodkreet in de fles

 

aojdnidf.jpg

 

De eerste zin:
Het was de derde ochtend, en de geur van teer en zeewier was in hun kleren gaan zitten.

De korte inhoud

Afdeling Q werkt aan de oplossing van een reeks myserieuze branden, maar krijgt dan de melding van Schotse collega’s dat ze een flesje hebben gevonden. Dit bevat een stukjes papier dat met bloed is beschreven en slechts gedeeldelijk te lezen is. Langzaam maar zeker weten brigadier Morck en zijn assistent Assad het bericht te duiden: het is een in 1996 geschreven schreeuw om hulp in verband met de ontvoering en verdwijning van twee jongens. Morck en Assad raken op deze manier betrokken bij een gruwelijke zaak van verdwenen kinderen die door hun ouders nooit als vermist zijn opgegeven.


Het volledige rapport
De Deen Jussi Adler-Olsen leverde met Dossier 64 net het vierde deel af in de Serie Q, over de politieafdeling die oude onopgelost zaken een tweede leven geven. Ook zijn in de schaduw van het succes van deze reeks, de twee eerder vertaalde opzichzelf staande boeken Het alfabethuis en De bedrijfsterrorist weer op de markt gebracht. Zo blijft enkel Washington dekretet nog onvertaald naar het Nederlands.

De noodkreet in de fles is na De vrouw in de kooi en De fazantenmoordenaars het derde boek met Carl Morck en zijn team in de hoofdrol. Hierin belandt een roep om hulp in een glazen flacon na vele omzwervingen een op het bureau van Carl. Zijn assistenten raken meteen in de ban van deze met bloed geschreven boodschap en hun enhousiasme sleurt Carl mee in hun jacht op een gruwelijke afperser en moordenaar die al jaren ongestoord zijn gangen kon gaan op het hele Deense grondgebied.

Dat Jussi Adler-Olsen de kunst van het schrijven als geen ander beheerst, bewees hij al met de eerdere delen in deze reeks. Deze keer heeft hij ook nog eens een zeer sterk verhaal bedacht over een misdadiger die gladder lijkt dan een paling, makkelijker van identiteit verandert dan een kameleon van kleur en als geen ander de zwakkes van zijn medemens weet uit te buiten. Een perfecte slechterik dus, die tot ieders verbazing de toets der geloofwaardigheid makkelijk doorstaat, en die in schril contrast staat met de plantrekkende underdog die Carl Morck is.

De enige vraagtekens die bij dit verhaal geplaatst kunnen worden, betreffen de toch wel bizarre verhaalllijn die zich rondom Carls secretaresse Rose ontwikkelt. Maar de impact ervan is bij lange na niet groot genoeg genoeg om noemenswaardige schade toe te brengen aan et geheel.

Na De vrouw in de kooi levert Jussi Adler-Olsen met De noodkreet in de fles een tweede hoogtepunt af in deze reeks, die blijft boeien.

Het definitieve verdict: 8/10

EOB.JPG


19-06-11

MENHEER Wim - Alfred Lek

 

mwal.jpg


De eerste zin:
Die dag bereikte de hittegolf haar hoogtepunt.

De korte inhoud
.
Wanneer in een oude, vervallen villa in de deftige wijk ‘Sonnenberg’ een gehangene wordt gevonden en in de kelder het lijk van een vrouw, staat Kurt Ruettli van de Zürichse recherche voor een raadsel. De gehangene blijkt een zekere Alfred Lek te zijn, een rijke eenzaat die blijkbaar zelfmoord heeft gepleegd. Maar wie is de vrouw in de kelder?
In een flashback-briefcorrespondentie die Alfred Lek voert met een oude schoolkameraad in België, komen we meer te weten over de activiteiten van Lek in Zürich. En die activiteiten zijn bizar en ziekelijk. En waarom heeft hij die correspondentie met een toevallig weergevonden schoolmakker aangeknoopt? Het raadsel wordt groter als na de lijkschouwing blijkt dat Alfred Lek is vermoord.
Dit is de start van een hallucinante reis door een wereld van decadentie, prostitutie, kunst en verbijsterende onthullingen.


Het volledige rapport..
De in Borgerhout geboren Wim Menheer was tot enkele jaren geleden, de pensioengerechtigde leeftijd al ver overschrijdend, professioneel fotograaf in de Vlaams-Brabantse provinciestad Tienen, waarna hij zich aan de andere kant van de taalgrens terugtrok op het platte land

Pas in 1989 debuteerde hij met een verhalenbundel en op zijn zestigste verjaardag zette hij met Het purperen oog zijn eerste stappen in de misdaadliteratuur. Daarnaast publiceerde hij ook nog foto-poëziebundels en was hij jarenlang hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Verba. Dit jaar rolde Wurgend mooi van de persen, waarin de Zwitserse rechercheurs Kurt Ruettli en André Lebrun, die ook al in Alfred Lek, zijn vorig werk uit 2008, het mooie weer maakten.

Ruettli en Lebrun worden opgeroepen voor een verhanging in een rijkere wijk van Zurich. Het slachtoffer wordt geïdentificeerd als de einzelganger Alfred Lek. Einde verhaal, lijkt het tot in de kelder van het huis het levenloze lichaam gevonden wordt van een jonge vrouw. Terwijl de rechercheurs dit mysterie trachten te ontrafelen, wordt de lezer meer inzicht verschaft in een tweede verhaallijn waarin de brieven van Alfred aan een vroegere leeftijdsgenoot in België een tip van de sluier oplichten over het leven en de beweegredenen van de heer Lek.

Kunst als onderdeel van spannende boeken lijkt een populair gegeven te worden, want op relatief korte tijd is dit al het derde werk met dit gegeven. Na Egon Schiele in Mieke De Loofs Wrede schoonheid, de surrealisten in  Michael Whites De moordkunstenaar speelt ditmaal Gustav Klimt, wiens Pallas Athena de cover siert, een rol in het verhaal. Of hoe men van het lezen van thriller ook nog iets kan opsteken

In Alfred Lek is al snel duidelijk wie de dader is, maar de auteur hecht meer belang aan de drijfveren van de dader. Een whydunit dus, en tussen de grote lading klassieke whodunits, is dit een welkome afwisseling. Dat er met de Zwitserse stad Zurich, ook nog eens een niet alledaagse plaats van gebeuren als decor gebruikt wordt is ook verrassend. Maar jammer genoeg drukt de stad niet echt een stempel op het verhaal. En voor de zeer goed beschreven ontknoping wijkt Wim Menheer uit naar het meer tot de verbeelding sprekende Rome.

Hoewel het boek het eerste is van een serie, blijven de hoofdfiguren zo goed als totale vreemden voor de lezer. Veel wijzer dan dat de ene een fanatiek bowler is en de andere zijn mannetje staat in het kwiscircuit worden we niet gemaakt. De auteur heeft dan ook nog wat werk voor de boeg om een band te creëren tussen zijn protagonisten en zijn publiek.

Maar het verhaal is best goed, want na de voor de hand liggende en netjes voorspelbare openingszetten, neemt het verhaal van Alfred Lek een leuke andere wending en stijgt de suspense langzaam maar zeker.

Alfred Lek, dat me aangeraden werd door een aantal andere misdaadauteurs die bij dezelfde uitgeverij Kramat onder dak zitten, is een niet onaardige policier, die zijn bedenker toch nog genoeg ruimte geeft om te groeien.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


13-06-11

ADLER-OLSEN Jussi - De fazantenmoordenaars

 

aojdf.jpg

 

De eerste zin:
Er galmde nog een schot boven de boomtoppen..

De korte inhoud

In 1987 worden de verminkte lichamen van een broer en zus gevonden in een zomerhuisje in de buurt van Rorvig. In Noord-Seeland. Uit het politieonderzoek blijkt dat de dader gezocht moet worden binnen een groep van kostschoolleerlingen die uit de rijkste kringen van het land afkomstig zijn. Er is echter niet genoeg bewijs en de zaak verdwijnt in de doofpot, totdat een van de verdachten zichzelf aangeeft. Daarmee lijkt het mysterie opgelost.
Een aantal jaren later belandt het onderzoek op het bureau van brigadier Morck, hoofd van de afdeling ‘onopgeloste zaken’ Q. Hij denkt dat het er per ongeluk is terechtgekomen, maar al snel blijkt dat niet het geval te zijn. Hij realiseert zich dat der iets heel erg fout is gegaan… Samen met zijn assistent Assad begint hij een onderzoek dat hen in aanraking brengt met alle lagen van de maatschappij. Van de armste mensen die op straat leven tot de machtigste mensen van het land..


Het volledige rapport..
De Deen Jussi Adler-Olsen werd eenenzestig jaar geleden geboren. Maar als misdaadauteur is hij een laatbloeier, want hij debuteerde pas in 1997 met Het alfabethuis. Tien jaar later blies hij met overweldigend succes zijn literaire loopbaan weer nieuw leven in met De vrouw in de kooi; het eerste deel van de serie Q, over een Deense politieafdeling die enkel oude onopgelost zaken die veel publieke belangstelling genoten weer van onder het stof haalt.

Het net verschenen Dossier 64 is al het vierde deel in de reeks; De fazantenmoordenaars – het boek waar het hier over gaat – is het tweede deel. En hoewel de protagonisten allen weer van de partij zijn, breekt de auteur al meteen deels met zijn oorspronkelijk opzet, want de in zaak die in dit verhaal behandeld wordt, werd al een veroordeling uitgesproken en veel beroering veroorzaakte ze destijds ook al niet in de media.

Carl Morck, raakt geïntrigeerd door een zaak die uit het niets op zijn bureau lijkt te zijn beland. Vierentwintig jaar geleden werden twee tieners vermoord teruggevonden in het buitenverblijf van hun ouders. De verdenking viel al snel op een groepje leerlingen aan een elitaire kostschool, maar de vermoedens konden niet hard gemaakt worden, tot jaren later, één van de verdachten alsnog bekende en berecht werd. Samen met zijn assistent Assad voert de eigengereide brigadier Morck het onderzoek opnieuw en vermoedt hij dat de veroordeelde man enkel maar als zondebok fungeert; een rol waar deze riant voor betaald werd. Het hernieuwde onderzoek brengt de leden van de afdeling Q zowel bij de rijksten van Denemarken als bij de op straat overlevende drugverslaafden en zwervers.

Ondanks de eerder aangehaalde verschillen blijkt dat De fazantmoordenaars een bijna perfect copietje is van De vrouw in de kooi. Carl Morck is nog altijd alleen maar te motiveren als hij zijn oversten kan in de wielen rijden. En zijn afkeer voor zijn personeel wordt ditmaal gericht op het nieuwste lid van de dienst, de secretaresse Rose Knudsen. Ook verloopt het boek voor vier vijfden aan een rustig tempo, terwijl voor de ontknoping weer wat meer actie uit de mouw geschud werd. Enkel een begenadigd verteller kan hiermee wegkomen en mede door een zeer goed uitgewerkt plot en opvallende personages slaagt Jussi Adler-Olsen hierin.

Vooral de enige vrouw in het elitaire groepje krijgt een indrukwekkende en markante rol toebedeeld, waardoor elkeen die het boek zal lezen geïntrigeerd zal raken door het personage: de combinatie van sadisme, normenvervaging en persoonlijk leed, maken van deze figuur iemand waarbij Lisbeth Salander verbleekt. En om deze vergelijking door te trekken mag gesteld worden dat de liefhebbers van Stieg Larsons Gerechtigheid eveneens veel plezier zullen beleven aan De fazantenmoordenaars.

Ook was het grappig om in een van oorsprong Deens boek de cd’s van Helmut Lotti vermeld te zien. En het bleek geen folietje van de vertaler, die me persoonlijk bevestigde dat ze eveneens in het origineel deel uitmaakten van de muzikale collectie van een van de personages.

Hoewel De fazantenmoordenaars een doorslagje lijkt van het eerste deel in de serie, is het verhaal zelf meer dan sterk en pakkend genoeg om goed bevonden te worden en bevestigt Jussi Adler-Olsen zijn status van Denemarkens beste misdaadauteur van het moment.

Het definitieve verdict: 7/10

EOB.JPG


08-06-11

OTTEN Almar - Verdwenen chemie

 

oavc.jpg

 

De eerste zin:
‘Over enkele ogenblikken station Deventer.

Korte inhoud
De onervaren rechercheur Ellen van Dorth wordt naar het chemiebedrijf Unimeer gestuurd om de bizarre inhoud van een envelop te onderzoeken. De volgende dag wordt het lijk van de exportmanager van Unimeer gevonden in het tuinhuisje van zijn villa. De ervaren Jozef Laros wordt op de zaak gezet. Hiermee is een nieuw politieduo geboren, al gaat de samenwerking niet altijd van harte. De mathematische werkwijze van de ambitieuze Ellen botst nogal eens met de intuïtieve aanpak van de oude rot Jozef en dat leidt regelmatig tot pijnlijke, maar vaak ook vermakelijke misverstanden.


Het volledige rapport
Na zijn studies in Wageningen migreerde Almar Otten naar Deventer waar hij bij de gemeente al enkele jaren aan de slag is als milieuambtenaar. Vrouwtje, huisje, kindje en nog een kindje volgen al snel waardoor de vrije tijd thuis moet doorgebracht worden. Het uitgelezen moment om zich aan het schrijven te zetten, vond Almar Otten en in 2007 debuteerde hij met Verdwenen chemie, het eerste deel van wat De zeven Deventer moordzaken moet worden.

Na het vierde boek, Lied van angst, belandde de reeks, die hij in zijn eentje realiseert, even in de koelkast, want ondertussen tekende hij een contract bij uitgeverij Sijthoff en werkte hij De afstammeling af. Maar de auteur blijft vastbesloten de reeks waarmee het allemaal begon in de toekomst nog af te werken.

Maar nu even terug naar Verdwenen chemie, waarin het vaste hoofdpersonage Ellen van Dorth onder supervisie van de ervaren rot in het vak, Jozef Laros haar eerste stappen zet bij de Deventerse recherche en al meteen voor de leeuwen wordt gegooid als bij een chemisch bedrijf in de buurt een merkwaardig pakje afgeleverd wordt. Als wat later de exportmanager van datzelfde bedrijf dood wordt teruggevonden, lijkt er echt een zaak Unimeer aan te zitten komen.

Almar Otten lezen is genieten: hij vertelt zijn verhaal droogjes met enorm veel flair en naturel dat je er als lezer zonder probleem in kan verdrinken. Tevens gaat hij elke vorm van bombastigheid en overdrijving uit de weg, waardoor een ongelooflijk gemoedelijke sfeer ontstaat die aangename uurtjes leesplezier garandeert. Als je tijdens het lezen een wijntje zou kraken; zal je tot je schaamte moeten vaststellen dat de fles leeg blijkt ze zijn zonder dat je het beseft, zo doet Verdwenen chemie – en niet de alcohol – je de tijd en het leven buiten het boek vergeten.

Wat Pieter Aspe is voor Brugge, is Almar Otten geworden voor Deventer: een terloopse gids, die de lezer bijna ongemerkt meeneemt langs de markantste plaatsjes van de stad en de couleur locale moeiteloos tussen de spannende verhaallijntjes weet te vlechten.

De eerder al vernoemde gemoedelijkheid is ook terug te vinden in zijn hoofdpersonages. Met name Jozef Laros is een zalige figuur die erin geslaagd is de balans te vinden tussen werk en genot en die bovendien niet gespeend is van enig relativeringsvermogen. Dat, in tegenstelling tot Ellen, die als een jonge hinde in twee sloten tegelijk dartelt in een poging toch maar indruk te maken op haar mentor. Het tweetal roept gelijkenissen op met de jonge en de oude stier in het wellicht alom gekende mopje... En de combine werkt, want zowel oud als jong zal zich kunnen vereenzelvigen met op zijn minst een van de personages.

Daarnaast neemt Verdwenen chemie ons mee in de keiharde wereld van het bedrijfsleven, waar directeuren geen zwaktes mogen kennen en enkel kennis en productiviteit als ter zake doende paramaters tellen; wat niet bij iedereen in goede aarde valt.

Almar Otten componeert zijn verhaal op intelligente wijze en maakt van Verdwenen chemie zowel een atypische bedrijfsthriller als een typische politieroman. Maar bovenal een zeer goed spannend boek.

Het definitieve verdict: 8/10

 

EOB.JPG

23-05-11

WAGNER Jan Costin - IJsmaan

 

wjci.jpg

 

De eerste zin:
Kimmo Joentaa was alleen met haar toen ze insliep.

De korte inhoud
.
Zij was een prachtige vrouw. Kimmo Joentaa kan het niet vatten, dat woordje ‘was’, maar Sanna, zijn vrouw, is na een slopende ziekte overleden. Als in trance probeert hij door te leven. Hij zit in het Finse Turku op zijn kantoor in het hoofdbureau van politie, wanneer hij bij een misdrijf geroepen wordt. Een vrouw is in haar bed door verstikking om het leven gebracht. Als hij bij de vermoorde vrouw staat, ziet hij meteen Sanna voor zich – ingeslapen en nooit meer ontwaakt.


Het volledige rapport
De Duitse auteur Jan Costin Wagner mag volgend jaar veertig kaarsjes uitblazen. Op zijn dertigste maakte hij met Nachtrit zijn literair debuut maar vanaf zijn derde werk trad hij in 2005 met IJsmaan toe tot de gilde der misdaadauteurs. Het was meteen ook het begin van een reeks die zich afspeelt in Finland, het vaderland van zijn vrouw, waarin de rechercheur Kimmo Joentaa de hoofdrol voor zijn rekening neemt.

IJsmaan begint aan het sterfbed van Kimmo’s vrouw. OM zichzelf af te leiden van de pijn van dat verlies, gaat hij terug aan het werk. Hoewel hij ongefocust is krijgt hij toch de leiding over het onderzoek naar de omstandigheden van een vrouw die verstikt gevonden werd in haar bed: een ongeluk of moord?

Jan Costin Wagners pennenvrucht leest zalig gemakkelijk weg, wat zeer ontspannend werkt. Enkel is het geregeld onduidelijk om uit te maken vanuit welk standpunt de hoofdstukken verteld worden. Verwarring die optreedt door het constante wisselen tussen Kimmo en de man waarop hij jacht maakt, zonder duidelijk onderscheid en de vergetelheid om zijn personages vroeg in het hoofdstuk te benoemen. Als daarbij het overgrote deel van de veelal zeer korte zinnen in het boek ook nog eens beginnen met hetzelfde woord, begint men toch vraagtekens te zetten bij de literaire kwaliteiten van deze Duitse auteur: geregeld stuit men op halve bladzijden waar bij elke regel begint met “Hij”, wat geen mooi zicht is.

Ook probeert Jan Costin Wagner Scandinavischer uit de hoek te komen dan de echte Scandinavische misdaadauteurs: hij vertelt zijn verhaal met een ongekend traagheid waarbij de melancholie alles overheersend is. Tegelijk zijn wordt het politionele onderzoek zo minimalistisch en terloops uitgevoerd, dat een lezer zich gaat afvragen hoe ze in Finland er ooit in slagen een degelijk spoor op te pikken, laat staan een dader op te pakken.

IJsmaan is zeker een leuk boek om je als lezer in te wentelen, maar als politieroman is het niet geloofwaardig en zelfs ondermaats. Daarom scoort dit verhaal zeker hoger als roman dan als spannend boek, waarvan trouwen de correlatie tussen de titel – die bestaat uit een woord dat niet terug te vinden is in de dikke Van Dale - en verhaal mij nog altijd niet duidelijk is na het omslaan van de laatste pagina. Dit maakt het beoordelen van het boek weer zeer moeilijk, en dus zie ik mij genoodzaakt voor het eerst in lange tijd, weer eens een dubbele quotering uit de mouw te schudden.

Het ontspannende verdict: 7/10
Het spannende verdict: 3/10

EOB.JPG


12-05-11

WHITE Michael - De moordkunstenaar

 

wmdm.jpg

 

De eerste zin:
Luidkeels gillend rende ze over straat.

De korte inhoud
.
In al zijn jaren bij de politie is inspecteur Jack Pendragon nog nooit geconfronteerd met zo’n gruwelijke reeks moorden. De lichamen van de slachtoffers zijn op verschrikkelijke wijze verminkt en vervolgens zo gepositioneerd dat ze verwijzen naar werken van beroemde surrealistische schilders.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken, lijkt er een verband te zijn tussen deze moorden en een serie onopgeloste moorden in Londen in 1880 (sic), namelijk die van Jack the ripper. Pendragon is vastbesloten de zaak op te lossen, maar zijn tegenstander is niet alleen gevaarlijk, hij is ook bijzonder intelligent en laat geen sporen achter.
Een bloedstollende race tegen de klok begint…


Het volledige rapport..
De uit Groot-Brittannië afkomstige auteur Michael White week uit naar Australië waar hij zich vestigde in Sydney. Na in de eerste helft van de jaren tachtig een tijdje in de muziekwereld vertoefd te hebben, doceerde hij een aantal jaar wetenschappen, om zich daarna volledig op het schrijven toe te leggen. Hij maakte naam en faam als biograaf. Zo zette hij het leven van o.a. Asimov, Machiavelli, Tolkien, Da Vinci, Einstein, Stephen Hawking en Darwin op papier.

Tijdens het schijven van Newtons biografie ontstond al het idee om zich ook eens te wagen aan fictie maar het duur nog bijna een decennium vooraleer hij in 2006 zijn spannend debuut maakte met Equinox. De moordkunstenaar is al het vierde spannende boek dat onder zijn eigen naam verschijnt, - hij schrijft onder het pseudoniem Sam Fisher ook nog verhalen in de reeks E-Force, een moderne versie van Thunderbirds, de BBC poppenserie uit de jaren zestig.

In De moordkunstenaar hernieuwen we onze kennismaking met rechercheur Jack Pendragon uit De Borgia-ring, die een reeks gruwelijke moorden op zijn boterham krijgt, die allen lijken geïnspireerd door wereldberoemde surrealistische schilderijen. Het spreekt voor zich dat deze sadist zo snel mogelijk een halt toegeroepen moet worden, maar hoe begin je eraan als er op de plaatsen delict amper een bruikbaar spoor gevonden wordt…


Michael White pakt de lezer meteen bij het nekvel door uit te pakken met een sterk en fascinerend begin waarin alles moet wijken voor het schokeffect. Gelukkig vergeet de auteur niet verder in het verhaal onder meer zijn personages van een degelijke achtergrond te voorzien, zodat de noodzakelijke diepgang ook bereikt wordt.

De moordkunstenaar is van hoog niveau tot op het moment dat hij met een tweede verhaallijn aanvangt die zich afspeelt in 1888, en waaruit een link moet blijken tussen de moorden van Jack the Ripper en de kunstmoorden die Pendragon onderzoekt. Een link die zo ver gezocht is dat de magie van het verhaal uiteenspat als een zeepbel. Michael White had er veel beter aan gedaan voor de moordkunstenaar enkel de hedendaagse verhaallijn te gebruiken. En zijn visie op de man Jack the Ripper en diens beweegredenen meer uit te werken tot een op zichzelf staand boek, waardoor er veel meer kracht zou van uitgaan dan nu het geval is.

De twee verhaallijnen staan als ying en yang tegenover elkaar, maar in plaats complementair te zijn, neutraliseren ze elkaar, waar door geloofwaardigheid, echtheid spanning en mijn gevoel over het boek elkaar halverwege ontmoeten en het potentieel dat, getuige het sterke begin, in De moordkunstenaar aanwezig is, niet volledig tot ontplooiing komt. Zo ook het feit dat er wel erg veel politie aanwezig is in de Londense wijk Whitechapel, waar de auteur zijn verhaal laat afspelen en dat het oplossen van deze aartsmoeilijke puzzel slechts acht dagen in beslag neemt voor de nodige vraagtekens.

Toch is De moordkunstenaar zeker geen slecht boek. Maar het had veel beter gekund.

Het definitieve verdict: 6/10

EOB.JPG