12-02-12
DEFLO Luc - Phobia

De eerste zin:
’t Leven kan schoon zijn, dacht Dirk Deleu, anders een piekeraar en allesbehalve een ochtendmens.
De korte inhoud
6 u 15. Mechelen Noord. Berm van de autosnelweg. Een vroege wandelaar en zijn hondje vinden het lijk van een jonge vrouw. Ze ligt op haar rug, de benen onder haar plooirokje in een onnatuurlijke kromming, alsof ze niet van haar zijn, alsof ze willen wegrennen.
De kleren van het dode meisje liggen op een roestvrijstalen tafel. Haar slipje is roze, met zilveren hartjes. Als tijdens de autopsie blijkt dat er geen sporen zijn van extern geweld door een derde partij en dat het meisje is gestorven van angst, staan rechercheurs Dirk Deleu en Nadia Mendonck voor een raadsel. Hoe kon Kate Verdickt, een normale twintiger, zichzelf verminken tot ze in shock ging? En belangrijker waarom heeft ze dat gedaan?
Het volledige rapport
De naar Brussel uitgeweken Mechelaar is een vaste waarde in de Nederlandstalige misdaadliteratuur. In een tijdspanne van dertien jaar schreef hij achttien thriller bij elkaar, waarmee hij grossierde in nominaties en als kers op de taart met Pitbull de Hercule Poirotprijs 2008 uitgereikt kreeg. Phobia is het twaalfde en meest recente verhaal uit de reeks met het Mechelse speurderskoppel Dirk Deleu en Nadia Mendonck en hun onderzoeksrechter Jos Bosmans.
Als bij het ochtendgloren een fel toegetakeld lijk van een jonge vrouw wordt gevonden aan de rand van de autosnelweg staan de speurders voor een raadsel zoals ze er nog nooit een zagen: de lijkschouwing wijst uit dat er geen andere mogelijkheid is dan dat het slachtoffer is overleden aan pure angst. Enkel een aantal postmortale verwondingen lijken erop te wijzen dat er meer aan de hand is dan enkel een verdacht overlijden.
De basis van Phobia vertoont opvallende gelijkenissen met een ander boek dat zowat op het zelfde moment verscheen, namelijk Ik maak je kapot van Bart Debbaut. In beide boeken is een praktijk van een psychiater de schakel die de slachtoffers met elkaar verbindt. Maar deze overeenkomst is louter toevallig, want de ideeën die aan de basis liggen van beide verhalen zijn van totaal verschillende aard, zo lieten de auteurs mij op simpel verzoek weten. Ondanks het feit dat de rechercheurs en detectives constant het tegendeel beweren, blijkt toeval dus wel te bestaan. En de verschillen in de uitwerking van de plot van beide policiers staaft deze laatste bewering volmondig.
Phobia handelt over fobieën allerhande, maar de focus ligt toch op de speurders en hun onderzoek. Zo zit er enerzijds al een tijdje amper evolutie in de relatie tussen Dirk Deleu en Nadia Mendonck. De grootste noemenswaardige verandering is dat Dirk Deleu mee evolueert met zijn tijd en zijn traditionele sigaret inruilde voor een elektronisch exemplaar – Een beetje zoals Lucky Luke al een paar jaar door het leven gaat met een grasspriet in zijn bek. Anderzijds benut de auteur de angsten van de slachtoffers niet ten volle om spanning op te bouwen of verder op te voeren. Een gemiste kans om zijn publiek op het randje van de stoel te krijgen. Phobia is een klassieke politieroman geworden, maar had zoveel meer kunnen zijn als het verhaal deels ook verteld werd vanuit het gezichtpunt van de lijdende voorwerpen.
Toch leverde Luc Deflo met Phobia een zeer degelijke policier af, die qua sfeer goed aansluit bij zijn vroegere werk, en dus minder specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek dan de recentste voorgangers Lust, Jaloezie en Prooi. Mede daardoor voelt dit verhaal een pak robuuster aan.
Het definitieve verdict: 7/10
19:10
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: deflo_luc, nederlandstalig, belgie, 7, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
02-02-12
DEBBAUT Bart - Ik maak je kapot

De eerste alinea:
De avond kleurde donkerrood toen Guido Ponsaerts e deur van de vergaderzaal achter zich dichtsloeg.
De korte inhoud
‘Ik maak je kapot.’ Die zin.
Vier woorden. Vlijmscherp. Pijnlijk duidelijk. Elke keer opnieuw.
Waarna hij uithaalde. Snoeihard. Elke keer opnieuw.
Soms met een enkele klap. Soms minutenlang.
Soms waren de klappen minder erg dan de woorden.
De woorden. Die vermoordden.
Die blijvende letsels veroorzaakten: krassen, kerven, snijwonden.
Dat kon niet blijven duren. Dat mocht niet blijven duren
Dat moest en zou hij een halt toeroepen. Eens en voor altijd..
Het volledige rapport
De overgang van het eerste naar het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw luidde een periode van veranderingen in voor de Zoutleeuwse auteur Bart Debbaut. Met het ronden van de kaap van veertig levensjaren zouden zij die de man niet kennen zelfs durven gewag te maken van een opkomende midlifecrisis. Maar zij die beter weten, zullen bevestigen dat gedrevenheid aan de basis ligt van de ommekeer:. Zo ruilde hij niet alleen de uitgeverij Kramat, waar zijn eerste twee spannende titels verschenen, in voor Manteau, dat beschouwd wordt als het Mekka voor de Vlaamse misdaadauteurs. Maar tevens zei Bart Debbaut het bankwezen, waarin hij zich bijna twintig jaar als een vis in het water voelde, vaarwel om samen met zijn vrouw in Tienen een kledingzaak in mannenmode uit te baten.
Zijn vierde politieroman met de Leuvense speurders Leyssens en Van Cattendyck kreeg de titel Ik maak je kapot mee. Hierin wordt de directeur van een cosmeticabedrijfje levenloos teruggevonden op de parking van de firma. Vermoord met 18 messteken, weet de schouwarts te vertellen. Maar verder tast de recherche in het duister. Als wat later het eveneens achttien keer doorprikte lichaam van een ander slachtoffer gevonden wordt op de parking van een wegrestaurant, zien Leyssens en zijn team zich genoodzaakt het onderzoek van bij het begin over te doen, want dit lijkt het werk te zijn van een seriemoordenaar. Kunnen ze de dader ontmaskeren voor er een volgend slachtoffer valt?
Wat vooral bij de eerste bladzijden opvalt, is de ongebruikelijke hardheid van de conversaties tussen de politiemensen en de burger. Deze crue dialogen, die gespeend zijn van enige vorm van takt of gevoel, komen zo grof over dat het connotaties oproept aan de bezetting. De politie, uw vriend, is ver te zoeken. Zeker als er later ook nog een portie sarcasme door gemengd wordt. Zo ontstaat van meet af aan een negatief sfeertje.
En die sfeer wordt consequent doorgetrokken naar de interactie tussen de leden van de verschillende families die in het verhaal voorkomen: ongelukkige huwelijkspartners zijn legio en als man en vrouw wel eens een keer op dezelfde lijn zitten, gooien de opgroeiende kinderen wel roet in het eten. De harde titel dekt de lading wel.
Ik maak je kapot kan gelukkig prat gaan op een zeer degelijke plot, en tijdens het uitschrijven weet de auteur de lezer professioneel te sturen, zonder voortijdig ook maar het minste zicht te bieden op dader of motief. Daarenboven schudt hij, om de verrassing compleet te maken, op het einde nog een mooie plotwending uit de mouw.
Maar zelfs het perfecte plot is nog geen garantie op een perfect boek. Zo is het algemeen geweten dat seks verkoopt, maar als Leyssens en Van Cattendyck, die zowel professioneel als privé elkaars partner zijn, meer worden geportretteerd in hun slaapkamer dan tijdens het politieonderzoek, is het toch net van het goede teveel. Toegegeven, seks en misdaad gaan in de literatuur al jarenlang hand in hand, maar de verhoudingen moeten wel kloppen. De lezer die meer geïnteresseerd is in de bedgeheimen van een koppel, zal zich wellicht werken uit een ander genre aanschaffen in plaats van een spannend boek op zoek te gaan naar een blote borst. Ook lijkt er een zekere vermoeidheid op te treden bij de redactie, want naar het einde toe zijn er teveel foutjes tussen de mazen van het net geglipt, zoals onder andere de oranje mapjes die opeens geel blijken te zijn.
Met Ik maak je kapot haal je zes auteurs in huis voor de prijs van een: de cover met het silhouet van een man in een deuropening die belicht is langs achter lijkt zo weggelopen uit de reeks boeken van Christian De Coninck; de nietszeggende flaptekst – eigenlijk niets meer dan een uittreksel uit het boek - zou mooi in het rijtje staan van die van Stan Lauryssens; de verhaallijnen zouden ontstaan kunnen zijn aan het brein van veelschrijver Pieter Aspe; de rauwe schrijfstijl leunt erg dicht aan bij een Deflo die alle remmen losgooit en tot slot een plot waar Agatha Christie fier op zou geweest zijn. Rest alleen de vraag waar de eigenheid van Bart Debbaut naartoe? Hopelijk is ze niet verdwenen met het wisselen van decennium.
Het definitieve verdict: 6/10
20:08
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: debbaut_bart, nederlandstalig, belgie, 6, policier, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
31-01-12
ASPE Pieter - Solo

De eerste alinea:
Hoeveel mensen werden ’s nachts wakker met de gedachte: ik heb zin om iemand te vermoorden?
De korte inhoud
Brugge wordt opgeschrikt door een wel heel lugubere moord: een argeloze voorbijganger vindt het onthoofde lichaam van een man van middelbare leeftijd. Uit de lijkschouwing door de arts met de onuitspreekbare Poolse naam blijkt dat het gaat om een onthoofding met de guillotine.
Al gauw komen de speurders erachter dat het slachtoffer burgemeester was van een Brusselse faciliteitengemeente. Bijna als vanzelf zoeken ze de verdachte in Vlaamse extreem-rechtse kringen. De moord lijkt een duidelijke provocatie aan het adres van belgicistische politici.
De zaak wordt complexer wanneer een tweede – al even brutale – moord gepleegd wordt op een militant van het Vlaams Belang. Hangen de moorden samen? En zo ja, wat zijn de overeenkomsten tussen beide slachtoffers? Het oplossen van de moorden is voor Van In en Versavel even ingewikkeld als het ontwarren van het Belgische communautaire kluwen.
Het volledige rapport
De Brugse – of moeten we tegenwoordig Blankenbergse zeggen – auteur Pieter Aspe blijft er jaar in jaar uit maar in slagen om zowat om de zes maanden een nieuwe titel in de winkelrekken te laten verschijnen. Solo is al het negenentwintigste deel in de reeks met de Brugse speurder Pieter Van In en zijn entourage.
In Solo wordt Van In geconfronteerd met een moord die beroering zorgt tot in de Brusselse Wetstraat. De druk om de moordenaar van de Linkebeekse burgemeester zo snel mogelijk op te pakken is enorm. Vooral omdat er geen enkele bruikbare aanwijzing te vinden is. Een tweede moord, die eveneens politiek gekleurd lijkt te zijn, brengt daar geen verandering in, en de nationale politici laten de Brugse speurder vallen als een baksteen. Maar Van In zou Van In niet zijn als hij bij pakken zou blijven zitten. Met de vasthoudendheid van een pitbull bijt de keikop zich in de zaak vast, vastbesloten deze tot een goed einde te brengen.
Voor zover ik het mij goed kan herinneren is het de eerste maal in de vijftien jaar dat deze serie al loopt, dat een gegeven uit een vorig boek een gevolg heeft in een volgende titel. Solo lijkt het begint te zijn van een nieuwe wind die door de reeks zal waaien, want we nemen hierin alvast afscheid van twee vaste personages die al een hele tijd meedraaiden, nadat we in Postscriptum, het vorige boek al kennis maakten met een nieuwe hoofdcommissaris
Maar dit nieuw elan lijkt zich enkel te beperken tot soapgevoel van de serie. Wat het spannende aspect betreft, overschrijdt de auteur tot tweemaal toe de grenzen van de geloofwaardigheid, door eerst en vooral een dader op te voeren die op latere leeftijd, zonder voorgeschiedenis, even beslist seriemoordenaar te worden en na het lezen van wat naslagwerken daaromtrent aan de slag gaat als een volleerd sadist. Een twee misstap wordt begaan als een profiler, die aan het onderzoek meewerkt opeens de leiding van het politieonderzoek naar de staatsvijand nummer een in de handen geworpen krijgt. Het moge duidelijk zijn dat de personages eigen aan dit verhaal niet tot de geloofwaardigste uit de carrière van de auteur behoren.
Maar ondanks het feit dat alle alarmbellen betreffende de geloofwaardigheid aan het rinkelen gaan, is het Pieter Aspes verdienste dat hij er mede door zijn vlot taalgebruik, laagdrempelige schrijfstijl en goede verhaalopbouw in slaagt de lezer niet voortijdig te laten afhaken; meer nog, hem enkele uurtjes aangenaam en pretentieloos leesvertier bezorgt.
Hoewel de titel anders laat vermoeden, doet Pieter Aspe het in Solo niet helemaal op zijn eentje, want voor sommige aspecten van het verhaal is hij gaan leentjebuur spelen bij het invloedrijkste personage van zijn Amerikaanse collega Thomas Harris: Hannibal Lecter.
Het definitieve verdict: 6/10
20:12
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, politiek, seriemoordenaar, whodunit, serie |
Facebook
|
30-01-12
ASPE Pieter - Postscriptum

De eerste alinea:
‘Zeg die madam dat ik geen tijd heb.’
De korte inhoud
Jean-Pierre Vandamme, een pelgrim die te voet onderweg is naar Santiago de Compostella, wordt in Frankrijk vermoord. Twee dagen later ontsnapt Mad Max, een notoire misdadiger, met de hulp van twee kompanen uit de gevangenis van Brugge. Livia Beernaert, de vriendin van Jean-Pierrre Vandamme, beweert dat er in de kluis van Jean-Pierre, een enorme goudschat ligt. Het goud zou afkomstig zijn van de oom van Jean-Pierre, een huurlingenleider die zich in de jaren zestig aansloot bij de Katangese gendarmes van Tshombe. Livia waarschuwt Van In eveneens voor de hebzucht van de familie Vandamme. De dag daarna komt ze in zeer bizarre omstandigheden om het leven.
Het onderzoek verloopt moeizaam en stuit op veel weerstand van de stafhouder van de Brugse balie. Tot Van In het verband ontdekt tussen de moorden en een onfrisse zaak uit het koloniale verleden van België.
Het volledige rapport
Pieter Aspe behoeft geen voorstelling meer in Vlaanderen. De familienaam van dit pseudoniem is een herkenbare merknaam op zich geworden, door de vele boeken en de serie op de commerciële televisie, bereikt hij een enorm groot publiek. Met Postscriptum leverde de auteur al het achtentwintigste deel af in de serie met de Brugse speurders Van In en Versavel.
In dit werk wordt Compostella-pelgrim Jean-Pierre Vandamme in het noordwesten van Frankrijk vermoord. Het onderzoek spitst zich toe op de geruchten dat Jean-Pierre in het bezit is van een goudschat, die hij in zijn bezit kreeg via zijn oom Jacques, een ondertussen overleden koloniaal die na de Congolese onafhankelijkheid nog tegen het regime aldaar ten strijde trok. En Van In denkt dat hij de sleutel tot de ontknoping van dit mysterie ook in die woelige jaren zestig van de vorige eeuw kan vinden.
Na vijftien jaar lang zowat elke zes maanden een nieuwe titel af te leveren wordt het steeds moeilijker om steeds weer met een origineel verhaal op de proppen te komen. Het lijkt erop dat er twee ideeën die aan de basis van Postscriptum liggen: het Man bijt hond item Weg naar Compostella, waarin reporter Arnaut Hauben Vlaanderen op de hoogte hield van zijn tocht naar het Spaanse bedevaartsoord en het lezen van het uit 1972 daterende boek De gesloten kamer van het Zweedse koppel Sjöwall en Walhöö.
Om die twee zaken met elkaar te verbinden, heeft Pieter Aspe een voor zijn doen zeer uitgebreide plot uit zijn mouw geschud, zonder zijn stokpaardjes te verloochenen. Het geheel laat de lezer met een dubbel gevoel achter. Enerzijds zijn alle vertrouwde ingrediënten die aan de basis liggen van Aspes populariteit aanwezig. Maar anderzijds begint de routine opvallend aan de oppervlakte valt het routineuze op: sommige aspecten van de plot zijn voorspelbaar en Van In stoomt door het boek op een dieet van sigaretten en Duvel. Ook ligt Joinville, de plaats waar de wandeling van Jean-Pierre Vandamme vroegtijdig afgebroken werd, in noordoost Frankrijk, wat een heel stuk uit de richting is voor een Compostella-pelgrim die vanuit Brugge of omgeving vertrekt.
Aspe is Aspe, en dat blijkt ook nu weer. De trouwe volgelingen krijgen wat ze verwachten en de criticasters kunnen hun zelfde pijlen van kritiek weer afschieten. Postscriptum past volledig in dit straatje en zal zich - met trouwens een leuke rol voor Bart De Wever, die zich even premier mag wanen – zonder probleem tussen de eerder verschenen avonturen van de Brugse speurders kunnen handhaven, zonder een topper te zijn.
Het definitieve verdict: 6/10
16:24
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: aspe_pieter, nederlandstalig, belgie, 6, policier, whodunit, serie |
Facebook
|
21-01-12
CLAES Jo - Het oog van de naald

De openingszin:
Lesgeven, had iemand ooit beweerd, was nepparels voor de echte zwijnen gooien..
De korte inhoud
Max Verulus, leraar aan het Heilig-Hartinstituut in Heverlee, wordt aangeklaagd wegens intimidatie van een leerling. De ouders van het meisje eisen een tuchtmaatregel, de directie tracht de gemoederen te bedaren, de leerkrachten reageren verdeeld. Kort daarna wordt er een vrouwelijke collega dood aangetroffen in de kelders van de school.
Thomas Berg, hoofdinspecteur bij de Leuvense politie, probeert de misdaad op te lossen. Hij moet zich daarbij een weg banen door en kluwen van professionele conflicten en seksuele intriges. Wanneer een week later een tweede slachtoffer valt, wordt de zaak nog gecompliceerder.
Terwijl Berg de handen vol heeft met het ontrafelen van de dubbele moord, wordt hij zelf het mikpunt van een stalker die zijn prille relatie met Manon bedreigt. Alsof dat niet genoeg is, lijkt een angstvallig verzwegen seksueel schandaal op school verband te houden met de twee doden. Het onderzoek mondt uit in een psychologisch steekspel tussen Berg en enkele verdachten.
Het volledige rapport
Voor het vierde boek in de serie rond de speurder Thomas Berg trekt de ingeweken Leuvenaar Jo Claes naar de plaats waar hij quasi dagelijks een groot deel van zijn tijd besteed: het Heilig-Hartinstituut te Heverlee, waar de auteur zelf voor de klas staat, en dan vooral de catacombeachtige kelders van dit internaat, waar op een ochtend het levenloze lichaam gevonden wordt van Griet Meersman, lerares en kandidate voor de directeursfunctie. Haar collega Max Verulus wordt meteen gebombardeerd tot hoofdverdachte, want sinds de aanklacht wegens onprofessioneel gedrag tegen hem, staan de twee lijnrecht tegenover elkaar, worden de confrontaties telkens op de spits gedreven en wilde Griet zijn bloed zien.
Thomas Berg staat voor een moeilijke taak als hij moet vaststellen dat de getuigen de goede reputatie van de school laten primeren op hun volle medewerking om de moord op te lossen. En tegelijk wordt Bergs aandacht afgeleid door een stalker, die hem zijn nieuwe liefdesgeluk niet lijkt te gunnen.
Door deze vertrouwde thematiek te gebruiken, biedt de auteur zichzelf meteen een kapstok aan om een aantal filosofische beschouwingen alsook wat bedekte en milde kritiek omtrent het onderwijs in al zijn facetten, aan op te hangen.
Trouw aan zijn principes neemt Jo Claes ook ditmaal ruimschoots te tijd om het verhaal echt op gang te schieten. Net als in de Dakar waar de echte chronorit meestal voorafgegaan wordt door een zogenaamde verbindingsrit, komt Het oog van de naald traag op gang door een lange inleiding met vele nauwelijks ter zake doende beschouwingen, maar die wel ruimschoots de mogelijkheid biedt om te wennen aan zijn zalige, kabbelende, manier van schrijven, die de lezer even comfortabel pas als een op maat gemaakt pak.
Het spannende aspect van Het oog van de naald doet erg denken aan de succesformule die jarenlang beproefd werd door de Britse Agatha Christie en ondertussen verworden is tot de klassieke whodunit: een moord, een speurder, een voor de hand liggende verdachte, meer dan genoeg nevenverdachten en een onverwachte dader. Alleen moet de auteur deze keer de plot in net iets teveel bochten wringen om met dit verhaal zelf tot de klassiekers te gaan behoren.
Het oog van de naald bewijst de eigenheid van Jo Claes, die er ondanks veel verhaaltechnische gelijkenissen, toch weer in geslaagd is zich te positief te onderscheiden van de grote namen van de Vlaamse misdaadliteratuur en er zelfs kwalitatief beschouwd bovenuitsteekt. Dankzij de stijl die de auteur bezigt is ook dit boek weer te klasseren onder het zalige leesvoer.
Het definitieve verdict: 7/10
11:01
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: claes_jo, nederlandstalig, belgie, 7, familiedrame, policier, whodunit, serie |
Facebook
|
07-01-12
VAN DEN HEUVEL Aad - De oorlogsverslaggever

De openingszin:
Het was de vierde explosie die de Turkse stad Istanbul binnen een week trof.
De korte inhoud
Martin Mendes, een door nachtmerries geplaagde oorlogsverslaggever, onderzoekt de gewelddadige dood van zijn voormailige vriendin die bij een terroristische aanslag in Istanbul om het leven is gekomen. Wat had zij in die stad te zoeken?
Hij komt op het spoor van een duister complot van moslimterroristen, die door de Nederlandse inlichtingendiensten serieuzer worden genomen dan de signalen van een mogelijke aanslag die door rechtse politici en zakenmensen wordt voorbereid. Voor de uitoefening van zijn beroep als oorlogsverslaggever hoeft Mendes niet per se af te reizen naar geelddadige gebieden. Nederland voldoet ook ruimschoots aan de criteria.
Het volledige rapport
De Nederlandse journalist en maker van televisieprogramma’s. Aad van den Heuvel geniet van zijn pensioen in de mondaine Spaanse badstad Marbella. Al geruime tijd zit er tussen de boeken van zijn hand al eens een spannend boek, waarin hij zijn journalistieke ervaring als documentatiemaker en correspondent op locatie in vele brandhaarden nog voluit kan benutten, want steevast legt de inmiddels 76 jaar oude auteur de vinger op politieke hangijzers en wantoestanden. Zowel Het Sahararaadsel als De oorlogsverslaggever werden genomineerd voor De Diamanten Kogel.
In De oorlogsverslaggever worstelt hoofdpersonage Martin Mendes vooral ’s nachts met al het geweld dat hij van nabij mocht meemaken. Net op het moment dat hij wil kappen met zijn job als oorlogscorrespondent, wordt zijn vorige vriendin een van de slachtoffers van een aanslag op het Brits consulaat in Istanbul. Mede op vraag van haar ouders wil hij uitzoeken wat Esther zo ver van huis te zoeken had. Een speurtocht die hem naar Turkije voert, maar de oplossing lijkt toch in Nederland te liggen. Is het moslimterrorisme of extreem rechts geweld dat aan de basis ligt van haat dood? Of beide misschien?
Tegen de historische achtergrond van de aanslagen in Istanbul in 2003 en Madrid in 2004 componeert Aad van den Heuvel een heerlijk fictief verhaal dat leest als een documentaire: een onderhoudend werkstuk van hoogstaande kwaliteit dat niet alleen zonder veel overdrijving en sensatiezucht de honger naar macht en de waanzin van extremisme te kijk zet, maar tevens de aandacht vestigt op de moeilijke taak waarmee de verschillende overheidsdiensten worstelen: het naar waarde classificeren van informatie uit een immense hoeveelheid data, schrijfsels en geruchten en eventuele te nemen acties inschatten, plannen en uitvoeren.
Jammer genoeg ziet de auteur zich genoodzaakt om terug te grijpen naar de klassieke, maar goedkope trucs om zijn spannend draadje tot op het eind van het boek te kunnen doortrekken. Vooral het spelen met namen – echt en valse – en roepnamen wordt veelvuldig gebruikt. Maar eveneens wordt er meer dan tweehonderd bladzijden lang informatie voor de lezer achtergehouden.
Desondanks leverde Aad van den Heuvel, die blijkbaar iets heeft met voornamen die met een M gebinnen, met De oorlogsverslaggever een goed geconstrueerd spannend boek af dat balanceert op de grenzen van de detective, de politieke thriller en het spionageverhaal, maar dat leest als een intrigerende goed gedocumenteerde documentaire. Contradictorisch gesproeken is De oorlogsverslaggever een aangenaam rustpunt in de wervelende wereld van het spannende boek.
Het definitieve verdict: 8/10
10:24
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: van_den_heuvel_aad, nederlandstalig, nederland, 8, detective, politiek, terrorisme, whodunit, alleenstaand, psychologisch |
Facebook
|
16-11-11
LAPLANTE Alice - Hersenspinsels

De eerste zin
Er is iets gebeurd.
De korte inhoud
De 64-jarige Jennifer White is een gepensioneerde orthopedisch chirurg die aan de ziekte van alzheimer lijdt. Haar zoon en dochter doen hun best om met haar stemmingswisselingen, verwarring en zwerftochten om te gaan, maar hebben zo hun eigen problemen.
Als Jennifers best vriendin Amanda vermoord wordt aangetroffen, waarbij vier vingers met chirurgische precisie zijn verwijderd, is Jennifer de hoofdverdachte. Jennifer kan, of wil, zich echter niet herinneren of ze de moord heeft gepleegd. Terwijl zij steeds meer haar grip op de werkelijkheid verliest, doen haar kinderen hun uiterste best om te voorkomen dat Jennifer wordt opgesloten.
Het volledige rapport
Alice LaPlantes deeltijdse zorg voor haar dementerende moeder ligt aan de basis van Hersenspinsels, haar eerste roman.
In een gegoede buurt van Chicago wordt het lijk gevonden van Amanda, een oudere alleenstaande vrouw. Ze heeft een hoofdwonde en mist vier vingers aan een van haar handen. Door de professionele wijze waarop deze amputaties werden uitgevoerd wordt haar beste vriendin Jennifer White meteen tot hoofdverdachte gebombardeerd. Dokter White is een gerenommeerd orthopedisch chirurg met de bovenste ledematen als specialisme. Maar recent moest ze haar job opgeven omdat ze gediagnosticeerd werd met de ziekte van Alzheimer. Eigen aan deze ziekte lopen heden, verleden, realiteit en fantasie in het hoofd van de protagoniste door elkaar. Rechercheur Megan Luton heeft de bijna onmogelijke opdracht om uit deze wirwar van impressies de beweegredenen en de modus operandi te distilleren die aan de basis liggen van dit verdachte overlijden. Maar kan een alzheimerpatiënt een dergelijke moord wel plannen en uitvoeren?
De Amerikaanse auteur opteert ervoor om de warrige gedachtegangen van een dementerend door te trekken in de vormgeving van het boek. Zo kent Hersenspinsels geen hoofdstukken. Het verhaal wordt verteld in vier bedrijven en de bladzijden worden gevuld met een opeenvolging van korte paragrafen: impressies van gebeurtenissen, herinneringen, notities, beschrijvingen, artikels, gedachten en conversaties volgen elkaar schijnbaar willekeurig op waardoor een wanorde ontstaat, die misschien wel typisch is voor een alzheimerpatiënt, maar vermoeiend is voor een buitenstaander. Het logische gevolg van deze stijl is dat er wel erg veel witregels op de pagina’s staan, waardoor de lezer amper kan volgen met het omslaan van de bladzijden.
De spannende verhaallijn, die louter bestaat uit Lutons speurtocht, is meestal latent aanwezig en komt slecht af en toe aan de oppervlakte, zoals we enkel het ondergrondse gangenstelsel van de mol kunnen vermoeden door de aanwezigheid van een sporadische molshoop in de tuin. Hierdoor slaagt de auteur er goed in de dader en motief verborgen te houden, hoewel de kenners van het genre, door eliminatie alleen, wellicht bij de juiste persoon zullen uitkomen.
Het gebrek aan fixatie op het politieonderzoek en de keuze van Alice LaPlante om het zwaartepunt te leggen op de dementie van Jennifer en welke invloed dat heeft op haar en haar omgeving, maakt van Hersenspinsels een sterk en zeer geloofwaardig boek dat vooral vrouwen en liefhebbers van S.J. Watsons Voor ik ga slapen zal aanspreken.
Tot slot is het nog het vermelden waard dat Orlando uitgevers aan het eind van het boek nog een aantal bladzijden met extra informatie voorziet: overbodige auteursinformatie, die ook op de achterflap is terug te vinden is; een kort interview met de auteur en zelfs een aantal inhoudelijke vragen voor leesclubs.
Met Hersenspinsels levert Alice LaPlante een zeer degelijke roman af die niet echt spannend te noemen is, maar des te intrigerender.
Het definitieve verdict: 7/10
Deze recensie werd geschreven voor Crimezone.nl
20:05
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: laplante_alice, vertaald, usa, 7, familiedrama, medisch, policier, psychologisch, roman, whodunit, whydunit, alleenstaand |
Facebook
|
13-11-11
NESBE Jo - De vleermuisman

De openingszin:
Er klopte iets niet.
De korte inhoud
Harry Hole wordt door zijn superieuren naar Australië gestuurd om de politie down-under bij te staan bij het onderzoek naar de moord op een Noorse actrice. Maar de moord is niet de enige reden voor deze gedwongen vakantie. Hole overleefde even daarvoor ternauwernood het auto-ongeluk waarbij zijn collega omkwam, en dompelt zich sindsdien onder in de alcohol.
Holes verblijf in Sydney voert hem naar de duistere kanten van de stad waar de onbezorgde toerist nooit zicht op krijgt. Het verhaal leidt naar een oude Aboriginalvertelling over ‘de vleermuisman’, die tot leven wordt gewekt door misdaad. Een waar de vleermuisman ontwaakt, verschijnt de dood onder de stervelingen.
Het volledige rapport
Hoewel het hem niet aan te zien is, heeft de Noor Jo Nesbo de kaap van de halve eeuw al overschreden. Met de popgroep Di Derre geniet hij van landelijk succes. Maar het combineren van een voltijdse dagtaak met het nachtleven als artiest valt hem alsmaar zwaarder. Hij besluit tot een loopbaanonderbreking en als een uitgever hem vraagt die tijd te gebruiken om een boek te schrijven over de band, trekt hij naar Australië. Het boek waarmee hij naar zijn thuisland terugkeert, is echter geen biografie maar De vleermuisman, dat het begin betekent van een nieuwe loopbaan als misdaadauteur. Het boek was al lange tijd niet meer in het Nederlands verkrijgbaar, maar werd, door de groeiende populariteit van de auteur, eerder dit jaar weer op de markt gebracht.
In De Vleermuisman wordt Harry Hole, rechercheur bij de politie van Oslo, naar Sydney gestuurd om de lokale politie te helpen met hun onderzoek naar de moord op een Noorse jonge vrouw, en de auteur verwerkt er veel van zijn eigen ervaringen down under, in. Net als Peter Temples De gebroken kust drijft het verhaal op de wrijving tussen de blanken en de Aboriginals, maar Jo Nesbo slaagt erin deze problematiek op een zeen aangename wijze in het verhaal te verwerken en waakt erover nooit belerend over te komen.
De auteur hanteert een vertelstijl die zeer nauw aanleunt bij de Angelsaksische wereld van het spannende boek en is daardoor een buitenbeentje in Scandinavië, maar dat weerhield hem er niet van met zijn debuut in 1997 de Gouden Sleutel, de prijs voor het beste Scandinavische spannende boek van het jaar, binnen te rijven. En dit ondanks het feit dat zowel dader, motief als ontmaskering zowat uit de lucht komen te vallen.
Het moge duidelijk zijn dat de plot in deze eersteling nog ondergeschikt is aan de personages, die met veel zorg geboetseerd werden. Een gegeven dat later in de reeks zal veranderen.
Tot slot moet me het detail van het hart dat de vertaler toch een gebrek aan fantasie aan de dag legde toen deze niet verder kwam dan meermaals kort achter elkaar “raketten” te gebruiken waar onderandere ook vuurpijlen en vuurwerk de lading perfect dekte.
Met De Vleermuisman leverde Jo Nesbo een zeer genietbare policier af dat vooral een hebbeding is voor de liefhebbers van zijn recentere werk, want Harry Hole maakt zijn opwachting in alle andere boeken van deze auteur, met uitzondering van het in 2010 verschenen Headhunters, dat buiten de reeks valt.
Het definitieve verdict: 7/10
27-08-11
VALGAEREN Kevin - De ziener

De openingszin:
Dit verhaal begint met de observatie van een Engels landschap zoals het erbij lag op de tragische avond van 27 juli 1538.
De korte inhoud
De executie van een jonge zuster en een jonge pater in de 16de eeuw betekent het ontstaan van de leende van Borley: een klein dorp in het zuidoosten van Engeland.
Op het einde van de 19de eeuw laat dominee Henry Bull er een pastorij bouwen op de fundamenten van ene oud klooster.
Hit is het begin van een reeks onverklaarbare gebeurtenissen en waarnemingen.
Londen, 2007. David Mayfair is een roekeloze jongeman met een duistere ave: hij kan voorbij het leven kijken en de dood observeren. Na het overlijden van zijn ouders wordt hij geadopteerd door zijn oom Dorian Walpole en verhuist hij van de Belgische provinciestad Turnhout naar de Engelse metropool Londen. Onder het strenge mentorschap van zijn oom ontwikkelt hij zich tot een Ziener. Er is slechts één probleem: David Mayfair kent geen angst. Wanneer een anonieme briefschrijver de Ziener vraagt om de moord op twee tienermeisjes te onderzoeken, vertrekt hij tegen de wil van Dorian naar het mysterieuze Borley. Maar al snel blijkt dat Borley zijn duistere geheimen niet zomaar prijs zal geven. Stap voor stap leert de Ziener wat echte angst is, zeker wanneer duidelijk wordt dat zijn aanwezigheid in Borley geen toeval is…
Het volledige rapport
De uit Turnhout afkomstige, maar naar Leuven uitgeweken debutant Kevin Valgaeren is met zijn 32 jaar een jonge hond in de wereld van het spannende boek. Na zijn studies Nederlandse en Engelse letterkunde waagde hij zich aan het schrijven van theaterstukken en was hij een tijd lang filmjournalist.
In de literatuur gaat zijn voorkeur, naast Engelse en Nederlandse literatuur uit de negentiende eeuw, vooral uit naar griezelromans. Met het recent bij Kramat uitgegeven De ziener draagt hij nu ook zijn steentje bij tot het genre van de gothic novel.
Hierin maken we kennis met de uit Turnhout afkomstige David Mayfair, die na de dood van zijn ouders opgevoed werd door zijn in Londen wonende oom Dorian Walpole. Ook schaaft Dorian aan Davids talenten als “ziener”: het opmerken van geesten die nog op aarde ronddwalen. Als zijn hulp wordt ingeroepen bij de mysterieuze dood van 2 tieners in Borley, rept David zich naar het Engelse plattelandsdorpje, waar al jaar en dag paranormale verschijnselen worden waargenomen. Maar tijdens de zoektocht naar de moordenaar, komen al zijn zekerheden op losse schroeven te staan.
Het eerste wat tijdens het lezen opvalt, is het zeer verzorgde taalgebruik waarvan de auteur zich bedient: op een fantastische wijze slaagt hij erin een perfect evenwicht te vinden tussen een zeer accurate woordkeuzes en een aangenaam lezende zinsconstructies.
De ziener leest als een roman, maar de spannende verhaallijn, die slechts latent aanwezig is en pas tijdens de ontknoping opleeft, drijft op het paranormale. Een onderwerp dat meestal zorgt voor duidelijke standpunten: een deel van de lezers zijn believers en zullen er probleemloos in meegaan. Een ander deel zal het onderwerp afdoen als larie en er niet in slagen zich in te leven in het verhaal. Het feit dat dit subgenre tegenwoordig slechts weinig vertegenwoordigd is in het segment van het spannende boek, doet de vragen oprijzen of er wel een publiek voor bestaat en of dit publiek onder de thrillerlezers te vinden is.
Kevin Valgaeren is alvast zo een verstokt liefhebber van de romantische griezelroman dat hij het niet kon nalaten een aantal personages de familienamen van de grondleggers van dit genre toe te bedelen.
Ondergetekende is een leek op dit gebied en zag zich genoodzaakt om, via het onontkoombare internet op de hoogte te laten brengen. En groot was zijn ontgoocheling toen bleek dat de hele achtergrond van de bovennatuurlijke activiteiten niet ontsproten was aan de verbeelding van de auteur, maar dat de pastorij van Borley, samen het spookhuis in Amityville, behoort tot de best gedocumenteerde plaatsen wat betreft metafysische gebeurtenissen. De auteur bevestigt dit trouwens in de verantwoording aan het eind van het boek, maar had dit misschien beter in een voorwoord opgenomen. Hoewel faction al jaren een subgenre op zich is, kon dit niet verhinderen dat de originaliteit van het verhaal een flinke knauw kreeg. Maar dit neemt zeker niet weg dat De ziener meer dan aardig leesvoer blijft.
Kevin Valgaeren heeft een boek gebaard dat raakpunten heeft met een groot aantal subgenres, en de meerderheid van die hokjes bevinden zich net op de rand of geheel buiten de wereld van het spannende boek. Liefhebbers van dolende geesten, vampieren en aanverwante verschijnselen moeten echter niet twijfelen om De ziener ter hand te nemen.
Het definitieve verdict: 7/10
22:53
Gepost door Eric Diepvens
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: valgaeren_kevin, nederlandstalig, belgie, 7, detective, faction, drama, paranormaal, alleenstaand, whodunit |
Facebook
|
25-08-11
CAMILLERI Andrea - De bloedakker

De eerste zin:
Hij werd wakker van een hard, aanhoudend gebons op de voordeur
De korte inhoud
Commissaris Montalbano, een van de beroemdste speurders uit de hedendaagse misdaadliteratuur, krijgt te maken met een gruwelijke, mysterieuze moordzaak. Op een kleiveldje net buiten het plaatsje Vigàta wordt na een hevige regenbui een plastic zak aangetroffen met daarin het lichaam van een man. Hij is om het leven gebracht met een nekschot, onherkenbaar verminkt en in precies dertig stukken gezaagd. Wie is hij en waarom is hij vermoord?
Op het eerste gezicht lijkt het om een typische maffiamoord te gaan, maar Montalbano voelt dat er meer aan de hand is. De zaak vertoont opvallend veel overeenkomsten met het Bijbelverhaal van Judas. Die kreeg voor het verraden van Jezus dertig zilverlingen betaald, die na zijn zelfmoord werden gebruikt om het land van een pottenbakker te kopen, dat zou dienen als begraafplaats voor vreemdelingen. Montalbano moet enorme risico’s nemen om zichzelf en zijn collega’s te redden van het besmettelijke verraad rond het kleiveld.
Het volledige rapport
Andrea Camilleri werd in 1925 geboren in het Siciliaanse havenstadje Porto Empedocle. Al tijdens zijn studies schreef hij poëzie en kortverhalen, maar zijn eerste publicatie zag pas in 1978 het levenslicht. Die eerste stappen in de wereld van het boek waren geen groot succes, want na een tweede publicatie werd het meer dan tien jaar stil rond de auteur. Pas in 1992 blies de ondertussen naar Rome uitgeweken man zijn schrijverschap nieuw leven in met Het jachtseizoen dat wel opgemerkt en gesmaakt werd. In 1994 introduceerde hij in De vorm van Water zijn vaste personage Salvo Montalbano, inspecteur bij de politie in Vigàta, een fictief plaatsje op Sicilië, dat zo erg lijkt op Camilleri’s geboorteplaats, dat de Siciliaanse stad in 2003 haar naam officieel wijzigde in Porto Empedocle Vigàta. De reeks bestaat, naast een groot aantal kortverhalen en enkele novelles, uit zeventien boeken en wordt ondanks de hoge leeftijd van de immens populaire auteur nog jaarlijks uitgebreid.
De bloedakker vloeide al in 2008 uit zijn pen, maar is pas nu in Nederlandse editie verschenen. Hierin wordt na een hevige regenbui op een kleiveld buiten de stad een zak aangetroffen met daarin het in dertig stukken gezaagde lichaam van een onbekende man. Salvo Montalbano heeft niet alleen de handen vol met het onderzoek naar deze moord, die op het eerste zicht gepleegd werd door maffiosi, maar moet daarnaast ook nog eens rekening houden met collega’s die net dit moment uitgekozen hebben om hun ontevredenheid kenbaar te maken.
Andrea Camilleri houdt er een bijzonder luchtige vertelstijl op na wat resulteert in een verhaal dat enorm snel wegleest. De bloedakker wordt hierdoor een ideaal tussendoortje. Maar de auteur moet wel waken over de conversaties in het boek, want deze zijn soms op het randje van het debiele af.
Voor de lezer – zoals ondergetekende – voor wie De bloedakker een eerste kennismaking betekent met Italiës populairste commissaris, bevat het boek veel te weinig achtergrondinformatie over de vaste personages, waardoor er een aantal vragen onbeantwoord blijven. De belangrijkste is wellicht waarom Agatino Catarella zich aan de lopende band bedient van de vreselijkste zinsconstructies en absurde woordkeuzes.
De lichtvoetigheid van vertellen en de humor in het verhaal staan dan weer in schril contrast met de nurkse tobbende hoofdfiguur wiens stemmingswisselingen enkel te neutraliseren zijn met koffie en lekker eten. Andrea Camilleri brengt met Salvo Montalbano de Italiaanse tegenhanger tot leven van Pieter Aspes commissaris Van In of Baantjers De Cock: volkse figuren die weten te genieten van het leven en die tegelijk ouderwetse maar zeer capabele speurders zijn. Kortom personages in wiens gezelschap het ondanks hun grillen aangenaam toeven is.
Wel is er sprake van enige verwaandheid van de kant van de auteur, want hij laat zijn personages meermaals boeken ter hand nemen uit zijn eigen bibliografie, wat vreemd overkomt
Qua plot is het verhaal best goed opgezet en geloofwaardig uitgewerkt, maar sommige van de onderzoeksstappen van de commissaris kunnen enige kunstmatige geconstrueerdheid niet verbergen. Maar het blijft te allen tijde genietbaar.
De bloedakker is een typisch boek om mee te nemen op vakantie: licht verteerbaar, vlot lezend en amusant.
Het definitieve verdict: 5/10





